Orgel uit Bazel reist naar Letland en benefietconcert van de Basler Liedertafel

Het orgel dat bij de renovatie van het Stadtcasino in Bazel is verwijderd, krijgt een tweede leven in de Martin-Luther-Kirche in de Letse stad Daugavpils (Dünaburg). De Basler Liedertafel ondersteunt dit bijzondere project met een benefietconcert met Lettische musici op 20 september in het Stadtcasino.

Het imposante instrument, dat naar zijn schenker ‘Sacher-orgel’ is genoemd, werd met het oog op een mogelijk verder gebruik zorgvuldig gedemonteerd en opgeslagen.

Maar de zoektocht naar een nieuwe locatie bleef lange tijd zonder succes. Daar kwam verandering in toen een groep inwoners van Bazel samen met de Letse celliste Gunta Abele het idee ontwikkelden om het orgel aan de kathedraal van deze Letse stad te schenken. Inmiddels is het orgel op zijn bestemming aangekomen.

Voordat het orgel kan worden opgebouwd en bespeeld, zijn er echter nog verdere inspanningen nodig, die door de Basler Liedertafel 1852 en gerenommeerde musici met een benefietconcert financieel worden ondersteund.

Onder de titel “Ode aan Hans Huber” treedt zij op 20 september op in de eveneens gerenoveerde Hans Huber-zaal van het Stadtcasino Basel.

Huber (1852 – 1921) en zijn leerling Hermann Suter (1870 – 1926) waren in hun tijd bepalend voor het muziekleven in Bazel en nauw verbonden met de Basler Liedertafel 1852.

De Basler Liedertafel 1852 is overigens niet het enige koor uit Bazel dat zich inzet voor het voortbestaan van het oude “Sacher”-orgel: de “Männerstimmen Basel” zullen in het kader van hun Europese tournee op 4 oktober ook een benefietconcert geven in de Martin-Luther-Kathedrale in Daugavpils.

Vaandel van de Verein Basler Liedertafel 1852, 1868. Historisches Museum Basel

De Basler Liedertafel 1852

De Basler Liedertafel is een van de oudste mannenkoren van Zwitserland. Het koor onderhoudt en bevordert het liedrepertoire en de koormuziek uit verschillende tijdperken

De vereniging is in 1852 opgericht. In 1898 is het Reveille-Chor als sectie van de vereniging opgericht en in 1927 het Veteranenchor. In 2017 is de Junge Tafelrunde als sectie opgenomen in de Basler Liedertafel 1852 en in 2022 het vrouwenensemble Singvoll.

Uiteindelijk is de vereniging Basler Liedertafel in 2023 geherstructureerd. De drie mannenkoren (Basler Liedertafel, Reveille-Chor en Junge Tafelrunde) zijn onderverdeeld in twee koren:  Tafelrunde en het “neue” Reveille-Chor, die ook uitvoeringen met het Veteranenchor en Singvoll ten beste geven.

(Bron en verdere informatie: Basler Liedertafel 1852)

De Wenkenhof en het Engelse park in Riehen

De naam Wenkenhof duikt voor het eerst op in de vroege Middeleeuwen en verwijst naar een landgoed op de helling van de heuvel boven het Wiesental (kanton Basel-Stadt). De Wenken wordt al in 751 in een oorkonde vermeld als eigendom van Ebo, graaf van een alemannsiche stam.

Het landgoed was achtereenvolgens eigendom van de abdij van St. Gallen (ca. 800-ca 1100) en de abdij van St. Blasien (ca. 1100-begin 17e eeuw). Daarna waren er verschillende particuliere eigenaren.

In 1735 kocht de Basler Johann Heinrich Zäslin (1697-1752) het landgoed. Hij bouwde een representatief zomerverblijf in de Franse stijl. Na diverse opvolgers, werd het complex in 1860 verbouwd tot een landhuis en uitgebreid met andere gebouwen.

 

De architect was Johann Jakob Stehlin (1826-1894), die in Bazel veel woonhuizen en openbare gebouwen heeft ontworpen. Het grote complex kreeg de bestemming en namen Alte Wenken en Neue Wenken.

In 1917 kocht de industrieel Alexander Clavel (1881-1973) het landgoed.  Hij legde het prachtige Engelse landschapspark aan en herstelde de Franse tuin in de oude glorie. Een terras met uitzicht over Bazel kwam in 1957 gereed. Ook bouwde hij als enthousiast paardrijder een manege en legde hij een parcours aan. Hij reeds overigens dagelijks te paard naar Bazel.

Zijn broer was René Clavel (1886-1969), oprichter van de Domus Romana en beschermheer van de Pro Augusta Raurica Stiftung in Augst en de Römer-Stiftung René Clavel  en het huis en tuin Castelen.

