De democratische en institutionele Verelendung van de Zwitserse Confederatie

Wat opvalt aan de huidige Zwitserse discussie over het „10-miljoenen-initiatief“ is het gebrek aan inhoud in het standpunt van de tegenstanders. Paniekzaaierij, angst voor de EU en EU-sancties, Trump of de EU, Schwexit (zonder lid te zijn van de EU), de dreigende sluiting van ziekenhuizen, een onmiddellijke immigratiestop voor werknemers en zelfs een absurde vergelijking met Japan worden niet geschuwd. Deze gevolgen, vergelijkingen en vragen staan echter niet ter discussie.

Het gaat om noodzakelijke sturing van arbeidsmigratie en andere vormen van immigratie. In Nederland zijn rellen in dit verband aan de orde van de dag. Steeds meer burgers zijn het zat, zie ook Duitsland, Groot-Brittannië, België, Zweden of Frankrijk; alleen is er daar geen directe democratie.

De discussie

Demagogie van activisten (tot in de hoogste politieke kringen, inclusief leden van de Bondsraad en het parlement), het zwartmaken van de initiatiefnemers of politiek correct populisme zijn funest voor de directe democratie en de samenleving. Niet de inhoud van dit initiatief lijkt het onderwerp van de discussie te zijn, maar de initiatiefneemster wordt aan de schandpaal genageld.

Zij is echter een seismograaf van de samenleving. Democratie betekent macht (kratos) van het volk (demos). Schaf anders de directe democratie en de meerderheid van de kantons af. Dat zou het politieke leven aanzienlijk vereenvoudigen.

De Confoederatio Helvetica (CH) zou dan echter al snel veranderen in Zwitserland (SCH, SCHweiz), een normaal, sociaal, cultureel-linguïstisch en politiek verdeeld Europees land in het midden van Europa. Het Zwitserse systeem van directe democratie is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen wordt nu ondermijnd.

De EU en Zwitserland

En dat is noch een compliment, noch een goed vooruitzicht. De EU is het democratische, economische, monetaire en politieke probleem met hoge schulden, en niet Zwitserland. Zwitserland moet zich democratisch, economisch, monetair en politiek niet europeaniseren, de EU moet zich daarentegen verzwitseren,

De Europese Unie heeft sinds haar oprichting in 1957 een positieve economische en coöperatieve rol gespeeld in West-Europa. Deze Unie is in de eerste plaats een economisch project. Het is ook een project van noodzakelijke Europese samenwerking, maar (financieel-militair) bijna volledig afhankelijk van de VS.

Sinds de megalomane ambities in verband met de invoering van de euro, het buitenlands beleid, de steeds verdergaande centralisatie, de bureaucratisering, de democratische ontmachtiging van de burgers en de regelzucht is het echter steeds verder uit de hand gelopen. Bovendien is deze organisatie, met haar wildgroei aan ambities, wensdenken, instituten, budgetten en ad absurdum gepriviligieerde bureaucratie en politici, niet te hervormen.

De EU heeft vanaf het begin een positieve rol gespeeld als bindende factor en als symbool. Ze heeft echter de vrede in West-Europa van 1945-1989 niet bewaard, en vandaag de dag evenmin in heel Europa. Duitsland was na 1945 platgebombardeerd en volwassen geworden na de (te) snelle opkomst (1871–1914), en Frankrijk maakte niet dezelfde fout als in 1919 (Versailles).

Bij de eerste inzet van de EU, aanvankelijk zonder de VS (1991–1999 tijdens de Balkanoorlogen), ging het al vreselijk mis, en daarna is het er niet beter op geworden: verdeeldheid over mondiale kwesties, verkeerde beslissingen (Afrika, Iran, Nord Stream, zelfs na de eerste invasie van Oekraïne in 2014) of flagrant wanbeleid (bijvoorbeeld bij de absurde milieu- en klimaatdoelstellingen).

En waarom houdt de Raad van Europa zich bijvoorbeeld niet bezig met Erasmus en Horizon voor alle Europese landen, zoals voorheen het geval was? De EU kent zichzelf steeds meer bevoegdheden toe, vaak in strijd met de Europese Verdragen (het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet dit in strijd met zijn wettelijke taak te vaak door de vingers).

Conclusie

Als er vandaag de dag een nieuwe natie ontstaat, denkt men er niet meer aan om een monarchie te stichten (afgezien van een Zwitserse excentriekeling). Evenmin hoeft Zwitserland in de 21e eeuw tot de EU toe te treden (wat feitelijk en constitutioneel het geval is met het nieuwe institutionele verdrag). Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden die aan de EU zijn overgedragen (zoals in het nieuwe beoogde verdrag) betekenen niet het einde van het proces. Integendeel, het is het begin. De EU zal zich steeds meer bevoegdheden toe-eigenen en steeds hogere financiële eisen stellen. Dat is inherent aan haar functioneren, centralistische opzet en bureaucratie.

Nederland en de andere oprichters zijn na het trauma van de eerste helft van de 20e eeuw uiteraard tot de EU toegetreden. Deze grondleggers bevinden zich vandaag echter in een moeilijke democratische, sociale en politieke situatie, wat ook aan de EU te wijten is. De huidige EU vormt een acute bedreiging voor nationale instituties en voor het vertrouwen van burgers in het politieke systeem.

Het nieuwe migratiepact van de EU zal ook weinig tot niets veranderen aan het beheersen van de immigratie. En hoezo samen in Europa? Veel landen van de EU houden zich (te) weinig aan Europese verdragen, ook inzake immigratie, nog afgezien van wijdverbreide corruptie, protectionisme, staatsschulden, de euro of staatssteun.

