Graubünden en het autoverbod 1900-1925

Zwitserland kent vele historische, politieke en culturele bijzonderheden, afgezien van de mooie natuur. Een zeer speciale is wel het autoverbod in Graubünden.

Het kanton Graubünden telde in december 1925 welgeteld 136 personenautos, in 1967 waren dat er 24 000, in 2020 ongeveer 115 000 op 200 000 inwoners.

Het kleine aantal auto’s in 1925 kwam door het totale autoverbod van 1900-1925, dit jaar 100 jaar geleden. Gemotoriseerd verkeer door het ‘monster luxurius’ of de ‘dubius vehichels’ was strikt verboden.

De toeristen kwamen of per trein of moesten hun auto aan de kantonsgrens laten staan en met de paardenkoets verder gaan. Het kwam zelfs voor dat een auto door paarden werd getrokken!

Bevorderlijk voor het toerisme en de economische ontwikkeling was het uiteraard niet. De emoties liepen bij de in totaal tien referenda in deze periode dan ook hoog op.

De tegenstanders zagen de auto vooral als bedreiging voor de veiligheid, klassieke paardenkoets, paardenhandel, vrachtvervoer met lastdieren en een concurrent voor de net aangelegde spoorwegen.

Voorstanders benadrukten vooral de economische voordelen vanwege het toerisme en vrachtvervoer. In ieder geval hadden de tegenstanders tot 1918 in vijf referenda de overhand. Tussen 1918 en 1925 zouden nog vijf referenda volgen.

Op 13 maart 1921 werd het gebruik om medische redenen, brandweer of bepaalde andere beroepen, per referendum toegestaan. Tenslotte was een meerderheid op 21 juni 1925 voor het toestaan van gemotoriseerd verkeer, auto’s, motoren en vrachtauto’s.

Van milieuoverwegingen, verkeerveiligheid of beperking vrachtverkeer was (nog) geen sprake. Honderd jaar later staan juist het terugdringen van het auto- en vrachtverkeer en de belasting voor het milieu volop in de belangstelling.

(Bron: Felici Maissen, Der Kampf ums Automobil in Graubünden, Automobilklub der Schweiz, Sektion Graubünden, 1968).

De oude bisschopsstad Leuk, het Pfynwald en het natuurpark Pfyn-Finges

Leuk/ Loèche, Susten, Erschmatt en enkele kleine dorpen vormen de gemeente Leuk met ongeveer 4 000 inwoners.

De stad Leuk was een van de zeven Zenden of Zehnden/Dizains of gemeenten die eeuwenlang de Haut-Valais hebben bestuurd met de Bas-Valais als onderworpen gebied. De gemeente ligt op de grens tussen de Haut Valais en Bas-Valais, Franstalig Valais en Duitstalig Wallis. 

Pas in 1798 kwam hieraan een einde door de Franse inval en de vestiging van de Helvetische Republiek (1798-1803) en de opeenvolgende confederaties (1803-1813, 1815-1848 en 1848 tot heden)

De stad Leuk ligt op ruim 700 meter hoogte midden in de wijngaarden, rotsformaties en een droog steppelandschap met maar liefst 3500 uur zon per jaar. De stad biedt een schitterend uitzicht op het Rhônedal en het natuurpark Pfyn-Finges.

Deze historische middeleeuwse stad herbergt diverse monumenten, mazots, het raadhuis, het bisschoppelijk kasteel, de  laatgotische Stephanskerk (1497) en haar romaanse toren uit de elfde en twaalfde eeuw met haar Beinhaus (bottenhuis), de laatbarokke Ringackerkapel en andere middeleeuwse- en renaissance architectuur.

Het lager gelegen Susten (650 meter)  ligt aan de rand van het beschermde natuurgebied Pfynwald en het natuurpark Pfyn-Finges.

 

Natuurgebied Pfynwald en het natuurpark Pfyn-Finges

De hoger gelegen St. Theresia-kerk domineert het stadsbeeld. Het dorp komt al in 1302 in een document voor onder de naam ‘Sust’.

