Twee dorpen, twee kantons, bisdom Basel, Angenstein en SAC

Op 14 maart 1194 droeg paus Celestinus III (1106-1198) aan het klooster Beinwil een aantal bezittingen over, waaronder het voor het eerst genoemde dorp Büren. Twee jaar later, op 1 februari 1196, verkocht hij bovendien aan het bisdom Basel een aantal boerderijen en landgoederen in Büren.

Büren is een veelvoorkomende plaatsnaam in Zwitserland en Duitsland en zelfs in Nederland is er het stadje Buren! In Zwitserland zijn er 7 plaatsen met deze naam. Ook in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen is er een dorp met de naam Büren. De voormalige koninginnen Juliana (1909-2004) en Beatrix (1938) gebruikten soms de naam gravin van Buren om anoniem te blijven, net als de huidige koning Willem-Alexander (1967) soms de naam W. A. van Buren gebruikt (bijvoorbeeld bij de Elfstedentocht in 1986).

     

Korte historie van Büren in kanton Solothurn

Büren in kanton Solothurn was tot 1196 bezit van de graven van Pfirt (Ferrette in de Elzas) en kwam vervolgens deels in handen van het bisdom Basel en deels uiteindelijk in handen van Habsburg. In 1502 verwierf Solothurn de helft van de heerlijkheid van het dorp, nadat Habsburg sinds de Slag bij Dornach in 1499 feitelijk het eigendom had verloren. In 1522 kwam verwierf Solothurn het bisschoppelijke deel van het dorp samen met de heerlijkheid Thierstein. Het middeleeuwse kasteel Sternenfels was toen al  in verval geraakt.

Kasteel Angenstein in Duggingen

In Duggingen (kanton Basel-Landschaft), staat kasteel Angenstein. Het kasteel dateert uit de 13e eeuw. Het werd gebouwd door de graven van Pfirt  of de Heren van Münch uit Münchenstein (kanton Basel-Landschaft). Dit geslacht was gedurende een periode hofleverancier van de bisschoppen van het bisdom Bazel.

Het kasteel is meerdere malen verwoest door aardbevingen – waaronder de aardbeving van Bazel in 1356 – en door branden, maar is telkens weer herbouwd. Tegenwoordig is het in particulier bezit.

Vanwege zijn strategische ligging aan de toegang tot het Laufental en aan de Birs diende het tijdens de twee wereldoorlogen (1914–1918 en 1939–1945) als een belangrijke militaire basis. Hieraan herinneren ook verschillende zogenaamde „Toblerone“-tankversperringen in de nabije omgeving.

Sektion Basel en Sektion Angenstein van de SAC

Kasteel Angenstein heeft ook voor de Sektion Basel van de SAC een bijzondere betekenis. Zoals bekend richtten leden van de Sectie Basel op 17 april 1863 de eerste sectie van de SAC op. De Zwitserse Alpenclub zelf is enkele dagen later, op 21 april 1863, opgericht. In 1932 richtten leden van de sectie Bazel de sectie Angenstein op, die nog steeds onder deze naam bestaat en ongeveer 1.300 leden telt.

Conclusie

Binnen een straal van enkele kilometers bieden geschiedenis, cultuur en natuur een veelzijdig en interessant beeld van de regio. Daarbij zijn verschillende bezienswaardige dorpen en plaatsen in de nabije omgeving nog niet meegenomen, waaronder Seewen met zijn museum, evenals Hochwald en Gempen.

Kanton Basel-Landschaft in 1833 en de SAC in 1863

Bad Bubendorf (kanton Basel-Landschaft) is de plaats waar op 18 oktober 1830 de beweging vorm kreeg die in 1833 leidde tot de afscheiding van het kanton Basel. In Bad Bubensdorf, een gehucht en kuuroord in de buurt van Bubendorf, vonden in 1830 de eerste bijeenkomsten plaats die in 1833 leidden tot de onafhankelijkheid van Basel-Landschaft, hoewel juist het dorp Bubendorf tot het laatst toe trouw bleef aan Bazel. De afscheiding van Bazel vond plaats in 1833, waarna de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft ontstonden.

Kasteel en landgoed Wildenstein

Het eeuwenoude kasteel en landgoed Wildenstein (gebouwd in de 13e eeuw) ligt ongeveer 1 kilometer verder naar het zuiden, richting Oberdorf. Het is een van de laatste natuurgebieden in Zwitserland met een middeleeuws cultuurlandschap.

Ook de uitstraling van het kasteel, de (Engelse) tuinen, bronnen en boerderijen weerspiegelen eeuwen van cultuurgeschiedenis. Het landgoed staat vooral bekend om zijn eikenbos (Eichenhain) en het weidebos (Witwald). De oudste eiken dateren uit de 15e eeuw (rond 1490)!

Eichenhain en het Witwald

De belangrijkste bewoner van het Eichenhain en het Witwald was eeuwenlang het zwijn. Zwijnen waren toen ook al dol op eikels en aten zich daarmee vet om tussendoor in het Witwald uit te rusten. Het eikenbos is geen dicht bos, maar bestaat uit eiken die op open terrein (het Witwald) staan.

De waarde van zo’n eikenweidegebied werd daarom uitgedrukt in het aantal varkens (varkenseenheid of Schweineeinheit) dat het kon herbergen. Eikenhout was bovendien goed bouwmateriaal. In de 18e eeuw veranderde het agrarische gebruik en ging men over op de groenteteelt. De Eichenrain en het Witwald in Wildenstein bleven echter behouden en vormen vandaag de dag een natuurpark.

