Veel Europese landen hadden in grote steden in de18e eeuw en begin 19e eeuw een Lesegesellschaft (société de lecture). Alleen in het kleine Zwitserland bestaan deze organisaties echter nog in de vier grootste steden van het land: in Bazel, Genève, Lausanne en Zürich.
De leden kunnen al ruim twee eeuwen een groot aantal binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, literaire werken, wetenschappelijke publicaties, landkaarten, woordenboeken en diverse andere geschriften in riante leeszalen lezen of van de bibliotheek lenen.

Salon in la Société de lecture de Genève
Bovendien hadden deze organisaties aanvankelijk ook een sociale functie als ontmoetingscentrum en waren er zalen met biljart, een bar en andere faciliteiten. Tegenwoordig vervullen literaire, muzikale en andere evenementen deze functie.
Tot aan het einde van de 19e eeuw was een lidmaatschap voorbehouden aan mannen. Daarna gaat de emancipatie snel en tegenwoordig zijn beide geslachten in even grote getale lid.
Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren leden vooral afkomstig uit de gegoede burgerij, zoals ook de oprichters uit deze kringen afkomstig waren. Na 1918 en vooral na 1945 is ook deze scheidslijn grotendeels weggevallen.

Salon in le Cercle de littérature de Lausanne
De met (sigaren) rook gevulde zalen horen net zo goed tot het verleden, als de ‘men only clubs’, maar wat deze Lesegesellschaften na (ruim) twee eeuwen nog steeds kenmerkt, is hun kwaliteit, continuïteit, goed bestuur, innovatie en aanpassing aan veranderde maatschappelijke omstandigheden, de opkomst van radio en televisie en nieuwe media. Wat dat betreft symboliseren ze ook in zekere zin Zwitserland.
Hieronder volgt in het kort een chronologisch overzicht (naar jaar van oprichting) van deze vier organisaties (die Allgemeine Lesegesellschaft Basel, la Société de lecture de Genève, le Cercle de littérature de Lausanne en de Verein Museumsgesellschaft in Zürich).

De Allgemeine Lesegesellschaft Basel
De Allgemeine Lesegesellschaft Basel
Bazel is niet alleen de stad met de eerste universiteit van het land (1460) en ’s werelds eerste publieke kunstverzameling (1671), die we tegenwoordig een museum noemen. Enkele notabelen stichtten in 1787 ook de eerste Zwitserse Lesegesellschaft: de Allgemeine Lesegesellschaft Basel.

Het was de periode van de Verlichting, salons en ‘sociétés’, Voltaire, Rousseau, Diderot en zijn Encyclopedie en de opkomst van het ‘Bildungsburgertum’ . De Aristocratie speelde in Zwitserland weliswaar geen politieke rol van betekenis, maar de welgestelde bovenlaag richtte zich met name naar de Franse cultuur.
In Bazel, grenzend aan Frankrijk, was dat niet anders. Bovendien had de stad een universiteit en een welvarende klasse van kooplieden en industriëlen. De vraag was er en de financiering was beschikbaar.

Reinacherhof 18
Het gebouw van de Lesegesellschaft lag vanaf het begin aan de Münsterplatz. De Reinacherhof was tot 1832 de locatie van de bibliotheek en leeszalen. In deze periode was de Lesegesellschaft ook een ‘Casino-Gesellschaft’ met een sociale functie en een ontmoetingszentrum. Bazel kreeg in 1826 echter een Stadt-Casino voor muziekuitvoeringen en in 1831 een Stadttheater. Deze namen steeds meer de sociale functie van de Casino-Gesellschaft over.


In 1830 werd het gebouw op de Münsterplatz 8 (de huidige locatie) te koop aangeboden. Het pand ligt niet alleen aan de Rijnoever, maar ook direct langs de Münster en haar Romaanse Galluspoort.
Na de aardbeving van 1356 werd op deze plaats de woning van de architect/bouwmeester van de dom gebouwd. In dit huis waren ook de kathedraalschool en de vergaderzaal van de kanunniken gevestigd. Aan de vooravond van de reformatie zorgden de kanunniken voor de bouw van een nieuw kloosterhuis, dat in 1528 werd voltooid. Bazel werd in 1529 echter protestant en de kanunniken vertrokken naar Freiburg a. Breisgau en later Arlesheim. Het huis bleef weliswaar eigendom van het kapittel, maar diende voortaan als opslagplaats van goederen, graan en fruit.
Johann Rudolf Gemuseus (1764-1836) kocht het huis in 1806. Hij deed het in 1830 over aan de Allgemeine Lesegesellschaft. Tussen 1830 en 1832 bouwde de vereniging een van de vroegste neogotische gebouwen in Zwitserland.

