Opkomst en neergang van een unieke directe democratie

Van Eidgenossenschaft naar EUgenossenschaft of de democratische en staatkundige Verelendung van Europa’s oudste democratie, bestaande uit het Volk en de kantons. Voor (te) veel Zwitserse hooggeleerde academici, ambtenaren, journalisten en andere zogenaamde ‘hoogopgeleiden’  (wat dat tegenwoordig ook nog mogen inhouden, alsof loodgieters, boeren en metselaars niet ‘hoog zijn opgeleid’ op hun gebied) is deze eeuwenoude confederatie echter een middeleeuws onding, dat geen plaats heeft in de veronderstelde broederschap van Europese landen met de naam Europese Unie.

Grandson 1476-2026

Politiek geinspireerd academisch anachronisme

In hun talrijke publicaties laten ze geen mogelijkheid onbenut om deze confederatie te kleineren. In deze ideologie, want met historie heeft het weinig te maken, dankt Zwitserland haar bestaan uitsluitend bij de gratie van Frankrijk na 1515 (Marignano, gevolgd door de Eeuwige Vrede van 1516/1521) en aan het Congres van Wenen (1814-1815).

Feitelijk en historisch onjuist. In 1648 is de Zwitserse Confederatie van 13 soevereine kantons als onafhankelijke staat al erkend, evenals de Republiek van de Zeven Verenigde (soevereine) Provincies. Bovendien was de confederatie tot 1515 een militaire grootmacht, die niet alleen Habsburg, maar ook het hertogdom Bourgondië had verslagen.

Zonder deze confederatie was het koninkrijkje Frankrijk door dit hertogdom wellicht van de kaart geveegd en zouden we van het koninkrijk Bourgondië spreken. Frankrijk heeft de confederatie bovendien altijd meer nodig gehad dan omgekeerd: buffer tegen Habsburg, huurlingen, bergpassen, verkeerswegen en handel.

Een historicus in Frans/Duitse dienst bagatelliseert zelfs de unieke, effectieve en heilzame directe democratie (de ‘directe democratie wordt overschat’). Je moet maar durven vanuit het centralistische,  bureaucratische en explosieve Frankrijk en zieltogende Duitsland.

In een andere publicatie worden in de 15e en 16e eeuw plunderende Eidgenossen met huidige maffia-clans vergeleken. Niet alleen anachronisme ten top, maar ook stemmingmakerij, want alle militaire formaties plunderden en verwoestten destijds steden en landstreken.

De compromissen en korte oorlogen tijdens de religieuze conflicten van de 16e en 17e eeuw, het Simultaneum, de korte Sonderbundsoorlog en het gezamenlijke bestuur van onderworpen gebieden, bijvoorbeeld in de kantons Vaud, Aargau en Thurgau, bieden een ander perspectief.

Het kasteel van Grandson, Bern en Fribourg besturen gezamenlijk Grandson

De compromissen en korte oorlogen tijdens de religieuze conflicten van de 16e en 17e eeuw, het Simultaneum, de korte Sonderbundsoorlog en het gezamenlijke bestuur van onderworpen gebieden, bijvoorbeeld in de kantons Vaud, Aargau en Thurgau, bieden een heel ander perspectief.

Een andere academicus spreekt van Neidgenossen in deze periode, hoewel rivaliteit tussen steden, provincies en vorstendommen in alle landen, bijvoorbeeld Nederland, Duitsland of Italië, het geval was.

Ook de absurde door de overheid gesubsidieerde ijver om het niet-bestaan van Wilhelm Tell of de eerste allianties tussen huidige kantons uit de 13e en 14e eeuw aan te tonen past in dit concept. Romulus en Remus, de godin Athena, Kenau Simonsdochter Hasselaer  of Marianne worden in Italië, Griekenland, Frankrijk of Nederland nooit ter discussie gesteld. Het gaat om de symboliek en Wilhelm Tell brengt deze treffend tot uitdrukking.

Romeyn de Hooghe (1645-1708), 1690, de Spaanse belegering van Haarlem in 1572 en 1573. Kenau Simonsdochter Hasselaer links vooraan.

Democratische Verelendung in Nederland

Van een vis wordt gezegd dat het rottingsproces altijd in de kop begint. Dit geldt ook voor landen, bedrijven en universiteiten en hun democratisch respectievelijk economisch en wetenschappelijk functioneren.  Dit geldt niet alleen voor het bovengenoemde politieke functioneren van de wetenschap.

In het in de praktijk niet zo democratische Nederland en zijn geïnstitutionaliseerde corruption à la néerlandaise verbaast het niet dat burgers niets te zeggen hebben gehad of hebben over de mate, het tempo en de onderwerpen van Europese integratie. Op één uitzondering na: het Nederlandse parlement en de regering organiseerden in 2005 een referendum over ‘Een Grondwet van de Europese Unie’. Bij verkiezingen voor het Europees Parlement (opkomst tussen de 30% en 40%) en nationale verkiezingen spelen en speelden Europese onderwerpen immers nooit een rol.

In 2005 was de opkomst voor het referendum echter 63.3% en 62% stemde tegen verdere integratie. De reactie van het establishment: de uitslag werd niet alleen genegeerd, maar het referendum werd per decreet weer afgeschaft. Het eerste referendum in 200 jaar!

Bovendien gingen de geplande referenda in tien andere landen ook niet door. Sindsdien gaat de democratische Verelendung in Nederland onverminderd verder. Eens in de zoveel jaar verkiezingen met veel beloftes, die nooit worden nagekomen (migratie, euro, minder bureaucratische EU et cetera).

