Jodelen verenigt stad, land en Zwitserland 1924-2026

In de recente uitgave van NZZ-Geschichte (Nr. 62, Februar 2026) wordt uitgebreid aandacht besteed aan de economische, sociale en politieke ontwikkeling van boeren in Zwitserland. In de 19e eeuw werkte de helft van de bevolking nog in deze sector, maar in de politiek was ze niet vertegenwoordigd.

Fasnacht 2026

In dit perspectief besteedde NZZ-Geschichte ook aandacht besteed aan de vrijwel vergeten Boerenoorlog van 1653, in tegenstelling tot de Boerenoorlog (1525) in Duitsland en Elzas. 80% van de bevolking was toen nog in deze sector werkzaam, maar de stedelijke elites bepaalden het beleid voor hun ‘Untertanen’. Een Stadt-Landgraben avant la lettre, alleen is het politieke perspectief tegenwoordig omgekeerd: behoudend op het land, revolutionair in de steden.

De industrialisatie in de 19e en 20e eeuw heeft daar alles mee te maken. Steeds minder mensen waren  werkzaam in de agrarische sector en velen trokken voor werk naar steden en hun opkomende industrieën, ook naar Bazel.

Jodlerclub Echo Basel

Met de komst van het proportionele stelsel voor de verkiezingen van het nationale parlement veranderde ook zijn samenstelling. Rudolf Minger (1881-1955) was de eerste boerenzoon in het parlement. Hij was lid van de Schweizer Bauern-, Gewerbe- und Bürgerpartei (BGB), tegenwoordig de SVP.

Ook het landelijke Brauchtum bereikte de steden. De vele immigranten uit landelijke gebieden introduceerden, bijvoorbeeld, in Bazel, het Jodelen. Het aantal verenigingen (Jodelgesellschaften) was zo groot, dat in Bazel in 1924 zelfs het eerste Eidgenössisches Jodlerfest plaatsvond. Na de eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de onrustige jaren nadien was er behoefte aan eenheid en verbondenheid. Het oerzwitserse Jodelen  bracht stad, land en de Eidgenossenschaft samen.

Het is dan ook meer dan symbolisch dat een eeuw later Bazel weer de locatie is van het Eidgenössisches Jodlerfest. Dit evenement verbindt immers nog steeds stad en land, en in 2026 ook kanton Basel-Stadt en kanton Basel-Landschaft.

Hoewel Jodelen ook in andere Alpenlanden voorkomt, bereikt het in Zwitserland het hoogste muzikale niveau wat betreft aantal beoefenaren, verenigingen, kwaliteit en (moderne) interpretaties. In december 2025 heeft UNESCO het Zwitserse jodelen opgenomen in de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

Het 32e Eidgenössisches Jodlerfest vindt van 26 tot 28 juni 2026 in Bazel plaats met meer dan 12 000 deelnemers, jodelaars, vendelzwaaiers, alphoorns en uiteraard Piccolo’s en tamboerijnen. De opening van het Zwitserse ‘Jodeljaar’ vond op 5 februari jongstleden plaats in Bazel bij, hoe kan het ook anders, de zittende Helvetia.

(Bron en verdere informatie: 32. Eidgenössisches Jodlerfest)

Baden, Mineraalbronnen, Inhalatorium en 150 jaar Kursaal

De Romeinen ontdekten na de verovering van het territorium van het huidige Zwitserland in 13 v. Chr. spoedig de mineraalbronnen in Aquae Helvetica, het huidige Baden (kanton Aargau). Genève was al in 120 V. Chr. veroverd, Nyon (Colonia Julia Equestris) en Augst/Kaiseraugst (Colonia Augusta Raurica) waren in 44 v. Chr. al Romeinse steden, maar Baden was de eerste stad met Romeinse baden (thermae).

Het voormalige Inhalatorium

Hoewel het vertrek van de Romeinen de badcultuur geen goed deed, bleven de mineraalbronnen uiteraard functioneren. In de middeleeuwen kwam de badcultuur weer op en ook de heilzame werking van dit mineraalwater werd steeds beter bekend.

In de 19e eeuw maakten de openbare badhuizen en het gebruik van mineraalbronnen steeds meer plaats voor gesloten inrichtingen voor de gegoede burgerij en adel. Grand Hotels, Trinkhallen, Kurbrunnenanlagen en andere kuroorden werden in Baden en langs de Limmat gebouwd. Hoogtepunt was de opening van de Kursaal in 1875. Dit complex was casino, concertzaal, dansgelegenheid en vooral ontmoetingsplaats voor de Zwitserse en buitenlandse beau monde.

Baden als internationaal vermaard kuuroord

Deze historie van Baden als internationaal vermaard kuuroord wordt tot 15 maart 2026 in woord en beeld gebracht in het voormalige Inhalatorium aan de Limmatpromenade.

Het voormalige Inhalatorium

Tevens vinden op 21 februari en 7 maart rondleidingen in de stad plaats met de mineraalbronnen, kuuroorden, (verdwenen) Grand Hotels en Kursaal als route. Het Inhalatorium, dat ook een historie te vertellen heeft, is het verzamelpunt.

