De Zwitserse geschiedenis van Wahlen en SAC-Basel

De Romeinen kwamen, zagen, wonnen en vertrokken weer uit het huidige Zwitserse grondgebied, maar met een blijvende aanwezigheid. Ze stichtten de eerste Zwitserse steden (Colonia Iulia Equestris  (Nyon), Colonia Augusta Rauracorum (Augst en Kaiseraugst), Colonia Pia Flavia Constans Emerita Helvetiorum Foederata, kortweg Aventicum (Avenches) en Forum Claudii Vallensium (Martigny). Daarnaast is Romeinse aanwezigheid op tal van andere plaatsen prominent aanwezig, bijvoorbeeld in Vindonissa (Windisch), Orbe-Boscéaz of Vallon.

Zonder Romeinen ook geen Christendom en geen bisdommen, kathedralen, basilieken en kloosters in Genève, Lausanne, Fribourg (Freiburg), Sion (Sitten), Basel, Zürich. Lugano, St. Gallen, Romainmôtier, Chur en tal van andere plaatsen.

 Wahlen

Op veel andere plaatsen is de Romeinse aanwezigheid echter niet of nauwelijks zichtbaar. De Romeinse wachttoren op de berg Stürmenchopf (768 m)  en de Romeinse villa in Wahlen (kanton Basel-Landschaft) zijn aan de natuur prijsgegeven. De historie van dit kleine dorp is echter een typisch Zwitsers verhaal.

Wahlen ligt aan een oude Romeinse legerweg. Deze liep vanuit het huidige Franstalige Zwitserland door de «Val Terbi» bij Delémont over de Fringeli en de Plattenpas bij de Blauen naar de Rijnbocht bij Bazel.

Blauen

Talrijke vondsten wijzen ook op bewoning in de bronstijd en de Keltische tijd. De Alemannen kwamen in de 5e en 6e eeuw. Het dorp maakte vervolgens deel uit van Merovingische, Karolingische en Bourgondische koninkrijken, het Heilige Roomse Rijk, diverse lokale  dynastieën, het bisdom Bazel en Habsburg.

De naam van het dorp wordt enerzijds in verband gebracht met het Latijnse Vallum (wal, vesting), anderzijds met het Alemannische ‘Walch’, gelijk aan Welsch. Het dorp is voor het eerst vermeld in documenten uit 1166 en 1179.

Het geslacht von Wahlen verschijnt in 1275 ten tonele. Door vereving komt de helft  van het dorp later in handen van het Huis Oostenrijk, terwijl de andere helft  aan het bisdom Bazel toevalt. Het dorp wordt tot de invasie van de Fransen in 1792 bestuurd door voogden.

In 1525 sluit Wahlen zich ook aan bij het burgerschap van de stad Bazel en neemt in 1529 het nieuwe geloof aan, totdat bisschop Christoph Blarer von Wartensee in 1589 de contrareformatie doorvoert.

Grenssteen van de kantons Basel-Landschaft en Solothurn

Na de Franse invasie en bezetting in 1792 wordt de Raurakische Republiek uitgeroepen, drie maanden later wordt het dorp door Frankrijk geannexeerd en toegevoegd aan het département Mont-Terrible, dat vanaf 1800 opgaat in Departement Haut-Rhine.  In 1815 wordt Wahlen door een besluit van het Congres van Wenen (1814-1815) toegewezen aan het kanton Bern. In 1994  kiest het dorp na een referendum aansluiting bij kanton Basel-Landschaft.

De Zwitserse Alpen Club, sectie SAC-Basel

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Voor het jaarfeest van de SAC-Basel is Wahlen een symbolisch oord. Het jaarfeest van de SAC-Basel staat immers altijd in het historische teken van leden met een langdurig lidmaatschap, sommigen van 50, 60 of 70 jaar!

Weliswaar hebben deze de meeste hierboven beschreven ontwikkelingen niet persoonlijk meegemaakt, maar twee of bijna drie generaties lidmaatschap is  vermeldenswaard.

Het nationale Zwitserse jodelfestival (Das Eidgenössische Jodlerfest) vindt plaats van 26 tot 28 Juni 2026 in Bazel.

Ook de route van Battswil naar Wahlen biedt diverse historische en natuurlijke hoogtepunten, waaronder de kalkoven Stritteren, de Buechloch van Bärschwil, de dichters Albin Fringeli (1899-1993) en Dieter Fringeli (1942-1999) en hun boerderij en de voormalige Glashütte aan de Birs.

De Birs bij Bärschwil en de voormalige glasfabriek

Albin Fringeli en Dieter Fringeli en hun boerderij

De kalkoven van Stritteren

 

Geen SAC-Hütte, maar een eenvoudige Hollenhütte

Indrukken van de omgeving

Tandem in het Museum (TiM) en het Musée imaginaire Suisse

Met “TiM – Tandem in het Museum”, TaM – Tandem au Musée in het Frans, maken sinds 2020 ongeveer 125 musea in Zwitserland onconventionele ontmoetingen mogelijk. TiM vergemakkelijkt dergelijke ontmoetingen en stelt musea open voor nieuwe doelgroepen.

Uitgangspunt van TiM is de ontmoeting tussen mensen van verschillende rangen en standen of generaties. Meer dan 400 zogenaamde TiM-gidsen zijn actief en begeleiden mensen naar en in musea.

In tweetallen nemen ze een verhaal over een kunstwerk of museumvoorwerp tot onderwerp en leren elkaar kennen door deze gedeelde ervaring, dialoog of discussie. Tegelijkertijd worden zij actief in het museum en geven zo zelf vorm aan hun museumervaring.

TiM beoogt communicatie op gang brengen tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. De verhalen die tijdens TiM-bezoeken naar voren komen, worden gepubliceerd op het virtuele “Musée imaginaire Suisse” (www.mi-s.ch).

