De stad, prinsdom en kanton Neuchâtel

Over de bewoning van de stad  Neuchâtel tot het jaar duizend is niet veel bekend. De eerste graven van Neuchâtel stammen uit het ’tweede’ Koninkrijk Bourgondië (888-1032). De laatste Koning Rudolf III (970-1032) bouwde een kasteel op de rots. Het begin van het huidige Neuchâtel. In de jaren 1185-1190 volgde het stift, la Collégiale.

Het station van Neuchâtel, de eerste bewoners in het stenen tijdperk

De dynastie van de Graven van Neuchâtel stierf in 1395 uit. Tot 1504 regeerden achtereenvolgens de Duitse families Freiburg en Hochberg het graafschap.

Galerie de l’histoire de Neuchâtel. De stad omstreeks 1100 en 1500 en la Collégiale en kasteel

De Franse (koninklijke en katholieke) familie d’ Orléans-Longueville verwierf het graafschap in  1504 na het uitsterven van deze Duitse dynastieën. Het graafschap werd een prinsdom.

De burgers zochten echter toenadering tot de dertien kantons van de Confederatie, zoals op de muur van het kasteel nog te zien is. Deze toenadering ging zo ver dat kantons het prinsdom een aantal jaren (1512-1529) feitelijk bestuurden. Een bezetting met instemming van de inwoners!

In 1530 werd Neuchâtel protestant. Dit had gevolgen voor de toekomst van het prinsdom. De dynastie d’ Orléans-Longueville stierf uit in 1706. De Staten-Generaal (les Trois états) van Neuchâtel wilden een protestante vorst, die bovendien ver weg resideerde.

Er waren meerdere pretendenten, onder andere de Franse koning. De keuze werd bepaald door religie en geopolitieke motieven. Berlijn lag veel verder weg dan Parijs. Bovendien hielden de (protestante) kantons een oogje in het zeil. Neuchâtel was sinds de ‘bezettingsjaren’ 1512-1529 nauw gelieerd met de Confederatie.

De (protestante) Pruisische Koning van de Hohenzollern dynastie Frederik Willem 1 (1688-1740) verwierf het prinsdom Neuchâtel in 1707 . Hij bleef (formeel) Prins van Neuchâtel tot 1857.

De Franse tijd (1798-1813) leidde in 1806 tot een kortstondig Frans intermezzo. De Franse Maarschalk Alexandre Berthier (1753-1815) was van 1806 tot 1813 prins van Neuchâtel, waarna de Pruisische koning in 1814 na de nederlaag van Napoleon en het vertrek van de Fransen weer (formeel) de macht overnam.

Stadhuis

In 1815 werd Neuchâtel kanton van de Eidgenossenschaft en bleef een prinsdom van de Pruisische koning. Deze situatie eindigde in 1857, toen koning Frederik Willem IV (1795-1861) formeel afstand deed van zijn rechten, nadat in 1848 de Confoederatio Helvetica van 22 kantons, inclusief Neuchâtel, tot stand was gekomen en de industriesteden Le Locle en La Chaux-de-Fonds een succesvolle opstand tegen de koningsgezinde aristocratie van de stad Neuchatel hadden geleid.

Monument 1814-1848

De eerste opstand in het Europese revolutiejaar 1830 was niet gelukt, in tegenstelling tot de veranderingen in andere kantons (bijvoorbeeld de splitsing Basel-Stadt en Basel-Landschaft en de Regeneratie met een moderne Grondwet in elf kantons).

De laatste monarch verdween 1857 uit Zwitserland. Veel stadspaleizen herinneren echter nog aan de eeuwenoude Franse, Duitse en Pruisische periodes.

De stad ontwikkelde zich nadien tot een industrieel- en handelscentrum, onder andere in de horlogesector, microtechnologie en electronica, toerisme, handel en bijvoorbeeld de verwerking van cacao. Suchard was de eerste chocolade multinational!

Le pavillion Hirsch

Swiss Center for Electronics and Microtechnology

De snelle bevolkingsgroei en stedelijke ontwikkeling zijn goed gedocumenteerd en in kaart gebracht in Les Galeries de l’historie. 

Tegenwoordig is de stad met haar universiteit en middeleeuwse centrum, na de recente fusie met enkele gemeenten, de derde grote stad van de Romandie of Franstalig Zwitserland, schitterend gelegen aan de voet van de Jura aan het meer van Neuchâtel.

Le Jardin anglais

De rivaliteit tussen het ‘industriële La Chaux-de-Fonds en het ‘aristocratische’ Neuchâtel is hiermee echter niet verdwenen “le Bas du canton et le Haut du Canton”, de laag- en de hooggelegen gebieden van het kanton (La Chaux-de-Fonds is de meest hoog gelegen stad van Zwitserland op bijna 1 000 meter).

Roeien op het meer van Neuchâtel Foto’s: Gaetano Mileti

L’Hôtel DuPeyrou

Les Halles

Le Jardin anglais en het Casino

Neuchâtel, Bulgari

Habsburgs erfgoed, humanisme en UNESCO-Werelderfgoed in de Elzas

De Habsburgers waren tot 1918 de langstzittende imperiale dynastie in Europa. Leden van de familie waren vanaf 1438 onafgebroken (afgezien van de Wittelsbacher Karel VII Albert (1697-1745, keizer van 1742-1745) keizers van het Heilige Roomse Rijk, vanaf 1806 het keizerrijk Oostenrijk en vanaf 1867 tot 1918 de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Aartshertog Maximiliaan (1832-1867) was zelfs korte tijd keizer van Mexico (1864-1867).

Eduard Manet (1832-1883), L’exécution de Maximiliaan, 1867. Foto: Wikipedia. Städtische Kunsthalle, Mannheim

In 1555 had de familie al een splitsing aangebracht in een Oostenrijkse tak en een Spaanse tak om het enorme gebied (inclusief de Nieuwe Wereld) bestuurbaar te houden. Ruim 50 jaar daarvoor, in 1499, had al een andere splitsing plaatsgevonden.

De Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft was vanaf de Vrede van Bazel feitelijk een onafhankelijke ‘natie’ van soevereine kantons. De Vrede van Westfalen bevestigde deze status in 1648. Het stamland van Habsburg was daarmee voorgoed verloren, hoewel het kasteel en dorp Habsburg de eer hooghouden.

Kasteel en dorp Habsburg (kanton Aargau)

 Elzas

Wie denkt tegenwoordig bij de steden Ensisheim, Ferrette (Pfirt) of Sélestat (Schlettstadt) in de Elzas nog aan de keizerlijke aanwezigheid van Habsburg? Toch was Ensisheim eeuwenlang de hoofdstad van Vorderösterreich van Habsburg. Ferrette en Sélestat waren belangrijke defensieve en bestuurlijke plaatsen.

In het prachtige glooiende landschap met haar vele wijngaarden en dorpen bevindt zich bovendien de machtige burcht Haut-Koenigsbourg (Hohkönigsburg), eeuwenlang Habsburgs bezit.

Kasteel van Ferrette 

Ferrette

 Of eigenlijk het dorp Vieux-Ferrette ligt aan de Romeinse weg van Bazel naar Porrentruy (kanton Jura). Het nabijgelegen stadje Ferrette is vernoemd naar het kasteel, dat 1105 voor het eerst in documenten wordt genoemd. De graven van Pfirt (toen nog Duitstalig) bewoonden de burcht en hadden uitgestrekte gebieden in de Elzas. 1324 namen de Habsburgers door huwelijkspolitiek de burcht over.

In de Dertigjarige oorlog (1618-1648) verwoestten Zweedse troepen de Oberburg op de top van de berg (612 meter). Alleen de Unterburg werd weer herbouwd. 1648 verwierf Frankrijk echter de Sundgau en enkele decennia later de hele Elzas (inclusief Colmar en Straatsburg).

Ensisheim

Ensisheim ligt in de nabijheid van andere gebieden van het Patrimoine van Habsburg: Murbach en Ottmarsheim. Om het grote gebied van Vorderösterreich adequaat te kunnen besturen, maakte keizer Ferdinand I (1503-1564) Ensisheim 1526  tot de bestuurlijke hoofdstad van dit gebied.

Palais de la Régence

Het Palais de la Régence (1545), kloosters, kerken en stadspaleizen herinneren aan deze tijd. De stad was ook het juridische centrum van Vorderösterreich. Tot 1648. De grandeur van Ensisheim straalt er echter nog vanaf.

Sélestat

De groei en bloei van dit stadje begon al voor het tijdperk van de Habsburgers. De Hohenstaufer keizer Frederik II (1194-1250) verleende Sélestat 1217 de status van vrije keizerlijke stad (Reichsunmittelbarkeit). In deze periode begon de bouw van de gothische kerk Saint-Georges, gelegen naast de prachtige Romaanse kerk Sainte-Foy.

Saint-Georges

Sainte-Foy 

Sélestat was een van de tien steden in de Elzas van de Decapolis (waaronder ook Colmar, Mulhouse (Mülhausen), Hagenau, Wissembourg (Weissenburg), Obernai (Oberehnheim), Rosheim, Kaysersberg (Kaisersberg), Turckheim (Türkheim) en Munster (Münster).

Dit was een verbond van de tien vrije keizerlijke steden in de Elzas. Straatsburg was ook een vrije imperiale stad, maar had een nog hogere  status en maakte geen deel uit van dit verbond (1354-1697).

Feitelijk en juridisch was het een (defensief) bondgenootschap en samenwerkingsverband à la de Eidgenossenschaft, die echter wél bleef bestaan.  Mulhouse trok zich al in 1515 terug uit de Decapolis en werd geassocieerd lid (zugewandter Ort) van de Zwitserse Confederatie tot 1798 en de inlijving door Napoleon!

Onder de Habsburgers begon vanaf de 15e eeuw niet alleen de economische en religieuze bloeiperiode, maar namen ook de culturele en wetenschappelijke hoogtijdagen een aanvang.

De Latijnse school en het humanisme (l’humanisme rhénan) zijn beroemd. Zelfs Erasmus wijdde er een gedicht aan, ‘ “de lofrede op Sélestat” (1515). De humanistische bibliotheek van Beatus Rhenanus (1485-1547)  is sinds 2011 zelfs UNESCO-werelderfgoed! Frankrijk verwierf echter ook Sélestat in 1648.

Haut-Koenigsbourg

De burcht Haut-Koenigsbourg in de nabijheid van Sélestat staat op een eenzame hoogte van ruim 700 meter en domineert de omgeving. Wat de Roche-torens zijn voor Bazel, is Haut-Koenigsbourg voor deze regio, alleen is haar historie wat ouder.

De Hofenstaufer keizer Frederik I of keizer Barbarossa (1119-1190), bouwde het kasteel in 1147. Daarna bezaten de Habsburgers en hun bondgenoten het kasteel tot de verwoesting in de Dertigjarige Oorlog en de overname door Frankrijk in 1648.

Conclusie

De vele Duitstalige plaatsnamen in de Elzas refereren nog steeds aan het Duitstalige en Habsburgse verleden van deze regio. Ondanks de inlijving door Frankrijk bleef de lokale spreektaal eeuwenlang gebaseerd op de Duitstalige Alemannische taal.

Inwoners van Markgräflerland en andere gebieden in Baden, de kantons Solothurn, Basel-Stadt en Basel-Landschaft en Jura konden zich eeuwenlang in deze taal onderhouden.

Het einde van de Habsburgse tijd veranderde daar niets aan. De nasleep van de oorlogen in 1870/1871, 1914-1918 en 1939-1945 maakte echter definitief een einde aan dit taalkundige erfgoed. Dit neemt niet weg dat het patrimoine van de Habsburgse tijd nog prominent aanwezig is en tegenwoordig weer wordt gekoesterd.

Het loont in ieder geval de moeite om niet alleen Colmar en Straatsburg of de wijndorpen te bezoeken, maar ook bovengenoemde plaatsen.