Aanmelden bij het Historisches Museum Baden, dat tot 5 juli 2026 de tentoonstelling ‘Mittendrin im Vergnügen. Kursaal-Stadtsaal-Spielcasino’ presenteert.

(Bron en verdere informatie: Verein Bagni Populari)

Aquae Helveticae, Baden het Romeinse en eeuwige kuuroord

In de Romeinse tijd stond Baden bekend onder de naam Aquae Helveticae en was het al een kuuroord. Rond 850 werd de Karolingische kerk gebouwd op de plaats van de huidige katholieke kerk.

De baden in Baden in de Romeinse tijd. Collectie: Historisches Museum Baden

In de 11e eeuw werd het kasteel Stein gebouwd. Het was eigendom van de graven van Nellenburg, Lenzburg en, in de 13e eeuw, van de Habsburgers.

Het kasteel in betere tijden. Collectie: Historisches Museum Baden

De houten brug is gebouwd in de 13e eeuw.

Baden kreeg stadsrechten onder Habsburgs bewind. maar Baden werd 1415 bezet en Untertanengebiet van de Zwitserse Confederatie van acht kantons. Kasteel Stein werd verwoest. De soevereine kantons kwamen bijeen met hun vertegenwoordigers in de Tagsatzung in Baden om gemeenschappelijke zaken, waaronder het bestuur van Aargau, te bespreken.

Het kasteel (Landvogteischloss) met de wapens van de acht kantons

De straat van de  Tagsatzungen, de Stadtkanzlei, op de hoek het Zeughaus

De Stadtkanzlei

Het Bernerhaus (1678), onderkomen van de gedelegeerden voor de Tagsatzung uit Bern

De raadszaal op de eerste verdieping van het stadhuis deed tot 1712 dienst als vergaderzaal. Dit gebouw aan de Rathausgasse werd voor het eerst vermeld in 1368. Rond 1500 schonk elk van de toenmalige 10 leden van de Confederatie hun een afbeelding van hun wapen op het gebouw (Bazel en Schaffhausen werden pas in 1501, Appenzeller in 1513 lid).

Rathausgasse en Rathaus

In 1714 vond in Baden het derde en laatste vredescongres over de Spaanse Successieoorlog plaats. Tijdens de vijf maanden durende onderhandelingen verbleven meer dan 60 delegaties uit heel Europa in Baden.

Na de oprichting van de nieuwe Zwitserse Confederatie in 1815 begon het Baden weer voor de wind te gaan. De kuuroorden werden vernieuwd en gemoderniseerd en gigantische hotels, onder ander het Grand Hotel (afgebroken in 1944), Verenahof, Ochsen en Bären, werden gebouwd.

De Lambrecht-Wettersäule

Na de oprichting van de Confederatie in 1815, werd niet de stad van de diplomatie, Tagsatzung en vredesverdragen Baden, maar Aarau de hoofdstad van het kanton Aargau.

Vanaf het midden van de 19e eeuw begon de industrialisering en heropleving van de stad, onder andere door de firma Brown Boveri & Cie in 1891, de huidige multinational ABB. Dit bedrijf introduceerde als eerste elektrische (straat)verlichting in Zwitserland.

In 1847 is Baden het eindpunt van de eerste Zwitserse spoorlijn Zürich-Baden (Spanischbrödlibahn).

(Bron en verdere informatie: Historisches Museum Baden;  www.baden.ch).

Poggio Bracciolini (1380-1459), ‘Brief over de baden van Baden’ (mei 1416). Poggio Bracciolini was een van de belangrijkste humanisten van de Italiaanse renaissance. Hij was secretaris van in totaal acht (tegen) pausen. Hij schreef over het religieuze geweld met behulp van de kunst van de satire, de burleske en de literaire tegenwereld. Op 6 juli 1415 werd Johannes Hus in Konstanz als ketter verbrand, op 30 mei 1416 Hieronymus van Praag. Hij was getuige van beide verbrandingen. Openlijke kritiek op zijn pauselijke heren was voor hem echter onmogelijk. De brief ‘De baden van Baden’ was zijn tegenwereld.

Baden arts Dr. Johann Alois Minnich (1801-1885)

Het voormalige Inhalatorium

Het Zeughaus

Kapelle St. Sebastian en het voormalige Beinhaus

Een staatsgreep à la Suisse en de Europese Unie

De politieke discussies over het beoogde nieuwe institutionele verdrag met de Europese Unie tonen in Zwitserland een diffuus beeld. Aan de ene kant partijen, die weinig sympathie, begrip en steun opbrengen voor het bedrijfsleven (Grünen en de Socialistische Partij (SP) als enthousiaste voorstanders met het oog op het (vermeende) belang voor het bedrijfsleven.

Aan de andere kant een partij (Freisinnig-Demokratische Partei (FDP ), oprichter van de huidige Zwitserse Confederatie en Grondwet van 1848, die echter de helft van de soeverein ( de kantons) negeert, omdat de Grondwet hierin niet zou voorzien. De Mitte is, zoals bij veel kwesties, verdeeld en de grootste partij (Schweizerische Volkspartei (SVP) is, zoals bekend, op een dogmatische wijze tegen verdere (institutionele) toenadering tot de Europese Unie (EU).

