40-jarig jubileum van Kulturverein Elsass-Freunde Basel

De Kulturverein Elsass-Freunde Basel  organiseert op zondag 28 september aanstaande een feestelijke herdenking ter gelegenheid van haar 40-jarig jubileum. Het vindt plaats  van 10:30 uur tot 17:15 uur in het Elzasser Ungersheim. Het grensoverschrijdende jubileumfeest staat geheel in het teken van het eeuwenoude nabuurschap.

Al vier decennia lang verbindt deze vereniging mensen in deze drie regio’s. Een ontmoeting stond aan het begin van haar bestaan: Dr. Max Gschwend, de eerste directeur van het openluchtmuseum Ballenberg (kanton Bern), ontmoette in Ungersheim de Elzasser Marc Grodwohl, de latere oprichter van het Écomusée d’Alsace. Om het Écomusée ook in Bazel en omgeving bekend te maken, werd in 1985 de cultuurvereniging Elsass-Freunde Basel opgericht met als zetel Bazel.

Wat begon met georganiseerde uitstapjes naar het Écomusée, ontwikkelde zich snel tot regelmatige ontdekkingsreizen en ontmoetingen, eerst in de Elzas, daarna ook in Noordwest-Zwitserland en in het zuidelijke Baden.

Het doel bleef ongewijzigd, namelijk grensoverschrijdende bruggen bouwen en de uitwisseling over cultuur, taal, geschiedenis, bevolking en landschap bevorderen.

De ochtend op 28 september begint men met een bezoek aan het “Maison des Natures et des Cultures”, dat een historische bouwstijl heeft en de bevolking voorziet van lokale, natuurlijke producten.

Na een gezamenlijke lunch vindt een feestelijke ceremonie plaats ter gelegenheid van 40 jaar verenigingsgeschiedenis met een grensoverschrijdend concert van het Harmonie Vogésia orkest onder leiding van Valérie Seiler.

Details over het programma vindt u op de website van de vereniging. Aanmelding via de website van de cultuurvereniging is mogelijk tot uiterlijk  7 september 2025.

(Bron en verdere informatie: Der Kulturverein Elsass-Freunde Basel)

Een korte geschiedenis van Avers

Het onderste dalgedeelte (Campsut, Campsur, Cröt en Platta) was in de Romeinse tijd bewoond, terwijl het bovendeel tussen Cresta en Juf alleen als weidegrond diende. Een aanwijzing voor deze bewoning zijn de van oorsprong Romeinse namen die nog steeds worden gebruikt.

De eerste schriftelijke vermelding van Avers (kanton Graubünden) is te vinden in het statutenboek van de stad Como uit het jaar 1289 in verband met de vestiging van huursoldaten uit Wallis in het dal Avers.

Avers hoorde tot het midden van de 14e eeuw bij het graafschap Scham. De gemeente Avers had in 1396 een eigen zegel. Dit toont een springende steenbok, wat wijst op de verbondenheid met het Gotteshausbund.

Tussen 1520 en 1525 gingen de inwoners van het dal over tot de Reformatie en kozen tijdens de Bündner Wirren (1619-1639) de Frans-Venetiaanse kant.

Voor de bouw van de weg naar Avers-Cresta als afsplitsing van de Splügenweg in de “Roffla” in de jaren 1890-1895 bestond er tussen Schams en Avers slechts een muilezelpad.

In de jaren 1958 tot 1962 is de bouw van de stuwdam en de krachtcentrales in het Val di Lei voltooid en is de weg tot het dorp Avers-Juf verlengd. Door deze verbeterde ontsluiting bloeide ook het toerisme op.

Avers-Juf

Als gevolg van de afgelegen ligging bleef Avers sinds de 14e eeuw gespaard van oorlogstochten en verwoestingen en zijn de cultuurhistorisch waardevolle, deels tot in de 16e eeuw teruggaande bouwwerken en de oorspronkelijke nederzettingsstructuren grotendeels bewaard gebleven.

Indrukken uit Avers

Scuol, Tarasp en Vulpera in historisch perspectief

Scuol (kanton Graubünden) komt voor het eerst voor onder de naam ‘Schulle in een document van omstreeks 1095, in verband met de bouw van een benedictijnenklooster en een kerk.

De kloosters van Marienberg (Oostenrijk) en Müstair en Habsburg bezaten vanaf de lange tijd het huidige Unterengadin, inclusief Scuol. Pas in 1652 kochten de dorpen in deze regio zich vrij van Habsburg.

Unterengadin en Scuol (Schuls in het Duits) hadden bovendien te lijden onder de invallen van Oostenrijks-Habsburgse en Franse troepen. In 1499, in verband met de Zwabenoorlog (Swabischer Krieg), trokken soldaten van keizer Maximiliaan plunderend door alle gemeenten van Unterengadin.

Tijdens de Bünder Wirren (1618-1639) in de Dertigjarige oorlog (1618-1648) probeerden Oostenrijkse troepen Scuol tevergeefs te veroveren. Franse bezetters hielden ook huis tijdens de Franse tijd (1798-1813),

De kerk van San Geer (Sint-Joris) is gebouwd aan het begin van de 16e eeuw en ingewijd in 1516. De reformatie is in Scuol in 1530 ingevoerd.

Als gevolg daarvan groeide de belangstelling voor het geschreven woord. In 1679 verscheen de eerste “Bibla da Scuol” in het Romaans (Vallader) in de drukkerij van Jachen Dorta. De “Gazetta ordinaria da Scuol”, de eerste krant in Graubünden, verscheen van 1700 tot 1726.

De drukkerij in Scuol

De eerste ‘Bibla da Scuol’, Unterengadiner Museum. Foto: TES

Veel inwoners van Engadin en het nieuwe kanton Graubünden (opgericht in 1803) waren gedwongen werk en inkomsten in het buitenland te zoeken. Zo traden velen in buitenlandse militaire dienst als huurlingen of werkten in het buitenland als banketbakker of koopman.

De minerale bronnen, samen met het landschap en het goede klimaat, vormden de basis voor de ontwikkeling van Scuol tot kuuroord. In 1850 werden de eerste analyses van het water uitgevoerd. in 1860-1915 werden de meeste hotels in Scuol en Vulpera gebouwd.

Het pand op Stradun 402

Een opmerkelijk gebouw bevindt zich op de hoofdstraat 402 (Stradun 402). Het huis is in 1869 gebouwd door Sidonia Biveroni uit Bever. De nieuwe eigenaar Otto Töndury vestigde in het pand een bank en een aptotheek.

Scuol (Schuls in het Duits) beleefde vanwege het toerisme, mineraalbronnen en kuuroorden een grote groei en een bloeitijd. Omliggende plaatsen, zoals Tarasp. Vulpera, Val Sinestra en Sent, kenden een soortgelijke boom.

De kunstenaar Otto Haberer (1866-1941) uit Bern decoreerde 1905 de facade met belangrijke personen uit de historie van Engadin en Graubünden. Benedict Fontana (1450-1499), Johann Jeuch (1508-1578), Johann Luzi Gugelberg von Moos (1562-1616), Anton von Molina (1585-1650), Johannes von Tscharner (1593-1659), Georg Jenatsch (1596-1639), Pompeius Planta von Wildenberg (1570-1621), Fortunat von Sprecher (1585-1647), Johann Simeon von Florin (-1644), Ulysses von Salis (1594-1674) und Johann Guler von Weineck (1570-1637).

Het gebouw huisvest tegenwoordig een zaak voor inrichting van interieur en enkele appartementen.

Vulpera

Vulpera, Hotel Schweizerhof

De Trinkhalle en de Inn (En in het Romaans)

Tarasp

Tarasp en het kasteel

De autoweg door het Engadin en naar Scuol (aangelegd in 1860) en over de Flüela-pas (1866/67) bevorderden het toerisme en Scuol-Tarasp-Vulpera werd een naam van internationale faam. Het in 1989 afgebrande Grand Hotel Waldhaus in Vulpera was een van de meest luxueuze en bekendste in zijn soort.

