Surses, Mulegns en de Weisse Turm voor een Oscar?

Surses (kanton Graubünden) is een vallei waar verhalen en geschiedenis in huizen, gevels en kamers zijn vastgelegd. De vallei ligt aan een eeuwenoude pasweg. Wie hier onderweg is, treedt in de voetsporen van de Raetiers en de Romeinen. Vandaar dat ook in deze regio reto-romaans (Surmiran-idioom) wordt gesproken. En net als toen hoort bij het reizen ook een tussenstop. Talrijke historische huizen, hotels, restaurants en andere gebouwen langs deze route nodigen uit om te pauzeren, te eten en te reflecteren.

Surses en zijn verhalen in huizen, gevels, restaurants en Grand Hotels

Van de hoteliers uit Savognin die tot in Venetië trokken, de banketbakkers die hun zoete geluk zochten in Parijs en Bordeaux, via de historische boerderijen van Mulegns tot aan de visionaire Weisse Turm, verschillende rondleidingen openen de deuren naar een bouwcultuur die veel verder reikt dan het dal.

De Sängersaal, Café Carisch en de Ustareia Taratsch in Riom

De creatieve samenwerking met de ETH Zürich wordt naast Mulegns ook in Riom en Savognin voortgezet. Architectuurstudenten van Studio Cifuentes verdiepen zich in het gebruik van lokale materialen en presenteren hun schetsen en ideeën in de Sängersaal in Riom – die grote schuur aan de Schulhausplatz. In Riom ruikt het in Café Carisch naar Parijs . De Ustareia Taratsch serveert eenvoudige, seizoensgebonden gerechten met ingrediënten uit de regio.

Savognin

Grand Hotel Venezia in Savognin

Vanuit een eenvoudige herberg in Savognin trok de hoteliersfamilie Pianta de wijde wereld in. Terwijl Anton Pianta elegante hotels in Milaan en Triëst beheerde, maakte zijn broer Alfonso van het Grand Hotel Venezia aan het Canal Grande een ontmoetingsplaats voor de internationale high society.

In het oude hoofdgebouw in Savognin leeft deze geschiedenis voort: kristallen spiegels, Murano-kroonluchters en Venetiaanse salons vertellen over een tijd waarin hoteliers uit Graubünden Grand Hotels in Europa en op andere continenten stichtten en veroverden.

Een rondleiding door Hotel Pianta en het verhaal van een familie tussen bergdorp en de Lagune-stad. In Café Venezia in Hotel Pianta in Savognin wordt de koffie in de Venetiaanse salon een kleine uitstap naar de Lagune-stad.

Mulegns

Mulegns, met zijn monumenten van nationaal belang (onder andere de Weisse Villa en Hotel Löwe), herbergt op een klein oppervlak een buitengewone verscheidenheid aan alpine bouwcultuur. De rondleiding volgt de sporen van het dorp – van de traditionele boerderijen en de villa’s van bankiers tot de grote hotelgebouwen en de verhalen van de mensen die Mulegns hebben gevormd en dat nog steeds doen.

In het restaurant van Hotel Löwe wordt het culinaire netwerk verder uitgebouwd. De keuken combineert mediterrane invloeden met de Franse esprit van de Belle Époque en vertelt daarmee het verhaal van de internationale gasten die ooit over de passen kwamen.

Tor Alva of de Weisse Turm in Mulegns

Nog tot half oktober kan de filigrane architectuur van de Weisse Turm in zijn open vorm worden bewonderd, daarna hult de winter de toren weer in zijn mantel. De ‘banketbakkersarchitectuur’ begint te stralen zodra de schemering invalt. Het bouwwerk verandert in een lantaarn langs de historische pasroute.

Mulegns en de Weisse Turm voor een Oscar?

Vlak voor zijn winterse transformatie is de Witte Toren de hoofdrolspeler in een nieuwe televisieproductie. De documentaire ‘Der Weiße Turm von Mulegns. Wie Kultur ein Dorf rettet’ van de ORF volgt het ontstaan van het hoogste digitaal geprinte gebouw ter wereld, blikt terug op de geschiedenis van het dorp en onderzoekt de kracht van cultuur om een plek nieuw leven in te blazen (zaterdag 10 oktober 2026 om 16.20 uur op ORF 2, „Unterwegs beim Nachbarn”).

(Bron en meer informatie: Nova Fundaziun Origen)

De stamlanden van Habsburg in Europees perspectief

Dat is een inwoner van Habsburg (kanton Aargau) overkomen. Toen hij een kamer wilde reserveren in een hotel in Oostenrijk en daarbij ‘Habsburg’ als woonplaats opgaf, stuitte hij op ongeloof. Habsburg in Zwitserland? Habsburg is toch een Oostenrijkse dynastie en een Oostenrijkse naam!

Maximilian II van Habsburg (1527-1576) en Rudolf II van Habsburg (1552-1612). Collectie: Slot Habsburg

Ook in andere buurlanden van Zwitserland wordt Habsburg niet direct in verband gebracht met Zwitserland, laat staan met het dorp en het kasteel Habsburg. De historische wortels van de Habsburgse dynastie reiken weliswaar ook terug tot in de Elzas en later tot in het Breisgau in Baden (Duitsland), maar het kasteel Habsburg, waarnaar het dorp Habsburg is vernoemd, is de plek waar de oorsprong ligt van de machtigste dynastie van Europa, waar ‘de zon nooit ondergaat’. Het kanton Aargau was tot 1415 het politieke centrum van deze dynastie.

