De Bourgondische oorlogen, Zwitserland en academisch anachronisme
16 mei 2026
Toeval of niet, het feit is het openstellen op 1 april aanstaande van het gerenoveerde kasteel Grandson en museum in kanton Vaud voor het publiek en de tentoonstelling ‘Murten ausgeslachtet’ in het Bernisches Historisches Museum.

Het Bourgondische machtsgebied rond 1474. Beeld: Wikipedia
Het jaar 2026 markeert de 550e herdenking van de veldslagen van Grandson (2 maart 1476) en Murten (22 juni 1476).

Bourgondië tot 1476. Afbeelding: Bernisches Historisches Museum
Het antibourgondische verbond versus de hertog van Bourgondië
De strijdende partijen waren aan de ene kant de hertog van Bourgondië en zijn bondgenoten, onder andere Savoie, aan de andere kant de acht kantons van de Confederatie, de vrije rijkssteden Bazel en Straatsburg (tevens bisdommen), Colmar, Schlettstadt, Mühlhausen, hertog Sigismund van Oostenrijk en zijn gebieden in Vorderösterreich, de hertog van Lotharingen en met steun van het zieltogende Franse koninkrijk, dat net de 100-jarige oorlog (1337-1453) achter de rug had.

Het opgedeelde hertogdom Bourgondië na 1477. Afbeelding: Bernisches Historisches Museum
Zowel het museum in het Château de Grandson, het Musée d’Yverdon et région, het Museum Saint-Imier als het Bernisches Historisches Museum belichten deze tijdperiode van 1474 tot 1477 van conflicten van dit anti-Bourgondische verbond. Begin juni publiceert de Swiss Spectator een uitgebreid artikel over deze voor de Europese geschiedenis en Zwitserland zo belangrijke periode. Ook de eerste veroveringen van Bern en Freiburg in 1475 komen bij deze gelegenheid aan de orde.
De Zwitserse Confederatie was militair weliswaar mede dankzij de steun van haar bondgenoten de winnaar in dit conflict, maar Frankrijk en Oostenrijk gingen er met de territoriale buit vandoor. Wel bevestigde de Confederatie hiermee haar militaire, politieke en diplomatieke prestige (na eerder Habsburg diverse keren verslagen te hebben).

Wapen van de hertogen van Bourgondië, Scheiblersches Wappenbuch, Süddeutschland um 1450. Collectie: München, Bayerische Staatsbibliothek, Cod. Icon. 312c
De Confederatie na 1477
De Confederatie van acht groeide uit tot een verbond van 10 soevereine kantons in 1481 (Stanser Verkommnis) en na de Schwabenkrieg en de Vrede van Bazel (1499) tot 13 kantons in 1513.
Hoewel Zwitserse academici boeken en tijdschriften volschrijven over de ‘onzin’ c.q. fake news van 1291 en de mythe van de middeleeuwse wortels van de huidige Zwitserse Confederatie: zelfs zij kunnen niet ontkennen dat uit de boerenrepublieken in de Innerschweiz (al in de 13e eeuw erkend door de keizers van het Heilige Roomse Rijk, uniek in Europa!) uiteindelijk de Confederatie van 1848 is ontstaan.

Louis Braun (1836-1916), detail uit het panorama (1894) van de slag bij Murten.
Het is niet relevant of Willem Tell heeft bestaan of niet, net zo min als de ‘Orte’ of kantons tot 1798 de huidige Confederatie voor ogen stond. In Nederland zijn er de legendarische Bataven; Frankrijk heeft haar Galliërs en Marianne; Italië heeft Romulus en Remus; en bijvoorbeeld Griekenland heeft de godin Athena. Dat het ‘anders had kunnen gaan’ is, evenmin ‘als’, historisch niet relevant.
Het gaat om de feiten en dat zijn de feitelijke erkenning als onafhankelijke confederatie van soevereine kantons in 1648, haar erkenning in 1815 en huidige constitutionele vormgeving in 1848.



Geen ‘Neidgenossen’, maar Eidgenossen. Collectie: Musée d’Yverdon et région
Academici en andere hoogopgeleiden die spreken van ‘Neidgenossen’ in plaats van ‘Eidgenossen’ en deze feitelijke ontstaansgeschiedenis ontkennen, bagatelliseren en systematisch haar (economische, democratische, monetaire, wetenschappelijke) prestaties en eeuwenoude Europese en globale netwerken ‘kleinreden’, leven te veel in hun schrijfkamers en ideologie.
Veel landen kenden tot de natievorming in de 19e en 20e eeuw uitsluitend ‘Neidgenossen’, bijvoorbeeld Duitsland, Italië, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Diebold Schilling de Jongere (1460-1515, Luzerner Bilderchronik, 1513, de slag bij Grandson. Facsimile, Bernisches Historisches Museum, Bibiliotheek
Ook in Nederland waren de soevereine provincies tot 1795 niets anders dan ‘Neidgenossen’, toch haalt geen academicus het in zijn of haar hoofd hier boeken en artikelen over vol te schrijven. Evenmin plaatst deze doelgroep het ontstaan van het huidige Nederland uitsluitend in 1806-1810 (Napoleontisch koningschap), 1813 en 1815 (Congres van Wenen), maar vooral in de Unie van Utrecht (1579), de Acte van Verlatinghe (1581) en de erkenning als soevereine republiek in 1648.
Conclusie
De huidige tentoonstellingen in Bern en Murten passen goed in het huidige tijdsbeeld van nuancering en kritische beschouwingen over de oude Confederatie. Zoals historici tot ver in de twintigste eeuw inderdaad eenzijdig nationalistisch verslag deden, belichten huidige historici deze periode echter wat al te anachronistisch en politiek correct, wat toch ook niet de bedoeling van het vak is.
