Het Federale Jodelfestival in Bazel

Hoewel jodelen ook in andere Alpenlanden voorkomt, bereikt het in Zwitserland het hoogste muzikale niveau wat betreft het aantal beoefenaars, de verenigingen, de kwaliteit en de (moderne) interpretaties. De UNESCO heeft het Zwitserse jodelen in december 2025 opgenomen in de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

Het Federale Jodelfestival

Het Federale Jodelfestival (Das Eidgenössische Jodlerfest) vindt plaats van 26 tot en met 28 juni in Bazel, met meer dan 12.000 deelnemers. Passend bij het festmotto „Stadt und Land mitenand“ is er in Bazel een groot jodeldorp midden in de stad, evenals een jodelmijl en een jodelberg.

Lyôbâle am Rhein, März 2026

Het festivalterrein ligt tussen de Petersplatz en de steegjes van de oude binnenstad tot aan de Marktplatz. In totaal zijn er meer dan 100 feestcafés en kraampjes, waar jodelaars, alpenhoornblazers en vlaggenzwaaiers tot in de vroege uurtjes opgaan in de wereld van klanken en emoties.

Voor de deelnemers uit heel Zwitserland zijn er ongeveer 1200 beoordelingsoptredens in de categorieën jodelen, alpenhoornblazen en vlaggenzwaaien in kerken, concertzalen en schoolgebouwen in het stadscentrum. Voor de jury streven de deelnemers ernaar om, in groepen, individueel of in kleine formaties, de stukken klankzuiver en ontroerend ten gehore te brengen in de akoestisch optimale zalen. Daarbij dragen ze hun traditionele klederdracht.

Jahresfest SAC-Sektion Basel, November 2025

Het evenement begint op vrijdagmiddag om 12.00 uur, met de openingsceremonie op de Petersplatz om 14.00 uur, optredens vanaf 14.00 uur (alpenhoorn); 16.00 uur vaandelzwaaien; 18.30 uur jodelen. Zaterdag vanaf 09.30 uur alle activiteiten tot 20.00 uur. Zondag 10.00 uur feestelijke plechtigheid op de Marktplatz. 14.00 uur feestelijke optocht. 18.00 uur einde van het feest

Feestelijke plechtigheid en optocht

De feestelijke plechtigheid op zondagochtend hoort bij de traditie van jodelfeesten. Op de Marktplatz in Bazel wordt een muzikaal programma aangeboden met talrijke groepen en solisten. Bijzonder indrukwekkend zijn de gezamenlijke uitvoeringen, wanneer uit honderden kelen en uit de alpenhoorns tegelijkertijd liederen klinken.

Het Bazelse element zal bij de feestelijke bijeenkomst niet ontbreken. De afsluiting van het feest wordt gevormd door de kleurrijke feestoptocht. De optocht met 2500 deelnemers in meer dan 80 groepen met traditionele thema’s trekt op zondagmiddag dwars door Bazel – van de Münsterplatz via de Freie Strasse over de Marktplatz tot aan de Messeplatz.

Bazel, februari 2026

Het feestinsigne: de Bazelse „Jodlerfest-Blaggedde“

De toegang tot het feestterrein is gratis. Bezoekers kunnen, als blijk van sympathie, net als de deelnemers het officiële feestinsigne dragen – de zogenaamde Jodlerfest-Blaggedde, die voor 10 frank per stuk wordt verkocht. Voor het bijwonen van de juryoptredens in jodelen, alpenhoornblazen en vlaggenzwaaien in de tien optreedzalen is een toegangskaartje nodig.

(Bron, meer informatie en voorverkoop: www.jodlerfestbasel.ch)

De Nachhaltigkeitsinitiative in perspectief van de Zwitserse direkte demokratie

Terwijl in Nederland volgens de meest recente peilingen maar liefst 76 % van de burgers een beperking van het aantal arbeidsmigranten, asielzoekers en economische vluchtelingen wenst, heeft 55 % van de kiesgerechtigden in Zwitserland op 14 juni een bovengrens van 10 miljoen inwoners afgewezen.

Nachhaltigkeitsinitiative, 14 juni 2026

Het kleine Zwitserland, waarvan ongeveer 30 % onbewoonbaar is, is het snelst groeiende land van Europa en vangt zowel in absolute als in relatieve termen veel arbeidsmigranten en vluchtelingen op. Sinds het jaar 2000 is de bevolking met meer dan 2 miljoen gegroeid, van 7,1 miljoen tot meer dan 9,1 miljoen in 2026. De netto-bevolkingsgroei bedraagt jaarlijks meer dan 100.000 inwoners.

De lage werkloosheid, de van oudsher innovatieve economie en hoogwaardige industrie, de beste universiteiten van Europa, het uitstekende beroepsonderwijs, de levenskwaliteit, de goede infrastructuur en het gezondheidszorgstelsel werken als een magneet.

Dagelijks werken meer dan 400.000 grensarbeiders uit Frankrijk, Duitsland en Italië in het land; 2 miljoen buitenlanders wonen en werken er permanent. Hoezo is Zwitserland een profiteur? De EU en vele burgers daarbuiten profiteren al eeuwenlang van Zwitserland, dat kan terugkijken op een succesvolle economische, constitutionele, wetenschappelijke, kosmopolitische en reislustige geschiedenis.

De druk op de infrastructuur, de woningmarkt, de gezondheidszorg, het onderwijs en de integratie is echter te groot geworden. Onbetaalbare en schaarse woonruimte, overvolle straten en openbaar vervoer, een onderwijssysteem dat in feite niet meer functioneert als gevolg van gebrekkige integratie, en een toename van zware criminaliteit. Parallelle samenlevingen, een afnemend gevoel van veiligheid (dat vroeger vanzelfsprekend was) en een gezondheidszorgsysteem dat tegen zijn grenzen aanloopt zijn de realiteit.

Feiten die ook in Nederland en andere EU-landen bekend zijn. Een kwantitatieve beperking tot 10 miljoen is wellicht noch geschikt, noch praktisch uitvoerbaar, maar de boodschap is duidelijk. In de Zwitserse context lijkt het feit dat meer dan 55% tegen dit voorstel is weliswaar overtuigend, maar het resultaat vraagt om een genuanceerde kijk.

Het publieke debat

Allereerst kwam het initiatief slechts van één enkele politieke partij (SVP), die ongeveer 30 % van de burgers vertegenwoordigt. Het gehele establishment (radio, televisie, (sociale) media, universiteiten, de regering, andere politieke partijen, vakbonden, werkgevers, talrijke vluchtelingenorganisaties en andere ngo’s, enz.) was tegen het initiatief. Ook het budget spreekt boekdelen: ongeveer 1,5 miljoen tegenover zo’n 9 miljoen voor de tegenstanders.

Gevoelens van schaamte (het ‘xenofobe’ en ‘geïsoleerde’ beeld van Zwitserland, afsluiting, de ‘extreemrechtse’ SVP), angst voor de voorspelde ‘chaos’ en voor EU-sancties waren de belangrijkste drijfveren van de tegenstanders. Er was geen analyse van de bevolkingsgroei en van het (ontbrekende) overheidsbeleid. De facto ging het om een campagne tegen de SVP. Het was eerder directe demagogie dan directe democratie – tot op het hoogste politieke niveau en in de media.

Bij partijen als de Socialistische Partij (een partij van de oude stempel) en de Groenen is dit weinig verrassend. Ze hebben de Socialistische Internationale vervangen door de Europese Federale.

Ze zijn zoals ze zijn, en dat is legitiem – op zoek naar nieuwe kiezers (onder andere 16-jarigen, snelle naturalisatie van migranten, democratische kwantiteit in plaats van kwaliteit, zoals in de goede oude tijd van het internationale socialisme) buiten de bubbel van stedelijke „hoogopgeleiden“ en studenten. Dat mondt vaak uit in populisme en intolerantie, die ook aan de linkerkant van het politieke spectrum bestaan en daarbij misschien nog gevaarlijker zijn dan rechtsextremisme, mede door de band met het islamisme.