De eennalaatste keizer keizer Franz-Joseph II en de beroemdste onder de habsburgers zijn vrouw keizerin Sisi

De eerste Romeins-Duitse koning uit de Habsburgse dynastie was Rudolf I (1218-1291). Hij koos aanvankelijk Bazel als belangrijkste residentie, maar om verschillende redenen kwam het daar niet van. In 1281 werd in de kathedraal van Bazel een prachtige, met wapenschilden versierde grafkelder voor koningin Anna en haar zoon Karel vervaardigd.

Hoewel de stoffelijke resten van de overledenen in 1770 naar Saint-Blasien en in 1809 verder naar Saint-Paul-im-Lavanttal (Karinthië, Oostenrijk) werden overgebracht, getuigt dit grafmonument van de belangstelling van de Habsburgers voor Bazel.

 De stamlanden van de Habsburgers

Het project „De stammlande der Habsburger“ is op 17 september op kasteel Habsburg aan het publiek voorgesteld. De vereniging „Stammlande der Habsburger“ bundelt de 12 locaties in het kanton Aargau die een sterke band hebben met de oorsprong en de vroege geschiedenis van de werelddynastie van de Habsburgers.

De presentatie van het project ‘Stammlande der Habsburger’ op 17 september in slot  Habsburg

De vereniging brengt de getuigenissen in het huidige kanton Aargau uit de vroege periode (ca. 950–1415) van de Habsburgers als cultureel-toeristische bezienswaardigheden onder de aandacht van een breed publiek. Zo versterkt zij de bekendheid ervan in Aargau, maar ook op nationaal en internationaal niveau.

De vereniging laat zien dat de geschiedenis van de Habsburgers ook bestaat uit een immaterieel erfgoed: namelijk de geschiedenis van een adellijke familie die mondeling van generatie op generatie is doorgegeven. Daarop berust de bijzondere mythe van de Habsburgse dynastie.

De vereniging wordt gedragen door de volgende leden: Baden, Bremgarten, Brugg, het klooster van Muri, Laufenburg, Rheinfelden, het Museum Aargau met zijn zes locaties – kasteel Habsburg, het klooster van Königsfelden, kasteel Hallwyl, kasteel Wildegg, het klooster van Wettingen en kasteel Lenzburg – en Aargau Tourismus.

Doel en projecten

De vereniging heeft zich ten doel gesteld het immateriële en materiële culturele erfgoed en de geschiedenis van deze dynastie toegankelijk te maken voor een breed publiek in Zwitserland en andere Europese landen. Met name in de Elzas en in regio’s in Baden (Duitsland) streeft zij naar samenwerking met lokale organisaties.

Als eerste project organiseren de vereniging en haar partners een reizende tentoonstelling over het ontstaan van deze dynastie, met als uitgangspunt het kasteel van Habsburg.

Twee nazaten van het geslacht Habsburg-Lotharingen op 17 september 2026 in slot Habsburg

De Habsburgers in Zwitserland

De geschiedenis van de Habsburgers in Zwitserland eindigde niet met de inlijving van het Fricktal in het kanton Aargau en van Tarasp (kanton Graubünden) in 1803. Ook de overdracht van Rhäzüns in 1819 aan het kanton Graubünden betekende niet het einde van de Habsburgse saga in Zwitserland.

Ten slotte woonde Eugen von Habsburg van 1919 tot 1934 in Bazel en Zita von Habsburg (1892-1989) van 1960 tot 1989 in Zizers (kanton Graubünden). Bovendien bevinden de harten van de laatste keizer Karel I (1887–1922) en zijn vrouw Zita zich in het voormalige klooster Muri, dat in 1027 werd gesticht door graaf Radbot van Habsburg en zijn vrouw Ita van Lotharingen.

Graaf Radbot van Habsburg. Afbeelding op de wisseltentoonstelling op slot Habsburg

(Bron en meer informatie: Stammlande der Habsburger)

Dag van de Meertaligheid in Bern

Ter gelegenheid van de achtste Dag van de Meertaligheid op 24 september komen in vijf video’s parlementsleden uit de vier taalregio’s van Zwitserland aan het woord. Zij beantwoorden vragen over de landstalen en de meertaligheid in Zwitserland.

Wat is burgers bijgebleven van ons eerste contact met een andere landstaal? Wat was het eerste leermiddel om een vreemde taal te leren? Welke woorden, zinnen of situaties zijn in het bijzonder bijgebleven? En hoe vloek je in de verschillende talen van Zwitserland?

Dit zijn enkele van de vragen uit de vijf korte video’s die op 24 september in het Bundeshaus zijn opgenomen. In de wandelhal vertelden parlementsleden uit de vier taalgebieden over hun persoonlijke band met de landstalen. De vragen varieerden daarbij van herinneringen aan de schooltijd tot informele en verrassende facetten van de taalkundige realiteit van Zwitserland.

Het project wil de culturele en taalkundige diversiteit van Zwitserland zichtbaar maken aan de hand van persoonlijke ervaringen. Het laat zien hoe nauw talen verbonden zijn met individuele belevingen, herinneringen en het dagelijks leven, en zet daarmee ook de emotionele dimensie ervan centraal. De miniserie combineert serieuze en bedachtzame momenten met duidelijk luchtigere passages en laat daarbij veel ruimte voor humor en spontaniteit.

(Bron en meer informatie: Forum Helveticum)

Concilium totius Galliae, Lugdunum, Augusta Raurica, Aventicum en Helvetia

Augustus (63 v. Chr. – 14. N. Chr.) was na een burgeroorlog (44-31 v. Chr.) vanaf 31 v. Chr. de nieuwe machthebber van het Romeinse Rijk. Vanwege het eeuwenoude republikeinse verleden van Rome en de afkeer van een monarchie, noemde hij zich echter vanaf 27. v. Chr. Princeps, eerste onder gelijken of eerste burger. Hij was niet zomaar iemand, maar de adoptiefzoon van Julius Caesar (100-44 v.Chr.). Geboren als Gaius Octavius, noemde hij zich na zijn adoptie Gaius Julius Caesar.

