De vergeten bezetting van Neuchâtel
13 december 2020
Van 1395-1504 werd het graafschap geregeerd door de Duitse families Freiburg en Hochberg. In 1504 erft de Franse dynastie d’Orléans-Longueville het graafschap. Neuchâtel wordt formeel een prinsdom.
De Eidgenossen 1512-1529
Na 1504 zullen de Franse prinsen van d’Orléans-Longueville zich zelden laten zien. De Eidgenossen interesseerden zich echter des te meer in dit gebied.
De Bourgondische oorlogen (1474-1477) waren net achter de rug en tot 1515 (Marignano) waren ze in een winning mood. Neuchâtel werd beschouwd als Frans gebied en derhalve als mogelijke uitvalsbasis voor Franse invallen.
Om deze reden bezetten vier kantons (Bern, Solothurn, Freiburg en Luzern) in de maanden juni en juli 1512 Neuchâtel en namen het bestuur over. Spoedig daarna eisten de andere negen kantons ook medezeggenschap over het bestuur.
Dit bestuur zou tot 1529 duren. De meeste kantons bestuurden om beurt met een Voogd. Het was overigens geen militaire bezetting zoals in Aargau, Thurgau, Tessin of Vaud vanaf 1536.
Het was in feite alleen een bestuurlijke wisseling van de wacht, verwelkomd door de lokale elite. De Fransen maakten geen aanstalten militair in te grijpen. Dat heeft weer te maken met de internationale ontwikkelingen.
De Franse koning had het veel te druk in andere gebieden, met name in Italië. Na 1515 (Marignano) en zijn overwinning op de Eidgenossen, sloot hij in 1516 de ‘eeuwigdurende vrede’ (La paix eternelle) met de Eidgenossenschaft.
Hiermee ontviel ook de reden om het Franse prinsdom te controleren. Het duurde tot 1529 voordat het bestuur weer werd overgedragen aan de prinsen van d’Orléans-Longueville. Dit kwam meer door onenigheid tussen de kantons dan door bewust beleid. Dit korte intermezzo versterkte echter blijvend de band van Neuchâtel met de Eidgenossenschaft,
1813-1815
Deze historie en eeuwenoude relaties hebben mede bijgedragen aan de keuze voor de Eidgenossenschaft na 1813, nog afgezien van de internationale politieke ontwikkelingen en invloed van het Congres van Wenen in de jaren 1814-1815.