De waterval Giessen

Nog verder naar het zuiden strekt zich een ander natuurlandschap uit. Een bos (Auenwald) met esdoorns, essen, elzen en populieren. De waterval Giessen en de kegel of stalagmiet onderaan de waterval  zijn afzettingen van het kalkrijke water.

Nomen est omen in het Auenwald

Het volume van de bekende waterval is echter veranderd. Niet zo lang geleden was de waterval in de kloof nog een echte waterval. Tegenwoordig is er nog slechts een klein verval.

Van Onoldswil tot Oberdorf

Van Oberdorf (kanton Basel-Landschaft) naar Bad Bubendorf is het slechts ongeveer 13 kilometer. Maar zelfs deze korte afstand biedt een kijkje in de geschiedenis, cultuur en natuur – niet alleen van Zwitserland, maar ook van de Zwitserse Alpenclub (SAC).

Na het vertrek van de Romeinen in de 5e eeuw behoorde Oberdorf bijna 100 jaar tot het eerste koninkrijk Bourgondië (446–534). Daarna vestigden de Alemannen zich in deze regio. Verschillende graven en kunstwerken uit die tijd herinneren hieraan.

Oberdorf en Niederdorf vormden lange tijd samen een gemeente met de naam Onoldswil. In 1295 is het dorp echter door een lawine verwoest. De wederopbouw leidde tot de vorming van de huidige dorpen Oberdorf en Niederdorf . De naam Oberdorf wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1305, toen het dorp samen met Lommiswil nog één parochie vormde.

De eerste kerk in Oberdorf dateert uit de 8e eeuw. Eeuwenlang behoorde Oberdorf tot het St.-Ursen-klooster, dat in 1874 is opgeheven.De verwoesting van de kerk van Lommiswil door de Gugler (huurlingen uit Frankrijk tijdens de Engels-Franse oorlog) in 1375 luidde voor Oberdorf een nieuw tijdperk in. In 1420 is in Oberdorf een nieuwe, aan Maria gewijde kerk gebouwd. Deze kerk is in 1490 en in de daaropvolgende eeuwen meerdere keren gerenoveerd.

Ueli Schad (geëxecuteerd in 1653), afbeelding uit 1653. Beeld: Wikipedia, Collectie: Historisch Museum Basel

Tijdens de Zwitserse Boerenoorlog van 1653 speelde Oberdorf een belangrijke rol. Een van de leiders van de boeren, Ueli Schad, kwam uit het dorp. De afloop van de opstand is bekend, maar Oberdorf herstelde zich ervan. In de 18e en 19e eeuw ontwikkelde het zich zelfs tot een van de belangrijkste centra van de zijdenbandweverij. Daarnaast ontstonden er fabrieken voor de horlogerie-industrie en technische apparatuur.

Tegenwoordig is Oberdorf vooral een mooi en rustig dorp aan de voet van de Obere Hauenstein, waarvan de pasweg de kantons Solothurn en Basel-Landschaft met elkaar verbindt.

Jaarfeest van de Sektion Basel van de SAC

De afdeling Bazel van de SAC organiseert elk jaar een jaarfeest (Jahresfest) voor haar ongeveer 4.000 leden. Dit jaar vond het evenement plaats in Grosstannen bij Bubendorf.

 

Ook dit jaar waren er weer talrijke jubilarissen, waaronder zelfs enkele met een lidmaatschap van 65 jaar! Niet alleen jubilarissen en veel leden waren aanwezig, maar ook een wandelgids en haar jodelkoor, het Frauen-Jodel-Chörli Basel!

Overigens vond de oprichting van deze afdeling enkele dagen eerder plaats dan die van de landelijke SAC. De oprichting van de SAC Basel vond plaats op 17 april 1863 in Café Spitz in Basel. Op 21 april van datzelfde jaar richtten 14 oprichters samen met 21 andere Zwitsers in Olten de federale SAC/SAC op. De afdeling Basel is dus enkele dagen ouder dan de SAC.

Aanvankelijk vonden de bijeenkomsten om de 14 dagen plaats, later maandelijks in Café Spitz, Café du Théâtre, Schützenhaus, Hotel Drei Könige (Les Trois Rois), in de Lesegesellschaft en vanaf 1950 onregelmatiger op andere locaties. De lezingen die destijds werden gehouden, zijn gedeeltelijk met de hand vastgelegd in 12 boeken getiteld ‘Berg- en gletsjertochten van de sectie Bazel van de SAC’ (1863–1903).

Het Jurapark Aargau, de Staffeleg, het Fricktal en het Schenkenbergtal

De landschappen in Zwitserland hebben zich in de loop van honderden miljoenen jaren gevormd. Het gebied omvat drie grote landschappen: de Alpen, het Mittelland en de Jura. Deze regio’s zijn in hun ontstaansgeschiedenis nauw met elkaar verbonden. Als gevolg van plaatbewegingen in de aardkorst zijn er steeds weer zeeën en gebergten ontstaan en verdwenen. Ook de Alpen hadden voorgangers.

De Alpen en de Juraketen zijn ontstaan door dezelfde processen in de aardkorst, terwijl het Mittelland daartussenin het voormalige verzamelbekken vormde voor afgezette gesteenten tijdens het ontstaan van de Alpen, 64 miljoen jaar geleden.

De Jura

Samen met de veranderingen in het weer en het klimaat hebben de bewegingen van de aardkorst ook het landschap van de Jura gevormd, gekenmerkt en steeds weer opnieuw vormgegeven.

De Jura is geologisch gezien het oudere gebergte (ongeveer 200 – 145 miljoen jaar geleden ontstaan). Toen het Mittelland 2 miljoen jaar geleden door een nieuwe aardkorstbeweging naar het noorden werd verschoven, stonden het Zwarte Woud en de Vogezen deze beweging in de weg.