Reconstructie. Sammlung: Lugdunum-Musée et théâtres romains

De keizercultus

In feite vestigde hij echter een alleenheerschappij of monarchie. De weerstand binnen de elite van het oude Rome was echter groot en ook in de nieuwe veroverde gebieden moesten propaganda, carrièremogelijkheden, vrede en welvaart zijn alleenheerschappij rechtvaardigen en in stand houden. Een van de instrumenten was de keizercultus.

De princeps oftewel de imperator Caesar Augustus en zijn familieleden hadden een goddelijke status. Deze status kreeg gestalte in standbeelden temidden van goden, aan hun gewijde tempels, religieuze bijeenkomsten en vooral op een van de vele religieuze feestdagen.

Rome was een door en door  religieuze samenleving. Priesters of magistraten van de Ordo Decurionum (de elite van bestuurders en priesters) hadden op lokaal niveau de regie over de keizercultus. De keizercultus was ook een belangrijk instituut voor propaganda en zelfrepresentatie in de veroverde Keltische gebieden in het huidige Frankrijk en Zwitserland.

Map van de Tres Gallae. Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Lugdunum (het huidige Lyon) was voor de Keltische stammen in de provincies Gallia Lugdunensis, Gallia Belgica en Gallia Aquitania de locatie van de jaarlijkse bijeenkomst van het Concilium totius Galliae, of Concilium Galliarum, de Raad van de Gallische stammen in de Tres Galliae (Julius Caeser in de Bello Gallico).

Delegaties van 60 Gallische steden verzamelden zich op deze bijeenkomst, ook uit de gebieden van de Helveten (met Aventicum, het huidige Avenches, als hoofdstad) en Rauraken (met Augusta Raurica, het huidige Augst/Kaiseraugst, als hoofdstad).

Model van Mausoleum van Lucius Munatius Plancus in Gaeta. Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Lugdunum was de provinciehoofdstad van de Provincia Gallia Lugdunensis. Gallia Narbonensis (met Genava/Genève) maakte hier geen deel van uit. De stichter van Lugdunum  in 43 v. Chr. was Lucius Munatius Plancus (87-15 v. Chr.), die in 44 v. Chr. de Colonia Augusta Raurica al had gesticht en mogelijkerwijs ook de Colonia Iulia Equestris, Nyon! Hij was dus niet de stichter van Basilia (Bazel), een kleine Keltische nederzetting.

De bijeenkomst vond plaats bij het heiligdom van de Drie Galliae op de heuvel van de Croix-Rousse. Deze Raad had politieke en religieuze functies. Ze was onderdeel van de keizercultus, overlegde en discuteerde over Gallische kwesties en correspondeerde met Rome (dat wil zeggen de senaat en de keizer), besprak fiscale aangelegenheden en tal van andere zaken. Tijdens deze bijeenkomst kozen de afgevaardigden ook een priester om de religieuze ceremonie bij het heiligdom te leiden.

Jean-Claude Golvin, in L’Antiquité retrouvée, 6e editie, Actes Sud, 2025. Reconstructie van het amfitheater. Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Later in de 1e eeuw werd op de plek van het heiligdom een amfitheater gebouwd, het eerste van de drie Galliae. Het was voor zover bekend ook het eerste amfitheater in de drie Galliae en had na diverse uitbreidingen een capaciteit van 20 000 toeschouwers.

Een originele transcriptie van de toespraak van keizer Claudius voor de senaat in 48 n. Chr. Claudius verzocht de senaat om 60 Gallische steden en plaatsen van Concilium totius Galliae de hoogste Romeinse juridische status te verlenen. Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Het grote complex van het amfitheater, het heiligdom en hun vele standbeelden zijn vrijwel volledig verdwenen. Diverse inscripties, fundamenten en met name het bronzen tablet van een toespraak van keizer Claudius (10 v. Chr. – 53 n. Chr.) op de Croix-Rousse verwijzen naar deze Raad en de locatie op de Croix-Rousse.

Reconstructie Theater- en Odeoncomplex. Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Romeins theater

Romanisering

Evenals in Aventicum, Augusta Raurica en het nabijgelegen Vienna (het huidige Vienne in de Romeinse provincie Gallia Narbonensis), was ook in Lugdunum de keizercultus alomtegenwoordig. De romanisering van dit gebied van de Keltische stam van Allobroges vond in twee generaties plaats en talrijke vondsten, sculptuur, prachtige mozaïeken, theater, odeon, amfitheater, villa’s, forum, basilica, thermen en andere Romeinse bouwwerken getuigen hiervan.

Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Bovendien was Lugdunum samen met Vienna een belangrijke handelsplaats aan de Rhône (Rhodanus), met contacten in Genava, Augusta Raurica, Aventicum en tal van andere plaatsen in het huidige Zwitserland.

Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Conclusie 

Volgens sommige historici is de val van het Romeinse Rijk te wijten aan de opkomst van het christendom, de enorme omvang van deze veelvolkerenstaat, degeneratie van de bestuurlijke elite of een combinatie van factoren (economische, fiscale, bestuurlijke chaos en burgerlijke oorlogen of invasies van andere volken). Waarschijnlijk is het een combinatie van factoren geweest, waarbij niet vergeten mag worden dat het Oost-Romeinse rijk of Byzantium het tot 1453 heeft volgehouden.