(Bron en verdere informatie: www.leuk.ch)

Douze points voor Bazel en een Confederatie United by Music

Het ene muziek evenement is nog niet voorbij, of het volgende dient zich alweer aan. Het Eurovisie Song Festival (Eurovision Song Contest, ESC) in Bazel (10-17 mei) maakt van 28 mei tot 1 juni plaats voor het Europese Jeugdkoor Festival in Bazel.

The motto van de ESC was ‘United by Music’. De media hebben uitgebreid aandacht besteed aan deze competitie. Buiten de schijnwerpers en op straat is het motto echter veel beter tot zijn recht gekomen.

In de eerste plaats waren de politiekorpsen van de kantons, Liechtenstein, Baden (Duitsland) en Elzas ‘United by Music’. Polizei, Gendarmerie, Police, Polizia in de straten van Bazel, wie had dat kunnen denken in het land van de ‘kantonli’ geest!

Het is echter ook een onderdeel van het Milizsysteem, wat bijvoorbeeld ook tot uiting komt bij het ‘Bundeslager voor padvinders (Pfadi’s)’, het Fête des Vignerons, Schwingen of de Basler Tattoo.

Honderden artiesten waren ook ‘United by Music’ in de stad, op de daarvoor ingerichte podia of op andere plaatsen. Kinderen, volwassenen, koren en individuele muzikanten waren tot diep in de nacht actief.

Honderden vrijwilligers waren ‘United by Music’ en hebben het toegankelijke, vriendelijke en op originele muzikale wijze organiseerde evenement gestalte gegeven. Zij zijn wellicht kandidaten voor de Schappo 2026!

Wat de ESC vooral echter heeft aangetoond, is de ingetogen wijze waarop niet alleen Bazel, maar het land omgaat met dergelijke evenementen. Geen hysterie, hypes of overspannen gedoe. Niet alleen de politie en veiligheidsmaatregelen verdienen positief aandacht en een pluim. maar ook de vele bezoekers.

Een uitvoering van Les Festins du Vendredi op 16 mei jongstleden

Sinds 2020 vinden, bijvoorbeeld. iedere derde vrijdag van de maand in het buurtcentrum Bachletten/Holbein in Basel evenementen plaats die worden georganiseerd door Alain Moirandat. Hij combineert een kort concert met een diner op basis van de uitgevoerde muziek: “Les Festins du Vendredi”.

De musici komen meestal uit de Schola Cantorum Basilienis en de concerten en diners zijn gericht op muziek en menu’s van vóór 1800, met een paar uitstapjes naar de 20e eeuw.

Johann Sebastian Bach kwam zo al samen met Susanne Eger’s “Leipzig Cookery Book” uit 1745, Italiaanse muziek uit de vroege barok van Mealli werd gecombineerd met gerechten van een banket voor koningin Christine van Zweden en Robert May’s “Accomplished Cook” uit 1685 leverde de recepten voor muziek van Dowland, Gibbons en Simpson.

Het bevestigt ook de eeuwenoude muzikale traditie op lokaal en kantonaal niveau. Afgezien van diverse concertgebouwen op wereldniveau (bijvoorbeeld in Luzern, La Chaux-de-Fonds of Genève), vele muzikale topevenementen (Bijvoorbeeld in Gstaad, Montreux, Bazel of St. Moritz), spreekt vooral de muzikale basis tot de verbeelding. Talloze kleine en grotere concerten vinden dagelijks in alle hoeken van het land op de meest uiteenlopende locaties plaats. Het land is ‘United by Music’ en alleen dat maakt de ESC gedenkwaardig.

Indrukken van de ESC

  

 

Fasnach 2025, Laterne over de ESC 

De Rösticup en Bilac 2025 en een verjaardag

De Duits-Franse taalgrens in Zwitserland is een historisch gegeven. Niet alleen taalkundig, maar ook historisch, cultureel en economisch zijn er verschillen tussen  beide taalgroepen.

