De Basler Fasnacht is ook een ernstige aangelegenheid

De Basler Fasnacht (van maandag 23 februari, 04.00, tot 26 februari, 04.00) is weer voorbij, afgezien van de drie daaropvolgende ‘Bummelsonntage’.

Na de evenementen in de Vorfasnacht en de Fasnachtsmesse in de Elisabethenkirche klonk klokslag vier bij de Martinskirche weer het jaarlijkse ‘vorwärts, marsch’ en duizenden Fasnächtler begonnen aan hun tocht door de stad.

Maandag, 23. februar1, 03.59

Maandag, 23. februari, 04.01

Directe democratie, subsidiariteit en decentralisatie

Ieder jaar hetzelfde ritueel en toch altijd weer een andere (emotionele) beleving. Niet alleen de muzikaliteit, creativiteit, discipline, organisatie en sprookjesachtige entourage kenmerken dit evenement. De directe democratie, subsidiariteit en het decentrale federale stelsel komen er ook tot uitdrukking.

De burgers delen hun zorgen over lokale, nationale en internationale ontwikkelingen; ze maken hun meningen en gevoelens over bestuurders, politici en andere gezagsdragers openbaar en stellen hun beslissingen of stellen misstanden aan de orde, niet alleen op straat, maar ook door de Schnitzelbänke.

De Fasnacht is dan ook een serieuze zaak. Afgezien van een lange en intensieve (muzikale en creatieve) voorbereiding van de deelnemers (al dan niet verenigd in Cliguen) en de financiële kosten, is ook de keuze van een ‘sujet’ van discussie en uiteindelijk stemming.

Daarna volgen de keuze van kostuum, laterne en larve. Lang niet alle deelnemers zijn verenigd in cliquen of volgen deze procedure. Velen nemen in kleine groepen of zelfs alleen deel zonder ‘sujet’ of laterne.

Een ernstige aangelegenheid en Swissness

Allen delen echter alleen muzikaliteit, creativiteit, discipline, organisatie en respect voor elkaar en de omgeving. Twee toepasselijke voorbeelden. Bij een dergelijk groot festijn tot diep in de nacht moet de ambulance zich soms een weg banen.

Toeschouwers en Fasnächtler banen echter de weg en vallen het medische personeel niet lastig! Wanneer een grote clique, soms met wel 100 of meer deelnemers, op een kleine groep van een paar muzikanten stuit, krijgt deze kleine groep toch voorrang.

Nooit zijn er discussies, zelfs niet in de nauwste steegjes en in de grootste drukte. Ook de toeschouwers gedragen zich (vooralsnog) respectvol en voorbeeldig, ondanks de enorme drukte en het drankgebruik, wat echter geen garantie is voor de toekomst.

Conclusie

Hoe dan ook, de kwaliteit en serieuze ondertoon van de Fasnacht komen wellicht nog het beste tot uitdrukking tijdens het openluchtmuseum op de Münsterplatz en in de schriftelijke toelichting die de Cliquen uitdelen om de keuze van hun ‘sujet’ toe te lichten.

Waar anders treft men bij een dergelijk evenement uitvoerige betogen aan over maatschappij, democratie, neutraliteit of oorlog en vrede met verwijzing naar filosofen, nobelprijswinnaars en andere denkers? Friedrich Nietzsche, Leo Tolstoi, Albert Einstein of Tic Tac in plaats van TikTok maakten ook dit jaar integraal onderdeel uit van de Fasnacht.

De Basler Fasnacht is weliswaar een uniek evenement in kanton Basel-Stadt, maar Swissness komt er ook tot uitdrukking. Mogen Helvetia en Frau Fasnacht dit bijzondere land en haar unieke democratie, staatsinrichting, kosmopolitische samenleving en kwaliteit van leven behoeden, ook voor eigen misstappen.

Indrukken van Fasnacht 2026

 

Und der Besenwagen

 

De Basler Fasnacht 2026 is weer geschiedenis

The End 

De natuur en bomen in de stad

In de Middeleeuwen betekende het bos gevaar en mysterie. Niemand ging voor zijn plezier een wandelingetje maken. Tegenwoordig is het bos daarentegen een toevluchtsoord voor rust, frisse lucht en de pure ervaring van de natuur.

De kwaliteit van leven in de stad houdt verband met haar omvang en vooral het contact met de natuur en recreatiegebieden. Woongebieden liggen bij voorkeur binnen een redelijke afstand van groene zones.

Bern. Foto: TES

De betekenis van de boom

Een bijzondere tentoonstelling was in 2022 gewijd aan de historie van duizend jaar bomen en groen in  Bazel. In de verschillende fasen van de stadsontwikkeling heeft de boom verschillende functies, zoals stadsverfraaiing, uitdrukking van de tijdgeest en vorm van inrichting van de groene ruimte. In welke andere stad refereren tuinlieden aan de filosofie ? Het getuigt van een groot respect voor de natuur.

