Het Strandbad Weggis – van Schandbad tot Lido-Hallenbad

De periode na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) leidde ook in Zwitserland tot veel veranderingen in politiek, kunst en samenleving.

De Kurverein Weggis (kanton Luzern) opende,  bijvoorbeeld, het strandbad Lido Weggis in 1919. Het was de eerste faciliteit in Zwitserland waar mannen en vrouwen samen konden baden in het Vierwoudstedenmeer, niet gescheiden door een afrastering.

Het nieuwe bad in de Rigi-regio was een groot succes en werd een voorbeeld voor andere baden in Luzern, Genève, Fürigen aan de voet van de Bürgenstock, in Wesen aan het Walenmeer, in Zürich, in Stansstad, Flüelen, Gersau, Vitznau en Buochs.

Uiteraard waren er ook tegenstanders (“ein schändliches Treiben“, „das Schandbad”) die de aandacht op zich vestigden in kranten en in de (lokale) politiek.

Er waren ook satirische geluiden: “Früher hätte es geschadet der Moral, heut jedoch wird gestrandbadet überall. Erst fing es in Weggis an und dann kam Luzern (das Lido) daran…“ (Vroeger zou het ten koste zijn gegaan van de de moraal, tegenwoordig wordt echter overal zo vertoeft in het strandbad. Het begon in Weggis en daarna kwam Luzern..“).

Of de melancholische: “Das waren noch Zeiten der ‚Poesie‘, in denen man öffentlich muckte und heimlich von beiden Seiten durch die Astlöcher und Ritzen guckte …” (Der Nebelspalter, 8 augustus 1922) (Dat waren nog eens poëtische tijden, waarin mensen in zwemkledij rondliepen en stiekem van beide kanten door de gaten en kieren gluurden)

Het Lido-Hallenbad in Weggis bestaat nog steeds en is sinds 1919 aanzienlijk uitgebreid. Het concept en de locatie zijn echter niet veranderd.

Impressies van Weggis

 

De Dufourkaart en de Europese Unie

De topografische kaart van Zwitserland op schaal 1:100 000, beter bekend als de Dufourkaart, biedt nog steeds talrijke historische, culturele en politieke aanknopingspunten. De maker van deze kaart, Guillaume-Henri Dufour (1787-1875), was generaal in de Sonderbundsoorlog (1847) en lid van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) bij de oprichting ervan (1863).

De Dufourkaart

De kaart is een interessante cultuurhistorische en politieke bron, omdat zij voor het eerst de federalistische samenwerking tussen de verschillende kantons in het land laat zien. Zij is een symbool voor het ontstaan van de moderne Zwitserse natiestaat, die in 1848 is gesticht.

De Dufourkaart in het Bundeshaus in Bern staat symbool voor de stichting van de Confoederatio Helvetica. De symboliek van de Rütli-eed en de kaart symboliseren de lange ontstaansgeschiedenis vanaf de late middeleeuwen tot in de moderne tijd.

De kaart toont niet alleen de regio’s en de grenzen met de buurlanden. Ze verwijst bovendien naar de politieke structuur van de Zwitserse Bondsstaat, die bestaat uit de kantons, waarvan de door het volk gekozen vertegenwoordigers in de Nationale Raad (Nationalrat/Conseil fédéral) en de Raad van Staten (Ständerat/Conseil des États) in dit gebouw het land besturen.

Bovendien staat deze kaart ook symbool voor waarden als nauwkeurigheid, precisie en baanbrekende prestaties van Zwitserland en, in bredere zin, ook voor traditie, integratie en samenleven in een kosmopolitische, multiculturele en meertalige samenleving.

Het haalbare en diversiviteit

Deze kaart en Zwitserland tonen echter ook het uiterst haalbare voor een goed functionerende directe democratie, die gebaseerd is op subsidiariteit, decentralisatie en federalisme.

Als een zeer jong lid van het parlement (misschien zelfs de voorzitter van de Nationale Raad in 2027) meer verscheidenheid en diversiteit nastreeft, getuigt dit vooral van een gebrek aan kennis, inzicht en begrip van Zwitserland.

Hoe divers kan een land zijn met vier talen, 26 soevereine kantons, dialecten en culturen, veel gemengde huwelijken en immigranten, verschillende religies en veel uiteenlopende landschappen? Blijkbaar is het de bedoeling om het zeer diverse Zwitserland om te vormen tot een stammaatschappij met veel kleine gemeenschappen zonder al te veel ‘Swissness’, die weinig tot niets met elkaar gemeen hebben.

De Europese Unie

Het is niet alleen deze ideologie – nu onder de naam „Europees federalisme in plaats van Europees socialisme“ – die het decentrale, federale, direct-democratische en op subsidiariteit gerichte model bedreigt.

Zelfs (te) veel leden van de generatie van de nieuwe Confederatie van 1848, waarvan het volk en de kantons de grondleggers zijn, streven dit doel na, waarbij met name de angst voor sancties van de Europese Unie, het systematisch kleineren van Zwitserland en (tijdelijke, onzekere en onstabiele) geopolitieke motieven de drijfveer vormen.

In werkelijkheid spreekt er echter weinig voor de afschaffing van het Zwitserse model en een (voorlopig beperkt) lidmaatschap van de Europese Unie. Een overdracht van grondwettelijke, uitvoerende, rechterlijke en wetgevende bevoegdheden aan de EU impliceert uiteraard lidmaatschap van de EU.

De  instabiele politieke, maatschappelijke, sociale, democratische, monetaire en financiële situatie in Duitsland, Frankrijk, België en op een aantal van deze gebieden zelfs in Nederland is een waarschuwing, nog afgezien van het bureaucratische, technocratische, ondemocratische en vooral op subsidies gebaseerde model van de EU.

