De Nachhaltigkeitsinitiative in perspectief van de Zwitserse direkte demokratie
16 juni 2026
Terwijl in Nederland volgens de meest recente peilingen maar liefst 76 % van de burgers een beperking van het aantal arbeidsmigranten, asielzoekers en economische vluchtelingen wenst, heeft 55 % van de kiesgerechtigden in Zwitserland op 14 juni een bovengrens van 10 miljoen inwoners afgewezen.
Nachhaltigkeitsinitiative, 14 juni 2026
Het kleine Zwitserland, waarvan ongeveer 30 % onbewoonbaar is, is het snelst groeiende land van Europa en vangt zowel in absolute als in relatieve termen veel arbeidsmigranten en vluchtelingen op. Sinds het jaar 2000 is de bevolking met meer dan 2 miljoen gegroeid, van 7,1 miljoen tot meer dan 9,1 miljoen in 2026. De netto-bevolkingsgroei bedraagt jaarlijks meer dan 100.000 inwoners.
De lage werkloosheid, de van oudsher innovatieve economie en hoogwaardige industrie, de beste universiteiten van Europa, het uitstekende beroepsonderwijs, de levenskwaliteit, de goede infrastructuur en het gezondheidszorgstelsel werken als een magneet.
Dagelijks werken meer dan 400.000 grensarbeiders uit Frankrijk, Duitsland en Italië in het land; 2 miljoen buitenlanders wonen en werken er permanent. Hoezo is Zwitserland een profiteur? De EU en vele burgers daarbuiten profiteren al eeuwenlang van Zwitserland, dat kan terugkijken op een succesvolle economische, constitutionele, wetenschappelijke, kosmopolitische en reislustige geschiedenis.
De druk op de infrastructuur, de woningmarkt, de gezondheidszorg, het onderwijs en de integratie is echter te groot geworden. Onbetaalbare en schaarse woonruimte, overvolle straten en openbaar vervoer, een onderwijssysteem dat in feite niet meer functioneert als gevolg van gebrekkige integratie, en een toename van zware criminaliteit. Parallelle samenlevingen, een afnemend gevoel van veiligheid (dat vroeger vanzelfsprekend was) en een gezondheidszorgsysteem dat tegen zijn grenzen aanloopt zijn de realiteit.
Feiten die ook in Nederland en andere EU-landen bekend zijn. Een kwantitatieve beperking tot 10 miljoen is wellicht noch geschikt, noch praktisch uitvoerbaar, maar de boodschap is duidelijk. In de Zwitserse context lijkt het feit dat meer dan 55% tegen dit voorstel is weliswaar overtuigend, maar het resultaat vraagt om een genuanceerde kijk.
Het publieke debat
Allereerst kwam het initiatief slechts van één enkele politieke partij (SVP), die ongeveer 30 % van de burgers vertegenwoordigt. Het gehele establishment (radio, televisie, (sociale) media, universiteiten, de regering, andere politieke partijen, vakbonden, werkgevers, talrijke vluchtelingenorganisaties en andere ngo’s, enz.) was tegen het initiatief. Ook het budget spreekt boekdelen: ongeveer 1,5 miljoen tegenover zo’n 9 miljoen voor de tegenstanders.
Gevoelens van schaamte (het ‘xenofobe’ en ‘geïsoleerde’ beeld van Zwitserland, afsluiting, de ‘extreemrechtse’ SVP), angst voor de voorspelde ‘chaos’ en voor EU-sancties waren de belangrijkste drijfveren van de tegenstanders. Er was geen analyse van de bevolkingsgroei en van het (ontbrekende) overheidsbeleid. De facto ging het om een campagne tegen de SVP. Het was eerder directe demagogie dan directe democratie – tot op het hoogste politieke niveau en in de media.
Bij partijen als de Socialistische Partij (een partij van de oude stempel) en de Groenen is dit weinig verrassend. Ze hebben de Socialistische Internationale vervangen door de Europese Federale.
Ze zijn zoals ze zijn, en dat is legitiem – op zoek naar nieuwe kiezers (onder andere 16-jarigen, snelle naturalisatie van migranten, democratische kwantiteit in plaats van kwaliteit, zoals in de goede oude tijd van het internationale socialisme) buiten de bubbel van stedelijke „hoogopgeleiden“ en studenten. Dat mondt vaak uit in populisme en intolerantie, die ook aan de linkerkant van het politieke spectrum bestaan en daarbij misschien nog gevaarlijker zijn dan rechtsextremisme, mede door de band met het islamisme.
De federale regering en de minister van Justitie
Het publieke optreden van de nationale minister van Justitie, Beat Jans (SP), is echter in strijd met de wet en de Grondwet. Deze (voormalige) activist heeft de officieel (grond) wettelijk erkende benaming Nachhaltigkeitsinitiative (duurzaamheidsinitiatief) omgedoopt tot „Chaosinitiative“. Dit is vervolgens overgenomen door andere tegenstanders van dit volksinitiatief.
