De Suonen van Wallis

De streek rond Visp, Raron (en het Bietschtal), de Lötschberg (in het bijzonder de dorpen Steg-Hohtenn en Niedergestein) en het Baltschiedertal in kanton Wallis is een droog gebied in de vallei van het stroomgebied van de Rhône.

Het droge en milde klimaat schept de voorwaarden voor wijnbouw, landbouw en veeteelt. De irrigatie vindt echter al eeuwenlang kunstmatig plaats door zogenaamde ‘Suonen’ (bisses in het Frans).

Suonen zijn houten of stenen irrigatiesystemen die het water vanaf de bron (gletsjers en beekjes) door de wijn- en landbouwgebieden leiden.

Het Suonenstelsel (Suonenlandschaft) was tot de komst van moderne irrigatiemethodes duizenden kilometers lang, vaak aangelegd op moeilijk toegankelijke plaatsen van waterbronnen, beekjes en aan de voet van gletsjers.

Het loonde de moeite. Water van de gletsjers is rijk aan mineralen en een soort natuurlijke kunstmest. Het heeft geleid tot vruchtbare land- en wijnbouwgronden en tot een grote diversiteit aan flora en daardoor ook fauna.

 

Tegenwoordig is de irrigatie overgenomen grotendeels overgenomen door moderne methodes, zoals waterkanonnen en anders sproeisystemen. Toch functioneren nog steeds ongeveer 2 000 kilometers aan traditionele Suonen die het land irrigeren.

Deze worden voor het grootste deel door het kanton als cultureel erfgoed onderhouden. Diverse Wandelroutes volgen het spoor van de Suonen door prachtige gebieden.

De Suonen hebben er tegenwoordig bovendien nog een functie bij: het opwekken van ‘witte’ energie voor huizen en zelfs kleine dorpen.

(Bron en verdere informatie: Die Suonen und Bisses des Wallis)

Trichuris incognita en het Swiss Tropical- and Public Health-Institute

Het Natuurhistorisch Museum Basel krijgt in 2029 een nieuw onderkomen in het St. Johannkwartier. De voorbereidingen voor de verhuizing van de ongeveer 7 miljoen objecten zijn in volle gang.

Gereed voor de verhuizing

Zelfs de Giraffe gaat mee, hoewel het  nog niet zeker is of ze in het nieuwe museum een plaats krijgt of genoegen moet nemen met een plaats in het depot.

Ook de nieuwste aanwinsten van het museum verhuizen, waaronder een recente ontdekking van een nieuwe wormensoort. Hoewel een worm niet het dagelijkse onderwerp van gesprek is, lijden wereldwijd ongeveer 2 miljard mensen aan een of andere ziekte vanwege wormen. In het menselijk lichaam leven niet miljarden bacteriën, maar vaak ook (ongewenste) wormen.

Zweepworminfecties treffen wereldwijd naar schatting 500 miljoen mensen. Ze worden veroorzaakt door de parasitaire worm Trichuris trichiura. Tot nu toe werd aangenomen dat alle menselijke zweepworminfecties te wijten waren aan deze ene soort.

Naturhistorisches Museum Basel, onderzoeker Max Bär van de the Swiss TPH op 19 June

Onderzoekers van het Het Swiss Tropical- and Public Health-Institute (Swiss TPH) in Allschwil, in samenwerking met partners in de Ivoorkust en de Universiteit van Calgary, heeft in Ivoorkust echter een nieuwe parasitaire wormsoort ontdekt. Deze lijkt op de reeds bekende zweepworm, maar is een andere soort. Het onderzoeksteam noemde de nieuwe worm Trichuris incognita, verwijzend naar zijn tot nu toe onbekende bestaan.

De nieuwe soort is door de overdracht aan het Naturhistorisches Museum Basel op 19 juni officieel toegankelijk gemaakt voor onderzoek. Met deze overdracht is de ontdekking formeel erkend volgens internationale regels voor wetenschappelijke naamgeving. Dit is onder andere belangrijk om zo snel mogelijk nieuwe medicijnen te ontwikkelen.