Die prachtvollsten Blumen blühen oft ins Verborgene. Japanisches Sprichwort

Gärtnerei in Basel, zomer 2021. Foto TES

Bovendien heeft de boom soms ook een politieke en bestuurlijke betekenis. Rechtspleging vond tot de zestiende eeuw veelal plaats onder lindebomen. De vrijheidsbomen van de Franse Revolutie waren na de Franse inval in 1798 ook prominent in Bazel aanwezig en kerstbomen sieren jaarlijks de marktplaats en het stadhuis.

De tentoonstelling Bäume in Basel Das Grün im urbanen Wandel (Bomen in Bazel. Het groen en stedelijke verandering) geeft een beeld van de historische ontwikkeling van natuur en flora in de stad tot heden en zelfs met een blik naar de toekomst.

Diverse tijdsfasen passeren de revue. De relatie tussen hout, bomen en de stad is ook alomtegenwoordig in het museum Kleines Klingental. Het oude Romaanse rad van fortuin (das Glücksrad) uit de kathedraal is gemaakt van eikenhout uit 1220. Het museum toont de originele sculptuur van de kathedraal op de Münsterplatz. Op locatie staan grotendeels kopieën vanwege de bijna duizend jaar oude historie.

Het botanische tijdperk

In de intellectuele en culturele omwenteling aan het begin van de moderne tijd (rond 1500) veranderde het aanzicht van de stad. Geleerden en ondernemers met internationale connecties bevorderden de transformatie van Bazel tot een kosmopolitische stad.

De plantkunde was toen al nauw verbonden met de farmacologie, de geneeskunde en de tuinbouw. De oprichting van de Universiteit van Bazel in 1460 bevorderde deze wetenschappelijke belangstelling. In deze periode ligt de basis van de huidige chemische en farmaceutische industrie van de stad.

De boekdrukkunst en de befaamde kwaliteit van het papier van de vele papierfabrieken (zie ook: www.papiermuseum.ch), de vele (beroemde) uitgevers en het humanistische, relatief tolerante karakter van de stad maakten van Bazel een van de toonaangevende universiteitssteden van Europa.

De oude universiteit van Bazel met botanische tuin. Foto: TES.

Renaissance

In de loop van de zestiende eeuw  groeide de stad. Welgestelde burgers legden tuinen aan naar het Italiaanse model. De behoefte de stadslucht te ontvluchten leidde tot de eerste buitenhuizen  en  zomerresidenties. In deze periode treedt de boom ook als middel tot stadsverfraaiing naar voren.

Barok en Rococo

Vanaf het midden van de 18e eeuw laten de barokke buitenplaatsen (bijvoorbeeld de Villa Merian en het Wenkenhof) buiten de stad de bloeitijd van de bouwcultuur van Bazel zien. Zij zijn een uiting van een nieuwe stijl van architectuur, natuur en tuinen in de rococo- en de Engelse landschapsstijl.

Romantiek

Gedreven door filosofische vragen over vooruitgang, cultuur en kunst (onder andere geïnspireerd door Jean-Jacques Rousseau en de Franse Revolutie), ontstond tegen het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw een nieuwe relatie tussen de stadsmens en de natuur.

De woon- en tuincultuur van Bazel in de late 18e en 19e eeuw wordt gekenmerkt door import van exotische bomen en bloemrijke galerijen. Het is een mengeling van barok, rococo, de Engelse tuin, romantiek tot Chinese en Japanse invloeden in statige privétuinen. Tegelijkertijd noodzaakten  hygiëneproblemen van de steeds sneller groeiende stad tot het aanleggen van groenzones.

De tuinstad

Rond 1900 stimuleerden andere ideeën een herbezinning op de stadsplanning, waardoor ook de behoefte aan meer privégroenstroken, huis- en gezinstuinen in Bazel toeneemt. Het idee van de tuinstad werd voor het eerst in 1912 in Münchenstein, vlakbij Bazel, toegepast. Het was de eerste tuinstad van Zwitserland.

De nieuwe ruimtelijke orde

Begraafplaatsen, oude kloosters en hun tuinen binnen de stadsring en het slopen van oude stadsmuren maakten ruimte voor de eerste stedelijke groene zones. Langs de rivier en straten werden bomen geplant en de Rijnoever werd zelfs een lommerrijke promenade en is dat nog steeds.

Bazel, Rijnoever. Foto: TES

De laatste decennia van de 20e en de eerste decennia van de 21e eeuw kenmerken zich door herbestemming en het veranderde gebruik of de herinrichting van onbebouwde gebieden, oude fabrieksterreinen.

De moderne stad

Tegenwoordig worden parken en groenstroken vaak verrijkt met kunstwerken en recreatieve structuren. Deze ontwikkeling weerspiegelt een ontwaakt milieubewustzijn in een urbane omgeving. De gemeentelijke dienst onderhoudt maar liefst 27 000 bomen,  stuk voor stuk en zorgvuldig.