Maar daar bleef het niet bij. Hij speculeerde en verspreidde onwaarheden over de gevolgen (onder andere dat ziekenhuizen bij aanname onmiddellijk zouden moeten sluiten, dat het om een „Brexit“ zou gaan, dat de AOW-leeftijd zou moeten stijgen, dat ouderen geen zorg meer zouden krijgen en dat de economie zou instorten door een tekort aan arbeidskrachten). In plaats van het land als minister van Justitie te leiden, voerde hij als lid van de nationale regering een persoonlijke campagne.
Nachhaltigkeitsinitiative
Het initiatief was erop gericht om bij het bereiken van 9,5 miljoen inwoners concrete maatregelen te nemen, een plan voor arbeidsmigratie te ontwikkelen, afgewezen en criminele asielzoekers uit te zetten en gezinshereniging te beperken. Of dit zou werken, is onbekend, maar het is in ieder geval een signaal aan een passieve of falende regering en politiek. In andere landen is de stemming vergelijkbaar, maar daar is geen directe democratie.
Opmerkelijk is dat leden van de SVP ook de moed hadden om, ongeacht de uitslag van de stemming, te wijzen op de noodzaak van een verhoging van de AHV-pensioenleeftijd (momenteel 65 jaar).
De andere partijen en de regering verwierpen dit echter, dreigden tegelijkertijd de ‘ja’-stemmers met een verhoging en suggereerden dat er bij een ‘nee’ geen verhoging zou komen. Over populisme gesproken. De media namen dit kritiekloos over. In geen enkel land – zelfs niet in Nederland, waar de pensioengerechtigde leeftijd 67 jaar bedraagt (en de tendens is stijgend) – wordt een verband gelegd met migratie. Migranten worden namelijk ook steeds ouder. Dit illustreert de stemmingsmakerij – ditmaal niet van rechts, maar van links, inclusief richtingloze burgerlijke partijen (een parallel met Nederland).
Zwitserland en de Europese Unie
Het initiatief heeft echter nog een andere dimensie: de door de regering voorgelegde overeenkomst „Bilaterale III“ met de EU. De overeenkomst omvat een verstrekkende overdracht van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden aan de EU. Bovendien zal deze overeenkomst leiden tot aanzienlijk meer immigratie uit (toekomstige) EU-lidstaten.
Deze migranten krijgen na vijf jaar automatisch een permanente verblijfsvergunning, inclusief gezinshereniging – wat in strijd is met de Zwitserse grondwet (art. 121) en de huidige praktijk. Hoewel vestiging in Zwitserland gekoppeld is aan een arbeidscontract of de status van zelfstandige, beschouwt het Europees Hof van Justitie al een klein aantal werkuren per week als voldoende. En recht op sociale bijstand al na enkele maanden.
Gezien het feit dat miljoenen migranten in omringende landen – met name in Duitsland – relatief gemakkelijk een EU-paspoort hebben gekregen en dat familie- en clanstructuren vaak de overhand hebben, is het in Zwitserland makkelijk om een arbeidscontract bij een bevriend (dubieus) bedrijf te vinden.
Directe democratie is verleden tijd
Bovendien verwordt de (directe) democratie tot een farce – zoals het Nederlandse voorbeeld op het gebied van het EU-recht laat zien. Het Nederlandse parlement wordt systematisch niet, te laat of onvolledig geïnformeerd over EU-wetgeving, de EU houdt zich soms niet aan wettelijke voorschriften of het land wordt regelmatig overstemd (euro, klimaat, migratie, bouwbeleid, visserij, begroting, hervormingen enz.). Directe democratie bestaat niet, er zijn alleen verkiezingen om de vier jaar en Europese onderwerpen spelen nooit een rol van betekenis, ook niet bij de Europese verkiezingen. Over de EU hebben de burgers maar één keer iets te zeggen gehad (in 2005, 62% tegen verdere integratie).
De burgers in Zwitserland kunnen nu al nauwelijks het grote aantal referenda op gemeentelijk, kantonaal en federaal niveau aan, laat staan dat ze over honderden gecompliceerde EU-wetten zouden kunnen beslissen of referenda zouden kunnen organiseren. Bovendien kan de EU Zwitserse burgers bij een referendum over EU-wetgeving zelfs sancties opleggen, mocht deze worden verworpen. Nederland heeft bovendien slechts ongeveer 3 % invloed op beslissingen (en de regering wordt zeer vaak overstemd); Zwitserland zou mee kunnen praten (ongeveer 2 % invloed), maar daarvoor bestaan al genoeg andere mogelijkheden.
De overeenkomst negeert bovendien op flagrante wijze artikel 2 van de Grondwet: Art. 2: Zwitserland beschermt de rechten van het volk en waarborgt de onafhankelijkheid van het land.
De directe democratie is misschien wel het belangrijkste recht van het volk, maar deze wordt in de praktijk ondermijnd, en de onafhankelijkheid verandert in afhankelijkheid van Brussel.
Meerderheid van de kantons
Het meest problematisch is echter de schending van de Zwitserse grondwet met betrekking tot het Ständemehr (de meerderheid van de kantons, art. 140 Grondwet). Het volk en de kantons zijn de stichters van Zwitserland. Aangezien veel vertegenwoordigers van de politieke partijen wantrouwend staan tegenover de federale structuur en het volk, negeren zij dit grondwettelijke beginsel.