In samenwerking met de Lia Rumantscha is TiM ook in het kanton Graubünden met Romaanstalige TiM-gidsen beschikbaar. In Graubünden nemen onder andere het Unterengadiner Museum in Scuol, kloostermuseum St. Johann in Müstair, het Kirchner Museum Davos, het Bündner Kunstmuseum Chur en het Casa d’Angel in Lumbrein deel.

(Bron en verdere informatie: www.tim-tam.ch)

Tim-Tam voor kinderen in het Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig

De Heilige Nepomuk en tramlijn 10 van Bazel

 ’s Werelds meest internationale- en interkantonale  tramlijn is nummer 10 die van Dornach (kanton Solothurn), via Arlesheim en Münchenstein (kanton Basel-Landschaft), naar Bazel (kanton Basel-Stadt) gaat, vervolgens via Binningen, Bottmingen, Oberwil, Therwil, Ettingen, Witterswil (kanton Basel-Landschaft), van Bättwil naar Flüh (kanton Solothurn), Leymen in de Elzas (Frankrijk) om uit te komen in Rodersdorf (kanton Solothurn).

Bättwil (kanton Solothurn)

Het verloop van deze tramlijn van bijna 27 kilometer zegt ook wat over de grillige grenzen van de kantons en deze landen die in de loop van de geschiedenis tot stand zijn gekomen. In de rubriek lokale historie komt dit aan de orde.

Deze tramlijn verbindt echter ook een historische figuur, zelfs een heilige. Johannes Nepomuk (1350-1393) was priester en biechtvader van Sophia van Beieren (1376-1425), de vrouw van Koning Wenceslaus van Luxemburg (1361-1419), Rooms-Duitse Koning in het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie.

Hij resideerde in Praag, de belangrijkste stad van Bohemen (Tsjechië). Niet alleen de grandeur van Praag vindt zijn oorsprong in deze periode, ook het standbeeld van Nepomuk op de Karlsbrug staat hiermee in verband.

Rodersdorf

Wenceslaus heeft Nepomuk door verdrinking in de Moldau laten doden omdat de priester het biechtgeheim van zijn vrouw niet wilde schenden (met op de achtergrond een politiek conflict tussen de bisschop en de koning). Hij is in 1729 heilig verklaard. Hij is onder andere de patroonheilige van het biechtgeheim en de bruggen.

Om deze reden staat hij ook op de brug over de Birs in Dornach, hoewel de heilige niet heeft verhinderd dat de brug in 1813 is verwoest door het hoge water van de Birs.

Witterswil

Vlakbij Rodersdorf staat in de buurt van het dorp Wolschwiller in de Elzas een kapelletje dat gewijd is aan deze heilige (Jean Népomucène in het Frans). De oude kapel is verwoest in de Franse Revolutie in 1789 en in 1893 weer gerenoveerd. Wandelaars van de Schweizer Alpen Club brengen bij gelegenheid het Dona Nobis Pacem ten gehore bij of in de kapel voor zijn en later hun eigen zielenheil.

De kapel van Nepomuk

Voor een heel andere spirituele ervaring zorgde Albert Hofmann (1906-2008). Hij leefde op de Rittimatti in de Zwitserse gemeente Burg in het Leimental. Hij was in 1943 de ontdekker van LSD. Hij is er zelf zeer oud mee geworden, wat niet gezegd kan worden van alle gebruikers van LSD in de Flower Power periode in de zestiger jaren.

Het kasteel  Burg in de Gemeinde Burg

De Rittimattenweg is een deel van een wandelroute die loopt van Rodersdorf via het Franse Biederthal en Lutter weer terug naar Rodersdorf. Ook de bron van het riviertje Birsig bevindt zich op deze route.

De rivier stroomt ook door Bazel en komt ondergronds bij Hotel Les Trois Rois in de Rijn uit. De eerste exploitant de Birsigthalbahn van deze tramlijn was in 1887 vernoemd naar deze rivier, evenals het Birsigviaduct in Bazel.

Wolschwiller (Elzas)

Het waterrijke gebied heeft vruchtbare kleigrond die goede mogelijkheden biedt voor landbouw. Diverse kastelen getuigen nog van het economische belang vanaf de middeleeuwen.

In dit Frans-Zwitserse grensgebied kunnen de inwoners overigens met elkaar communiceren in het lokale Alemanische (Oberrheinallemanische) dialect, hoewel de kennis hiervan snel afneemt.

Voormalige Zwitserse grenspost Frans-Zwitserse grens bij Rodersdorf

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

De Landskron (Elzas)

De Binnbach

Bättwil

Biel-Benken (kanton Basel-Landschaft) en oude grenspost

Grenssteen kanton Solothurn en kanton Basel-Landschaft

Therwil, oude watervoorziening

Kanton Solothurn met zicht op kanton Basel-Stadt (links Roche-torens, rechts Bruderholz hospitaal)

De actualiteit van het Concilie van Nicea

Het heeft weinig aandacht gekregen, maar toch is deze gebeurtenis tot op heden actueel: het eerste Concilie van de christelijke kerk in 325 in Nicea, het huidige Iznik (Turkije). De keizers van het Romeinse Rijk heersten eeuwenlang over grote delen van Europa, Azië en Afrika, waaronder ook het huidige Turkije en Zwitserland.

Het christendom verspreidde zich in de eerste eeuwen vooral in het huidige Midden-Oosten, Turkije en de omliggende regio’s. Wat het christendom vanaf het begin kenmerkte, was de grote theologische verdeeldheid. Er ontstonden tientallen afsplitsingen.

Nicea (Nikaia), 3e eeuw n. Chr. Afbeelding: Antikensammlung Basel & Sammlung Ludwig

Het Concilie van Nicea wilde de eenheid van de kerk herstellen, of in ieder geval de officiële dogmatiek van de kerk vastleggen. Het was als het ware het eerste oecumenische initiatief!

Zoals bekend splitste de christelijke kerk zich daarna nog vele malen (onder andere door het Grote Schisma van 1084  en de Reformatie vanaf 1517), maar het is goed om even stil te staan bij dit eerste initiatief in het jaar 325, een bemiddeling avant la lettre.