Er is ook een ander perspectief. Hoe heeft dit uitgestrekte Rijk, met beperkte communicatiemogelijkheden en vele culturen, het zo lang volgehouden?

Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Een verklaring is de bestuurlijke decentralisatie, de meerwaarde van de Romeinse levenskwaliteit en de romanisering. De veroverde gebieden in Westelijk Europa namen de Romeinse taal, cultuur en levenswijze maar al te graag over. Dit geldt niet altijd voor de nog oudere culturen in Griekenland, delen van Turkije en het Midden-Oosten.

Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

In het Romeinse Rijk waren decentralisatie en de relatieve autonomie op lokaal niveau het uitgangspunt. Indien belastingen werden betaald, geen opstanden plaatsvonden en de keizer als goddelijke figuur werd vereerd, liet Rome lokale bestuurders met rust. Bovendien boden politieke, commerciële en militaire carrières een aantrekkelijk perspectief.

Aan sporadische opstanden, onder andere vanwege corrupte (Romeinse) gezagsdragers, maakte Rome echter met meedogenloos geweld een einde.

Niet alleen Lugdunum, maar ook Augusta Raurica en Avenches zijn voorbeelden van snelle romanisering en decentraal bestuur in de Drie Galliae. De Pax Romana van de eerste eeuwen van de Romeinse overheersing veranderde Europa en het gebied van het huidige Zwitserland voorgoed.

(Bron en verdere informatie: R. Fellmann, La Suisse gall0-romaine. Cinq siècles d’histoire, Lausanne 1992; Lyon, Lugdunum-Musée et théâtres romains)

 

Collectie: Lugdunum-Musée et théâtres romains

Napoleon III, Vichy, Arenenberg en Zwitserse chalets

Napoleon III (1807-1873) heeft zijn jeugdjaren grotendeels doorgebracht in Slot Arenenberg (kanton Thurgau). Kennelijk was dit mede zijn inspiratiebron voor de bouw van chalets in zijn zomerresidentie Vichy tijdens zijn keizertijd (1852-1870).

Model van het huidige Vichy 

Aqua calidis

De Romeinen hadden al een toepasselijke naam voor Vichy: aqua calidis (warm water). Na de Romeinse tijd raakte het gebruik van deze bronnen in vergetelheid. De Franse koning verwierf de stad in 1527 en vanaf de 17e eeuw versnelde de ontwikkeling van het kuuroord.

Le Parc des Sources

Leden van de koninklijke familie en aristocraten bezochten de plaats regelmatig vanwege hun kwalen. Louis XVI (1754-1793) en Napoleon I (1769-1821) bouwden het badencomplex verder uit en Napoleon initieerde het Parc des Sources in het centrum van de stad, dat nog steeds het epische centrum van het badencomplex is.

Rue Alquié

Napoleon III

Het was echter Napoleon III die de aanzet gaf tot de huidige grandeur en uit deze periode stamt de kwalificatie ‘La reine des villes d’eau’.  Vanaf 1863 zijn meerdere chalets op de Boulevard des États Unis voor hem en zijn keizerlijke familie en staf gebouwd. Hij bezocht de stad om zijn diverse kwalen in kuuroorden te laten behandelen. Hij huisvestte de officieren van de keizerlijke garde in 8 gelijke villa’s in de nabijgelegen Rue Alquié.

Het park en zijn keizer

Het Parc Napoléon III

Het Parc Napoléon III langs de rivier Allier en andere parken, een casino met balzaal, opera en andere recreatieve gelegenheden, kerken, villa’s, hotels, een spoorwegverbinding en station, steeds meer complexen voor het baden en kuren, een nieuw stadhuis en vooral clientèle uit Parijs maakten van Vichy een mondain oord, zoals Bath, Karlsbad (Karlovy Vary), Baden-Baden of Marienbad.

Het Casino

De Opera

De tweede bloeiperiode van Vichy

De tweede bloeiperiode van Vichy vond plaats tussen 1880 en 1914, gedurende de Belle Époque. In 1903 had Vichy het grootste badencomplex van Europa, vele grand hotels, talloze villa’s en stadspaleizen werden gebouwd, parken werden aangelegd.

Rond 2 miljoen bezoekers kwamen jaarlijks naar Vichy! Na Nice had Vichy de grootste hotelinfrastructuur van Frankrijk. Rond 1920 leest de stad als een studieboek voor architectuurgeschiedenis. Romeins-byzantijns, classicisme, neogotiek, Art Nouveau, Art Déco, Vlaamse, Venetiaanse, Engelse stijlen, monumentale decoraties, vensters en wandschilderingen, landschapsparken en pleinen wisselen elkaar af.

La source des Célestins

De mineraalbronnen en baden

De mineraalbronnen en baden zijn echter nog steeds het middelpunt, waarbij de source Célestine, vernoemd naar de Orde van Célestines (gesticht begin 15e eeuw, opgeheven in 1778), de oorspronkelijke eigenaren, nog steeds functioneert als buvette en beroemdste mineraalbron.

Vichy is echter bovenal een groene stad. Gelegen aan de brede rivier de Allier. Ongeveer een vijfde van de stad bestaat uit parken en tuinen!  Daar kan zelfs de collaboratie en dictatuur van het regime (1940-1944) van Philippe Pétain (1856-1951) niets aan afdoen.

Indrukken van Vichy

Marignano, Credit Suisse, F-35, douaneonderhandelingen en de EU

De slag bij Marignano op 13 en 14 september 1515 maakte een einde aan de Italiaanse expansie van de kantons van de Eidgenossenschaft. De winnaar was het Franse koninkrijk van François I (1494-1547). Na diverse overwinningen op de Habsburgers, met de Vrede van Basel (1499) als resultaat, en op de hertog van Bourgondië (1474-1477), was de Eidgenossenschaft een militaire grootmacht in Europa.