Art. 1: Het Zwitserse volk en de kantons vormen de Zwitserse Confederatie.
Art. 3: De kantons zijn soeverein, voor zover hun soevereiniteit niet door de federale grondwet wordt beperkt; zij oefenen alle rechten uit die niet aan de bondsstaat zijn overgedragen.
Tegenstanders van het Standemehr stellen dat Zwitserland niet toetreedt tot de EU – hoewel het door de overdracht van institutionele bevoegdheden wel deel uitmaakt van de EU. Bovendien ondermijnen zij met deze overdracht aan de EU de soevereiniteit van de kantons. Dit is ook het begin van een dynamisch proces, niet het einde.
Deze redenering doet denken aan dogmatische juristen uit de 19e eeuw („de Wet is de wet“), terwijl sinds vele generaties doel en bedoeling van de wetgever veelal de doorslag geven. Met andere woorden, 19e-eeuwse dogmatiek om een politiek doel in de 21e eeuw te bereiken.
Bovendien bestaat er volstrekt geen duidelijkheid over de vele huidige en toekomstige bevoegdheden van de Europese Unie die in het gedecentraliseerde Zwitserland nog steeds onder de soevereiniteit van de kantons vallen (bijvoorbeeld belastingheffing, milieubeleid of het staatsbedrijf Salinas, dat eigendom is van de 26 kantons).
Kortom, elke inbreuk door de Europese Unie moet worden onderworpen aan een verplicht referendum om deze overdracht een grondwettelijke basis te geven. In feite heeft de Bondsraad geen idee van de huidige en toekomstige bevoegdheden van de EU ten opzichte van de kantons.
Bij institutionele bevoegdheidsoverdrachten aan internationale organisaties, bij beperkingen van de soevereiniteit van de kantons en bij grondwetswijzigingen is de meerderheid van de kantons vereist. Aan deze voorwaarden is voldaan. Andere standpunten zijn opportunistisch-politiek van aard.
Het doet ook denken aan Nederland: sinds 1815 heeft er in dit centralistisch bestuurde land geen nationaal referendum plaatsgevonden, ook niet met betrekking tot de EU. In 2005 was het zover en 62% wilde geen verdere EU-integratie. Het referendum werd vervolgens niet alleen genegeerd, maar meteen weer afgeschaft. Het volk is immers te dom. Tegenwoordig heeft nog maar 4% vertrouwen in de politiek en zijn rellen en ongeregeldheden aan de orde van de dag. Het negeren van de meerderheid van de kantons is iets soortgelijks.
Conclusie
Dit duurzaamheidsinitiatief – ongeacht of het haalbaar is – is uitgegroeid tot een kruistocht tegen de SVP en de vox populi. In werkelijkheid voelen veel meer mensen dan de 45 % ‘ja’-stemmers zich ongemakkelijk bij de bevolkingsgroei en het ontstaan van parallelle samenlevingen. Het signaal van deze 45 % is ondubbelzinnig.
Afgezien van het activistische verleden en het huidige gedrag van de minister van Justitie verklaart dit ook de toon met betrekking tot het komende referendum over de „Bilaterale III“ (naar verwachting in 2028) – een houding die een regeringslid onwaardig is en zelfs in strijd is met de wet en de Grondwet. De EU en een internationale carrière lijken zijn ambities te zijn, niet de Zwitserse Grondwet, de belangen van Zwitserland of de zorgen van het volk.
“….dass der Bundesrat durch das Kollegialprinzip dazu gezwungen wird, gefällte Entscheide als Gremium zu kommunizieren und persönliche Meinungen zurückzuhalten. Eine schweizerische Besonderheit besteht in der Aufgabe des Bundesrates, die Stimmberechtigten über die Vorlagen bei Volksabstimmungen zu informieren. Im Ergebnis zeichnet sich die Argumentation der Regierung dadurch aus, dass sie eher informativ, pragmatisch, sachlich, deeskalierend und kaum konfrontativ ist. Der Bundesrat muss sich bei seinen Informationsaktivitäten vor Abstimmungen insbesondere an die Grundsätze der Sachlichkeit, der Transparenz und der Verhältnismässigkeit halten. Es ist ihm untersagt, einseitige Propaganda für eine Vorlage zu betreiben. Eine Verletzung der Abstimmungsfreiheit durch die bundesrätlichen Erläuterungen aufgrund der Unterdrückung wichtiger Sachverhalte und der Weitergabe irreführender Informationen kommt vor. So wurde eine solche Verletzung vom Bundesgericht festgestellt. Das Bundesgericht folgerte daraus, dass die falschen und intransparenten Informationen des Bundesrates eine schwerwiegende Verletzung der Abstimmungsfreiheit der Stimmbürgerinnen und Stimmbürger darstellen würden (BGE 1C_315/2018)“. (Quelle: A. Vatter, Der Bundesrat, Zürich 2020).