Mégalo Metéoron Klooster (Griekenland), icoon die het Concilie van Nicea verbeeldt, de veroordeelde Arius ligt op de bodem. Bron: Wikipedia

Het is geen toeval dat juist in Zwitserland dit concilie uitgebreid wordt herdacht. Tijdens de Reformatie waren de ‘Disputatio’, het ‘Simultaneum’, het compromis, ‘agree to disagree’, staatsmanschap en vooral de stem van de burgers (bijvoorbeeld Appenzell 1597) voorwaarden voor het voorkomen van meedogenloze godsdienstoorlogen, afgezien van enkele kleinere gewapende conflicten. Zelfs of juist in ’s werelds voormalige calvinistische en huidige internationale juridische hoofdstad staat ‘Nicea’ in het middelpunt van de belangstelling!

Grafstenen uit Phrygië (het huidige Anatolië), 3. eeuw n. Chr. Collectie: Antikensammlung Basel und Sammlung Ludwig

Op het Concilie van Nicea discussieerden de bisschoppen over de christelijke dogmatiek. Sommige besluiten van toen zijn nog steeds van belang voor de hedendaagse christelijke kerk! De inhoud is vanuit historisch oogpunt niet relevant, maar het laat zien hoe lang besluiten kunnen doorwerken, ook al hebben ze op de lange termijn niet al te positieve onvoorziene gevolgen.

Wat geldt voor het Concilie van Nicea, geldt ook voor de huidige institutionele verdragen, ook al hebben de bisschoppen en de christelijke religie gelukkig plaatsgemaakt voor gekozen politici en niet op religie gebaseerde wetten.

De Via Engadina en Via imperiale, van Casaccia naar Vinadi

De Via Engiadina is een wandeltocht (deels ook met de fiets te doen) vanaf Casaccia  (Bergell) in Oberengadin, en tevens aan de grens met Italië,  naar Vinadi in Unterengadin, de grens met Oostenrijk.

De Bergell (Val Bregaglia) grenst aan de Veltlin (Valtellina) dat ruim tweehonderdenvijftig jaar (1512-1798) een zogenaamd ‘Untertanengebiet’ van de Freistaat der Drei Bünde, de voorloper van kanton Graubünden, was.

De tocht van 140 kilometer is vanwege de goede overnachtingsmogelijkheden goed in etappes te lopen of fietsen. Het hoogteverschil is 2 500  tot 1 086 meter in Vinadi. De kunst, toerisme, historie, natuur en wereldberoemde plaatsen en schitterende dorpjes met Engadiner architectuur en beroemde bergpassen begeleiden de wandelaar.

Schellen-Ursli (Uorsli) Museum Guarda

Replica van het Schellen-Ursli Haus, Europapark in Rust (Baden-Württemberg)

Maloja, Sils Maria (en meer) en St. Moritz (en meer) zijn de eerste grotere dorpen in het prachtige berglandschap. Giovanni Segantini (1858-1899) en het aan hem gewijde museum in St. Moritz geven dit landschap een artistieke dimensie.

Vanaf Sils met haar beroemde Waldhaus en museum (Nietsche-Haus) woonhuis van Friedrich Nietzsche (1844-1900) is de Inn (En in het Romaans) voor een groot deel de gids tot Vinadi.

Susch

De tocht gaat langs Celerina, Bever, Zuoz (en haar mooie huizen (Chesa Planta) en plein (Plazzet), Brail (de grens tussen Oberengadin, Putèr Romaans, en Unterengadin, Vallader Romaans), Zernez (en de hoogste bergtop van Engadin de Piz Linard 3 410 meter, kasteel Wildenberg en het centrum van het Nationaal Park van Zwitserland), Susch, Lavin, Guarda, Ardez, Ftan, Scuol (Bogn Engiadina en Museum van Unterengadin), Vulpera Tarasp (kasteel van Tarasp en Trinkhalle, Stichting Nair in Vulpera), met uitzicht op de Engadiner Dolemieten, Sent, Vnà, Val Sinestra, Ramosch, Tschlin, Martina en tenslotte Vinadi.

Vinadi is de oude grensplaats van de Freistaat, het kasteel Altfinstermünz aan de Oostenrijkse kant herinnert daar nog aan.

De Via imperiale

De Via imperiale is de oude Romeinse weg die Como met Tirol verbond, onder andere via het Unterengadin, en volgt gedeeltelijk de Via Engiadina. In Ardez, in het oude, nu verlaten gehucht Chanoua, staat een herberg die tot 1867 in gebruik was. In dat jaar werd de weg Lavin-Scuol in het dal in gebruik genomen en is de herberg verlaten.

Eeuwenlang diende het als wisselplaats voor paarden en koetsen, als stal voor vee, als rustplaats voor reizigers en handelaren en als opslagplaats voor goederen. De indrukwekkende ruïne is een stille getuige van het grote complex, dat al in een document uit de 9e eeuw wordt genoemd.

De Via imperiale in Guarda

 

Ruine Chanoua, de Via imperiale bij Ardez

Afbeelding: Stiftung Chanoua, Grafik Atelier George Jenny Grusch/ Gravure SA Erlach

(Quelle: A. Planta, T. Planta, Alte Talwege im Unterengadin (Chur, 2022)

Impressies van Guarda

 

Ardez, kasteel Steinsberg en de Vonzun Turm

Het dorp Ardez (Unterengadin, kanton Granbünden) is voor het eerst in 842 in een Karolingisch document vermeld. De toren van de burcht Steinsberg is het enige intacte deel van het eens machtige kasteel Steinsberg. In 1499 is het tijdens de Schwabenkrieg door keizerlijke troepen van Habsburg in as gelegd.

Het kasteel is gebouwd in de twaalfde eeuw door de heren van Frickingen uit Überlingen aan de Bodensee, dat toen deel uitmaakte van het Hertogdom Zwaben.

Met het uitsterven van deze dynastie in 1268 werd ook Ardez inzet van de ambities van Habsburg (de rechtsopvolgers van de graven van Tirol), de bisschop van Chur en lokale heersers, met name de kloosters Marienberg en Müstair.