Spanje heeft onlangs bijvoorbeeld 10 miljard euro geroofd uit het ‘Coronafonds’ om de pensioenen te financieren, Frankrijk verlaagt de pensioenleeftijd weer naar 62 jaar (gefinancierd door de Europese Centrale Bank).

Moge er echter ten minste nog één Helvetische enclave en oase in Europa blijven bestaan, al was het maar als een democratisch, innovatief, decentraal, ondernemend, wetenschappelijk, inspirerend en uniek voorbeeld. Dat is niet de makkelijkste weg, maar op de lange termijn loont het zich. To be or not to be, that is the question.

Frédérique Constant en Nederlandse horlogerie in Zwitserland

Op dinsdag 14 april 2026 organiseerde Stichting Haegsche Tijd in Den Haag een bijeenkomst ter gelegenheid van de verjaardag van Christiaan Huygens (1629-1695),  de uitvinder van de spiraalveer. Deze stichting viert niet alleen jaarlijks zijn verjaardag, maar bereidt ter gelegenheid van de 400e geboortedag van Christiaan Huygens in 2029 een groots internationaal evenement voor, onder andere in samenwerking met Nederlandse horlogemakers,  Zwitserse horlogeindustrie en musea.

Kairos en Chronos

Het logo van Stichting Haegsche Tijd toont de symbolen van Kairos , de Griekse god van het juiste moment, beleving en ervaring, en Chronos, de Griekse god van de exacte tijdmeting. Chronos is tijdmeting voor het functioneren van de economie, het ordelijk functioneren van de private en publieke sfeer en vooral van het tijdelijke, het sterfelijke. Om deze redenen zijn de symbolen van Chronos de zandloper en de zeis. Kairos is daarentegen de patroon van de gevoelens, schoonheid en subjectieve waarneming  van het moment.

Van links naar rechts: Joost Albers (voorzitter Stichting Haegsche Tijd, ambassadeur Karin Mössenlechner namens de Nederlandse ambassade, Niels Eggerding (CEO Frédérique Constant)

Aanbieden van het boek Huygens and Hofwijck (Kees van der Leer en Henk Boers, 2022) door Ben Droste (lid van de Raad van Advies van Stichting Haegsche Tijd) aan Niels Eggerding

De horlogerie in Zwitserland en Nederland

De verbinding en het evenwicht tussen Chronos en Kairos komen treffend tot uitdrukking in de creativiteit, esthetische kwaliteiten, exacte tijdsmeeting en een diversiteit aan toepassingen in het dagelijks, recreatief, professioneel en industrieel gebruik in de Zwitserse horlogeindustrie. Maar Nederlandse horlogemakers zijn ook present op Europees en mondiaal niveau! Een delegatie van Stichting Haegsche Tijd heeft op 3 mei jongstleden de van oorsprong Nederlandse horlogemaker Frédérique Constant bezocht.

Horlogerie Frédérique Constant

Wie kan vermoeden dat deze in Genève gevestigde horlogemaker door Nederlandse ondernemers en gepassioneerde horlogeliefhebbers is opgericht?. In 1988 trok het echtpaar Peter en Aletta Stas de stoute schoenen aan en stichtten het bedrijf Frédérique Constant. De naam ontleenden ze aan wederzijdse familieleden.

Het bedrijf wist zich als nieuwkomer binnen enkele jaren een vaste plaats in de mondiale horlogerie te verwerven. Het hoofdkantoor staat dan ook met reden op een steenworp afstand van de kantoren van traditionele horlogemerken, zoals Rolex, Piaget en Patek Philippe, in Plan-les-Ouates (kanton Genève).

Ondernemerschap, visie en passie

Hun ondernemerschap en jarenlange ervaring in multinationale ondernemingen combineerden ze met een visie en passie voor het vervaardigen van klassieke horloges van hoge kwaliteit en betaalbaar voor het grotere publiek. In 1992 introduceerde het bedrijf het eerste model; in 2025 het 34e nieuwe horloge!

Omdat Peter en Aletta niet van hun visie wilden afwijken, namen ze in 2002 de horlogemaker Alpina over, opgericht in 1883 en met een lange historie van sport- en lifestylehorloges. Alpine legt zich onder andere toe op horloges voor gebruik in  zeilsport, diepzeeduiken, luchtvaart en autoraces.

Frédérique Constant richt zich nog steeds op klassieke modellen, waarbij ontwerpen uit de jaren 1930-1950 veelal als inspiratiebron dienen.

De innovatie en expansie leidden in 2008 zelfs tot de opening van het atelier deMonaco in Monaco. De Nederlandse horlogemaker Pim Koeslag was jarenlang het creatieve brein, en vestigde zich vervolgens in Naarden als zelfstandig horlogemaker.

De reputatie van Hollands glorie in Zwitserland bereikte in 2016 ook de Japanse horlogerie-multinational Citizen, dat het bedrijf overnam. De oprichters droegen vervolgens in 2018 de leiding over aan Niels Eggerding.

Ambacht, ontwikkeling en productie

Het museum en de productiefaciliteit in het hoofdkantoor geven een indruk van bijna veertig jaar innovatie, ambacht en productie. Onder het motto ‘Immersion au cœur de la création horlogère’ leidt deze ‘Manufacture Experience’ bezoekers stap voor stap door het ontwerp- en productieproces van een horloge.

Christiaan Huygens kan over drie jaar met een gerust hart zijn vierhonderste geboortedag in Nederland en Zwitserland tegemoet zien.