Ferrette

Ensisheim

Het kloostercomplex en de stadsmuren

Sélestat

Haute-Koenigsbourg

La route des Vins d’Alsace 

Zwitserland is Europa’s kruidentuin

De medische, psychologische en soms wonderbaarlijke (en giftige!) werking van kruiden en planten is zo oud als de mensheid op alle continenten. Inheemse volkeren in het Amazonegebied, Indianen in Amerika, Chinezen, Japanners, Aboriginals, Perzen, Grieken, Kelten of Romeinen, elke gemeenschap kende haar kruiden- en plantenexperts.

Klooster Dornach tegenwoordig

Le Jardin botanique de Genève

De monniken op het Europese continent hebben deze kennis van hun voorgangers vanaf de zesde eeuw bewaard, verder ontwikkeld en vaak schriftelijk vastgelegd. Elk klooster had zijn kruidentuin.

Een van de bekendste schrijfsters was echter geen monnik, maar een non van de Benedictijnerorde. Hildegard von Bingen (1098-1179) was niet alleen een non en later (1152) de abdis van het door haar gestichte klooster Rupertsberg bij Bingen am Rhein.

Ze werd vooral bekend als theologe, schrijfster, componiste, natuurwetenschapper en ‘apotheker’ avant la lettre met haar onderzoek naar geneeskrachtige kruiden, planten en sappen.

Ze was ook adviseur van keizer Frederik I, beter bekend als Barbarossa (ca. 1122-1190). Ze correspondeerde met pausen, bisschoppen en andere abten en monniken, zoals Bernardus van Clairvaux (1090-1153). Kortom, een buitengewone middeleeuwse persoonlijkheid.

Haar levensloop is beschreven in verschillende (digitale) publicaties en wordt hier niet verder behandeld (zie o.a.: G. H. Heepen, Das Heilwissen der Hildegard von Bingen. München 2015; G. Muhr, Hildegard von Bingen. Der Mensch im Einklang mit der Natur, Daun, 2024).

De eerste gedrukte versie van Physica (1533). Beeld: Wikipedia

Naast verschillende theologische werken schreef ze tussen 1150 en 1158 ook twee nog steeds actuele medische werken. Het eerste werk draagt de volledige titel “Liber simplicis medicinae” of “Physica”, het tweede heet “Liber compositae medicinae” of “Causae et Curae” .

L’Ermitage de Neuchâtel

Beide boeken behandelen geestelijke ziekten en de genezende werking van kruiden, planten en sappen. Ze putte daarbij niet alleen uit de ervaringen van het klooster (en de klassieke oudheid), maar ook uit de volkskennis van lokale gemeenschappen en hun kruiden- en plantenexperts. Ze beschrijft honderden geestelijke en lichamelijke klachten en heeft in haar boeken en in haar kruidentuin als het ware een apotheek ingericht.

Samedan

Na haar dood raakten Hildegard en haar apotheek eeuwenlang in vergetelheid. Maar verschillende persoonlijkheden wijdden zich daarna aan de geneeskracht van kruiden, waaronder de Zwitserse arts Theophrastus Bombast von Hohenheim alias Paracelsus (1493-1541) en eeuwen later de Beier Sebastian Anton Kneipp (1821-1897).

De “kruidenapotheek” van Hildegard werd pas in de twintigste eeuw weer toegankelijk. De bovengenoemde boeken werden begin 20e eeuw (uit het Latijn) in het Duits vertaald.

Johann Künzle, Das Grosse Kräuterbuch. Ratgeber für gesunde und kranke Tage

Ook de Zwitserse pater Johann Künzle, der Kräuterpfarrer,  (1867-1945), pater Flurin Maissen (1906-1999) en Rudolf Steiner (1861-1925) en Ita Wegman (1876-1943) erkenden aan het begin van de 20e eeuw de heilzame werking van kruiden en planten.

Een andere Zwitser, Alfred Vogel (1902-1996), ging zijn eigen weg en richtte in 1963 het bedrijf Bioforce AG (nu A. Vogel AG) op, nadat hij een halve eeuw lang (wereldwijd) praktische ervaring, publicaties en onderzoek op het gebied van de geneeskracht van kruiden had verzameld.

De Zwitserse drogist Kurt Altermatt en enkele apothekers uit Oostenrijk waren echter de eerste producenten van recepten op basis van de werken van Hildegard.

Daarna nam de verspreiding snel toe, en het is geen toeval dat de internationale Hildegard von Bingen-vereniging in 1980 in Zwitserland werd opgericht.

Het mondiale centrum van de farmacie, de vele kruidentuinen, de zorg voor de lokale natuur en de erkenning van de verdiensten van Hildegard gaan hand in hand. Het symboliseert het respect van de stad van de moderne geneeskunde en farmacie voor deze pionier.

De Gornergrat, 3,089 m

Zwitserland is niet alleen het waterkasteel (Wasserschloss) van Europa, maar ook de kruidentuin. In elke gehucht, dorp, stad en op talrijke openbare en privéterreinen groeien en bloeien vaak (eeuwenoude) kruidenplanten. De natuur is in dit land letterlijk en figuurlijk nooit ver weg.

Splügen

Degersheim

Arlesheim

Hotel Weisshorn, kanton Wallis, Europa’s eerste alpine tuin

Alpage de Cottier

Engelberg

Zermatt

Bern

Sion, voormalig Kapucijnerklooster

Freilichtmuseum Ballenberg

Basel, Merian Gärten

Mariastein

Vals

Leukerbad

Oberwil, FGV Lettenmatt 

Goetheanum

Blatten (Valais), de Ricolagarten

Ernen

SAC-Hütte Illhorn

Rudolf Steiner 1861-1925 en het Goetheanum

Ter gelegenheid van het honderdste sterfjaar van Rudolf Steiner is in het Goetheanum van 28 maart 2025 tot 1 januari 2026 de tentoonstelling Aus des Kosmos Geist entzünden. Rudolf Steiner – Leben und Werk 1861-1925  (Uit de geest van de kosmos ontsproten. Rudolf Steiner – Leven en werk 1861-1925). Zij toont zijn leven, ontwikkeling en werk met kunstwerken, foto’s, documenten en artefacten.