Vanaf het begin van de 15e eeuw veroverden kantons met wisselend succes gebieden van de hertog van Milaan. Na 1477 volgden de veroveringen in Noord-Italië (Tessin, Bormia, Veltlin, Chiavenna en in 1512 zelfs het hertogdom Milaan).

De nederlaag bij Marignano betekende echter ook een terugkeer naar de realiteit voor de Eidgenossenschaft.  Afgezien van de verovering van het Pays de Vaud op Savoy in 1536 door Bern, waren er na 1515 geen buitenlandse avonturen meer. De militaire les was geleerd. De moderne oorlogsvoering had zijn intrede gedaan en daarvoor ontbrak het de Eidgenossenschaft aan politieke eenheid .

De Franse koning respecteerde de Eidgenossenschaft echter niet alleen vanwege haar rol tegen de Habsburgers en Bourgondiërs, maar had deze confederatie van soevereine kantons ook nodig als buffer tegen de Habsburgers. De Eeuwige Vrede van 1516 en 1521 duurde tot Napoleons inval in 1798. De diplomaten en vertegenwoordigers van de kantons waren geduchte en gerespecteerde onderhandelaars.

De Vrede van Westfalen in 1648 bevestigde vervolgens de neutrale status en de politieke onafhankelijkheid van de Eidgenossenschaft van 13 soevereine kantons. Dit was niet vanzelfsprekend, maar ook het resultaat van lange onderhandelingen, waarbij Zwitserse diplomaten en vertegenwoordigers over iedere komma en punt onderhandelden. De duivel zit bij internationale verdragen immers in het detail.

Bazel, Johann Rudolf Wettstein (1594-1666), burgemeester van Bazel en diplomaat bij de Vrede van Westfalen 

Credit Suisse

Het buitenlandse avontuur van Credit Suisse kende een minder succesvolle afloop. Diverse oorzaken zijn aan te wijzen. De kern is echter dat deze degelijke Zwitserse bank ten onder is gegaan aan expansiedrift en overmoed in een bankierswereld waar een andere moraal geldt. De bestuursstructuren van de bank en de aandeelhouders leefden nog in de wereld van de Eidgenossenschaft vóór Marignano.

Ze waren wat betreft ervaring, mentaal en juridisch niet voorbereid op het Angelsaksisch bankieren van de jaren na 1990. Dat is de hoofdoorzaak van de ondergang van deze bank, nog afgezien van de (strafrechtelijke) verantwoordelijkheid van bestuurders en het onvermogen van aandeelhouders om ‘nee’ te zeggen tegen absurde bonussen en megalomane plannen.

F-35

De historie herhaalt zich bij de noodzakelijke aanschaf van moderne gevechtsvliegtuigen, in dit geval de F-35. De Bundesrat blijkt niet de juiste organisatie om de contractonderhandelingen met het buitenland in deze competitieve wereld op ieder punt en iedere komma te voeren. Waarschijnlijk is het nog ernstiger en heeft er zelfs geen serieuze bestudering van het verdrag op het hoogste niveau plaatsgevonden. Er is geen verontschuldiging voor, alleen de constatering dat de Bundesrat, de verantwoordelijken bij ministeries en vooral de leden van het parlement niet op deze taak berekend zijn. Ook het parlement heeft gefaald.

Douanetarieven

Dit geldt ook voor de onderhandelingen met de regering-Trump over de douanetarieven. Het is een feit dat er in het voorjaar van 2025 overeenstemming was bereikt over een tarief van 10%. Het wachten was slechts op instemming van de Bundesrat. Deze liet echter zo lang op zich wachten dat de onberekenbare en impulsieve president er 39% van maakte. Ook hier heeft de Bundesrat gefaald. Wat was overigens de rol van bijvoorbeeld de minister van Justitie, die niet verheugd zal zijn geweest over dit goede onderhandelingsresultaat? De EU had immers een veel hoger douanetarief en dat kwam niet goed uit voor deze voorstander van een EU-lidmaatschap.

Bilateralen III

Wat zegt dit over het beoogde verdrag met de EU? De Bilateralen III is feitelijk en juridisch een eufemisme voor een (vooralsnog) beperkt lidmaatschap van een internationale organisatie. Er is sprake van een vergaande soevereiniteitsoverdracht aan de EU en dit is pas de eerste stap in het beoogde toetredingsproces.

Hoeveel pagina’s zal deze Minister van Justitie van het verdrag gelezen hebben en is hij überhaupt competent en geïnteresseerd om de inhoud met alle komma’s en punten op alle consequenties te toetsen? Activisme en een Europese politieke status in plaats van staatsmanschap in dienst van het land lijken immers diens Leitmotiv te zijn.

Bij voorgaande gelegenheden heeft hij daar in ieder geval geen blijk van gegeven, maar speelde activisme de hoofdrol. Dit geldt ook voor andere leden van de Bundesrat. Een Bundesrätin beweerde zelfs op de vraag in een interview over de wenselijkheid van toetreding tot de EU met het antwoord ‘Waarom ook niet’. En dit lid van de Bundesrat moet bijna 2 000 pagina’s lezen en doorgronden op grondwettelijke en andere juridische consequenties?

Het negeren van het obligatorische Ständemehr  door een meerderheid van de leden van de Bundesrat duidt ook in deze richting. Wensdenken, hoop en verwachtingen in de relatie met de EU voeren de boventoon en niet de punten en komma’s van dit verdrag of de Europese praktijk van pacta non sunt servanda en zeer ruim interpreterende Europese rechters. Ook hier zit de duivel in het detail.