Het motto: een gezonde boom betekent een gezonde stad.

(Bron en nadere informatie: www.mkk.ch).

De beroemde kastanjebomen op de Münsterplatz.

De passen van de Jura, Kienberg en de Clarissen van Erlinsbach

De Gotthardpas, de Simplonpas, de Grote St. Bernhardpas, de Malojapas, de Julierpas of de Ofenpas zijn enkele bekende namen van de  vele passen in en over de Zwitserse Alpen.

Wie kent echter La Vue des Alpes, de Col du Chasseral,  de Col de Pierre Pertruis, de Col du Mont Orzeires, de Benkerjoch, de Wasserflue of de Saalhöhe in de kantons van Bern, Neuchâtel, Vaud, Jura, Basel-Landschaft en Aargau, enkele van de vele passen in het Juragebergte ?

La Vue des Alpes, kanton Neuchâtel

Voor bewoners van deze kantons zijn het veelgebruikte verkeerswegen; daarbuiten zijn ze nauwelijks bekend. Dit geldt voor veel Zwitsers, maar in ieder geval voor de meeste Nederlanders.

De hoogte van de passen (tussen de 600 en 1500 meter) is weliswaar minder spectaculair dan de Alpenpassen, maar hun uitzichten en landschappen hebben hun eigen schoonheid.

De Kienberg en zijn ruïne 

De Clarissen van Erlinsbach

Deze passen zijn bovendien altijd belangrijk geweest voor handel, militaire operaties, pelgrims, diplomaten, pausen, bisschoppen, reizigers of Engelsen op hun Grand Tour.

In augustus 2011 hebben Clarissen het complex overgenomen. Al in 1349 speelden de zusters van de heilige Clara een belangrijke rol in Erlinsbach. De Clarissen van Königsfelden namen toen een groot landgoed over van de benedictijnen van Einsiedeln. Op deze plek stond het kerkje dat gewijd was aan de heilige Laurentius. De Gugler verwoestten het in 1375. Bern veroverde Aargau in 1415 en voerde in 1526 de Reformatie in, waarna het kerkje voorgoed verdween. De Laurenzenbron (Laurenzenbrunnen) ontspringt hier. De bron werd gebruikt als thermisch bad en een groot deel van de huidige gebouwen is in 1839 gebouwd als kuur- en badhuis. In 1908 kreeg het complex een nieuwe bestemming als ziekenhuis, maar de Laurenzenbrunnen voorziet nog steeds de hele gemeente Erlinsbach van drinkwater.

De Saalhöhe

Een van de voorbeelden is de Staffelegg van ‘maar’ 621 meter in kanton Aargau. Deze pas verbindt het Fricktal met de stad Aarau. Een wandeling van ruim zes kilometer voert van deze pas dwars door het Jurapark Aargau naar de Saalhöhe (787 meter). De Saalhöhe is, wat de Vaalserberg voor Nederland betekent: een drielandenpunt, maar dan met de drie kantons Solothurn, Basel-Landschaft en Aargau.

Het uitzicht op het Fricktal, het Zwarte Woud en de Alpen is adembenemend en, met een beetje geluk, maken zelfs gemzen hun opwachting.

Kanton Bern en de Habsburger

Bovendien was dit gebied eeuwenlang de grens tussen Oostenrijk en de Zwitserse Confederatie. Het is tegenwoordig niet meer voor te stellen, maar tot 1803 was de Benkerjoch (847 meter) de grensovergang bij Küttingen en Oberhof, vlakbij de Saalhöhe, tussen Habsburgs-Oostenrijk en het kanton Bern.

Dit gebied, het Fricktal, was al vanaf de veertiende eeuw in bezit van Habsburg. De verovering van het overige deel van Kanton Aargau in 1415 door de toenmalige Eidgenossenschaft bracht daarin geen verandering. Napoleon voegde in 1803 het Fricktal bij het nieuwgevormde kanton Aargau.

Op de wandeling is hiervan niets meer te merken, behalve het wapen van kanton Bern verborgen achter een grote beuk op de Saalhöhe. Bern bestuurde dit deel van Aargau als ‘Untertanengebiet’. Om deze reden is het Fricktal overigens katholiek gebleven in tegenstelling tot de overige gebieden van Aargau.

Jurapark Aargau, Fricktal, de Staffeleggpas. 

Zelfs een dik wolkendek doet niets af aan de schoonheid van het landschap, het natuurpark en zijn middeleeuwse dorpjes, kastelen en rijke flora en fauna. Het prikkelt zelfs de fantasie over de Alpengiganten die met helder weer goed te zien zijn.

 

Erlinsbach (kantons Aargau en Solothurn)

Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel)activiteiten in andere regio’s.

(Bron en verdere informatie: www.sac-cas.ch).