Conclusie

Zwitserland is gebaseerd op globalisering, kwaliteit en het innovatieve bottom-up-model, de EU op kwantiteit, protectionisme, top-down-subsidies, megalomane projecten, steeds meer schulden en (fiscale) bevoegdheden en ‘one size fits all’-maatregelen op steeds meer terreinen.

De Dufourkaart zou uit het Bundeshaus verwijderd moeten worden, mochten de kantons in een staatsgreep à la Suisse door leden van het parlement worden genegeerd, in strijd met de letter en de geest van de grondwet van 1848.

Dogmatische ideologie, wensdenken en de drang om ‘erbij te horen’ vervangen het Zwitserse pragmatisme, realisme, het oog voor het haalbare en het detail. Niet alleen de grote lijnen, maar ook de details en de vele ingrijpende (on)voorziene gevolgen van het beoogde nieuwe verdrag met de EU zijn niet veelbelovend voor Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: www.swisstopo.ch/dufour)

Ardez, kasteel Steinsberg en de Vonzun Turm

Het dorp Ardez (Gemeente Scuol, kanton Granbünden) is voor het eerst in 842 in een Karolingisch document vermeld. De toren van de burcht Steinsberg is het enige intacte deel van het eens machtige kasteel Steinsberg. In 1499 is het tijdens de Schwabenkrieg door keizerlijke troepen van Habsburg in as gelegd.

Het kasteel is gebouwd in de twaalfde eeuw door de heren van Frickingen uit Überlingen aan de Bodensee, dat toen deel uitmaakte van het Hertogdom Zwaben.

Met het uitsterven van deze dynastie in 1268 werd ook Ardez inzet van de ambities van Habsburg (de rechtsopvolgers van de graven van Tirol), de bisschop van Chur en lokale heersers, met name de kloosters Marienberg en Müstair.

Ardez is door een brand in 1622 geheel verwoest, maar weer herbouwd. De huidige dorpskern stamt grotendeels uit de zeventiende eeuw. Het dorp is tegenwoordig een prachtig Engadiner monument met de toren als blikvanger.

De Vonzun-toren, ook wel la Parschun genoemd, behoort samen met de burcht Steinsberg tot de oudste gebouwen van het dorp. De toren is rond 1250 gebouwd.

(Bron en verdere informatie: www.ardez.ch)

Het prinsbisdom Bazel, Bern, Jura en Saint-Ursanne

Saint-Ursanne (kanton Jura), genoemd naar de heilige van die naam, ligt aan de rivier de Doubs. De Ierse monnik Ursicinus (afgeleid van het Latijnse woord Urs of beer) overleed op deze plek rond het jaar 620.

Ursicinus was een van de Ierse monniken die in de zevende eeuw kloosters in deze regio stichtten. De heilige Gallus trok naar het latere St. Gallen, de heilige Kolumban naar Luxeuil en Bobbio.

De stad en haar romaanse benedictijnenabdij hebben hun middeleeuwse karakter behouden. De abdij komt voor het eerst in 830 in documenten voor. De (vermoede) stoffelijke resten van St. Ursanne liggen begraven onder het altaar van de abdijkerk (la Collégiale).

Tot de belangrijkste en interessantste gebouwen in het centrum behoren de St. Peterskerk en het Collégiale (Stiftskerk), gebouwd in de 12e en 13e eeuw en naderhand nog in de gotische en barokke architectuur gerenoveerd.

De stad is alleen toegankelijk via één van de drie historische poorten, de Sint-Pieterspoort (Porte Saint-Pierre), de Sint-Janspoort (Porte Saint-Jean) of de Paulspoort (Porte Saint-Paul).

Diverse andere gebouwen en objecten, verdienen eveneens de aandacht. De brug van Saint-Jean Népomucène (Nepomuk) en de zogenaamde klok van La Berbatte zijn slechts enkele voorbeelden.

De prachtige ligging in de Jura en het natuurpark Doubs doen de monumentenstatus en de classificatie van de mooiste stadjes en dorpen van Zwitserland alle eer aan.

Het prinsbisdom Bazel, Frankrijk, Bern en kanton Jura

Het prinsbisdom Bazel verwierf in 1146 de benedictijnse abdij Saint-Ursanne (huidige kanton Jura). Het prinsbisdom was in de dertiende eeuw de sterkste seculiere macht aan de Bovenrijn.

Het gebied van de prinsbisschop omvatte het huidige kanton Jura en het noordelijke gebied van kanton Bern, de Sundgau, de zuidelijke Elzas, de Birseck, het Birstal en bezittingen in Zuid-Duitsland.

De bisschop was tevens prins van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie, vandaar de titel prinsbisschop. De prinsbisschop vestigde zich vanwege de reformatie in Bazel in 1529 in Porrentruy (Pruntrut), eveneens in het huidige kanton Jura.

Het zuidelijke deel van de Jura, met de steden Biel en Moutier, kwam onder de invloedssfeer van het protestante Bern te staan, het noordelijke deel en de steden Délemont, Porrentruy en St. Ursanne bleven katholiek.

De Confederatie (Eidgenossenschaft) controleerde feitelijk (en militair) het protestante zuidelijke deel van de Jura. Dit gebied bleef formeel echter deel uitmaken van het prinsbisdom Bazel en dus van het Heilige Roomse Rijk.

Deze situatie veranderde na de Franse annexatie van het katholieke noordelijke deel op 17 december 1792. Dit deel van de Jura werd de République rauracienne. Op 23 maart 1793 werd het samengevoegd met het Franse departement Mont-Terrible.

De Abten van 1119 tot 1793

In 1797 annexeerde Frankrijk ook het zuidelijke deel van de (protestante) Jura. Het betekende het einde van het prinsbisdom. De noordelijke en zuidelijke Jura werden op 17 februari 1800 toegevoegd aan het departement Haut-Rhin. Dit bleef de situatie tot de nederlaag van Napoleon in 1813.

