De Rijn als rivier van communicatie
26 december 2021
De Rijn was en is een grens- en verbindingselement. De betekenis van de Rijn voor politiek, handel, cultuur, taal, godsdienst en conflicten is complex. De Rijn stroomt al vele millennia geduldig vanaf de St. Gotthard naar de Noordzee.
De afgelopen tweeduizend jaren laten een gestage ontwikkeling zien van stedenbouw en handelsstromen. Voor de Romeinen maakte de Rijn niet alleen deel uit van hun infrastructuur en grens. Hij was ook een godheid, Rhenus. Julius Caesar (100-44 v.Chr.) wees de Rijn aan als de militaire en natuurlijke grens tussen Gallia en Germania.
Keizer Augustus (62 v. Chr. – 14 n. Chr.) trok na de verovering van het gebied van het huidige Zwitserland (15-13 v. Chr.) echter de Rijn over. De Romeinen trokken zich na 9. AD (de verloren Varusslag, met het verlies van drie legioenen), weer terug op de linkeroever van de Rijn. Later vestigden ze zich weer tijdelijk op de rechterrijnoever.
Zij hadden een militaire vloot en stichtten vele steden en havens langs de Rijn. De handel op en langs de Rijn bloeiden tot het langzame verval van het Rijk (in een proces vanaf 260 tot 410). Na het vertrek van de Romeinen stortte de handel in, al verdween deze nooit helemaal.
De Frankische en Karolingische tijd (8e-9e eeuw) was een nieuwe bloeitijd. De bouw van kloosters, kerken, kathedralen vanaf de bovenloop van de Rijn tot aan de Lage Landen creëerde een nieuwe infrastructuur voor handel, steden en uitwisseling over lange afstanden.
De abdijen van St. Gallen (719) en op Reichenau (742) zijn maar enkele van de vele belangrijke abdijen uit de Frankische tijd. Dorestad, Nijmegen en andere plaatsen in Nederland kwamen ook tot grote bloei.
Het Heilige Roomse Rijk bouwde vanaf de 11e eeuw voort op deze fundamenten. Keulen werd in de 12e eeuw een van de belangrijkste bedevaartsoorden in de christelijke wereld en een belangrijke handelsstad.
Kathedralen, kerken en abdijen in onder andere Chur, Bazel, Konstanz, Straatsburg, Speyer, Worms, Keulen en Nijmegen sierden de rivier met een band van kerken die keizer Maximiliaan (1459-1519) de “Pfaffengasse” noemde.
De steden langs de Rijn groeiden steeds sneller vanaf de zestiende tot de negentiende eeuw (ondanks de vele oorlogen en epidemieën), onder andere Bazel, het Roergebied en Rotterdam.
Tot de negentiende eeuw was het echter onmogelijk vanwege de vele Duitse vorstendommen en soevereine kantons in het huidige Zwitserland om internationale afspraken te maken over het bevaarbaar en beheersbaar maken van deze rivier.
De grensoverschrijdende samenwerking van de oeverstaten Zwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein, Duitsland, Frankrijk en Nederland is een ontwikkeling van de negentiende en twintigste eeuw.
Op het Congres van Wenen (1815) besloten de landen aan de Rijn een reglement voor de Rijnvaart op te stellen. Zij richtten ook Internationale Centrale Commissie voor de Rijnvaart op. Deze functioneert nog steeds met zetel in Straatsburg.
De mens heeft vervolgens door de beschikbaarheid van nieuw technieken en machines in de tweede helft van de negentiende eeuw ingegrepen om de loop van de Rijn en de vele overstromingen te beheersen en de rivier beter bevaarbaar te maken.
De Rijn met zijn huidige loop met sluizen, dijken en afwateringskanalen bestaat sinds het einde van de 19e eeuw. De Rijn als handelsrivier is tegenwoordig een onmisbare schakel voor het vervoer en de overslag van goederen van Noord- naar Zuid-Europa en omgekeerd.
De rivier heeft alleen geen militaire- en defensieve functie meer. Over de Rijn is al veel geschreven (vanaf de Grieken en Romeinen) en gezegd (vanaf de eerste bewoners), maar deze conclusie geeft een adequate samenvatting:
Hier kreuzen sich die bedeutendsten europäischen Kulturströme, frühe mediterrane Einflüsse, westliche Regionalismen, östliche Neigung zum Okkulten, nördliche Mythologie, preußisch-kategorischer Imperativ, Ideale der französischen Revolution und noch manches andere (Max Ernst, 1953).
(Bron: Marie-Louise von Plessen (Red.), Der Rhein, Eine europäische Flussbiografie, Bonn, 2016).