Bogn Engiadina

Bogn Engiadina

De twee wereldoorlogen en de ontwikkeling van nieuwe medische behandelingen eisten echter hun tol en de Grand Hotels sloten hun deuren of brandden af (al dan niet voor de verzekeringspremie, zoals het Waldhaus in Vulpera). In 1950/51 ging het eerste winterseizoen van start. In 1956 werd de eerste skilift aangelegd.

Tegenwoordig is Scuol een modern toeristisch centrum met vele mogelijkheden voor sport, vermaak, ontspanning het hele jaar door en Romaanse taalcursussen in de zomer.

Mia Engiadina

Mia Engiadina in Scuol

De Hub in La Punt Chamues-ch

Niet alleen het toerisme heeft zich in Scuol ontwikkeld, maar ook de economie, de organisaties Mia Engiadina is slechts een van de vele voorbeelden.

(Bron en verdere informatie: www.scuol.net)

Hotel Belvedere en de Inn  

De Inn en de brug naar Vulpera en Tarasp. Foto: TES

De Inn

De Büvetta aan de Inn

 

De Hinterrhein als Walser en Romaanse cultuur- en handelsweg

Een reis langs de Hinterrhein begint bij het oudste Walserdorp van Graubünden. Het dorp is vernoemd naar de zuidelijke bron van de Rijn, de Hinterrhein. De Vorderrhein ontspringt in het St. Gotthardmassief. Bij Reichenau komen deze rivieren samen.

De Hinterrhein bij Hinterrhein

Hinterrhein (kanton Graubünden) ligt 1 kilometer van de San Bernadinotunnel. Het dal strekt zich nog 10 kilometer verder uit tot de Rheinwaldhorn, die tevens de grens met kanton Tessin markeert. De Hinterrhein ontspringt in de Paradiesgletsjer, die ligt tussen de Rheinwaldhorn en de Rheinquelhorn.

De Hinterrhein, de Brug uit 1693 en het dal richting San Bernardino

Het dorp is een eeuwenoude doorgangsplaats voor handelaren en andere reizigers, over de San Bernadinopas naar de Italiaanssprekende Val Calanca (kanton Graubünden), over de Valserberg naar het Walserdorp Vals, via Splügen en Nufenen over de Safierberg naar het Safiental,  over de Splügenpas naar Chiavenna (Italië) of via de Rofflaschlucht en de Viamala naar Reichenau-Tamins.

Collectie: Museum Rheinwald

De Romeinen gebruikten deze route al en tot de komst van de trein en auto in de 19e  en 20e eeuw waren de verkeersmiddelen paard en wagen, later diligences en postkoetsen en (muil) ezels.

Collectie: Museum Rheinwald

Vervoer met (muil) ezels was voor de handel tot de komst van trein en auto het belangrijkste transportmiddel voor handelaren. Deze handel wordt aangeduid als Säumerei over Saumwegen. Het Museum Rheinwald in Splügen besteedt uitgebreid aandacht aan de historie van de Säumer (handelaren).

De dorpen langs de route hebben eeuwenlang geprofiteerd van deze verkeersroute. De (kostbare) goederen werden veelal opgeslagen in een grote opslagruimte (Sust). Voedselproducten, wijn, olijfolie, huiden, maar ook luxe producten zoals zijde, olijfolie en specerijen werden langs deze route vervoerd.

Herbergen voor Säumer, koetsiers en passagiers, voedsel en wisselplaats voor paarden en andere dieren, koetsen, reparatiebedrijven, smeden, boeren en diverse andere toeleveranciers en dienstverleners brachten welvaart en werk op deze internationale transitroute.

De Viamala

De handelshuizen en stadspaleizen in deze dorpen herinneren aan deze periode. De traditionele houten Walser woningen en opslagplaatsen staan er echter middenin. Ondernemingsgeest, traditie en innovatie in Zwitserland.

Hinterrhein

In de tweede helft van de 13e eeuw vestigden Duitstalige Walser zich op deze plek in het Rheinwald. De Walser waren immigranten uit Wallis. Waarschijnlijk emigreerden ze vanwege een bevolkingsoverschot en erfopvolging kwesties in grote aantallen naar Graübünden en andere regio’s. Vanuit het dorp Hinterrhein gingen ze vervolgens richting Vals, Splügen en andere gebieden van Graübünden.

Hinterrhein

Verdrag tussen de Heer Von Sax Misox en de Walser in Hinterrhein, 1286. Collectie: Archief Hinterrhein

De Walser kregen toestemming en (fiscale) privileges van de eigenaren van deze gronden. De Heren von Sax Misox (Burg Messoco) en Von Vaz sloten verdragen met de Walser.

Nufenen 

Verder stroomafwaarts ligt het walserdorp Nufenen. Het documentatiecentrum Walserama geeft uitgebreid informatie over de Walser, hun cultuur, handel, taal en landbouw.

Splügen

Het dorp geldt, bij wijze van spreken, als het modeldorp voor het transitverkeer met zijn Walser gebouwen en stenen Italiaanse stadspaleizen. Het Museum Rheinwald is in een van deze paleizen gehuisvest. De Heimatschutz heeft in 1995 aan Splügen de Wakkerpreis toegekend. De viaSpluga is een wandel- en cultuurweg tussen Thusis (Via Mala) en Chiavenna over de Splügenpas.

Sufers

Sufers is tegenwoordig vooral bekend vanwege zijn stuwmeer en elektriciteitscentrale en het gigantische fort Crestawald, dat ten tijde van de réduit (1940-1945) als verdediging tegen de Italiaanse dictatuur is gebouwd.

Schams

Het oorspronkelijk Romaanssprekende gebied omvat de Via Mala, de Rofflaschlucht, Val Ferrera en Andeer en Zillis als belangrijkste dorpen, naast diverse kleine gehuchten. Tot de 20e eeuw bleef Romaans de dominante taal en Walser vestigden zich hier niet of in kleine aantallen.

Zilllis

Andeer

Verder stroomafwaarts ligt de plaats Andeer.  Andeer was tot voor enkele generaties ook een Romaans sprekend dorp.  De aanleg van de Via Mala in 1473 en de nieuwe verkeerswegen in 1818-1822 leidden ook in Andeer tot een sterke toename van welvaart, werkgelegenheid en inwoners.

De Rofflaschucht en haar Gasthaus profiteerden hier ook van, tot de komt van de Gotthard spoorwegtunnel en daarna de komst van auto’s.

Reichenau

De Hinterrhein en de voormalige Säumerweg  vervolgen hun route, onder andere, langs Thusis, Fürstenau, Rhäzuns en Bonaduz om bij Reichenau-Tamins samen te komen met de Vorderrhein en diens Säumerweg.

Conclusie

Wat tegenwoordig goed begaanbare wegen zijn met de Via Mala en de Rofflaschlucht als toeristische attracties, waren eeuwenlang gevaarlijke en noodzakelijke verkeersaders in alle (barre) jaargetijden.

De komst van de Walser leidde vanaf de 13e eeuw leidde tot nieuwe dorpen, andere landbouwmethodes, huizenbouw en taal, de snelle ontwikkeling van handels- en verkeersroutes en ook tot een kaalslag van de bossen vanwege de grote behoefte aan hout.

De Romaanse taal heeft vanaf Andeer lang standgehouden en heeft pas in de loop van de 20e eeuw grotendeels plaatsgemaakt voor Duits. Tegenwoordig is er meer belangstelling voor en gebruik van de Romaanse taal.

Zwitserland is (vooralsnog) een succesvolle smeltkroes van talen, culturen en religies en ook Graubünden met haar Italiaanse, Duitse, Romaanse en Walser wortels getuigt hiervan. Het land geeft echter ook het maximaal haalbare aan en verdergaande ambities zouden wel eens onvoorziene en niet persé positieve gevolgen kunnen hebben.