Kanton Bern verwierf in 1815  het gebied van het huidige kanton Jura, inclusief Saint-Ursanne. Uiteindelijk ontstond op 1 januari 1979 het nieuwe kanton Jura met Saint-Ursanne als een van de oudste kloosters van Zwitserland en Europa.

St. Ursanne en zijn beer

(Bron en verdere informatie: Jean-Paul Prongué, Saint-Ursanne, DHS, 18.05.2020).

De relikwieën 

 

Van de sterren tot atomen, de historie van tijdmeting en uurwerken

Het Observatorium van Neuchâtel (l’Observatoire cantonal de Neuchâtel) speelde  lange tijd een centrale rol bij de certificering van uurwerken en bij chronometriewedstrijden. Tegenwoordig is het Observatorium van Neuchâtel een cultureel en wetenschappelijk erfgoed, gewijd aan zijn rol in de geschiedenis van de tijdmeting en van de precisie-uurwerken.

Pavillon Hirsch

Het Observatorium van Neuchâtel

Lange tijd was het observeren van de sterren en andere hemellichamen de enige manier om de nauwkeurigheid van een uurwerk te controleren. Deze relatie komt zowel tot uiting in de werkwijzen van horlogemakers als in onderwijssystemen en lokale initiatieven die erop gericht waren de tijdmeting te structureren. De astronomie werd zo een belangrijke wetenschappelijke referentie, ten dienste van een industrie die op zoek was naar betrouwbaarheid en toepasbaarheid.

De oprichting van het Observatorium kwam tegemoet aan de behoefte om de tijdmeting te professionaliseren, chronometers te controleren en het concurrentievermogen van de horlogindustrie in Neuchâtel in de internationale concurrentiestrijd te versterken. Certificeringen, voorschriften, technische instrumenten en beoordelingscertificaten (bulletins de marche) getuigen van de geleidelijke totstandkoming van deze industrie gebaseerd op kwaliteit en praktische toepasbaarheid.

Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, telescoop van het observatorium van Neuchâtel

De chronometriewedstrijden namen in dit kader een essentiële plaats in. Ze maakten het mogelijk om de kwaliteiten van producten te bevestigen, de vakkennis van producenten onder de aandacht te brengen en bij te dragen aan een prestige dat op grote schaal werd benut in de communicatie van de horloge-industrie.

Het einde van de competities in het Observatorium betekende niet het verdwijnen van de kwaliteitscontroles, maar wel hun transformatie. Die vraag leeft vandaag de dag voort via instellingen zoals de Contrôle Officiel Suisse des Chronomètres (COSC) en METAS, die de erfenis van Neuchâtel verankeren in de huidige normen en perspectieven van precieze tijdmeting.

Christiaan Huygens (zittend links) te midden van andere geleerden van zijn tijd. Musée International d’Horlogerie 

De tentoonstelling Des étoiles aux atomes

Via een programma verspreid over vier locaties en een bijbehorend programma nodigt het project bezoekers uit om de verschillende manieren te verkennen waarop tijd in de loop der tijd is waargenomen, gemeten, bewaard en gedeeld — van astronomische praktijken tot hedendaagse atoomtechnologieën.

Volgend op deze chronologische en conceptuele rode draad belicht de tentoonstelling Des étoiles aux atomes de nauwe banden tussen de waarneming van het heelal, van sterren en andere hemellichamen en van atomen, de wetenschappelijke instrumentatie en de ontwikkeling van precisie-uurwerken, evenals hun maatschappelijke en wetenschappelijke toepassingen.

Collectie antieke zonnewijzers. Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

De tentoonstelling belicht de opkomst van een precisiecultuur in Neuchâtel, evenals de rol van het observatorium bij het certificeren van uurwerkproducten en het organiseren van chronometriewedstrijden. Deze taken worden geplaatst in een bredere historische context op het snijvlak van navigatie, astronomie en de horloge-industrie.

De tentoonstelling, georganiseerd door de vereniging Automates & Merveilles, biedt een chronologische en thematische reis door de geschiedenis van de precisie-uurwerken en laat zien hoe deze tot stand kwam op het snijvlak van wetenschappelijke uitdagingen, economische belangen en institutionele keuzes.

Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, apparatuur voor de femtoseconde

De tentoonstelling begint bij de oorsprong van deze precisiecultuur, die al in de 18e eeuw werd gekenmerkt door de zoektocht naar de lengtegraad op zee. De eisen van de langeafstandsnavigatie stimuleerden de ontwikkeling van de maritieme chronometrie en spoorden horlogemakers  in de Jura-bergen van Neuchâtel, aan om hun instrumenten te perfectioneren.

De tentoonstelling, die is opgezet als een samenhangend geheel, ontvouwt zich over vier locaties met op zichzelf staande hoofdstukken, die elk het meten van de tijd vanuit een eigen invalshoek benaderen. Door de vier locaties te bezoeken, kunnen bezoekers deze benaderingen met elkaar in verband brengen en begrijpen hoe de tijd door de eeuwen heen is waargenomen, gemeten en doorgegeven — van de hemel tot de meest nauwkeurige instrumenten.

De vier locaties zijn: het Musée international d’horlogerie in La Chaux-de-Fonds, het Musée d’horlogerie du Locle — Château des Monts, het Musée d’art et d’histoire de Neuchâtel en L’Observatoire cantonal de Neuchâtel.