De relativering is echter dat Duits- en Franstaligen onderling vaak ook zeer verschillend zijn. Een andere relativering is dat Rösti tegenwoordig in heel Zwitserland een geliefd maal is. Dit neemt niet weg dat er een Röstigraben bestaat, al zijn de scherpe kantjes er allang vanaf, maar nog wel latent aanwezig.

De Rösticup

Roeiverenigingen hebben besloten wedstrijden te organiseren die het land verenigen. De wedstrijden vinden plaats op de locatie van de taalgrens, op de Saane, of liever op het meer van Schiffenen in kanton Freiburg/Fribourg.

Aan alle deelnemers, wordt, uiteraard, voor de wedstrijd een Röstischotel geserveerd. Dit geeft zonder twijfel (mentale) kracht en uithoudingsvermogen aan alle roeiers!

De Rösticup wordt geroeid in 8+, over een afstand van 6,5 km met één on-line start per categorie. Junioren, senioren en masters, dames- en herenteams nemen deel aan dit evenement op 11 oktober aanstaande.

De Bilac

De Bilac vindt plaats op 20 september aanstaande. De idee van de Bilac (afgeleid van twee meren/lacs) stamt uit het Expojaar 2002, toen het de bedoeling was de meren van Neuchâtel en Biel te combineren met een evenement dat geïnspireerd was op de Vogalonga in Venetië.

De Bielersee/Lac de Bienne

Sindsdien is Bilac een evenement, dat jaarlijks in september op deze meren in de Jura wordt gehouden met honderden vaartuigen. Het is een van de grootste massale sportevenementen voor roeiers en kanoërs in Zwitserland.

20 september 2025 is ook de 140e verjaardag van de Societe Nautique de Neuchâtel

Feitelijk is het een generale repetitie voor de Rösticup die in oktober wordt geroeid. Afgezien van een equipe uit Tessin namen alleen Frans- en Duitstalige teams deel. Soms wordt bij te harde wind de route over de rivier de Aare genomen, zoals in 2022.

Rösticup 2022

De Aare, Bootshuis Ruderverein Solothurn en de stad Solothurn

Thun, Brahms, Thun-Panorama en de Mittlere Brücke in Bazel

Bijna ieder dorp en iedere stad in Zwitserland herbergt cultuurhistorische verrassingen. Thun (kanton Bern) vormt hierop geen uitzondering. De stad is niet alleen naamgever van de Thunersee, maar is ook het onderwerp van een van ’s wereld best bewaarde panorama-schilderwerken. In Zwitserland zijn daarnaast nog drie andere panorama’s te bezichtigen: in Einsiedeln, Murten en Luzern.

Marquard Wocher (1769-1830), de maker van het Thun-Panorama, woonde langs de Aare, die niet alleen door de Thunersee, maar ook door Interlaken en de Brienzersee stroomt.

De hertogen van Zähringen hebben ook in Thun hun visitekaartje achtergelaten. Zij bouwden het slot, de stadskerk en het oude centrum. Dit geslacht stierf in 1218 uit, waarna de opvolgers, de graven van Kyburg, Thun in 1264 stadsrecht verleenden. Na een kort Habsburg intermezzo, verwierf Bern de stad in 1384.

Ook in Thun is het Heilige Roomse Rijk nog aanwezig

Een ander lokaal geslacht, de Freiherren van Thun, speelden in de 13e eeuw ook een prominente rol in andere plaatsen. Heinrich II. von Thun was vanaf 1216 tot zijn dood in 1238 prins-bisschop van Bazel, als opvolger van Walter von Rötteln. Heinrich II. bouwde in 1225 de Mittlere Brücke in Bazel (pas in 1905 vervangen door de huidige brug).

Bazel, Rheinsprung 1, Relief uit 1914. Bisschop Heinrich von Thun (met Bisschopsstaf) en de bouw van de brug.