(Bron en verdere informatie: Frédérique Constant Watches)

Aletta en Peter Stas, Building a Watch Manufacturer. Frédérique Constant, Alpina, deMonaco, Pennsylvania, 2014)

Het Castrum Rauracense van Augusta Raurica en het Bürkli

Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen, maar de dorpen Augst (kanton Basel-Landschaft) en Kaiseraugst (kanton Aargau) vormden in de Romeinse tijd (13. v. Chr.-410 n. Chr.) het grootste conglomeraat op het grondgebied van het huidige Zwitserland.

Augst tegenwoordig

De twee andere grote steden destijds waren Aventicum (Avenches) en Colonia Iulia Equestris (Nyon) in het huidige kanton Waadt.

Augst en Kaiseraugst vormden de Romeinse Colonia Augusta Raurica, vernoemd naar de Keltische stam Rauraken en keizer Augustus. In het Ratshaus van Bazel staat een standbeeld van de stichter Lucius Munatius Plancus (87-15 v. Chr.).

Lucius Munatius Plancus, de stichter van Augusta Raurica (maar niet van Bazel!)

Augusta Raurica lag aan de Rijn en was in derde eeuw een belangrijke stad aan de grens (Limes) met de Germaanse stammen. Rond 300 n. Chr. bouwden de Romeinen om die reden het grootste fort in Zwitserland: het Castrum Rauracense. Het kasteel geldt ook internationaal als een belangrijk erfgoed uit de laatromeinse tijd.

De afmetingen zijn 292 bij 155 meter. De omvang duidt ook op het belang van deze grensplaats binnen de verdedigingslinie. Het kasteel had waarschijnlijk ook een bestuurlijke functie.

 

De westelijke toegangspoort toen en tegenwoordig

In ieder geval toont het nabijgelegen museum Augusta Raurica het dagelijkse (rijke) Romeinse leven. Het museum herbergt onder andere de Kaiseraugster Silberschatz.

 Plan der spätrömischen Grenzbefestigung entlang des Rheins. Abschnitt von Kembs bis Konstanz  Kartengrundlage: K606-01, © 2004 Swisstopo

Aan de andere kant van de Rijn en aan de andere kant van de Brug stond toen een kleiner fort, waarvan de restanten tegenwoordig nog te zien zijn.

De muren van het kasteel in Kaiseraugst staan er nog deels. Ze geven een indruk van de omvang van het complex. Archeologen zijn er ook in geslaagd een redelijk betrouwbare reconstructie te maken. Na ruim 1 700 jaar zijn de muren echter aan een grote onderhoudsbeurt toe om de gevolgen van vorst, neerslag en wind zo goed mogelijk te herstellen.

Het Bürkli bij Möhlin-Riburg

In de 4e eeuw n.Chr. stond op de Bürkli vermoedelijk een wachttoren van de laat-Romeinse grensversterking (Limes) en in de vroege middeleeuwen bevond zich hier een groot verdedigingscomplex.

De Bürkli bij Möhlin-Riburg is een steilwandig grindterras tussen de Rijn en de Möhlinerbach. De laat-Romeinse Limes langs de Rijn, van Kembs in de Elzas tot Konstanz aan het Bodenmeer, werd beveiligd door dergelijke forten en wachttorens. In het achterland bewaakten forten belangrijke verkeersknooppunten en passen.

Bürkli, Rekonstruktion der frühmittelalterlichen Burgenanlage mit Vorwerk, Vorburg und Kernburg. Bild: Kantonsarchäologie Aargau, René Kindlimann.

De bisschop van Augusta Raurica

Zoals bekend staat een van de oudste bisschopszetels van Zwitserland ook in Kaiseraugst aan de oevers van de Rijn. Ook deze plek is toegankelijk voor het publiek.

De St. Gallus kerk, 5e eeuw

De Bourgondische oorlogen, Zwitserland en academisch anachronisme

Toeval of niet, het feit is het openstellen op 1 april aanstaande van het gerenoveerde kasteel Grandson en museum in kanton Vaud voor het publiek en de tentoonstelling ‘Murten ausgeslachtet’ in het Bernisches Historisches Museum.

Het Bourgondische machtsgebied rond 1474. Beeld: Wikipedia

Het jaar 2026 markeert de 550e herdenking van de veldslagen van Grandson (2 maart 1476) en Murten (22 juni 1476).

Bourgondië tot 1476. Afbeelding: Bernisches Historisches Museum

Het antibourgondische verbond versus de hertog van Bourgondië

De strijdende partijen waren aan de ene kant de hertog van Bourgondië en zijn bondgenoten, onder andere Savoie, aan de andere kant de acht kantons van de Confederatie, de vrije rijkssteden Bazel en Straatsburg (tevens bisdommen), Colmar, Schlettstadt, Mühlhausen, hertog Sigismund van Oostenrijk  en zijn gebieden in Vorderösterreich, de hertog van Lotharingen en met steun van het zieltogende Franse koninkrijk, dat net de 100-jarige oorlog (1337-1453) achter de rug had.

Het opgedeelde hertogdom Bourgondië na 1477. Afbeelding: Bernisches Historisches Museum

Zowel het museum in het Château de  Grandson, het Musée d’Yverdon et région, het Museum Saint-Imier als het Bernisches Historisches Museum belichten deze tijdperiode van 1474 tot 1477 van conflicten van dit anti-Bourgondische verbond. Begin juni publiceert de Swiss Spectator een uitgebreid artikel over deze voor de Europese geschiedenis en Zwitserland zo belangrijke periode. Ook de eerste veroveringen van Bern en Freiburg in 1475 komen bij deze gelegenheid aan de orde.