Bij de tentoonstelling in het hoofdgebouw van het Goetheanum kunnen de omliggende, door Rudolf Steiner ontworpen bijgebouwen en andere tentoonstellingsruimten ter plaatse worden bezichtigd.

De tentoonstelling maakt de verwevenheid van Steiners dagelijkse leven met zijn geesteswetenschappelijke, artistieke en maatschappelijke werken zichtbaar. Het doorlopende motief van de presentatie is hoe Rudolf Steiner in de loop van zijn leven de relatie tussen de zintuiglijk-materiële en de geestelijke wereld beleeft en vormgeeft.

Belangrijke fases in zijn ontwikkeling zijn de uitgave van Goethes natuurwetenschappelijke geschriften en zijn eigen epistemologische, theosofische en antroposofische werken. Zijn kunstimpuls is belangrijk, evenals de ontwikkeling van nieuwe benaderingen in pedagogiek, architectuur, geneeskunde, landbouw, economie, en het sociale leven.

De wisselwerking tussen Steiners intenties, externe invloeden van zijn tijd en zijn leven, evenals het netwerk van zijn sociale relaties, vriendschappen en de vragen die aan hem werden gesteld, maken zichtbaar dat wat begon op een klein treinstation in het huidige Kroatië tot op heden vanuit Dornach wereldwijde invloed heeft.

(Bron en verdere informatie: Goetheanum)

Impressies van de tentoonstelling

       

Rudolf Steiner, Ita Wegman, het Goetheanum, Ita Wegman-Kliniek en Antroposofie

Arlesheim (kanton Basel-Landschaft) heeft sinds 1678 zijn monumentale dom en paleizen van het voormalige kapittel van het bisdom Bazel en sinds 1785 de beroemde Hermitage. Niets deed vermoeden dat dit dorp en het aangrenzende Dornach (Kanton Solothurn) nogmaals geschiedenis zouden schrijven. Dornach was in 1499 immers ook al (Europees) voorpaginanieuws.

Op 30 maart 1925 stierf Rudolf Steiner in Dornach in zijn atelier in zijn Goetheanum-kolonie. De Nederlandse arts Maria Ita Wegman (1876-1943) stond hem in zijn laatste uren bij. Wegman stierf 18 jaar later in Arlesheim (kanton Basel-Landschaft).  Voor beiden was het bij hun geboorte niet voorspelbaar dat ze in deze dorpen hun laatste rustplaats zouden vinden.

De grenssteen en de beek Schwinbach-Aue tussen kanton Solothurn (Dornach) en kanton Basel-Landschaft (Arlesheim). rechts het Glashaus van het Goetheanum (Dornach)

Rudolf Steiner

Steiner is 1861 geboren in Donji Kraljevec in Kroatië, maar destijds het Hongaarse deel van de toenmalige Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (1867-1918). Hij kwam uit een Duitstalige familie, In zijn schooljaren was hij gefascineerd door mathematiek, zijn lievelingsvak, en natuur.

Hij  studeerde vervolgens aan de Technische Hochschule in Wenen (1879-1889). Daar maakte maakte hij kennis met de filosofische, psychologische, Duits-nationalistische en liberaal-theologische wereld van de Habsburgse culturele smeltkroes van Wenen.

Otto Fröhlich (1869-1940), rond 1892. Rudolf Steiner. Collectie: Goetheanum

Hij verdiepte zich in filosofie en het wezen van de mens en ontwikkelde zijn levenslange Credo: “Es gibt keine Grenzen der Erkenntnis” (kennis verwerven is oneindig) met als doel “das Ewige in uns anzuschauen”. (als het ware jezelf leren kennen).

Zijn idool was Wolfgang von Goethe (1749-1832). Goethe was niet alleen dichter en schrijver, maar tevens een natuurwetenschapper, het favoriete studiegebied van Steiner. Steiner las, bewonderde en kritiseerde bovendien de grote denkers van en voor zijn tijd, zoals Friedrich Nietsche (1844-1900, Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) en Immanuel Kant (1724-1804).

Weimar

Steiner combineerde zijn belangstelling voor de geestelijke ontwikkeling van de mens, van ieder individu, met de fysieke wereld van materie en natuurwetenschappen. Goethe was zijn voorbeeld en hij werkte van 1890-1897 in het Goethe-Schiller archief in Weimar. Deze jaren vormden zijn gedachtegoed over de antroposofie.

Collectie: Goetheanum

Het leidde 1894 tot de publicatie ‘Philosophie der Freiheit’, nadat hij in 1891 was gepromoveerd op  de dissertatie ‘Die Grundfrage der Erkenntnistheorie mit besonderer Rücksicht auf Fichtes Wissenschafstlehre. Prolegomena zur Verständigung des philosophierenden Bewusstseins mit sich selbst‘. Verstandig genoeg maakte de uitgever van de handelseditie er een aanmerkelijk kortere titel van in 1892:  ‘Wahrheit und Wissenschaft’.

Collectie: Goetheanum

Berlijn

1899 vertrok hij samen met zijn vrouw Anna Eunicke (1853-1911) naar Berlijn. Het is de Belle Epoque of het Fin de Siècle met de ene technische uitvinding, artistieke vernieuwing en industrialisatie na de andere. Hij combineerde de  fysieke wereld van de natuurwetenschappen met zijn esoterische en filosofische gedachtegoed voor de geestelijke ontwikkeling van het individu.

In Berlijn kwam hij in aanraking met de theosofie (Goddelijke wijsheid). Deze beweging verklaarde het wezen en de ontwikkeling van de mens vanuit het perspectief van het hogere, occulte en aan de hand van mystieke-religieuze en natuurfilosofische benaderingen.