De federale regering en de minister van Justitie

Het publieke optreden van de nationale minister van Justitie, Beat Jans (SP), is echter in strijd met de wet en de Grondwet. Deze (voormalige) activist heeft de officieel (grond) wettelijk erkende benaming Nachhaltigkeitsinitiative (duurzaamheidsinitiatief) omgedoopt tot „Chaosinitiative“. Dit is vervolgens overgenomen door andere tegenstanders van dit volksinitiatief.

Maar daar bleef het niet bij. Hij speculeerde en verspreidde onwaarheden over de gevolgen (onder andere dat ziekenhuizen bij aanname onmiddellijk zouden moeten sluiten, dat het om een „Brexit“ zou gaan, dat de AOW-leeftijd zou moeten stijgen, dat ouderen geen zorg meer zouden krijgen en dat de economie zou instorten door een tekort aan arbeidskrachten). In plaats van het land als minister van Justitie te leiden, voerde hij als lid van de nationale regering een persoonlijke campagne.

Nachhaltigkeitsinitiative

Het initiatief was erop gericht om bij het bereiken van 9,5 miljoen inwoners concrete maatregelen te nemen, een plan voor arbeidsmigratie te ontwikkelen, afgewezen en criminele asielzoekers uit te zetten en gezinshereniging te beperken. Of dit zou werken, is onbekend, maar het is in ieder geval een signaal aan een passieve of falende regering en politiek. In andere landen is de stemming vergelijkbaar, maar daar is geen directe democratie.

Opmerkelijk is dat leden van de SVP ook de moed hadden om, ongeacht de uitslag van de stemming, te wijzen op de noodzaak van een verhoging van de AHV-pensioenleeftijd (momenteel 65 jaar).

De andere partijen en de regering verwierpen dit echter, dreigden tegelijkertijd de ‘ja’-stemmers met een verhoging en suggereerden dat er bij een ‘nee’ geen verhoging zou komen. Over populisme gesproken. De media namen dit kritiekloos over. In geen enkel land – zelfs niet in Nederland, waar de pensioengerechtigde leeftijd 67 jaar bedraagt (en de tendens is stijgend) – wordt een verband gelegd met migratie. Migranten worden namelijk ook steeds ouder. Dit illustreert de stemmingsmakerij – ditmaal niet van rechts, maar van links, inclusief richtingloze burgerlijke partijen (een parallel met Nederland).

Zwitserland en de Europese Unie

Het initiatief heeft echter nog een andere dimensie: de door de regering voorgelegde overeenkomst „Bilaterale III“ met de EU. De overeenkomst omvat een verstrekkende overdracht van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden aan de EU. Bovendien zal deze overeenkomst leiden tot aanzienlijk meer immigratie uit (toekomstige) EU-lidstaten.

Deze migranten krijgen na vijf jaar automatisch een permanente verblijfsvergunning, inclusief gezinshereniging – wat in strijd is met de Zwitserse grondwet (art. 121) en de huidige praktijk. Hoewel vestiging in Zwitserland gekoppeld is aan een arbeidscontract of de status van zelfstandige, beschouwt het Europees Hof van Justitie al een klein aantal werkuren per week als voldoende. En recht op sociale bijstand al na enkele maanden.

Gezien het feit dat miljoenen migranten in omringende landen – met name in Duitsland – relatief gemakkelijk een EU-paspoort hebben gekregen en dat familie- en clanstructuren vaak de overhand hebben, is het in Zwitserland makkelijk om een arbeidscontract bij een bevriend (dubieus) bedrijf te vinden.

Directe democratie is verleden tijd

Bovendien verwordt de (directe) democratie tot een farce – zoals het Nederlandse voorbeeld op het gebied van het EU-recht laat zien. Het Nederlandse parlement wordt systematisch niet, te laat of onvolledig geïnformeerd over EU-wetgeving, de EU houdt zich soms niet aan wettelijke voorschriften of het land wordt regelmatig overstemd (euro, klimaat, migratie, bouwbeleid, visserij, begroting, hervormingen enz.). Directe democratie bestaat niet, er zijn alleen verkiezingen om de vier jaar en Europese onderwerpen spelen nooit een rol van betekenis, ook niet bij de Europese verkiezingen. Over de EU hebben de burgers maar één keer iets te zeggen gehad (in 2005, 62% tegen verdere integratie).

De burgers in Zwitserland kunnen nu al nauwelijks het grote aantal referenda op gemeentelijk, kantonaal en federaal niveau aan, laat staan dat ze over honderden gecompliceerde EU-wetten zouden kunnen beslissen of referenda zouden kunnen organiseren. Bovendien kan de EU Zwitserse burgers bij een referendum over EU-wetgeving zelfs sancties opleggen, mocht deze worden verworpen. Nederland heeft bovendien slechts ongeveer 3 % invloed op beslissingen (en de regering wordt zeer vaak overstemd); Zwitserland zou mee kunnen praten (ongeveer 2 % invloed), maar daarvoor bestaan al genoeg andere mogelijkheden.

De overeenkomst negeert bovendien op flagrante wijze artikel 2 van de Grondwet: Art. 2: Zwitserland beschermt de rechten van het volk en waarborgt de onafhankelijkheid van het land.

De directe democratie is misschien wel het belangrijkste recht van het volk, maar deze wordt in de praktijk ondermijnd, en de onafhankelijkheid verandert in afhankelijkheid van Brussel.

Meerderheid van de kantons

Het meest problematisch is echter de schending van de Zwitserse grondwet met betrekking tot het Ständemehr (de meerderheid van de kantons, art. 140 Grondwet). Het volk en de kantons zijn de stichters van Zwitserland. Aangezien veel vertegenwoordigers van de politieke partijen wantrouwend staan tegenover de federale structuur en het volk, negeren zij dit grondwettelijke beginsel.

De Federale Grondwet:

Art. 1: Het Zwitserse volk en de kantons vormen de Zwitserse Confederatie.

Art. 3: De kantons zijn soeverein, voor zover hun soevereiniteit niet door de federale grondwet wordt beperkt; zij oefenen alle rechten uit die niet aan de bondsstaat zijn overgedragen.

Tegenstanders van het Standemehr stellen dat Zwitserland niet toetreedt tot de EU – hoewel het door de overdracht van institutionele bevoegdheden wel deel uitmaakt van de EU. Bovendien ondermijnen zij met deze overdracht aan de EU de soevereiniteit van de kantons. Dit is ook het begin van een dynamisch proces, niet het einde.

Deze redenering doet denken aan dogmatische juristen uit de 19e eeuw („de Wet is de wet“), terwijl sinds vele generaties doel en bedoeling van de wetgever veelal de doorslag geven. Met andere woorden, 19e-eeuwse dogmatiek om een politiek doel in de 21e eeuw te bereiken.

Bovendien bestaat er volstrekt geen duidelijkheid over de vele huidige en toekomstige bevoegdheden van de Europese Unie die in het gedecentraliseerde Zwitserland nog steeds onder de soevereiniteit van de kantons vallen (bijvoorbeeld belastingheffing, milieubeleid of het staatsbedrijf Salinas, dat eigendom is van de 26 kantons).

Kortom, elke inbreuk door de Europese Unie moet worden onderworpen aan een verplicht referendum om deze overdracht een grondwettelijke basis te geven. In feite heeft de Bondsraad geen idee van de huidige en toekomstige bevoegdheden van de EU ten opzichte van de kantons.

Bij institutionele bevoegdheidsoverdrachten aan internationale organisaties, bij beperkingen van de soevereiniteit van de kantons en bij grondwetswijzigingen is de meerderheid van de kantons vereist. Aan deze voorwaarden is voldaan. Andere standpunten zijn opportunistisch-politiek van aard.

Het doet ook denken aan Nederland: sinds 1815 heeft er in dit centralistisch bestuurde land geen nationaal referendum plaatsgevonden, ook niet met betrekking tot de EU. In 2005 was het zover en 62% wilde geen verdere EU-integratie. Het referendum werd vervolgens niet alleen genegeerd, maar meteen weer afgeschaft. Het volk is immers te dom. Tegenwoordig heeft nog maar 4% vertrouwen in de politiek en zijn rellen en ongeregeldheden aan de orde van de dag. Het negeren van de meerderheid van de kantons is iets soortgelijks.