In 1932 schonk het echtpaar Clavel-Respinger de Alte Wenken aan de stad Bazel, die het onder monumentenzorg plaatste. Het landschapspark is van de gemeente Riehen en toegankelijk  voor het publiek.

De Neue Wenken met de Franse tuin is tegenwoordig eigendom van de Alexander Clavel Stichting. De tuin is op zondag voor het publiek geopend.

(Bron en nadere informatie: www.wenkenhof.ch)

Schiers, Habsburg, Zehngerichtebund en de Salginatobelbrug

Schiers (kanton Graubünden) wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1122 onder de naam Assiere, een verduitste versie van de Romaanse naam Aschera. Aschera is in het Romaans sprekende deel van het kanton nog steeds de naam voor Schiers (Aschera betekent Esdoorn).

De Romaanse taal verdween geleidelijk, deels door de immigratie van Duitstalige Walser, die zich ook hier vestigden, deels door de Duitstalige invloed in Vorderprättigau  en het Rijndal. Bovendien gebruikten de feodale heren en het domkapittel van Chur in hun oorkonden en in hun omgang met de leenmannen bijna uitsluitend de Duitse taal. In de 16e eeuw was de Romaanse taal in Schiers verdwenen.

De geschiedenis van Schiers valt ook samen met die van de Zehngerichtebund en wordt gekenmerkt door de conflicten met het huis Habsburg. Samen met de Oberer of Grauer Bund en de Gotteshausbund vormde de Zehngerichtebund in 1524 de Freistaat der Drei Bunde (Vrijstaat der Drie Bonden) als voorloper van het kanton Graubünden.

Schiers beschikte een tijdlang naast het hooggerechtshof ook over een kapittelgerecht, waaraan de leenmannen van het in deze streek rijk begiftigde domkapittel van Chur onderworpen waren. De jarenlange oorlogen met de Habsburgers eindigden nadat de gerechten zich in 1649 van Oostenrijk hadden vrijgekocht.

De Salginatobelbrug

De Salginatobelbrug is een hoogtepunt in de geschiedenis van de bruggenbouw. Sinds de voltooiing in 1930 oefent de brug als uitstekende ingenieursprestatie en als modern kunstwerk een magische aantrekkingskracht uit op vakmensen en kunstenaars.

De gewapend betonpionier Robert Maillart (1872–1940). Zijn bedrijf was actief in Spanje, Italië, Frankrijk, Finland, Egypte en Rusland.

In 1991 riep de American Society of Civil Engineers deze uitzonderlijke brug uit tot een “world monument”. In totaal vormen 50 bouwwerken vandaag de dag de kleine kring van de belangrijkste ingenieurscreaties, waaronder bekende bouwwerken zoals de Eiffeltoren in Parijs, het Vrijheidsbeeld in New York, de Incastad Machu Picchu in Peru, de eindeloze Ifugao-rijstterrassen op de Noord-Filipijnen, de Hagia Sophia-moskee in Istanbul, de Alaska-Highway en het Panamakanaal.

In 1999 koos het gerenommeerde Britse vakblad “Bridge – design & engineering” de Salginatobelbrug tot de mooiste brug van de 20e eeuw.

 

Het Muotatal, het klooster St. Josef en de Hölloch-Grot

Het Muotatal in het kanton Schwyz is qua oppervlakte net zo groot als kanton Zug. Het gebied heeft niet alleen diverse natuurlijke parels, maar ook een prachtig klooster. De meeste inwoners wonen in het dorp Muota.

Het klooster

De kloosterkroniek meldt dat in 1224 Begijnen en Begarden al huisvesting en een kapel in het dal hadden. Op 24 juni 1288 is de officiële stichtingsakte van het klooster opgesteld.

Met de zegels van de zusters, de franciscanen en de pastoor van het dal was de oprichting van de franciscanessen een feit. In 1684 begon de bouw van het huidige klooster. Het klooster is gewijd aan de heilige Jozef, en sindsdien draagt het klooster de naam St. Josef.

De Franse inval in 1798 bracht de oorlog ook in het dal. Door de inkwartiering van Franse, Oostenrijkse en Russische soldaten in 1798/1799 raakte het klooster in grote armoede. Een van de gasten in deze tijd was generaal Suworow. Hij had veel respect voor de toenmalige overste, moeder Walburga Mohr, voor haar bezonnen leiding in moeilijke tijden.

Parel van de natuur

In het Muotatal is de natuur tot op heden oorspronkelijk en ongetemd gebleven. Rond het dorp strekken zich landschappen uit met wandel- en fietspaden. Deze voeren langs alpenweiden en bossen, evenals watervallen en bergen. Ook de wilde wateren van de Muota bepalen het landschap.