De burgers zijn inmiddels murw van de geïnstitutionaliseerde corruption à la néerlandaise met Amsterdam als drugsparadijs en verloederd, bestuurlijk, politiek en antisemitisch afvalputje. Volgens recente peilingen heeft nog maar 4% van de burgers vertrouwen in deze politiek van gebroken beloftes, wanbeleid, baantjesjagerij en de politiek als verdienmodel met lucratieve (Europese en internationale) baantjes.

Charles Howard Hodges (1764-1837), 1809, Lodewijk Bonaparte (1778-1846), Koning der Nederlanden 1806-1810. Collectie: Rijksmuseum Amsterdam

De Republiek van de Zeven Verenigde Provincies en Napoleon

Wat heeft dit met Zwitserland te maken? Veel. De Republiek van de Zeven Verenigde Provincies is in 1795 door Napoleon opgeheven. Aanvankelijk voor de Bataafse Republiek, van 1806-1810 (koning Louis Napoleon) voor een koninkrijk en 1810-1813 annexatie bij het Franse keizerrijk. Bij het Congres van Wenen (1814/1815) zijn deze monarchie (dynastie Oranje-Nassau) en de centralistische eenheidsstaat bevestigd. Van verzet van de provincies was geen sprake.

De Zwitserse Confederatie en Napoleon

Napoleon heeft door het heftige verzet van de kantons de centralistische Helvetische Republiek (1798-1803) weer opgeheven. De soevereine kantons in de nieuwe confederatie (met 19 kantons) werden weer in ere hersteld, als voorzetting van de confederatie van 1648. De grootmachten (Pruisen, Engeland, Frankrijk, Rusland en Oostenrijk) erkenden Zwitserland in 1815 als belangrijke economische en neutrale republiek midden in Europa.

Stans (kanton Nidwalden)

Dat heeft niets met een gunst te maken, maar met een eeuwenoude politieke, militaire, sociale en economische historie vanaf de 13e eeuw. De dorpen in de Innerschweiz zijn, uniek in Europa, al in de 13e en 14e eeuw erkend als vrije oorden (Reichsunmittelbarkeit), op gelijke voet met steden, zoals Bazel, Straatsburg, Keulen, Bern of de Hanzesteden. Ze hebben dan ook een stedelijk aanzien vanwege handel, militaire successen, Europese netwerken en uitwisseling.

Het is ook een mythe dat deze confederatie zeer arm was vergeleken met andere landen. De armoede in het Amsterdam van de Gouden Eeuw was net zo groot als in grote Zwitserse steden. De boerenstand was in beide landen relatief welvarend en in ieder geval vrij, wat armoede vaak niet uitsloot. Zwitsers dienden zich massaal aan als huurlingen, Nederlanders gingen massaal de zee op, emigreerden naar de handelsposten, Polen, Denemarken of andere gebieden.

Trogen (kanton Appenzell Ausserrhoden)

Politieke Verelendung in Zwitserland

Het land van de directe democratie (het volk als soeverein en de soevereine kantons in dit geval), negeert echter het Ständemehr en de soevereine kantons. Wellicht kan het Zwitserse establishment ook meteen dit ‘middeleeuwse’ onding afschaffen, naar voorbeeld van het afschaffen van het referendum in Nederland.

De politiek wordt sowieso al gekenmerkt door steeds minder ervaring, kennis en begrip voor de (staatkundige) historie van het land. Diverse oorzaken liggen hieraan ten grondslag, onder andere massale inburgering zonder al te veel Swissness, politiek opportunisme en met name stedelijk activisme.

Het ontbreken van een meerderheid van de kantons bij institutionele veranderingen van de Grondwet betekent niet alleen politieke Verelendung, maar is ook ongrondwettelijk en betekent het einde van de directe democratie.

Na ruim tweehonderd jaar hebben de voormalige Republiek van de Zeven Verenigde Provincies en de Eidgenossenschaft elkaar weer gevonden als deel van een centralistisch ‘one size fits all’-bestuursapparaat. De nieuwe monarchen zetelen in Brussel.

De Politicus en ondernemer Alfred Escher (1819-1882) formuleerde 1848, wat nog steeds de basis is van het federale, gedecentraliserde en  demokratische Systeem:

„Der schöne Baum unseres neuen Bundes, der seine schützenden Zweige über das ganze Vaterland ausbreitet, hat zu seinen Wurzeln die Kantone. Würden wir diese Wurzeln verkümmern und absterben lassen, so wäre damit auch dem Baum der sichere Untergang bereitet. Die Kantone sind die Säulen, auf denen das ganze Bundesgebäude ruht“ (J. Jung, Alfred Eschers Thronreden, Zürich 2021).

Bern, Bundeshaus, de 26 kantons

Conclusie

De Eidgenossenschaft op weg naar een EUgenossenschaft. En dat is geen compliment, noch een goed perspectief voor het land. Zwitserland schaft zichzelf af en dat is ook het doel van het politieke, ambtelijke, academische en journalistieke establishment.

De lucratieve Europese baantjes, de veronderstelde Europese broederschap, zakelijk eigenbelang en zogenaamd Europees prestige lonken in het steeds diepere Europese monetaire, economische, democratische, megalomane en sociale moeras.

Het tijdperk van de ‘Sept sages’ (de aanduiding van de zeven leden van de nationale regering) is voorbij. Binnen tien jaar heeft ook de Confederatio Helvetica ‘Nederlandse’ verhoudingen. Het verhaal van de opkomst en val van een unieke samenleving midden in Europa.