De Viamala

 

 

Zwemmen in de Rijn

Het  jaarlijkse Basler Rheinschwimmen (Basler Rhyschimme)vond plaats op 12 augustus. De start was stipt om 18.00 met het traditionele kanonschot. Het parcours heeft een lengte van bijna 2 km vanaf het museum Tinguely tot aan de Johanniter Brücke aan de Kleinbasler oever.

Historie

Zwemmen in de Rijn is al eeuwenlang een favoriete bezigheid van de inwoners van Bazel. Zo zwommen in de 15e eeuw nonnen van het Klingental klooster (tegenwoordig Museum Klingental), gelegen aan de oever van de Rijn in Kleinbasel, uiteraard zonder zedenloos te zijn, op warme zomerdagen in het openbaar.

Omdat het in de 19e eeuw verboden was in de Rijn te zwemmen, nam een organisatie het initiatief tot de aanleg van zwembaden in de Rijn. In de jaren dertig werd zwemmen weer toegestaan.

Tegenwoordig zwemmen dagelijks honderden tot duizenden  mensen in de Rijn, afhankelijk van het weer, sommigen zelfs elke dag van het jaar, en nemen daarbij de beroemde waterdichte zwemzak (Wickelfisch) mee die in de 19e eeuw werd uitgevonden. In de zomermaanden en zeker met mooi weer is de Rijn een openlucht zwembad.

Het jaarlijkse Rheinschwimmen (Rhyschwimme) brengt duizenden zwemmers samen. Het evenement wordt georganiseerd door de Schweizerische Lebensrettungs-Gesellschaft Sektion Basel.

Rond vijfduizend zwemmers begaven zich op 16 augustus jongstleden in een feestelijke optocht naar de startplaats om vervolgens bij 23.5 Celsius het water in te gaan. Ondanks de lage Rijnstand stroomt de Rijn nog altijd richting Rotterdam. Na stroomafwaarts drijven/zwemmen wacht aan de finish een muzikaal en culinair onthaal.

Logo: www.sport.bs.ch

De Walser, Davos, Holsboer, Kirchner, de Zauberberg en Thomas Mann

Vóór de komt van de Walsers werd het gebied van Davos (kanton Graubünden) bewoond door Romaanstaligen. Volgens een document uit 1213 vestigden de Duitsprekende Walser zich in de dertiende eeuw vanuit Obervaz, Lenz, Brienz en Alvaneu in deze streek.

Het gebied viel onder de baronnen van Vaz. De Walsers hadden het recht om zich te vestigen en hadden fiscale vrijstellingen. Arosa, Lenzerheid, Tschiertschen en andere Walser dorpen zijn omstreeks deze tijd op soortgelijke wijze ontstaan.

Davos en zijn meer

Davos nam een leidende politieke rol op zich in het Walsergebied, dat zich in 1436 verenigde in de Zehngerichtebund, de bond van tien soevereine jurisdicties. Dat wil zeggen gemeentes met zelfstandige rechtsprekende bevoegdheid.

Deze Bond was de meest democratische van de Drie Bonden (Gotteshausbund, Grauer Bund en Zehngerichtebund). Alleen boeren, handelaren en andere burgers bepaalden het beleid, zonder dominantie van adellijke geslachten.

 

Het Schweizerhaus

Vanaf het begin gold het beginsel dat de minderheid zich moest schikken naar de meerderheid. Davos werd gekozen als vergaderplaats, en hoofdstad van de Zehngerichtebund. De burgemeester (Landammann), gekozen door de Landsgemeinde, zoals alle (rechterlijke) ambten, was de belangrijkste publieke functie.

Het stadhuis is al meer dan 700 jaar het politieke en bestuurlijke centrum. Het grootste belang kreeg het stadhuis na de oprichting van de Zehngerichtebund, die in Davos bijeenkwam.

Het stadhuis werd naderhand ook de zetel van de rechtbank. In 1559 brandde het gebouw, dat dateerde uit de 13e eeuw, af. Enkele jaren later is het herbouwd. In 1856 werden in het stadhuis twee gastenkamers voor toeristen ingericht.

De vraag was echter zo groot dat het aantal bedden voortdurend werd uitgebreid. Rond 1930 kwam er een einde aan deze herberg-functie van het stadhuis, mede vanwege de terugloop van het aantal toeristen (economische crisis, oorlog). Het stadhuis kreeg zijn strikte kubische vorm in 1930. De laatste aanpassing vond plaats in 1977.

Collectie: Waldhotel Davos

De geschiedenis van het kuuroord begon toen Alexander Spengler uit Duitsland en de Nederlander Willem Holsboer in 1868 het kuuroord Spengler-Holsboer oprichtten. Holsboer was in 1890 ook verantwoordelijk voor de aanleg van de spoorlijn van Landquart naar Davos.

De Engelse Sint-Lucaskerk is in 1883 gebouwd door de Engelse kolonie in de stijl van een neoromaanse bergkerk.

De eerste Engelse gast kwam naar Davos in 1869 en kort daarna reisden steeds meer Engelsen naar het kleine dorp. Veel Engelsen verbleven in kuurhotels of bouwden villa’s. Zo ontwikkelde zich, net als in veel andere dorpen in het kanton (en Zwitserland), de Engelse wijk. Van 1891 tot 1939 hadden ze er een consulaat, een krant en een bibliotheek met 6000 banden, een van de grootste Engelse bibliotheken op het continent.

Hotels, pensions, sanatoria en villa’s schoten als paddenstoelen uit de grond. Samen met de kuurgasten kwamen ook de zomer- en wintersport naar Davos. De aanleg van bergspoorwegen en skiliften was van doorslaggevend belang.

De prominente aanwezigheid van Engelsen is ook te zien aan de bouw van het Belvedere, dat op aandringen (en door financiering) van een Engelsman is gebouwd.

Tegenwoordig is Davos ook een congrescentrum en huisvest het gerenommeerde onderzoeksinstituten.

Het van buiten houten, van binnen moderne Kongresszentrum

(Bron: www. gemeindedavos.ch)

Thomas Mann, der Zauberberg, het Waldhotel en Ernst Ludwig Kirchner

Als je Davos zegt, zeg je ook Thomas Mann (1875-1955) en Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938). Van 15 mei tot 12 juni 1912 verbleef Thomas Mann in het Haus am Stein onder het huidige Waldhotel Davos, het voormalige Waldsanatorium.

Zijn vrouw Katia Mann (1883-1980) verbleef daar voor een kuur. Geïnspireerd door zijn indrukken schreef hij van 1913 tot 1924 zijn belangrijkste werk “Der Zauberberg”. Deze roman gaf Davos en het huidige Waldhotel een plaats in de wereldliteratuur.

Het Waldhotel Davos presenteert op 8 en 28 augustus en op 11 september in het Thomas Mann-jaar 2025, dat de 150e geboortedag van de schrijver markeert, de VR-installatie “Being Thomas Mann“.

   

Indrukken uit het huidige Waldhotel Davos, dat veel aandacht besteedt aan zijn beroemde gast en het voormalige sanatorium

Ernst Ludwig Kirchner

Ernst Ludwig Kirchner was een Duitse schilder en graficus. Hij is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme en was een van de oprichters van Die Brücke. In 1917 verhuisde hij naar Davos, waar hij in 1938 overleed. Het Kirchner Museum Davos is aan deze kunstenaar gewijd.

Het Waldhotel

Bisschops- en kardinaalsdorp Ernen is weer een muziekdorp

In Ernen (kanton Wallis) vond de pianist György Sebők (1922-1999) de ideale inspiratie om muziek te (her) ontdekken. In de afgelopen decennia hebben zijn masterclasses geleid tot een muzikale oase in de Alpen.

Het festival Musikdorf Ernen heeft een afwisselend programma. Elke zomer wordt het bergdorp omgetoverd tot een culturele caleidoscoop met barokmuziek, pianorecitals, jazzconcerten, lezingen, orkest- en kamermuziek.

Workshops en lezingen trekken ook muzikanten en bezoekers uit de hele wereld aan. Het voormalige bisschops- en kardinalendorp is dan weer voor een paar maanden een muziekdorp.