Ardez is door een brand in 1622 geheel verwoest, maar weer herbouwd. De huidige dorpskern stamt grotendeels uit de zeventiende eeuw. Het dorp is tegenwoordig een prachtig Engadiner monument met de toren als blikvanger.

De Vonzun-toren, ook wel la Parschun genoemd, behoort samen met de burcht Steinsberg tot de oudste gebouwen van het dorp. De toren is rond het jaar 1250 gebouwd.

(Bron en verdere informatie: www.ardez.ch)

De Fondation Beyeler toont 300 werken van Yayoi Kusama

De Fondation Beyeler presenteert de eerste uitgebreide retrospectieve in Zwitserland van het werk van Yayoi Kusama (*1929) – een van de invloedrijkste kunstenaars van de 20e en 21e eeuw.

De tentoonstelling, die in nauwe samenwerking met Kusama en haar atelier tot stand komt, brengt meer dan 300 werken samen uit collecties in Japan, Singapore, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zweden, Frankrijk en Zwitserland.

Beeld uit de expositie ‘Yayoi Kusama’. © Yayoi Kusama. Foto: TES

De expositie onderstreept de wereldwijde uitstraling en blijvende relevantie van haar artistieke werk. De tentoonstelling biedt een uitgebreid inzicht in haar meer dan zeventig jaar omvattende oeuvre van, van haar beginjaren in het naoorlogse Japan tot haar huidige status als icoon van de hedendaagse kunst.

Taihaku leaves, Loquat leaves

Untitled (Monkey sketches). De eerste tekeningen, 1948. Collectie: © Yayoi Kusama

De tentoonstelling begint met tot nu toe weinig bekende schilderijen en aquarellen uit de vroege jaren 1950, die in haar geboorteplaats Matsumoto zijn ontstaan.

Daarna volgt een intensieve blik op Kusama’s vormende jaren in New York, waar ze eind jaren 1950 naartoe verhuisde en in de jaren 1960 en 1970 uitgroeide tot een centrale figuur van de avant-garde. Na haar terugkeer naar Japan zette ze in de jaren 1970 haar artistieke ontwikkeling voort – met een diep persoonlijke beeldtaal.

Infinity Mirrored Room – The Hope of the Polka Dots Buried in Infinity Will Eternally Cover the Universe, 2025. © Yayoi Kusama. Foto: TES

Ze wordt tegenwoordig beschouwd als een van de belangrijkste nog levende kunstenaars, die zich onderscheidt door haar opmerkelijk innovatieve en betekenisvolle werken en met onverminderde energie nieuwe creaties maakt.

Gezien het brede spectrum aan media – schilderkunst, tekening, sculptuur, installatie, performance, collage, mode, literatuur en film – geldt zij als een van de veelzijdigste en invloedrijkste kunstenaars van onze tijd.

Mirrored Room. © Yayoi Kusama. Foto: TES

De tentoonstelling toont de belangrijkste periodes van haar radicale, innovatieve kunst en schetst een dynamisch portret van een kunstenares die ons begrip van kunst en ervaring nog steeds verandert. De expositie verenigt zowel iconische kunst – waaronder meer dan 130 tot nu toe niet eerder in Europa getoonde werken – als nieuwe, speciaal voor deze gelegenheid gemaakte werken.

(Bron en verdere informatie: Fondation Beyeler)

De vier eeuwenoude Lesegesellschaften van Zwitserland

Veel Europese landen hadden in grote steden in de18e eeuw en begin 19e eeuw een Lesegesellschaft (société de lecture). Alleen in het kleine Zwitserland bestaan deze organisaties echter nog in de vier grootste steden van het land: in Bazel, Genève, Lausanne en Zürich.

De leden kunnen al ruim twee eeuwen een groot aantal binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, literaire werken, wetenschappelijke publicaties, landkaarten, woordenboeken en diverse andere geschriften in riante leeszalen lezen of van de bibliotheek lenen.

Salon in la Société de lecture de  Genève

Bovendien hadden deze organisaties aanvankelijk ook een sociale functie als ontmoetingscentrum en waren er zalen met biljart, een bar en andere faciliteiten. Tegenwoordig vervullen literaire, muzikale en andere evenementen deze functie.

Tot aan het einde van de 19e eeuw was een lidmaatschap voorbehouden aan mannen. Daarna gaat de emancipatie snel en tegenwoordig zijn beide geslachten in even grote getale lid.

Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren leden vooral afkomstig uit de gegoede burgerij, zoals ook de oprichters uit deze kringen afkomstig waren. Na 1918 en vooral na 1945 is ook deze scheidslijn grotendeels weggevallen.

Salon in le Cercle de littérature de Lausanne

De met (sigaren) rook gevulde zalen horen net zo goed tot het verleden, als de ‘men only clubs’, maar wat deze Lesegesellschaften na (ruim) twee eeuwen nog steeds kenmerkt, is hun kwaliteit, continuïteit, goed bestuur, innovatie en aanpassing aan veranderde maatschappelijke omstandigheden, de opkomst van radio en televisie en nieuwe media. Wat dat betreft symboliseren ze ook in zekere zin Zwitserland.

Hieronder volgt in het kort een chronologisch overzicht (naar jaar van oprichting) van deze vier organisaties (die Allgemeine Lesegesellschaft Basel, la Société de lecture de  Genève, le Cercle de littérature de Lausanne en de Verein Museumsgesellschaft in Zürich).

De Allgemeine Lesegesellschaft Basel

De Allgemeine Lesegesellschaft Basel

Bazel is niet alleen de stad met de eerste universiteit van het land (1460) en ’s werelds eerste publieke kunstverzameling (1671), die we tegenwoordig een museum noemen. Enkele notabelen stichtten in 1787 ook de eerste Zwitserse Lesegesellschaft: de Allgemeine Lesegesellschaft Basel.

