Vogel Gryff, Leu en Wild Maa

De muzikale begeleiding met trommels heeft overeenstemming met de Basler Fasnacht (dit jaar 23-25 februari), maar de traditie van Vogel Gryff, Leu en Wild Maa heeft een andere oorsprong.

Jaarlijks worden deze drie figuren op 13, 20 0f 27 januari onthaald. Drie gezelschappen (Ehrengesellschaften) met een eeuwenlange traditie onthalen in januari hun schutspatronen Vogel Gryff, Leu (leeuw) en Wild Maa (wilde man).

Deze traditie gaat terug tot de dertiende eeuw, toen Kleinbasel en Grossbasel nog twee aparte steden waren, gescheiden door de Rijn.

In 1225 is de (houten) Rijnbrug gebouwd, die pas in 1905 werd vervangen door de huidige Mittlere Brücke. Deze brug leidde tot een grote groei in het handelsverkeer en economische bloei in Kleinbasel. In 1285 kreeg de plaats van Rudolf I van Habsburg (1218-1291) stadsrechten.

Muurschildering in Kleinbasel

In de decennia daarna organiseerden vooraanstaande burgers zich in deze drie gezelschappen: de Gesellschaft zum Rebhaus (1304 voor het eerst vermeld) met de Leu als symbool, de Gesellschaft zur Hären en de Wilde Maa  (komt vanaf 1384 in voor in documenten) en de Gesellschaft zum Greifen met Vogel Gryff (vanaf 1409 aantoonbaar).

Deze gezelschappen waren geen gilden. Het waren verenigingen van burgers, die de belangen van Kleinbasel vertegenwoordigden en publieke taken vervulden, waaronder de bewaking van de stadsmuren.

In de vijftiende eeuw groeide de traditie een keer per jaar de wapens in een mars door de stad te presenteren. Wat dat betreft is er wel een parallel met de Fasnacht (dit jaar van 19-21 februari). Deze komt ook voort uit de jaarlijkse presentatie van de wapens door de schutterijen.

De gezelschappen organiseerden hun eigen mars op 13, 20 of 27 januari. Sinds 1839 doen ze dat gezamenlijk met roulerende data, waarbij een van de gezelschappen de voorzitter levert. Dit jaar vindt het evenement op 20 januari plaats.

De drie figuren presenteren zich door een rituele dans aan de burgers en hoogwaardigheidsbekleders van Kleinbasel. Het is een intensief gebeuren, want dit gebeurt op ongeveer 40 verschillende plaatsen voor verschillende gezelschappen tot diep in de avond.

De dag begint met de aankomst op een vlot van Wilde Maa bij Museum Klein Klingental. Daarna gaan de drie figuren naar de Mittlere Brücke en voeren ze hun rituele dansen tot 23.00 op.

Vaandeldragers van de drie gezelschappen, trommelaars en vier narren, de Ueli, begeleiden Vogel Gryff, Wilde Maa en de Leu op hun mars door de stad.

De leden van de drie gezelschappen (honderdvijftig inwoners van Kleinbasel per gezelschap) nuttigen in de middag een gezamenlijke maaltijd, de Gryffemähli. De scheiding met Grossbasel blijft in deze traditie echter strikt gehandhaafd: tot  het midden van de Mittlere Brücke bij de Käppelijoch en geen stap verder. De drie figuren richten hun gezicht bij hun dansen naar Kleinbasel en keren Grossbasel de rug toe.

De soep wordt echter niet zo heet gegeten, want in de kathedraal in Grossbasel wordt de heraldiek van de drie gezelschappen afgebeeld op vensters.

Tot laat in de avond marcheert het gezelschap en dansen de drie figuren door Kleinbasel, begeleid door piccolo’s, trommels en inwoners, jong en oud.

(Bron en verdere informatie: www.vogel-gryff.ch).

Het oude kostuum, (tot 2015) van Vogel Gryff. Het kostuum is meer dan 40 Kilogram zwaar. Museum Kleines Klingental

Muurschildering in Kleinbasel

 Café Spitz/Hotel Merian, aan de Kleinbasel kant

De Grossbasel kant

 

Leu en Vogel Gryff. De Politie van Kanton Basel-Stadt draagt in Kleinbasel alleen op deze dag de traditionele Bobby-Helm.