Conclusie

Dit duurzaamheidsinitiatief – ongeacht of het haalbaar is – is uitgegroeid tot een kruistocht tegen de SVP en de vox populi. In werkelijkheid voelen veel meer mensen dan de 45 % ‘ja’-stemmers zich ongemakkelijk bij de bevolkingsgroei en het ontstaan van parallelle samenlevingen. Het signaal van deze 45 % is ondubbelzinnig.

Afgezien van het activistische verleden en het huidige gedrag van de minister van Justitie verklaart dit ook de toon met betrekking tot het komende referendum over de „Bilaterale III“ (naar verwachting in 2028) – een houding die een regeringslid onwaardig is en zelfs in strijd is met de wet en de Grondwet. De EU en een internationale carrière lijken zijn ambities te zijn, niet de Zwitserse Grondwet, de belangen van Zwitserland of de zorgen van het volk.

“….dass der Bundesrat durch das Kollegialprinzip dazu gezwungen wird, gefällte Entscheide als Gremium zu kommunizieren und persönliche Meinungen zurückzuhalten. Eine schweizerische Besonderheit besteht in der Aufgabe des Bundesrates, die Stimmberechtigten über die Vorlagen bei Volksabstimmungen zu informieren. Im Ergebnis zeichnet sich die Argumentation der Regierung dadurch aus, dass sie eher informativ, pragmatisch, sachlich, deeskalierend und kaum konfrontativ ist. Der Bundesrat muss sich bei seinen Informationsaktivitäten vor Abstimmungen insbesondere an die Grundsätze der Sachlichkeit, der Transparenz und der Verhältnismässigkeit halten. Es ist ihm untersagt, einseitige Propaganda für eine Vorlage zu betreiben. Eine Verletzung der Abstimmungsfreiheit durch die bundesrätlichen Erläuterungen aufgrund der Unterdrückung wichtiger Sachverhalte und der Weitergabe irreführender Informationen kommt vor. So wurde eine solche Verletzung vom Bundesgericht festgestellt. Das Bundesgericht folgerte daraus, dass die falschen und intransparenten Informationen des Bundesrates eine schwerwiegende Verletzung der Abstimmungsfreiheit der Stimmbürgerinnen und Stimmbürger darstellen würden (BGE 1C_315/2018)“. (Quelle: A. Vatter, Der Bundesrat, Zürich 2020).

Art Basel en Lorin’s Promenade Through Art Basel 26

Art Basel (15–21 juni) toont kunst uit de 20e en 21e eeuw en is de toonaangevende wereldbeurs voor de internationale kunstmarkt. Meer dan 290 galeries en 4000 kunstenaars van over de hele wereld maken Bazel tot een museum voor moderne en hedendaagse kunst. Art Basel is ook in oktober in Parijs, in Hongkong (afgelopen maart), in Florida (december) en in Qatar (januari 2027) aanwezig.

Tijdens deze week worden er nevenbeurzen gehouden in Bazel en de omliggende regio. Het Art Parcours in het centrum is een speciale presentatie van installaties, sculpturen, interventies en performances in openbare ruimtes en historische locaties in de stad.

Photo Basel brengt galerieën op het gebied van fotografie uit de hele wereld samen in een authentieke setting. Photo Basel is een actief platform dat de dialoog bevordert tussen de actoren van de internationale fotografiegemeenschap en het publiek. De beurs wordt parallel aan Art Basel georganiseerd.

De Lorin aan the Lotsensteiger, Uferstrasse, Kleinbasel.

Lorin’s Promenade Through Art Basel 26

De speciale gast en de show van deze editie van Art Basel staan echter niet op het land, maar drijven op het water. Het vrachtschip Lorin biedt dagelijks kunst, muziek en concerten. De galerie (CargoSpaceGallery) is geopend van 17.00 tot 19.00 uur, van 15 tot en met 21 juni.

Als de duisternis valt, verlaat de Lorin de steiger en ontvouwt zich een PerformanceDrive op de Rijn – een compositie voor schip, water, stad en nacht, die dagelijks van 22.00 tot 23.00 uur vanaf de oevers tussen de Dreirosenbrücke en de Mittlere Brücke kan worden beleefd.

Foto: Lucia Hunziker

Als u zich als gast wilt aanmelden, kunt u dit e-mailadres gebruiken: [email protected]

Andere data:

21.6. 19.00 ECHOES OF UKRAINE, CargoSpaceConcert in Basel
26.6. 22.00 PerformanceDrive in Strasbourg
27.6. 19.00 SCREWS NOISES DANCES, CargoSpaceConcert in Strasbourg
28.6. 19.00 ECHOES OF UKRAINE, CargoSpaceConcert in Strasbourg

Adres:

Kulturfrachter Lorin, Uferstrasse, Lotsenstrasse (Klein-Basel near the Dreirosenbrücke)

Website: www.lorinspromenade.com; 

E-mail: LORIN [email protected]

De (Ukrainian) Girl with the Silver Bullet, een project van fotograaf  Guido Wasser  en Anmari Mëstsa Yabi Wili

Petinesca, Kelten en de Tempels van Gumpboden

Studen (kanton Bern) ligt aan de voet van de Jäissberg, in het hart van het Berner Seeland. Van de 2e eeuw v.Chr. tot in de 3e eeuw n.Chr. was Petinesca hier het centrum van de regio. Eerst als Keltische nederzetting en vanaf 13 v.Chr. als Romeins dorp (vicus). Dankzij de Aare konden de waterwegen vanaf hier worden benut.

Petinesca, locatie van het Romeinse tempelkomplex bei Studen

Door de aansluiting op het Romeinse wegennet ontwikkelde Petinesca zich tot een belangrijk knooppunt, samen met Aventicum (Avenches), Brenodurum (het schiereiland Enge bij Bern) en Salodurum (Solothurn). In de 2e eeuw telde het ongeveer 2000 inwoners! Er was waarschijnlijk een brug over de Aare en aan de oude loop van de Aare lag misschien ook een Romeinse rivierhaven.

Petinesca is een object van nationaal belang en vandaag zijn de overblijfselen van de wallen en grachten van de Keltische nederzetting, de grondplannen van een groot Romeins tempelcomplex op de Gumpboden en de ruïne van een torencomplex uit de 3e eeuw nog zichtbaar. De Keltische begraafplaats van Studen ligt aan de oostelijke voet van de Jensberg. Hier zijn 52 graven met veelal cultuurhistorisch interessante objecten gedocumenteerd.

Het tempelcomplex Gumpboden

In het Romeinse tempelcomplex op de Gumpboden stonden meerdere tempels en een multifunctioneel gebouw. Het tempelcomplex behoorde tot de Vicus Petinesca en diende als religieus centrum voor de omgeving.

De tempel is gebaseerd op Keltische voorbeelden. Afbeelding: © ADB 2015

Het complex ontstond in de 1e eeuw. Het ongeveer 1,5 hectare grote terrein was omgeven door een muur. De zes grote tempels zijn Gallo-Romeinse tempels.

(Bron en meer informatie: Archäologischer Dienst des Kantons Bern (ADB).

Reconstructie van een gallo-romeinse tempel. Afbeelding: © ADB 2015

Sinfonieorchester Basel en Stadtcasino Basel 1826-2026

Het Sinfonieorchester Basel en het Stadtcasino Basel vieren in 2026 hun eeuwenoude samenwerking en oprichting, generaties voordat Paul Sacher (1887-1964)  in 1926 het Kamerorkest Basel (Kammerorchester Basel) oprichtte (nog een mijlpaal in Musikstadt Basel in 2026!).

Het Sinfonieorchester Basel 1876-2026

Het Sinfonieorchester Basel zoals we dat vandaag de dag kennen, is het resultaat van een traditie die meer dan driehonderd jaar geleden begon. Het is een geschiedenis vol ups en downs. De naam van het ensemble is vaak veranderd, maar het ensemble zelf is, afgezien van de korte periode tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803), nooit van het toneel verdwenen.