Het was de periode van de Verlichting, salons en ‘sociétés’, Voltaire, Rousseau, Diderot en zijn Encyclopedie en de opkomst van het ‘Bildungsburgertum’ . De Aristocratie speelde in Zwitserland weliswaar geen politieke rol van betekenis, maar de welgestelde bovenlaag richtte zich met name naar de Franse cultuur.

In Bazel, grenzend aan Frankrijk, was dat niet anders. Bovendien had de stad een universiteit en een welvarende klasse van kooplieden en industriëlen. De vraag was er en de financiering was beschikbaar.

Reinacherhof 18

Het gebouw van de Lesegesellschaft lag vanaf het begin aan de Münsterplatz. De Reinacherhof was tot 1832 de locatie van de bibliotheek en leeszalen. In deze periode was de Lesegesellschaft ook een ‘Casino-Gesellschaft’ met een sociale functie en een ontmoetingszentrum. Bazel kreeg in 1826 echter een Stadt-Casino voor muziekuitvoeringen en in 1831 een Stadttheater. Deze namen steeds meer de sociale functie van de Casino-Gesellschaft over.

In 1830 werd het gebouw op de Münsterplatz 8 (de huidige locatie) te koop aangeboden. Het pand ligt niet alleen aan de Rijnoever, maar ook direct langs de Münster en haar Romaanse Galluspoort.

Na de aardbeving van 1356 werd op deze plaats de woning van de architect/bouwmeester van de dom gebouwd. In dit huis waren ook de kathedraalschool en de vergaderzaal van de kanunniken gevestigd. Aan de vooravond van de reformatie zorgden de kanunniken voor de bouw van een nieuw kloosterhuis, dat in 1528 werd voltooid. Bazel werd in 1529 echter protestant en de kanunniken vertrokken naar Freiburg a. Breisgau en later Arlesheim. Het huis bleef weliswaar eigendom van het kapittel, maar diende voortaan als opslagplaats van goederen, graan en fruit.

Johann Rudolf Gemuseus (1764-1836) kocht het huis in 1806. Hij deed het in 1830 over aan de Allgemeine Lesegesellschaft. Tussen 1830 en 1832 bouwde de vereniging een van de vroegste neogotische gebouwen in Zwitserland.

De kleine leeszaal

De koffiekamer

De grote leeszaal

De Lesegesellschaft pakte het project voortvarend aan, benoemde een bouwcommissie en de eerste renovatiewerkzaamheden begonnen al in 1830. Wellicht waren de prestigieuze panden van de in 1818 (Genève) en 1819 (Lausanne) opgerichte Société de lecture en Cercle de Litterature een bijkomende inspiratie. Ze waren de hoofdsteden van de nieuwe kantons Genève en Waadt (Vaud) en er was een (onuitgesproken) concurrentie tussen de kantons.

Hoe het ook zij, de neogotische decoratieve stijl in het classicistische concept kreeg in deze tijd gestalte. Twee persoonlijkheden drukten een bijzonder stempel op de renovatie: Johan Huber (1767-1832) en Marquard Wocher (1760-1830), die vooral bekend is vanwege het Panorama van Thun, maar ook in Bazel zijn (neogotische) sporen heeft nagelaten.

Dit gebouw is tevens een van de eerste neogotische gebouwen in Zwitserland. De inspiratie voor deze neogotische stijl heeft ook te maken met de ligging naast de Gotische Münster. Zelfs de kleur van de buitenmuur is afgestemd op de Münster.

Na de feestelijke ingebruikname van het nieuw pand op 26 oktober 1832 hebben er nog diverse aanpassingen, renovaties en veranderingen plaatsgevonden. Het karakter is echter onveranderd gebleven. Bovendien zijn er vele authentieke details bewaarde gebleven, die zelfs teruggaan tot de tijd van de domheren en de Gotiek.

De Gotische erker (1528) in de grote leeszaal

De Lesegesellschaft had vanaf het begin veel bekende leden, onder anderen Friedrich Nietzsche en Jakob Burckhardt. De uil als symbool van wijsheid van Athena is dan ook met reden de ‘patroon’ van de Lesegesellschaft en is in iedere publikatie afbeeld met speer en schild.

Aanvankelijk was de Lesegesellschaft alleen toegankelijk voor mannen, vanaf 1901 kunnen vrouwen lid worden. Tegenwoordig telt de Lesegesellschaft ongeveer 1 300 leden, die niet alleen de bibliotheek, koffiekamer en leeszalen ter beschikking hebben, maar ook regelmatig lezingen, literaire voordrachten  en andere evenementen in een aparte zaal kunnen bijwonen.

De Bibliotheek met ongeveer 80 000 publicaties en veel zitplaatsen

Voor de tweede keer organiseert de Lesegesellschaft op 21 november een open huis (Kindernacht am Münsterplatz) met overnachting voor kinderen. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst voor deze bijna 240 jaar oude organisatie!

(Bron en verdere informatie: Allgemeine Lesegesellschaft Basel; Doris Huggel, Haus der Allgemeinen Lesegesellschaft in Basel, Bern, 1996)

La Société de lecture in Genève

La Société de Lecture de Genève

 Genève was al eeuwenlang een stad van kooplieden, (horloge) industriëlen, theologen, juristen, schrijvers, wetenschappers en uitgevers toen in 1818 de Société de Lecture de Genève werd opgericht. Vanaf 1536 was de stad zelfs Europa’s Calvinistische hoofdstad met een academie (de voorloper van de universiteit) en een wijdvertakt Europees netwerk.

 Jules Pizzetta (1820-1900), Augustin-Pyramus de Candolle (1778-1841), 1893. Een van de oprichters van de Société de Lecture, Wikipédia

De Verlichting had ook hier een vruchtbare bodem en Frankrijk en Parijs in het bijzonder waren een bron van (artistieke en culturele) inspiratie. Hoewel  Genève Franssprekend is, hebben het bisdom (tot 1536) en de soevereine republiek tot 1798 nooit deel uitgemaakt van Frankrijk. Alleen het onafhankelijke Hertogdom Savoie lag eeuwenlang op de loer met L’Escalade van 1602 als laatste belegering.