(Bron en meer informatie: l’Association Automates & Merveilles)

Afbeeldingen: Sternewarte St. Margarethen in Binningen (Kanton Basel-Landschaft)

Klooster St. Johann in Müstair

Het benedictijnenklooster St. Johann (Claustra Son Jon) in Müstair (kanton Graubünden) is in 774 gesticht door Karel de Grote (748-814) en staat sinds 1983 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Het klooster diende de bisschop van Chur als tweede residentie en als administratief centrum van zijn wereldlijke heerschappij. Rond het midden van de 9e eeuw telde het klooster 45 monniken. Halverwege de 12e eeuw was deze gemeenschap echter verdwenen, mogelijk ten gunste van Marienberg, een nieuwe stichting van de heren van Tarasp in het Vinschgau. Sindsdien wordt het klooster bewoond door benedictijnse nonnen.

Verkeerswegen en politieke situatie in en om het bisdom Chur rond 1500. Beeld: kloostermuseum St. Johann

In de middeleeuwen lag Müstair aan strategisch belangrijke pas- en handelswegen die het noorden met het zuiden van Europa verbonden. Via de Umbrailpas kon men vanuit Müstair via Bormio naar Milaan reizen, en vanuit Verona via de Reschenpas langs de Romeinse Via Claudia naar Augsburg. Het klooster bezat het marktrecht en was een belangrijk centrum voor de regionale handel.

Het klooster was ook het vertrek- en eindpunt van bedevaarten en pelgrimstochten. Het wonder van het Heilige Bloed uit de 13e eeuw trok talrijke pelgrims aan.
De regel van de heilige Benedictus bepaalt sinds de 6e eeuw het kloosterleven. Deze regel bepaalt het dagritme, de gebedstijden en het dagelijks leven.

Het klooster is een complex van historische (karolingische en romaanse) gebouwen en fresco’s, een museum en een kloosterkerk waar al meer dan 1200 jaar ononderbroken wordt gebeden en gewerkt volgens de regels van de Heilige Benedictus.

Karel de Grote  (748-814) in St. Müstair

Het museum toont de geschiedenis en de vele voorwerpen van onschatbare waarde, waaronder de unieke karolingische en romaanse fresco’s, het standbeeld van Karel de Grote en een laatgotisch gewelf.

De kapel van het Heilige Kruis met haar wandschilderingen dateert eveneens uit de 8e eeuw. De Plantatoren is gebouwd in de 10de eeuw. Deze woontoren is de oudste in zijn soort in het Alpengebied. In de toren is tegenwoordig een museum gevestigd.

De kaart van de weg naar Rome ter gelegenheid van het Heilig Jaar 1500, gemaakt door de cartograaf Erhard Etzlaub uit Neurenberg. Collectie: Klooster St. Johann

Een van de ambachtelijke bezigheden van de kloosterzusters was het borduren van klederdrachten. Meestal ging het daarbij om opdrachten voor klanten uit het Engadin. Zuster Maria Pia (*1931) begon zelf te borduren en borduurpatronen te tekenen, en heeft tot voor kort nog borduurontwerpen gemaakt. Sinds 1958 bleef de kunst haar trouwe metgezel in het klooster; ze nam altijd een schildersezel, papier, potloden en verf mee om te tekenen.

Het kloostermuseum wijdt een tentoonstelling aan de werken van zuster Maria Pia

Tegenwoordig leven er nog acht nonnen in het klooster. De komende 1200 jaar zijn wellicht niet gegarandeerd.

(Bron en verdere informatie: A. Dind, J. Goll, Kloster St. Johann, Müstair, 2017).

Een voormalige cel van een non

De voormalige slaapzaal

De voormalige eetzaal (refectorium)

Pyramides, Ossona, Evolène, Triton Alpestre en Marie Métrailler in Val d’Hérens

De naam Valais (Frans) of Wallis (Duits) is afgeleid van het Latijnse woord valles. Tijdens de verovering van het huidige grondgebied van Zwitserland in 15-13 v. Chr. (Geneve, woongebied van de keltische stam van Allobrogen met de naam Genava, was al in 120 v. Chr. veroverd), bewoonden vier keltische stammen Wallis, de Nantuates, Verager, Seduner en Uberer. Huidige plaatsnamen verwijzen soms nog naar het keltische en romeinse verleden van deze regio.

Evolène

Evolène

Het dorp Evolène dankt zijn naam bijvoorbeeld aan het keltische woord evo of aua (water) en het Latijnse woord lenis (kalm): kalm water. Het fenomeen van deze samengestelde keltisch-romeinse cultuur is in heel Zwitserland waarneembaar onder de naam gallo-romeinse cultuur. Alleen het reto-romaans in Graubünden (ook rond 13 v. Chr. door Rome veroverd) en de Romeinse cultuur in Tessin (in de 2e eeuw v. Chr. door Rome veroverd) vormen hierop een uitzondering.

Nomen est omen is van toepassing op Wallis. Niet alleen baant de Rhône zich, omgeven door bergen, een weg vanaf de Furkapas naar het Meer van Genève; aan weerszijden bevinden zich ook diverse dalen, soms omgeven door bergen van 4000+ meter hoog.

De Rhône

Het dal van Hérens

Het dal van Hérens, gelegen bij de oude bisschopsstad Sion (Sitten in het Duits), is niet alleen het gebied van Evolène, maar ook van Héremence en haar beroemde Saint-Nicolas-kerk uit 1971.

Van veel oudere datum zijn echter Les Pyramides d’Enseigne. Deze ‘Pyramides’ zijn zelfs veel ouder dan de beroemde Egyptische ‘Pyramides’ en bovendien door de natuur gevormd!

Op enkele kilometers van Hérémence ligt daarentegen weer een schepping van de mens: de barrage de la Grande Dixence. De hoogte van de stuwdam is 285 meter. Deze gigantische betonnen massa, het stuwmeer en de waterkrachtcentrale uit 1961 behoren tot de grootste creaties op dit gebied.

Arolla en de bisschop 

Arolla, het laatste dorp voor de Italiaanse grens in de Val d’hérens, is niet alleen beroemd vanwege de Notre-Dame des Hauts d’Arolla, maar ook door haar gletsjers, de Mont Collon en het Grand Hôtel & Kurhaus d’arolla. De hoofdstraat in Arolla heet rue de l’évêque.