Thun ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot een toeristische magneet. De Eiger, Mönch, Jungfrau, de ligging aan het meer, de prachtige natuur en wandelmogelijkheden en de aanleg van het spoorwegnet trekken in alle jaargetijden veel bezoekers aan. Marquard Wocher kende Thun als een kleine plaats met een paar duizend inwoners. 200 jaar later heeft de stad bijna 44 000 inwoners!

Johannes Brahms monument en boom, hij verbleef in de zomermaanden enkele keren in Thun

(Bron en verdere informatie: Gemeente Thun)

   

Slot Schadau

Complex van de voormalige chartreuse

Le bateau à vapeur

 

Romaanse kerken, burchten, hangbruggen aan de Thunersee

Niet alleen de Eiger, Mönch en Jungfrau kijken uit op de Thunersee, maar ook 12 duizend jaar oud Romaanse kerken en vijf kastelen. Bovendien richt het planetarium (Sternwarte) Sirius de blik naar boven, naar het oneindige heelal en zijn ontelbare sterren. De St. Beatus-Grotten zullen dit uitzicht nooit hebben! De Thunersee ontleent zijn naam aan de stad Thun.

Thun

Aan de andere kant van het meer vormt Interlaken (vernoemd naar het voormalige klooster Inter lacus) de scheiding met de Brienzersee. De Aare verbindt echter beide meren. De Thunersee  is ontstaan als gevolg van het smelten van de Aaregletsjer ongeveer 12 000 jaar geleden.

Deze gletsjer was op sommige plekken  1 000 meter dik. Het afsmelten ging ook gepaard met verplaatsing van aarde en steen, die uiteindelijk de Brienzersee en de Thunsersee van elkaar scheiden bij Interlaken. Wie nu de wijnbouw ziet op de zonnige hellingen, kan zich deze tijd niet voorstellen.

De eerste vermelding van de Thunersee vindt rond 660 plaats onder de naam lacus Dunensis. Het gebied was al voor de komst van de Kelten bewoond. Na Kelten, Romeinen, Alemannen, Bourgundiërs en Franken, begon in de twaalfde eeuw de heerschappij van de hertogen van Zähringen, de graven van Kyburg, Habsburg en tenslotte Bern.

Twaalf Romaanse kerken

 De Aare en de Thunersee waren vanouds het culturele grensgebied tussen het Franstalige bisdom Lausanne, het koninkrijk Bourgondie (888-1032) en de machtige abdij Cluny en het Duitstalige bisdom Konstanz en de abdij St. Gallen.

Sigriswil

De opdrachtgever van deze 12 kerken is onbekend. Er zijn echter aanwijzingen dat koning Rudolf II van Bourgondië deze kerken in de Romaans-Lombardische stijl heeft laten bouwen. Twaalf is uiteraard geen toeval, maar heeft betrekking op de twaalf apostelen.

Thun

Ze omringden als het ware de moederkerk in Einigen. De meeste kerken tonen nog steeds de authentieke staat. De kerk in Uttigen is 1536 door brand verwoest. Om deze reden zijn er twaalf en geen dertien kerken. Het jaar 1536 is ook geen toeval, want de periode van de Reformatie in kanton Bern!

Hilterfingen

De twaalf Romaanse kerken staan in Thun, Hilterfingen, Sigriswil, Leissigen, Frutigen, Aeschi, Wimmis, Spiez, Einigen, Amsoldingen, Thierachem en Scherzligen.

Spiez

 De vijf kastelen

 Aan de rand van het meer staan slot Thun, slot Oberhofen, slot Spiez, slot Hünegg en slot Schadau. De geschiedenis van deze monumenten gaat terug tot de middeleeuwen en de 19e eeuw.

Slot Oberhofen

Ze vertegenwoordigen verschillende periodes en geven een goede indruk in het leven in deze periodes. Slot Thun, slot Oberhofen, slot Spiez en slot Hünegg herbergen tegenwoordig een museum, slot Schadau een hotel en restaurant.

Slot Schadau

Slot Hünegg

De omgeving

 Wie de moeite neemt de bergen op te gaan, wordt beloond met adembenemende uitzichten, bloemrijke weiden, dichte bossen en een van de langste hangbruggen van Zwitserland.