De annexatie door Napoleon (1798-1813) verminderde het enthousiasme voor Frankrijk echter aanzienlijk en de burgers kozen in 1815 massaal voor aansluiting bij de nieuwe Zwitserse Confederatie.

Dit wilde echter niet zeggen dat de Franse cultuur en de idealen van de Verlichting hadden afgedaan. Integendeel, ook na 1815 waren er nauwe culturele, sociale en economische banden met Frankrijk.

 

Bovendien zochten vele Franse exilanten hun toevlucht in of vlakbij Genève., maar velen waren al gekomen voor 1789 (Franse Revolutie) en na Napoleon (herstel van de Franse monarchie). Het concept van een Société de Lecture was bekend in Geneve en in 1818 was de tijd rijp.

De Société de Lecture is gevestigd in een stadspaleis uit de 18e eeuw. De bibliotheek heeft tegenwoordig een collectie van 200 000 boeken. Deze verzameling is in de loop der eeuwen tot stand gekomen op basis van donaties van oprichters vanaf 1818, waaronder unieke uitgaven, onder andere de eerste editie van Un Souvenir de Solférino (1862)  van het lid Henry Dunant (1828-1910), l’Histoire universelle van Théodore-Agrippa d’Aubigné (1616), le Discours de la méthode, van Descartes (1637), l’Histoire naturelle van Buffon (1749), De la démocratie en Amérique van Tocqueville (1835). De collecties bevatten ook boeken met aantekeningen van Jean Calvin en Lenin.

Haar internationale faam was al snel gevestigd. Louis-Napoleon Bonaparte (1808-1873), de toekomstige keizer Napoleon III (1852-1870), ontmoette er in 1835 bijvoorbeeld Camille Benso di Cavour (1810-1861), een van de grondleggers van de Italiaanse onafhankelijkheid en eenwording in 1861, Vladimir Iljitsj Oeljanov (1870-1924), beter bekend als Lenin, werd in 1904 lid. Hij was een regelmatige bezoeker in een van de leeszalen met zijn vele tijdschriften en kranten in het Duits, Engels en Frans.

De Société de Lecture organiseert twee keer per week literaire bijeenkomsten en sinds drie jaar, tijdens het eerste weekend van november, een literatuurfestival voor jongeren, genaamd “Croque-Livres”.

De jury van de prestigieuze Prix Europa Nostra motiveerde de toekenning in 2020 als volgt:

Cette bibliothèque universelle et lieu de discussion existe sans interruption depuis 200 ans. Pendant tout ce temps, la Société de Lecture est restée fidèle à ses objectifs initiaux de rassembler les personnes intéressées par la littérature, la science et les arts.

Elle est devenue un centre pour les représentants les plus éclairés des différentes cultures européennes et ses activités expriment l’esprit d’ouverture et la volonté d’innover, qualités que la Société continue de promouvoir dans ses murs.

La contribution de la Société de Lecture à la promotion et à la diffusion des valeurs culturelles sous leurs diverses formes est reconnue comme un cas exceptionnel de multilinguisme suisse et est pertinente à un niveau européen plus large.”

(Bron en verdere informatie: la Société de lecture)

Le Cercle littéraire de Lausanne

De Société de Lecture in Genève bestond nog geen jaar toen de Cercle littéraire van Lausanne op 24 januari 1819 werd opgericht. Het nieuwe kanton van de nieuwe Confederatie van 1815 bruiste van energie en een nieuw begin na eeuwen van Berner overheersing. Evenals Genève, was ook Lausanne een kosmopolitische stad:

“Fréquenté par les élites, habité par les familles distinguées qui entretenaient une vie mondaine de bon aloi, le chef-lieu du département du Léman affichait un cosmopolitisme intellectuel et artistique excitant pour l’esprit et de nature à nourrir autant les conversations que les rêves” (Maurice Denuzière, Helvétie, Paris 2010).

Het kanton was al eeuwenlang een Europees kruispunt van culturen, handel en wetenschap. Nyon en Avenches waren in de Romeinse tijd belangrijke steden. Lausanne werd kort na het vertrek van de Romeinen een bisschopsstad, de diplomaat Frédéric-César de la Harpe (1754-1838) was jarenlang de gouverneur van de jonge Tsaar Alexander I (1777-1825). Hij onderhield nauwe contacten met Napoleon tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803) en speelde een belangrijke rol voor Zwitserland en het kanton bij het Congres van Wenen (1814-1815).

De Franse culturele invloed in Het Franssprekende kanton was bovendien onmiskenbaar. De sociale en economische contacten met Frankrijk en het Hertogdom Savoie (het koninkrijk Piëmont-Sardinië) waren hecht.

Wijnbouw bepaalde al eeuwenlang het beeld van het kanton langs de oevers van het meer van Genève. Er was een bloeiende handel en scheepvaartverkeer tussen Montreux, Vevey, Nyon en Lausanne met het Zwitserse St. Gingolph (kanton Valais) en de Franse oever van het meer van Genève.

Bovendien was de salon van Madame de Staël (1766-1817) in Coppet een van Europa’s bekendste trefpunten voor wetenschappers (onder anderen Edward Gibbon (1737-1794), schrijvers, politici en bannelingen. Ook andere vrouwen drukten hun stempel op het literaire leven in Lausanne, onder anderen de in Colombier wonende schrijfster Belle van Zuylen of Isabelle de Charrière (1740-1805).

Salon in de Cercle littéraire de Lausanne, 1955. Archief: Cercle littéraire de Lausanne

Kortom, ook in Lausanne was de tijd rijp voor een Société de Lecture, in dit geval onder de naam Le Cercle littéraire. Het doel was ook hier kranten, tijdschriften, boeken en vakliteratuur in de belangrijkste talen ter beschikking van leden te stellen in leeszalen en een bibliotheek.