De Hölloch-grot

Tot de grote natuurlijke schatten behoort de Hölloch-grot. Met een lengte van 212 kilometer en een diepte van 1033 meter is het een van de grootste grottenstelsels ter wereld. Het bezoekerscentrum Hölloch en de tentoonstelling geven verdere informatie.

 

Lütisburg, de Thur, de Necker en de kerk van Wila

Lütisburg (kanton St. Gallen) is voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1214. De naam is terug te voeren op het kasteel dat Liuto, een telg van het Toggenburgse grafengeslacht, direct boven de Thurbrug had gebouwd. De vrijheren van Raron verkochten Lütisburg in 1468 aan de abt en het klooster van St. Gallen.

In de kloof bij Lütisburg komen de Thur en de Necker samen. De historische houten brug Letzibrücke ligt sinds 1789 over de Thur. De Guggenlochbrug van de Toggenburgerbahn is in 1870 gebouwd.

Het “Thur- en Neckerpad” is een wandelpad in Toggenburg dat de rivierdalen van Thur en Necker met elkaar verbindt.

De Natuur

De kerk van Wila

Het dorp en de proosdij St. Peterzell

Het dorp St. Peterzell en de proosdij St. Peterzell (kanton St. Gallen) liggen aan de rivier de Necker. Het dorp dankt zijn naam aan de proosdij. Rond 1050 is het klooster St. Peterzell gesticht. De edelen van Illnau (kanton Zürich) stichtten het ter ere van de apostel Petrus.

Al in de 11e eeuw kwamen in St. Peterzell drie pelgrimsroutes samen. De eerste vermelding “cella sancti Petri” dateert uit het jaar 1178. Er ontstond een bezit- en afhankelijkheidsrelatie tussen het benedictijnenklooster St. Johann en St. Peterzell.

De abdij van St. Gallen verwierf in 1555 het klooster St. Johann en daarmee St. Peterzell. Vervolgens kreeg St. Peterzell de status van een proosdij.

De naburige gemeenten zijn Schwellbrunn (Appenzell Ausserrhoden) en Degersheim (St. Gallen). Schwellbrunn is opgenomen in het register van “mooiste dorp van Zwitserland”.

Het dorp Au

Het dorp St. Peterzell 

Kasteel en dorp Kyburg

De Kyburg is voor het eerst vermeld in een oorkonde uit 1027. De oorspronkelijke naam was “Chuigeburg” (= Kuhburg). De graaf van Kyburg bouwde het kasteel rond 1200 uit. De prachtige kapel, delen van de grote toren en enkele buitenmuren staan er vandaag nog.

De muur uit de 12e eeuw

Het geslacht Kyburg was naast de Habsburgers en de Savoyers de belangrijkste adellijke familie in het gebied van het huidige Zwitserse Middenland. Na de dood van de laatste Kyburger in 1264 verwierf Rudolf I van Habsburg het gebied.

In de ‘Richterstube’ oordeelde de voogd over delicten.

Zürich verwierf het dorp en kasteel Kyburg in de 15e eeuw en bouwde het om tot residentie van de landvoogd.

Hier stond de kist waarin Rudolf I en Albrecht I van Habsburg de Rijkskleinodien bewaarden.

Na de aankoop en verbouwing van de Kyburg richtte Zürich de kapel opnieuw in. De muurschilderingen getuigen van laatmiddeleeuwse vroomheid en vorstelijk zelfbewustzijn.

In 1890 is de kapel volledig gerestaureerd en in de pre-reformatorische staat (1525) teruggebracht. In 1866 is in de Kyburg het eerste kasteelmuseum van Zwitserland geopend.

Dee Tössbrücke over de Töss

De kasteeltuin is in 2001 op basis van historische bronnen opnieuw ingericht.

 

Dee Burchtkapel

Het Dorp Kyburg

 

La Punt Chamues-ch, Mia Engiadina en de Albulapas

Het dorp Chamues-ch (kanton Graubünden) was aanvankelijk eigendom van de graven van Gammertingen. Het Bisdom Chur verwierf het dorp in 1137. De ligging aan de ingang van het dal en aan de voet van de Albulapas leidde ertoe dat bisschop Volkhard van Chur in 1250 het kasteel Guardaval liet bouwen. Daar resideerde een voogd in opdracht van de bisschop.

Rond 1440 is de brug over de Inn naar het gehucht La Punt gebouwd en sindsdien bestaat het dorp La Punt  Chamues-ch. La Punt (Romaans: de brug) groeide vooral door de handel over de Albulapas en werd een handelsknooppunt. Statige patriciërshuizen van handelsfamilies herinneren aan welvaart en handel. Tegenwoordig herbergt het dorp het jachtmuseum en een Mia Engiadia Hub.