De afzettingen werden in het Juragebied samengeperst, wat leidde tot de plooiing van de Kettenjura. Vier tot zes ijstijden en dooiperiodes (!) hebben uiteindelijk, tot ongeveer 10.000 jaar geleden, het reliëf van Zwitserland en het Jurapark in zijn huidige vorm gebracht.

245 tot 200 miljoen jaar geleden heerste er een woestijnachtig klimaat; daarna stond het huidige park onder water van de Alpenzee (Thetys) en was tijdens de ijstijden (tot 10.000 jaar geleden) bedekt door de uitlopers van de grote gletsjers.

Het Jurapark Aargau

Het Jurapark Aargau strekt zich uit over het gebied tussen Brugg, Aarau en Rheinfelden. De Gisliflue is een indrukwekkende bergkam met een panoramisch uitzicht op de Alpen, de Jura en het Zwarte Woud. Deze bergkam is een voormalig koraalrif en om deze reden ook geologisch interessant.

De Staffeleg, het Fricktal en het Schenkenbergtal.

De Staffeleg is een belangrijke overgang in de Jura op de Jura-hoogteweg tussen Aarau, het Fricktal en het Schenkenbergtal.

Het kasteel Schenkenberg, Bern en kanton Aargau

Kasteel Schenkenberg was van de 13e tot en met de 15e eeuw de zetel van verschillende adellijke families. Van 1460 tot aan de ontmanteling in 1720 diende het als zetel van de Bernse landvoogd. Op het hoogste punt van het terrein lag de kernburcht. Deze bestond uit de hoofdtoren, de schildmuur (die Schildmauer, zie ook de Farnsburg) en het paleis.

  

In het westen bevond zich de benedenburcht met de bedrijfsgebouwen (graanschuur, stallen, bakkerij, rookkamer en watervoorziening) en de poort. De toegang tot de kernburcht liep via een lange trap naar de paleisvleugel. De burcht werd geflankeerd door ronde torens. In het zuiden lag de ommuurde burchttuin en een slotgracht beschermde de burcht aan de oostzijde.

I. Wernli, Bild im Restaurant Schenkenberg in Thalheim

Geschiedenis

Kasteel Schenkenberg werd in de eerste helft van de 13e eeuw gesticht. In een oorkonde uit 1243 wordt de ‚dominus H. de Schenkenberc‘ genoemd. Hij was vermoedelijk een leenman van de graven van Habsburg. Daarna behoorde het tot halverwege de 14e eeuw toe aan de heren van Schönau. In 1451 kwam het kasteel in handen van de heren van Baldegg.

De Berners, die sinds 1415 over Aargau heersten, bezetten in 1460 ook dit kasteel. Het diende vervolgens tot 1720 als zetel van de landvoogd. Ongeveer 50 landvoogden hadden hun residentie op Schenkenberg. In 1720 werd het kasteel vanwege zijn bouwvalligheid verlaten en werd het landvoogdschap verplaatst naar kasteel Wildenstein.

Thalheim

Het dorp Thalheim (kanton Aargau) ligt aan de voet van de burcht in het Schenkenbergdal, een deel van het Jurapark Aargau. Het dorp werd in 1064 voor het eerst in een oorkonde vermeld. Alemannische graven wijzen erop dat het gebied al veel eerder bewoond was.

Dankzij de wijnbouw groeide het dorp in de 17e eeuw uit tot de op één na grootste gemeente van het district Brugg. De landbouw en de wijnbouw hebben tegenwoordig veel van hun betekenis verloren, maar er zijn nog steeds meer dan 30 voltijds- of deeltijdboeren.

De kerk en de pastorie

Met het Berner wapen op de gevel domineert de pastorie het dorpsplein. Het werd in 1731 gebouwd. De kerk, gewijd aan de heilige Petrus, had oorspronkelijk een romaanse stijl.

Ze werd in de 14e en 15e eeuw gerenoveerd. In 1543, na de Reformatie, werd ze uitgebreid en opnieuw gerenoveerd. Het doopvont dateert uit het jaar 1675.

 

EuroAirport Basel-Mulhouse-Freiburg, Badischer Bahnhof en Paris-Basel

Al enkele maanden na het einde van de Tweede Wereldoorlog is bij Mulhouse (Elzas) in korte tijd een eerste tijdelijke start- en landingsbaan aangelegd. Op 2 mei 1946 landde het eerste burgervliegtuig, waarna de luchthaven enkele dagen later, op 8 mei 1946, officieel werd ingewijd.

De lijnvlucht tussen Basel-Mulhouse en Parijs

En op 7 oktober 2026 vierde Air France het 80-jarig bestaan van haar vliegroute tussen EuroAirport Bazel-Mulhouse-Freiburg en Parijs. Deze route is op 7 oktober 1946 geopend, toen een Bloch 220 van Air France vanuit Parijs-Le Bourget de eerste commerciële vlucht uitvoerde naar de luchthaven Basel-Mulhouse.

Vanaf 1946 heeft de aanvankelijk binationale luchthaven zich ontwikkeld tot een centrale infrastructuur voor de trinationale regio – en tot een symbool van succesvolle grensoverschrijdende samenwerking in Europa.

Foto: © EuroAirport

De EuroAirport Basel-Mulhouse-Freiburg

Het idee was destijds even pragmatisch als visionair: een gezamenlijke luchthaveninfrastructuur voor de regio creëren en krachten over de grenzen heen bundelen. Met het Frans-Zwitserse staatsverdrag van 1949 werd het volkenrechtelijke en overige juridische kader gecreëerd.