Le Cercle littéraire is sinds 1821 gehuisvest in het pand Saint-François aan de place Saint-François, tegenover de gelijknamige kerk, op loopafstand van de kathedraal. Dit pand heeft bovendien een symbolische waarde voor deze literaire organisatie: het is het geboortehuis van Benjamin Constant (1767-1830).

Cercle littéraire de Lausanne, 1955. Archief: Cercle littéraire de Lausanne

De bibliotheek beheert tegenwoordig ruim 70 000 publicaties, waaronder diverse unieke publicaties uit de voorgaande eeuwen, op vele gebieden en tijdschriften en kranten in diverse talen. Tegenwoordig is het pand ook de locatie van lezingen en diverse andere culturele evenementen.

(Bron en verdere informatie: Le Cercle littéraire)

Verein Museumsgesellschaft

 De Museumsgesellschaft van Zürich

De grootste stad van het land kent sinds 1834 de Verein Museumsgesellschaft, een andere duiding voor Lesegesellschaft. Ten tijde van de oprichting was ‘Museumsgesellschaft’ een gangbare benaming voor een leessociëteit. Museum duidde toen niet in de eerste plaats op een tentoonstellingsruimte, maar op een plek waar geleerde activiteiten plaatsvonden.

De handelsstad stond niet alleen aan de vooravond van een industriële revolutie, onder anderen geïnspireerd door Alfred Escher (1819-1882) met de Schweizerische Kreditanstanstalt, het latere Credit Suisse, als belangrijke financier.

Eerste pagina van het eerste jaarverslag van de Museumsgesellschaft. Sammlung: Archiv Museumsgesellschaft

Het kanton had in 1830 net een democratische revolutie achter de rug met voor die tijd unieke constitutionele vrijheden en waarborgen voor burgers. Bovendien was in 1833 de universiteit gesticht.

De grote leeszaal. Foto: Verein Museumsgesellschaft

Evenals Bazel, Lausanne en Genève was ook Zürich vanouds een kosmopolitische stad en toevluchtsoord voor politieke vluchtelingen uit andere Europese landen, zeer tot ongenoegen van de autoritaire buurlanden. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was de stad een centrum van (politieke) emigranten en vluchtelingen.

Sammlung: Archiv Museumsgesellschaft

Er was in 1834 een behoefte aan een locatie met een grote collectie binnen- en buitenlandse kranten, tijdschriften, vakliteratuur op diverse gebieden en literatuur. Iedereen kon lid worden, ongeacht religie, beroep of politieke voorkeur, vrouwen vanaf 1894.

Sophie Heim (1845–1916), lid van de Museumsgesellschaft in 1894 en de eerste vrouwelijke arts in Zwitserland. Foto: Verena E. Müller, Marie Heim-Vögtlin, die erste Schweizer Ärztin (Baden, 2008).

Geheel in de gedachte van de liberale Grondwet van het kanton, weerspiegelde ook het aanbod in de leeszalen en de bibliotheek een breed spectrum aan (politieke) meningen, (sociale) achtergronden en religies. Diverse prominente buitenlanders werden lid en bezochten de leeszalen en bibliotheken regelmatig.

De Museumsgesellschaft gaf in de jaren 1860 opdracht tot de bouw van een eigen pand aan de Limmatquai, dat in 1867 in gebruik is genomen. De Zürcher Gotffried Keller (1819-1890), toentertijd een van de bekendste Duitstalige auteurs, was een van de beroemde leden en bezoeker van de leeszaal en bibliotheek.

 

Ook vele buitenlandse persoonlijkheden, onder anderen (weer) Lenin, James Joyce (1882-1941), Lev Bronstein alias Trotski (1879–1940), Kurt Tucholsky (1890-1935), Stefan Zweig (1881-1942) en vele Dadaïsten waren lid.

De Museumsgesellschaft  breidde in 2000 uit met het Literaturhaus. Het aanbod is daardoor verbreed met lezingen en andere evenementen.

(Bron en verdere informatie: Verein Museumsgesellschaft)

De abdij St. Blasien, zijn Dom en de kloosterweg

De abdij St. Blasien (Baden-Württemberg) in het Naturpark Südschwarzwald en de Albsteig is gesticht in de 11e eeuw. In een document van de abdij Rheinau bij Schaffhausen wordt rond 800 melding gemaakt van een gemeenschap van monniken op deze plek in de Albvallei (Albtal).

De benedictijnenabdij was gewijd aan de heilige Blasius (hij stierf in 316), een Armeense martelaar. De abdij van Cluny nam het klooster in de 11e eeuw over en bouwde de eerste grote stenen kerk op de fundamenten van de ‘Alte Münster‘ (9e of 10e eeuw).

Wapen (gedateerd 1563) van de Bläsihof (in 1909 afgebroken) aan de Untere Rebgasse 27-29 in Bazel. Daar bevond zich in de middeleeuwen de zetel van de Basler rentmeester van het klooster St. Blasien.

In de volgende eeuwen is het complex steeds verder uitgebreid. Romaanse, gotische en barokke vernieuwingen, uitbreidingen en stijlen wisselden elkaar af. Een brand in 1768 verwoestte de kerk, om rond 1783 als een feniks uit de as te herrijzen als een overweldigende koepelkerk naar het voorbeeld van de Mariakerk, het Pantheon, in Rome.

De abt Martin II. Gerbert

De  prinsabt (abt en prins van het Heilige Roomse Rijk) Martin II. Gerbert (1729-1793) was de bouwheer. Hij was een man tussen de Barok en de Verlichting en het nieuwe gebouw toont de invloed van beide periodes.

Hij was niet alleen geïnspireerd door Rome, maar ook door de kerken van Saint-Geneviève, Saint-Sulpice en Val-de-Grâce en de Dôme des Invalides in Parijs.

Zo groeide het kleine complex in het Zwarte Woud, niet ver van de bronnen van de Wiese en de Alb bij de Feldberg, uit tot een van de grootste doms van Europa. De hoge fonteinfiguur van St. Blasius waakt al sinds 1716 over de kathedraal vanaf het marktplein.