Grand Hôtel & Kurhaus d’Arolla

Dit is geen toeval. De naam heeft niet alleen betrekking op de berg l’Évêque, maar verwijst ook naar de nabijheid van de bisschop van Sion. Deze machtige prelaat, met zijn religieuze en wereldlijke bouwwerken, was eeuwenlang een van de belangrijkste grondbezitters en heersers in Wallis.

Bovendien veroverde hij in samenwerking met de zeven Zehnden of Zenden van Oberwallis in 1474 Unterwallis op de hertog van Savoie. Mede hierdoor was dit hertogdom niet in staat zijn bondgenoot, de hertog van Bourgondië, tijdens de Bourgondische oorlogen 1474-1477 te hulp te schieten. Het duitstalige Oberwallis bestuurde vervolgens het franstalige Unterwallis tot 1798 als Untertanengebiet.

De natuur

De flora, fauna, beken, dalen, weides, bergmeertjes en bossen van Val d’Hérens zijn niet alleen indrukwekkend vanwege hun afwisseling.

 

Lac bleu

Lac d’Arbey

Het zijn ook ontmoetingen met de natuur in optima forma, van alpenrozen, de triton aplestre in bergmeertjes, de vache d’hérens tot prachtige vergezichten.

De gevechten tussen koeien, met de reine des vaches als winnaar, zijn in de jaarlijkse evenementen van Wallis met een relatief diervriendelijk karakter. Het gaat om het vestigen van een natuurlijke hiërarchie tussen de dames. ieder dal organiseert in het voorjaar deze evenementen, die dezelfde status hebben als de Alpbzug of désalpe in september.

En de mens

Ook de mens heeft in de loop der eeuwen sporen nagelaten. Tegenwoordig zijn Wallis en haar valleien goed bereikbaar. Dit was tot de komst van het toerisme in de 19e eeuw echter niet het geval.

De natuur was weliswaar mooi, maar tot de 19e eeuw ook een bron van droogte, mislukte oogsten, kou, hitte, lawines en overstromingen. De vindingrijke mens paste zich echter ook hier aan de omstandigheden aan.  Suonen of bisses (irrigatiekanalen voor water), schuren voor het opslaan van graan en andere gewassen voor moeilijke tijden, of het bouwen van huizen met steen aan de berghellingen tegen lawines en met hout aan de andere kant.

Marie Métrailler

Temidden van deze natuur heeft de mens niet alleen geleefd, maar ook gecreëerd. Het is bijna een pleonasme om te stellen dat ieder Zwitsers dorp een persoonlijkheid, belangrijk historisch of cultureel erfgoed heeft. Dit is onder andere het geval in het belendende dal d’anniviers, maar ook in de Val d’Hérens. Een van de tot de verbeelding sprekende persoonlijkheden is Marie Métrailler (1901-1979). Ze kwam uit een gezin van onderwijzers in Evolène, met een streng religieuze (katholieke) moeder en een liberale vader.

Haar vader steunde haar in haar intellectuele ontwikkeling, maar de tijdsgeest en de zorg voor de familie maakten een verdere studie onmogelijk. Ze werkte als weefster en stichtte in 1938 haar weverij, die rond 1950 ongeveer 250 vrouwen aan het werk hield! In een dorp in Wallis was een vrouwelijke ondernemer destijds een uitzondering.

Haar zakelijke succes maakte echter ook haar verdere intellectuele ontwikkeling, haar kritische houding tegenover de kerk en haar actie tegen de achterstelling van vrouwen mogelijk. Ze verkocht haar producten uit de weverij niet alleen in Wallis en andere kantons, maar exporteerde ze ook naar het nabijgelegen Italië.

Ze kwam in Evolène ook in contact met toeristen uit andere landen en, nog belangrijker, de Europese elite van destijds wist haar te vinden. Ze werd zelfs een begrip en onder andere Marguerite Yourcenar  (1903-1987) bezocht en bewonderde haar.

Evolène eert haar bekendste inwoner met de Fondation Atelier de Marie Métrailler en een rondweg in het dorp. Kort na haar overlijden verscheen in 1980 het boek La poudre de sourire. Le témoignage de Marie Métrailler / Die Reise der Seele. Die Lebensgeschichte der Marie Métrailler, zoals Marie-Magdeleine Brumagne (1920-2005) deze in samenwerking met haar in veel gesprekken heeft opgetekend.

Deze levensgeschiedenis geeft een goede indruk van het leven van een vrouw in een dal in Wallis aan het begin van de 20e eeuw en van de mogelijkheden die er toch nog kunnen zijn voor de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling.

Lannaz

Evolène

Euseigne

Les Haudères

La Sage, Saint-Christophe

La Sage

Saint-Martin

Naast deze persoonlijkheid en haar atelier heeft het dorp meer te bieden, onder andere Walliser huizen, gastvrije hotels, uitzicht op de Dente Blanche en veel wandelmogelijkheden. In het grotendeels katholieke Wallis zijn kapelletjes en kerken bovendien nooit ver weg, en een Dona Nobis Pacem is altijd weer een inspirerend moment. Diverse dorpen in het dal zijn het bezoeken waard, onder andere Les Haudères, La Sage, Villaz, La Forclaz, Euseigne, saint-martin, Luette of Vex.

Ossona

Ossonna verdient echter bijzondere vermelding. Dit dorp was rond 2005 letterlijk uitgestorven. Vervolgens is het met (financiële) ondersteuning van de federale en kantonale overheid weer gelukt het dorp tot leven te brengen met duurzame landbouw, een herberg en enkele vaste inwoners.

De twee hangbruggen

 Passerelle des Gorges de la Borgne, 76 m. 