(Bron en verdere informatie: Musikdorf Ernen)

Belle van Zuylen wordt Isabelle de Charrière

Dit atikel gaat over het leven en literaire werk van Belle van Zuylen tot 1771. Een artikel in de Nouvelle Revue Neuchâteloise van najaar 2025 gaat over haar werk en leven.

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken is op 20 oktober 1740 geboren in slot Zuylen in het dorp Zuilen (provincie Utrecht). Haar vader baron Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken (1706-1776) was een belangrijke politicus in de provincie Utrecht en in de Staten-Generaal van de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën (Holland, Groningen, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Zeeland en Friesland). De moeder Helena Jacoba de Vicq (1724-1768) was een telg van een Amsterdams regentengeslacht. De roepnaam van Isabella was vanaf het begin Belle.

Het woonhuis van Belle aan de Kromme Nieuwe Gracht 35 in de wintermaanden in Utrecht, met uitzicht op de Dom en vlakbij de Waalse (Pieters) kerk

De Republiek en de Eidgenossenschaft, Prinsdom Neuchâtel en Genève

De Republiek van de Verenigde Provinciën, de Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft) van dertien kantons, de Republiek Genève en het (Pruisische) Prinsdom Neuchâtel onderhielden in deze periode nauwe culturele, economische, diplomatieke, militaire en religieuze betrekkingen.

In het leven van Belle speelden burgers uit Zwitserland vanaf haar jongste jaren een belangrijke rol. Genève was de hoofdstad van het Calvinisme, de dominante religie in de Republiek. Veel burgers van de Republiek woonden en studeerden voor korte of langere tijd op de Academie van Calvijn in Genève.

Gedurende de winter woonde de familie de mis bij in de Franstalige hervormde Waalse of Pieterskerk Kerk in Utrecht, in de zomer in de kapel van het kasteel. De familie van Belle was ook Calvinistisch, wat later nog een rol zou spelen bij een (afgewezen) huwelijkskandidaat.

Constant d’Hermenches met twee andere Zwitserse officieren in hun rode uniformen in dienst van de Republiek. Anoniem. Collectie: Slot Zuylen

Veel Zwitsers dienden bovendien in het leger van de Republiek. Belle zou met enkelen van hen, onder anderen met Constant d’Hermenches, een langdurige correspondentie en vriendschap onderhouden.

De Cent Suisses in de Republiek. Ze introduceerden klaverjassen in Zwitserland, onder de naam Jass

De Cent Suisses bij het Fête des Vignerons in Vevey, 2019

Ook maakte ze in deze tijd kennis met Henri de Sarraz, commandant van de beroemde Cent Suisses, de lijfwacht van de Stadhouder, zeg maar het equivalent van de Zwitserse Garde in het Vaticaan.

Een  Zwitserse soldaat in blauw uniform in dienst van de Republiek. Collectie Landesmuseum Zürich

Bovendien waren Zwitserse diplomaten en officieren graag geziene gasten in Den Haag, de residentie van de Stadhouder, de Prins van Oranje, en de locatie van de Staten-Generaal, zeg maar de Tagsatzung van de Confederatie. Zowel de provincies, als de kantons waren soevereine republieken.

Het verschil heeft echter een naam: de provincie Holland en in het bijzonder de stad Amsterdam. De Staten-Generaal had weliswaar meer bevoegdheden dan de Tagsatzung. Vooral op militair (oorlogsvloot en leger) gebied, maar in feite bepaalde Amsterdam het militaire beleid.

Niet alleen veel militairen, maar ook veel Franstalige Zwitsers werkten als docenten, reisbegeleiders, gouverneurs en gouvernantes in de Republiek, ook in huize Van Tuyll van Serooskerken.

Nijmegen, het Bastion, maquette van een houtvlot, dat eeuwenlang vanaf Bazel de Rijn afvoer. Een getuigenis uit 1611: “Als ich 1611 im Früling mit Gottes hilff auff meinem Handwerck zu wandern auf den Rhenistrom hinabgezogen und zu Amsterdam angelangt, allda auch einen Meister gefunden“, uit de Reiseberichte (1624) van Samuel Braun uit Bazel, verwerkt in de roman van Helen Liebendörfer, Die Abenteuer des Samuel Braun. Als Schiffarzt nach Afrika (Basel 2023)

Op economisch gebied was er al eeuwenlang een vruchtbare uitwisseling van goederen en mensen via de Rijn. De kolossale houtvlotten die vanaf Bazel naar Rotterdam en Amsterdam voeren, specerijen uit Holland of hout en textiel uit Zwitserland zijn maar enkele van de vele voorbeelden. Amsterdam is gebouwd op palen van deze houtvlotten!

Op wetenschappelijk en cultureel gebied bestond ook een grote uitwisseling. Studenten en wetenschappers van de Universiteiten van Bazel en Leiden waren kind in elkaars huis, de Hollandse schilderkunst was ook in Zwitserland beroemd en diverse Zwitserse kunstenaars verbleven in de Republiek. Anderzijds inspireerde het Alpenlandschap Hollandse kunstenaars, zelfs zonder dat ze er geweest waren!

Het gele gebouw rechts is de eerste locatie van de Universiteit van Bazel 

De jeugd van Belle

Belle had vier broers (Reinout Gerard (1741-1759), Willem René (1743-1839), Diederik Jacob (1744-1773) en Vincent Maximiliaan 1747-1794) en twee zusters (Johanna Maria (1746-1803), Geertruida Jacoba (1749-1749). Deze prominente en eeuwenoude adellijke familie woonde vanaf mei tot oktober op het kasteel en van november tot april in Utrecht.

In haar kinderjaren kreeg Belle de toentertijd gebruikelijke Franstalige opvoeding voor adellijke meisjes: godsdienst, schrijven, lezen, muziek, literatuur, tekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen, schilderen en andere handvaardigheden.

Jeanne-Louise Prevost uit Genève was vanaf 1746-1753 haar gouvernante. Met haar verbleef ze vanaf augustus 1950 tot mei 1951 in Lausanne en Genève en op de terugreis in Lyon, Chambery en Parijs.

Bij terugkomst was ze tweetalig en, nog belangrijker voor haar literaire vorming, ze kwam in aanraking met Franstalige literatuur, toneel en muziekcomposities. die de gouvernante ook daarna onder de aandacht bracht. De brieven van Madame de Sévigné en werken van Rousseau, Voltaire, Racine, Molière, Corneille en andere grootheden stonden dagelijks op het programma.

Belle van Zuylen, 1771, kopie van gipsen origineel (huwelijkscadeau) door Jean Antoine Houdin (1741-1828). Het origineel bevindt zich in Neuchâtel. Collectie: Slot Zuylen

Niet alleen stimuleerde de gouvernante deze gebieden, maar ook ´jongensvakken´ zoals filosofie, meetkunde, wiskunde, natuurkunde of bouwkunde. Het was aan Belle welbesteed. De gouvernante ging in 1753 terug naar Genève, maar ze correspondeerden nadien nog intensief. Helaas is alleen de correspondentie van de gouvernante bewaard gebleven. Haar opvolger was de Zwitserse gouvernante Suzanne Girard-Trembley uit Genève.

Volwassenheid

Belle kreeg na 1755 ook andere dingen aan haar hoofd: het zoeken en vinden van een huwelijkspartner. Ten gevolge van haar eerste verliefdheid begon ze brieven te schrijven, het begin van haar correspondentie van ongeveer 2 600 bewaarde brieven. Deze brieven toonden al de invloed van Franse en soms in het Frans vertaalde Engelse literatuur, bijvoorbeeld van Samuel Richardson en diens Clarissa, or the History of a young Lady.

Behalve de zoektocht naar een huwelijkskandidaat was Belle ook op zoek naar haar plaats in de maatschappij en vooral haar persoonlijke ontwikkeling. Ze was zich weliswaar bewust van haar hoge afkomst en huwelijksverwachtingen met een heer van gelijke stand, maar wilde en kon haar leergierige en onafhankelijke karakter niet verloochenen.