De vlaggen van de drie Ehrengesellschaften tot het midden van de Mittlere Brücke bij de Käppelijoch

Basel, Café Spitz/Hotel Merian

Montreux Riviera, kunstenaars, natuur, toerisme en Smoke on the Water

Meer dan twee eeuwen voor de ‘beroemde’ brand in het Casino van Montreux op 4 december 1971, schreef Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) in 1761 zijn Nouvelle Héloïse. Lord Byron (1788-1824) schreef in 1816 zijn Prisonnier de Chillon.

Beide werken waren van grote invloed voor de bekendheid van het dorp Montreux (kanton Vaud) bij de Europese beau monde.

Chillon ligt enkele kilometers van Montreux; Rousseau schreef enthousiast over de natuur in Zwitserland, onder andere over de regio aan het meer van Genève.

De regio werd een van de eerste toeristische bestemmingen in Zwitserland. Vanaf 1840 verrezen de eerste Grand Hotels, casino’s, restaurants en later golf- en tennisbanen en andere faciliteiten voor toeristen.

Een wandeling langs het meer van Genève aan de kade van Montreux is een ontmoeting met politici, journalisten, kunstenaars en royals uit de negentiende en twintigste eeuw.

Freddie Mercury (1946-1991), Gustave Coubert (1819-1877), Fjodor Michajlovitsj Dostojevski (1821-1881), Keizerin Sisi (1837-1898), Ignacy Paderewski (1860-1941), Henryk Sienkiewics (1846-1916), Charlie Chaplin (1889-1977), Carl Gustaf Emil von Mannerheim (1867-1951) of bijvoorbeeld Gustave Eiffel (1832-1923) woonden of stierven er of kwamen graag en regelmatig in deze plaats.

De architectuur, de muziekhallen en huidige kunstactiviteiten getuigen van het rijke artistieke leven en de laat negentiende en vroeg twintigste eeuw pracht en praal.

Het oude centrum op de heuvel geeft een indruk van het leven voor de komst van de beau- en artistieke monde vanaf het midden van de negentiende eeuw. Het toont ook dat Montreux (en de omgeving) meer te bieden heeft dan alleen standbeelden en (Jazz) muziek.

Montreux Jazz Festival

Het bijzondere Chaplin’s World (Corsier-sur-Vevey), de villa ‘le Lac’ van Le Corbusier, Lavaux, La Tour de Peilz en het interessante spelletjesmuseum (Musée suisse du Jeu), Vevey en haar Alimentarium, musea en oude binnenstad, het kasteel Chillon, de mooie parken en tuinen en uiteraard de nabijheid van de Alpen liggen in de directe nabijheid.

Het Casino

Queen The Studio Experience in het Casino

David Richards (1956-2013), Producer van Queen albums in de Mountain Studios in Montreux

Tot aan de Tweede Wereldoorlog was Montreux een van de topbestemmingen voor aristocratie, kunstenaars, politici, topatleten, filmsterren en andere publieke persoonlijkheden.

Na de Tweede Wereldoorlog vonden vele musici de weg naar Montreux. De wereldberoemde hit ‘Smoke on the Water’ van Deep Purple uit 1971 vond zijn oorsprong aan de boulevard van Montreux Riviera.

(Bron: www.montreuxriviera.com)

Impressies van Montreux

Aigle, haar kasteel, klooster en Musée de la vigne, du vin et de l’étiquette

De Chablais is een regio die zich uitstrekt over Zwitserland en Frankrijk. Het grondgebied wordt gedeeld door de kantons Wallis (Valais) en Waadt (Vaud) in Zwitserland en vanaf het zuiden van het meer van Genève tot het noordelijke deel van de Haute-Savoie in Frankrijk.

Aigle (Aiglon) verscheen voor het eerst in een document rond 1140. Dit document verwijst naar het priorij St. Maurice van Aigle, gesticht door de abdij van Agaune (St. Maurice).

Het voormalige klooster en de huidige parochiekerk St. Maurice

Het kasteel van Aigle met aan zijn voet het voormalige klooster gewijd aan Saint Maurice dateert uit de 12e eeuw. Het kasteel toont de (middeleeuwse) geschiedenis van de regio, eerst de heerschappij van het Koninkrijk Bourgondië (888-1032), dan de heerschappij van het Huis van Savoie (1034-1475) en vervolgens Bern (1475-1798).

De verwerving van Aigle door de republiek Bern in 1475 betekende het eerste Franstalige gebied van de Eidgenossenschaft. Bern verwierf het gebied van Freiburg ten tijde van de oorlogen (1474-1477) tegen de hertog van Bourgondie. Bern introduceerde in 1528 ook de reformatie in Aigle. Het kasteel van Aigle werd de zetel van de gouverneur en bestuur.