Klooster, sculpturenpark Schönthal, Hauenstein en Langenbruck

Het dorp Langenbruck (kanton Basel-Landschaft) is niet alleen de hoogst gelegen gemeente (704 m) van het kanton en een voormalig skioord (de laatste skipiste is in 2025 gesloten), maar ook een pasdorp aan de voet van de Obere Hauensteinpas (743 m) met verdedigingswerken uit de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), het klooster Schönthal en zijn schitterende Romaanse portaal.

Langenbruck

Het klooster Schönthal 

De weg langs de Schräiegg voert vanaf Langenbruck naar dit voormalige Benedictijnerklooster. Tegenwoordig is het een cultureel centrum met een woonbestemming. De precieze datum van de stichting van het klooster Schönthal in het dorp Langenbruck is onbekend.

Een document uit 1146 bevestigt echter dat graaf Adalbero van Froburg de stichter was en dat het ging om een benedictijnenklooster.De wijding van de kloosterkerk vond plaats in 1187. In 1367 hield de dynastie Froburg op te bestaan en het recht om toezicht te houden op het klooster viel in 1400 toe aan de stad Bazel.

In 1525 is het klooster geplunderd en verwoest door lokale boeren, wellicht geïnspireerd door de opstand van boeren in Duitsland (waarbij Luther door de boeren ten onrechte als bondgenoot werd beschouwd).

In 1529 is het klooster opgeheven als gevolg van de Reformatie in Bazel. De kerk- en kloostergebouwen werden de eeuwen daarna gebruikt als steenovens en opslagruimtes. In 1833 ontstonden de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft en in 1836 werd het voormalige klooster privé-eigendom.

In 1967 plaatste het kanton Basel-Landschaft de kloosterkerk onder de kantonale monumentenzorg en in 2000 is het Schönthal-Skulpturenpark onder beheer van de Vereniging (Verein) Kloster Schönthal geopend. De contouren van het klooster zijn goed behouden.

De Kretenweg, vesting Hauenstein en een Alpenpanorama

De Kretenweg op ongeveer 1 000 meter hoogte leidt naar een panorama dat reikt tot Bazel, het Mittelland en de Alpen. Hauenstein was een verdedigingswerk van 42 km lang. Het uitzichtspunt Lauchflue, ook wel Panzertümli genoemd, en de Schützengrabenabschnitt Lauchweid herinneren nog aan deze tijd.

Bovendien hebben de militairen destijds, net zoals in Grellingen, diverse gravures in steen achtergelaten. Ook markeren vele grensstenen de gebieden van omliggende gemeenten.

De Lauchflue (Panzertümli)

Deze fortificatie ligt op ongeveer 1 000 meter hoogte te midden van bergketens van de Jura, onder andere de Schöntalflue, de Rehag, de Lauchflue, de Schellenberg, de Schneelochberg, de Belchenflue, de Dürstelberg en de Spalenberg.

Internationale en Zwitserse kunstenaars maken sculpturen op locatie in de weiden en bossen van het prachtige Jura-landschap rond het klooster. Zij geven vorm aan een culturele omgeving van meer dan honderd hectare.

Na zich eerst vertrouwd te hebben gemaakt met het klooster en zijn bijna geschiedenis, hebben meer dan 20 kunstenaars ruim 30 sculpturen gemaakt. De geleidelijke ontwikkeling van de collectie maakt deze tot een werk-in-uitvoering.

(Bron en nadere informatie: www.schoenthal.ch).

Grensstenen en andere bewerkte stenen 

Oberdorf

Waldenburg

Laufenburg, Habsburg, de Rijn en de palen van Amsterdam

Sinds het smelten van de gletsjers na de laatste IJstijd (rond 12 000 v. Chr.) heeft de Rijn zijn weg gebaand door Zwitserland. Op de locatie van de huidige Zwitserse en Duitse stad Laufenburg vormde zich een kloof en waterval van 12 m breed op het smalste punt.

Laufenburg rond 1850. Onbekende kunstenaar. Afbeelding: www.salzstrasse.salz.ch

Daarom werd deze waterval ook wel de Kleine Laufen genoemd, in tegenstelling tot de Rijnwaterval bij Schaffhausen (de Grote Laufen/Grosse Laufen). Tijdens de bouw van de waterkrachtcentrale Laufenburg van 1909 tot 1914 zijn de rosten bij Laufen opgeblazen en was het afgelopen met de Kleine Laufen.

De Keltische stam der Rauraker stichtte hier een nederzetting aan de ‘Louffen‘ en zijn berg, vandaar de naam Louffenberg. De goed te verdedigen ‘berg’, visvangst (zalm) en handel (hout) waren waarschijnlijk de belangrijkste motieven  voor het wonen op deze plek. Een industrie van hout-, papier-, olie- en graanmolens, smederijen voor wapens en gebruiksvoorwerpen  en handel (vee, hout, zout) groeiden snel in de late middeleeuwen.

 

De houtvlotten op de Rijn

Matthäus Merian (1593–1659), Laufenburg, um 1644

Het klooster van Säckingen beheerde de stad tot 1173. Dat jaar nam Habsburg de plaats over. De Schlossberg was hun residentie. Na de dood van graaf Rudolf II (1168-1232) verdeelden de zonen de erfenis en stichtten de Habsburg-Laufenburg-dynastie. Deze stierf echter al in 1408 uit. Laufenburg was daarna Habsburgs-Oostenrijkse bezit van 1408 tot 1803.

De Schlossberg

Duits Laufenburg

Zwitsers Laufenburg

De geschiedenis van Laufenburg op de rechteroever van de Rijn als Duitse stad begint na de Vrede van Lunéviller (1801). Het Duitse deel viel onder het Groothertogdom Baden. Laufenburg op de linkeroever van de Rijn werd in 1803 aan het nieuw opgerichte kanton Aargau toegewezen (Mediationsakte van 1803). Deze geschiedenis is zichtbaar in de grotendeels intacte oude binnenstad.