Daar hebben we niet alleen een archief van ongeveer 2 600 bewaarde brieven aan te danken, maar ook krantenartikelen, romans, fabels, essays, toneelstukken, gedichten, enkele muziekcomposities en na de Franse Revolutie zelfs politieke pamfletten, alle Franstalig. De meeste literaire werken schreef ze na 1771 tot aan haar overlijden in 1805 verblijf in Colombier (kanton Neuchâtel).

Links: J. Maurer (1737-1780), Belle van Zuylen, naar een portret van Maurice Quentin de Latour (1704-1788), rechts: Helena Jacoba de Vicq, toegeschreven aan Belle van Zuylen. Collectie: Slot Zuylen

Haar eerste literaire publicaties verschenen in Franstalige publicaties in de Republiek en in Frankrijk. Haar zelfportret Zélide verscheen 1762 in de Mercure de France, Le Noble 1763 in de Amsterdamse Le Journal étranger combiné avec L’Année littéraire. Le Noble (de edelman)is een karikatuur op het leven van een edelman en toont de kritische geest van Belle, wat niet door iedereen in dank werd afgenomen en ook niet door haar vader, die de hele oplage opkocht!

In deze tijd waren er talrijke andere Franstalige publicaties in de Republiek, de Gazette d´Amsterdam, de  Gazette d´Utrecht, de Gazette de la Haye, de Bibliothèque impartiale of de Bibliothèque des sciences et des beaux-arts bijvoorbeeld.

Afbeelding: Wikipedia

Bovendien waren Franstalige publicaties aanwezig in de bibliotheek van het kasteel of in het huis in Utrecht of op andere plaatsen, zoals delen uit de ´Encyclopedie van Diderot en d’Alembert’ , de Gazette littéraire de l’Europe of de l’Esprit des Lois van Montequieu. Daarnaast waren er Nederlandstalige uitgaven die Belle las, zoals de Opregte Haarlemse Courant en de Utrechtse Courant.

Belle las deze en andere publicaties om op de hoogte te blijven van de laatste politieke, literaire en culturele ontwikkelingen en besprak deze ook in haar correspondentie.

Als dochter van een aanzienlijk geslacht was ze vanaf 1755 een graag geziene gast op de soirees en andere gelegenheden van de betere kringen in Utrecht, Amsterdam, Den Haag of bij familie elders in het land.

Ze speelde klavecimbel en declameerde soms gedichten. Ook speelde ze rollen bij toneelvoorstellingen op deze privé-feesten. Kortom, ze was gearriveerd in de wereld van de beau monde. Het vinden van een geschikte huwelijkskandidaat was een belangrijk doel van deze bijeenkomsten, althans voor de ouders.

Jean Baptist Bonjour (1801-1882), portret van Baron de Constant de Rebecque, Heer van Villars-Mendraz et d ’Hermenches, 1839, kopie naar een origineel schilderij.

OP 28 februari 1760 volgde het eerste bal in Den Haag bij de stadhouder en zijn familie. Hier ontmoette zij de Zwitserse kolonel David-Louis, Baron de Constant de Rebecque, Heer van Villars-Mendraz et d ’Hermenches (1722-1785). De Baron was in dienst van de Republiek en tot 1775 correspondeerden ze zeer open over vriendschap, liefde, trouw, huwelijkskandidaten, hun gedichten en andere literaire werken, politiek, oorlog en vrede.

Het was delicaat om te corresponderen met een 17 jaar oudere gehuwde man en Belle verzocht hem alle brieven te vernietigen. Hij heeft dit gelukkig voor het nageslacht niet gedaan.

Belle verbleef in de lente en zomermaanden op het kasteel. Tegen de conventies in werkte ze in de tuin, bezocht boeren en ontwikkelde zich intellectueel, artistiek, als mens en als schrijfster, waarbij haar kritische waarnemingen in correspondentie en enkele werken tot uitdrukking kwamen. Het maakte het vinden van een huwelijkspartner er niet makkelijker op.

De hedendaagse tuin van Slot Zuylen

Een reeks Schotse, Duitse, Nederlandse, Deense en Franse kandidaten passeerde tot 1768 de revue, daaronder de Deense koning, Duitse prinsen en graven, Schotse Lords en veel edellieden uit de Republiek.

Hoewel het niet leidde tot een huwelijk, correspondeerden Belle en de kandidaten heel wat af. Een huwelijksaanzoek in de hoogste kringen was een tijdrovende aangelegenheid, zeker als de kandidaten ver weg woonden of op reis waren. De Poolse Graaf Pieter Dönhoff (1720-1764) en de schotse jonkheer James Boswell (1740-1795) behoorden tot de vele gegadigden.

De meest kansrijke kandidaat was van 1764 tot 1768 François-Eugène Robert Noyel, markies de Bellegarde (1720-1790). Hij was afkomstig uit Savoie en een generaal-majoor in dienst van de Republiek. Savoie was destijds een hertogdom binnen het koninkrijk Piëmont-Sardinië. Er was echter een probleem: Bellegarde was katholiek. En haar vader was niet te vermurwen.

Huwelijk

In juni 1768 diende zich echter een andere kandidaat aan, de Zwitserse jonker Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808). Hij was van 1763-1766 gouverneur van Belles broer Willem René. Het landhuis ‘Le Pontet’ van De Charrière ligt tussen de wijngaarden in Colombier (kanton Neuchâtel, destijds een prinsdom). De correspondentie tussen de twee begon met een brief van De Charrière.

Louis-Ami Arlaud-Jurine (1751-1829), Charles-Emmanuel de Charrière, 1781, Collection: Bibliothèque de Genève

Het klikte tussen Belle en Charles-Emmanuel, alleen diens financiële positie en lage adellijke afkomst waren minder voor de handliggend. Belles ouders twijfelden aanvankelijk, maar op 14 januari 1771 werd het huwelijkscontract getekend.

Op 17 februari trouwden ze in de kapel van kasteel Zuylen. Na diverse plichtplegingen en verblijf in Brussel en Parijs, kwam het paar in september 1771 aan in Le Pontet. Belle van Zuylen ging voortaan door het leven als Isabelle de Charrière.

Le Pontet in Colombier

Belle bezocht Zuylen en Nederland voor het laatst vanwege het overlijden van haar vader in 1776. Haar moeder was al in 1768 gestorven. In Zwitserland schreef ze de meeste van haar literaire werken, musiceerde en componeerde ze veel en kwam ze in contact met Zwitserse en Franse grootheden in Parijs en later als ballingen, waaronder Benjamin Constant (1767-1830), Voltaire (1694-1778) en Madame de Staël (1766-1817).

Naschrift

De schriftelijke werken van Belle van Zuylen en Isabelle de Charrière  (dus geen pseudoniem) staan in hoog aanzien in Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en diverse andere landen.

De (Franstalige) correspondentie van Belle van Zuylen is digitaal beschikbaar. Haar complete (Franstalige) oeuvre is in diverse banden verzameld. Nederlandse vertalingen zijn deels al beschikbaar. In Utrecht staat ze op de eerste plaats van het literaire canon, in 2004 is ze verkozen tot grootste Utrechter aller tijden, ze heeft een plaats in het Pantheon van het literatuurmuseum in Den Haag en diverse literaire prijzen, vele straten en andere locaties dragen haar naam. Zelfs de Universiteit van Parijs heeft in 2024 een leerstoel aan haar gewijd!

Het Genootschap Belle van Zuylen/ Association Isabelle de Charrière en het Huygens Insituut zijn de belangrijkste aanspreekpunten in Nederland.

De schrijfkamer (replica) van Belle in Slot Zuylen

Ondanks haar Internationale status van literaire grootheid en kritische maatschappelijke instelling, zelfs tegenover haar eigen stand, heeft het Nederlandse academische tribunaal ook haar veroordeeld vanwege koloniale betrokkenheid van haar en haar familie.

Hoewel er ten tijde van Belle nog geen koloniën waren, maar door garnizoenen beschermde handelsposten en ondernemers, ben je als ‘klasse’ al verdacht. Het doet sterk denken aan het communisme en zijn klassenvijanden.