De EuroAirport heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een uniek model van bi- en trinationale samenwerking en tot een belangrijke motor voor mobiliteit, economie en werkgelegenheid in de Hochrheinregio (Bovenrijnregio).

Ingebruikname op 8 mei 1946. Foto: © EuroAirport

Tegenwoordig verbindt de EuroAirport de mensen en bedrijven uit deze trinationale regio met talrijke Europese en intercontinentale bestemmingen. Tegelijkertijd ziet de luchthaven zichzelf als een speler die economische ontwikkeling, kwaliteit en duurzaamheid met elkaar verbindt.

Het 80-jarig jubileum valt samen met een belangrijke fase in de verdere ontwikkeling van de luchthaven. Met een meerjarig investeringsprogramma van meer dan 600 miljoen euro legt EuroAirport de basis voor de verdere modernisering van zijn infrastructuur en een langdurige verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening.

De Badische Bahnhof

Er was echter al een voorganger op wielen en rails uit het jaar 1855. Zwitserland sloot al in 1852 een staatsverdrag met het Groothertogdom Baden om op het grondgebied van het kanton Basel-Stadt een station voor het Groothertogdom te bouwen. Baden wilde aansluiting op het spoorwegennet Parijs-Straatsburg-Basel, de Bodenseeregio en langs de Rijn.

Dit station staat bekend als de Badische Bahnhof. Het station ligt op Zwitsers grondgebied, maar is eigendom van de Deutsche Bahn. Op basis van het herhaaldelijk aangepaste staatsverdrag uit 1852 gelden bijzondere regelingen voor de bevoegdheden van de Zwitserse en Duitse douane- en politieautoriteiten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit met name voor Joodse vluchtelingen van groot belang, maar helaas niet altijd voor hun redding.

Oorspronkelijk bevond het station zich op een andere locatie in Bazel, maar sinds 1913 staat het op zijn huidige plek. Het Groothertogdom Baden en daarmee de Badische Bahnhof gingen uiteindelijk op in andere Duitse staatsverbanden en in de deelstaat Baden-Württemberg in de Bondsrepubliek Duitsland.

Compagnie du chemin de fer de Strasbourg à Bâle

Ook de Badische Bahnhof was in zekere zin niet het eerste internationale station op Zwitsers grondgebied. In juni 1843 besloot Basel de spoorwegverbinding Parijs–Straatsburg–Saint-Louis door te trekken tot aan Bazel. De concessie werd verleend aan de Compagnie du chemin de fer de Strasbourg à Bâle/Gesellschaft der Straßburg-Basler-Eisenbahn.

Opening van het eerste treinstation van Zwitserland in Bazel op 11 december 1845. Afbeelding uit het tijdschrift «L’Illustré», Parijs. Bron: Wikimedia

Op 15 juni 1844 arriveerde de eerste Franse trein in het nieuwe station van Bazel, en in december 1845 volgde de opening van het eerste station van Zwitserland. Hoewel het station in Zwitserse handen was en de Franse autoriteiten geen inspraak hadden, ging het om een Frans-Zwitserse samenwerking.

Bazel, SBB Bahnhof met twee klokken: voor de Zwitserse tijd (links) en de Franse tijd (verschillend tot 1894)

Het SBB-station verving het eerste station al in 1860. Tegenwoordig is het echter nog steeds een grensstation met douaneafhandeling, en de Franse spoorwegen worden soms zelfs aangekondigd als onderdeel van het SBB-station wanneer de SBB-trein het station nadert!

(Bron en verdere informatie:EuroAirport Basel Mulhouse Freiburg)

Heel Zwisterland leert retoromaans

Van 12 tot en met 16 oktober 2026 brengen 77 deelnemers uit alle (taal) regio’s Zwitserland een week door in Sta. Maria (Val Müstair, kanton Graubünden) om in negen klassen van verschillende niveaus Vallader, een van de vijf reoromaanse idiomen, te leren.

Naast de taallessen biedt deze intensieve cursus de gelegenheid om kennis te maken met de Retoromaanse cultuur en tijdens het begeleidende programma ’s middags en ’s avonds te genieten van het gezelschap.

Drie van de negen groepen zijn klassen voor gevorderden die het niveau „Conversaziun e litteratura“ volgen – een daarvan wordt geleid door de schrijfster Rut Plouda uit Ftan. In de overige zes klassen leren de deelnemers dit jaar niet zoals gebruikelijk met het lesmateriaal «In lingia directa», maar met het nieuwe lesmateriaal «Drivaportas», dat ze tegelijkertijd ook evalueren. Dit lesmateriaal is ontwikkeld door de Pedagogische Hogeschool Graubünden.

Na afspraak kunnen geïnteresseerden uit de media de taallessen bijwonen of deelnemen aan het culturele programma (bezoeken aan bezienswaardigheden in de regio, lezingen, voordrachten, enz.).

Contact: [email protected]. Daarnaast staat Linard Martinelli, hoofd Onderwijs bij de Lia Rumantscha, u graag ter beschikking voor interviews.

(Bron en verdere informatie: Lia Rumantscha)

Zwitserland op de Tabula Peuteringiana

De Peutinger map (Tabula Peuteringiana) is een kopie van een Romeinse wegenkaart, die de belangrijkste wegen en plaatsen van het Romeinse Rijk weergeeft, zeg maar een antieke versie van een digitale kaart.

Het origineel was rond 12 v. Chr. op de Porticus Vipsania of Porticus Agrippae (niet meer bestaand) in Rome gegraveerd. Keizer Augustus (66 v. Chr. – 14 n. Chr.) had de jaren daarvoor weer enkele gebieden veroverd, waaronder het grondgebied van het huidige Zwitserland. Het Rijk strekte zich uit over 8 000 kilometer van West naar Oost, destijds ongeveer 300 dagmarsen te  voet.