Federale grondwet van de Zwitserse Confederatie, Bern, 12.9.1848. Facsimile. Het origineel bevindt zich in het Federaal Archief in Bern.

De erosie van Zwitserse democratie, model en samenleving  

Wat deze discussie echter duidelijk maakt, is de erosie van het Zwitserse democratische stelsel en zijn politieke partijen. De Grünen en SP, die zich, bij gebrek aan doelgroepen, steeds meer ontpoppen als activisten, zoals ook in Nederland het geval is.

Bij de een heeft internationaal socialisme plaatsgemaakt voor Europees federalisme, de vermeende broederschap van Europese landen en volken en onderdrukten der aarde, tegen de ‘usual suspects’ en nooit tegen Iran, Afghanistan, Rusland, China, Witrusland, Venezuela, Cuba, Christenvervolging, Islamismus of niet-europees Racisme of discriminatie.

De ander ziet haar bestaansrecht als klimaatpartij bedreigd en zoekt andere vormen van activisme en bestaansrechtvaardiging.

Wat de FDP beweegt is niet helemaal duidelijk, maar een afgewogen institutionele discussie over de zeer vergaande constitutionele gevolgen van het beoogde verdrag heeft niet plaatsgevonden. Zeg maar een discussie, if any, op Nederlands niveau.

Een staatsrechtgeleerde in een landelijke krant (NZZ) onlangs de opmerking, dat de Bundesrat (regering) kennelijk geen juristen meer in haar gelederen heeft. Activisme en opportunisme in de Bundesrat zijn echter veeleer de oorzaak van het ontbreken van een gedegen discussie over de constitutionele gevolgen van het beoogde verdrag. Deze discussie heeft een normatieve inhoud (de letter der wet is de wet), die in de 19e eeuw niet zou misstaan.

Palais fédéral/ Bundeshaus de 26 kantons

Moderne rechtsvinding en de Grondwet

Zo wordt beoogd, dat een obligatorisches Referendum niet aan de orde kan zijn, omdat de Grondwet hierin niet zou voorzien. Er is immers geen sprake van toetreding tot een internationale organisatie (Grondwet Art. 140 b). Van moderne rechtsvinding, teleologische, historische en systematische interpretatie van de wet is geen sprake, hoewel deze beginselen, ook in Zwitserland, zeker na 1945 algemeen zijn geaccepteerd.

In een ander gepubliceerd artikel in hetzelfde landelijke dagblad wordt door een professor in de rechtsgeleerdheid beweerd, dat dit verdrag op zijn ‘Verfassungsrechtelijke’ implicaties moet worden beoordeeld. Vervolgens concludeert ook deze hooggeleerde jurist dat er geen toetreding tot een internationale organisatie is en dus geen sprake kan zijn van een obligatorisches referendum. De klok wordt om een politiek doel te bereiken twee eeuwen teruggezet.

Bundeshaus, de wetgever

De grote en nog onvoorzienbare grondwettelijke gevolgen van het verdrag.

De grondwettelijke gevolgen zijn immers juist enorm en niet eens helemaal te overzien. De Europese Unie is immers een dynamisch proces met haar Hof van Justitie als ‘motor van integratie’.

Het decentrale, federale op directe democratie, subsidiariteit, milizsystem en maatwerk gerichte Zwitserse bottom-up model wordt juridisch en feitelijk ondergeschikt gemaakt aan een top down centralistische internationale organisatie van bureaucraten, beroepspolitici en machtige lobbyisten met een ‘one size fits all’ principe van Spanje tot Finland, van Italië tot Bulgarije.

Zwitserland geeft de kern van haar wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht over aan een  internationale organisatie, die bovendien democratisch matig gelegitimeerd is en soms ook uitmunt in retoriek, megalomane projecten en ambities.

De Zwitserse Grondwet (Duitstalige versie) is duidelijk:

Art 1:  Das Schweizervolk und die Kantone bilden die Schweizerische Eidgenossenschaft.

Art 3:  Die Kantone sind souverän, soweit ihre Souveränität nicht durch die Bundesverfassung beschränkt ist; sie üben alle Rechte aus, die nicht dem Bund übertragen sind.

Indien wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht worden overgedragen aan de federatie (de Bund), laat staan aan een internationale organisatie, is instemming van de kantons evident. Dit is in Zwitserland geregeld in het obligatorische referendum naar de bedoeling van de wetgever (Art. 140 b).

Bovendien is er geen enkel zicht op de vele huidige en toekomstige gebieden van de Europese Unie, die nu nog onder de soevereiniteit van de kantons vallen in het gedecentraliseerde Zwitserland. Kortom, bij iedere inbreuk door de Europese Unie moet een obligatorisch referendum plaatsvinden om deze overdracht een grondwettelijke basis te geven.