Afgezien hiervan was ‘slavernij’ geen Europese uitvinding, maar al diepgeworteld in de maatschappij van de ‘koloniën’. De sultans in het voormalige Nederlands-Indië waren voor de komst van Europeanen al eeuwen slavenhouders. Hetzelfde geldt voor Afrika, Arabische landen of bijvoorbeeld Turkije.

Stamboom van het geslacht Van Tuyll van Serooskerken. Collectie: Slot Zuylen

Het middeleeuwse geslacht Van Tuyll van Serooskerken had bovendien zijn status en bezit niet aan ‘koloniën en slavernij’ te danken maar in de eerste plaats aan grondbezit. De opbrengst zijn de nakomelingen vervolgens deels gaan investeren in ondernemingen, waaronder handelsondernemingen en plantages in ‘koloniën’, in goede samenwerking met lokale machthebbers en ook slavernij.

Het is niet alleen anachronisme ten top, maar ook nog eens feitelijk onjuist om Belle te verwijten niet kritisch over slavernij bericht te hebben. Je kan haar dan ook verwijten niet over heksenverbranding, meedogenloze vervolging wederdopers, discriminatie Joden, homoseksuelen en katholieken, (kinder) arbeid in de textielfabrieken, uitbuiting veenboeren of schrijnende armoede in Utrecht geschreven te hebben.

De verzamelde literaire werken en correspondentie in Slot Zuylen

Belle had juist wel oog en vooral een kritische pen over de maatschappij, maar deze onderwerpen waren toen nog niet aan de orde. Anders kunnen we Cicero, Seneca, Socrates en gymnasia ook wel op de brandstapel gooien, allen slavenhouders en juridische vormgevers van slavernij (en vrouwendiscriminatie).

Misschien toch ook Sinterklaas, als bisschoppelijk symbool van eeuwenlange vrouwen-, homo-, Joden-, boeren- en arbeiders- en Moslimonderdrukking, progoms en kruistochten, heksen- en ketterverbrandingen en (hedendaagse) pedofilie en ander (sekuseel) misbruik maar ‘cancellen’ (oftwel afzeggen/verbieden in goed Nederlands)? ‘Zwarte Piet en Sinterklaas, allebei bestaan ze niet’, humor is echter niet besteed aan het land van activisten.

Misschien Karel de Grote als de grootste massamoordenaar op heidenen ook maar in de ban doen, of Thorbecke die niets van vrouwenkiesrecht moest hebben? Dit is het hyperige, oppervlakkige, activistische en politiek ingestelde academische en journalistieke niveau in Nederland, feitelijk een moralistisch en mede op het verkrijgen van subsidies gericht tribunaal.

(Bronnen: Huygens Instituut, Correspondentie Belle van Zuylen; K. Verboeket, Slot Zuylen, Oud-Zuilen, Amsterdam, 2003; K. van Strien, Belle van Zuylen. Een leven in Holland, Soesterberg, 2019; J. Bujard et autres, ‘Le Manoir du Pontet à Colombier’, in la Nouvelle Revue neuchâteloise, Hiver 2002, No 76).

De nationale feestdag, het Zwitserleven en de sui generis Europese Unie

De Zwitserse nationale feestdag, het Bundesfeier of la Fête nationale suisse, vindt jaarlijks op 1 augustus plaats en wel sinds 1891. De jonge Confederatie, tot stand gekomen in 1848 na een proces van eeuwen, herdacht het (mythische) bondgenootschap van de eerste Eidgenossen Uri, Schwyz en Unterwalden in 1291. Het Bundesbriefmuseum en het Forum Schweizer Geschichte in Schwyz en het Landesmuseum in Zürich geven in woord, beeld en documentatie inzicht in deze totstandkoming.

Bazel, 1 augustus 2025

Terugkijken is belangrijk, noodzakelijk en zinvol. We leven echter in het heden met de blik op de toekomst. Wat verenigt tegenwoordig 26 kantons en hun veelal verschillende talen, culturen, religies en economische systemen? Ondanks deze verschillen en soms conflicten is er een bindende factor: het Zwitserleven.

Bern, Bundeshaus, de 26 kantons 

Het Zwitserleven is een manier van leven, die is gevormd in de loop der eeuwen. De Grondwet en haar diverse keren aangepaste en aangevulde tekst van 1848 zijn de juridische en politieke weergave van het Zwitserleven op nationaal, kantonaal en gemeentelijk niveau.

Landesmusem, Plakaat van de Grondwet van 1848

De Grondwet

Directe democratie, subsidiariteit en de federale opzet van het land zijn een uitdrukking van het Zwitserleven, dat wil zeggen de wijze waarop de inwoners hun dagelijkse leven inrichten en willen beleven. De burger en de kantons staan in deze opzet centraal. Dit komt ook tot uitdrukking in de preambule en de artikelen I en II van de Grondwet:

Preambule

Das Schweizervolk und die Kantone, in der Verantwortung gegenüber der Schöpfung, im Bestreben, den Bund zu erneuern, um Freiheit und Demokratie, Unabhängigkeit und Frieden in Solidarität und Offenheit gegenüber der Welt zu stärken, im Willen, in gegenseitiger Rücksichtnahme und Achtung ihre Vielfalt in der Einheit zu leben, im Bewusstsein der gemeinsamen Errungenschaften und der Verantwortung gegenüber den künftigen Generationen, gewiss, dass frei nur ist, wer seine Freiheit gebraucht, und dass die Stärke des Volkes sich misst am Wohl der Schwachen, geben sich folgende Verfassung:

Art. 1

Art. 1. Schweizerische Eidgenossenschaft. Das Schweizer Volk und die Kantone bilden die Schweizerische Eidgenossenschaft.

Art. 2

(1) Die Schweizerische Eidgenossenschaft schützt die Freiheit und die Rechte des Volkes und wahrt die Unabhängigkeit und die Sicherheit des Landes. 

(2) Sie fördert die gemeinsame Wohlfahrt, die nachhaltige Entwicklung, den inneren Zusammenhalt und die kulturelle Vielfalt des Landes.

(3) Sie sorgt für eine möglichst grosse Chancengleichheit unter den Bürgerinnen und Bürgern. 

(4) Sie setzt sich ein für die dauerhafte Erhaltung der natürlichen Lebensgrundlagen und für eine friedliche und gerechte internationale Ordnung.

 Na de invoering van het verplichte referendum in 1848, volgden in 1874 en 1891 respectievelijk het facultatieve referendum en het Volksinitiatief. Deze vergaande bevoegdheden voor burgers kwamen niet uit de lucht vallen, maar hadden in diverse kantons al een eeuwenoude historie.

Zelfs de tot 1798 oligarchisch geregeerde kantons van het ancien régime gingen na vele (interne) discussies en mede vanwege de ervaringen in de Franse tijd (1798-1813) overstag. Deze ontwikkeling was niet vanzelfsprekend, maar was het resultaat van een politieke beweging, die mede geïnspireerd was door de ‘Landsgemeinde’ en de Franse tijd.

Genève, 25 september 2022, een facultatief referendum

De conflicten tussen en in de kantons liepen destijds hoog op, maar uiteindelijk kregen en hebben de burgers en kantons, zoals de preambule en de artikelen 1 en 2 ook garanderen, het laatste woord inzake de bevoegdheden van de federatie, vrijheid, democratie, onafhankelijkheid en vrede.

1848-2025

De Grondwet van 1848 en haar aanpassingen zijn de basis voor het ‘Zwitserse Wirtschaftswunder’, de keiharde Zwitserse franc, goed (universitair- en beroeps) onderwijs, milizsysteem, solidariteit en systeem van sociale zekerheid.

Dit systeem met 26 verschillende kantons kan alleen functioneren indien de burgers het ook beleven, steunen en vormgeven. En dat doen ze. Dat heeft weer te maken met ’s lands mentaliteit in economie, onderwijs, cultuur en samenleving: hard werken, innovatief, creatief, met een open oog voor het buitenland wat betreft export, studeren, emigranten, reizen en werken en op politiek niveau gericht op overleg, compromis, respect en tolerantie.