Deze routebeschrijving was er niet alleen voor de propaganda, maar was ook een routebeschrijving voor kooplieden, legers, handelaren, diplomaten, politici en andere reizigers. Waarschijnlijk was deze kaart op perkament ook op kleinere schaal beschikbaar, maar daar is niets van bekend of overgebleven.

De cursus publicus

De Romeinen waren steden-, wegen- en bruggenbouwers en hadden zelfs een goed functionerende postdienst gesticht, de cursus publicus. Om deze reden geeft de kaart ook halte- en rustplaatsen aan op de cursus publicus. Alle hadden ze behoefte aan duidelijke routebeschrijvingen en deze kaart vormde de basis.

De map geeft ook afstanden aan in de Romeinse mijl (1 482 meter). De map toont ook rivieren, zeeën, oceanen, eilanden, meren, bergketens, bossen, grote bouwwerken, bergpassen, bruggen en havens. De drie belangrijkste steden (Rome, Constantinopel en Antioche) van het Rijk hebben bovendien een speciale duiding. Kortom, een Romeins wonder van cartografie, al is de map tegenwoordig lastig te lezen vanwege het ontbreken van de juiste geografische proporties en oriëntatie.

Dit neemt niet weg, dat de gegevens van grote waarde zijn voor het traceren van de belangrijkste plaatsen in het Rijk. De kaart toont 37 plaatsen op huidig Zwitsers grondgebied of vlak over de grens, waaronder Augst/Kaiseraugst, Nyon, Genève, Windisch, Arbon, Bad Zurzach, Avenches, Chur, Yverdon-Les-Bains, Martigny, Moudon, de Grote St. Bernhardpas, Solothurn, de Rijn, Rhône, Meer van Genève, het Meer van Konstanz en Lago Maggiore.

Hoe het ook zij, het origineel in Rome is niet bewaard gebleven. Van een verloren kopie op papier of perkament hebben monniken uit Colmar in de middeleeuwen een kopie op 12 vellen gemaakt.

Elf van deze vellen zijn bewaard gebleven en zijn in het bezit van de Nationalbibliothek in Wenen. De totale lengte van deze vellen is 6.82 lang en 34 cm hoog. Peutinger is de naam van de laatste eigenaar, Konrad Peutinger (1454-1547). Sinds 2007 is dit document ingeschreven in de World’s Documentary Register van Unesco.

(Bron en verdere informatie: Österreichische Nationalbibliothek)

Ormalingen, Buus en de Farnsburg

Twee kleine dorpjes in de buurt van het Farnsburg Kasteel vertellen het verhaal van dit kasteel, dat ooit de ‘koningin der kastelen’ van deze regio werd genoemd. De tijd is verstreken, maar de sporen zijn nog steeds duidelijk zichtbaar.

Ormalingen

Het dorp Ormalingen heeft altijd nauwe banden onderhouden met de Farnsburg. Het gemeentewapen van het dorp herinnert aan een van de vroegere bewoners. De edelen van Zielemp bezaten op het kasteel een leengoed, waar zij rond het midden van de 14e eeuw in de voorburcht in het „Zielempen-huis” woonden.

Later verhuisde het geslacht naar het naar hen vernoemde huis in Olten, vervolgens naar de burcht Hagberg en ten slotte naar Aarau. In Olten is de oude woontoren aan de Aare nog steeds versierd met het Zielemp-wapen.

Ook in Ormalingen waren de Romeinen en later de Alemannen alomtegenwoordig. Er zijn een Romeinse villa en rijke vroegmiddeleeuwse graven aangetroffen. In 1286 komt het dorp voor het eerst voor in documenten met de naam Normandingen.

Het is de naam van een vroegmiddeleeuwse nederzetting en is waarschijnlijk afgeleid van ‘Nordmann’. In de middeleeuwen behoorde het dorp achtereenvolgens toe aan de graven van Homberg, de graven van Froburg, de Freiherren van Falkenstein en ten slotte de graven van Thierstein-Farnsburg.

In 1461 kwam Ormalingen samen met het heerschap Thierstein-Farnsburg in handen van de stad Bazel en maakte het deel uit van het ambt Farnsburg. Het dorp ligt in het bovenste Ergolzdal aan de oude doorgaande weg naar de Schafmatt-pas, een vroeger belangrijke Jura-pas. Het dorp straalt nog steeds een zekere grandeur uit vanwege zijn gunstige en strategische ligging.

Buus

De naam is afgeleid van de Alemannische naam Hof ze Bus. De plaats was in de middeleeuwen waarschijnlijk bezit van het klooster van Beromünster, kwam vervolgens in handen van de graven van Lenzburg, van de Frohburgers, van de graven van Habsburg-Laufenburg en ten slotte, samen met de Farnsburg, in het bezit van de Thiersteiners.

In 1461 verkocht Thomas von Falkenstein de Farnsburg aan de stad Bazel. Ruim 300 jaar lang regeerden de landvoogden van Bazel vanuit de Farnsburg over het omliggende land. Het patronaatsrecht over de kerk behoorde bovendien van de 14e eeuw tot 1805 toe aan het Duitse klooster in Beuggen, aan de overkant van de Rijn, tegenover het dorp Möhlin (kanton Aargau).

Bus werd niet alleen Buus, maar is ook de locatie van een van de oudste kerken in het kanton Basel-Landschaft. De St. Michaelskerk ontstond in de 7e eeuw en werd vermoedelijk op een Romeins gebouw gebouwd. Bij opgravingen zijn een houten kerk en zes graven uit de 7e of 8e eeuw aangetroffen.