Collectie: Museum De Bastei, Nijmegen

De Laufenbrücke is voor het eerst vermeld in 1207 en was lange tijd de belangrijkste oversteekplaats aan de Hoogrijn. Niet alleen visserij, handel en industriële bedrijven (molens, smederijen), maar ook de Flösserei was eeuwenlang een belangrijke bedrijfstak. Grote houten vlotten met hout uit het Zwarte Woud vonden hier hun weg naar de palen van Amsterdam! Stoomschepen en treinvervoer namen deze functie echter over vanaf de 19e eeuw.

De kerk St. Johann is gebouwd in de 12e eeuw. De barokke renovatie vond plaats tussen 1753 en 1755. Het Sprachpanorama en Museum Schiff zijn twee voorbeelden van de vele bezienswaardigheden van deze stad. De Laufenburger Acht biedt bovendien de gelegenheid om de historie aan beide oevers in ongeveer zes kilometer te beleven.

(Bron en verdere informatie: www.laufenburg.ch)

Impressies van Laufenburg

Osterbrunnen in Laufenburg

De Judengässli Allschwil-Hégenheim symboliseert de regionale Joodse geschiedenis

Het mooie dorp Allschwil (kanton Basel-Landschaft) ligt aan de grens met de Sundgau (Elzas). Dagelijks steken tienduizenden Fransen (de frontaliers) deze grens over vanwege een goedbetaalde baan in het noordwesten van Zwitserland, afgezien van honderdduizenden die om deze reden in dit land wonen en werken. In heel Zwitserland bedraagt het aantal van deze ‘grensoverstekers’ ongeveer 400 000 mensen! Zwitserland is de grootste werkgever van de omliggende EU-regio’s.

Allschwil

De stad Bazel is al eeuwenlang een industriële-, handels- en universiteitsstad en de hoofdstad van het humanisme in de 16e eeuw, zoals Genève de hoofdstad van het Calvinisme was. En eeuwenlang trokken ‘frontaliers’ dagelijks de grens over in de regio Bazel. Een bijzondere groep vormde de Joodse bevolking in de Sundgau, een zuidelijke regio van de Elzas.

Bazel

De Joodse inwoners van Bazel mochten na de pogrom van 1349 en een korte tolerantie rond 1400 vanaf 1405 niet meer in de stad wonen. Velen emigreerden naar omliggende dorpen en naar de nabijgelegen Elzas, maar werkten vaak nog wel in Bazel. Deze ‘frontaliers’ reisden tot ver in de 19e eeuw dagelijks naar Bazel. De situatie veranderde echter na 1798.

De Franse bezetting van de oude Confederatie leidde tot de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803). De soevereine kantons hielden (tijdelijk) op te bestaan en Joden konden zich tot 1805 vestigen in Bazel, al duurde het tot 1866 voordat ze het burgerrecht en permanent vestigingsrecht kregen.

Bazel, de Synagoge (1869)

In Bazel ontwikkelde zich na 1866 weer een Joodse gemeenschap, onder andere met Joodse inwoners uit Elzas. Vanwege pogroms in Elzas trokken juist steeds meer Joden naar deze stad, waar immers werk en relatief grote tolerantie waren, ondanks de intolerantie van voorgaande eeuwen.

Tegenwoordig is er een bloeiende Joodse gemeenschap in Bazel, in tegenstelling tot deze regio in de Elzas. Niet de Duitse bezettingsjaren (1940-1945), maar de periode 1900-1920 markeert het einde van Joodse gemeenschappen in deze regio.

De huidige Judengässli in Allschwil

Een klein paadje van Allschwil naar Hegenheim (Elzas) symboliseert deze geschiedenis. De dichter en voordrachtskunstenaar Victor Saudan en de musicus Philippe Koerper hebben de ‘Judengässli’ in samenwerking met het Museum Allschwil onlangs dichterlijk en muzikaal in beeld gebracht.

Victor Saudan en Philippe Koerper

Eeuwenlang, tot begin 20e eeuw, gingen deze ‘frontaliers’ bij Allschwil over de ‘Judengässli’ naar Bazel en weer terug naar huis in de Sundgau. Wat tegenwoordig een mooie wandeling is, was toentertijd vaak een urenlange tocht door kou, sneeuw, wind en regen. Diverse dorpen in de Sundgau symboliseren deze historie, waaronder Hégenheim, Hagenthal-le-Bas en Hagenthal-le-Haut.

De ’toegangspoort’ van Hégenheim

  Hégenheim

Hégenheim had in de 17e en 18e eeuw een grote Joodse gemeenschap. 50% van de bevolking was joods. Het was zelfs de achtste grootste gemeenschap in Frankrijk. Velen waren afkomstig uit het noorden van Zwitserland, onder andere uit Bazel, Allschwil en de Birseck.

De unieke houten gedenkplaat (Holz-Grabmal). Collectie: Jüdisches Museum der Schweiz

Het Joodse kerkhof is in 1673 in gebruik genomen en dient nog steeds als begraafplaats, ook voor Joodse inwoners uit Zwitserland (al heeft de Joodse gemeenschap sinds  1905 ook haar begraafplaats in Bazel). Het kerkhof telt meer dan 7 000 grafstenen en een unieke houten grafzerk.

In Hégenheim en de Sundgau begonnen de problemen voor joodse inwoners juist na de Franse Revolutie van 1789. Tot de Franse Revolutie waren joden ook in Frankrijk geen vrije burgers. Ze hadden een van de koning en lokale grondbezitters afhankelijke status, maar ze waren relatief veilig. Na 1789 bgonnen de pogroms.