Rijke geschilderde decors uit de XVIe en XVIIe eeuw en de beer van Bern sieren nog steeds de kamers en de poort van het kasteel.

De katholieke kerk

Aigle

Het kasteel is in 1804 gekocht door de gemeente Aigle na de oprichting van het kanton Vaud in 1803 en werd een historisch monument in 1900. Het kasteel herbergt sinds 1975 het Musée de la vigne, du vin, de l’étiquette.

De gemeentes in de districten Aigle en Pays d’Enhaut

(Bron en verdere informatie: A.M. Barelli, Le Chablais, Viterbo, 2011).

Indrukken van het kasteel

 

Aigle en het kasteel in 1672. Historisches Museum Bern (inv. 26108), naar een aquarel van  Albrecht Kauw (1616-1681). Tekst en afbeelding in het museum.

Indrukken uit het Wijnmuseum

Eduard Diekmann (1851-1921), Art nouveau raam, 1908

Fête des Vignerons, 1927

Fortyseven in Baden, baden in Aquae Helveticae

Mario Botta (1943), een architect uit Tessin, werkte 15 jaar lang aan dit project, dat in 2021 zijn deuren opende. Het baden- en saunacomplex Fortyseven aan de oever van de Limmat in Baden (kanton Aargau) is 160 meter lang en telt elf sauna’s en acht waterbassins.

Veertien uit de aarde borrelende bronnen zorgen voor het water. Het complex is geen waterpretpark. De heilzame en genezende werking van het bronwater staat centraal. De naam verwijst ook naar dit gebruik: het zwavelwater uit de bronnen heeft een maximumtemperatuur van 47 Celsius.

Baden was in de Romeinse tijd al een prominente plaats vanwege zijn thermale baden. De Romeinse naam was dan ook Aquae Helveticae, Helvetische wateren. Om deze reden werd het legionairskamp Vindonissa (het huidige Windisch) in de nabijheid gevestigd.  Het kamp groeide uit tot een Romeinse stad met amfitheater. Het Vindonissa Museum besteedt uitgebreid aandacht aan deze geschiedenis.

In de Middeleeuwen werd Baden zelfs het grootste kuuroord ten noorden van de Alpen. Na de bezetting van het Habsburgse Aargau door de Confederatie (Eidgenossenschaft) in 1415, werd Baden de vergaderplaats van de Tagsatzung (zeg maar de Staten-Generaal van de acht kantons) van de Confederatie. De aanwezigheid van de bronnen en kuuroorden speelde bij deze beslissing een belangrijke rol.

De grote bloeiperiode was echter in de 19e eeuw. Investeerders bouwden enorme hotels en kuuroorden langs de Limmat. Sommige daarvan, zoals het Verenahof, Ochsen en Bären, bestaan nog steeds.

Residenz und Brasserie Bad Schwanen

Het Grand Hotel, drie keer de omvang (!) van het huidige nieuwe complex van 160 meter, is in 1944 afgebroken. Het casino, Kurpark, Kursaal en Kurtheater in de stad herinneren aan deze grandeur van de Belle Époque.

Na de eerste wereldoorlog raakten de kuuroorden in Zwitserland en Baden in verval. De oude Romeinse wijk aan de Limmat met zijn prachtige hotels en kuuroorden verzonk in een diepe slaap.

Het initiatief van de investeerders in 2006, de creativiteit en het vakmanschap van de architect, de betrokkenheid van de nationale Denkmalpflege en de Heimatschutz, en de inzet van lokale overheden, bedrijven en burgers hebben de Sleeping Beauty van de Zwitserse kuuroorden echter weer tot leven gewekt.

Baden in Aquae Helveticae

Aan de oevers van de Limmat heeft de vereniging (Verein) Bagni Populari de oude traditie van voor iedereen toegankelijke warmwaterbronnen nieuw leven ingeblazen.

Aan de andere kant van het Badencomplex Fortyseven vond in november 2021 een andere primeur plaats, of eerder een herbeleving van een bijna tweeduizend jaar oude badcultuur.

De warmwaterbronnen in Baden produceren duizenden liters per dag. In de Romeinse tijd (15 v. Chr.-c.400 n. Chr.) waren de vele badhuizen (thermae) en bronnen vrij toegankelijk voor de inwoners en de soldaten uit het nabijgelegen legionairskamp Vindonissa.