De kleine leeszaal

De koffiekamer



De grote leeszaal
De Lesegesellschaft pakte het project voortvarend aan, benoemde een bouwcommissie en de eerste renovatiewerkzaamheden begonnen al in 1830. Wellicht waren de prestigieuze panden van de in 1818 (Genève) en 1819 (Lausanne) opgerichte Société de lecture en Cercle de Litterature een bijkomende inspiratie. Ze waren de hoofdsteden van de nieuwe kantons Genève en Waadt (Vaud) en er was een (onuitgesproken) concurrentie tussen de kantons.
Hoe het ook zij, de neogotische decoratieve stijl in het classicistische concept kreeg in deze tijd gestalte. Twee persoonlijkheden drukten een bijzonder stempel op de renovatie: Johan Huber (1767-1832) en Marquard Wocher (1760-1830), die vooral bekend is vanwege het Panorama van Thun, maar ook in Bazel zijn (neogotische) sporen heeft nagelaten.

Dit gebouw is tevens een van de eerste neogotische gebouwen in Zwitserland. De inspiratie voor deze neogotische stijl heeft ook te maken met de ligging naast de Gotische Münster. Zelfs de kleur van de buitenmuur is afgestemd op de Münster.
Na de feestelijke ingebruikname van het nieuw pand op 26 oktober 1832 hebben er nog diverse aanpassingen, renovaties en veranderingen plaatsgevonden. Het karakter is echter onveranderd gebleven. Bovendien zijn er vele authentieke details bewaarde gebleven, die zelfs teruggaan tot de tijd van de domheren en de Gotiek.

De Gotische erker (1528) in de grote leeszaal
De Lesegesellschaft had vanaf het begin veel bekende leden, onder anderen Friedrich Nietzsche en Jakob Burckhardt. De uil als symbool van wijsheid van Athena is dan ook met reden de ‘patroon’ van de Lesegesellschaft en is in iedere publikatie afbeeld met speer en schild.


Aanvankelijk was de Lesegesellschaft alleen toegankelijk voor mannen, vanaf 1901 kunnen vrouwen lid worden. Tegenwoordig telt de Lesegesellschaft ongeveer 1 300 leden, die niet alleen de bibliotheek, koffiekamer en leeszalen ter beschikking hebben, maar ook regelmatig lezingen, literaire voordrachten en andere evenementen in een aparte zaal kunnen bijwonen.






De Bibliotheek met ongeveer 80 000 publicaties en veel zitplaatsen
Voor de tweede keer organiseert de Lesegesellschaft op 21 november een open huis (Kindernacht am Münsterplatz) met overnachting voor kinderen. Wie de jeugd heeft, heeft immers de toekomst voor deze bijna 240 jaar oude organisatie!
(Bron en verdere informatie: Allgemeine Lesegesellschaft Basel; Doris Huggel, Haus der Allgemeinen Lesegesellschaft in Basel, Bern, 1996)

La Société de lecture in Genève
La Société de Lecture de Genève
Genève was al eeuwenlang een stad van kooplieden, (horloge) industriëlen, theologen, juristen, schrijvers, wetenschappers en uitgevers toen in 1818 de Société de Lecture de Genève werd opgericht. Vanaf 1536 was de stad zelfs Europa’s Calvinistische hoofdstad met een academie (de voorloper van de universiteit) en een wijdvertakt Europees netwerk.

Jules Pizzetta (1820-1900), Augustin-Pyramus de Candolle (1778-1841), 1893. Een van de oprichters van de Société de Lecture, Wikipédia
De Verlichting had ook hier een vruchtbare bodem en Frankrijk en Parijs in het bijzonder waren een bron van (artistieke en culturele) inspiratie. Hoewel Genève Franssprekend is, hebben het bisdom (tot 1536) en de soevereine republiek tot 1798 nooit deel uitgemaakt van Frankrijk. Alleen het onafhankelijke Hertogdom Savoie lag eeuwenlang op de loer met L’Escalade van 1602 als laatste belegering.
De annexatie door Napoleon (1798-1813) verminderde het enthousiasme voor Frankrijk echter aanzienlijk en de burgers kozen in 1815 massaal voor aansluiting bij de nieuwe Zwitserse Confederatie.
Dit wilde echter niet zeggen dat de Franse cultuur en de idealen van de Verlichting hadden afgedaan. Integendeel, ook na 1815 waren er nauwe culturele, sociale en economische banden met Frankrijk.