Passerelle de la Grande Combe. 133 m.

Het verbaast niet dat het dorp in 2005 verlaten is. Het ligt op de helling aan  de diepe kloof van de woeste rivier de Borgne. Twee hangbruggen vormen tegenwoordig de verbindingen vanaf Euseigne, en een zanderige autoweg is de andere verbinding met de buitenwereld. Het experiment lijkt echter bestendig te zijn en het dorp telt tegenwoordig zelfs weer een kinderspeelplaats!

Conclusie

Het warme en droge klimaat in de zomermaanden schept de voorwaarden voor een mediterrane flora en fauna in Wallis. De winters waren vroeger daarentegen koud, sneeuwrijk en lang. De invloed  van de bisschop en de katholieke kerk was en is in mindere mate nog prominent aanwezig.

Vex

Voor de bouw van de grote kerk Saint-Nicolas midden in het kleine Hérémence had de bisschop destijds bijvoorbeeld geen toestemming nodig van het gemeentebestuur, laat staan dat er inspraak of bezwaar van de inwoners was. Achteraf gezien gelukkig,  want het is een buitengewone kerk.

Het is echter mede aan persoonlijkheden zoals Marie Métrailler te danken dat veranderingen mogelijk zijn en dat deze veelal op persoonlijk microniveau, bottom-up, beginnen in het Zwitserse model, dat incompatibel is met dat van de Europese Unie.

Dat geldt in het bijzonder voor het respect voor de natuur en het milieu. Wat dat betreft toont ook Wallis, zoals vrijwel overal in Zwitserland, de juiste mentaliteit en omgang op microniveau. Overal zijn biologische (kruiden) tuinen, informatieborden, gedragsregels, grotere en kleinere natuurgebieden of bijenhuisjes.

Hoewel ook de vaches d’Hérens uiteindelijk voor menselijke consumptie zijn bestemd, is het geen overdrijving te stellen dat een Zwitserse koe (wellicht met uitzondering van de Indiase koe) de hoogste kwaliteit van leven heeft. Ook dit dal in Wallis toont een bijzondere Zwitserse kwaliteit: betrokkenheid en innovatie, maar met behoud van waardevolle tradities en structuren.

(Bron en verdere informatie: Val d’Hérens)

Indrukken uit Val d’Hérens

HAP Grieshaber en de Basler Totentanz in Arlesheim

De middeleeuwse Totentanz was een bekend thema in de 14e en 15e eeuw in Zwitserland, Zuid-Duitsland en Frankrijk. Niet alleen de pestepidemieën in deze periode, maar ook de invloed van de Dominicaner- en Franciscaner kloosterorden lagen ten grondslag aan het ontstaan.

De dominicanen worden niet voor niets predikers genoemd. Vermanende woorden over het dagelijkse leven, aanmaningen tot bezinning en het aanbieden van verlossing van zonden met het vooruitzicht van het eeuwige leven na de dood. De Franciscanen vorderden van alle geestelijke en wereldlijke standen een boetvaardig leven. Iedereen gaat tenslotte dood, ongeacht rang, stand, geestelijke of wereldlijke persoonlijkheid, van boer tot paus, van kunstenaar tot koopman.

De Basler Totentanz,  Matthäus Merian (1593–1650),  ‘Todten-Tanz, wie derselbe in der löblichen und weitberühmten Stadt Basel zu sehen ist”, rond 1621. Collectie: Historisches Museum Basel, inv. 1932.1162 

De dodendans verenigde drie motieven: het motief vanuit het geloof dat overledenen ’s nachts op het kerkhof dansten, het vado mori motief: geestelijke en wereldlijke vertegenwoordigers van alle standen betreuren hun zekere lot en de legende van de drie levenden en de drie doden: drie doden en drie levenden ontmoeten elkaar en er ontstaat een dialoog, waarbij de doden het laatste woord hebben ‘…wat jullie nu zijn, waren wij eens, wat wij nu zijn, zullen jullie worden’.

Johann Rudolf Feyerabend (1779-1814), Basler Totentanz, aquarelkopie uit een manuscript uit de 15e eeuw. Collectie: Historisches Museum Basel

De  dodendans was ook in Zwitserland prominent aanwezig op muren van kerkhoven en kerken. Tijdens de Reformatie en de eeuwen daarna zijn deze afbeeldingen verwijderd. Kunstenaars hebben de originelen destijds echter op papier vastgelegd, onder andere in houtsneden. Vanwege deze werken zijn we tegenwoordig goed op de hoogte van de Totentanz van weleer.

Forum Würth Arlesheim, (Einschnitt I Ausdruck), 28 april 2026-2 mei 2027

Ook hedendaagse kunstenaars zijn echter nog steeds door dit thema geïnspireerd. Helmut Andreas Paul Grieshaber, beter bekend onder zijn artiestennaam HAP Grieshaber (1909-1981), heeft zelfs een serie houtsneden aan de Totentanz gewijd.

HAP Grieshaber, Basler Totentanz und Bücher aus Leipzig, 1964. Collectie Würth, inv. 9564

Hij is geboren in Schwaben, dat in de 14e en 15e eeuw een traditie van de Totentanz kende en hem wellicht heeft geïnspireerd. In ieder geval was het  voor de Basler Totentanz ook ‘thuiskomen’  na de verwijdering van de laatste Basler Totentanz in 1805. De kunstenaar verwerkte in zijn Totentanz echter wel actuele thema’s.

HAP Grieshaber, Der Basler Totentanz, 1965, boek met 40 houtsneden. Collectie Würth, inv. 9556

HAP Grieshaber was een van de bekendste kunstenaars op het gebied van houtsnijwerk, typografie en drukwerk. Hij was niet alleen zelf innovatief, maar was zelf onder de indruk van andere kunstenaars, zoals Carl Orff (1895-1982) en diens Carmina Burana.