De Synagoge

De in 1740 gebouwde synagoge werd in 1815 verwoest, maar in 1821 weer hersteld. De synagoge heeft aan de buitenkant niets van een synagoge, terwijl het interieur de Joodse cultuur en religie uitstraalt. Ook in de Sundgau was het verstandig om de Joodse cultuur en religie niet uitbundig aan de buitenwereld te presenteren.

Na de formele erkenning van Joodse inwoners als gelijkberechtigde burgers van Zwitserland in 1866 emigreerden de meeste Joodse inwoners uit de Sundgau; velen hadden Bazel als eindbestemming.  De Frans-Duitse oorlog en Duitse annexatie van Elzas (1870-1871) , antisemitisme (Dreyfus-affaire!) en werk waren de belangrijkste motieven.

De Joodse gemeenschap in Bazel groeide zo snel dat in 1869 de eerste synagoge werd ingewijd, terwijl de synagoge in Hégenheim in 1920 werd gesloten, nadat de Joodse gemeenschap als zodanig had opgehouden te bestaan. De synagoge en haar bijzondere interieur doen tegenwoordig dienst als podium voor muziekuitvoeringen. De organisatie Le Ventre renoveert de synagoge om dienst te doen als cultuurhuis.

Hagenthal-le-Bas en Hagenthal-le-Haut

De dorpen Hagenthal-le-Bas en Hagenthal-le-Haut (Elzas) hadden in de achttiende eeuw ook een grote Joodse gemeenschap. De Joodse begraafplaats in Hagenthal-le-Bas is nog steeds toegankelijk. De begraafplaats in Hagenthal-Le-Haut is vervallen en vrijwel verdwenen.

Het Joodse kerkhof Hagenthal-le-Bas

Alleen de naam Rue de la Synagogue in Hagenthal-le-Bas herinnert nog aan de verdwenen synagoge van een grote Joodse gemeenschap. De synagoge in Hagenthal-le-Haut was al in 1903 afgebroken.

In 1784 telden Hagenthal-le-Bas 356 en Hagenthal-le-Haut 271 Joodse inwoners, bijna de helft van de bevolking. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren deze gemeenschappen verdwenen.

In 1848, ook een Frans revolutiejaar, vond een andere pogrom plaats in deze regio en daarna emigreerden de meeste Joodse inwoners naar Bazel.

Impressies van Hégenheim

Het Johann-Peter-Hebel Jaar 2026

Wat hebben Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), Rainer Maria Rilke (1875-1926) en Walter Benjamin (1892-1940) gemeen? Ze bewonderden, lazen en spelden de literaire werken van Johann Peter Hebel (1760-1826), hoewel ze de Alemannische taal van de regio Bazel en Baden niet machtig waren.

Hebel was dan ook niet zomaar een lokale schrijver en dichter (ook in hoogduits) uit Bazel. Hij was tevens een theoloog, pedagoog en vooral een waarnemer van menselijk gedrag met zijn zwakke, absurde, mooie en sterke kanten. Hij verbeeldde deze in zijn gedichten, verhalen, preken, brieven met speelse humor zonder in dogmatisch moralisme te vervallen.

Ter herdenking van zijn 200e sterfjaar organiseert de Basler Hebelstiftung in samenwerking met partners van april tot oktober een reeks van evenementen in Bazel, Schopfheim, Lörrach en Hausen (Baden-Württemberg).

Literaturhaus Basel, 11 maart 2026: Presentatie van het boek ‘Hebel-Wirkungen. 30 Autorinnen und Autoren lesen Johann Peter Hebel’. (Andreas Lang, red.), Wädenswil (Z), 2026  

Op 15 april spreekt Hebel zelfs weer tot ons. Het medium is zijn buste op de St. Peterskirchplatz. Daarvoor, op 6 april, komt hij om 10 uur weer tot leven in een mis volgens de liturgie van 1785 (Gottesdienstordnung) met een door hem geschreven preek in de evangelische kerk van Grenzach, in goed gezelschap van tijdgenoten. Het volledige programma van de Basler Hebelstiftung is te vinden op haar website.

(Bron en verdere informatie: Basler Hebelstiftung)

Arlesheim, Hermitage en het Congres van Wenen

Het dorp Arlesheim (kanton Basel-Landschaft) is vooral bekend vanwege de in 1785 aangelegde Engelse Tuin, de Ermitage en de in 1681 ingewijde Dom. Arlesheim leest dan ook als een Zwitsers geschiedenisboek.

Het gerenoveerde slot Birseck

De Ermitage is in 1785 ontworpen door Balbina von Andlau-von Staal (1736-1798). Het is de grootste Engelse tuin op Zwitserse bodem en bedoeld als solitude romantique près d’Arlesheim.

 

In juni 1814 maakte Conrad von Adlau (1766-1839) Arlesheim tot bestuurlijk centrum van de geallieerde bezettingsmacht van een deel van Frankrijk en van het prinsbisdom Bazel.

Von Andlau was op 15 januari 1814 door de geallieerden benoemd tot Generaal-Gouverneur van deze gebieden (de oude Franse departementen Doubs, Jura, Vogezen, Haute-Saône, het graafschap Montbéliard en het prinsbisdom Bazel).

Na de nederlaag van Napoleon was Arlesheim een dorp van Europees politiek belang. De beslissingen werden overigens in Wenen, Londen, Berlijn en Moskou genomen, de hoofdsteden van de overwinnaars.

Slot Reichenstein

Het Congres van Wenen (1814-1815) en diverse verdragen, onder andere de verdragen van Parijs (30 mei 1814 en 20 november 1815) en Turijn (16 maart 1816) zouden uiteindelijk beslissend zijn voor de politieke toekomst van Zwitserland en de verdeling van het gebied van het Prinsbisdom Bazel.