Het Jagdmuseum

De Mia Engiadia Hub in La Punt

De Mia Engiadia Hub in Scuol

Chamues-ch diende voornamelijk als woonplaats voor boeren. De mooie oude en massieve boerderijen in dit deel van het dorp zijn echter bijna allemaal pas na 1499 ontstaan, omdat de inwoners hun houten huizen tijdens de Zwabische Oorlog (1499) in brand staken om de oprukkende vijand (Habsburg) tot terugtrekking te dwingen.

Indrukken uit La Punt Chamues-ch

Tujetsch, de Tomasee, de bron van de Rijn en Andermatt

Tujetsch (Tavetsch in het Duits) is een regio in Surselva (kanton Graubünden). In dit gebied ligt de wieg van de Rijn: de Tomasee. De Oberalppas verbindt het Val Tujetsch met het Urserental en Andermatt (kanton Uri) en zijn Romaanse kerk St. Kolumban.

Andermatt

Tujetsch is de naam voor de hele vallei en de politieke gemeente. Tujetsch is dus geen dorp, maar omvat de volgende 11 fracties: Tschamut, Selva, Dieni, Rueras, Zarcuns, Camischolas, Gionda, Sedrun, Bugnei, Surrein en Cavorgia.

De ontginning van Tujetsch vond plaats na de oprichting van het klooster Disentis in de 8e eeuw. In de 12e eeuw kwamen de Walser over de Oberalppas en vestigden zich in Tujetsch. Tschamut is het dorp dat het verst in het westen van de vallei ligt. Dit bovenste deel van de vallei werd bewoond door Walser die vanuit het Urserental waren geïmmigreerd. Tot Sedrun is de vallei Duitstalig.

Sedrun in de dertiger jaren Beeld: Hotel-Restaurant La Cruna

Hotel Krone vroeger

Hotel-Restaurant La Cruna tegenwoordig

De naam Sedrun is Reto-Romaans en zo heeft zelfs de kleine gemeente Tujetsch een taalgrens: Romaans vanaf Sedrun. Sedrun is tegenwoordig het politieke centrum van Tujetsch en de beek Drun deelt het dorp in twee delen: Sedrun en Gionda.

Steensoorten uit de Gotthard Basistunnel

Indrukken van Andermatt

De Wendelin-Kapel

De Oberalppass

40-jarig jubileum van Kulturverein Elsass-Freunde Basel

De Kulturverein Elsass-Freunde Basel  organiseert op zondag 28 september aanstaande een feestelijke herdenking ter gelegenheid van haar 40-jarig jubileum. Het vindt plaats  van 10:30 uur tot 17:15 uur in het Elzasser Ungersheim. Het grensoverschrijdende jubileumfeest staat geheel in het teken van het eeuwenoude nabuurschap.

Al vier decennia lang verbindt deze vereniging mensen in deze drie regio’s. Een ontmoeting stond aan het begin van haar bestaan: Dr. Max Gschwend, de eerste directeur van het openluchtmuseum Ballenberg (kanton Bern), ontmoette in Ungersheim de Elzasser Marc Grodwohl, de latere oprichter van het Écomusée d’Alsace. Om het Écomusée ook in Bazel en omgeving bekend te maken, werd in 1985 de cultuurvereniging Elsass-Freunde Basel opgericht met als zetel Bazel.

Wat begon met georganiseerde uitstapjes naar het Écomusée, ontwikkelde zich snel tot regelmatige ontdekkingsreizen en ontmoetingen, eerst in de Elzas, daarna ook in Noordwest-Zwitserland en in het zuidelijke Baden.

Het doel bleef ongewijzigd, namelijk grensoverschrijdende bruggen bouwen en de uitwisseling over cultuur, taal, geschiedenis, bevolking en landschap bevorderen.

De ochtend op 28 september begint men met een bezoek aan het “Maison des Natures et des Cultures”, dat een historische bouwstijl heeft en de bevolking voorziet van lokale, natuurlijke producten.

Na een gezamenlijke lunch vindt een feestelijke ceremonie plaats ter gelegenheid van 40 jaar verenigingsgeschiedenis met een grensoverschrijdend concert van het Harmonie Vogésia orkest onder leiding van Valérie Seiler.

Details over het programma vindt u op de website van de vereniging. Aanmelding via de website van de cultuurvereniging is mogelijk tot uiterlijk  7 september 2025.

(Bron en verdere informatie: Der Kulturverein Elsass-Freunde Basel)