De Moiren Stiftung

De Moiren Stiftung

Indrukken van Kienberg (kanton Solothurn)

   

De Pauluskerk, St. Antoniuskerk en de Badische Bahnhof in Bazel

In de negentiende eeuw nam het aantal inwoners van Bazel toe van 30 000 in 1850 tot ruim 100 000 in 1900. De stad breidde uit en plande wijken voor diverse doelgroepen. Huurwoningen voor arbeiders, huizen met bedrijfsruimte voor de middenstand en exclusieve woonhuizen voor de gegoede burgerij.

Vanaf het midden van de jaren negentiende eeuw werd het gebied rond de Pauluskerk ingericht voor de gegoede burgerij. Er kwamen geen villa’s maar grote huizen met tuinen.

Deze nieuwe wijk moest ook een evangelisch-reformatorisch centrum hebben, de Pauluskerk. De architecten Karl Moser (1860-1936)  en Robert Curiel (1859-1925) kregen de opdracht. Diverse lokale kunstenaars hebben de glas-in-roomramen, de vensters, de sculptuur, decoratie en ander reliëf verzorgd.

Pauluskerk

De bouw van de kerk is in 1901 voltooid. Het eerste opmerkelijke is de religieuze sculptuur van personen in deze protestantse kerk. De romaanse en gotische stijl en decoratie en de centraalbouw zijn ook bijzonder. Dit zijn typisch katholieke kenmerken.

Het grote gotische venster doet ook aan een katholieke kerk denken. De uitbundige Art Nouveau-figuren en motieven passen in de tijdsgeest, maar zijn voor een religieus gebouw in die tijd ook vermeldenswaard. Ook het portaal doet eerder denken aan een romaans-gotisch klooster dan aan de protestante religie.

Het resultaat was echter een aparte stijl, in de juiste proporties, ingetogen en subtiel. Het viel zo in de smaak dat diverse woningen in de directe omgeving zich aan de stijl van de kerk aanpasten.

Vijfentwintig jaar later vond in Dornach in de omgeving van het Goetheanum een soortgelijke ontwikkeling plaats, alleen op een veel grotere schaal en in de Art-Decostijl.

Sinds 2019 heeft de Pauluskerk geen religieuze functie meer en vanaf 2021 is het officieel een cultureel centrum, onder andere voor muzikale uitvoeringen vanwege de goede akoestiek en de bijzondere architectuur.

De geslaagde architectuur en decoratie en de prominente ligging zijn nog steeds bepalend voor het aangezicht van deze wijk. Het is duidelijk wat de inspiratiebron is geweest voor de architecten van omringende panden.

De architect was dan ook niet conventioneel. In 1926 bouwde hij een totaal andere kerk, de St. Antonius-Kirche, de eerste betonnen kerk van het land, ook een nationaal en kantonaal monument!

Antonius-Kirche

Karl Moser, de Antoniuskirche, gebouwd in 1927. De eerste kerk van beton in Zwitserland. Vensters van Hans Stocker (1896-1983) en Otto Staiger (1894-1967), sculptuur van Max Uehlinger (1894-1981).

Badischer Bahnhof Basel

Karl Moser, en weer wat anders, of toch niet ? Badischer Bahnhof Basel, 1913 en Carl Burckhardt (1878-1923), de ‘Brunnengruppe Rhein und Wiese’, 1921.

Het is in ieder geval niet vaak voorgekomen in de twintigste eeuw dat een religieus gebouw de toon zet voor de architectuur en stijl van de woonomgeving. Het is  weliswaar niet genoeg gebleken om gelovigen te binden, maar religieus geïnspireerd gezang zal er nog vaak te horen zijn.

Quelle und weitere Informationen: Kulturkirche Paulus

Een klein venster en de historie van Rheinfelden

In het voorjaar van 1802 verliet de laatste Oostenrijkse garnizoenscommandant Rheinfelden. Aan meer dan 450 jaar Habsburgs-Oostenrijkse overheersing was een einde gekomen. De Eidgenossen hadden in 1415 Aargau al op de Habsburgers veroverd, inclusief de burcht Habsburg.

Het Fricktal en Habsburg

Het Fricktal bleef echter Habsburgs tot de toewijzing aan het nieuw gevormde kanton Aargau in de Confederatie van 1803 (totstandgekomen door de Meditationsakte van Napoleon en de oude kantons, die na de Franse bezetting in 1798 waren afgeschaft door Napoleon in de Helvetische Republiek 1798-1803). Vanaf 1803 waren er twee Rheinfelden: in kanton Aargau aan de linker Rijnoever en een  Duits Rheinfelden aan de rechter Rijnoever.

Het eerste kapucijnenklooster is in 1598 buiten de stad gebouwd en ingewijd en in 1657 in de stad herbouwd. Het klooster is in 1804 door het kanton Aargau opgeheven.

Ondanks het vertrek van de laatste Oostenrijkse militairen in 1802 is het wapen van Oostenrijk op tal van plaatsen in Rheinfelden (en in andere plaatsen van de Confederatie) nog prominent aanwezig. Zo ook op de façade van het Commandantenhaus, de residentie van de commandant van het garnizoen.