Fasnacht 2023, Laterne. De 26 Kantone en engegament van bewoners. 

Krentenpikker of Europeaan en wereldburger

Veelal krijgt het land het etiket ‘Krentenpikker’, met name van de EU en haar aanhangers in Zwitserland. Echter, wie pikt de ‘krenten’? Ongeveer 400 000 Fransen, Italianen en Duitsers werken als grensgangers in dit kleine land!

Veel Zwitsers trokken al vanaf de middeleeuwen de wijde wereld in, onder andere op grote houten vlotten rijnafwaarts richting Holland. Een maquette van een deze gigantische houten vlotten staat in het Museum Bastion in Nijmegen. Een getuigenis uit 1611: “Als ich 1611 im Früling mit Gottes hilff auff meinem Handwerck zu wandern auf den Rheinstrom hinabgezogen und zu Amsterdam angelangt, allda auch einen Meister gefunden“, uit Reiseberichte (1624) van Samuel Braun uit Bazel, verwerkt in de roman van Helen Liebendörfer, Die Abenteuer des Samuel Braun. Als Schiffarzt nach Afrika (Bazel 2023)

Daarnaast werken én wonen honderdduizenden EU-burgers in Zwitserland. Ter vergelijking, in Nederland, Frankrijk, Italië of Duitsland werken veel minder Zwitsers. Het land heeft ’s werelds beste beroepsonderwijs, universiteiten en onderzoeksprogramma’s- en instituten. Op vijf continenten zijn Zwitsers actief in NGO’s, bedrijven of als globetrotters.

Andeer, Elektriciteitscentrale in de Hinterrhein

De burgers leven letterlijk en figuurlijk dicht bij de natuur. In alle kantons en gemeentes staan ‘Bio’ en respect voor natuur al generaties in het vaandel, schone ‘witte energie’ bedraagt ongeveer 50% van de energiebehoefte.

Het Hof voor de Rechten van de Mens maakt het echter bont door een feitelijk en juridisch absurd oordeel te geven over een door Greenpeace georkestreerde kwestie (afgezien van andere activistische uitspraken).

Zinal, Alpage de Cottier

Het land heeft op eigen kosten, op tijd en zonder al te veel corruptie peperdure relevante Europese verkeersverbindingen aangelegd. De EU en haar lidstaten negeren echter overeenkomsten hieromtrent en zelfs bindende uitslagen van een referendum (1994).

De Europese Unie

Wat bindt burgers van landen (zeg kantons) van de Europese Unie met elkaar? Wat hebben Finnen gemeen met Grieken, Ieren met Bulgaren en, wie weet, over een aantal jaren Turken met Zweden? Alleen het top-down concept en centralisme met haar bureaucratie en ‘one size fits all’ concept houdt deze Unie in stand.

Dat werkt zolang belangen en interesses gedeeld worden, maar ambities, retoriek en woorden kunnen fundamentele verschillen niet wegnemen. Geen zinnig mens is tegen deze Europese Unie met haar noodzakelijke, goed functionerende en belangrijke samenwerking.

Maar de democratische, culturele, sociale en maatschappelijke basis voor de alsmaar uitdijende EU ontbreekt. Deze Unie is bovendien niet in staat zich te hervormen en immigratie-, euro- of buitenlands beleid ontaarden in een moeras van onenigheid, mislukkingen en retoriek.

Bangmakerij en angst (Binnenmarkt, Trump, Rusland, China en zo voorts) zijn geen goede basis om niet realistische Europese federale ambities als ‘noodzakelijk’ te presenteren, waar  intergouvernementele samenwerking vaak effectiever, innovatiever, transparanter en vooral democratischer is.

Laterne Fasnacht 2025, Amerika tegenwoordig

Parallelle samenlevingen en mensenrechten

EU-landen Denemarken en Polen verzetten zich openlijk tegen het falende Europese (if any) immigratiebeleid. Zwitserland neemt het echter in het beoogde verdrag wél over zonder opt-out.

Daarbij wordt genegeerd dat het verkrijgen van het Duitse, Nederlandse, Portugese of Spaanse burgerschap relatief makkelijk is voor (te) veel niet ingeburgerde immigranten, die vanwege deze (EU) pas echter ook toegang hebben tot Zwitserland.

Veelal is het krijgen van een arbeidscontract bij (obscure) bedrijven van wijdvertakte familie- of vriendenrelaties in Zwitserland geen probleem. Het is ook tamelijk naïef om te veronderstellen dat een arbeidscontract als zodanig in deze context een serieuze voorwaarde voor een verblijfsvergunning is. Ook gezinshereniging is een open einde en zal ook voor verrassingen gaan zorgen.

Het verdrag met de EU moet dan ook niet gaan om immigratie als zodanig (Zwitserland is gelukkig al vele generaties een immigratieland), maar het voorkomen van het ontstaan van parallelle samenlevingen zoals in andere EU-landen. Dat is een grondwettelijk- en mensenrecht voor de inwoners (burgers en niet-burgers) van het land.

L’Union monétaire latine van 23 december 1865. Bron: Wikipedia

 Conclusie

 In de relatie met de EU hoort niet de tekst van een verdrag centraal te staan, maar het Zwitserleven, zoals tot uitdrukking gebracht in de preambule en de artikelen 1 en 2 van de Constitutie.

Bovendien bestond een organisatie sui generis als de EU in 1848 nog helemaal niet. De wetgever had vanwege de beperking van directe democratie, subsidiariteit en federale opzet in het beoogde nieuwe verdrag met de EU ook de ‘sui generis’ EU van 1957 en dus de dubbele meerderheid  van kantons en burgers (preambule en art. 1 en 2) op het oog.

Woorden zijn bovendien geduldig en maar al te vaak heeft de EU aangetoond geen betrouwbare partner te zijn (bijvoorbeeld uitsluiting Horizon, NEAT, Beurzennoteringen en andere dreigementen) of het Hof van Justitie van de Europese Unie vanwege politieke motieven  schendingen van Europees recht negeert (‘Dublin’, euro of staatssteun en monopolies (EDF) van Frankrijk) of ronduit activitisch en politiek ingesteld is.

De  Euro-CHF wisselkoers 2002-2025. bron: www.schweizer-franken.eu

De Europese Commissie heeft daarentegen de NS vanwege haar monopoliepositie gedagvaard. Een slecht omen voor Europa’s beste openbaar vervoer (de SBB en Postauto).

Het is tamelijk naïef te veronderstellen dat de praktijk met een nieuw verdrag anders zal zijn. Integendeel, ondanks zoetgevooisde teksten zal de realiteit de tekst inhalen.  Het meepraten van Zwitserland is bovendien wat anders dan meebeslissen en de Nederlandse ervaring heeft geleerd dat zelfs meebeslissen zeer relatief is (3% invloed) en ‘schuldenaren’ in strijd met het EU-verdrag bijvoorbeeld een Frans-Italiaanse munt en Frans-Italiaanse Europese Centrale Bank hebben gecreëerd.

The Mont Terri Rock Laboratory, St. Ursanne

Zwitserland is een kosmopolitische samenleving wat betreft mentaliteit, economie, immigratie, onderwijs, cultuur, onderzoek en bevolkingssamenstelling. Het land lag al lang voor de totstandkoming van de EU midden in Europa en was en is op veel gebieden een loyale Europese speler, echter met behoud van tradities, directe democratie, subsidiariteit, federale opzet, het fundament van haar bestaan en functioneren.

Eigen initiatief en verantwoording in combinatie met het milizsysteem, solidariteit en oog voor de minderheid en zwakkere vormen hierin belangrijke pijlers. Zelfs kloosters floreren in dit systeem! Zwitserland moet niet verder ‘Europeaniseren’, maar de EU doet er goed aan in diverse opzichten te verzwitsersen en te accepteren dat het land is wat het is: geen eiland, geen paradijs, maar (vooralsnog) een economische, democratische, sociaal stabiele oase midden in Europa.