HAP Grieshaber, Carl Orff, Carmina Burana, 1965. Collectie Würth, inv. 2110

HAP Grieshaber, Carmina Burana, 1965. Collectie Würth, inv. 2110

Hij bracht in zijn werken hommages aan Pablo Neruda (1904-1973), Pablo Picasso (1881-1973), Caspar David Friedrich (1774-1840), Marc Chagall (1887-1985) en Paul Cézanne (1839-1906). Ook zijn geschilderde brieven waren een uitdrukking van zijn vriendschap en waardering voor andere kunstenaars. De betekenis en het gebruik van woorden nemen in zijn werken een belangrijke plaats in.

HAP Grieshaber, Pablo Neruda, Aufenthalt auf Erden (links), tien houtssneden, 1972. Collectie Würth, inv. 2109

Pablo Neruda, Alturas de Macchu Picchu, Buch mit mehrfachen Holzschnitten und einem Titel-Holzschnitt von HAP Grieshaber, 1965 , Collectie Würth, inv. 9579

Zijn onconventionele werkmethodes blijken ook uit zijn ‘Osterrit (1964). De kunstenaar maakte een tocht op een IJslands paard van Reutlingen naar zijn geboorteplaats Rot an der Rot (Oberschwaben) en verbeeldde die in 38 houtsneden. Hieruit blijkt ook zijn moderne interpretatie van de christelijke beeldtraditie. Hij gebruikte christelijke symboliek mede om oorlogservaringen en verzoening uit te beelden.

HAP Grieshaber, Osterrit, 1964. Collectie Würth, inv. 9583

Griekse mythologie was ook een bron van inspiratie, opgedaan tijdens zijn verblijf in 1932. De Griekse goden Zeus, Athena en in het bijzonder Pan belichaamden voor hem krachten van schoonheid, natuur, passie en energie.

Junge Aegyptische Welt, Wandteppiche, 1963. Collectie Würth, inv. 9565b; Herbst, 1963, Sammlung Würth, inv. 9565a

Künstlerbund Baden-Württemberg, 8. Landesausstellung, 1962. Collectie Würth, inv. 9566,; Jahresausstellung und Gedächtnisausstellung Georg Rohde, 1963. Collectie Würth, inv. 9568

Zijn inspiratiebron voor het houtsnijwerk was niet alleen diens expressionistische traditie, maar ook de oudduitse expressies op dit gebied. Hij revolutioneerde deze kunstuiting bovendien met zijn techniek, grootformaat en een eigen uitdrukkingsvorm tussen het figuratieve en het abstracte. Zijn legendarische affiches zijn ook voorbeelden van deze verbinding tussen woorden en kunst.

Het Forum Würth in Arlesheim organiseert van 28 april 2026 tot 2 mei 2027 een prachtige tentoonstelling (Einschnitt I Ausdruck) over de grote verscheidenheid aan werken, thema’s en technieken  van deze kunstenaar.

HAP Grieshaber, Malbrief an Paul Swiridoff.  Collectie Würth, inv. 4162

Houtsneden, zelfportretten, illustraties in boeken, posters, tijdschriften,  foto’s, en zelfs geschilderde brieven geven een goed inzicht in zijn belevingswereld van artistieke expressie, sociaal engagement, literatuur en spiritualiteit. De houtsnede was voor hem niet zomaar een artistieke expressie, maar ook een manier van uitdrukken, zoals woorden en gedichten dat doen.

Meer dan 100 werken uit de verzameling Würth uit de jaren 1960-1980 zijn te zien en toegelicht aan de hand van documentatie en een catalogus. HAP Griesbauer is mede een kind van de geschiedenis van Duitsland in de 20e eeuw.

Twee wereldoorlogen, een keizerrijk, de Weimarrepubliek (1919-1933), de dictatuur (1933-1945, inclusief een beroepsverbod), de dictatuur van de DDR en de wederopbouw van de democratische Duitse Bondsrepubliek bepaalden zijn generatie.

Voor hem was het dan ook vanzelfsprekend dat een kunstenaar zich politiek uitspreekt en dat kunst en maatschappelijk engagement onlosmakelijk verbonden zijn. Dit kwam onder andere tot uiting in zijn ecologische betrokkenheid en zijn tijdschrift ‘Engel der Geschichte’.

Zoals gebruikelijk geeft Forum Würth bezoekers de gelegenheid de kunstuitingen van HAP Grieshaber  in het ‘Hap Lab’  (in samenwerking met de Basler Papiermühle) in de praktijk te brengen. De documentaire over zijn leven en kunst dient daarbij als achtergrondinformatie.

(Bron en verder informatie: Forum Würth Arlesheim;  O. Class, C. Sylvia Weber, R. Wachsmann, HAP Grieshaber und der Holzschnitt. Sammlung Würth und Leihgaben, Künzelau, 2017)

HAP Grieshaber, Zum Lobe der Holzschneider, 1965, Collectie Würth, inv. 9570

Het eigentijdse en grenzenloze Eidgenössische Jodelfestival

Het is niet eenvoudig om een muzikaal festival in woorden weer te geven, maar woorden in combinatie met illustraties kunnen voor zich spreken. Dit geldt in het bijzonder voor vocale (jodel) en instrumentale (Alphorn) muziek die tot het Zwitserse culturele erfgoed en tot het UNESCO-werelderfgoed behoren.

Bovendien heeft het onlangs in Bazel (26-28 juni) gehouden Eidgenössische Jodlerfestival ook het niet-muzikale onderdeel Fahnenschwingen.

Hoe het ook zij, het was een geweldig evenement: goed georganiseerd, muzikaal op een hoogstaand niveau, met competitieve optredens van 1200 deelnemers in middeleeuwse kerken, het Stadtcasino, de Universiteitsaula en schoolgebouwen.