Foto’s:  © Max Bär/Swiss TPH

De doorbraak kwam door gebruik van Next-Generation-Sequencing-technologieën, waarmee het volledige genoom van een parasiet kan worden ontcijferd. De ontdekking toont aan welke centrale rol moderne genoomsequencing speelt in de parasitologie en diagnostiek – vooral bij het opsporen van tot nu toe onbekende soorten die met traditionele methoden zoals microscopie niet te herkennen zijn.

Hoewel Zwitserland geen koloniën in de tropen heeft gehad, zijn (medische) wetenschappers vanouds niet minder reislustig en nieuwsgierig ingesteld, in dit geval naar tropische ziektes. Het Swiss TPH heeft tegenwoordig 800 medewerkers en samenwerkingsverbanden in 100 landen.

De grootste wormen in de collectie van het museum

Dit museum is immers niet alleen het decor van een collectie in depot en in de zalen, maar is vanaf het begin in de 19e eeuw een gerenommeerd wetenschappelijk onderzoekscentrum, van de kleinste insecten tot de grootste (uitgestorven) zoogdieren.

Hoewel de wormen, een mannetje en een vrouwtje, in ethanol verblijven en zich niet kunnen uiten, zullen ze zich zeker thuis voelen in hun onderkomen en vanaf 2028 in hun nieuwe huis.

(Bron en verdere informatie: Swiss Tropical- and Public Health-Institute (Swiss TPH); Naturhistorisches Museum Basel)

De Alpen in natuurlijk perspectief

De rampen in het Alpengebied en in Zwitserland in het bijzonder zijn bijna dagelijks in het nieuws. Lawines, aardverschuivingen, smeltende gletsjers en permafrost wisselen elkaar af met te droge en te natte periodes. Het staat vast dat het klimaat verandert en dat heeft gevolgen op veel gebieden voor de mensheid.

De oorzaken en verstrekkende gevolgen worden hier niet behandeld, maar wel het perspectief van de structurele ontwikkeling, die het korte leven van een mens met duizenden, tienduizenden en miljoenen jaren overstijgt.

Moiry Glacier

De Gornergletsjer

Het is de mensheid in relatief korte tijd gelukt, laten we zeggen binnen 10.000 jaar sinds het einde van de laatste ijstijd, het hele Zwitserse Alpengebied in te richten voor toeristische bestemmingen, energiewinning, landbouw, woongebieden, industrie, wegen en spoorwegen, tunnels en hotels en restaurants tot op 3.883 meter hoogte.

Matterhorn Glacier Paradise

Deze op zich geweldige (technologische) prestaties hebben vooral sinds het midden van de 19e eeuw een hoge vlucht genomen. Voor de natuur zijn 10.000 jaar echter nog geen seconde in de geschiedenis van de meer dan 4 miljard jaar oude aarde.

Om deze geschiedenis concreet te maken: 100 miljoen jaar geleden was Zwitserland nog deel van een oceaan. In een proces van miljoenen jaren vormden zich verschillende gesteentesoorten op de zeebodem.

Ongeveer 30 miljoen jaar geleden verdween deze oceaan echter geleidelijk en begon een ander proces: de continentale platen van Afrika en Europa botsten en daaruit ontstonden in een lang proces ongeveer 20 miljoen jaar geleden de Alpen.

De aarde heeft sindsdien altijd grote veranderingen in het klimaat meegemaakt. Ongeveer 100.000 jaar geleden begon de laatste grote ijstijd. Grote gletsjers bedekten bijna heel Zwitserland, alleen de hoogste bergtoppen, waaronder de Matterhorn, staken er bovenuit. De Matterhorn dankt zijn piramidevormige vorm aan deze gletsjers, die de rotsen over tienduizenden jaren hebben gepolijst.

Gletschertöpfe, Gletschergarten Zermatt

90.000 jaar later waren deze gletsjers grotendeels gesmolten en pas in de tijd van 1.500 tot 1.800, tijdens de kleine ijstijd, bereikten ze weer een grotere omvang. In de Romeinse tijd en tot in de late middeleeuwen lag de gletsjergrens boven 3.500 meter.