Lausanne, le tribunal fédéral/ Bundesgericht

De Europese Unie en Zwitserland

Dat wil niet zeggen dat de kerntaken van de Europese Unie in haar aanvankelijke opzet mislukt zijn, integendeel, maar het is een soort losgeslagen en niet te hervormen bureaucratisch en politiek perpetuum mobile geworden met (te) veel leden, die niets of te weinig verbinding met elkaar  hebben.

Op het gebied van wetenschap en onderzoek speelt Zwitserland internationaal en ook Europees bovendien een prominente rol en angst voor nieuwe (illegale) sancties is een slechte raadgever voor de lange termijn.

De ETH in Zürich

Het EU-programma Horizon bulkt weliswaar van het geld, maar dat zegt weinig over kwaliteit, integriteit en (politieke) corruptie. De euro wordt ook met duizenden miljarden (illegaal) gesubsidieerd, maar heeft sinds 2002 ongeveer 40% van haar waarde ten opzichte van de CHF verloren. De EU staat voor kwantiteit, Zwitserland voor kwaliteit.

Een verdrag met de EU is ook niet eenzijdig opzegbaar, hoewel dit verdrag in velerlei opzicht slecht gaat uitpakken voor het Zwitserland. Nederland kan bijvoorbeeld ook niet meer uit de euro, omdat het land inmiddels al met ongeveer 500 miljard euro borg staat en er als dank een Frans-Italiaanse munt en ECB en hoge inflatie door heeft. De EU heeft systematisch het verdrag geschonden! Dit is geen uizondering en met de politieke zegen van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het Laboratoire souterrain du Mont Terri bij Saint-Ursanne

Immigratie en ‘Zuwanderung’

Ook is het verdrag op een ander gebied niet alleen niet goed doordacht, maar bovendien in strijd met de Grondwet:

Art. 121 a (1): Die Schweiz steuert die Zuwanderung von Ausländerinnen und Ausländern eigenständig.

Art. 121 a (2): Die Zahl der Bewilligungen für den Aufenthalt von Ausländerinnen und Ausländern in der Schweiz wird durch jährliche Höchstzahlen und Kontingente begrenzt. Der Anspruch auf dauerhaften Aufenthalt, auf Familiennachzug und auf Sozialleistungen kann beschränkt werden.

Art; 121 a (4): Es dürfen keine völkerrechtlichen Verträge abgeschlossen werden, die gegen diesen Artikel verstossen.

Het verdrag met de Europese Unie, een internationale organisatie, negeert ook hier de Grondwet op een flagrante wijze.

Het immigratiebeleid van Zwitserland wordt opgeheven, want iedere EU-burger krijgt na 5 jaar een permanente verblijfsvergunning, incl. gezinshereniging en sociale voorzieningen. Zelfs EU-lid Denemarken heeft een opt-out genomen op het mislukte EU-immigratie beleid.

Het verdrag negeert dat miljoenen immigranten/vluchtelingen in nabuurlanden, onder andere Duitsland, zeer eenvoudig een paspoort hebben gekregen en dus ook toegang tot Zwitserland hebben. Spanje geeft bijvoorbeeld 500 000 illegalen een permanente verblijfsvergunning, zonder verdere toetsing.

De voorwaarde van een ‘arbeidscontract’ voor een verblijfsvergunning in Zwitserland is nietszeggend, waar familie-, vrienden- en clankringen wel een baantje regelen bij de vele (obscure) bedrijfjes. De loyaliteit ligt veelal immers niet bij een land en zijn overheid, maar bij familie, vrienden en clan. In dictaturen is het een overlevingsstrategie ‘als je niet van de overheid steelt, steel je van de familie’. Dat was in het communisme zo, en is nog steeds het geval in veel huidige emigratielanden.

Hotel Tarasp

In Nederland, bijvoorbeeld, is fraude met kindergeld en andere sociale voorzieningen aan de orde van de dag omdat 1) de situatie in landen van herkomst nauwelijks te controleren is  2) het Europese Hof voor de Rechten van de Mens controle per land heeft verboden omdat dit ‘etnisch profileren’ zou zijn.

Het is daarnaast niet aan de Zwitserse overheid of rechter, maar aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om te beslissen wat een arbeidscontract is (inclusief recht op sociale voorzieningen en familiehereniging). En dit Hof is zeer flexibel, nog afgezien van het eveneens ruimhartige Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Een automatisch verblijfsrecht na vijf jaar zal een grote permanente ‘Zuwanderung’ inclusief familiehereniging tot gevolg hebben. En dat zijn niet de traditionele expats, die nooit hun ouders en andere familieleden laten overkomen en veelal weer vertrekken na een paar jaar.

Sowieso mag de Zwitserse overheid vanwege regels van de EU ook voorbestrafte kriminelen uit EU-landen niet controleren en een Aufenthaltsbewilligung onthouden om na vijf jaar een permanente verblijsvergunning geven.

De vele gesloten restaurants, hotels en andere horecagelegenheden in het land zijn ook goedkope mogelijkheden voor criminelen om zich in Zwitserland te vestigen als ondernemer en dus met de status ‘Erwerbstätig’ en arbeidscontracten voor familie, vrienden en andere clanleden zonder verdere toetsting. Wie is de soeverein inzake immigratie, Brussel of de kantons en de federale overheid?