Na de immigratie van de Alemannen in de vijfde eeuw verdween de badcultuur. In de Veertiende en vijftiende eeuw was Baden echter weer de belangrijkste badplaats van Midden-Europa.

Er was echter een belangrijk verschil met de Romeinse tijd: de aristocratie en burgerij hadden hun badhuizen in afgesloten ruimtes, het volk maakte gebruik van de vele warmwaterbronnen in de openlucht.

Deze traditie hield stand tot 1870. In deze periode werden de grote badhuizen en kuuroorden voor de Beau Monde gebouwd in het badenkwartier ( de Romeinse wijk) van de stad. Het was ongewenst dat haar clientèle op weg naar de bestemming geconfronteerd werd met het in de open lucht badende volk. De openluchtbaden verdwenen en er kwam zelfs een verbod, dat tot voor kort van kracht was.

De vereniging Bagni populari, opgericht in 2017, nam het initiatief om deze bronnen (tussen de 37 en 43 Celsius, afhankelijk van de buitentemperatuur) weer open te stellen voor het publiek. De bronnen bestaan immers nog steeds en gaan anders rechtstreeks de Limmat in.

Zo komt het dat Fortyseven sinds november 2021 een openbare concurrent op microniveau heeft.  Aquae Helveticae, de Romeinen hadden het zo slecht nog niet gezien.

Bazel heeft ongeveer 250 bronnen, alleen deze is echter kunstmatig verwarmd!

Roeien bij de 140-jarige Société Nautique de Neuchâtel

Het jaar is bijna ten einde, maar een 140-jaar oude organisatie moet nog worden vermeld in 2025. De Société Nautique de Neuchâtel (SNN) is opgericht in 1885. De SNN was een vereniging voor verschillende watersporten, onder andere roeien, varen met sloepen en zeilen. Tegenwoordig is het alleen nog een roeivereniging, maar de naam bleef onveranderd. Het woord roeisport (Aviron) komt alleen op de website voor.

Francis Ballet, vicevoorzitter van het SNN op 21 september 2025. Foto: Charlotte Donzallaz 

Kort na de oprichting van de SNN is in 1896 de Zwitserse roeibond ‘Swiss Rowing’ opgericht. De SNN en vier andere roeivereniging in Franstalig Zwitserland sloten zich aan. De vele regatta’s in Zwitserland en de wedstrijdbaan op de Rotsee bij Zürich hebben inmiddels een gevestigde reputatie. In 2026 publiceert de Swiss Spectator een artikel over roeien in Zwitserland en de Zwitserse Roeibond.

Nu eerst terug naar de SNN. Tot de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was het toerroeien met grote boten de belangrijkste activiteit. De tochten gingen over het meer van Neuchâtel naar de meren van Biel/Bienne en Murten/Morat via de kanalen Broye en Thielle/Zihl of naar andere plaatsen en roeiverenigingen aan het meer van Neuchâtel. Ook waren en zijn er vele bezoeken aan roeiverenigingen in Zwitserland en het buitenland.

Na 1945 werden het wedstrijdroeien en roeien met skiffs en andere kleinere boten steeds populairder. De SNN startte een samenwerking met de Universiteit van Neuchâtel. De daaropvolgende decennia kende de club diverse internationaal bekende wedstrijdroeiers en medaillewinnaars op Olympische Spelen en Europese- en Wereldkampioenschappen.

Roeien op het Meer van Neuchâtel is niet alleen een voorrecht vanwege het uitzicht op de Alpen, les Trois Bernoises (Eiger, Mönch, Jungfrau) en soms zelfs de Mont Blanc, maar ook door het heldere water, het zicht op de Jura, het Laténium, wijngaarden en de vele mooie dorpen en stadjes. De SNN is ook lid van de Association Romande d’Aviron (ARA).

(Bron en verdere informatie: Société Nautique de Neuchâtel)

Foto’s: Charlotte Donzallaz 

Laboratoire souterrain Mont Terri in Saint-Ursanne

Zwitserland staat bekend om zijn uitstekende onderzoeksinstituten en universiteiten. De onderwerpen en thema’s variëren van klimaatverandering, gletsjers, geneeskunde, farmaceutica, CO2-reductie tot technologieën en andere gebieden.

Het land is een wereldkampioen op het gebied van innovatie en octrooien. Ze hebben één ding gemeen: ze vinden plaats aan of boven het aardoppervlakte.