Het is een feit dat de veranderingen tegenwoordig veel sneller gaan en de mens speelt daarbij een rol. Sinds 1800 is de bevolking van Zwitserland (en de wereld) zeer snel gegroeid, evenals het gebruik van de Alpengebieden. Tot de industrialisatie in de 19e eeuw waren de gevolgen in het Alpengebied relatief gering. Sinds 1900 zijn het gebruik en de bewoning steeds intensiever geworden.

Daardoor zijn op zichzelf natuurlijke gebeurtenissen steeds meer menselijke tragedies en rampen geworden. Wie heeft echter de Flimser Felzsturz ongeveer 10.000 jaar geleden, de tsunami in het Meer van Genève (de Tauredunum) in het jaar 563 na Christus, de aardbeving in Bazel in het jaar 1356 of de vele ‘rampen’ in die Lawinechronik van Vals (kanton Graubünden) nog meegemaakt? Alleen de natuur kan het vertellen, omdat ze tijdloos is.

Wie de Gornergrat (3.089 m), de Jungfraujoch (3.463 m), het Matterhorn Glacier Paradies (3.883 m) of de Aiguille du Midi (3.842 m) bezoekt, geniet van het moment, het uitzicht, het panorama en de wandelingen.

Het is echter ook zinvol om de informatie- en museumruimtes te bezoeken. Ze bieden niet alleen inzicht in de technologische meesterwerken, maar stellen vooral de natuur centraal.

Trockener Steg

Gornergrat

Dit inzicht is niet alleen belangrijk voor het perspectief en de context van de ontwikkeling van de aarde en de Alpen in het bijzonder. Het laat ook zien dat de natuur en daarmee de aarde voortdurend in beweging zijn en zullen blijven. Hoe de mensheid daarmee omgaat en of deze technologische meesterwerken zullen standhouden, is dan de vraag.

Conclusie

In feite zijn de Alpen  tegenwoordig een groot natuurhistorisch openluchtmuseum, deels door de UNESCO erkend als werelderfgoed. De Gletschergarten bij Zermatt of de Gletschergarten in Luzern, de berghellingen en gletsjers van de Gornergrat of de Matterhorn hebben deze status weliswaar niet, maar het is ook maar een menselijke maat.

Aan de grootsheid van de natuur verandert dat niets. Een spreekwoord in het Nederlands luidt: De zee geeft en de zee neemt. Dat geldt ook voor de Alpen: De berg geeft en de berg neemt. Tijdloos.

Impressies Gletschergarten bij Zermatt

   

Gornergrat

De Kapel Bernhard von Aosta

Alpine Garden

Sierre, Muzot en Rainer Maria Rilke

De overwegend Franssprekende stad Sierre (Siders in het Duits, kanton Valais/Wallis) toont nog steeds sporen van diverse beschavingen sinds de prehistorie, van jagers, de eerste landbouwers, Liguren, Kelten, Romeinen, Alemannen, Franken, het Christendom, het Heilige Roomse Rijk en vervolgens de Republiek van de zeven Zehnden en in 1815 kanton Valais (Wallis in het Duits).

Als kleine zus van de bisschopsstad Sion (Sitten) en de handelsroute naar en van Italië heeft ze de belangrijkste conflicten, (mislukte) protestante hervorming in de 16e eeuw en de commerciële activiteiten in de loop der eeuwen ervaren.

De opkomst van het toerisme heeft niet alleen maar sport- en natuurliefhebbers aangetrokken, maar ook toonaangevende kunstenaars. Rainer Maria Rilke (1875-1926) was een van de meest prominente bewoners vanaf 1921.

Het museum documenteert zijn leven en verblijf in Muzot aan de hand van documentatie, foto’s en andere illustraties en verhalen. Zijn woonhuis, een kleine manoir of kasteel Muzot, staat er nog steeds, al is het niet toegankelijk voor het publiek.