In 1806 is het klooster opgeheven en de trotse Dom werd gedegradeerd tot parochiekerk. Tot overmaat van ramp is deze parochiekerk in 1874 volledig verwoest door een brand.

De koepelkerk is herbouwd in 1913. In de jaren 1970 en 1980 vond een grondige renovatie plaats om de de koepelkerk van 1783 met zijn narthex, loggia’s en Dorische zuilen zoveel mogelijk in oude glorie te herstellen.

De rotunda en zijn klassieke architectuur, de decoratie met laatbarokke elementen (waaronder schilderingen in de koepel en op de koorbogen), de vier grote ramen, de ionische en Korinthische zuilen en de eenvoud van het interieur tonen de tijdgeest van 1783 in dit deel van Duitsland.

Het monnikenkoor met houten banken was het laatste onderdeel van de renovatie in 1983, net op tijd om de 200e verjaardag van de inwijding van de Dom (Domweihe) te herdenken.

De Dom heeft een diameter van 36 meter en een hoogte van 32 meter. De binnenste Dom is 18 meter hoog, terwijl de vergulde buitenste Dom 14 meter meet. De kolommen die de Dom ondersteunen zijn 18 meter hoog. De totale hoogte van het gebouw is 62 meter. De eerste houten constructie van de Dom, verwoest in 1874, is in 1913 vervangen door een stalen constructie.

Al in 1783 werd abt Martin II Gerbert bekritiseerd door zijn tijdgenoten, die vonden de bouw van deze Dom een megalomaan project, ver weg van de ‘bewoonde wereld’. Hij weerlegde dit met de woorden:

‘Als de machtigen van deze wereld hun prachtige kastelen en paleizen bouwen, dan is een glorieus huis toch zeker gepast voor de majestueuze Heer en God’ (Wenn schon die Mächtigen der Welt ihre Prunkschlösser und ihre Paläste bauen, sei doch wohl dem majestätischen Herrn und Gott ein glanzvolles Haus angemessen).

De majestueuze aanblik van de Dom en het voormalige kloostercomplex bestaat nog steeds onder het toeziend oog van St. Blasius. Na 1806 behoorden de wereldlijke macht en de wijd verspreide landerijen, andere bezittingen en politieke relaties in Baden, Oostenrijk en Zwitserland echter tot het verleden. De kloosterweg (Klosterweg) van St. Blasien naar Klingnau herinnert echter nog aan deze periode.

De professionele glasdrager (der Glasträger) verscheen voor het eerst in bronnen uit de 16e eeuw. Hij was onmisbaar in de productieketen. Afbeelding: Gemeinde St. Blasien. Foto: TES

Glasproductie

De glasproductie in de glasblazerij (Glashüttte) was een cruciale bedrijfstak van de abdij. De productiecentra van abdij St. Blasien waren:

1480-1515  Bernau am Todtmooserweg

1516-1567  Glashof St. Blasien

1560-1587  Bernau am Rechberg

1579-1684  Blasiwald Habsmoos

1597-1684  Blasiwald Munchenland ob Neuhäuser Bach

1611-1716  Grünwald bei Kappel

1622-1684  Blasiwald Schmalzberg Althütte

1684-1712  Glashütte am oberen Windbergbach

1716-1878  Glashütte Äule

Indruk van de productie in een Glashütte. Afbeelding: Gemeinde St. Blasien. Foto: TES

(Bron en verdere informatie: J. Adamek, St. Blasien: Kirche-Kloster-Kolleg, St. Blasien, 1992)

Impressies van de voormalige abdij en de huidige dom

750 jaar kathedraal Notre-Dame van Lausanne

De bouw van de kathedraal van Lausanne werd tot de eerste helft van de 13e eeuw door verschillende bouwmeesters geleid. Bisschop Landry de Durnes gaf rond 1170 de aanzet tot de bouw.

Collectie: Musée Historique Lausanne

Men begon met de bouw van de romaanse apsis, maar bij de verdere bouw van het monument kwam al snel een verschuiving naar gotische architectuur tot uiting. Rond 1235 werd de bouw voltooid met het beschilderde portaal aan de zuidgevel. Op 20 oktober 1275 werd de kathedraal door paus Gregorius X (1210-1276) ingewijd in aanwezigheid van keizer Rudolf van Habsburg (1218-1291).

De eerste bouwfase van de kathedraal begon in 1173 met de romaanse apsis. Twintig jaar later corrigeerde de tweede bouwmeester de oriëntatie van het gebouw, veranderde hij de architectonische compositie en bouwde hij tot 1215 de kerk zoals we die vandaag de dag kennen. De derde bouwmeester zette het werk aan de westkant voort en bouwde het westwerk met een voorportaal en twee torens, waarvan er één de klokkentoren draagt, terwijl de andere nooit is voltooid.

Het oorspronkelijk beschilderde portaal is een voorbeeld van een originele opzet, zowel qua architectuur als qua iconografie en polychromie. Het illustreert een complex programma. Het algemene thema is de evocatie van het mysterie van de incarnatie en de voorspraak van de Maagd in het kader van de pelgrimstocht naar deze kathedraal die gewijd is aan Notre-Dame.

Het beschilderde portaal aan de zuidgevel voltooide het bouwwerk tussen 1225 en 1235. Twee delen van het oorspronkelijke architecturale ensemble, de kloostergang en de doorgang van de grote boog, zijn niet bewaard gebleven. Ze raakten geleidelijk in verval en zijn in de 17e eeuw afgebroken.

Château Saint-Marie, residentie van de bisschop vanaf 1430 tot de reformatie

Na de Reformatie

Na de Reformatie van 1536 waren er verschillende renovaties. Een van de belangrijkste is in de tweede helft van de 19e eeuw uitgevoerd door de Franse architect Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879). De laatste restauratie vond plaats in 1968 met de toren van het koor aan de noordzijde.

Afbeelding: Cathédrale de Lausanne 

(Bron en verdere informatie: Cathédrale de Lausanne)

 

Collectie: Musée Historique Lausanne