Genève, facultatief referendum op 25 september 2022

Directe democratie en de Europese Unie

Het is ook onzin te beweren dat de directe democratie niet wordt aangetast door dit verdrag. In Nederland, een van de oprichters van de EU, hebben zelfs het parlement en politieke partijen veelal geen idee wat in Brussel wordt voorbereid, of ze worden te laat of onvolledig geïnformeerd.

Bovendien wordt Nederland regelmatig, ook in belangrijke kwesties, weggestemd door (failliete) landen (bijvoorbeeld visserij, immigratie, euro, staatssteun, subsidies, klimaat (vanwege EU-regelgeving is er in feite een bouwstop, een slecht omen voor het ook dichtbevolkte Zwitserland). De Europese Commissie heeft ook een proces aangespannen tegen Nederland vanwege het monopolie van de relatief goed functionerende Nederlandse Spoorwegen (De SBB en de Salines AG zijn gewaarschuwd!).

Zwitserse burgers hebben veelal al moeite met de frequentie en (technische) kwesties in nationale referenda, laat staan dat er mensen, energie en kennis zijn voor referenda voor EU-wetgeving! Daar komt nog bij dat de Europese Commissie het Volk zelfs kan straffen als het ‘nee’ durft te zeggen. Wie is de soeverein in het nieuwe verdrag?

Boorkop van de Basistunnel. Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

Conclusie

Afgezien van andere discussiepunten (onder andere Strom, Lohnschutz) zijn er nog meer open vragen en onwelkome verrassingen op lange termijn. Het heeft er echter alle schijn van, dat een institutionele samenwerking met een internationale organisatie zonder de verreikende  consequenties in kaart te brengen per se moet worden gerealiseerd. Om deze reden worden de kantons in strijd met de Grondwet genegeerd.

En ja, de Europese Unie is in veel opzichten een belangrijke, zinvolle en ook voor Zwitserland belangrijke organisatie en partner. Echter het Zwitserse (maatschappelijke, monetaire, democratische, economische, politieke, administratieve, sociale) model is onverenigbaar met deze organisatie en alle andere leden van de EU, waar burgers eens om de zoveel jaar mogen stemmen en dat is het.

Dit verdrag is gewoon niet genoeg, op een aantal punten in strijd met de Zwitserse Constitutie en onverenigbaar met het Zwitserse model. Niet Zwitserland is het probleem, maar de Europese Unie met haar vele marode leden, geprivilegieerde bureaucratie, centralisme en protectionisme.

Op diverse gebieden moeten bij aanname van het verdrag bovendien toch grondwetswijzigingen worden opgenomen, bijvoorbeeld dat de hoogste wetgever, uitvoerende en rechtsprekende macht op een groot aantal (ook nu nog niet voorziene) gebieden in Brussel en Luxemburg liggen, dat niet het Volk, maar de Europese Commissie de soeverein is, dat de EU het Zwitserse immigratiebeleid bepaalt en dat Art. 84 (Alpeninitiative uit 1994) mede door tussenkomst van de EU sinds 1994 wordt genegeerd ondanks nieuwe tunnels en miljardeninvesteringen.

Art. 84 A: Der alpenquerende Gütertransitverkehr von Grenze zu Grenze erfolgt auf der Schiene. Der Bundesrat trifft die notwendigen Massnahmen. Ausnahmen sind nur zulässig, wenn sie unumgänglich sind. Sie müssen durch ein Gesetz näher bestimmt werden.

Die Transitstrassen-Kapazität im Alpengebiet darf nicht erhöht werden. Von dieser Beschränkung ausgenommen sind Umfahrungsstrassen, die Ortschaften vom Durchgangsverkehr entlasten.

Dit is de toekomst van de Zwitserse directe democratie bij dit verdrag. Indien de soeverein (het Volk) en in dit geval de Kantons (Art. 140 b) dit verdrag aannemen, is dat een keuze conform de Zwitserse Grondwet. Maar een obligatorisch referendum is verplicht inzake dit verdrag. De discussie heeft, tot nu toe, alle schijn van een staatsgreep à la Suisse.

Het Ormont-dal, Glacier 3000 en Les Diablerets

Val d’Ormont (Kanton Vaud) was in de 13e eeuw ongesplitst in verschillende gebieden, die toebehoorden aan de graaf van Savoie, de abdij van St-Maurice, de Heren van Saillon in Wallis en andere adellijke families.

In 1475, tijdens de Bourgondische oorlogen (1474-1477), verwierf Bern het dal. De Berner overheersing was voor de bewoners kennelijk draagbaar, want tijdens de Franse invasie (1798) steunden ze Bern.

In 1798 trok een detachement onder leiding van kolonel Tscharner richting Aigle om te proberen de Franse troepen tegen te houden, tevergeefs. Een ander contingent onder kolonel Forneret was hetzelfde lot beschoren bij de Col de la Croix. Uiteindelijk kondigden predikanten in 1798 in het dal vanaf de kansel de onafhankelijkheidverklaring van Vaud af.