Een rijkelijk met zwaard, kam, riem en lans uitgeruste man is vermoedelijk de stichter van de kerk. Van de eerste houten kerk zijn slechts een paar paalgaten bewaard gebleven. De St-Michaelskerk is in 1273 voor het eerst in schriftelijke bronnen vermeld. De huidige kerk dateert uit 1665. Vanaf dat moment werd ze in verschillende fasen uitgebreid, totdat ze in 1944 haar huidige vorm kreeg.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Buus; Gemeinde Ormalingen)

Schloss Beuggen (Baden-Württemberg)

De ruïnes van de Farnsburg en een Romeinse tempel

De ruïne van de burcht Farnsburg (kanton Basel-Landschaft) vlakbij de dorpen Buus, Ormalingen en Magden en de ruïne van de Romeinse tempel in de Grienmatt bij Kaiseraugst (kanton Aargau) liggen nog geen 5 kilometer van elkaar verwijderd.

De heren van de Farnsburg waren zich echter niet bewust van deze Romeinse tempel. De inwoners van deze eerste Romeinse stad (Colonia Augusta Raurica) in het huidige Zwitserland hadden geen idee van een burcht op de Farnsburg. Ze konden immers niet in de toekomst kijken.

En toch hebben ze het een en ander gemeen: niet alleen de rivier Ergolz, maar ook de geschiedenis in deze regio van de kantons Aargau en Basel-Landschaft, de heerschappij van Habsburg en de stad Bazel.

Augusta Raurica, Augst en Kaiseraugst

Kaiseraugst ontleent zijn naam aan Augusta Raurica. Na het vertrek van de Romeinen in de 5e eeuw raakte deze romeinse stad met 15 000 inwoners in verval. Rond 1300 was het een dorp met de naam Augst met een paar honderd inwoners en Romeinse ruïnes, die men als steengroeve benutte. De rivier Ergolz stroomde als vanouds door dit dorp.

De Romeinen hadden in de derde eeuw aan de oostelijke oever van de Rijn een kasteel gebouwd ter bescherming van de limes (grens). In 1461 verwierf de stad Bazel het westelijke deel van het dorp Augst, Habsburg kreeg zeggenschap over het oostelijke deel en noemde het Kaiseraugst, ter onderscheiding van Augst.

Aubert Parent, tekening van de tempel, omstreeks 1803. Collectie: Museum Augusta Raurica

De Romeinse tempel in de Grienmatt

Het grote tempelcomplex had waarschijnlijk een lengte en breedte van ongeveer 200 meter. Het centrale deel met zuilengalerij en een altaar had een omvang van ongeveer 125 bij 132 meter. Een badencomplex of thermen lag direct naast het complex. Men vermoedt dat het om een Nymphäum of een gallo-romeinse dubbeltempel gaat, een tempel met een badencomplex.

Tegenwoordig is het niet meer voor te stellen, maar dit grote complex stond niet geïsoleerd in een weide, maar midden in de bebouwde kom van Augusta Raurica. Verder oostelijk lagen het grote theater, het amfitheater, het forum, de curia, de basilica en bijvoorbeeld de Schönbuhltempel.

Diverse wegen met hun standbeelden, zuilen, altaren en andere bouwwerken verbonden de tempel met dit deel van Augusta Raurica. Vanwege de vele religieuze bijeenkomsten en festiviteiten ter ere van de keizer in het kader van de keizercultus waren er vaak processies.

Reconstructie van het badcomplex. Collectie: Museum Augusta Raurica

De archeologische belangstelling voor de ruïnes van de tempel in de Grienmatt ontstond pas in de 16e en 17e eeuw. Het duurde echter tot de 18e en 19e eeuw voordat het onderzoek in wetenschappelijke handen kwam. Wetenschappelijke onderzoekers van het eerste uur waren Daniel Schöphlin (1694-1771) en Aubert Parent (1753-1835).

De tempel in de Grienmatt maakt deel uit van het museum Augusta Raurica. Wetenschappelijk onderzoek is in volle gang en hoewel nog niet alles duidelijk is, was de tempel in de Grienmatt waarschijnlijk het belangrijkste tempelcomplex in de Colonia Augusta Raurica.

De Farnsburg

Al in de 12e of 13e eeuw stond er een burcht op deze rots. Het geslacht van de graven van Tierstein vestigde zich tussen 1319 en 1342 in het gebied. Zij bouwden de Farnsburg uit tot hun zetel. In 1418 kwam de Farnsburg in het bezit van de graven van Falkenstein. Daarna waren de Habsburgers enkele jaren de bezitters. De stad Bazel kocht deze heerlijkheid in 1461.

Reconstructie van de Farnsburg rond 1750. Joe Rohrer, bildebene.ch 

De Farnsburg werd vervolgens de zetel van de landvoogd en talrijke verbouwingen maakten er een representatief gebouw van. Het kasteel werd echter in 1798, na de Franse invasie, door de bevolking verwoest en diende vervolgens als steengroeve.

De ruïne met haar bewaard gebleven en imposante schildmuur is in de jaren 2019 tot en met 2023 gerenoveerd. Het kanton Basel-Landschaft kenmerkte zich door een hoge dichtheid aan kastelen, maar de Farnsburg was destijds de koningin der kastelen (die Königin der Burgen) in deze regio.