Collectie: Goetheanum

Het was niet zomaar een beweging, maar internationaal georiënteerd met veel adellijke en welgestelde burgerij als aanhang. Steiner werd 1902 vanwege zijn doorwrochte kennis en vooral redenaars- en schrijftalent secretaris-generaal van de Duitse Theosophische Gesellschaft.

 Hier ontmoette hij ook Marie von Sivers, die, na het overlijden van zijn vrouw in 1911, zijn tweede echtgenote werd en als Marie Steiner (1867-1948) door het leven ging. Ze speelde tot zijn dood een vooraanstaande rol in de antroposofische beweging.

De stap van het theosofische gedachtegoed naar de vrijmetselarij was niet groot. Veel vooraanstaande Duitse theosofen waren vrijmetselaar en in 1906 kreeg Steiner toestemming zelf leden voor de vrijmetselarij te werven. Hij dit deed tot 1914, naar eigen zeggen, vooral als leerschool voor zijn ‘Erkentnisskult’. De hiërarchische organisatie met haar rituelen pasten niet in zijn beeld van de mens en diens spirituele ontwikkeling als individu.

De theosofische beweging verhield zich wat dat betreft ook niet met zijn denkbeelden.  Hij richtte 1913 samen met anderen de Antroposofische Gesellschaft in Berlijn op. Steiner heeft in zijn leven ongeveer 6 000 lezingen gegeven, 30 boeken en honderden artikelen geschreven. Hier wordt volstaan met een zeer beknopte weergave van de uitgangspunten van  antroposofie (menselijke wijsheid).

Collectie: Goetheanum

Antroposofie

De  antroposofie is een filosofisch en spiritueel systeem of een levensvisie. Ze streeft naar de verbinding van het geestelijke (spirituele, intuïtieve, intellectuele en analytische vaardigheden) in ieder individu (Die Existenz einer geistigen Welt) met de onbegrensde mogelijkheden van de geestelijke kosmos en de natuurwetten (Es gibt keine Grenzen der Erkenntnis). Vrijheid van denken, eigen waarneming en zelfstandig oordelen, zag hij als voorwaarden voor de optimale geestelijke ontwikkeling van ieder individu te midden van het fysieke bestaan en de natuurwetten.

Rudolf Steiner Schule St. Gallen

Tot aan zijn overlijden ontwikkelde hij praktische toepassingen voor zijn filosofie, zoals de Hochschule in Dornach, de euritmische dansbeweging, Vrije Scholen (Steinerscholen) of in Duitsland de  Waldorfschulen, de antroposofische geneeswijze, de heilpedagogie, de biologisch-dynamische landbouw, antroposofische literatuur, architectuur, kunst en op diverse andere gebieden.

Daarnaast schreef hij  vele boeken, essays en artikelen over onder andere filosofie, spiritualiteit en de mens, landbouw, geologie, theologie, sculptuur, sociale vraagstukken, economie, schilderkunst en architectuur.

Euritmische bewegingskunst mysteriën drama’s

De nieuwe bewegingskunst (dans) en euritmie en de mysteriën drama’s van Steiner hadden tot doel het innerlijke van het individu tot uiting te brengen. De mysteriën drama’s waren toneelstukken voor deze euritmische dans. Ze waren op een interpretatie van het Evangelie  gebaseerd.

Steiner verduidelijkte dit concept in zijn Das Christentum als mystische Tatsache (1902). Het Evangelie was in deze opvatting geen historisch feit, maar gaf de individuele geestelijke ontwikkeling van Jezus aan. De katholieke kerk kon het niet waarderen.

 Euritmische dans, rond 1923. Collectie: Goetheanum

Hoe het ook zij, in augustus 1913 werd in München het vierde mysteriedrama ‘Der Seelen Erwachen‘ opgevoerd met wederom veel succes. Een toentertijd bekende dichter noemde het zelfs: “Das steinerische Mysterium leite eine neue Stufe, eine neue Epoche der Kunst ein“.

Steiner was een kind van zijn tijd. Ook in de kunst (om alleen maar Picasso te noemen), politiek (opkomst socialisme, marxisme, anarchie), psychotherapie (Freud) en biologie (bijvoorbeeld Darwinisme) vonden destijds nieuwe ideeën ingang.

Dornach

Het succes van de nieuwe Antroposofische Gesellschaft en haar welgestelde leden was zo groot dat de bouw van een Antroposofen-kolonie concrete gestalte aannam. Financiering was geen probleem en het eerste ontwerp met de naam Johannesbau was in München gepland.

Collectie: Goetheanum

De lokale overheid in het (katholieke) München verwierp het plan echter. Een alternatief bood zich in Dornach aan. Emil Grosheintz (1867-1946), tandarts in Dornach en antroposoof, bood een stuk grond aan voor de Johannesbau en percelen voor ateliers en  huizen van leden van de Antroposofische Gesellschaft.

Eerste aanbouw houten Goetheanum in 1914. Collectie: Goetheanum

Steiner was niet alleen onder de indruk van dit aanbod, maar ook van het landschap en de locatie op een heuvel. Eind 1913 begon de bouw, maar in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog en pas in 1920 was het complex onder de naam Goetheanum voltooid.

Rudolf Steiner en  zijn eerste ontwerp van het Goetheanum (Johannesbau). Collectie Goetheanum

Het belangrijkste is echter dat in de periode 1913-1918 Steiner en de Antroposofische Gesellschaft de basis legden voor een nieuwe start na 1918. De Steiner- of Waldorfscholen waren in 1919 het eerste concrete resultaat. Waldorf is vernoemd naar de Waldorf Astoria sigarettenfabriek in Stuttgart.

De directeur gaf Steiner 1919 de opdracht zijn antroposofische filosofie aan te wenden voor een nieuwe onderwijsmethode voor zijn kinderen.  De eerste Waldorfschool met de ideeën van Steiner over opvoeding en onderwijs was een groot succes en vele volgden in Europa en andere continenten.

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en het failliet van de ‘oude onderwijs methoden’ was de tijd immers rijp immers voor vernieuwing. In Zürich was Dada (1916-1922) de artistieke reactie op de Eerste Wereldoorlog.