Gustav Kalenbach-Schröter (1821–1901), rechts het commandantenhuis, links de kapucijnenkerk. Collectie: Fricktaler Museum, Rheinfelden

Het Commandantenhaus

De eerste fundamenten van het Commandantenhaus stammen uit de eerste helft van de 13e eeuw. Deze locatie was de plaats van de stadsuitbreiding in deze tijd met stenen huizen voor adel en welgestelde burgerij. In 1613 vond een grote renovatie van het Commandantenhaus plaats en uit deze tijd resteren prachtige laatrenaissancistische fresco’s en schilderingen op balken.

Het plafond op de begane grond

Deze zijn bij een renovatie in 2003 weer te voorschijn gekomen en gedocumenteerd. Bovendien konden de specialisten aantonen dat dit huis aanvankelijk veel groter was, maar in de 19e eeuw in twee huizen is gesplitst.

Het Romaanse-, Gotische- en spleetvenster en laattrenaissance decoratie 

Een van de opmerkelijkste vondsten was echter het Romaanse rondbogenvenster uit de 13e eeuw. Dit venster is bij de renovatie van de peiler van het Commandantenhaus ontdekt. Deze peiler was aanvankelijk een deel van de muur van een huis uit de 13e eeuw dat later (wellicht door de verwoesting bij de belegering van 1634) is afgebroken. Alleen de peiler met venster bleef behouden als ondersteunende muur van het Commandantenhaus.

Het venster is het best bewaarde romaanse rondboogvenster van kanton Aargau. Het toont lilla’s en twee zuilen met fabeldieren. Interessant is ook de gotische spitsboog, die later (wellicht na de aardbeving van 1356) het Romaanse boogvenster verving. Weer later is het venster verkleind tot een kleine spleet. Deze drie stijlen zijn echter bewaard gebleven en worden na de restauratie in 2003 getoond.

De garnizoensbakkerij (Garnizonsbackhaus) in dezelfde straat is in 1732 gebouwd.

Het lijkt vreemd, een venster in zo’n steunpilaar, maar het was vroeger aangebracht in de muur van een later afgebroken of tijdens de Zweedse belegering in 1634 verwoest huis!  De prachtige fresco’s en plafondschilderingen zijn deels in oude staat gelaten, deels gerestaureerd. Waarschijnlijk zijn er nog meer muurschilderingen, onder andere aan de buitenkant van het Commandantenhaus, dus aan een muur van het verdwenen huis. Deze blijven voorlopig echter bewaard onder diverse verf- en kalklagen.

Het Commandantenhaus tegenwoordig

De locatie van het Commandantenhaus is ook vanwege een andere reden interessant. Tot 1657 lag dit huis aan de Neugasse, ook wel Neustadt genoemd, als uitbreiding van Rheinfelden. Vanaf 1657 heette deze straat echter de Kapucijnergasse vanwege de bouw van het klooster en de kloosterkerk. Het oude klooster lag buiten Rheinfelden  en is tijdens de (Zweedse) belegering tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) verwoest.

Het huidige commandantenhuis heeft wat betreft de façade grotendeels hetzelfde aanzien als in de 17e eeuw (afgezien van de splitsing in twee huizen), maar het interieur is ingericht als atelier en als modern ingericht woonhuis met behoud van de fresco’s en plafondschilderingen.

(Bron en verdere informatie: H. Leuzinger (red.), Zeuge der Frühzeit von Rheinfelden und repräsentativer Bau der Spätrenaissance, Rheinfelden 2008)

Een digitaal Laternenmuseum van de Fasnacht

De Basler Fasnacht is weer voorbij (10-12 maart 2025). De Laternen en sujets (en de Schnitzelbängg) geven een indruk van wat de mensen bezighoudt. Ze zijn een spiegel van de tijdsgeest en de maatschappij.

Voor historici is het interessant om over 100 jaar (of eerder) inzicht te krijgen in de (internationale) politiek en (regionale en nationale) thema’s van dat moment.

Dit bescheiden digitale museum geeft een indruk van de thema’s.

 

  

 

  

 

  

Bazel, de Basilisk, zijn Legende en de Wettsteinbrücke

Bazel is niet alleen een stad met honderden waterbronnen; het is ook de stad van de Basilisk. De Basilisk is een mythologisch wezen uit de Griekse oudheid, half haan, half slang, die, volgens de legende, ook in Bazel een tehuis vond.

Der Gerberbrunnen

„In dieses Brunnens dunklem Grund haust‘ einst – die Sage tut‘s uns kund – der Basilisk, ein Untier wild. Heut hält er Basels Wappenschild. D‘rauf ward hier ein Gericht gehegt, auch Tanz und Minnesang gepflegt; vom Zunfthaus, das beim Quell dann stand, ward Gerberbrunnen er genannt. Nachdem versiegt er manches Jahr, strömt heut‘ er wieder voll und klar. Kein Drach‘ mehr sinnt in ihm auf Mord, doch lebt ein andrer Drache fort. O Basel, mach‘ von ihm dich frei: der Zwietracht tritt den Kopf entzwei!“

Dit wezen kon met zijn blik doden en wie in zijn voetsporen trad, verschroeide. De enige bescherming voor de mens was dit wezen een spiegel voor te houden, waardoor hij ter plekke dood neerviel, of hem buiten het zonlicht te houden, de enige tijd van de dag waarin zijn krachten werkten.