De hangbrug bij Sigriswil is 340 meter lang op een hoogte van 182 meter. De brug overspant de Gummischlucht. Twee andere hangbruggen bij Leissigen (144 meter lang) en Beatenberg (80 meter lang) geven deze route met reden de naam Brückenweg.

Een aanzienlijk kleinere brug op de Brückenweg

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Indrukken van de omgeving aan de Thunersee

De Gummischlucht

Sigriswil

Gunten

Europees Jeugdkoor Festival Basel

Het festival is een platform voor concerten en ontmoetingen voor Europa’s beste kinder- en jeugdkoren. Daarnaast heeft het festival als doel om koren, dirigenten en kinderen samen te brengen en nieuwe horizonten te laten ontdekken. Dit geldt zowel voor de zangers als voor het publiek en koorprofessionals uit alle sectoren en scènes.

Centrale thema’s zijn concerten, die de verscheidenheid van koormuziek in Europa en Zwitserland illustreren en hedendaagse tendensen in koorzang aan de orde stellen, culturele uitwisseling tussen de kantons en tussen Zwitserland en andere Europese landen bevorderen door koorzang en educatie voor dirigenten en kinder- en jeugdkoren.

(Bron en verdere informatie: Europäisches Jugendchor Festival)

Palazzo Trevisan in relaties Venetië-Zwitserland

Venetië en de Zwitserse Confederatie en haar kantons onderhouden al eeuwenlang politieke, commerciële en culturele contacten. De Zuckerbäcker, textielhandelaren, militairen en bondgenootschappen zijn welbekend.

De continuïteit van de (handels)relaties tussen Venetië en de oude Confederatie blijkt onder andere uit een sculptuur in Bazel.

Bazel, gevleugelde Marcusleeuw, symbool van Venetië. Koopmanshuis van een handelaar met contacten in Venetië

Veel minder bekend is een verbinding uit de 20e eeuw. Het Palazzo Trevisan in Venetië is eigendom van de Zwitserse federale overheid. Het Palazzo in de wijk Dorsoduro, aan de promenade Zattere, is in de 15e eeuw gebouwd voor de familie Trevisan en is een symbool van de economische en politieke bloeitijd van Venetië.

De beletage van het Palazzo Trevisan is tot 2002 door de federale overheid gebruikt als zetel van het consulaat-generaal, later na de omzetting in een honorair consulaat ook als cultureel centrum. In de loop der tijd is het gebouw een symbool geworden voor de activiteiten van Zwitserland in Venetië.

Het Palazzo zal in de toekomst niet alleen openstaan voor de cultuursector, maar ook voor wetenschap, onderzoek en de particuliere sector. Vanaf 1 januari 2026 zal de beletage van het Palazzo een platform worden dat voor een breed publiek toegankelijk is.

De bevordering van de Zwitserse cultuur blijft het uitgangspunt. Daarnaast zullen nieuwe activiteiten op het gebied van innovatie, onderzoek en duurzaamheid worden geïntegreerd. Bovendien is Zwitserland altijd vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië, en het Palazzo speelt ook bij dit evenement een belangrijke rol.

De Zwitserse frank, euro en de Latijnse Muntunie

De Zwitserse frank (CHF) is 175 jaar oud. Op 7 mei 1850 is hij officieel ingevoerd. Voor de invoering van de frank was er een ware wirwar van valuta. Sinds de middeleeuwen sloeg elke kanton, elke stad en elk bisdom zijn eigen geld

Men betaalde met Batzen, Rappen, Taler, Oertli, Assis, Gulden of Dicken. Er waren meer dan 8000 verschillende munten. Een reis van het ene kanton naar het andere leek op een reis naar het buitenland, bij iedere grens van een kanton moest geld worden gewisseld en werd er tol geheven.