Conclusie

Het bovenstaande geldt ook voor de ambtelijke top van ministeries en voor leden van het parlement. De lessen van Credit Suisse, F-35 en recente douaneonderhandelingen met Amerika zijn niet geleerd. Aan de ene kant activisme, aan de andere kant onvoldoende politiek, juridisch en ambtelijk inzicht, kennis en ervaring met de gecompliceerde internationale onderhandelingen. In beide gevallen lijkt het erop dat dit belangrijkste verdrag met een internationale organisatie niet met de vereiste grondigheid is bestudeerd.

Het eeuwenoude succesvolle Zwitserse model midden in Europa staat op het spel, niet alleen ten nadele van Zwitserland, maar ook ten nadele van de EU, die een baken van zekerheid en stabiliteit zal verliezen. Immers, niet Zwitserland is het politieke, educatieve, wetenschappelijke, democratische, economische, monetaire en sociale probleem, maar deze EU!

Het kasteel van Vaumarcus

Het kasteel van Vaumarcus (kanton Neuchâtel) dateert uit de 12e eeuw en werd voor het eerst vermeld in 1285. De baronie van Vaumarcus bestond uit het dorp Vaumarcus en de gehuchten Le Moulin en Vernéaz.

Het kasteel en het grondgebied werden in 1308 verkocht aan graaf Rudolf IV van Neuchâtel (1274-1343), ook Rolin genoemd.

De graaf versterkte de primitieve constructie door op de benedenverdieping een gotische poort te bouwen met een ophaalbrug ervoor. Hij verstevigde ook de twee hoeken van de voorgevel met twee massieve steunberen, waarop hij torentjes plaatste, terwijl hij een zeshoekige traptoren bouwde.

Het kasteel brandde in 1476 af na de slag bij Grandson (ten tijde van de oorlog tussen de Hertog van Bourgondie Karel de Stoute (1433-1477) en de Zwitserse Confederatie). In de jaren daarna werd het herbouwd. Het nieuwe kasteel aan de tuin dateert uit 1773.

Het Château de Vaumarcus is niet .toegankelijk voor het publiek. Het wordt uitsluitend verhuurd voor privé- en zakelijke evenementen (bruiloften, verjaardagen, seminars, teambuildingactiviteiten). Daarnaast worden er kantoorruimtes (businesscentrum) en appartementen te huur aangeboden

(Bron: www.swisscastles.ch).

Directe Democratie, de Disputatio en de Europese Unie

500 jaar geleden, in 1526, vond in Baden (in het huidige kanton Aargau) een disputatio plaats. Op 19 mei 1526 reisden gezanten, theologen, geestelijken, humanisten, schrijvers en drukkers uit de Zwitserse Confederatie van de 13 kantons naar Baden. De 200 aanwezigen bespraken tijdens de Tagsatzung het juiste geloof. Tijdens de disputatie probeerde men zijn tegenstander te overtuigen. Een dialoog is daarentegen slechts een uitwisseling van ideeën en meningen.

Sinds Martin Luther in 1517 zijn reformatorische stellingen publiceerde, werd er gediscussieerd over het juiste geloof, de aflaatverkoop en de kerk. De reformatorische houding was in de Oude Zwitserse Confederatie en daarbuiten geen meerderheidsstandpunt.

Diverse gereformeerde kantons gingen hun eigen weg in de Tagsatzung. Schilderij 17e eeuw. Collectie: Nationalmuseum Zürich.  

De disputatio was een vorm van debat die aan middeleeuwse universiteiten gebruikelijk was. Luther initieerde in 1519 de eerste reformatorische disputatio in Leipzig. Vanaf 1523 vonden er al disputaties plaats in Zürich en later in andere kantons en plaatsen binnen de Oude Zwitserse Confederatie en de toekomstige kantons.

Sinds Luther in 1517 zijn 95 stellingen in Wittenberg had gepubliceerd, was christelijk Europa verdeeld over het juiste geloof en was er sprake van diverse afsplitsingen. Talrijke (burger) oorlogen waren mede het gevolg. Overigens lagen ook economische belangen aan een reformatie ten grondslag. De veelal rijke abdijen en andere katholieke instellingen waren felbegeerde trofeeën voor de machthebbers in een gebied.

De Disputatio werd door de Tagsatzung van de Eidgenossenschaft bijeengeroepen, zoals hier 1531. Collectie: Stadtarchiv Baden/Historisches Museum Baden

De disputatio 

De Disputatio was in Zwitserland een veelgebruikt model tijdens de Reformatie. Het leidde mede tot relatief weinig gewapende conflicten (1529/1531 en 1656/1712) met de Sonderbundsoorlog (1847) als constitutioneel-religieus conflict.

Het Simultaneum, de splitsing van kantons na een referendum of een relatief tolerante houding in diverse kantons (afgezien van calvinistische kantons) lagen aan deze ontwikkeling ten grondslag. Het Zwitserse compromismodel met betrokkenheid van burgers en bestuurders werkte toen al. Het was een vorm van (elitaire) directe democratie die verre van perfect was, maar toen al uniek in Europa.

Genève, 25 september 2022, een facultatief referendum

Directe democratie

Directe democratie betekent veel meer dan een referendum. Het is een proces van communicatie, met betrokkenheid van alle geledingen van de maatschappij, en vooral van burgers en het bedrijfsleven. Daar is bij de EU geen sprake van, laat staan dat de Zwitserse directe democratie bij de EU functioneert. Het is misleiding van de Zwitserse regering (Bundesrat).