Hoewel er veel nieuwe bebouwing in de laatste honderd jaar in de omgeving is bijgekomen, verwondert het niet dat deze grote dichter juist op deze plaats zijn domicilie heeft gekozen. Zijn laatste rustplaats bevindt zich in het nabijgelegen Raron (Rarogne in het Frans).

(Bron en verdere informatie: Sandra Richter, Rainer Maria Rilke oder das offene Leben. Eine Biographie (Berlin, 2025); Ville de Sierre)

Indrukken van Sierre

Lac de Géronde

Le Petit Lac

 

 

Kerk en kasteel van Venthône

Het opmerkelijke Kapucijnerklooster in Sion

Volgens een onlangs verschenen rapport van de Verenigde Naties, is Zwitserland nog steeds een van de meest innovatieve landen op economisch gebied. Dit geldt echter ook voor de (religieuze) architectuur en design. Diverse musea, onder andere het Vitra Design Museum in Weil am Rhein, het Museum für Gestaltung in Zürich of Platforme 10 in Lausanne, zijn maar enkele voorbeelden.

Ook op kerkelijk gebied zijn architectuur en design vernieuwend. De St. Nicolaskerk in Hérémence, de St. Antoniuskerk in Bazel of het Kapucijnerklooster in Sion (Sitten, kanton Wallis/Valais) spreken boekdelen, al zegt deze vernieuwende geest weinig over spirituele vernieuwing binnen de katholieke kerk.

De binnentuin, in roze het oude tehuis voor apotheek en zieken

     

Schilderij van Hans Ludolff, rond 1653, links het klooster

Dit Kapucijnerklooster is gesticht in 1643, mede als reactie op de hervorming die ook of zelfs Valais tot 1603 in haar greep hield. In 1603 kozen de zeven Zehnden in de Tagsatzung van Wallis echter definitief voor het oude geloof.

Het klooster kreeg al spoedig een goede naam op het gebied van onderwijs en ziekenzorg. Vooral filosofie en theologie waren bekend in de wijde omgeving en wel tot in de 20e eeuw.

De bloeiende kloostergemeenschap besloot in de jaren 1920 en 1930 het complex te moderniseren en te vergroten. Uit deze periode stammen de eerste renovaties van de architect Alphonse de Kalbermatten (1870-1960).  De aardbeving in 1946 noodzaakte echter tot verdergaande reparaties door onder anderen Fernand Dumas (1892-1956).

De oude muur en nieuwe decoraties

De meest opmerkelijke ingreep vond echter plaats in de jaren 1962-1968, ironischer wijze enkele decennia voor de overname van het klooster door Sion. Tegenwoordig beheert de gemeente het complex.

Het doet echter niets af aan de creativiteit, innovaties en kennelijke financiële draagkracht  van de Kapucijners. De Venetiaanse architect Mirco Ravanne (1928-1991) gaf een originele invulling aan de verbouw van het klooster.

Het oude bleef grotendeels bewaard, maar met toevoeging van moderne materialen en vooral prachtige eigentijdse kunstwerken (Gesamtkunstwerk in de woorden van de architect en de père-gardien Darmien Mayoraz (1911-1980). Kengiro Azuma (1926-2016), Alberto Buri (1915-1995), Ángel Duarte (1930-2007), Marcel Feuillat (1896-1962), Jacques le Chevalier (1986-1987) Manfredo Massironi (1937-2011), Paul Monnier (1907-1982), Bernhard Mühlematter (1931-2001), François Ribas (1903-1979), Remo Rossi (1909-1982), Gino Severini (1883-1966) en Antoni Tapiès (1923-2012) hebben een tijdloze bijdrage geleverd aan de kruisgang, tuin, refectorium, gangen, lees-en studiezalen en diverse kunstwerken.

De kloostertuin

Deze kunstenaars gaven het voormalige klooster nog steeds een unieke verzameling kunstvoorwerpen. De architectuur van Ravanne, onder andere beïnvloed door Le Corbusier (1887-1965), geeft niet alleen deze kunst, maar destijds ook de religieuze, sociale en educatieve betekenis van het klooster de ruimte, respect en reflectie.

De bisschopsstad Sion heeft er vanaf 2014 weer een monument van nationale betekenis bij.