Collectie: Klinik Arlesheim

 Maria Ita Wegman

 Maria Ita Wegman komt hier maar kort aan bod, omdat de concrete samenwerking met Steiner beperkt is tot de laatste jaren van zijn leven. Het Ita Wegman Institut in Arleshem en de driedelige bibliografie J.E. Zeylmans van Emmichoven, Wer war Ita Wegman (Goetheanum-Verlag Dornach) gaan uitvoerig op haar leven en haar levenswerk in.

Maria Ita Wegman. Collectie: Klinik Arlesheim

Maria Ita Wegman en Steiner kenden elkaar al vanaf 1902, maar werken pas in 1920 concreet samen. Wegman is geboren op West-Java in het voormalige Nederlands-Indië. Ze studeerde medicijnen in Zürich en vestigde zich in 1911 als arts. Haar eerste zelfstandige antroposofische praktijk was gevestigd in Bazel.

Bazel

Arlesheim

Steiner en Wegman ontwikkelden vanaf 1920 de antroposofische geneeskunde en stichtten in 1921 de Antroposofische Klinik in Arlesheim met Wegman aan het hoofd. Ze was vanaf 1924 tevens hoofd van de medische afdeling van de door Steiner in Dornach gestichte Hochschule. De kliniek in Arlesheim bestaat nog steeds onder de naam Ita Wegman-Klinik of Klinik-Arlesheim, naast het Ita Wegman Ambulatorium in Bazel.

Ita Wegman Ambulatorium in Bazel

Ook was ze betrokken bij de ontwikkeling van samenwerking tussen artsen en therapeuten om de zorg voor patiënten te optimaliseren. Ze is tevens een van de medeoprichters van de Zwitserse multinational Weleda, die is voortgekomen uit het ‘Laboratorium am Goetheanum’ voor antroposofische geneesmiddelen en heilkunde.

Na het overlijden van Steiner en Wegman zijn hun projecten voortgezet. Op gebieden als landbouw, geneeskunde, economie, onderwijs, geestelijke zorg, architectuur, (beeldende) kunst en levensvisie is antroposofie nog steeds een globale inspirerende bron met Dornach en Arlesheim als centra. En dan te bedenken dat het episch centrum van de farmaceutische industrie te zien is vanaf deze plaatsen!

De kantons Solothurn (Dornach en het Goetheanum, rechts), Basel-Stadt met de Roche-torens (links), Basel-Landschaft (met Arlesheim en Dom, midden),  Elzas en Baden-Württemberg op de achtergrond

Goetheanum

De eerste versie van het huidige Goetheanum brandde op 31 december 1922 af. Het was een houten gebouw met twee koepels op een betonnen fundament op de heuvel van Dornach. Het gebouw ontleende zijn naam aan Wolfgang von Goethe,  de door Steiner bewonderde natuurwetenschapper.

Na de brand.  Collectie: Goetheanum       

De architectuur, glasschilderingen, de fresco’s, symboliek,  kleuren, decoratie en inrichting stonden in het teken van de antroposofie. De website van het Goetheanum en het model in de tentoonstellingsruimte naast het Goetheanum geven een uitgebreide toelichting. Dat is wel nodig ook, want toentertijd begrepen alleen ingewijden de betekenis, arbeiders en kunstenaars vaak niet:

Die ungewohnten Formen, die Bilder der Menschengeschichte in den Kuppelmalereien, die eigenartigen Zeichnungen (Sterne, Engel, Dämonen) in den Glasfenstern: Wir sollten helfen, so etwas zu errichten. Wäre es nicht richtig, dass wir selbst möglichst auch verstünden, was da dargestellt wird?

Brandstichting was op 31 december 1922 de oorzaak van de brand. Steiner wilde echter geen onderzoek. Wel had Paus Benedikt XV (1854-1922) in 1919 de antroposofische beweging in de ban gedaan. In het katholieke Dornach (het bisdom Bazel zetelt sinds 1828 in de stad Solothurn) en in het katholieke Arlesheim ontmoette Steiner ook veel weerstand.

Collectie Goetheanum, permanente expositie, links het oude Goetheanum, rechts het huidige gebouw. Daartussen de gebouwen tussen 1914 en 1925

Voor Steiner betekende de catastrofale band echter niet het einde van zijn levenswerk, maar juist het momentum voor een nieuw begin. Een goed omen was het behoud van zijn monumentale houten sculptuur van de ‘Menschheitsrepräsentant’ waaraan hij samen met de Engelse kunstenares Edith Maryon (1872-1924) werkte. Op het moment van de brand stond het beeld nog in het belendende atelier, hoewel het al in 1920 in het Goetheanum had moeten staan.

Steiner richtte in december 1923 een nieuwe Antroposophische Gesellschaft en de ‘Hochschule für Geisteswissenschaft am Goetheanum‘ op. De school had de afdelingen Schöne Wissenschaften, redende und musikalische Künste, medische Sektion, Mathematisch-Astronomsiche Sektion en bildende Künste.

Tegelijkertijd ontwierp hij het nieuwe Goetheanum van beton, maar weer volledig gericht op het antroposofische gedachtengoed met één vernieuwing: het gebouw past zich aan de geologische omgeving met haar rotspartijen aan. In Bazel ontwierp een andere architect in deze tijd een monumentale kerk van beton!

Het atelier waar Steiner op 30 maart 1925 overleed

Honderd jaar geleden overleed Rudolf Steiner in zijn atelier, terwijl de bouwwerkzaamheden voor het nieuwe Goetheanum al begonnen waren. De bouw duurde nog vele jaren, maar de ateliers van het oude Goetheanum en de vele villa’s van antroposofen gaven de contouren van het huidige complex al aan.

Het is een groot koepelvorming gebouw van beton, dat de tijdsgeest goed weergeeft. Modern, Art Deco, organische vormen en kleuren, surrealisme, voorzien van veel symboliek, schilderingen, antroposofische kleuren en beeldhouwwerk met de evolutie van de mensheid en de persoonlijke (spirituele) ontwikkeling van mensen zijn het motief.