In 1692 richtten burgers van Bazel een Collegium Musicum op om muziek te bevorderen. Het Collegium bestond uit amateur- en professionele muzikanten. De concerten vonden tot 1826 plaats in het voormalige Augustijnerklooster. Vanaf dat moment vinden de concerten voornamelijk plaats in het Stadtcasino.

Na het jubileumconcert op 9 juni 2026, symfonie nr. 3 d-Moll van Gustav Mahler (1860–1911), Markus Poschner (Dirigent), Knabenkantorei Basel, Basler Gesangverein en Jasmin Jorias (Alt). Mahler heeft het orkest aan het begin van de 20e eeuw meerdere keren geleid. 

Op 4 oktober 1876 werd de nieuwe concertzaal in het Stadtcasino ingewijd. Het is nog steeds de belangrijkste concertlocatie van het orkest. Nauw verbonden met de nieuwe zaal was de andere naam van het orkest: het Basler Sinfonie-Orchester.

In 1997 fuseerde het Basler Sinfonie-Orchester met het Radio Sinfonieorchester Basel. Op dat moment kreeg het ensemble zijn huidige naam, het Sinfonieorchester Basel. Ongeveer honderd professionele musici treden op in Zwitserland en in het buitenland en werken nauw samen met Theater Basel. Het jubileumseizoen bestaat uit een veelzijdig en uitzonderlijk concertprogramma, dat te vinden is op de website.

(Bron en meer informatie: Sinfonieorchester Basel)

Het Stadtcasino Basel 1826-2026

Het Stadtcasino opende in 1826, twee jaar na de oprichting van de Stadtcasino-Gesellschaft in 1824. De architect was Melchior Berri (1801-1854). Hij was een groot bewonderaar van de renaissance en ontwierp ook het Natuurhistorisch Museum aan de Augustinergasse. Het staat op de plek van het voormalige Augustijnerklooster, waar het Collegium Musicum tot 1826 zijn concerten hield.

De eerste grote uitbreiding vond plaats in 1876 met de bouw van de Concertzaal, gevolgd door de Hans Huber-zaal in 1904/1905. Beide projecten werden ontworpen door Johan Jakob Stehlin de Jongere (1826-1894).

Het oorspronkelijke Stadtcasino is in 1938 gesloopt. Het huidige hoofdgebouw is ontworpen door het architectenteam Willi Kehlstadt, Brodtbeck en Bohny, Bräuning, Leu, Dür en is in 1939 in gebruik genomen.

Het Stadtcasino Basel onderging tot 2020 diverse renovaties, evenals andere ingrepen zoals de installatie van het nieuwe orgel in 1971. De heropening van het uitgebreide Stadtcasino Basel vond plaats in 2020. Het Stadtcasino viert zijn tweehonderdjarig bestaan van 12 tot en met 14 juni 2026.

(Bron en meer informatie: Stadtcasino Basel)

Kloosters, landschap en de Hirthämmli-opstand van Menzingen en Zug

De kloosters St. Blasien en Einsiedeln speelden tot ver in de 16e en 17e eeuw een belangrijke rol in Menzingen (kanton Zug) en omgeving. In 1352 trad Menzingen samen met de stad Zug toe tot de Eidgenossenschaft. In 1799 was Menzingen een centrum van de Hirthämmli-opstand tegen de Helvetische Republiek (1798-1803).

Kenmerkend voor Menzingen zijn het klooster en instituut des Heiligen Kreuzes. Een tweede klooster (kapucijnen) is in 1851 gesticht op het bedevaartsoord Gubel, de locatie van een veldslag tussen katholieken en protestanten in 1531.

Het Instituut van de Zusters van het Heilig Kruis. Deze congregatie werd in 1844 opgericht voor het onderwijs aan meisjes en jonge vrouwen.

Het enorme viervleugelige complex in neobarokke stijl met een koepelkerk kenmerkt Menzingen en de wijde omgeving nog steeds. Het instituut bereikte zijn hoogtepunt in de jaren 1950 en had tot 2006 een grote invloed op het katholieke basisonderwijs in  Zwitserland. In 2020 is het gebouw gedeeltelijk herbestemd en gerenoveerd.

De hoofdroute van de Zuger pelgrimsroute (Landeswallfahrt) naar Einsiedeln wordt georganiseerd door de parochie St. Michael in de stad Zug. De pelgrimsroutes van de overige parochies in het kanton komen onderweg samen. De route van de parochie St. Johannes in Menzingen begint bij de parochiekerk en voert via de Schwandegg omhoog naar de Gottschalkenberg tot aan de Ratenpas. De bedevaart van Menzingen naar Einsiedel is 18 kilometer lang.

Kloster Maria Hilf

Het klooster Maria Hilf op de Gubel is in 1849  gesticht bij de bedevaartskerk Maria Hilf en behoort tot de orde van de kapucijnen. In 1851 legden de eerste drie zusters hun geloften af. Het klooster valt onder de jurisdictie van de bisschop van Bazel.

De St.-Verena-kapel op de Zugerberg is in de 17e eeuw gebouwd. De kapel heeft een kruisgevel boven de koepel en staat aan de oude pelgrimsroute naar Einsiedeln. In 1709 ontving de St.-Verena-kapel een relikwie uit de Verenamünster in Zurzach, waar het graf van de heilige Verena zich bevindt.

De St. Verenakapel

In de 19e eeuw ontwikkelde zich een toerisme dat steunde op de drie kuuroorden Schwandegg (1839), Schönbrunn (1857) en Gottschalkenberg (1867). Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zijn ze in verval geraakt en uiteindelijk opgeheven.

De stuwdam in Schmittli aan de Lorze dateert uit 1943.

Verdere indrukken 

De Ägerisee

De Zugerberg

De Rigi (l) en de Pilatus (r)

De Rigi

 

Zug en de Zugersee

De Bourgondische oorlogen, bisschop van Bazel en de vorming van de Confederatie

De Bourgondische oorlogen (1474-1477) zijn destijds al verwoord en geïllustreerd in talrijke kronieken, liederen, gedichten, pamfletten en lokale archieven. Diverse musea (onder andere in Grandson, Murten en Bern) en publicaties besteden dit jaar uitgebreide aandacht aan deze periode. Bovendien presenteert het museum in Saint-Imier aan deze voor Europa en Zwitserland ingrijpende gebeurtenissen een tentoonstelling over een onderbelicht onderwerp: de rol van de bisschop van Bazel.

Het hertogdom Bourgondië in 1476. Collectie; Historisches Museum Basel

Daarnaast is er een ander onderwerp dat nauwelijks aandacht krijgt. Deze periode heeft namelijk een belangrijke bijdrage geleverd aan de vorming van de Zwitserse Confederatie. In de meeste Zwitserse publicaties komt dit aspect onvoldoende tot uiting. De aandacht richt zich vooral op de beperkte territoriale winst voor de Eidgenossenschaft, de verdeeldheid en spanningen na 1477 en het oorlogsgeweld tussen 1474 en 1477.

De grote profiteurs waren inderdaad Frankrijk en Habsburg, maar de Eidgenossenschaft had na 1477 niet alleen een groot militair en politiek prestige in Europa, veel steden zochten aansluiting, hetzij als kantons, hetzij als bondgenoten of zugewandte Orte, hetzij gedwongen als veroverde ‘Untertanengebiete’. Rond 1536 had de Eidgenossenschaft in grote lijnen de huidige buitengrenzen, afgezien van de ‘Italiaanse en Habsburgse’ correcties van Napoleon (1798-1813).

Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia. Het Hertogdom Bourgondie 1465-1477

Inleiding

Karel de Stoute (1433-1477), hertog van Bourgondië sinds 1467, had grootse plannen: de koningskroon, in navolging van de voorgaande Bourgondische koninkrijken. Als zijtak van de Franse koninklijke familie (de Franse koning Jean II (1319-1364) had zijn jongste zoon Philippe (1342-1404) in 1363 tot eerste hertog van Bourgondië benoemd) had hij bovendien al koninklijk bloed.