Deze hervorming was geen vanzelfsprekendheid. De kantons verdedigden hun recht om munten te slaan en tol te heffen, maar sinds 175 jaar vormt de Zwitserse frank een solide basis voor de economie en een stevig fundament voor nationale soevereiniteit. Hij belichaamt tegenwoordig monetaire onafhankelijkheid, economische betrouwbaarheid en een langetermijnvisie.

De frank heeft in de loop van zijn geschiedenis talrijke uitdagingen doorstaan, van crises en oorlogen tot periodes van hoge inflatie, de overgang van de goudstandaard en de dynamiek van het internationale monetaire systeem.

Het Verdrag van 23 december 1865. Bron: Wikipedia

De Latijnse Muntunie

Ook Zwitserland had zijn “euro”, en wel in het jaar 1865. Deze monetaire ramp zit nog in het  geheugen gegrift. Op 23 december 1865 sloten Frankrijk, België, Italië en Zwitserland een muntverdrag, een soort voorloper van de euro. Griekenland trad een jaar later toe. Deze muntunie werd in het leven geroepen door Napoleon III (1808-1873).

Frans affiche uit 1865. Bron: Wikipedia

Deze “Latijnse Muntunie” (L’Union monétaire latine) bevatte gedetailleerde voorschriften over gewicht, fijnheid, vorm en koers van goud- en zilveren munten, evenals quota voor het slaan van munten voor de afzonderlijke landen in verhouding tot de bevolking. In ruil daarvoor werden de betreffende munten in het gehele gebied van de muntunie tegen nominale waarde geaccepteerd.

De vijf verdragssluitende landen van de Latijnse Muntunie

De Europees gezinde Zwitserse regering zag hierin een eerste stap naar de verwezenlijking van het idee van een Europees monetair systeem. De samenstelling van de in Zwitserland circulerende goud- en zilveren munten was dienovereenkomstig internationaal. Met andere woorden: de munten uit deze landen werden geaccepteerd als wederzijds betaalmiddel.

De Latijnse Muntunie in 1914. Bron: Wikipedia

Het aandeel van de Zwitserse 5-frankmunten in deze “Latijnse munteenheid” schommelde tussen 1885 en 1920 tussen 2 en 7 procent. Door devaluatie en waardevermindering ontstond er al snel een toenemende ongelijkheid tussen de munten en de afspraken bleken in de praktijk niets waard. Daar komt nog bij dat deze muntunie door bilaterale en unilaterale verdragen tot 1914 enorm werd uitgebreid met niet al te solvabele landen en zelfs kolonien.

Overzicht van zilveren munten als betaalmiddel in de landen van de Muntunie. Uitgegeven door Kaiser & Co. rond 1914 in Bern. Bron: Swissmint/ Historisches Lexikon der Schweiz

De Alphirte

Het dorp Richterswil (kanton Zürich) is de thuisbasis van Paul Burkhard (1888-1964), de schepper van de beroemde vijf frankenmunt. Hij werd in 1920 belast met het ontwerpen van een nieuwe munt van vijf frank. Hij ontwierp de Alphirte. Op 1 april 1927 werd het muntverdrag ontbonden, dat al vele jaren in de lade lag en de nieuwe munt ingevoerd.

De SNB (opgericht in 1907) had zich nu vrijgemaakt. De sleutel tot het monetaire beleid lag niet meer in het volgen van de standaard van buurlanden. Monetaire stabiliteit was een waarde op zich.

De Alphirte, vaak ten onrechte voor Wilhelm Tell gehouden

Tot 1914 was de frank een normale valuta, die zich ten opzichte van de concurrenten soms op- en soms devalueerde. Daarna ontstond langzaam wat tot op heden geldt: Zwitserland en de frank als een monetair  eiland van stabiliteit.

De Zwitserse frank vandaag

Deze kwaliteit is gebaseerd op talrijke pijlers, waaronder politieke en sociale stabiliteit, directe democratie, federalisme, subsidiariteit, liberalisme, industriële innovatie, export, het uitstekende onderzoeks- en onderwijssysteem, hoge arbeidsmoraal, een marktgericht en tegelijkertijd sociaal economisch systeem, lage staatsschulden, hoge goudreserves, overschotten op de lopende rekening en netto buitenlandse activa.