Zelfs het Nederlandse parlement heeft vaak geen idee van het wetgevingsproces van de EU, de vele machtige lobbyorganisaties, corruptie en nationale belangen van (grote) landen. En zo ja, dan wordt het te vaak weggestemd door andere leden, of frustreren Europese rechters het beleid (immigratie, euro, visserij, landbouw, pensioenen, sociale zekerheid et cetera). Gevolg: steeds meer rellen en verzet tegen de nationale overheid, steeds minder vertrouwen in de democratie (of wat daar nog van over is in Nederland en haar corruption à la néerlandaise).

Van een disputatio, laat staan van directe democratie, is binnen de EU echter geen sprake. Er is hooguit een dialoog, maar bestuurders, rechters,  ambtenaren en machtige lobbyorganisaties  in Brussel en Luxemburg beslissen.

Conclusie

De tijden zijn ook voor de Zwitserse Confederatie veranderd. Wat echter niet verandert, is wat een gemeenschap verbindt. In Zwitserland zijn dat de subsidiariteit, het federalisme, de decentralisatie en daaraan direct gekoppeld de directe democratie.

Deze EU en haar steeds verder reikende ingrepen in de fiscale, financiële, rechterlijke, economische, constitutionele, sociale en educatieve soevereiniteit zijn incompatibel met het Zwitserse model. Een voorbeeld is onder meer de directe ingreep van de EU in de immigratie. Het beoogde nieuwe verdrag met de EU is niet alleen in directe strijd met de Zwitserse Grondwet, het symboliseert ook de waarde van directe democratie na een referendum (1994 en 2014): nul en generlei.

Duitsland en Nederland zijn ook voorbeelden van massale immigratie en het makkelijk verkrijgen van het burgerschap door immigranten. Het misbruik is enorm, bijvoorbeeld van kindergeld, sociale uitkeringen en gezinshereniging, nog afgezien van andere vormen van criminaliteit, en vormt een grote belasting voor onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en het ontstaan van parallelle samenlevingen.

Een arbeidscontract via familie, vrienden, clans of door het opkopen van verlaten horeca of andere bedrijven is zo geregeld. Het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaalt bovendien wat een arbeidscontract is (enkele uren per week) en niet de Zwitserse rechter of overheid. De Bundesrat geeft ook op dit punt misleidende en onjuiste informatie, wat bij enkele leden ideologisch en uit activisme te verklaren is.

To be or not to be voor de Zwitserse Confederatie. Geef de EU een paar vingers, en binnen een paar jaar wil ze beide handen en de Zwitserse geldpotten.

Hoe lang nog? Het nieuwe EU-verdrag betekent niet alleen het einde van de directe democratie, maar ook dat van de Confoederatio Helvetica. Dit democratische, kosmopolitische, open, economische, monetaire, sociale, wetenschappelijke en innovatieve kroonjuweel in het hart van Europa.

De Alpen en de dichter Albrecht von Haller

Eeuwenlang waren bergen een ´no go area´ voor de stadsmens of dorpelingen die er niets te zoeken hadden. Alleen veeboeren- en handelaren bestegen bergen om hun vee te weiden in de zomer of om vee en hun vlees- en melkproducten te transporteren.

Niemand dacht eraan voor zijn plezier een berg op te gaan. De Hollandse en Vlaamse Meesters uit de Gouden Eeuw introduceerden weliswaar idyllische berglandschappen op het doek, maar slechts weinigen hadden de Alpen bezocht, laat staan beklommen. De Zwitserse schilders volgden dit voorbeeld en niet andersom.

Bellwald. 

De eerste Zwitser die een loflied op de bergen schreef was de arts, bioloog en dichter Albrecht von Haller (1708-1777). Hij studeerde medicijnen in Bern en ging daarna enkele jaren naar Leiden.

Johann Rudolf Huber (1668-1748), Albrecht von Haller, 1735. Foto: File:Albrecht von Haller 1736.jpg – Wikimedia Commons

Daar studeerde hij onder anderen bij Herman Boerhaave (1668-1738). Vervolgens studeerde bij wiskunde in Bazel bij de wiskundige Johann Bernoulli (1667-1748). Bernoulli introduceerde overigens als eerste een statistiek van de effectiviteit van vaccinaties tegen pokken.

Hij werkte vervolgens van 1729-1735 als bibliothecaris in Bern. In zijn dichtbundel ´Versuch Schweizerischer Gedichte´ uit 1729 beschrijft het gedicht ´Die Alpen´ op een lyrische wijze de bergen en zijn bewoners.

Aletschgletscher

Von Haller ging in 1735 aan de slag als hoogleraar Botanica in Göttingen en bezocht regelmatig de Alpen zijn moederland. Hij publiceerde onder andere over de flora in de Alpen.

Van belang is echter dat hij door zijn tochten in de bergen de angst wegnam. Er woonden geen draken, duivels of andere monsters, zoals men aannam in die tijd.

Jean Jacques Rousseau (1712-1768) introduceerde in zijn roman Julie ou La Nouvelle Héloïse uit 1761 ook een positief beeld van de Alpen. Hij presenteerde de bergen en de bewoners als het verloren arcadische paradijs.

Vlak voor de Franse Revolutie ontstaat de eerste Alpen-hype in Zwitserland, althans onder wetenschappers en kunstenaars. Ook de betere burgerij begon zich te interesseren voor wandelingen in de bergen.

De Matterhorn. 

De onderzoeker-theoloog Jakob Samuel Wyttenbach (1748-1830) uit Bern, de schilder Caspar Wolf (1735-1783) uit Muri en de Duitse schrijver Wolfgang von Goethe (1749-1832)  inspireerden met hun enthousiasme over de Alpen het publiek.