De Collégiale van Saint-Ursanne

Wie vermoedt echter dat ruim veertienhonderd jaar na het verblijf van de heilige Saint-Ursanne een van de meest geavanceerde onderzoeksprojecten driehonderd meter onder de grond vlakbij dit voormalige klooster plaatsvindt ?

Op 300 meter onder het aardoppervlak, in de buurt van Saint-Ursanne (kanton Jura), wordt echter een innovatief onderzoeksproject uitgevoerd. Het Laboratoire souterrain Mont Terri/Felslabor Mont Terri vierde in 2021 zijn 25e verjaardag. Wat in 1996 begon als een kleine onderzoeksfaciliteit in de Opalinus klei van de Mont Terri snelwegtunnel is tegenwoordig een internationaal gerenommeerd onderzoekslaboratorium.

Het bezoekerscentrum van Mont Terri geeft een goed gedocumenteerd overzicht van de kilometerslange ondergrondse gangen en de vele fascinerende experimenten die op driehonderd meter diepte al bijna vijfentwintig jaar worden uitgevoerd. Er zijn ook rondleidingen in het ‘laboratorium’ voor groepen van tenminste 10 personen.

De abten van 1119 tot 1793

Het station van Saint-Ursanne ligt in de nabijheid van het Mont Terri ondergrondse Laboratorium Project. Dit unieke door Zwitserland geïnitieerde en geleide internationale en intergouvernementele project bestaat al enkele decennia. De eerste bekend abt (Bourquard of Burco, 1119-1139) en de laatste  (Jean-Jacques Keller, 1789-1793) van het voormalige Collegiale zouden trots zijn op dit project.

Saint-Ursanne

Opalinus klei

De Opalinus klei is gevormd in het Jura tijdperk, zo’n 175 miljoen jaar geleden. Een subtropische zee bedekte toen het gebied. Het ondergrondse water bevat om die reden nog steeds zout en in de rotsen zijn veel fossielen te vinden.

De afgelopen 25 jaar is gebleken dat Opalinus klei radioactief afval gedurende zeer lange perioden veilig kan isoleren. Deze klei verhindert bovendien ook dat gassen zoals CO2 uit diepere aardlagen de biosfeer binnendringen, als ze daar worden opgeslagen.

De website geeft een uitstekend overzicht van de geschiedenis van de afgelopen 25 jaar, de ontwikkeling van het laboratorium, de experimenten, de onderzoeksresultaten en geeft ook een vooruitblik op de toekomstige onderzoeksprioriteiten.

Het laboratorium is een ondergronds gangenstelsel met veel niches voor specifiek onderzoek heeft een totale lengte van 1 280 meter. Het is in 1996 begonnen met kleine nissen en is tot 2018 voortdurend uitgebreid.

Organisatie

Meer dan vijfhonderd wetenschappers en ondersteunend personeel van tweeëntwintig partnerorganisaties, overheden, universiteiten en onderzoeksinstellingen in Europa, Japan, Canada, de Verenigde Staten en twee aardoliemaatschappijen zijn erbij betrokken.

Het project heeft drie hoofddoelstellingen: het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe methoden die kunnen worden toegepast in Opalinus klei, maar die ook overdraagbaar zijn op andere argillaire formaties, het karakteriseren van de Opalinus klei, d.w.z. het verwerven van kennis over de fysische, chemische en biologische eigenschappen van deze kleiformatie, en het uitvoeren van experimenten.

Deze laatste tonen vooral het resultaat op lange termijn aan (honderdduizenden jaren) en de bouwbaarheid van een opbergsysteem. De belangrijkste vraag is steeds dezelfde, of het nu gaat om de opslag van radioactief afval of van CO2: is een systeem van ondergrondse opberging veilig en vormt het geen bedreiging op lange termijn voor mensen, geosfeer en biosfeer?

Rechtsgrondslag en financiering

De rechtsbasis is het contract tussen de onderzoekspartners en de Zwitserse operator Swisstopo. Het Zwitserse federale bureau voor topografie Swisstopo is het geo-informatiecentrum van de Confederatie.

Sinds 2010 beheert swisstopo het bezoekerscentrum van de Mont Terri samen met NAGRA (Nationale Genossenschaft für die Lagerung radioaktiver Abfälle) und dem ENSI (Eidgenössisches Nuklearsicherheitsinspektorat).