De Zwitserse Confederatie was militair weliswaar mede dankzij de steun van haar bondgenoten de winnaar in dit conflict, maar Frankrijk en Oostenrijk gingen er met de territoriale buit vandoor. Wel bevestigde de Confederatie hiermee haar militaire, politieke en diplomatieke prestige (na eerder Habsburg diverse keren verslagen te hebben).

Wapen van de hertogen van Bourgondië, Scheiblersches Wappenbuch, Süddeutschland um 1450. Collectie: München, Bayerische Staatsbibliothek, Cod. Icon. 312c

De Confederatie na 1477

De Confederatie van acht groeide uit tot een verbond van 10 soevereine kantons in 1481 (Stanser Verkommnis) en na de Schwabenkrieg en de Vrede van Bazel (1499) tot 13 kantons in 1513.

Hoewel Zwitserse academici boeken en tijdschriften volschrijven over de ‘onzin’ c.q. fake news van 1291 en de mythe van de middeleeuwse wortels van de huidige Zwitserse Confederatie: zelfs zij kunnen niet ontkennen dat uit de boerenrepublieken in de Innerschweiz (al in de 13e eeuw erkend door de keizers van het Heilige Roomse Rijk, uniek in Europa!) uiteindelijk de Confederatie van 1848 is ontstaan.

Louis Braun (1836-1916), detail uit het panorama (1894) van de slag bij Murten.

Het is niet relevant of Willem Tell heeft bestaan of niet, net zo min als de ‘Orte’ of kantons tot 1798 de huidige Confederatie voor ogen stond. In Nederland zijn er de legendarische Bataven; Frankrijk heeft haar Galliërs en Marianne; Italië heeft Romulus en Remus; en bijvoorbeeld Griekenland heeft de godin Athena.  Dat het ‘anders had kunnen gaan’ is, evenmin ‘als’, historisch niet relevant.

Het gaat om de feiten en dat zijn de feitelijke erkenning als onafhankelijke confederatie van soevereine kantons in 1648, haar erkenning in 1815 en huidige constitutionele vormgeving in 1848.

Geen ‘Neidgenossen’, maar Eidgenossen. Collectie: Musée d’Yverdon et région

Academici en andere hoogopgeleiden die spreken van ‘Neidgenossen’ in plaats van ‘Eidgenossen’ en deze feitelijke ontstaansgeschiedenis ontkennen, bagatelliseren en systematisch haar (economische, democratische, monetaire, wetenschappelijke) prestaties en eeuwenoude Europese en globale netwerken  ‘kleinreden’, leven te veel in hun schrijfkamers en ideologie.

Veel landen kenden tot de natievorming in de 19e en 20e eeuw uitsluitend ‘Neidgenossen’, bijvoorbeeld Duitsland, Italië, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Diebold Schilling de Jongere (1460-1515, Luzerner Bilderchronik, 1513, de slag bij Grandson. Facsimile, Bernisches Historisches Museum, Bibiliotheek

Ook in Nederland waren de soevereine provincies tot 1795 niets anders dan ‘Neidgenossen’, toch haalt geen academicus het in zijn of haar hoofd hier boeken en artikelen over vol te schrijven. Evenmin plaatst deze doelgroep het ontstaan van het huidige Nederland uitsluitend in 1806-1810 (Napoleontisch koningschap), 1813 en 1815 (Congres van Wenen), maar vooral in de Unie van Utrecht (1579), de Acte van Verlatinghe (1581) en de erkenning als soevereine republiek in 1648.

Conclusie

De huidige tentoonstellingen in Bern en Murten passen goed in het huidige tijdsbeeld van nuancering en kritische beschouwingen over de oude Confederatie. Zoals historici tot ver in de twintigste eeuw inderdaad eenzijdig nationalistisch verslag deden, belichten huidige historici deze periode echter wat al te anachronistisch en politiek correct, wat toch ook niet de bedoeling van het vak is.

Elgg en de Republiek der Verenigde Nederlanden

Elgg (Kanton Zürich) is een stad met een rijke historie aan de bovenloop van de rivier Eulach. De eerste schriftelijke vermelding dateert uit 760 onder de naam Ailaghoga. De abdij St. Gallen, zelf pas in 719 gesticht, verwierf het plaatsje en de omliggende regio in 760.

Elgg

De Heren van Elgg zijn vervolgens eeuwenlang in dienst van de abdij geweest. 1289 gaf de abt van St. Gallen de plaats in leen aan Habsburg. 1371 verkreeg Elgg stadsrechten en eigen rechtsmacht. Vanaf 1452 ligt de stad in het kanton Zürich. De stad houdt tot 1798 nog wel de eigen jurisdictie en politieke autonomie met een Grosse Rat en een Kleine Rat.

De Juliusbanner van kanton Zug, 1521 Collectie: British Museum Inv. No. 1912,0709.1

Het stadje was  de trotste houder van de Juliusbanner. Deze banner bestaat uit twee doeken met tekst, een zwaard en een hoed, beide gezegend door de paus. De krijgslustige paus Julius II (1443-1513) schonk deze banner in 1512 aan 42 Zwitserse kantons (Zugewandte Orte/geallieerden) en lokale machthebbers als dank voor hun militaire steun in de oorlog tegen Frankrijk in Noord-Italië in 1508-1510. Elgg had ook met soldaten/huurlingen voor de paus gevochten. Twintig jaar daarna nam de stad het protestantse geloof aan.

Collectie: Landesmuseum Zürich

Er is ook een Nederlandse historie in Elgg, zoals op zoveel plaatsen in Zwitserland. Hans Felix Werdmüller (1658-1725)  verwierf het kasteel in 1712.