En bovendien, Deze EU zou vanwege een gebrekkige democratie, hoge schulden, centralisme, geen subsidiariteit en zwakke munt nooit als 27e kanton tot de Zwitserse Confederatie worden toegelaten!

Hoe is het bovendien te verklaren dat de ‘Musterknabe’ Duitsland met name vanwege EU-regels (onder andere rampzalig klimaatbeleid, (mislukte) euro, ongecontroleerde migratie) aan de rand van de sociale, economische, monetaire en politieke ontwrichting staat? Kennelijk is de EU toch niet zo’n wondermedicijn.

De Rijn bij Eglisau, Grens met Deutschland 1939-1945

Bovendien wordt de democratie door de ad absurdum geprivilegieerde en overbetaalde  Europese bureaucratie en de machtige lobbyorganisaties steeds verder uitgehold. Het Nederlandse parlement heeft, bijvoorbeeld, veelal geen flauw idee welke regelgeving in voorbereiding is, of de leden worden te laat, onvolledig of onjuist geïnformeerd. Bovendien hebben ze al genoeg aan de complexe kwesties in eigen land. Laat staan dat het Zwitserse parlement voldoende inzicht kan hebben of dat burgers een referendum over EU-regels kunnen organiseren (bovendien op straffe van sancties door de EU).

Dat is de realiteit binnen de EU, die niet eens de zetel van haar parlement kan regelen. ‘Zämme in Europa’ bestaat voornamelijk op papier en in de hoofden van

Wel doet het land er goed aan zich open te stellen voor samenwerking op defensief gebied. In tegenstelling tot  het Zwitserleven, directe democratie, subsidiariteit en federale opzet, laat neutraliteit zich wel relativeren in de huidige context. Dit geldt te maar daar Zwitserland in 1940-1945 en de Koude Oorlog niet echt neutraal was.

Kloosters als traditionele Zwitserse bron van innovatie en ondernemingsgeest

Veel kloosters in Zwitserland zijn in de loop der eeuwen opgeheven, met name na de Reformatie, tijdens de Franse bezetting (1798-1813) en in de negentiende eeuw. Een aantal is afgebroken, andere hebben een nieuwe bestemming gekregen, veelal met instandhouding van het complex.

St. Urban

Muri

Ondanks de secularisatie in de 20e eeuw en het afnemende aantal monniken en nonnen doemen in het landschap, in steden of dorpen op onverwachte plaatsen nog functionerende kloosters op. St. Johann in Mustair (kanton Graubünden), Mariastein bij Metzerlen (kanton Solothurn), Bigorio (kanton Tessin), Einsiedeln (kanton Obwald) of Notkersegg (kanton St. Gallen) zijn maar enkele voorbeelden.

Wat deze kloosters gemeen hebben is hun creativiteit, innovatie, daadkracht en openheid om, met instandhouding van hun traditie en religieuze beleving, voort te bestaan. Wat dat betreft symboliseren ze in zekere zin Zwitserland. Twee kloosters kunnen bij wijze van voorbeeld genoemd worden, met verwijzing naar diverse andere al besproken kloosters op deze site.

Het benedictijnerklooster Fischingen

Het benedictijnerklooster Fischingen in het dorp Fischingen (kanton Thurgau), aan de rivier Murg, niet al te ver van de oude residentie Wil van de abt van het klooster van St. Gallen, is gesticht in 1138. Het complex telde in de 13e eeuw maar liefst 150 monniken en 120 nonnen.

De graven van Toggenburg, diens opvolgers de Habsburgers en in 1460 de Eidgenossenschaft waren de beschermheren. Het klooster overleefde de reformatie en het werd zelfs na het Concilie van Trente (1545-1563) een steunpunt in de Contrareformatie.

De eerste Romaanse kloosterkerk stamde uit 1144. Diverse branden en een Gotische verbouwing  in 1440 verder, is de huidige barokke kerk 1687 ingewijd. Andere gebouwen van het enorme complex zijn rond 1750 gebouwd.

De Idda-kapel is een belangrijke halte op de pelgrimsweg van Konstanz naar Einsiedeln. De kapel is vernoemd naar de Idda, de echtgenote van de Graaf van Toggenburg, beschermheer van het klooster. Zij leefde in de 12e eeuw en leefde na de dood van haar man als kluizenaar vlakbij het klooster.

Wat de Franse bezetter in 1798-1813 niet was gelukt, deed het kanton Thurgau in 1848 per decreet: het klooster werd opgeheven en het bezit geprivatiseerd. Echter, het private initiatief speelt in dit bottom-up land in alle kantons een belangrijke rol.

Een katholieke vereniging kocht in 1879 het kloostercomplex en richtte het in als tehuis voor wezen, geleid door benedictijner monniken. Op 28 augustus 1977 volgde zelfs de feestelijke heropening van het klooster als zelfstandige Benedictijner priorij.

 

   

Van belang in dit verhaal is echter de huidige bestemming van het klooster. Tegenwoordig zijn er nog 4 monniken, met een leeftijd tussen de 60 en 80 jaar. Zoals in veel kloosters is de belangstelling voor toetreding gering, en toch heeft de abdij een creatieve oplossing gevonden om althans het fysieke voortbestaan te waarborgen.  Een klein deel van het complex is gereserveerd voor de monniken.

Het overige deel is echter omgebouwd tot een indrukwekkend hotel-, restaurant- en seminarcomplex. Daarnaast zijn er nog diverse andere bedrijven aanwezig, waaronder de brouwerij, zagerij en meubelmakerij. Traditie, innovatie en ondernemingsgeest van een klooster in een klein dorp in Thurgau.

Het Cisterzienserklooster Magdenau

Het Cisterzienserklooster in het dorp Magdenau bij Degersheim (kanton St. Gallen) is in de 13e eeuw gesticht. De oorsprong van het klooster is een aantal vrouwen uit St. Gallen, die in 1228 een gemeenschap vormde. De lokale ridder Rudolf II. Giel von Glatburg en diens vrouw Gertrud schonken deze groep  landerijen en met instemming van de de abt van St. Gallen de parochiekerk St. Verena en land.

De parochiekerk St. Verena

De vrouwen bouwden op deze plek bij Magdenau hun klooster. Ze deden dit met zoveel succes, efficiency en enthousiasme, dat Paus Innocent IV (1195-1254) hun beschermheer werd en het klooster 1247 rangschikte onder de Orde van Cisterzieners. De abt van Wettingen was hun beschermheer. Het prestige was al zo groot, dat zelfs de machtige abt van Reichenau het jonge klooster steunde.

Ondanks de (gebruikelijke) tegenslagen van opheffing (1529-1532), staatstoezicht (1798-1813 en 1829-1842) en verkoop van vele landgoederen, konden de nonnen hun klooster voortzetten, tot op de dag van vandaag.

Niet alleen onderhouden ze het prachtige complex al eeuwenlang, ze waren ook economisch op vele gebieden actief (naast hun religieuze en sociale activiteiten). Ze waren boekbinders, onderwijzers en textielondernemers. Ze beheerden ook bossen, de zagerij, de molen en  houtproductie en doen dat in samenwerking met ondernemers nog steeds.

Ze legden vier vijvers aan voor energie voor molens, beheerden verschillende molens en een steenfabriek en verzorgden de bossen, paden en weiden. Ze plantten talloze fruitbomen, runden een kloosterapotheek en waren imkers.  Tot op de dag van vandaag zijn een boerderij, een houtzagerij en de herberg Rössli aan het klooster verbonden.

Bovendien biedt ook dit klooster onderdak een reizigers, in gastverblijven van het klooster, en is het een bron van inspiratie voor jong en oud op spiritueel, cultureel en sociaal gebied. Ook dit klooster staat volop in de maatschappij en heeft traditie, innovatie en ondernemingsgeest in het vaandel staan.

Klosterhof Rössli

Degersheim

 

Restaurant-Hotel Wolvensberg