De hoofdingang (west), twee geredde werken van de brand (1922)

  

In de nabije omgeving van het Goetheanum zijn ongeveer 180 andere huizen in dezelfde stijl gebouwd na 1928. Het Goetheanum is nog steeds in gebruik als ruimte voor het internationale antroposofische centrum, onderwijs, (kunst), lezingen en voorstellingen van muziek en toneel.

Conclusie

 De door Steiner opgerichte Antroposophische Gesellschaft heeft wereldwijd ongeveer 50 000 leden met nationale afdelingen. Het Goetheanum is al lang geen kolonie meer, maar tegenwoordig een campus met een Hochschule, medische en biologisch-dynamische tuinen en het pedagogische, culturele, spirituele en zakelijke centrum van de organisatie met uiteenlopende activiteiten.

De Steinerscholen (Vrije Scholen of Waldorfscholen) zijn gevestigde onderwijsinstellingen. Het levenswerk van Steiner is voor veel mensen in het dagelijkse leven nog steeds een wereldwijde bron van inspiratie.

(Bron: Goetheanum; David Marc Hoffmann, Rudolf Steiner. Sein Leben und Wirken, Basel 2025)

Impressie van de ateliers en Villa’s

Glashaus

Heizhaus

 

Haus Duldeck

De tuinen

 

Het bijenhuis

Het Präparate-Pavillon, ontworpen door Yaike Dunselman, met het doel om het biodynamische productieproces toegankelijk te maken

Impressies van de Ita Wegman-Klinik in Arlesheim

 

  

Zofingen, van Helvetische, Romeinse, Frohburger, Habsburger, Berner tot Zwitserse inwoners uit Aargau

De graven van Frohburg stichtten Zofingen (kanton Aargau) in 1201. Eeuwen daarvoor was de stad echter al een relatief grote Romeinse nederzetting. De restanten van een badhuis, een villa (Gutshof) en andere vondsten wijzen daarop.

De contouren en reconstructie van het Romeinse en middeleeuwse badhuis

De plaats lag op de handelsweg van Bazel naar Luzern en in de 13e en 14e eeuw was Zofingen een belangrijk regionaal centrum met stadsrechten en zelfs een Chorherrenstift.

De eerste voorgangers van de kerk St. Mauritius dateren uit de 7e eeuw. De huidige kerk heeft romaanse en gotische kenmerken van bouw en renovaties uit deze periode.

De graven van Frohburg verkochten de stad 1299 aan de Habsburgers. Tot 1415 en de verovering door Bern, deelde de stad de lotgevallen van Habsburg, inclusief de dood van soldaten in de slag bij Sempach op 9 juli 1386 (waarbij ook Herzog Leopold III om het leven kwam).

Ook Schultheiss (burgemeester) Niklaus Thut overleefde het niet. Hij redde echter het vaandel van Zofingen. Het wapen van de stad toont nog steeds de horizontale rood-wit-rood-witte balken van de Oostenrijkse nationale vlag!

Na de verovering door Bern in 1415, volgde in 1528 de reformatie. De stad maakt vanaf 1803 deel uit van kanton Aargau. De eeuwenlange welvaart is nog steeds te zien aan de monumentale huizen, publieke gebouwen en 22 bronnen met fraaie decoraties.

Zofingen heeft dan wel geen universiteit, maar het is wel de stad met de oudste en grootste studentenvereniging van Zwitserland: De Zofingia.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Zofingen)

Impressies van Zofingen

Het dorp en het bos Allschwil

Een van de bijzonderheden van Zwitserland is de alomtegenwoordigheid van de natuur, of het nu in een (grote) stad is of in een klein dorp – een voorbeeld is Allschwil (kanton Basel-Landschaft), dat grenst aan de stad Bazel (kanton Basel-Stadt).

Het dorp Allschwil kent een lange historie, die teruggaat tot de steentijd, de bronstijd en de Romeinse tijd, toen het gebied bewoond werd door de keltische stam van de Rauraken.

In 1033 wordt de plaats voor het eerst genoemd in een document onder de naam Almswilre. Het hoorde in de Frankische tijd  bij het hertogdom Elzas, daarna viel het in de elfde eeuw onder het prins-bisdom Bazel.

Bij de Reformatie sloot de stad in 1525 een defensief verdrag (Schirmmvogtei)  met de stad Bazel, maar bleef vallen  onder het prins-bisdom Bazel.

Hoewel de Eidgenossenschaft,  afgezien van Graubünden (tijdens de Graubündner Wirren 1618-1639) gedurende de Dertigjarige Oorlog geen belangrijk strijdtoneel was, werd Allschwil in 1634 geplunderd door Zweedse troepen.

In de Franse (1798-1813) tijd viel Allschwil eerst onder de Rauraakse Republiek (1792, in 1793 weer opgeheven), daarna van 1793  onder het departement Mont-Terrible en van 1800-1813 onder het departement Haut-Rhin.

Bij het Congres van Wenen werd Allschwil in 1815, evenals de Birseck, aan het kanton Bazel toegewezen. Het overige gebied van het voormalige prinsbisdom Bazel ging naar kanton Bern. Sinds 1833 is het dorp deel van kanton Basel-Landschaft.

De oude dorpskerk (alte Dorfkirche) St. Peter und Paul

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Allschwil)

Indrukken uit Allschwil

Het bos van Allschwil (Allschwiler Wald)

De watertoren (Wasserturm)

De corridor Rotterdam-Basel-Genua en de Zwitserse Rijnhavens

Het eerste grote Rijnschip arriveerde in 1904 in Bazel. De Rijnhaven van St. Johann is daarna in 1906 uitgebreid. Deze haven maakte in 2011 plaats voor het Novartiscomplex en een oeverpromenade. In Kleinhüningen is tussen 1919 en 1942 een tweede Rijnhaven van Bazel aangelegd.

De havens van Muttenz Auhafen en Birsfelden (kanton Basel-Landschaft) zijn gebouwd tussen 1937 en 1940. In 2008 fuseerden de havens van beide kantons tot de Zwitserse Rijnhavens (Schweizerischen Rheinhäfen, SRH).