Daarnaast waren er optredens van duizenden deelnemers in het Jodlerdorf, de Jodlermeil, op de Jodlerberg, langs de Rijn, in parken, cafés, restaurants, tuinen en op andere locaties. Vanwege de hitte waren zelfs enkele van de vele bronnen in de stad locaties voor optredens.

Het motto van het 32e Eidgenössische Jodlerfestival was verbinding tussen stad en land. De verbinding gaat echter veel verder en overschrijdt niet alleen gemeentegrenzen en kanton- en landsgrenzen, maar strekt zich zelfs uit tot andere continenten, met afvaardigingen uit Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Australië.

Verenigde-Staten van Amerika

Australië

Nieuw-Zeeland

Niet alleen de koelte zorgde voor volle zalen bij de optredens in kerken en andere gebouwen. Het was inhoudelijk, organisatorisch en muzikaal een inspirerend festival, getuige ook de drukte in de stad, de Jodlermeil, het Jodlerdorf en de Jodlerberg.

De traditionele Festakt op de Marktplatz en de optocht over de Mittlere Brücke mochten zich ook over grote belangstelling verheugen, waarbij ook de jonge generatie Jodelaars acte de présence gaf.

Van 7-9 juli vindt in Davos een ander Jodelfestival plaats en van 11 tot 13 september is er het Eidgenössische Jugendjodlerfestival in Grindelwald.

Deze keer niet alleen nogmaals douze points voor Bazel, maar ook voor de duizenden deelnemers.

(Bron en verdere informatie:Jodlerfestival Basel; Eidgenössischer Jodlerverband)

Indrukken 26-28 juni 

Festakt op de Marktplatz op 28 juni

De voorzitter Carlo Conti van het organisatiecomité van het 32e Eidgenössische Jodelfestival

Conradin Cramer, regeringspresident van kanton Basel-Stadt

Karin Niederberger-Schwitter, Presidente van het Eidgenössische Jodlerverband

 

De afsluiting van de muzikale collage van de Zwitserse regio’s: het prachtige dorma bain, buna not uit het Unterengadin.

Optocht op 28 juni

Het andere Unesco-Culturele Werelderfgoed

Museum Augusta Raurica

Vóór de verovering door Romeinse legereenheden was het gebied van de Keltische stam Rauraken dunbevolkt.  Op de Münsterhügel (de Keltische nederzetting Basilia, het huidige Bazel) was er een nederzetting, een oppidum, rond 30 v. Chr.

Augusta Raurica rond 117 n. Chr.  Afbeelding: Museum Augusta Raurica

Augusta Raurica rond 240 n. Chr.  Afbeelding: Museum Augusta Raurica

Model van Augusta Raurica, 2e eeuw. Museum Augusta Raurica

Na de verovering door de Romeinen in 15-13 v. Chr., ging het echter snel. De Colonia Augusta Raurica was gesticht in 44 v. Chr. maar altijd klein gebleven. In de tweede eeuw na Christus woonden er echter 15.000 mensen in deze kolonie. Het typische stadsbeeld had een Romeins stratenstelsel (grid-patroon), een forum, kleinere tempels, een badcomplex en andere Romeinse gebouwen.

Emanuel Buchel (1705-1775), Het theater rond 1750. Museum Augusta Raurica

Het Theater

Het amfitheater tegenwoordig

Reconstructie van het amfitheater. Afbeelding: Museum Augusta Raurica

Afbeelding tempel van Schönbuhl: Museum Augusta Raurica

De onderste steunmuren van de tempel

De reconstructie van een Romeinse bakkerij binnen de ruimte onder deze muren

Rond 240 woonden er zelfs 15.000 geromaniseerde Kelten (Gallo-Romeinen) in deze Romeinse provinciestad. De stad lag op een kruispunt van verschillende lange-afstandswegen en was, met de Rijnhaven, een centrum voor handel en de overslag van goederen.

Een zware aardbeving richtte rond 250 grote schade aan. De stad werd later verwoest door oorlog en Germaanse invasies. Het kasteel Kastell am Rhein werd kort na 300 gebouwd. Dit fort bleef bewoond tot in de late middeleeuwen. De verwoeste bovenstad daarentegen werd in dat jaar verlaten. De bevolking leefde binnen de vestingmuren van het kasteel van de vijfde tot de zevende eeuw.

Het kasteel (Kastell) in Kaiseraugst in 300 n. Chr. (afbeelding: Museum Augusta Raurica) en tegenwoordig.

In het jaar 1000 telde de nederzetting nog maar 400 inwoners. Bazel is de nieuwe stad. De bisschop was er in de vijfde al naartoe verhuisd.

In de twintigste eeuw werd het openluchtmuseum Augusta Raurica in Augst/Kaiseraugst geopend, met replica’s  en fundamenten van Romeinse gebouwen, een Romeins theater, een archeozoologisch dierenpark en diverse museumzalen, inclusief een Lapidarium en een replica van het interieur van een Romeinse villa. Onlangs is het nieuwe Sammlungszentrum Augusta Raurica in gebruik genomen.

(Bron: www.augustaraurica.ch)

De Ziegelei (Kaiseraugst)

Kaiseraugst. Residentie van de eerste bisschop, 5e eeuw n. Chr.

Kaiseraugst, Romaanse kerk St. Gallus 

De ‘nieuwe’ kerk van Kaiseraugst

Kaiseraugst, Romeins badhaus

Augst, museum Augusta Raurica. Reconstructie badhuis

 De Curia (reconstructie)

Tempel op het complex van Augusta Raurica met fundamenten zichtbaar vanwege droogte 

Lapidarium

Waterleiding

De baden

Augusta Raurica en Augst heden en verleden op dezelfde plek 

Augst tegenwoordig