Als eigenaar van de installatie houdt het kanton Jura toezicht op Swisstopo en verleent het jaarlijks toestemming om de experimenten uit te voeren. Het kanton heeft hiervoor een commissie van toezicht ingesteld, de zogenaamde Commission de suivi.

Tot op heden zijn ongeveer 180 experimenten uitgevoerd. Hiervan is 75% voltooid, geanalyseerd en gepubliceerd. Momenteel lopen er ongeveer 45 experimenten. De Zwitserse regering dekt ongeveer 40% van het budget.

En voor een voorstelling van de subtropische zee van 175 miljoen jaar geleden biedt het project ook vele fossielen en geologische aardlagen nadien.

Onderzoek en experimenten

Het onderzoek houdt zich bezig met het testen en verder ontwikkelen van onderzoekstechnologieën, bijvoorbeeld boor- en uitgraaftechnologieën, continue monitoren van grondwater, geochemische en microbiologische experimenten, het registreren van aardbevingen en de stabiliteit van de berg, het vaststellen van de gronddruk, de ontwikkeling van geschikte hydro-tests in zeer ondoordringbare formaties, het meten van geologische veranderingen in gastgesteente en poriewater in een diep opslagsysteem en methodes voor monitoring op zeer lange termijn.

Toekomst

Het laboratorium wordt uitsluitend voor onderzoek gebruikt. Er zal nooit een opslagplaats komen. Een belangrijk kenmerk is dat de partners vrij zijn in de keuze van hun onderzoeksprioriteiten.

Het centrale thema blijft onderzoek naar een bergingsplaats voor de ondergrondse opslag van radioactief afval, energiestrategieën en CO2-experimenten.

(Bron en nadere informatie: www.mont-terri.ch).

Stille Nacht, heilige Nacht, de Basler Liedertafel en de Münster

De uitbarsting van de vulkaan Tambora in Indonesië in april 1815 leidde tot een grote afkoeling op aarde. Het was de grootste geregistreerde eruptie die 90 000 mensen doodde en ongeveer 150 kubieke kilometer stof en as dertig kilometer de atmosfeer injoeg. De kracht was gelijk aan 170 000 ´Hiroshima bommen´.

De afkoeling was ook in Zwitserland en andere landen van Midden-Europa merkbaar. Zelfs in de zomermaanden sneeuwde het in de dalen en regende het onophoudelijk. 1815 en 1816 waren jaren ´zonder zomer´.

Overstromingen en slechte oogsten en een grote hongersnood waren het gevolg. Deze periode duurde tot 1819. Daarna kwamen de normale temperaturen terug. Deze periode was ook de laatste grootste hongersnood in Zwitserland, in het bijzonder in het noordoosten van de nieuwe in 1815 gestichte Confederatie van 22 kantons.

Door het vele stof en as in de atmosfeer veranderden ook de kleuren van de zonsopgang en – ondergang. Het zonlicht weerkaatste en prachtige  violette, oranje, rode, blauwe en zelfs groene kleurencombinaties waren te zien (zie ook de schilder Caspar David  Friedrich (1776-1840) in deze context).

Het verlichtte de honger in Zwitserland en omstreken echter niet. De Oostenrijkse pater Joseph Mohr (1792-1848) en de organist Franz Xaver Gruber (1787-1863) brachten echter spirituele verlichting.

Joseph Mohr schreef de tekst, Franz Xaver Gruber componeerde de melodie in en voor het hongerige Oberndorf (nabij Salzburg) voor kerstmis 1818 “ Stille Nacht, heilige Nacht” .

Zij waren ook de eersten die het op kerstavond 1818 in de kerk uitvoerden. De Stille Nacht Kapel staat nu op de plek van de voormalige kerk (afgebroken aan het begin van de 20e eeuw).

Het lied gaf de inwoners een gevoel van verbondenheid, solidariteit en troost. Binnen enkele jaren was het ook in Zwitserland bekend, zonder sociale media, maar vanwege de kwaliteit van de compositie.

Tegenwoordig is ‘Stille Nacht, Heilige Nacht’ nog steeds het meest succesvolle kerstlied aller tijden. Meer dan twee miljard mensen zingen het in meer dan driehonderd talen en dialecten en in talloze variaties, zoals het ook op 14 december door de Basler Liedertafel en het publiek op de Münster ten gehore werde gebracht.

Het leverde de makers echter geen geld of royalty’s op. Joseph Mohr stierf arm, Franz Xaver Gruber verhuisde naar Hallein en vond daar erkenning, maar ook geen rappen voor zijn ‘hit’.