Tussen 1836 en 1840 is de weg aangelegd die Aigle via de Grands Rochers met Sépey verbindt, in een later stadium is de weg tussen Sépey en Château d’Oex en tussen Sépey en Les Diablerets voltooid.

In 1913 is de elektrische spoorlijn Aigle – Sépey – Les Diablerets in gebruik genomen, en ontstond het wintertoerisme. Vanaf 1950 maakte de periode van welvaart de bouw van Glacier 3000, de kabelbanen, skiliften en de postautoroute Gstaad – Pillon (halte Glacier 3000)– Les Diablerets mogelijk.

Les Diablerets

De plaats Les Diablerets (gemeente Ormont-Dessus) ligt aan de voet van het Diablerets-massief en aan beide oevers van de Grande Eau. Het eerste hotel werd gebouwd in 1856, het Grand Hotel Les Diablerets.

In 1881 heeft het Grand Hotel voor zijn steeds talrijkere Engelse clientèle een kapel in de anglicaanse ritus bouwen. In 1946 is de Engelse kapel overgenomen door de lokale protestantse kerk.

De top van de Diablerets en de Quille du Diable

De top van de Diablerets (3.209 m), gelegen tussen de alpenweiden van Anzeindaz in het zuiden en het Ormont-dal in het noorden, is vroeger als een plek des onheils beschouwd. Volgens de legende van Les Diablerets was het een toevluchtsoord voor boze geesten, een buitengewest van de hel en een ontmoetingsplaats voor demonen.

Volgens de overlevering was het geluid hoog in de bergen afkomstig van met rotsen spelende demonen. Naar verluidt kegelden ze zelfs, vandaar de naam “Quille du Diable”, die werd gegeven aan de torenvormige rots ten zuiden van de Tsanfleuron-gletsjer (Blumlisalp) en de Diablerets.

 Glacier 3000

Tegenwoordig kan men deze rots van nabij zien en zelfs bezoeken, zonder demonen tegen te komen. In het hart van de Waadtländer Alpen vormen de Glacier 3000 en het met Villars en Gryon verbonden gebied een paradijs voor skiërs, wandelaars, langlaufers en sleeërs.

 

Indrukken van Les Diablerets

Pascal Bettex, installatiekunst cinétique à la  Jean Tinguely, 2017. 

De vele namen en beroemdheden van Villeneuve aan het meer van Genève

De stad Villeneuve (kanton Vaud) kende in haar lange historie diverse namen, die teruggaan tot de Keltische en Romeinse tijd. De plaats was echter al na de laatste ijstijd, zo’n 10 000 jaar, geleden bewoond.

De ligging aan het meer van Genève, de verbinding tussen Frankrijk en Italië en het relatief milde klimaat waren gunstige omstandigheden voor handel, bewoning, visvangst, wijnbouw, landbouw en jacht.  De Helvetische stam der Kelten bewoonde het gebied al in de Bronstijd. De Romeinen noemde de plaats later Pennelocus.

Het Tauredunum, Savoie en Chillon

De plaats verviel echter na het vertrek van de Romeinen aan het begin van de vijfde eeuw. De Tauredunum betekende echter het einde van bewoning. Deze Tsunami verwoeste in 563 de bewoonde wereld langs de oevers tot aan Genève.

De plaats werd echter herbouwd onder de naam Compendiacus, later Compegniez, vernoemd naar Compendius, een grondbezitter. De huidige naam en stadsrechten dankt Villeneuve echter aan de graven van Savoie, die ook Heer van Chablais waren. Zij stichtten een plaats in de buurt van hun burcht Chillon, Villeneuve (nieuwe stad) de Chillon in 1214.

Villeneuve had spoedig daarna al meer dan 2 000 inwoners (Aigle in deze tijd ‘maar’ 160)! Villeneuve werd van 1536 tot 1798 bestuurd door Bern en was daarna deel van Vaud in de Helvetische Republiek (1798-1803) en vanaf 1803 kanton Vaud. Op 11 mei 1800 verbleef Napoleon met zijn leger korte tijd in deze stad bij zijn veldtocht in Italië (tegen Habsburg).

Villeneuve heeft, evenals andere plaatsen langs het meer (en Zwitserland) veel internationaal bekende inwoners en bezoekers gekend, onder anderen Lord Byron (1788-1824), Léon Gambetta (1838-1882), Victor Hugo (1802-1885), Richard Wagner (1813-1883), Mahatma Gandhi (1869-1948), Tomàš Masaryk (1850-1837), Edvard Beneš (1884-1948), Oskar Kokoschka (1886-1980) en de nobelprijswinnaar voor literatuur Romain Rolland (1866-1944).

De burcht Chillon, de middeleeuwse kerk St. Paul en de kunst langs het meer van Genève zijn er echter nog steeds. En Vevey heeft dan wel zijn vork in het meer, maar Villeneuve heeft haar boom!

(Bron en verdere informatie: Commune de Villeneuve)

St. Paul

Treinen en tunnels in Zwitserland

Zwitserland is onder andere bekend vanwege haar (visionaire) beleid met betrekking tot het openbaar vervoer en milieubehoud (bijvoorbeeld vrachtvervoer per en met de trein door een uitgebreid stelsel van tunnels (zonder EU-subsidies het continent klimaatvriendelijk verbindend) door de meest onherbergzame gebieden.