Bazel, Schifflände, middeleeuwse en huidige aanlegplaats voor schepen. Wapenschild van het Rheinlagerhaus (1682, tegenwoordig restaurant Banks) aan de Schifflände.

Zij vormen de toegangspoort tot de wereldzeeën via de zeehavens Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen. De Middellandse zee is bereikbaar naar Genua via de Gothardtunnels en naar Marseille via kanalen in Frankrijk.

Keulen. Foto: Guido Wasser, Bazel

De Rijn in Bazel

Rheinhafen Kleinhüningen

Birsfelden

Auhafen Muttenz

De Bovenrijn, die bij Bazel begint, was oorspronkelijk verdeeld in talrijke zijarmen. Met de regulering van de Bovenrijn van 1817 tot 1876 stroomt de rivier nog door één bedding.

Le Grand Canal d’Alsace

Kembs

Vogelgrun

Breisach

Van 1928 tot 1959 is tussen Kembs en Breisach het “Grand Canal d’Alsace” aangelegd. Sindsdien stroomt de Rijn ook door dit 53 km lange kanaal.

De Hoogrijn (Hochrhein) en de Bovenrijn (Oberrhein) vanaf Bazel

Tussen Rheinfelden en Karlsruhe liggen in de Rijn 12 waterkrachtcentrales. Hierdoor is de diepte van de rivier toegenomen en is de Rijn het hele jaar door bevaarbaar. De sluis in Birsfelden heeft een belangrijke functie. Het jaarlijkse aantal schepen bedraagt meer dan 10.000, waaronder 6505 grote schepen (en enkele roeiboten!)

De sluis van Birsfelden

De vistrap bij Birsfelden 

De Schweizerischen Rheinhäfen (SRH) kan met succes in de competitieve regionale, nationale en internationale omgeving standhouden. Tegenwoordig is de SRH zelfs het nationale vervoersknooppunt op de goederencorridor Rotterdam-Basel-Genua.

De Waal (de Rijn) bij Nijmegen

De drie havensecties Basel-Kleinhüningen, Birsfelden en Muttenz Auhafen behandelen jaarlijks 6 miljoen ton goederen en meer dan 100.000 containers, wat overeenkomt met ongeveer 10 procent van alle Zwitserse invoer.

(Bron en verdere informatie: Port of Switzerland) 

De Waal (de Rijn) bij Nijmegen

Baden, natuur en sport in alle jaargetijden in Leukerbad

Vondsten van Romeinse munten in Leukerbad (Loèche-les-Bains in het Frans) leveren het bewijs dat de Romeinen al bekend waren met de thermale bronnen in Leukerbad en dat de warmwater bronnen sindsdien zonder onderbreking zijn gebruikt. In Leukerbad zijn ongeveer 65 bronnen bekend.

Leukerbad is voor het eerst genoemd in 1229, maar heette toen nog Boez. De inwoners spraken een Romaans-Franse volkstaal. Rond 1500 vond er een verandering plaats. In de laatste decennia van de 15e eeuw werd de Duitse taal steeds belangrijker naast het Romaans-Franse dialect. Binnen enkele generaties was de oude volkstaal volledig vervangen door het Duits!

Het overwicht van de Duitstalige bevolking in Wallis, de Duitstalige bisschoppen Walther Supersaxo en (de latere kardinaal) Matthäus Schiner van het bisdom Sion en de vele bezoekers uit Duitstalige gebieden brachten deze verandering teweeg. Bisschop Schiner verwierf rond 1 500 zelfs diverse badhuizen en exploiteerde deze ook. Sindsdien is het aantal badhuizen, bezoekers en overnachtings- en horecagelegenheden alleen maar toegenomen.

Met de opkomst van het winter- en zomertoerisme in de 19e en 20e eeuw is Leukerbad een belangrijke toeristische bestemming geworden. Tijdens de vier seizoenen komen bergsportliefhebbers aan hun trekken. De vele thermale baden, de bergbanen en de vele (wandel)paden bieden voor eenieder wat wils.

En, ondanks alle nieuwbouw heeft ook deze toeristische trekpleister een zekere authenticiteit behouden.

(Bron: Gemeinde Leukerbad)

Impressies 

   

De nationale volkssport Schwingen

Bloesem in de Jura

Niet alleen langs de Linge en in de Betuwe, maar ook in de Zwitserse Jura zijn de fruitbomen in de lente een lust voor het oog. De bergen en beboste berghellingen van de Jura plaatsen dit bloeiende landschap in een sprookjesachtig perspectief.

De prachtige bloesem komt ook in andere regio’s en kantons voor, bijvoorbeeld in Basel-Landschaft, Basel-Stadt (de gemeentes Riehen en Bettingen), Seeland, het Berner Mittelland, Tessin, Vaud, Aargau, Thurgau, de beide Appenzeller of St. Gallen.

Met het programma Natur und Landschaft (Natuur en Landschap) ondersteunt het kanton Solothurn de instandhouding en verbetering van het fruitbomenlandschap in het Juragebergte.

Tussen het gehucht Stollenhäuser en de boerderij Schönmatt  vlakbij het dorp Gempen (kanton Solothurn), op slechts 15 kilometer van Bazel, staan meer dan 1 200 hoogstammige fruitbomen. De meeste zijn kersenbomen, waarvan een aantal 150 jaar of ouder is.

Tot het midden van de 20e eeuw kende deze regio in het noordwesten van Zwitserland veel meer fruitboomgebieden. Om verschillende redenen is het aantal  echter sterk achteruitgegaan.

Deze bomen verrijken het landschap in alle jaargetijden, vanwege hun vorm(en), het fruit, de bijen en in het bijzonder wanneer ze in bloei staan.

Dit landschap met zijn vele bomen, weides en aangrenzende bossen is ook de habitat van een gevarieerde dierenwereld met op de achtergrond de Alpen.

(Bron: www.solothurn.ch).