Emanuel Büchel, de Farnsburg rond 1750. Collectie: Staatsarchiv Basel-Stadt, Bild Falk 10,4

Conclusie

Wat hebben beide ruïnes nu echter gemeen om in hetzelfde artikel te vermelden? Afgezien van de verschillende tijdsperiodes delen ze de representatie van de macht. In Augusta Raurica was het de keizercultus; in de Farnsburg de macht van lokale heersers, kortstondig de Habsburgers en vervolgens die van de stad Bazel.

Beide oorden waren voor korte (Farnsburg) of langere (Kaiseraugst) tijd in het bezit van de Habsburgers. Beide oorden ondervonden direct de gevolgen van de Franse Revolutie en de inval van Napoleon.

Gasthof und Hofgut Farnsburg

De Farnsburg werd in 1798 verwoest, Kaiseraugst werd korte tijd bij Augst gevoegd in de Helvetische Republiek (1798-1803) om in 1803 weer als Kaiseraugst in kanton Aargau terecht te komen. De Farnsburg werd na de Helvetische Republiek weer deel van kanton Bazel, om in 1833 deel uit te maken van kanton Basel-Landschaft.

 

Wat permafrost en Bilaterale III gemeen hebben

De permafrost zorgt ervoor dat de Zwitserse bergen instorten. Het geplande nieuwe akkoord met de Europese Unie ondermijnt niet alleen de directe democratie, het vertrouwen in de instellingen en de soevereiniteit van de kantons, maar ook de verbindende elementen van het succesvolle Zwitserse model, dat gedecentraliseerd, federaal en gericht is op subsidiariteit. Symbolischer kan het niet – misschien voelt de natuur de politieke situatie in de Confoederatio Helvetica heel nauwkeurig aan.

Misleiding en een onjuiste voorstelling van zaken

„Het verplichte referendum wordt om goede redenen slechts in beperkte mate toegepast – juist om de stem van het volk en de volkswil te beschermen. Voor de Bilateralen is daar in de grondwet geen voorziening voor“ (www.Bilafacts.ch).

Verschillende juristen, hoogleraren in het constitutioneel recht, lobbyorganisaties zoals Regio Basiliensis, Economiesuisse, Avenir Suisse, journalisten, de Sociaal-Democratische Partij en andere parlementsleden delen deze interpretatie van art. 140 (B) van de federale grondwet. Het zou namelijk niet gaan om een lidmaatschap van een internationale organisatie, vandaar ook de eufemistische titel „Bilaterale III“.

Deze titel van de Bondsraad is echter misleidend en onjuist. Het gaat namelijk om een institutioneel verdrag met een internationale organisatie, waarbij wetgevende, rechterlijke en uitvoerende bevoegdheden worden overgedragen. Er is dus feitelijk en juridisch sprake van lidmaatschap van een internationale organisatie.

Ook het feit dat de EU maatregelen kan nemen als een EU-wet bij een hypothetisch referendum wordt verworpen, wijst op het lidmaatschap. Verenigingen of de EU kunnen immers alleen disciplinaire maatregelen nemen tegen leden en nooit tegen niet-leden. Dat het (voorlopig) om een beperkt lidmaatschap gaat, speelt juridisch gezien geen rol.

De beoogde politieke, bureaucratische, gerechtelijke, wetgevende en uitvoerende verwevenheid met de EU valt qualitate qua onder artikel 140 (b). In de regel worden die wetsvoorstellen aan het verplichte referendum onderworpen die ingrijpend invloed hebben op de rechtspositie van de burgers of op de organisatie van de staat.

De term „lidmaatschap“

Dat de term „lidmaatschap“ bewust niet in dit verdrag voorkomt, zegt niets over de juridische kwalificatie. In het recht gaat het in de eerste plaats om de vaststelling van de feiten en pas daarna om de juridische kwalificatie, waarbij in de 21e eeuw niet de letter van de wet, maar de intentie en het doel van de wetgever centraal staan.

Deze wet (art. 140 (B) van de federale grondwet) ontstond bovendien in een tijd waarin nog geen sprake was van een organisatie naar het voorbeeld van de Europese Unie. Destijds waren er slechts enkele internationale organisaties die niet beschikten over de zeer verregaande gerechtelijke, wetgevende of uitvoerende bevoegdheden van de Europese Unie.

Bovendien kon de wetgever destijds niet voorzien dat leden van de Bondsraad en politici bewust een verkeerde voorstelling van zaken zouden geven om een voor hen gewenst politiek resultaat te bereiken.

Nederland

Het doet ook denken aan Nederland: sinds 1815 is er in dit centralistisch bestuurde land geen enkel referendum meer gehouden, ook niet met betrekking tot de EU. In 2005 was het zover en 62% wilde geen verdere EU-integratie (de titel van het referendum luidde: ‘een Europese grondwet, ja of nee’). Conclusie: het referendum werd niet alleen genegeerd, maar meteen weer afgeschaft en de politiek veranderde alleen de titel van het nieuwe verdrag: het Verdrag van Lissabon.

Tegenwoordig hebben nog maar heel weinig mensen vertrouwen in de politiek en zijn rellen en ongeregeldheden aan de orde van de dag. Het negeren van de meerderheid van de kantons zal iets soortgelijks veroorzaken. Het vertrouwen in de politiek, de instellingen en de regering verdwijnt snel.

Een methode voor rechtsvinding uit de 19e eeuw

Bilafacts, professor Astrid Epiney – blijkbaar een specialiste in Europees recht en Zwitsers constitutioneel recht – en andere politici, juristen, journalisten en lobbygroepen passen een wet toe met een methode van rechtsvinding uit de 19e eeuw.

Het recht en de rechtsvinding worden twee eeuwen teruggedraaid om het politiek gewenste resultaat te bereiken. Bondsraadslid Cassis was in dit opzicht tenminste eerlijk, wat zijn misleiding echter niet minder ernstig maakt.