Arlesheim stond echter prominent op de politieke kaart in deze jaren. De Europese machthebbers bezochten Arlesheim overigens ook al vóór de napoleontische oorlogen vanwege de beroemde Ermitage.

Clemens von Metternich, tsaar Alexander, Marie-Louise, de voormalige echtgenote van Napoleon, en de Habsburgse aartshertogen Johann en Maximiliaan hebben een- of meerdere keren Arlesheim bezocht vóór 1792 of na 1814.

De Bauerngarten

Alphoorn Poësie Lyôbâle aan de Rijn

De organisatie Lyôbâle heeft zich ten doel gesteld om eens per jaar de lucht aan de Rijn in Bazel gedurende 30 minuten te vullen met wonderschone alpenhoornklanken.

Daartoe staan de alpenhoornblazers in groepen op beide oevers van de Rijn en klinken de solisten op de veerboten. Het evenement vindt voor de zesde keer plaats.

Het ontstond in een tijd waarin vanwege corona (2020) nauwelijks culturele evenementen mochten plaatsvinden. Deze klanken, zo luidt de boodschap, moeten met de stroming van de Rijn deze typisch Zwitserse muziek de wereld in dragen.

Dit wereldwijd unieke openluchtconcert is tegelijkertijd een ontmoeting van muzikanten van heinde en verre. Ze komen uit de omgeving van Stuttgart, van het Meer van Genève, uit Frankrijk en uit Ticino en natuurlijk ook uit de regio Noordwest-Zwitserland.

Met hun indrukwekkende klankkleur van meer dan 100 alpenhoorns laten ze de harten sneller kloppen. Het repertoire omvat composities die speciaal voor het evenement Lyôbâle zijn geschreven.

(Bron en meer informatie: Lyôbâle)

De kloosters van Bazel

Bijna 500 jaar geleden, in de jaren 1525-1529, hielden de tien kloosters in Bazel op te bestaan en nam het bestuur van de stad het beheer over. Ook de bisschop verliet de stad met zijn Domheren en vertrok naar Porrentruy.

De Reformatie had Bazel bereikt en aan 450 jaar historie kwam een einde, vanaf de vestiging van het eerste klooster St. Alban in 1083. Het tweede klooster was de St. Leonhard, dat rond 1133 werd ingewijd.

Klooster St. Alban, onbekende kunstenaar, 19e eeuw. Foto: Wikipedia

Huidige complex voormalige St. Albanklooster

De Leonhardskirche en het Musikmuseum

In de dertiende eeuw nam het aantal kloosters een grote vlucht door de opkomst van de nieuwe bedelorden.

Tussen 1231 en 1279 vestigden zich Dominikaner (ook wel Prediker genoemd, omdat prediken hun belangrijkste bezigheid was), Franciskanen en Augustijnen-heremieten, alle met mannen en vrouwenkloosters.

De Predigerkirche

Het complex van de Karthuizerorde met de Theodorkirche op de achtergrond

De bedelorden hadden drie mannenkloosters (Barfüsser of barvoets (Franciskanen), Prediger en Augustiner) en vier vrouwenkloosters (Gnadental, St. Clara, Steinenklooster en Klingental).

Het complex van de Karthuizers is het best bewaard gebleven, andere kloosters zijn geheel verloren gegaan, waaronder het Steinenklooster (op de plek van de Tingueley bronnen) en van het Gnadental en Augustiner klooster zijn alleen muren overeind gebleven.

Wel bestaan er nog steeds zeven kloosterkerken. De St. Leonhard kerk en de St. Alban kerk hebben nog veel authentieke delen uit de twaalfde en dertiende eeuw.

Het Klingentalklooster wordt nog steeds omgeven door het oude nonnenverblijf en is tegenwoordig een museum (Museum Klein Klingental), waar onder andere de historie van de Münster, zijn relieken en veel middeleeuwse sculptuur is ondergebracht. Ook zijn maquettes te zien van de middeleeuwse situatie, inclusief de beroemde dodendans (Totentanz).

De Predigerkerk, die in 1269 is ingewijd is grondig gerenoveerd, maar met oog voor detail en het middeleeuwse origineel, inclusief een reconstructie van de beroemde dodendans op de muren van de begraafplaats. In 1805 is deze symboliek uit de vijftiende eeuw vernietigd. De Barfüsserkerk is tegenwoordig het historisch museum van Bazel.

De Barfüsserkirche, het huidige Historische Museum van Bazel

De Martinskirche en de Martinsplatz

De Peterskirche

St. Clara is de kloosterkerk van de Clarissen, de vrouwelijke Franciskanen en functioneert nog steeds.

De Clarakirche

Het kloosterleven van Bazel heeft uiteraard te maken met de aanwezigheid van de bisschop. Hij  was het hoofd van de diocese en prins en vorst van het Heilige Roomse Rijk.

Hij was tot de 14e eeuw ook de belangrijkste wereldlijke heer in de stad.

Daarna zou de burgerij en het stadsbestuur deze rol langzaam overnemen met de Reformatie in 1525-1530 als beslissend moment.

(Bron: F. Ackermann, Th. Wollmann, Klöster in Basel, Basel 2009).

Maquette Klooster Klingental. Collectie: Museum Kleines Klingental

Webergasse, fresco.

Het voormalige Klingentalklooster

Klingentalmuseum

Eeuwenoude Zwitsers-Frans-Duitse relaties, Montbéliard, Belfort en de Bourgondische Poort

Slechts weinige Fransen, Duitsers of Zwitsers weten tegenwoordig waar de stad  Mömpelgard ligt. Dat is ook niet verwonderlijk, want de Franse naam is tegenwoordig Montbéliard (Franche-Comté).