Johann Caspar Ulinger (1703-1768). Slot Elgg in 1741

Deze burger van Zürich was niet zomaar iemand, maar Generaal-Majoor in dienst van de Republiek van de Zeven Verenigde Provincies en lid van de Grote Raad (Grosse Rat) van Zürich. Na zijn dood bedong hij dat het Slot Elgg altijd in zijn familie bleef, wat tegenwoordig nog steeds het geval is.

De hervormde kerk van Elgg

De Franse inval in 1798 betekende het einde van de zelfstandige rechtsmacht van Elgg. Het stadje was in de Helvetische Republiek (1798-1803) districtshoofdstad en in de nieuwe Confederatie (1803-1813)  zelfstandige gemeente van het district (Bezirk) Winterthur.

Het veelzijdige industriële, handels- en dienstverlenende komt ook tot uitdrukking in de fabrieksgebouwen, koopmanshuizen, tavernes en monumentale panden. Horloge-, schoenen-, staal-, metaal-, steen-, glas- en textielindustrie, herbergen voor reizigers en overslagplaatsen voor goederen en andere dienstverlening passeerden de afgelopen eeuwen de revue.

De aansluiting bij het spoorwegennet (1855) en de kanalisatie van de rivier Eulach (1914) creëerden telkens nieuwe mogelijkheden na het verlies van andere industrieën. Het landschap in dit grensgebied met het kanton Thurgau is echter onveranderd mooi en fascinerend.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Elgg)

Het Heimatmuseum

Het nabijgelegen dorp Aadorp

En het mooie plaatsje Weiach (kanton Zürich)

De kerk (1706)

Het oude gemeentehuis (Altes Gemeindehaus)

De ‘Pfarrscheune’

De natuur

Estavayer-le-Lac en de loop der geschiedenis

Estavayer-le-Lac als stad is ontstaan in de 12e eeuw als residentie van de seigneurs van Estavayer. De stad is gelegen aan het meer van Neuchâtel. Paaldorpwoningen uit de 9e eeuw kwamen ook hier aan de oppervlakte na de verlaging van het waterpeil in de jaren 1868-1891.

Kelten uit de Hallstatt- en de Latèneperiode hebben hoogstaande ijzerwerken nagelaten. In de Romeinse tijd was het een havenplaats met de naam Staviolum, bewoond door Helveten, en een handelspost op weg naar Aventicum (het huidige Avenches). De Motte-Châtel was destijds het bewoonde deel.

Na het vertrek van de Romeinen maakte de plaats deel uit van het Bourgondische Rijk (436-554), het Merovingische en Karolingische Rijk (534-888), het tweede Bourgondische Rijk (888-1032), met het nabijgelegen Payerne als belangrijk bestuurlijk en religieus centrum.  In het Heilige Roomse Rijk waren de seigneurs  van Estavayer en de bisschop van Lausanne na 1032 de belangrijkste gezagsdragers in Estavayer. Andere pretendenten waren de seigneurs van Grandson en de graven van Neuchâtel.

La tour de Jaquemart (1443)

In 1156 was de plaats bekend onder de naam Stavaiel en later Estavaier. De Duitstalige naam was Stäffis am See. De seigneurs van Estavayer bouwden drie kastelen (de Motte-Châtel, Chenaux en Savoie) binnen de stadsmuren, die nog steeds deels of in goede bewaarde staat hun middeleeuwse aanzien en bouw hebben.

Kasteel Chenaux (1285)

Kasteel Chenaux is nog steeds prominent aanwezig in het stadsbeeld. Een belangrijke gebeurtenis was de toenadering tot de graven van Savoie in 1244. Vanaf dat moment maakte Estavayer deel uit van Vaud savoyard. Isabelle de Chalon, Dame de Vaud en een telg van Savoie, verwierf de stad bovendien in 1349.

De toren de Lombardie (links) uit 1474, de toren (c. 1316) van het voormalige kasteel van Savoie (rechts)

De stad was een bestuurlijk centrum in Vaud savoyard (vertegenwoordigers namen deel aan de bijeenkomsten van de États de Vaud in Moudon). De band met Savoie had grote gevolgen ten tijde van de Bourgondische oorlogen (1474-1477). Bern en Freiburg veroverden en plunderden de stad in 1475 (Savoie was een bondgenoot van de hertog van Bourgondië).  Vanaf dat moment bestuurt het katholieke kanton Freiburg de stad en maakte Estaveyer deel uit van kanton Freiburg.

Het klooster van de Dominicanen, gesticht rond 1316.

Het katholieke karakter is dan nog alom tegenwoordig. Het in 1316 gestichte klooster van dominicanen bestaat nog steeds; de Jezuïten zijn echter in de 19e eeuw uit de stad verdwenen (verbannen). Het Collégiale Saint-Laurent straalt nog steeds in volle glorie en is onder andere de laatste rustplaats van Humbert de Savoie (1377-1443).

Collégiale Saint-Laurent

Indrukken uit Estavayer-le-Lac

Kasteel Chenaux

Hôtel de Ville

Place de Moudon uit dezelfde tijd als de Motte-Châtel,en de Maison de Tir (1547) 

Maison des Sires (14e eeuw) bij de Motte-Châtel 

Kasteel, benedictijnse priorij Saint-Jean-Baptiste en stad Grandson

De eerste vermelding van kasteel en de Seigneurie Grandson (kanton Vaud) stamt uit het jaar 1100. Tot de dertiende eeuw is niet veel meer bekend dan dat in 1146 een benedictijns klooster is gesticht, dat nog steeds met zijn prachtige Romaanse architectuur, sculptuur en fresco’s in het centrum van het stadje staat. In een latere periode zijn gotische aanpassingen aangebracht.