De drie voorgangers van Karel hadden door oorlog, vererving en koop in honderd jaar een territorium verkregen dat zich uitstrekte van het oorspronkelijke hertogdom Bourgondië tot de Noordzee, inclusief het rijke Vlaanderen, en de Franche-Comté. De Franche-Comté was Franstalig, maar de Duitstalige hertog van Baden-Württemberg was vorst van het Franstalige Mompelberg (Montbéliard).

Het hertogdom Bourgondië in 1467. Collectie: Historisches Museum Bern

Het was echter geen aaneengesloten conglomeraat. Gebieden in de Elzas en het hertogdom Lotharingen hoorden er niet bij. Het grootste deel van de Elzas viel onder de invloedssfeer van Habsburg, inclusief de vrije rijkssteden de Dekapolis en Straatsburg. Kleinere gebieden waren in het bezit van de bisschoppen van Straatsburg en Bazel. Deze gebieden maakten ook deel uit van het Heilige Roomse Rijk.

De Eidgenossenschaft rond 1474. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

De bisschop van Bazel

De prins-bisschop van Bazel was nauw gelieerd aan Habsburg. Het gebied van het bisdom omvatte het huidige kanton Jura, delen van het huidige kanton Basel-Landschaft, Seeland in het kanton Bern en gebieden in de Elzas en Baden-Württemberg. Elzas was in deze periode Duitstalig (Alemannisch).

Belangrijke steden in zijn bisdom waren, naast Bazel, La Neuveville, Porrentruy, Delémont, Bienne en St. Ursanne. Hoewel de verhouding met het stadsbestuur in Bazel gespannen was, duurde het tot de Reformatie in 1528 voordat hij Bazel verliet. In 1470 was het echter nog niet zo ver. Wel breidde Bern zijn invloed steeds verder uit in het bisdom, met name in de Jura.

Tot 1470 wees echter nog niets op een conflict met de hertog van Bourgondië. Integendeel, het (culturele en militaire) prestige van het hertogdom was onder drie voorgaande hertogen zo groot, dat Habsburg, de aristocratie van Bern en de bisschop van Bazel Bourgondië koesterden.

Bovendien waren de Eidgenossenschaft en Habsburg in staat van oorlog en steunde Habsburg de hertog tot 1474. Frankrijk speelde vanwege de  uitputtende 100-jarige oorlog met Engeland (1337-1453) nog geen militaire rol van betekenis, maar was diplomatiek des te succesvoller, ook toen al.

Bisschop Johann von Venningen inaugureert de Universiteit van Bazel. Rektoratsmatrikel der Universität Basel, Band 1 (1460-1567), AN II, V, fol. 2v. Reproducie. Musée de Saint-Imier

De bisschop van Bazel en Elzas

Als bisschop van Bazel (1458-1478) speelde Johann van Venningen (1409-1478) in dit conflict een belangrijke rol. Hij was afkomstig uit een vooraanstaande Duitse adellijke familie. Hij was niet alleen een beroemde theoloog en een van de grondleggers van de Universiteit van Bazel in 1460, maar beheerde ook het prins-bisdom als wereldlijke vorst.

Karel de Stoute verwierf in 1469 van de in geldnood verkerende aartshertog Sigismund van Habsburg (1427-1496) diverse gebieden in de Elzas in pand. Daarmee stond hij noch dichter bij de poorten van Habsburg en Bazel.

Karel maakte geen geheim van zijn ambities en Habsburg, steden in de Elzas (de Dekapolis), de bisschop van Straatsburg, de confederatie, het graafschap Neuchâtel, het graafschap Aarberg en Valangin en de bisschop van Bazel sloten een verbond, de Liga van Konstanz, met het doel het pand af te kopen.

Op 6 april 1474 wilde Sigismund van Habsburg  het pand afkopen, maar Karel accepteerde dat niet. Integendeel, hij wilde ook gebieden van de bisschop van Bazel confisqueren. Zijn voogd Pierre von Hagenbach moest het met de dood bekopen, het begin van de Bourgondische oorlogen. Bourgondië organiseerde een strafexpeditie in de Elzas en in het bisdom Bazel.

De bisschop besefte dat Karel de Stoute zijn bezittingen in de Elzas op het oog had. De macht van de bisschop in de stad Bazel was al tanende, maar een gemeenschappelijke vijand smeedde ook in dit geval een bondgenootschap. La Neuveville en Bienne zochten ook militaire toenadering tot Bern, evenals de chanoises van Saint-Imier en Bellelay.

Voor veel families was het overigens een verwarrende periode, want tot de komst van Karel de Stoute was de macht en pracht en praal van het Bourgondische hof de plek om te zien en gezien te worden.

Beeld: La Fondation des Archives de l’ancien Évêché de Bâle, Porrentruy. Bisdom Basel 15e eeuw

Habsburg, Oberwallis en Savoie

Karel zocht bovendien de militaire confrontatie met Frederik III (1415-1493), keizer van het Heilige Roomse Rijk, die hem in 1473 de koningskroon had geweigerd. De keizer sloot zich vervolgens ook aan bij het verbond tegen Karel. De Zwitserse Confederatie, met Bern als inspirator, verklaarde op 25 oktober 1474 de oorlog aan Karel de Stoute. Andere Zwitserse steden (Bazel, Solothurn, Freiburg, Schaffhausen en veel andere steden en Orte) namen ook deel aan de veldtochten.

Familiewapen van Thierstein. Scheibler’sches Wappenbuch, Bayerische Staatsbibliothek, Cod.icon. 312c (um 1450), reproductie. Foto: TES

George von Venningen, neef van de bisschop, lokale milities en vazallen van de bisschop, namen deel aan de oorlogen in deze periode. Hermann van Eptingen en Oswald van Thierstein waren andere belangrijke legeraanvoerders van de bisschop.

Karel kon formeel rekenen op de steun van het hertogdom Savoie, de graaf van Romont, vazallen en veel huurlingen. Savoie was echter militair gebonden in Wallis. De zeven Zenden van Oberwallis waren in 1474 de Bas-Valais van Savoie  binnengevallen. Bovendien wilde Yolanda van Savoie (1434-1478), regentes van het hertogdom van 1472 tot 1478, haar broer, Louis XI (1423-1483), koning van Frankrijk en tegenstander van de hertog, niet in de weg staan.

Plundering van het Bourgondische kamp na de Slag bij Grandson. Diebold Schilling, Officiële kroniek van Bern, deel 3. Bern, Burgerbibliothek, Mss.h.h.I.3, fol. 654, reproductie Musée de Saint-Imier. Foto: TES

De veldtochten

Bourgondië verloor de slag bij Héricourt en Franquemont (Franche-Comté) op 13 november 1474 van troepen van de Confederatie, de bisschop van Bazel en hun bondgenoten. Troepen van de Confederatie en hun bondgenoten vielen vervolgens het Pays de Vaud (bezit van Savoie) binnen en veroverden in mei 1475 onder andere Eschallens, Grandson, Orbe, Morat, Yverdon-les-Bains en Estavayer-le-Lac. Karel heroverde Grandson op 28 februari 1476, ,maar werd op 2 maart 1476 bij Grandson weer verslagen en verloor ook de beroemde ‘Bourgondische buit’.

Karel gaf echter niet op en wilde Morat heroveren, dat werd verdedigd door de Berner Adrian van Bubenberg (tot 1474 nog een sympathisant van Bourgondië). Hoewel Karel het destijds machtigste en modernste leger had, had hij te veel tegenstanders, onder wie sinds 1475 ook de hertog van Lotharingen (in dat jaar had Karel Lotharingen en Nancy veroverd) en de graaf de Gruyère.

Op 22 juni 1476 verloor Karel ook de slag bij Morat/Murten en het overige deel van de legendaire ‘Bourgondische buit’, om vervolgens op 5 januari 1477 bij Nancy zijn hoofd en hertogdom te verliezen.