Deze stad, stadsrechten en Reichsunmittelbarkeit sinds 1283, ligt niet alleen aan de Duits-Franse taalgrens en de Bourgondische Poort (Burgundische Pforte/La Porte de Bourgogne) aan de Doubs, maar is vanaf de middeleeuwen tot de Franse Revolutie vrijwel onafgebroken een onafhankelijk graafschap in een personele unie met het hertogdom Württemberg geweest. Weliswaar ligt de stad met tegenwoordig ongeveer 27 000 inwoners in het Franstalige gebied, maar de Duitse culturele en linguïstische invloeden zijn onmiskenbaar.

Mons Beligardis, Montbéliard of  Mömpelgard

De naam is afgeleid van Mons Beligardis, Montbéliard in het Frans, aanvankelijk Mümpelgard, later Mömpelgard in het Duits. Het Franstalige graafschap Montbéliard maakte tot 1032 deel uit van het Bourgondische Koninkrijk (888-1032), vervolgens tot 1793 van het Heilige Roomse Rijk. Het graafschap en de stad stonden vanouds in nauw contact met de Franse en Duitse cultuur en taal van Lotharingen, Sundgau, Bourgondië en Zwitserland.

Dit vloeit onder andere voort uit de bijna vier eeuwen durende relatie met het hertogdom Württemberg (1397-1793), het Habsburgse bezit van de Duitstalige Sundgau (tot 1648) en Elzas (tot 1681). Kortom, Montbéliard, om deze naam verder te gebruiken, was, evenals Mühlhouse/Mühlhausen (een zugewandter Ort van de Eidgenossenschaft tot 1792) een van de laatste onafhankelijke bastions ten tijde van de Franse zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715).

Lodwijk annexeerde de Franche-Comté (Spaans-Habsburgs bezit) en de Sundgau (Oostenrijks-Habsburgs bezit) in 1648 (vrede van Westfalen) en de Elzas  in 1681. Alleen  Montbéliard en Mulhouse werden (nog) niet geannexeerd.

Montbéliard en de hertog van Württemberg

De graven van Montbéliard stierven in 1407 in mannelijke lijn uit. De dochter van de laatste graaf was in 1397 gehuwd met de hertog van Württemberg. Deze dynastie had haar bestuurlijk centrum in Stuttgart in Schwaben, maar bezat diverse andere bezittingen (langoederen, dorpen en stadjes) aan de linkerrijnoever, onder andere Héricourt, Blamont, Clémont, Franquemont en Chatelot, en was een belangrijke vorst in het gebied van de Bovenrijn (Oberrhein) en in het Heilige Roomse Rijk. Voor Montbéliard was het echter een introductie in Schwaben.

Musée d’Art et d’histoire Hôtel Beurnier-Rossel

Voor de hertog was het geen rustig bezit. De bisschop van Bazel, tot 1477 de hertog van Bourgondië, daarna de Franse koning, Habsburg en lokale heersers (bijvoorbeeld de graven van Ferrette/Pfirt) hadden het op deze stad en haar bezittingen voorzien. Bovendien had de Eidgenossenschaft belangstelling in een verbond als zugewandter Ort.

Na 1477 bepaalde vooral het Habsburgs-Franse conflict de politiek van Württemberg en haar bezittingen in deze regio. Dankzij politiek manoeuvreren en diplomatie slaagde Württemberg erin in alle twee buiten de poorten van Montbéliard te houden (Die stadt wollte sich “in die welsche hand nit geben noch kommen lassen, sunder darum sterben und verderben, damit sy by der tütschen nacion bliben“).

het kasteel en museum des ducs de Wurtemberg

Daarbij speelde de staatsrechtelijke positie ook een rol. Montbéliard en  Württemberg waren vanaf de 16e eeuw een personele unie, zonder een vertegenwoordiging van Montbéliard in de Landtag van Württemberg in Stuttgart. Montbéliard bleef een vorstendom in een personele unie. De hertog resideerde lange tijd niet in Monbéliard , maar in Stuttgart en verre familieleden bestuurden het graafschap.

Toch groeide er een sterke culturele, taalkundige en na de Reformatie in 1524 een religieuze band tussen het Franstalige Montbéliard en het Duitstalige  Württemberg. De hertog ging namelijk in 1534 over tot het lutheraanse geloof, nadat hij dit geloof eerst in Montbéliard had geïntroduceerd. Montbéliard was zelfs de eerste gereformeerde staat op het gebied van het huidige  Frankrijk. Guillaume Farel (1489-1565), geen onbekende in Franstalig Zwitserland, was de drijvende kracht achter de reformatie in Montbéliard.

Het kleine Montbéliard werd een toevluchtsoord voor hugenoten en bovendien een religieus strijdperk tussen Lutheranen en Calvinisten, waarbij de Lutheranen de overhand behielden. Voor de katholieke Franse koningen was Montbéliard een protestante luis in de pels, maar het lukte ze niet de stad te veroveren.

Het aanvankelijk Franstalige Montbéliard onderging bovendien steeds meer Duitse culturele invloeden, niet alleen uit Württemberg en Schwaben, maar ook uit de Sundgau, Elzas en de Eidgenossenschaft.  Niet alleen het hofleven en bestuur van Württemberg, maar ook Duitstalige dominees, kooplieden, architecten en handwerklieden beïnvloeden de cultuur. Het bekendste voorbeeld is wellicht de architect Heinrich Schickhardt (1558-1635).