Othon I van Grandson (1238-1328) heeft de vesting en de macht van de seigneurie aanzienlijk uitgebreid, mede door een verbond met Savoie. Het kasteel is vervolgens een periode (1389-1420) beheerd door het Huis van Savoie en vanaf 1420 door het Huis van Chalon, een bondgenoot van Karel de Stoute (1433-1477), hertog van Bourgondië.

De bouwmaterialen van het kasteel. Afbeelding: Château de Grandson

Het netwerk van kastelen uit de 11e-14e eeuw. Tussen 1230 en 1320 ontstond in het Pays de Vaud een netwerk van vestingwerken voor verdediging, bestuur en  uitoefening van de macht door de bisschoppen van Lausanne en Genève, het Huis van Savoye en zijn vazallen, de heren van Cossonay-Prangins, het graafschap Gruyère en de heren van Grandson. Afbeelding: Château de Grandson

Het kasteel was om deze reden een slagveld in de strijd tussen Karel en de Eidgenossen en hun bondgenoten. Ze versloegen de hertog op 2 maart 1476 bij de Slag van Grandson.

Vanaf dat moment bestuurden Bern en Fribourg om de beurt de Grandson. Het kasteel was de residentie van de voogden tot 1798.

Vervolgens werd het kasteel in 1803 eigendom van het nieuwe kanton Vaud en daarna nog van een aantal privé-eigenaren.

De private eigenaars. Afbeelding: château de Grandson

Een stichting beheert tegenwoordig het kasteel, dat eveneens het museum van Grandson herbergt.

De priorij Saint-Jean-Baptiste

De priorij Saint-Jean-Baptiste is gesticht in de 11e eeuw. Het is een juweel van romaanse en gotische kunst en behoort tot het nationale erfgoed.

De architectuur weerspiegelt de verschillende bouw- en transformatiefasen die elkaar in negen eeuwen hebben opgevolgd. De Romaanse architectuur, sculptuur en fresco’s zijn grotendeels behouden.

In 1178 is de benedictijnse priorij aan de monniken van de Chaise-Dieu in Auvergne overgedragen. Aan het einde van de 13e eeuw is de abside van het koor in gotische stijl herbouwd en is de noordelijke kapel toegevoegd. Tijdens de Reformatie in 1554  is het klooster ontbonden en werd de kerk een protestants gebedshuis. In de 19e eeuw is de westgevel volledig verbouwd.

(Bron en verdere informatie: Commune de Grandson, Église médiévale de Grandson, Grandson, 2025;  Château-Grandson.ch).

Impressies van de voormalige priorij Saint-Jean-Baptiste

Impressies van het kasteel van Grandson

Impressies van Grandson

Hôtel de Ville  en voormalig klooster des Cordeliers (1289)

Yverdon-les-Bains van Menhirs tot kuuroord

Yverdon-les-Bains (kanton Vaud) ligt op een kruispunt van landwegen van oost naar west, van noord naar zuid en aan waterwegen over de Neuenburgersee en de Zihl.

Menhirs

De grootste menhir en de grootste menhirverzameling (45 menhirs) in Zwitserland staan in deze regio. Ze stammen uit het vierde millennium v. Chr.

Collectie: Hautrive, Laténium

Collectie: Musée d’Yverdon et Région

Paaldorpwoningen

Bovendien zijn paaldorpwoningen ontdekt die teruggaan  tot deze tijd en het begin van het eerste millennium. De oudste dateren uit het vierde millennium v. Chr., de jongste uit het begin van het eerste millennium v.Chr. (de late Bronstijd).

De paaldorpwoningen bevinden zich in de Baie de Clendy. Ze horen tot de 56 vindplaatsen in Zwitserland op de Unesco-Welterbeliste.  Een keltisch oppidum van ongeveer  4 hectare  en een murus gallicus uit de eerste eeuw v. Chr. zijn onlangs opgegraven.

Collectie: Musée d’Yverdon et Région

Romeinse tijd

In de Romeinse tijd ontstond aan beide oevers van de Zihl de vicus Eburodunum. In 1912 zijn Romeinse termen opgegraven. Dit geeft aan dat ‘Les Bains’ zijn naam en bekendheid al in de Romeinse tijd verdiende.

Collectie: Musée d’Yverdon et Région

In de onrustige vierde eeuw, onder andere met een plundering van Aventicum (het huidige Avenches), is in Eburodunum vanwege de strategische ligging een castrum (Romeinse kasteel) gebouwd. Vanwege de christening in de 5e eeuw stond op deze locatie ook de eerste kerk.

De heerschappij van Savoie en Bern

Na de Romeinen volgde de heerschappij van het eerste Bourgondische koninkrijk,  het bisdom Lausanne, het Merovingische en Karolingische koninkrijk, het tweede Bourgondische koninkrijk, het Heilige Roomse Rijk en lokale heersers en rond 1250 het graafschap Savoie.

Het kasteel, een typische Carré Savoyarde, ontstond rond 1260. Tijdens de Bourgondische oorlogen verwoestten Freiburg en Bern de stad in 1476.

De Berner salle d’Audience en ‘Nebenstuben’, rond 1585

Na een nieuwe periode onder Savoie, veroverde Bern de stad in 1536 opnieuw en bestuurde haar vervolgens tot 1798. Het raadhuis (1760) stamt uit deze periode. De Berner voogd zetelde in het kasteel.

Jean-Jacques Berthoud, vue de la ville d’Yverdon-les-Bains, 1755. Collectie: Musée d’Yverdon et Région

Yverdone voerde gedwongen door Bern in 1536 de Reformatie door, met grote gevolgen voor de Notre-Dame, die deels werd afgebroken en nieuw werd ingericht.