Twaalf vaandeldragers van de kantons en bondgenootschappelijke gebieden onder de muren van Bern. Diebold Schilling, Officiële kroniek van Bern, deel 3. Bern, Burgerbibliothek, Mss.h.h.I.3, fol. 008, reproductie Musée de Saint-Imier. Foto: TES

Duitstalig- en Franstalig Zwitserland

Door deze oorlogen bezetten de Duitstalige kantons en steden voor het eerst Franstalig gebied en ontstonden de eerste bondgenootschappen met Franstalige kantons. Het Duitstalige Oberwallis veroverde in deze periode de Franstalige Bas-Valais.

De stad Genève, traditioneel een tegenstander van Savoie en van de aan Savoie gelieerde bisschop van Genève, volgde na de Reformatie in 1536. Bern en Fribourg/Freiburg bestuurden diverse steden in Waadt (Orbe, Grandson, Estavayer-le-Lac, Morat) vanaf 1476 tot 1798 en het overige deel van Waadt vanaf 1536 tot 1798.

Weliswaar bevrijdde Napoleon Vaud in 1798 van het bestuur van de regering van Leurs Excellences de Berne, maar de creatie van het kanton Vaud in 1803 en 1815 en haar bevestiging in 1848 werden met instemming begroet, ondanks de plunderingen tijdens de Bourgondische oorlogen.

Neuchâtel, van 1504 tot 1706 een prinsdom van de Franse dynastie d’Orléans-Longueville, werd van 1512 tot 1529 bestuurd door de Eidgenossenschaft en onderhield nadien nauwe politieke, sociale en commerciële banden met de Eidgenossenschaft, vooral na de Reformatie in 1524.

De Eidgenossenschaft, zugewandter Orte, Untertanengebiete 1536. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

Conclusie

In mentaal, politiek en cultureel opzicht hebben de Bourgondische oorlogen en hun nasleep Duitstalig Zwitserland en Franstalig Zwitserland intensief met elkaar verbonden en in contact gebracht. De bisschop van Bazel speelde hierin, als vorst in het Heilige Roomse Rijk vanaf 1474, een belangrijke politieke en militaire rol.

Bovendien was de band tussen de 13 kantons van 1513 kennelijk al zo sterk door deze en andere militaire, culturele en politieke ervaringen en contacten dat de verschillende geografische, commerciële en vanaf de Reformatie ook religieuze oriëntaties en belangen de ontwikkeling van de Confederatie van 1648, 1815 en 1848 niet in de weg stonden.

Zwitsers pragmatisme, realisme en conflictbeheersing speelden een belangrijke rol, zoals onder andere blijkt uit de Stanser Verkommnis (1481), de relatief korte religieuze oorlogen (1529/1531 en  1656/1712) met godsdienstvrede, de religieuze referenda in de Appenzeller Landen (1597), het Simultaneum, de Sonderbundskrieg (1847) en vooral de les die na Marignano (1515) was geleerd: geen buitenlandse avonturen meer, na de verovering van Milaan, Tessin en drie andere Italiaanse gebieden tot 1512.

Diebold Schilling, Chronique officielle de Berne, vol. 3. Sammlung: Burgerbibliothek Bern.

De verovering van het Pays de Vaud in 1536 door Bern en Freiburg was een revanche op het teruggeven van dit gebied (inclusief Yverdon-les-Bains) aan Savoie in 1476 voor een groot geldbedrag.

De Confederatie was dan ook zo wijs kanton Genève niet te steunen in haar aanspraken op de Chablais en Faucigny in 1860, zoals Vorarlberg niet als kanton is toegelaten in 1919, hoewel een ruime meerderheid van de burgers van Vorarlberg dit wel wilde, zoals Tessin in 1798 voor Zwitserland koos en niet voor de Italiaanse Republiek van Napoleon.

Veel terreinwinst heeft de Confederatie de oorlog in 1474-1477  inderdaad niet opgeleverd, maar des te meer prestige. Rond 1536 had de huidige Confoederatio Helvetica niet alleen haar huidige taalgrenzen, maar ook buitengrenzen bereikt. En deze continuïteit is geen toeval, maar gebaseerd op pragmatisme, realisme, wijsheid, militaire, economische en politieke kracht, diplomatie en soms op het toeval.

Een klein deel van de ‘Bourgondische buit’

Collectie: Historisches Museum Bern

Kairos en Chronos en het Patek Philippe Museum in Genève

Kairos is de Griekse god van het juiste moment, de ervaring, de schoonheid en de waarneming. Chronos staat voor de economie, het ordelijke functioneren van de particuliere en publieke sfeer, en bovenal voor het tijdelijke, het sterfelijke. Om deze redenen zijn de symbolen van Chronos de zandloper en de zeis. Kairos daarentegen is de beschermheer van gevoelens, schoonheid en de subjectieve beleving van het moment.

Dubbelzijdige klok in de vorm van een vaas met acht zingende vogels, muziek en een waterbron. Pierre Frédéric Ingold (1787-1878), François Nicole (1776-1849), Manufacture Frères Rochat (1800-1835), Parijs en Genève, 1834. Collectie: Patek Philippe Museum.

Kairos en Chronos

De verbinding en het evenwicht tussen Chronos en Kairos komen op treffende wijze tot uiting in de creativiteit, de esthetische kwaliteiten, de nauwkeurige tijdmeting en de diversiteit aan toepassingen in het dagelijks, recreatief, professioneel en industrieel gebruik in de Zwitserse horloge-industrie.

Kunst, vakmanschap, geschiedenis, samenleving, innovatie en ondernemerschap
Met de Griekse goden Kairos en Chronos in gedachten zou het orakel van Delphi voorbijgangers het volgende raadsel kunnen voorleggen: “Welk door mensen gemaakt object verenigt kunst, vakmanschap, geschiedenis, samenleving, innovatie en ondernemerschap?”

Een bezoek aan een van de vele Zwitserse musea gewijd aan horloges en tijdmeting biedt een antwoord op deze vraag. De oude Egyptenaren hadden al apparaten ontwikkeld om de tijd te meten, en sindsdien heeft de ontwikkeling in de Griekse, Romeinse en middeleeuwse periodes en op alle continenten niet stilgestaan.

Horloges uit het begin van de 17e eeuw

Tijdmeting

Het meten van de tijd in Europa begon zich al in de prehistorie te ontwikkelen, aanvankelijk via zonnewijzers, zandlopers, brandende kaarsen, de stand van de sterren en de maan, en kerkklokken, maar vanaf de late middeleeuwen via steeds ingenieuzere uurwerken.

Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw waren uurwerken niet langer uitsluitend bedoeld voor praktisch gebruik, maar dienden ze ook als meubelstuk, middel tot zelfpresentatie, statussymbool, kunstobject en voor politieke doeleinden.

In deze periode waren horlogemakers actief in diverse Europese landen, waaronder Duitsland, Italië, Frankrijk, Engeland en Nederland. Zwitserland ontpopte zich echter als het epicentrum van de horlogemakerij.

De redenen hiervoor zullen in dit artikel niet verder worden besproken, maar het grote aantal musea, eeuwenoude en nieuwe horlogefabrikanten, en steden als Le Locle en La Chaux-de-Fonds, die volledig op deze industrie zijn gericht, spreken voor zich. Dit artikel richt zich op het Patek Philippe Museum in Genève.

Chronometers rond 1900

Horlogerie  in Genève

Genève was al in de Romeinse tijd, vanaf 120 v.Chr., een handelsstad, gunstig gelegen aan de Rhône, aan het Meer van Genève en aan belangrijke handelsroutes. Het bisdom en het graafschap Genève ondergingen in de 15e en 16e eeuw belangrijke politieke en religieuze ontwikkelingen. De bisschop, die nauw verbonden was met het graafschap en later het hertogdom Savoye, verdween in 1533 van het politieke toneel en uit Genève. Calvijn, de republiek en de Reformatie volgden spoedig daarop.

De Reformatie had verstrekkende economische gevolgen voor Genève. De stad werd niet alleen de hoofdstad van het calvinisme, maar ook een toevluchtsoord voor protestantse vluchtelingen uit Duitsland, Italië en Frankrijk (hugenoten). Bovendien was Genève al langer een handelscentrum voor kooplieden, onder meer uit Zuid-Duitsland, Italië en Frankrijk, waar in het begin van de zestiende eeuw ook de eerste mechanische uurwerken werden vervaardigd.