In de stad zijn deze wezens als houders van het stadswapen en bewakers van bruggen en waterbronnen aan te treffen. Een opmerkelijke verschijning zijn de Basilisk-bronnen, die in 1884 door Wilhelm Bubeck (1851-1890) zijn ontworpen.

Augustinergasse

Het stadswapen in brons en zelfs een drinkbakje voor honden (!) aan de voet van de sokkel zijn de kenmerken. Het bronwater komt uit de muil van het wezen. Er zijn er 39 gemaakt; tegenwoordig zijn er nog 28 over. Ze staan verspreid over de stad, onder andere ook langs de Rijnoever.

De Wettsteinbrücke en haar vier Basilisken

De Wettsteinbrücke, vernoemd naar een burgemeester van Bazel (Johann Rudolf Wettstein 1594-1666), is op 7 juni 1879 in gebruik genomen.

De snelle groei van handel en bevolking van Grossbasel en Kleinbasel maakte een tweede brug over de Rijn noodzakelijk.  De Mittlere Brücke was veel te klein geworden. Het toegenomen autoverkeer en de aanleg van een trambaan leidden in 1939 tot een eerste verbreding van de brug. Dit maakte echter wel slachtoffers: de vier Basilisken die de toegang aan beide kanten van de Rijn bewaakten, hadden geen plaats meer.

Fasnacht 2023

Het leidde tot een diaspora van basilisken. Een basilisk kwam terecht in dierpark Lange Erlen in Bazel, de tweede in Bazel op een binnenplaats en een derde bevindt zich in het dorp Meggen aan het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).

De vierde Basilisk heeft ook omzwervingen gemaakt, maar bewaakt sinds de renovatie en tweede verbreding van de brug in 1996 weer de Rijnoever van Grossbasel.

Die vergessene Legende von Basel, een voorstelling van Damien Fontaine in de Elisabethenkirche, 19 Januari–18 Februari 2026.

De Basilisk, Fasnacht 2026

Rheinfelden 850 jaar

De stad Rheinfelden (kanton Aargau) is in 1130 gesticht door de hertogen van Zähringen. Het geslacht stierf uit in 1218.  De stad kreeg in dat jaar van de keizer van het Heilige Roomse Rijk de status van vrije keizerlijke stad (Reichsunmittelbarkeit), dat wil zeggen direct onder het gezag van de keizer, zonder tussenlagen. Dit was mogelijk, omdat de dynastie dat jaar uitstierf.

Stadhuis (Rathaus)

Tien steden schonken ter gelegenheid van het 850-jarig bestaan van de stad in 1980 een gedenkplaat. Deze bevindt zich in het stadhuis. De plaat toont in het midden het wapen van de Hertogen van Zähringen en daaromheen de wapens van schenkers, de door de Hertogen van Zähringen gestichte steden: Bern, Burgdorf, Murten, Fribourg, Thun in Zwitserland en in Duitsland Bräunlingen, Freiburg im Breisgau, Villingen-Schwenningen, Neuenburg am Rhein en St. Peter in het Zwarte Woud.

Het voormalige kasteel van van Rheinfelden bij de brug

Nadat het stadhuis in 1531 afbrandde, is het opnieuw opgebouwd. Alleen de toren stamt uit de tijd van de Zähringen. De barokke façade toont de wapens van Oostenrijk, het graafschap Hauenstein, Laufenburg, Säckingen, Rheinfelden en de nonnen van de Orde van Truchsessen. Rheinfelden was tot 1803 in het bezit van de Habsburgers.

Goldener Adler, met de dubbele adelaar van Habsburg

Vermeldenswaard is het verhaal van Agnes van Rheinfelden (1065-1111), dochter van Rudolf van Rheinfelden (1025-1080) en vrouw van hertog Bertold II van Zähringen, hertog van Zwaben (1050-1111). In 1080 verloor Rudolf niet alleen een veldslag, maar ook een hand, zijn leven en een kroon, die hij tevergeefs begeerde.

Ter nagedachtenis aan hem stichtte Agnes het Sint-Pietersklooster in het Zwarte Woud in Duitsland. Dit klooster werd de laatste rustplaats van de Zähringers. Het beeld van Agnes, de verloren kroon en de hand op het rotseiland symboliseren dit verhaal.

Rheinfelden is, zoals de naam al aangeeft, gelegen aan de Rijn. Handel en visserij zijn eeuwenlang de belangrijkste economische activiteiten geweest. De bijna duizendjarige historie, het katholieke karakter van de stad (vanwege de lnge heerschappij van de Habsburgers tot 1803) en de welvaart zijn nog steeds aan het stadsbeeld af te zien.