Europese vermaardheid als kuuroord kreeg de stad in de tweede helft van de 19e eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Collectie: Musée d’Yverdon et Région

(Bron en verdere informatie: Musée d’Yverdon et Région; Commune d’Yverdon-les-Bains)

Magden, Maisprach, Olsberg, Giebenach en Toblerones schrijven geschiedenis

Kleine dorpen schrijven vaak grote geschiedenis in Zwitserland. Niet ver van Rheinfelden (kanton Aargau) liggen de dorpen Magden (kanton Aargau), Olsberg (kanton Basel-Landschaft en kanton Aargau) en Maisprach en Giebenach (kanton Basel-Landschaft).

De eerste vermelding van Magden stamt uit 804 in een oorkonde van de abdij St. Gallen. De abdij verpachtte de nederzetting met de (Keltische) naam magos dunon. De eerste melding van de kerk is in 1036. De graaf van Lenzburg schonk de kerk en haar landgoed (voor de wijnbouw) later aan het Chorherrenstift Beromünster (kanton Luzern).

Rheinfelden was vanaf de middeleeuwen de machtige buur van het dorp. Tot 1801 bestuurde Habsburg het Fricktal, inclusief Magden en Rheinfelden. Vanaf 1803 maakt het dorp deel uit van kanton Aargau. Magden is met ongeveer 800 werkzame personen en 10 hectaren wijnbouwgrond nog steeds een belangrijke wijnproducent.

De middeleeuwse kerk van Magden

Klooster Hortus Dei in Olsberg

Op loopafstand van Magden is in 1234 het cisterciënzerklooster Hortus Dei (tuin van God) in het dorp Olsberg gesticht. Het klooster is in 1805 ten tijde van de nieuwe Confederatie (1803-1813) en de oprichting van kanton Aargau opgeheven. Het kreeg in 1806 een bestemming van oecumenische inrichting (wat modern was voor die tijd) voor (her)opvoeding van meisjes en jonge vrouwen.

De Pestalozzi-Stiftung beheerde vanaf 1846 het complex als (her)opvoedingscentrum voor jongens en jonge mannen. Tegenwoordig is het complex eigendom van het kanton en is het voor diverse activiteiten ingericht.

De historie van Olsberg is even bijzonder als het dorp klein is (tegenwoordig 350 inwoners). Olsberg heeft een lange (pre)historie van bewoning achter de rug. In de Romeinse tijd lagen hier villa’s en boerderijcomplexen. Het dorp lag immers vlakbij de Romeinse Colonia Augusta Raurica in een vruchtbaar dal.

Een deel van het kleine dorp, ten noorden van de Violenbach, hoorde vanouds bij Rheinfelden en het Fricktal. Habsburg bestuurde dit deel van het dorp tot 1801.

De stad Bazel bestuurde het dorp aan de zuidelijke oever van de Violenbach. Vanaf 1833 is Olsberg een gemeente in kanton Basel-Landschaft.

De Violenbach

Kloosterhof Iglingen

Het kleine kloosterhof Iglingen (kanton Aargau) is in 1255 gevestigd. Het ligt in een dal tussen Wintersingen (kanton Basel-Landschaft) en Magden. Zijn in 1509 ingewijde kerk ging in 1860 door brand verloren. Alleen het koor bleef behouden en is sindsdien in gebruik als de St. Niklauskapelle.

Het huidige complex bestaat uit twee hoven. Sinds 1918 beheert en verpacht de Christoph Merian Stiftung het complex en de landbouwgronden.

Maisprach Romeinen, Bazel en wijn

Ongeveer 4 kilometer van Magden ligt het dorp Maisprach. De eerste vermelding dateert uit 1180 met de naam Meisprache en in 1247 als Mesbrache, Deze namen duiden op een Keltische oorsprong en een Romeinse verleden.

Maisprach

Magden (l) en Maisprach (r)

Op de Sunnenberg bevond zich een oude verdedigingsstoren en in het dorp op de plaats van de huidige kerk, op de zogenaamde ‘Hübel’, een Romeinse villa. De muur van het kerkhof herbergt nog oude stenen (spolia) van deze villa’s.

De Sonnenberg met toren

De graven Von Thierstein bestuurden het dorp tot 1461 . De stad Bazel verwierf het dorp in dat jaar. De wijnbouw wordt al in de veertiende eeuw vermeld in documenten. De ‘rote Maisperger’ was en is nog steeds een (lokaal) begrip. De Mariakerk is in 1291 ingewijd. Toren en koor zijn in 1711 verbouwd.

Ten tijde van de afsplitsing van Bazel in de jaren 1831-1833 was Maisprach een voorstander van verblijf bij kanton Bazel en tegen afscheiding.

Giebenach en de Violenbach

Giebenach ligt in district Liestal (kanton Basel-Landschaft) en de Violenbach doorkruist ook dit dorp. De oude middeleeuwse naam was ‘In villa Gibennacho’ of ’bi dem hofe ze Gybenach’.

Ook hier laggen Romeinse villa’s en landbouwcomplexen aan de oorsprong van het dorp ten grondslag. De gronden waren eerst eigendom van de graven van Alt-Homburg en Homburg. De stad Bazel verwierf het dorp in de zestiende eeuw en sinds 1833 maakt het deel uit van het kanton Bazel-Landschaft.

Conclusie

Dit gebied heeft in de Schwabenkrieg (1499), de Reformatie (rond 1530) en in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648, plunderingen door Zweedse troepen in 1633-1636) veel onrust en oorlogsgeweld gekend. Ook de grenzen van de kantons, zelfs dwars door een klein dorp, duiden op ‘the fate of history’. Ze hebben in ieder geval geschiedenis geschreven vanaf de (pre)historie tot in de negentiende eeuw.