Bovendien zochten vele Franse exilanten hun toevlucht in of vlakbij Genève., maar velen waren al gekomen voor 1789 (Franse Revolutie) en na Napoleon (herstel van de Franse monarchie). Het concept van een Société de Lecture was bekend in Geneve en in 1818 was de tijd rijp.

De Société de Lecture is gevestigd in een stadspaleis uit de 18e eeuw. De bibliotheek heeft tegenwoordig een collectie van 200 000 boeken. Deze verzameling is in de loop der eeuwen tot stand gekomen op basis van donaties van oprichters vanaf 1818, waaronder unieke uitgaven, onder andere de eerste editie van Un Souvenir de Solférino (1862) van het lid Henry Dunant (1828-1910), l’Histoire universelle van Théodore-Agrippa d’Aubigné (1616), le Discours de la méthode, van Descartes (1637), l’Histoire naturelle van Buffon (1749), De la démocratie en Amérique van Tocqueville (1835). De collecties bevatten ook boeken met aantekeningen van Jean Calvin en Lenin.


Haar internationale faam was al snel gevestigd. Louis-Napoleon Bonaparte (1808-1873), de toekomstige keizer Napoleon III (1852-1870), ontmoette er in 1835 bijvoorbeeld Camille Benso di Cavour (1810-1861), een van de grondleggers van de Italiaanse onafhankelijkheid en eenwording in 1861, Vladimir Iljitsj Oeljanov (1870-1924), beter bekend als Lenin, werd in 1904 lid. Hij was een regelmatige bezoeker in een van de leeszalen met zijn vele tijdschriften en kranten in het Duits, Engels en Frans.

De Société de Lecture organiseert twee keer per week literaire bijeenkomsten en sinds drie jaar, tijdens het eerste weekend van november, een literatuurfestival voor jongeren, genaamd “Croque-Livres”.

De jury van de prestigieuze Prix Europa Nostra motiveerde de toekenning in 2020 als volgt:
” Cette bibliothèque universelle et lieu de discussion existe sans interruption depuis 200 ans. Pendant tout ce temps, la Société de Lecture est restée fidèle à ses objectifs initiaux de rassembler les personnes intéressées par la littérature, la science et les arts.
Elle est devenue un centre pour les représentants les plus éclairés des différentes cultures européennes et ses activités expriment l’esprit d’ouverture et la volonté d’innover, qualités que la Société continue de promouvoir dans ses murs.
La contribution de la Société de Lecture à la promotion et à la diffusion des valeurs culturelles sous leurs diverses formes est reconnue comme un cas exceptionnel de multilinguisme suisse et est pertinente à un niveau européen plus large.”
(Bron en verdere informatie: la Société de lecture)


Le Cercle littéraire de Lausanne
De Société de Lecture in Genève bestond nog geen jaar toen de Cercle littéraire van Lausanne op 24 januari 1819 werd opgericht. Het nieuwe kanton van de nieuwe Confederatie van 1815 bruiste van energie en een nieuw begin na eeuwen van Berner overheersing. Evenals Genève, was ook Lausanne een kosmopolitische stad:
“Fréquenté par les élites, habité par les familles distinguées qui entretenaient une vie mondaine de bon aloi, le chef-lieu du département du Léman affichait un cosmopolitisme intellectuel et artistique excitant pour l’esprit et de nature à nourrir autant les conversations que les rêves” (Maurice Denuzière, Helvétie, Paris 2010).

Het kanton was al eeuwenlang een Europees kruispunt van culturen, handel en wetenschap. Nyon en Avenches waren in de Romeinse tijd belangrijke steden. Lausanne werd kort na het vertrek van de Romeinen een bisschopsstad, de diplomaat Frédéric-César de la Harpe (1754-1838) was jarenlang de gouverneur van de jonge Tsaar Alexander I (1777-1825). Hij onderhield nauwe contacten met Napoleon tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803) en speelde een belangrijke rol voor Zwitserland en het kanton bij het Congres van Wenen (1814-1815).

De Franse culturele invloed in Het Franssprekende kanton was bovendien onmiskenbaar. De sociale en economische contacten met Frankrijk en het Hertogdom Savoie (het koninkrijk Piëmont-Sardinië) waren hecht.
Wijnbouw bepaalde al eeuwenlang het beeld van het kanton langs de oevers van het meer van Genève. Er was een bloeiende handel en scheepvaartverkeer tussen Montreux, Vevey, Nyon en Lausanne met het Zwitserse St. Gingolph (kanton Valais) en de Franse oever van het meer van Genève.