Geschenk van Rheinfelden (Baden) en Rheinfelden (Kanton Aargau) ter gelegenheid van 850 jaar (1130-1980) Rheinfelden

Badencultuur in Rheinfelden

(Bron en verdere informatie: www.tourismus-rheinfelden.ch)

Impressies van Rheinfelden

Feldschlössenen Brauerei

Interieur van de St. Martinskirche

Commandantenhaus (13e eeuw) met het venster en de Kapuzinerkirche (links)

De voormalige garnizoensbakkerij

Stadswal- en poort aan de Rijn

Obertorturm

De legende van de kleermaker vertelt hoe hij tijdens een Zweedse belegering in de Dertigjarige Oorlog de stad redde door zich in de vacht van de laatste bok te naaien en mekkerend over de stadsmuur te lopen. De Zweden dachten dat de stad nog goed bevoorraad was en braken de belegering af. De geiten zijn vandaag te bezichtigen aan de stadsmuur.

De Gottesackerkapelle (1598)

De ‘Kastanienallee’

Romeinen, Fasnacht en het Antikenmuseum Basel

Het zijn verwarrende tijden voor de Romeinen. Julius Caesar marcheerde in 2023 met zijn legioenen door de straten van Basel, destijds beter bekend of beter gezegd onbekend als Basilia, een Keltische nederzetting op de Münsterheuvel en bij de oude gasfabriek. Caesar  (100-44 v. Chr.) stichtte in 44 v. Chr.  de Colonia Augusta Raurica en Colonia Iulia Equestris (Nyon), of had daar waarschijnlijk de opdracht voor gegeven.

Fasnacht 2023

Augusta Raurica, eens een van de grootste Romeinse steden ten noorden van de Alpen, bestaat tegenwoordig uit twee dorpen, Augst en Kaiseraugst, die ook nog eens in twee kantons liggen, Basel-Stadt en Aargau.

Bovendien is zijn erfgoed niet naar hem vernoemd  (Caeser of Kaiser) maar naar de latere Habsburgse keizers, die tot 1803 Kaiseraugst bestuurden, ter onderscheiding van Augst, vernoemd naar Augustus (63 v. Chr.- 14 n. Chr.), de opvolger (en adoptiefzoon) van Caesar). Augst lag tot 1833 in kanton Basel, sindsdien is het onderdeel van kanton Basel-Stadt.

Het Romeinse legioen dat in 2025 de Mittlere Brücke passeerde begreep ook niets van het opschrift ‘800 Joor Rybrugg’. Afgezien van deze voor Romeinen barbaarse   alemannische taal, was er in hun tijd maar een brug over de Rijn en die lag bij Augusta Raurica!

Fasnacht 2025

Om de verwarring voor de Romeinen kompleet te maken bleek de Griekse mythologie in Bazel niet alleen springlevend, maar maken in het Antikenmuseum Basel ook nieuwe demonen en helden hun opwachting.

Een nieuwe hero in het Antikenmuseum

De Romeinen waren met Griekse mythologie opgegroeid en Griekse helden waren ook hun helden, zoals in het Antikenmuseum tot 29 maart is te zien. De introductie van een nieuwe held te midden van nieuwe demonen was hun echter vreemd. Het is ook maar de vraag hoe Caeser de huidige presidenten in het destijds hem niet bekende Amerika en Rusland zou beoordelen.

Hoe dan ook, gelukkig was de Basler kunsthistoricus Mike Stoll in het Antikenmuseum aanwezig om de relatie Romeinen en Fasnacht nader toe te lichten. Met zijn welsprekendheid en kennis slaagde hij er in een verband te leggen tussen de Romeinse Saturnalia, het  Concilie van Nicea in 325 en de Basler Fasnacht.

Mythe of niet, zijn toelichting over het ontstaan en de ontwikkeling van de Basler Fasnacht (23-25 februari 2026) als UNESCO-Werelderfgoed bleef niet alleen beperkt tot de Romeinse tijd, maar was veelomvattend, onder het toeziend oog van Bachuss, andere goden en hun helden.

Het Fasnacht- evenement in het Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig is georganiseerd in het kader van het zestigjarig bestaan van het museum. En dat is geen mythe.

(Bron en verdere informatie: Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig)

Een Mandala aan de Rijn in kaiseraugst

Le Musée d’art aborigène australien « La grange »” in Môtiers (kanton neuchatel),  the Fondation Opale in Lens (kanton Valais),  le Musée cantonal d’archéologie et d’histoire in Palais de Riponne in Lausanne (kanton Vaud), Museum Rietberg (kanton Zürich), Musée Barbier-Mueller (kanton Genève), het Tibet Museum in Gruyères (kanton Fribourg) en europa’s eerste volkenkundige museum, het Museum der Kulturen in Bazel (kanton Basel-Stadt) zijn maar enkele voorbeelden van de (historische) kosmopolitische instelling, wetenschappelijke belangstelling en vele bottom-up organisaties van het land.