Het is spijtig dat mede door tussenkomst van de Europese Unie het referendum van 1994 niet volledig doorgezet kom worden. Bovendien komen de Europese Unie, Duitsland, ondanks miljarden subsidies van de Europese Unie, hun verdragsverplichtingen met betrekking tot de aanleg van spoorwegverbindingen met Zwitserland niet of met zeer veel vertraging na. Zo weigert Duitsland, ter bescherming van het belang van de haven van Hamburg, ook de aansluiting met de Nederlandse Betuwelijn aan te leggen.

De boorkop van de Gotthard-Basistunnel. Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

Reizen met de trein is ook een comfortabel genot voor de (zaken) reiziger of toerist. Bekende trajecten zijn, onder andere, de Glacier-Express, de Pilatusbahn, de Rigibahn, de Gornergratbahn, de Jungfrau-Express, Matterhorn-Gotthardbahn of de Berninabahn.

De Rhätische Bahn  rijdt (bijna) altijd op tijd

Andere minder bekende trajecten zijn echter ook de moeite waard, bijvoorbeeld la ligne Aigle-Leysin, van Montreux naar Zweisimmen met de GoldenPass Line of naar Lenk im Simmental, van Montreux naar Interlaken met de GoldenPass-Express  van Montreux naar Rochers- de-Naye met de Montreux-Berner Oberland Bahn (MOB) of van Montreux richting Lausanne en Genève  door Lavaux met de SBB.

 

Van Montreux naar Zweisimmen

Deze trein met zijn Belle Epoque inrichting gaat onder andere via Montbovon, Rossinère, Château d’Oex, Rougemont, Saanen en Gstaad door prachtige landschappen, vergezichten en de kantons Vaud, Freiburg en Bern naar Zweisimmen.

Van Montreux naar Rochers- de-Naye

Deze reis brengt de reiziger naar een hoogte van ruim 2000 meter op de Rochers- de- Naye met prachtig uitzicht over het meer van Genève, Grand Hotels en het Alpenlandschap.

 

Het regionale natuurpark Gruyère Pays-d’enhaut 

 

 

Van Montreux naar Lausanne door Lavaux

Lavaux is het bekendste wijngebied van het land en is zelfs opgenomen in de Erfgoedlijst van de UNESCO. Een reis loont zich in alle jaargetijden, maar met name de lente en de herfst vormen een kleurrijk decor van wijngaarden, stadjes en dorpen.

Ftan, de Contredanse française en het Hochalpine Institut

Het dorp Ftan ligt aan de zuidzijde van een bergrug in het midden van Unterengadin, tussen Ardez en Scuol. Eigenlijk zijn er twee Ftans: Ftan Pitschen (het kleine Ftan) en Ftan Grond (het grote Ftan).

Het gebied strekt zich aan de noordzijde uit tot in de Silvretta regio aan met de grens met het Oostenrijkse Paznaun, de Futschölpas en de 3230 meter hoge Augstenberg (Piz Blaisch Lunga).

Het grote belang van de Futschölpas is door archeologen aangetoond. Ze hebben sporen van prehistorische aanwezigheid van mensen gevonden van 10500 jaar oud. Deze regio was ook in de Romeinse periode al bewoond.

Ook de eeuwenoude geschillen tussen de dorpen Ardez en Ftan over weiden en almen en de toegang tot de Futschölpas zijn een indicatie van veeteelt. De Graven van Tirol, de Habsburgers, het bisdom Chur en de kloosters van Marienberg (Zuid-Tirol) en Müstair betwistten de heerschappij van het Unterengadin, totdat de vallei zich in 1652 los kocht van Habsburg. Ze was toen al aangesloten bij de Gotteshausbund.

Het enige huis dat gespaard is gebleven in alle oorlogen, branden en lawines is het huis Florineth nr. 97; de eerste bouw dateert uit 1582.

Ftan is vaak getroffen door lawines (1682, 1720 en de huidige bedreigingen), branden (1723, 1784 en 1885) en oorlogen (1499, Engadiner, Schweizer of Swabische Oorlog (afhankelijk van het perspectief) en in 1622 tijdens de Bündner Wirren (1619-1639).

Het was een arm voornamelijk agrarisch georiënteerd gebied. Sommige inwoners van Ftans kozen echter voor een militaire carrière en keerden welgesteld terug uit Franse of Nederlandse dienst. Jon Peider Schmid de Grüneg, bijvoorbeeld, diende de Franse koning in het Bündner regiment en bereikte de hoge  rang van luitenant-kolonel.