(Bron: Stille Nacht Museum Hallein; Akademie der Naturwissenschaften Schweiz)

Belle en Isabelle weer in Palais DuPeyrou in Neuchâtel

Belle van Zuylen (1740-1805)  was onlangs weer de hoofdpersoon in het Palais DuPeyrou in Neuchâtel. De nieuwste editie van de Nouvelle Revue neuchâteloise is geheel gewijd aan Belle, die vanaf haar huwelijk in 1771 in Colombier woonde en zich Isabelle de Charrière noemde, de naam van haar man Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808).

Michel Schulp bij de presentatie van de editie van Nouvelle Revue neuchâteloise, 4 december 2025

Onder de titel ‘Isabelle de Charrière d’Utrecht à Colombier. Une femme de lettres engagée au siècle des Lumières‘ brengt deze prachtige editie het leven van Belle en Isabelle in woord en beeld onder de aandacht.

Palais DuPeyrou was voor Isabelle niet zo maar een plaats, maar de woonplaats van haar beste vriend in Neuchâtel, Pierre-Alexandre DuPeyrou. Alexandre, geboren in 1729 in Paramaribo als zoon van een neuchatelois in dienst van de Republiek, bouwde na zijn terugkeer in Neuchâtel in 1774 dit paleis (hij was ook de belangrijkste financier en opdrachtgever van het stadhuis van Neuchâtel). Hij overleed in Neuchâtel in 1794.

Onbekende kunstenaar, Pierre-Alexandre DuPeyrou (1729-1794). Collectie: Bibliothèque publique et universitaire de Neuchâtel

Neuchâtel was in deze tijd een prinsdom van de koning van Pruisen (formeel tot 1857, toen het al 42 jaar een kanton van de Confederatie was!). Niet alleen ‘dorpen’ in de Innerschweiz en Appenzell hebben veelal een kosmopolitische grandeur in miniformaat, maar ook Neuchâtel en de horlogeriesteden Le Locle en La Chaux-de-Fonds. Ze hebben gemeen dat ze al eeuwenlang een vaste plaats hebben in wereldwijde handelsnetwerken. De wereld, en niet Europa is de sky!

Isabelle heeft vele bijeenkomsten in de salon van Pierre-Alexandre in Neuchâtel bijgewoond. Daarnaast was ze veelvuldig in Lausanne, Genève en Parijs. Ze was een vaste gast in de salons de societés van de Verlichting en kende de bekendste Franse, Engelse, Duitse en Zwitserse vertegenwoordigers uit deze periode.

Isabelle was na meer dan twee eeuwen voor korte tijd weer aanwezig in de salon van  Palais DuPeyrou. Deze uitgave is een vervolg op de publicatie ‘Le manoir du Pontet à Colombier’, in de Nouvelle Revue neuchâteloise, Nr. 76, Hiver 2002.

(Bron en verdere informatie: ‘Isabelle de Charrière d’Utrecht à Colombier. Une femme de lettres engagée au siècle des Lumières‘ in La Nouvelle Revue neuchâteloise, Guillaume Poisson en Michel Schulp (red.), Nr. 167-168, Autome-Hiver 2025, 178 blz.).

Natuurpark Doubs, de molen van Soubey, St. Ursanne en rivier Le Doubs

Vanaf het meer van Les Brenets (Zwitserse benaming, het meer van Chaillexon is de Franse naam) vormt de rivier de Doubs de grens tussen Frankrijk en Zwitserland tot het fraaie middeleeuwse stadje Saint-Ursanne (kanton Jura).

Le Doubs bij St. Ursanne

Deze rivier is al een verhaal apart. De naam is afgeleid van het Latijnse dubius, twijfelaar. Met reden, want vanaf de bron in de Franse Jura vlakbij het meer van Les Brenets (eigenlijk drie meertjes met kloven en watervallen (Les Gorges du Doubs en Le Saut du Doubs) gaat het eerst naar het noordoosten.

Soubey

De molen Moulin du Milieu van Soubey (1565)

Bij St. Ursanne buigt hij af naar het noorden en vervolgens weer naar het zuidwesten. Ze stroomt daarna via Besançon (Franche-Comté) verder en mondt uit in de Saône, vlakbij het plaatsje Verdun-sur-le-Doubs (departement Saône-et-Loire).