Het duurde daarna tot het begin van de negentiende eeuw voordat de grote doorbraak kwam, mede door schilders zoals de Engelsman William Turner (1775-1851) die na 1802 met tussenpozen de Zwitserse Alpen bezocht en schilderde.

Het waren echter niet de Zwitsers die de bergen ´salonfähig´ maakten, maar de Engelsen, zoals de Meesters uit de Lage Landen twee eeuwen daarvoor de Alpen als onderwerp voor de kunst in Zwitserland hadden geïntroduceerd.

Jan Haeckert (1628-1690), c. 1670. Collectie Rijksmuseum Amsterdam. Haeckert was een van de eerste kunstenaars die ter plekke aanwezig was en schilderde.

Het verhaal van de opkomst van boerendorpen tot mondaine toeristenoorden na 1850 in de Zwitserse Alpen is bekend. Wie in de winter de sneeuwschoenen aantrekt om een van de vele wandelingen in de besneeuwde Alpen te maken, kan wellicht eventjes stilstaan bij het schrikbeeld van de bergen tot 1800.

Tegenwoordig is geen enkele bergtocht, skiën , langlaufen of sneeuwwandelen, zonder (lawine) gevaar, maar draken en andere monsters wonen er zeker niet, al heeft de wolf recent zijn opwachting (weer) gemaakt.

Albert von Haller is voor zijn botanische onderzoek waarschijnlijk nooit in de winter de bergen opgegaan, maar hij is wel een van de wegbereiders voor een andere perceptie van de Alpen.

Scuol, Motta Naluns. 

Voor een tocht door de sneeuw loont het de moeite eens stil te staan bij de eerste dichterlijk perceptie van de Alpen  uit 1729 in een toen nog onbekend en zeker niet toeristisch landschap. Het gedicht telt 41 versen. De versen 12 tot 14 van Die Alpen luiden:

Hat nun die müde Welt sich in den Frost begraben,

Der Berge Thäler Eis, die Spitzen Schnee bedeckt,

Ruht das erschöpfte Feld nun aus für neue Gaben,

Weil ein krystallner Damm der Flüsse Lauf versteckt,

Dann zieht sich auch der Hirt in die beschneiten Hütten,

Wo fetter Fichten Dampf die dürren Balken schwärzt;

Hier zahlt die süße Ruh die Müh, die er erlitten,

Der Sorgen-lose Tag wird freudig durchgescherzt,

Und wenn die Nachbarn sich zu seinem Herde setzen,

So weiß ihr klug Gespräch auch Weise zu ergötzen.

 

Dann hier, wo Gotthards Haupt die Wolken übersteiget

Und der erhabnern Welt die Sonne näher scheint,

Hat, was die Erde sonst an Seltenheit gezeuget,

Die spielende Natur in wenig Lands vereint;

Wahr ists, daß Lybien uns noch mehr neues giebet

Und jeden Tag sein Sand ein frisches Unthier sieht;

Allein der Himmel hat dies Land noch mehr geliebet,

Wo nichts, was nöthig, fehlt und nur, was nutzet, blüht;

Der Berge wachsend Eis, der Felsen steile Wände

Sind selbst zum Nutzen da und tränken das Gelände.

 

Wenn Titans erster Strahl der Gipfel Schnee vergüldet

Und sein verklärter Blick die Nebel unterdrückt,

So wird, was die Natur am prächtigsten gebildet,

Mit immer neuer Lust von einem Berg erblickt;

Durch den zerfahrnen Dunst von einer dünnen Wolke

Eröffnet sich zugleich der Schauplatz einer Welt,

Ein weiter Aufenthalt von mehr als einem Volke

Zeigt alles auf einmal, was sein Bezirk enthält;

Ein sanfter Schwindel schließt die allzuschwachen Augen,

Die den zu breiten Kreis nicht durchzustrahlen taugen.

(Bron: Albrecht von Haller, Versuch Schweizerischer Gedichte, Berliner Ausgabe 2013)

Meiertal

Ardez

Het Greina-Plateau (Kanton Graubünden)

En de oude Säumerweg

Zwitserse steun voor partizanen in het Ossola-gebied 1943-1945

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog kwamen de gevechten steeds dichter bij de grenzen van Zwitserland en overschreden deze soms zelfs. Dit was vooral merkbaar in de regio rond het stadje Domodossola (Italië).

Daar ontstond in het najaar van 1944 kortstondig een vrije partizanenrepubliek, die intensieve contacten onderhield met Zwitserland. Hoewel het slechts enkele kilometers van de grens verwijderd is, is dit verhaal in Duitstalig en Franstalig Zwitserland vrijwel onbekend, laat staan in andere landen. Het boek vult deze leemte op en belicht een vaak vergeten hoofdstuk uit de Tweede Wereldoorlog.

Het ontrafelt het complexe web van relaties tussen Italiaanse partizanen, Duitse en fascistische bezetters en Zwitserse autoriteiten en burgers in de jaren 1943 tot 1945.

Het Duitstalige boek levert een bijdrage aan een actueel debat. De Zwitserse federale regering buigt zich namelijk over Zwitsers die de Franse Résistance, de Italiaanse Resistenza of andere geallieerde legers en organisaties hebben gesteund of in hun gelederen hebben gevochten. Daaronder viel ook de hulp van autoriteiten en burgers in het kanton Tessin aan de partizanen in het Ossola-gebied.

Raphael Rues, Andrej Abplanalp, Kampfzone Ossola. Der Widerstand an der Schweizer Südgrenze 1943-1945, Zürich 2026