Magdenerbach en het natuurgebied Ängi in het Magdenertal

Het voormalige stift Olsberg

De omgeving

De Bundes-Eiche

De Toblerones

Grensafbakening tussen kantons en gemeenten in de Confederatie

De buitengrenzen van de Zwitserse Confederatie zijn sinds 1815 vrijwel ongewijzigd gebleven. Door het ingrijpen van Napoleon (1798-1813) waren de buitengrenzen ingrijpend veranderd, en het Congres van Wenen (1814/1815) bevestigde de onafhankelijkheid en de grenzen van de nieuwe Bondsstaat in 1815.

Rhäzüns, het laatste Oostenrijkse gebied binnen de Confederatie, werd in 1819 onderdeel van het kanton Graubünden. De koning van Pruisen deed uiteindelijk in 1857 formeel afstand van het vorstendom Neuchâtel, dat sinds 1815 een kanton van de Bondsstaat was en sinds 1848 formeel een republiek.

Toch zijn er in de Zwitserse Bondsstaat nog steeds twee buitenlandse enclaves: Campione in het kanton Ticino en Büsingen in het kanton Schaffhausen. De laatste uitbreiding van het grondgebied van de Zwitserse Bondsstaat betreft het dorpje Cavaione in Graubünden dat lange tijd in niemandsland lag.

Magden, Buus, Wintersingen and Maisprach

Des te dynamischer zijn daarentegen de verschuivingen binnen de Confederatie, kantons en gemeenten. De lappendeken van gemeenten uit verschillende kantons (Vaud, Bern, Freiburg) in de Drie Merenregio en in de kantons Solothurn, Basel-Landschaft en Aargau wijst op een dynamisch historisch proces. De oprichting van het kanton Jura in 1979 en recentelijk de overgang van Moutier van het kanton Bern naar het kanton Jura zijn eveneens terug te voeren op dit eeuwenlange proces.

De Sonnenbergtoren (op 632 m hoogte)

Een typisch voorbeeld is de grensvorming tussen kleine, eeuwenoude dorpen aan de voet van de Sonnenberg. Na de verovering van Aargau door de Confederatie in 1415 bleef het Fricktal tot 1803 Habsburgs-Oostenrijks bezit. Op verschillende plaatsen zijn nog grensstenen van Habsburg-Oostenrijk aanwezig, evenals die van Bern, van het bisdom Bazel en van de stad Bazel. Eeuwenlang streden de stad Bazel en Oostenrijk om het bezit van de Sonnenberg. Magden, Maisprach en de Sonnerberg waren belangrijke posten op de handelsroute Rheinfelden-Gelterkinden  op een belangrijke handelsweg

Zicht op de Farnsburg

De Sonnenberg

Op 13 juli 1461 had de stad Bazel de dorpen Buus, Wintersingen en Maisprach uit het Amt Farnsburg van de graven van Falkenstein verworven. Dit gebied was een soort enclave binnen het Fricktal. De Sonnenberg behoorde lange tijd tot het bezit van een burger van de gemeente Maisprach. Deze verkocht de Sonnenberg in de 14e of 15e eeuw, in ieder geval vóór 1461, aan Oostenrijk, dat daarmee de grens van het Fricktal vastlegde.

De Sonnenberg en de dorpen Buus, Maisprach en Wintersingen

Bazel betwistte deze grens; bovendien lag een deel van het gebied van de dorpen Buus en Wintersingen in het Oostenrijkse Fricktal. Het juridische geschil tussen Bazel en Oostenrijk duurde vele generaties, en pas in 1689 werd een akkoord bereikt: de berg werd in tweeën gedeeld.

De deling van de Sonnenberg in 1684. Dit wordt jaarlijks in Maisprach op de Banntag herdacht.

Huidige grenssteen van Basel-Landschaft op de Sonnenberg

Vanwege deze geschiedenis sloten de dorpen Buus, Maisprach en Wintersingen (Kanton Bazel) zich in 1529 aan bij de Reformatie van Basel; Magden (Fricktal en vanaf 1803 kanton Aargau) bleef echter katholiek. Een anekdote vertelt dat de jeugd uit Buus, Maisprach en Wintersingen daarna liever de vrolijke katholieke feesten in het Fricktal en Magden bezocht dan de strenge protestantse bijeenkomsten – tot ongenoegen van dominees en andere notabelen.

Kanton Bazel tot 1833 (links), het Oostenrijkse Fricktal (rechts)

En toch betekende 1815 niet het einde van de geschiedenis voor deze dorpen. Buus, Maisprach en Wintersingen (kanton Bazel) maakten nog een grote verandering mee: de opdeling van het kanton Bazel in 1833. Buus, Maisprach en Wintersingen behoorden vanaf 1833 tot het kanton Basel-Landschaft (Maisprach steunde overigens de stad Bazel en niet de separatisten).

En ook daarmee was de situatie nog niet eenduidig: delen van het grondgebied van de gemeenten Buus en Wintersingen lagen namelijk in het nieuwe kanton Aargau. Pas in 1893 werd dit laatste conflict opgelost: Buus en het kanton Basel-Landschaft verwierven de gebieden Neu en Eigenried, terwijl Wintersingen daarentegen Iglingen definitief aan het kanton Aargau verloor.

Conclusie

Sindsdien is de erfenis van de Oostenrijk-Habsburg in der minne geregeld. Dit proces heeft bijna vijf eeuwen geduurd. Misschien is dit ook een spiegel voor begrip of op zijn minst kennis met betrekking tot de aanleiding van andere historische conflicten in Europa en elders in de wereld.