Bovendien was de salon van Madame de Staël (1766-1817) in Coppet een van Europa’s bekendste trefpunten voor wetenschappers (onder anderen Edward Gibbon (1737-1794), schrijvers, politici en bannelingen. Ook andere vrouwen drukten hun stempel op het literaire leven in Lausanne, onder anderen de in Colombier wonende schrijfster Belle van Zuylen of Isabelle de Charrière (1740-1805).

Salon in de Cercle littéraire de Lausanne, 1955. Archief: Cercle littéraire de Lausanne
Kortom, ook in Lausanne was de tijd rijp voor een Société de Lecture, in dit geval onder de naam Le Cercle littéraire. Het doel was ook hier kranten, tijdschriften, boeken en vakliteratuur in de belangrijkste talen ter beschikking van leden te stellen in leeszalen en een bibliotheek.


Le Cercle littéraire is sinds 1821 gehuisvest in het pand Saint-François aan de place Saint-François, tegenover de gelijknamige kerk, op loopafstand van de kathedraal. Dit pand heeft bovendien een symbolische waarde voor deze literaire organisatie: het is het geboortehuis van Benjamin Constant (1767-1830).

Cercle littéraire de Lausanne, 1955. Archief: Cercle littéraire de Lausanne

De bibliotheek beheert tegenwoordig ruim 70 000 publicaties, waaronder diverse unieke publicaties uit de voorgaande eeuwen, op vele gebieden en tijdschriften en kranten in diverse talen. Tegenwoordig is het pand ook de locatie van lezingen en diverse andere culturele evenementen.
(Bron en verdere informatie: Le Cercle littéraire)

Verein Museumsgesellschaft
De Museumsgesellschaft van Zürich
De grootste stad van het land kent sinds 1834 de Verein Museumsgesellschaft, een andere duiding voor Lesegesellschaft. Ten tijde van de oprichting was ‘Museumsgesellschaft’ een gangbare benaming voor een leessociëteit. Museum duidde toen niet in de eerste plaats op een tentoonstellingsruimte, maar op een plek waar geleerde activiteiten plaatsvonden.
De handelsstad stond niet alleen aan de vooravond van een industriële revolutie, onder anderen geïnspireerd door Alfred Escher (1819-1882) met de Schweizerische Kreditanstanstalt, het latere Credit Suisse, als belangrijke financier.

Eerste pagina van het eerste jaarverslag van de Museumsgesellschaft. Sammlung: Archiv Museumsgesellschaft

Het kanton had in 1830 net een democratische revolutie achter de rug met voor die tijd unieke constitutionele vrijheden en waarborgen voor burgers. Bovendien was in 1833 de universiteit gesticht.

De grote leeszaal. Foto: Verein Museumsgesellschaft
Evenals Bazel, Lausanne en Genève was ook Zürich vanouds een kosmopolitische stad en toevluchtsoord voor politieke vluchtelingen uit andere Europese landen, zeer tot ongenoegen van de autoritaire buurlanden. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was de stad een centrum van (politieke) emigranten en vluchtelingen.

Sammlung: Archiv Museumsgesellschaft
Er was in 1834 een behoefte aan een locatie met een grote collectie binnen- en buitenlandse kranten, tijdschriften, vakliteratuur op diverse gebieden en literatuur. Iedereen kon lid worden, ongeacht religie, beroep of politieke voorkeur, vrouwen vanaf 1894.

Sophie Heim (1845–1916), lid van de Museumsgesellschaft in 1894 en de eerste vrouwelijke arts in Zwitserland. Foto: Verena E. Müller, Marie Heim-Vögtlin, die erste Schweizer Ärztin (Baden, 2008).

Geheel in de gedachte van de liberale Grondwet van het kanton, weerspiegelde ook het aanbod in de leeszalen en de bibliotheek een breed spectrum aan (politieke) meningen, (sociale) achtergronden en religies. Diverse prominente buitenlanders werden lid en bezochten de leeszalen en bibliotheken regelmatig.

De Museumsgesellschaft gaf in de jaren 1860 opdracht tot de bouw van een eigen pand aan de Limmatquai, dat in 1867 in gebruik is genomen. De Zürcher Gotffried Keller (1819-1890), toentertijd een van de bekendste Duitstalige auteurs, was een van de beroemde leden en bezoeker van de leeszaal en bibliotheek.

Ook vele buitenlandse persoonlijkheden, onder anderen (weer) Lenin, James Joyce (1882-1941), Lev Bronstein alias Trotski (1879–1940), Kurt Tucholsky (1890-1935), Stefan Zweig (1881-1942) en vele Dadaïsten waren lid.

De Museumsgesellschaft breidde in 2000 uit met het Literaturhaus. Het aanbod is daardoor verbreed met lezingen en andere evenementen.
(Bron en verdere informatie: Verein Museumsgesellschaft)