Van de minister van Justitie is men inmiddels gewend aan een dergelijke verkeerde voorstelling van zaken. Nog maar kort geleden meldde hij dat het nieuwe migratiepact van de EU werkte en dat „de situatie in Ceuta onder controle“ was. Niets is minder waar. Vrouwen en meisjes worden dagelijks verkracht; de inwoners van Ceuta leven onder de voortdurende terreur van duizenden migranten. De „normalisering“ van deze minister van Justitie.

Het migratiepact

In Nederland heeft een rechter onlangs de uitzetting van migranten naar Italië verhinderd, omdat daar naar verluidt marteling (sic) aan de orde van de dag is, nadat hij eerder al een uitzetting naar België had tegengehouden vanwege „onmenselijke opvang van vluchtelingen“. Daar gaat het migratiepact, weer een mislukt EU-project. Alleen de meest bizarre technocratische wetten van een tot in het absurde bevoorrechte bureaucratie worden met succes doorgevoerd: socialisme met een menselijk gezicht.

Immigratie

„De Bilateralen III bevatten echter alleen voor een zeer beperkte groep personen nieuwe verblijfsrechten (schattingen gaan uit van minder dan 200 personen). Het nieuwe recht op permanent verblijf, dat op zijn beurt veel meer EU-burgers betreft, geldt voor personen die al in Zwitserland wonen en dus geen immigranten zijn“ (www.Bilafacts.ch).

Ook dat is onjuist.

Art. 121a, lid 1: Zwitserland regelt de immigratie van buitenlanders soeverein.

Art. 121a, lid 2: Het aantal verblijfsvergunningen voor buitenlanders in Zwitserland wordt beperkt door jaarlijkse maximumcijfers en quota. Het recht op permanent verblijf, op gezinshereniging en sociale uitkeringen kan worden beperkt.

Art. 121 a (4): Er mogen geen verdragen op grond van het internationaal recht worden gesloten die in strijd zijn met dit artikel.

Ook hier negeert de overeenkomst met de Europese Unie, een internationale organisatie, op flagrante wijze de grondwet.

Het Zwitserse immigratiebeleid wordt tenietgedaan, want elke EU-burger krijgt na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning, inclusief gezinshereniging en sociale uitkeringen. Zelfs EU-lidstaat Denemarken heeft bij het mislukte immigratiebeleid van de EU aangedrongen op een opt-out-clausule, maar Zwitserland niet.

Het nieuwe verdrag is niet alleen in flagrante tegenspraak met de federale grondwet. Het voorziet bovendien, vanaf de inwerkingtreding ervan, in een nieuwe immigratiegolf, inclusief (grote) gezinnen uit arme en nieuwe EU-landen (evenals miljoenen migranten die in EU-landen gemakkelijk het staatsburgerschap hebben verkregen), en niet alleen de gebruikelijke expats.

Directe democratie

Het is ook onzin om te beweren dat de directe democratie door dit verdrag niet wordt aangetast. In Nederland, een van de oprichters van de EU, hebben zelfs het parlement en de politieke partijen vaak geen idee van wat er in Brussel wordt voorbereid, of worden ze te laat of onvolledig geïnformeerd.

Bovendien wordt Nederland regelmatig, ook bij belangrijke kwesties, overstemd door (failliete) landen (bijvoorbeeld visserij, immigratie, de euro, staatssteun, subsidies, klimaat – door EU-voorschriften is er in feite een bouwstop, een slecht voorteken ook voor het dichtbevolkte Zwitserland). De Europese Commissie heeft ook een procedure tegen Nederland ingeleid vanwege het monopolie van de relatief goed functionerende Nederlandse Spoorwegen (de SBB en Salines AG zijn gewaarschuwd!).

Zwitserse burgers hebben vaak al moeite met de frequentie en de technische kwesties bij nationale referenda, laat staan dat er mensen, energie en deskundigen beschikbaar zijn voor referenda over EU-wetgeving! Daar komt nog bij dat de Europese Commissie het volk zelfs bestraft als het „nee“ durft te zeggen. Wie is de soeverein in de nieuwe overeenkomst?

Conclusie

De essentiële elementen van een lidmaatschap zijn aanwezig. Een meerderheid van de kantons is grondwettelijk absoluut noodzakelijk. Dit negeren komt neer op een staatsgreep, nog afgezien van andere duidelijke schendingen van de grondwet, bijvoorbeeld op het gebied van immigratie, de soevereiniteit van de kantons en de directe democratie.

Kortom: elke maatregel van de Europese Unie moet aan een verplicht referendum worden onderworpen om deze bevoegdheidsoverdracht een grondwettelijke basis te geven. In feite heeft de Bondsraad geen idee van de huidige en toekomstige bevoegdheden van de EU ten opzichte van de kantons.

Sommigen beweren zelfs dat het volk dit verdrag op een later tijdstip eenzijdig zou kunnen opzeggen via een volksinitiatief. Een verdrag kan echter niet eenzijdig worden opgezegd zonder gevolgen. Bovendien kan de EU al bij een referendum over een van de vele EU-wetten sancties opleggen, om nog maar te zwijgen van de reactie die een eenzijdige opzegging door het volk zou uitlokken.

Wat weg is, is weg, en daarmee verdwijnt niet alleen de directe democratie, maar ook het succesvolle, gedecentraliseerde, federalistische Zwitserse model, dat gericht is op subsidiariteit, innovatie en vertrouwen. Zwitserland zal afglijden naar het niveau van Duitsland, Nederland, Italië of Frankrijk.