Zijn neef Martin Peider Padrotsch Schmid von Grüneg diende ook in dit regiment en schreef de ‘Contredanses françaises’. Zo bereikte de ‘Haute Culture’ het Engadin.
Dansen waren een belangrijk onderdeel van de educatie en cultuur van de aristocratische samenleving en gegoede burgerij.Augustin de Saint-Aubin (1736-1807), gravure 1774, La contredanse française. De belangrijkste dansen van het Franse hof en de bourgeoisie aan het einde van de 18e eeuw waren de contredanse en het menuet. (Bron: Erika Schneiter, “Contredanses in plaats van ordes: de “Contredanses françaises” van Martin Peider Padrotsch Schmid von Grüneg zu Ftan”, in Bündner Monatsblatt, uitgave 5, 1992).

Andere inwoners van Ftan waren ‘Zuckerbäcker’ en stichtten of kochten bedrijven in Italië, Noord- en Oost-Europa, bijvoorbeeld in Berlijn, Kopenhagen, Gdansk, Königsberg, Breslau, Moskou of Sint-Petersburg.

De Rhätische Bahn exploiteert vanaf 1913 een treinstation. De opening van een stoeltjeslift en skilift in de winter van 1970 leidde tot een verdere opleving van het wintertoerisme. Het dal met zijn (alpen) weiden en het nabijgelegen nationale Park zijn bovendien een paradijs voor wandelaars en zomervakantie.

In de herfst van 1792, na de bestorming van de Tuilerieën in Parijs, keerde priester Andrea Rosius à Porta (1754-1838) terug naar zijn geboortedorp Ftan, waar hij de opening van een private school voorbereidde. Op 1 oktober 1793 opende hij het Institut à Porta. Hij verrijkte het onderwijs met  Romaans lesmateriaal, “Il magister amiaivel”. Door concurrentie van volksscholen sloot het instituut in 1869 de deuren.  Maar een halve eeuw later opende een ander instituut zijn deuren. Het Hochalpine Institut Ftan specialiseerde zich in de bevordering van talent. In 1993, het jubileumjaar, werd ook het internaat opgericht en werd de naam veranderd in “Hochalpines Institut / Institut otalpin Ftan”.

De meeste van de twaalf meren van Ftan liggen boven de boomgrens. Ze zijn ontstaan uit de ijstijdgletsjers in de omgeving. De bekendste is Lai da Minschun. Een wandelpad eindigt bij het bergstation Motta Naluns.

(Quelle und weitere Informationen: P. E. Grimm, J. Wirth, Ftan, Scuol, 2016)

Aigle het eerste Franssprekende protestants territorium

Aigle is het eerste Franstalige gereformeerde gebied van de voorheen Duitstalige Zwitserse Bondsstaat, alleen het katholieke Freiburg was ook deels Fribourg.

Aigle is voor het eerst vermeld in een document uit 1140. Dit document verwijst naar het priorij St. Maurice van Aigle, gesticht door de abdij van Agaune (St. Maurice).

Het klooster bestaat sinds de Reformatie in Aigle (1526-1528) niet meer. De toenmalige kloosterkapel is sinds 1528 een hervormde kerk. De eerste kerk werd gebouwd tijdens de Bourgondische periode in de 6e eeuw.

De romaanse kerk dateert uit de 11e of 12e eeuw. Aan het einde van de 15e eeuw werden het gewelf en het koor in gotische stijl gerenoveerd. Deze voormalige kloosterkerk, met haar mix van romaanse en gotische stijl, is een monument dat onder bescherming staat van de Confederatie.

Aigle werd in 1476 het eerste Franstalige gebied van de Duitstalige Zwitserse Confederatie door het besluit van het tweetalige Freiburg om het toenmalige gebied van Aigle over te dragen aan de Republiek Bern.

De kerk St. Jacques, tegenwoordig de Deutsche Evangelische Kirche

Aigle, dat bestond uit Aigle, Ollon, Bex en Les Ormonts, was ook het eerste bastion van de Reformatie in Franstalig Zwitserland! De reformator Guillaume Farel (1489-1565) preekte op 30 november 1526 voor het eerst in de kerk St. Jacques in Franstalig Zwitserland.

Aigle is dus niet alleen de eerste Franstalige plaats van de Duitstalige Zwitserse Confederatie, maar ook de eerste gereformeerde plaats in Franstalig Zwitserland, en niet Neuchâtel (1530), Lausanne (1536) of Genève (1536).

 

De magie van het Lichtfestival in Murten

Van de oude binnenstad tot aan de oever van het meer veranderen meeslepende en interactieve kunstwerken Murten (van 21 januari tot 1 februari 2026) in een openluchtpodium. De magie van het Murten Lichtfestival ontstaat niet pas op straat, maar begint al veel eerder in het creatieve proces.

Een programmacommissie selecteert zorgvuldig werken die de rondleiding zullen kenmerken: poëtische installaties, interactieve werken, spectaculaire of meeslepende bijdragen.

Deze artistieke reis wordt mogelijk gemaakt door iedereen die eraan deelneemt: gevestigde kunstenaars, jonge creatievelingen uit het kanton en schoolklassen die hun eerste stappen in de lichtkunst zetten.

Samen veranderen ze Murten (Morat in het Frans) gedurende twaalf dagen in een open podium dat bezoekers onderdompelt in een droomwereld, waarin de oude stad een plek van beleving en uitwisseling wordt.

(Bron en verdere informatie: Murten Lichtfestival)