De lengte is 453 km, waarvan 430 km in Frankrijk, maar de bron ligt op slechts 100 kilometer van deze monding. Deze bijzondere rivier is de naamgever van een bijzonder park: het Regionaal Natuurpark van de Doubs (le Parc Natural Régional du Doubs, kantons Neuchâtel, Jura en Bern).

Het park van ongeveer driehonderd vierkante kilometer kent een opmerkelijke diversiteit: beboste landschappen en bloemrijke weide- en graslandschappen van grote schoonheid, bergplateaus (tot 1500 meter), kloven, veengebieden, vennen (o.a. de vennen (les étangs) van de Gruère, des Royes, de Bollement), de UNESCO Wereld Erfgoedsteden La Chaux-de-Fonds en Le Locle, een mozaïek van dorpen, gehuchten en afgelegen boerderijen (tegenwoordig veelal met een andere bestemming, zoals ateliers, kinderboerderijen, musea) of de paardenfokkerijen van de Franches-Montagnes.

Het park biedt bovendien in alle jaargetijden goede faciliteiten voor sport en toerisme.

(Bron: www.parcdoubs.ch).

Het Joods Museum van Zwitserland heropent zijn deuren

In een grondig verbouwd houten gebouw heeft het Joods Museum van Zwitserland (Jüdisches Museum der Schweiz)  vanaf 30 november 2025 zijn nieuwe thuis in Bazel gevonden. Het voormalige tabakspakhuis aan de Vesalgasse, dat grenst aan het middeleeuwse Joodse kerkhof, verbindt Joodse geschiedenis met hedendaagse architectuur.

Openingstoespraak van directrice Naomi Lubrich

Een eerste blikvanger zijn het markante frontispice en de middeleeuwse Joodse grafstenen. Het frontispice is een architectonische vertaling op ware grootte van het reliëf “Jeziory” (1973) van de Amerikaanse kunstenaar Frank Stella (1936–2024). Het kunstwerk van Frank Stella verwijst naar het dorp Jeziory in het huidige Wit-Rusland met zijn indrukwekkende houten synagoge, zoals die ooit in honderden dorpen in de regio Litouwen-Polen stonden.

De eerste tijdelijke tentoonstelling toont originele kunstwerken uit Stella’s “Polish Village”-serie naast modellen van de vernietigde synagogen. Deze waren, net als het nieuwe museumgebouw, van hout. De tentoonstelling is te zien tot januari 2027.

Frank Stella. Beeld: Jüdisches Museum der Schweiz

Moshe Verbin, reconstructie van een houten synagoge. Beeld: Jüdisches Museum der Schweiz

De permanente tentoonstelling laat op twee verdiepingen de geschiedenis van het Jodendom zien, van de Romeinse oudheid tot het heden in Zwitserland. Het hoofdstuk “Cultus” belicht de samenhang van de Joodse gemeenschappen. In het hoofdstuk “Cultuur” vertellen thema’s als afkomst, zelfbeschikking en overleven een even uniek als wisselvallig verhaal.

De relatie met de niet-Joodse omgeving werd bepaald door het streven naar gelijkberechtiging, de ontwikkeling van stedelijke gemeenschappen, antisemitisme en zelfbehoud.

In totaal presenteert het museum ongeveer 500 objecten en tal van authentieke documenten uit 2000 jaar, van Bazel tot Riga, van Aleppo tot Eilat en van Spanje tot Zuid-Amerika, waaronder ongeveer 150 bruiklenen of permanente bruiklenen uit particuliere en institutionele collecties.

Wat echter ook tot de verbeelding spreekt, is de tolerantie, het respect en de rust waarmee de opening van het Joods Museum gepaard ging. Dit is een schrille tegenstelling tot andere Europese landen en steden, die nota bene altijd zo hoog van de toren blazen over hun (veronderstelde) tolerantie, democratie en respect voor andere culturen.

Wellicht is het begrip tolerantie in deze landen al zo ver opgerekt dat gewelddadige acties van extremistische misdadige actievoerders systematisch door politiek, media en de rechterlijke macht getolereerd worden met Nederland als gidsland voor  antisemitisme, georganiseerde misdaad en corruptie à la néerlandaise.

Vondst in de Romeinse stad Augusta Raurica, een bewijs van Joodse aanwezigheid ten tijde van de Romeinse tijd.

In een latere reportage zal uitvoeriger worden ingegaan op dit museum en de cultuurhistorie van het Joodse leven in Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: das Jüdische Museum der Schweiz)