De monetaire buren en vandaag de euro maakten en maken het de frank echter moeilijk. In 2002 koesterde de SNB de vergeefse hoop dat de euro en de ECB een soort opvolger van de D-mark en de Bundesbank waren.

Het koersverloop Euro-CHF 2002-2025. Bron: www.schweizer-franken.eu 

Conclusie

De euro (en daarom ook de Nederlandse gulden en de D-mark) heeft sinds 2002 echter bijna 40% van zijn waarde ten opzichte van de CHF verloren en de vooruitzichten zijn niet goed. Steeds meer (economisch, monetair en politiek) marode landen nemen deel en de ECB heeft veel weg van een politiek georiënteerde Frans-Italiaanse bank en een nieuwe Latijnse Muntunie.

De Latijnse Muntunie en de euro zijn een ‘waarschuwing uit de geschiedenis’, ook met betrekking tot de nieuwe onderhandelingen en afspraken met de EU, haar centralisme, top-down democratie, bureaucratie en rechterlijke macht.

Deze feiten doen niets af aan het bestaansrecht, nut en noodzaak van de EU. Retoriek is echter een slechte basis voor niet realistische ambities en bedreigt op de lange duur zelfs het voortbestaan van de EU. Laat de EU het eerst maar eens worden over de vestigingsplaats van haar parlement en haar democratische en bureaucratische bestel hervormen.

(Bron: S. Heeb, Historisches Lexikon der Schweiz, l’Union monétaire latine, 25.03.2014)

Korrektorin: Giuanna Egger-Maissen

Ins, klein dorp, Albert Anker, grote monumenten en klimaatverandering

Ins (Anet in het Frans, kanton Bern, Seeland, Drie-Meren-Regio) is niet alleen het dorp van het (geboorte)huis, atelier en museum van de schilder Albert-Anker (1831-1910). Het dorp was in de middeleeuwen ook een belangrijk regionaal centrum met meer inwoners dan het stadje Erlach (Cerlier in het Frans).

Reeds in het neolithicum (4000-1800 v. Chr.) was het gebied rond Ins (kanton Bern) bewoond.  Ook de Romeinse periode heeft zijn sporen nagelaten.

De eerste vermelding uit de middeleeuwen dateert uit 851: Villa d’Anes. In 1009 is de eerste vermelding in een oorkonde met de oud-Franse naam Anestre aangetroffen.

Aan het begin van de 13e eeuw behoorde Anestre nog tot het Franstalige graafschap Neuchâtel-Nidau. In 1376 maakte Anestre met de Heerlijkheid Cerlier (het huidige Erlach, kanton Bern) deel uit van het graafschap en later hertogdom Savoye.

Bern veroverde het gebied echter tijdens de Bourgondische oorlogen (1476-1477) en sindsdien is Ins Duitstalig en maakt het deel uit van het kanton Bern. De landvoogden van Bern zetelden in Erlach.

Ins kreeg kreeg echter het Landgericht, de hoogste juridische autoriteit van de landvoogdij. Het Schlössli Ins, het Rosenhof-Park en het voor een dorp grote plein en raadhuis (Rathaus) duiden ook op het belang van het dorp.

Op de heuvel staat al eeuwenlang de middeleeuwse kerk die sinds 1525 evangelisch is. De zevenhonderd jaar oude doopvont wijst op de eeuwen oude bouwhistorie in dit mooie dorp. De kerk werd voor het eerst genoemd in een document in 1228.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Ins)

Impressies van het dorp 

 

De Allalin-steen van de Allalinhorn, achtergelaten in Seeland door de smeltende Wallis-gletsjer zo’n 17.500 jaar geleden

De Schlüchter steen. Het steenblok is 20.000 jaar geleden door de smeltende  Walliser-gletsjer naar Seeland getransporteerd.