Reformatie en Calvinisme

Het calvinisme bracht een grote verandering teweeg voor kunstenaars: de katholieke kunst en opdrachten van de kerk en andere opdrachtgevers verdwenen. Er ontstond seculiere kunst, zoals ook te zien is in kunst van andere protestantse landen, met de Gouden Eeuw in de Lage Landen als bekend voorbeeld.

Dit had ook grote gevolgen voor de horlogemakerij. De eerste mechanische uurwerken werden in het begin van de zestiende eeuw vervaardigd in Zuid-Duitsland, Noord-Italië en Frankrijk, en vonden na de Reformatie hun weg naar Genève.

De protestantse vluchtelingen waren onder andere werkzaam in de financiële dienstverlening, de textielindustrie en het vervaardigen van uurwerken.
In het calvinistische Genève, dat vijandig stond tegenover iedere vorm van opzichtige vertoning, richtte de traditionele goudsmederij zich op meer functionele toepassingen, onder andere in de horlogerie.

De Franse edelsmid Jean Toutin (1578–1644) wordt beschouwd als de eerste  schilder van geëmailleerde voorwerpen, onder andere horloges. Dankzij dit nieuwe procédé, dat voortbouwt op een eeuwenoude techniek, konden kostbare en kleine objecten worden verfraaid. Deze techniek vond al snel ingang in de barokstijl aan koninklijke hoven, in adellijke en andere welgestelde kringen.

Aanvankelijk was de productie gericht op klanten in Genève, maar later richtte de horloge-industrie zich ook op de export naar katholieke regio’s, islamitische landen en andere continenten (waaronder het Ottomaanse Rijk en het Chinese Rijk) en Europese koloniën. Rond 1700 woonden er bijvoorbeeld zo’n 180 Geneefse horlogemakers en dienstverleners in Constantinopel!

Het Patek Philippe Museum

Het Patek Philippe Museum toont niet alleen de geschiedenis van de horlogemakerij in Genève en van Patek Philippe, maar ook in andere delen van Zwitserland en andere Europese landen.

De collectie is een unieke combinatie van oogverblindende schoonheid, vakmanschap, geschiedenis, maatschappij, innovatie en ondernemerschap. In dit museum ligt het antwoord op het nieuwe raadsel van het Orakel van Delphi.

De collecties

Het museum presenteert een schitterende collectie van ongeveer 2.500 horloges, tijdmetende (muziekspelende) automaten, geëmailleerde horloges en klokken. Het museum biedt een fascinerende reis door vijf eeuwen horlogemakerij in Genève, Zwitserland en Europa.

Het biedt ook een uitgebreid overzicht van de creaties van Patek Philippe vanaf 1839, naast een bibliotheek met meer dan 8.000 werken gewijd aan de horlogemakerij in al haar facetten. Het museum begint bij de allereerste oorsprong van het maken van horloges: ontwerp, werkbanken, antiek gereedschap en een restauratiewerkplaats, en, voor Patek Philippe, bustes van de oprichters.

De oorsprong van Patek Philippe

Antoine Norbert de Patek (1812–1877), geboren in Polen, vestigde zich in de jaren 1830 in Genève, waar hij in 1839 samen met Franciszek Czapek het bedrijf Patek, Czapek & Co. oprichtte.

Tijdens een bezoek aan de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1844 maakte hij kennis met Jean Adrien Philippe en diens opwindmechanisme. Hij nodigde hem uit naar Genève, waar ze samen Patek, Philippe & Cie oprichtten.

Jean Adrien Philippe (1815–1894) begon op 25-jarige leeftijd met het maken van uurwerken. In 1842 vond hij het opwindmechanisme uit dat de aandacht van Patek trok. Rond 1860 voegde hij een ‘slippende’ veer toe aan zijn systeem en tussen 1845 en 1861 verkreeg hij diverse andere patenten. Zijn nalatenschap leeft vandaag de dag voort bij Patek Philippe (de huidige naam), waar inmiddels meer dan 100 octrooien zijn aangevraagd.

De ondernemersgeest van Patek, in combinatie met de horlogemakersvaardigheden van Philippe, begon al snel vruchten af te werpen, waarbij internationale reizen en contacten een cruciale rol speelden. Tegenwoordig is Patek Philippe de laatste overgebleven onafhankelijke, familiegerunde grote horlogefabrikant in Genève.

Hommage à Christiaan Huygens, rond 1780

De collectie uit de 16e – 19e eeuw

Deze collectie toont een selectie van (geëmailleerde) uurwerken uit Genève, andere regio’s van Zwitserland en uit Europa. Deze unieke selectie omvat talrijke meesterwerken die een onuitwisbare stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van de horlogemakerij, waaronder de allereerste horloges.

Deze collectie omvat zo’n 700 uurwerken die de ontwikkeling van het uurwerk illustreren vanaf het begin, rond 1500, tot in de 19e eeuw. De vroegste uurwerken werden rond 1500 gemaakt in Zuid-Duitsland, Noord-Italië en Frankrijk.

Daarnaast zijn er voorwerpen die speciaal voor op reis zijn ontworpen, zoals snuifdozen, vinaigrettes en parfumflesjes, maar ook automaten, pistolen, muziekdoosjes en zangvogeldoosjes, allemaal gebeiteld, gegraveerd of geëmailleerd, evenals klokken en een collectie van ongeveer honderd geëmailleerde miniatuurportretten van de grootste meesters in deze kunst.

Den Haag, Christaan Huygens (?), 1685

Je zou kunnen zeggen: ‘The sky is the limit.’ Barok, de Rococo, de Verlichting en zelfs de Franse Revolutie zijn vertegenwoordigd (Genève werd bij Frankrijk gevoegd en werd de hoofdstad van het departement Léman, 1798–1813).

De Patek Philippe-collectie: 1839 tot heden

Met ongeveer duizend modellen biedt de Patek Philippe-collectie een overzicht van bijna twee eeuwen aan zakhorloges, polshorloges, chronometers, horloges met tourbillon-technologie en andere uurwerken sinds de oprichting van het bedrijf. Deze selectie illustreert meer dan 185 jaar ongeëvenaarde creativiteit en innovatie in de horlogemakerij.

Koningin Victoria (links), rond 1840

Horloge van generaal George S. Patton

Een deel van de collectie

Enkele herinneringsmodellen, 1998

Ze omvat niet alleen technologie, design en nieuwe materialen, maar ook nieuwe doelgroepen, zoals horloges voor dames, sporters, industriëlen, generaals, koninklijke families, verzamelaars en diverse andere liefhebbers. Van tijd tot tijd blikt Patek Philippe ook terug op zijn ontwikkeling of belangrijke gebeurtenissen met herdenkingsmodellen.

(Bron en verdere informatie: Patek Philippe Museum)

Hoofdzetel van Patek Philippe in Plan-les-Ouates (kanton Genève).

Indrukken van het Patek Philippe Museum 

Montre-pendentif uit Frankrijk (l) vers 1630, en Duitsland (r), rond 1570

Horloges uit Frankrijk en Duitsland, rond 1640

Londen 1745, zakhorloge, de geboorte van de secondewijzer

Pierre Jaguet Droz (1721-1790), vestibulependule met secondes, in vorm van een kooi, met zingende vogels en waterbronnen, rond 1770

Rusland, zakhorloge van hout, rond 1860

Pierre Jaguet Droz (1721-1790), wandpendule met muziek, rond 1770, La Chaux-de-Fonds

Kloster Schöntal, de Tüfelsschlucht en de ovens in het Dürsteltal

Haat en liefde, goed en kwaad, de duivel en de engel, kanton Basel-Landschaft en kanton Solothurn gaan soms ongemerkt in elkaar over. Zo ook het voormalige klooster Schöntal bij Langenbruck (kanton Basel-Landschaft) en een paar kilometer verderop de Tüfelsschlucht (kloof van de duivel).