Martinskerk

Zijn gebouwen, onder andere het kasteel, de Martinskerk, stadsplanning, molens, bruggen en het Collégium, domineren nog steeds het stadsbeeld. Aan de andere kant beïnvloedde de Franstalige cultuur uit Montbéliard het (hof)leven in Württemberg.

Montbéliard was in de ware zin des woords een Frans-Duitse samenleving. Een diplomaat verwoordde het in 1681 als volgt: “sah ich erstenmal mit Erstaunen die deutschen Sitten”.  En inderdaad, kleding, architectuur, meubels, taal en het Duitse cultuurgoed waren omnipresent,

Niet alleen was deze stad een Duits-Frans grensgebied, maar ten zuiden van Montbéliard was de heuvelachtige Burgundische Pforte ook de grote ‘Wasserscheide’ tussen het stroomgebied van de ‘Franstalige’ Rhône en de overwegend ‘Duitstalige’ Rijn. Het machtige kasteel van Belfort (in de elfde eeuw door de graaf van Montbéliard gebouwd), in de 17e eeuw verbouwd door Sébastien Le Prestre, seigneur de Vauban (1633-1707), was het belangrijkste verdedigingswerk.

De leeuw van Belfort

De Franse annexatie maakte op 10 oktober 1793 echter een einde aan het graafschap Montbéliard en de personele unie met Württemberg. Het oude graafschap maakte vervolgens deel uit van de Rauraakse Republiek (1793), het département Mont-Terrible (1793-1800), het département Haut-Rhin (1800-1815) en vervolgens het département Doubs in de (huidige) regio Bourgogne-Franche-Comté.

Département Mont-Terrible (1793-1800). Afbeelding: Wikipedia

Porrentruy, Delémont en Ajoie

De graaf van Montfaucon verwierf het graafschap Montbéliard in 1162.  Montfaucon verwierf niet alleen veel gebied in het Pays de Vaud en Ajoie, maar ook de stad Porrentruy (Pruntrut) in Zwitserland als leen van de bisschop van Bazel. Eeuwen later, 1793–1813 ten tijde van de Franse overheersing, waren Porrentruy en Delémont (Delsberg) de hoofdsteden van de twee arrondissementen van de opeenvolgende departementen Mont-Terrible en Haut-Rhin. Pas in 1815 werd de (Zwitserse) band met Montbéliard (en Mulhouse) definitief in het Congres van Wenen (1814-1815) doorgesneden.

 Conclusie  

Deze beknopte historie van Montbéliard is niet alleen een indicatie van de eeuwenoude intensieve Zwitsers-Frans-Duitse relaties, wederzijdse beïnvloeding en uitwisseling, maar ook van het abrupte einde vanaf de 19e eeuw en de vorming van de natiestaten.

Deze eeuwenoude vervlechting is echter geen reden om op te gaan in een politiek, bureaucratisch en juridisch model dat niet compatibel is met het succesvolle eeuwenoude Zwitserse model, dat niet ouderwets, maar juist richtinggevend is.

Peugeot en Montbéliard

Indrukken van het kasteel

Indrukken van Fort en stad Belfort

  

  

  

Josephine Baker en Belfort

Säckingen, Glarus und Fridolin

Op 6 maart was het de naamdag van de heilige Fridolin, beter bekend als Fridolinus van Säckingen (Baden-Württemberg) of de missionaris van de Alemannen. Deze Ierse monnik stichtte, evenals andere landgenoten, onder anderen Gallus, Romanus, Columbanus en Pirminus, een klooster in deze regio.

Fridolin deed dat in de zesde eeuw in Säckingen, de huidige abdij, die om deze reden ook zijn naam draagt. De abdij bestaat nog steeds en is de oudste in het zuiden van Duitsland.

Het meest waardevolle bezit van het klooster was het gebied van het huidige kanton Glarus in Zwitserland. Het klooster speelde een belangrijke rol in verband met het veiligstellen van de verbinding over het meer van Walen (Walersee) en over de bergpassen van Graubünden naar Italië. De abdij beleefde haar grote bloeitijd van de 10de tot de 12de eeuw.

Het zwaartepunt van haar bezittingen lag in het Fricktal (huidige kanton Aargau), in Baden-Württemberg en in Glarus. Glarus sloot zich in 1352 aan bij de Eidgenossenschaft en bevrijdde zich van de Habsburgse overheersing in de Slag bij Näfels (1388).

Glarus kocht zich vrij van de abdij in 1395. Het wapen van het kanton Glarus met St. Fridolin is een herinnering aan deze lange band met de abdij.

De abdijkerk, de Fridolin Münster, is een gotisch gebouw dat in 1343-1360 is gebouwd op de fundamenten van Romaanse en Ottoonse voorgangers. De barokke restauratie begon in 1678 en eindigde met de rococo-renovatie in 1753, die het huidige beeld van de kerk bepaalt.

Vanwege de eeuwenoude banden tussen Glarus en Säckingen was er op 6 maart een delegatie van dit kanton aanwezig bij de plechtigheid, processie en feestelijkheden, evenals een delegatie uit Zürich.

Behalve de emeritierte aartsbisschop van de aartsabdij St. Peter in Salzburg, lokale hoogwaardigheidsbekleders en groepen uit Säckingen, waren diverse andere zuid-Duitse regio’s vertegenwoordigd, onder andere uit Herrischried en St. Blasien.

De tweehonderd meter lange Holzbrücke verbindt Stein (kanton Aargau) en Säckingen

Indrukken van Säckingen

 

 

Indrukken van de processie en kerkdienst

Herrischried en haar Ödlandkapelle

Fridolin op de brug over de Rijn

St. Gallus aan de Rijn