De Zwitserse frank (CHF) is 175 jaar oud. Op 7 mei 1850 is hij officieel ingevoerd. Voor de invoering van de frank was er een ware wirwar van valuta. Sinds de middeleeuwen sloeg elke kanton, elke stad en elk bisdom zijn eigen geld
Men betaalde met Batzen, Rappen, Taler, Oertli, Assis, Gulden of Dicken. Er waren meer dan 8000 verschillende munten. Een reis van het ene kanton naar het andere leek op een reis naar het buitenland, bij iedere grens van een kanton moest geld worden gewisseld en werd er tol geheven.
Deze hervorming was geen vanzelfsprekendheid. De kantons verdedigden hun recht om munten te slaan en tol te heffen, maar sinds 175 jaar vormt de Zwitserse frank een solide basis voor de economie en een stevig fundament voor nationale soevereiniteit. Hij belichaamt tegenwoordig monetaire onafhankelijkheid, economische betrouwbaarheid en een langetermijnvisie.
De frank heeft in de loop van zijn geschiedenis talrijke uitdagingen doorstaan, van crises en oorlogen tot periodes van hoge inflatie, de overgang van de goudstandaard en de dynamiek van het internationale monetaire systeem.

Het Verdrag van 23 december 1865. Bron: Wikipedia
De Latijnse Muntunie
Ook Zwitserland had zijn “euro”, en wel in het jaar 1865. Deze monetaire ramp zit nog in het geheugen gegrift. Op 23 december 1865 sloten Frankrijk, België, Italië en Zwitserland een muntverdrag, een soort voorloper van de euro. Griekenland trad een jaar later toe. Deze muntunie werd in het leven geroepen door Napoleon III (1808-1873).

Frans affiche uit 1865. Bron: Wikipedia
Deze “Latijnse Muntunie” (L’Union monétaire latine) bevatte gedetailleerde voorschriften over gewicht, fijnheid, vorm en koers van goud- en zilveren munten, evenals quota voor het slaan van munten voor de afzonderlijke landen in verhouding tot de bevolking. In ruil daarvoor werden de betreffende munten in het gehele gebied van de muntunie tegen nominale waarde geaccepteerd.

De vijf verdragssluitende landen van de Latijnse Muntunie
De Europees gezinde Zwitserse regering zag hierin een eerste stap naar de verwezenlijking van het idee van een Europees monetair systeem. De samenstelling van de in Zwitserland circulerende goud- en zilveren munten was dienovereenkomstig internationaal. Met andere woorden: de munten uit deze landen werden geaccepteerd als wederzijds betaalmiddel.

De Latijnse Muntunie in 1914. Bron: Wikipedia
Het aandeel van de Zwitserse 5-frankmunten in deze “Latijnse munteenheid” schommelde tussen 1885 en 1920 tussen 2 en 7 procent. Door devaluatie en waardevermindering ontstond er al snel een toenemende ongelijkheid tussen de munten en de afspraken bleken in de praktijk niets waard. Daar komt nog bij dat deze muntunie door bilaterale en unilaterale verdragen tot 1914 enorm werd uitgebreid met niet al te solvabele landen en zelfs kolonien.

Overzicht van zilveren munten als betaalmiddel in de landen van de Muntunie. Uitgegeven door Kaiser & Co. rond 1914 in Bern. Bron: Swissmint/ Historisches Lexikon der Schweiz
De Alphirte
Het dorp Richterswil (kanton Zürich) is de thuisbasis van Paul Burkhard (1888-1964), de schepper van de beroemde vijf frankenmunt. Hij werd in 1920 belast met het ontwerpen van een nieuwe munt van vijf frank. Hij ontwierp de Alphirte. Op 1 april 1927 werd het muntverdrag ontbonden, dat al vele jaren in de lade lag en de nieuwe munt ingevoerd.
De SNB (opgericht in 1907) had zich nu vrijgemaakt. De sleutel tot het monetaire beleid lag niet meer in het volgen van de standaard van buurlanden. Monetaire stabiliteit was een waarde op zich.

De Alphirte, vaak ten onrechte voor Wilhelm Tell gehouden
Tot 1914 was de frank een normale valuta, die zich ten opzichte van de concurrenten soms op- en soms devalueerde. Daarna ontstond langzaam wat tot op heden geldt: Zwitserland en de frank als een monetair eiland van stabiliteit.
De Zwitserse frank vandaag
Deze kwaliteit is gebaseerd op talrijke pijlers, waaronder politieke en sociale stabiliteit, directe democratie, federalisme, subsidiariteit, liberalisme, industriële innovatie, export, het uitstekende onderzoeks- en onderwijssysteem, hoge arbeidsmoraal, een marktgericht en tegelijkertijd sociaal economisch systeem, lage staatsschulden, hoge goudreserves, overschotten op de lopende rekening en netto buitenlandse activa.
De monetaire buren en vandaag de euro maakten en maken het de frank echter moeilijk. In 2002 koesterde de SNB de vergeefse hoop dat de euro en de ECB een soort opvolger van de D-mark en de Bundesbank waren.

Het koersverloop Euro-CHF 2002-2025. Bron: www.schweizer-franken.eu
Conclusie
De euro (en daarom ook de Nederlandse gulden en de D-mark) heeft sinds 2002 echter bijna 40% van zijn waarde ten opzichte van de CHF verloren en de vooruitzichten zijn niet goed. Steeds meer (economisch, monetair en politiek) marode landen nemen deel en de ECB heeft veel weg van een politiek georiënteerde Frans-Italiaanse bank en een nieuwe Latijnse Muntunie.
De Latijnse Muntunie en de euro zijn een ‘waarschuwing uit de geschiedenis’, ook met betrekking tot de nieuwe onderhandelingen en afspraken met de EU, haar centralisme, top-down democratie, bureaucratie en rechterlijke macht.
Deze feiten doen niets af aan het bestaansrecht, nut en noodzaak van de EU. Retoriek is echter een slechte basis voor niet realistische ambities en bedreigt op de lange duur zelfs het voortbestaan van de EU. Laat de EU het eerst maar eens worden over de vestigingsplaats van haar parlement en haar democratische en bureaucratische bestel hervormen.
(Bron: S. Heeb, Historisches Lexikon der Schweiz, l’Union monétaire latine, 25.03.2014)
Korrektorin: Giuanna Egger-Maissen