De democratische en institutionele Verelendung van de Zwitserse Confederatie
22 mei 2026
Wat opvalt aan de huidige Zwitserse discussie over het „10-miljoenen-initiatief“ is het gebrek aan inhoud in het standpunt van de tegenstanders. Paniekzaaierij, angst voor de EU en EU-sancties, Trump of de EU, Schwexit (zonder lid te zijn van de EU), de dreigende sluiting van ziekenhuizen, een onmiddellijke immigratiestop voor werknemers en zelfs een absurde vergelijking met Japan worden niet geschuwd. Deze gevolgen, vergelijkingen en vragen staan echter niet ter discussie.
Het gaat om noodzakelijke sturing van arbeidsmigratie en andere vormen van immigratie. In Nederland zijn rellen in dit verband aan de orde van de dag. Steeds meer burgers zijn het zat, zie ook Duitsland, Groot-Brittannië, België, Zweden of Frankrijk; alleen is er daar geen directe democratie.
De discussie
Demagogie van activisten (tot in de hoogste politieke kringen, inclusief leden van de Bondsraad en het parlement), het zwartmaken van de initiatiefnemers of politiek correct populisme zijn funest voor de directe democratie en de samenleving. Niet de inhoud van dit initiatief lijkt het onderwerp van de discussie te zijn, maar de initiatiefneemster wordt aan de schandpaal genageld.
Zij is echter een seismograaf van de samenleving. Democratie betekent macht (kratos) van het volk (demos). Schaf anders de directe democratie en de meerderheid van de kantons af. Dat zou het politieke leven aanzienlijk vereenvoudigen.
De Confoederatio Helvetica (CH) zou dan echter al snel veranderen in Zwitserland (SCH, SCHweiz), een normaal, sociaal, cultureel-linguïstisch en politiek verdeeld Europees land in het midden van Europa. Het Zwitserse systeem van directe democratie is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen wordt nu ondermijnd.
De EU en Zwitserland
En dat is noch een compliment, noch een goed vooruitzicht. De EU is het democratische, economische, monetaire en politieke probleem met hoge schulden, en niet Zwitserland. Zwitserland moet zich democratisch, economisch, monetair en politiek niet europeaniseren, de EU moet zich daarentegen verzwitseren,
De Europese Unie heeft sinds haar oprichting in 1957 een positieve economische en coöperatieve rol gespeeld in West-Europa. Deze Unie is in de eerste plaats een economisch project. Het is ook een project van noodzakelijke Europese samenwerking, maar (financieel-militair) bijna volledig afhankelijk van de VS.
Sinds de megalomane ambities in verband met de invoering van de euro, het buitenlands beleid, de steeds verdergaande centralisatie, de bureaucratisering, de democratische ontmachtiging van de burgers en de regelzucht is het echter steeds verder uit de hand gelopen. Bovendien is deze organisatie, met haar wildgroei aan ambities, wensdenken, instituten, budgetten en ad absurdum gepriviligieerde bureaucratie en politici, niet te hervormen.
De EU heeft vanaf het begin een positieve rol gespeeld als bindende factor en als symbool. Ze heeft echter de vrede in West-Europa van 1945-1989 niet bewaard, en vandaag de dag evenmin in heel Europa. Duitsland was na 1945 platgebombardeerd en volwassen geworden na de (te) snelle opkomst (1871–1914), en Frankrijk maakte niet dezelfde fout als in 1919 (Versailles).
Bij de eerste inzet van de EU, aanvankelijk zonder de VS (1991–1999 tijdens de Balkanoorlogen), ging het al vreselijk mis, en daarna is het er niet beter op geworden: verdeeldheid over mondiale kwesties, verkeerde beslissingen (Afrika, Iran, Nord Stream, zelfs na de eerste invasie van Oekraïne in 2014) of flagrant wanbeleid (bijvoorbeeld bij de absurde milieu- en klimaatdoelstellingen).
En waarom houdt de Raad van Europa zich bijvoorbeeld niet bezig met Erasmus en Horizon voor alle Europese landen, zoals voorheen het geval was? De EU kent zichzelf steeds meer bevoegdheden toe, vaak in strijd met de Europese Verdragen (het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet dit in strijd met zijn wettelijke taak te vaak door de vingers).
Conclusie
Als er vandaag de dag een nieuwe natie ontstaat, denkt men er niet meer aan om een monarchie te stichten (afgezien van een Zwitserse excentriekeling). Evenmin hoeft Zwitserland in de 21e eeuw tot de EU toe te treden (wat feitelijk en constitutioneel het geval is met het nieuwe institutionele verdrag). Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden die aan de EU zijn overgedragen (zoals in het nieuwe beoogde verdrag) betekenen niet het einde van het proces. Integendeel, het is het begin. De EU zal zich steeds meer bevoegdheden toe-eigenen en steeds hogere financiële eisen stellen. Dat is inherent aan haar functioneren, centralistische opzet en bureaucratie.
Nederland en de andere oprichters zijn na het trauma van de eerste helft van de 20e eeuw uiteraard tot de EU toegetreden. Deze grondleggers bevinden zich vandaag echter in een moeilijke democratische, sociale en politieke situatie, wat ook aan de EU te wijten is. De huidige EU vormt een acute bedreiging voor nationale instituties en voor het vertrouwen van burgers in het politieke systeem.
Het nieuwe migratiepact van de EU zal ook weinig tot niets veranderen aan het beheersen van de immigratie. En hoezo samen in Europa? Veel landen van de EU houden zich (te) weinig aan Europese verdragen, ook inzake immigratie, nog afgezien van wijdverbreide corruptie, protectionisme, staatsschulden, de euro of staatssteun.
Spanje heeft onlangs bijvoorbeeld 10 miljard euro geroofd uit het ‘Coronafonds’ om de pensioenen te financieren, Frankrijk verlaagt de pensioenleeftijd weer naar 62 jaar (gefinancierd door de Europese Centrale Bank).
Moge er echter ten minste nog één Helvetische enclave en oase in Europa blijven bestaan, al was het maar als een democratisch, innovatief, decentraal, ondernemend, wetenschappelijk, inspirerend en uniek voorbeeld. Dat is niet de makkelijkste weg, maar op de lange termijn loont het zich. To be or not to be, that is the question.