Een ander facet van de Zwitserse samenleving is discretie, ingetogenheid en zorgvuldigheid, ook voor de eigen cultuur, directe democratie en Grondwet. De buitenwereld heeft echter, mede door onzorgvuldige en tendentieuze journalistiek, vaak ten onrechte het beeld van een geïsoleerd bergvolk, dat van anderen landen of de Europese unie profiteert. Het tegendeel is echter het geval.

Het beeld van twee Boeddhistische monniken uit Nepal aan de oevers van de Rijn bevestigt dit beeld. Inwoners uit Magden (kanton Aargau) hebben naar aanleiding van een reis in Nepal een typisch Zwitsers bottom-up project gesticht, Lo-Manthang.

Het doel is het ondersteunen van de school in Namdo, Tsarang en Lo-Manthang (regio Mustang) in Nepal, aan de grens met Tibet. Het Boeddhistische klooster Choede in Lo-Manthang leidt deze school. Sinds de communistische invasie en bezetting van tibet in 1959 (met ongeveer een miljoen doden, talloze vermoordde en systematische vervolging van boeddhistische monniken en terreur) is Nepal het feitelijke centrum van Boeddhisme.

Afbeeldingen van het klooster en de school in Lo-Manthang en mandalas van schoolkinderen uit Magden en Rheinfelden in de gereformeerde kerk van Kaiseraugst

In de straatarme regio Mustang biedt het klooster perspectief, Tibetaanse cultuur en taal, Boeddhistische religie, ziekenzorg en onderwijs aan de bevolking. Abt Kungka Tenzing van het klooster en monnik Nawang Funchok waren eind januari/begin februari in Zwitserland om hun project onder de aandacht te brengen.

Mandala

Een concreet project was het vervaardigen van een Mandala van zand. Een Mandala, niet te verwarren met de katholieke Mandorla, is een oude Boeddhistische traditie. Ze worden begeleid door rituelen vervaardigd. Mandala’s dienen als meditatie, zelfreflectie, het loskomen van de materiële wereld en het tonen van vergankelijkheid.

Een Mandala is in haar grondvorm een cirkel in een vierkant met veelzijdige symboliek van de kosmos en de menselijke geest. Een Mandala wordt altijd als een paleis afgebeeld met vier torens die naar het oosten, westen, noorden en zuiden wijzen. Als een landkaart zijn ze een oriëntatie voor mensen op zoek naar de kern van het zijn, het innerlijke, en de Godheid in het centrum van de Mandala. Mandala’s komen in alle grote kloosters voor en tonen een veelkleurige symbolische inrichting.

Een Mandala van zand is een veelvoorkomend figuur. Het aanvaarden van de vergankelijkheid van mens en materie is ook in het boeddhisme een belangrijk motief. Om deze reden is de prachtige Mandala van gekleurde zandkorrels met haar symboliek op de zevende dag weer aan de natuur teruggegeven.

‘Tot stof zult gij wederkeren’ is een bekende uitspraak uit de bijbel (genesis 3.19). De eveneens bekende ‘Totentanz’ uit de late middeleeuwen, een klok of de schedels op schilderijen van Hollandse en Vlaamse meesters uit de 17e eeuw wijzen ook op dit motief.

De gereformeerde kerk in Kaiseraugst

De Rijn bij Kaiseraugst en de Mandala

Van 31 januari tot 6 februari werkten beide monniken aan het project in de gereformeerde kerk van Kaiseraugst (kanton Aargau), niet ver van het paleis van de eerste bisschop van het huidige bisdom Bazel (sinds 1529 met zetel in Porrentruy, vanaf 1828  in Solothurn (kanton Solothurn), zelfs de zetel van een bisdom is vergankelijk!).

Abt Kungka Tenzing (l) en monnik Nawang Funchok (r).

Na een boeddhistisch ritueel (onder andere met gebeden (mantra’s)  in de gereformeerde kerk is het ‘stof’ van de Mandala naar boeddhistisch gebruik aan de Rijn gegeven. De parallel met de ‘as’ na een crematie ligt voor de hand.

De authenticiteit, eenvoud, openheid en betrokkenheid van deze monniken kan bijna vanzelfsprekend op veel sympathie rekenen van inwoners van kleine dorpen en plaatsen, zeg maar ‘het platteland’ in het multiculturele Zwitserland. De kerk en de processie door Kaiseraugst trokken dan ook veel  belangstelling, schoolkinderen maakten talrijke Mandala’s en lokale inwoners, kerk en overheid steunden het project ruimhartig.

(Bron en verdere informatie: Schulverein Lo-Manthang in Magden)

Monnik Nawang Funchok en Abt Kungka Tenzing voor het bootshuis van de roeivereniging Basler Ruderclub (BRC).