De Tüfelsschlucht bij Hägendorf

Deze kloof doet haar naam alle eer aan. Woeste watervallen, spelonken, kronkelige smalle paden, nauwelijks zon, krijsende kraaien, krakende bomen en andere bosgeluiden vormen het decor.

Tot aan het einde van de 18e eeuw was dit soort oorden het terrein van rovers, vagebonden en wolven. Een wandeling maakte men toen nog niet. Een bos, laat staan een  Tüfelsschlucht, ging men alleen is als er geen andere (reis)weg was.

Niettemin kent ook deze kloof een einde om uit te komen in een bergachtig weidelandschap met een voormalig sanatorium en voormalig restaurant. Deze regio was echter niet alleen bewoond door monniken en de duivel, maar ook door smeden. Hiervan getuigden de middeleeuwse smederijen op de Düstelberg.

Het voormalige sanatorium op de Allerheiligenberg 

Het voormalige op de Allerheiligenberg

De Dürstelberg 

De Dürstelberg is een van de laatste ongerepte bosgebieden in het kanton Basel-Landschaft. Sinds het begin van de vorige eeuw is het grootste deel van het gebied ongebruikt en onaangetast gebleven.

Gastwirtschaft Dürstel

Het resultaat is een natuurlijk bos met veel oud en dood hout, holle bomen en een rijke flora en fauna. De Dürstelberg is een bosreservaat van het kanton.

Reconstructie: Joe Rohrer, Bildebene.ch

De ovens in het Dürsteldal

In het Dürsteldal, in de omgeving van Langenbruck, stonden in de 13e en 14e eeuw twee smeltovens. Dit blijkt uit sporen van ijzerwinning en -verwerking. Er zijn in het gebied nog steeds sporen van middeleeuwse ijzersmelterij te zien. De twee ovens waren van twee verschillende typen: een grote rennofen en een hoogoven.

De in de Jura veel voorkomende rennofen produceerde smeedbaar ijzer via een direct proces. De hoogoven was uitgerust met een blaasapparaat en werd aangedreven door waterkracht. Daarom stond de installatie dicht bij de beek. Deze oven produceerde uitsluitend ijzer via een indirect proces. Het ruwijzer werd vervolgens verwerkt in een blaasoven.

Afbeelding: gemeente Langenbruck. De werkprocessen van een hoogoven: het vermalen (1) en roosteren van het erts, het mengen van erts, houtskool en andere toevoegingen (3), het vullen van de hoogoven (4), het aftappen van het vloeibare ruwijzer (5) en het koelen van het ruwijzer (6).

Vroege industrialisatie

De ovens in het Dürsteltal dateren uit een tijd van technologische vooruitgang. Vanaf de 14e eeuw raakten de hoogovens ingeburgerd. Ze waren al sinds de laat-Romeinse tijd bekend. De rennovens waren al sinds de ijzertijd bekend, maar de hoogovens hadden aanzienlijke voordelen. Ze bereikten hogere temperaturen, waardoor uit dezelfde hoeveelheid erts meer ijzer kon worden gewonnen.

De vondsten zijn belangrijk bewijs van een tijd van technologische omwenteling naar grootschalige installaties, die vanaf de 14e eeuw in de Jura voet aan de grond kregen. De hoogoven in het Dürsteltal is met zijn datering uit de 13e eeuw een van de oudste in Europa.

Verschillende aanwijzingen wijzen erop dat het de graven van Frohburg waren die in 1145 het klooster Schöntal stichtten. Hun interesse in de ijzerproductie kwam ook in de 13e eeuw tot uiting in het Fricktal, waar ze daardoor in conflict raakten met de heren van Kienberg.

Klooster Schöntal

Het voormalige Klooster Schöntal

Eind goed, al goed. Uiteindelijk overwint ook hier het goede het kwade om na de Tüfelsschlucht uit te komen bij het voormalige klooster Schöntal bij Langenbruck. Het klooster is weliswaar al lang geleden opgeheven, maar het prachtige romaanse portaal en het hedendaagse beeldenpark geven een duivel en het kwaad geen kans.

Langenbruck

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Lamgenbruck; Gemeinde Hägendorf)

Kasteel Elgg, slot Kyburg, ruïne Hauenstein en de Guhwilmühle

Het is slechts een paar kilometer van kasteel Elgg en de duizend jaar oude burchtruïne Hauenstein naar de top van de Hauenberg. Beide burchten hebben gemeen dat ze niet meer in hun oorspronkelijke gedaante te zien zijn.

Elgg

Kasteel Elgg wordt echter nog steeds bewoond, terwijl Hauenstein al sinds de 14e eeuw een ruïne is! De nabijheid van kasteel Kyburg en zijn rijke geschiedenis onderstreept het belang van deze streek.

De beslissing van edelen om destijds op deze plek burchten te bouwen, was niet ingegeven door de prachtige natuur. Het betrof een strategisch belangrijke locatie voor handel, tolheffing, landbouw en ambachtelijke bedrijven.

Kasteel Elgg, slot Kyburg en de ruine Hauenstein

Kasteel Elgg is echter nog steeds bewoond, terwijl Hauenstein al sinds de 14e eeuw een ruïne is! De nabijheid van kasteel Kyburg en de rijke geschiedenis daarvan onderstrepen het belang van deze streek. De beslissing van edelen om destijds op deze plek burchten te bouwen, was niet ingegeven door de prachtige natuur. Het betrof een strategisch belangrijke locatie voor handel, tolheffing,  landbouw en ambachtelijke bedrijven.

De Guhwilmühle

Tussen Elgg en Hauenstein ligt nog een andere historische bezienswaardigheid. De oude poststation en molen Guhwilmühle was eeuwenlang een boerderij met vee, maar tegelijkertijd ook een herberg, een rustplaats voor reizigers en een paardenwisselstation. Het oude melkhuisje voor de opslag van melk en de paardenstal herinneren aan die tijd.

De kasteelruïne op de Schauenberg

De kasteelruïne op de Schauenberg (892 m) torent uit boven alle omliggende heuvels en bergen en, dankzij de ligging die ver het Mittelland in reikt, hebben berg en kasteelruïne een bijzondere plaats in de geschiedenis van het Tösstal.

Rond 1200 werd het eerste houten kasteel gebouwd, een eenvoudige adellijke residentie. Waarschijnlijk werd het kasteel halverwege de 13e eeuw verbouwd tot een massief gemetselde woontoren. De eerste schriftelijke vermelding van het kasteel Schauenberg (castro Schowenberg) dateert uit 1260; al in 1242 wordt Rudolf von Schauenberg in bronnen genoemd. In 1344 werd het kasteel verwoest door de Habsburgers samen met bondgenoten uit Zürich en Winterthur.

En toch had de Schauenberg zijn nut nog niet verloren. Vanwege de gevaarlijke situatie als gevolg van de Dertigjarige Oorlog en de religieuze conflicten tussen de kantons zagen de Zürichse autoriteiten zich genoodzaakt om na 1622 een bewakingssysteem op de berg te installeren. Sindsdien heerst er rust op de berg; alleen vredelievende wandelaars bezoeken de berg en de ruïne en genieten van het panorama en het uitzicht over het Tösstal en ver daarbuiten.

De gemeente Turbenthal

Het dorp Turbenthal aan de voet van de berg was nooit een boerendorp. Al in de 15e eeuw waren er veel wevers, ambachtslieden, kooplieden, herbergiers en molenaars.

Ook in de 17e en 18e eeuw domineerden spinnerijen en weverijen het economische leven. Het hele gebied (met uitzondering van het gehucht Neubrunn) behoorde tot het graafschap Kyburg. In 1452 kocht Zürich dit graafschap, en sindsdien maakt de gemeente Turbenthal deel uit van het kanton Zürich.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel)activiteiten in andere regio’s.

De natuur

De natuur is echter niet noemenswaardig veranderd, gekenmerkt door tobeln (ondiepe ravijnen met beekjes), weiden, velden, bossen en glooiende berghellingen.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Elgg; Gemeinde Turbenthal)