(Bron: P. Cagna, P. Varone, R, Salvi, C. Schmid, F. Vannotti (Red.), Le Couvent des Capucins, Sion, 2017)

Gino Severini, glas in loodvensters door Jacques le Chevalier

Antoni Tapiès en het trauma van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) verbeeld door een bommenwerper

Kengiro Azuma

Belle van Zuylen of Isabelle de Charrière in Nederland en Zwitserland

Belle van Zuylen (1740-1805) is in het buitenland en in het bijzonder Zwitserland bekend onder de naam Isabelle de Charrière. Haar geboorteplaats, beter gezegd kasteel van geboorte, was Slot Zuylen in het dorp Zuilen, tegenwoordig Oud-Zuilen in de gemeente Stichtse Vecht (provincie Utrecht).

Zoals de naam al doet vermoeden, ligt het kasteel aan de Vecht. Ten tijde van Belle was deze rivier een handelsroute tussen Utrecht, Amsterdam en de Zuiderzee. De oorsprong van het kasteel gaat terug tot de 12e eeuw.

De Vecht

Aanvankelijk was het een motte, een versterkte toren. De strategische ligging aan de Vecht in het destijds machtige bisdom Utrecht was een bron van inkomsten uit tolheffingen.

In de loop der eeuwen is het complex steeds verder uitgebreid en aan nieuwe gebruiks- en woontoepassingen en kunststijlen aangepast. De laatste grote renovatie vond in de 19e plaats.

Belle was  de dochter van Diederik Jacob Tuyll van Serooskerken (1707-1776) en  Jacoba Helena de Vicq (1724-1768).

Ze huwde in 1771 Charles-Emmanuel de Charrère de Penthaz (1735-1808), woonachtig in de manoir Le Pontet in Colombier, in het Franstalige Pruisische prinsdom Neuchâtel. Hij was de Franstalige huisdocent van haar oudste broer Willem (1743-1839). Belle verhuisde naar Colombier en noemde zich vanaf dat moment Isabelle de Charrière.

De schrijfkamer van Belle in Slot Zuylen

Zoals destijds (tot de twintigste eeuw) gebruikelijk, was de (Europese) aristocratie twee (of drietalig): de moedertaal, Frans en soms Latijn. Belle is vooral bekend vanwege haar literaire nalatenschap: correspondentie, literatuur, toneelstukken en tal van andere geschriften, alle in het Frans.

In beide landen landen, Nederland en Zwitserland (kanton Neuchâtel in het bijzonder), wordt haar literaire nalatenschap gekoesterd.

Nederland kent het museum in Slot Zuylen en het Genootschap Belle van Zuylen / Isabelle de Charrière. Het kanton Neuchâtel  (en onder andere de universiteit van Lausanne) heeft binnen de universiteit het project  Isabelle de Charrière . De Bibliothèque publique et universitaire de Neuchâtel bezit ongeveer 1530 van de ongeveer 2 600 van haar bewaarde brieven. De overige bevinden zich voor het grootste deel in Zwitserland en daarnaast in enkele Europese landen en de VS.

De complete Franstalige correspondentie is ook digitaal in Nederland beschikbaar en een deel van haar literaire werken is ook in het Nederlands vertaald.

De verzamelde literaire werken van Belle in Slot Zuylen

In september 2025 verschijnt in de Nouvelle Revue neuchâteloise een uitgebreid artikel over het leven van Isabelle in Zwitserland en Colombier in het bijzonder. De Swiss Spectator  levert een bijdrage over haar leven op slot Zuylen en in Nederland.

Op deze wijze komen de Nederlandse en Zwitserse levensloop van deze vrouw van de Verlichting tot hun recht. Belle alias Isabelle symboliseert bij uitstek dit tijdperk.

Zwitserland met haar talrijke Engelse, Russische, Duitse, Italiaanse en Franse bezoekers, immigranten c.q. vluchtelingen, sociëteiten, exportnetwerken en opkomende industrieën in deze periode is veelal een ten onrechte vergeten broedplaats van de verlichting.

Lord Byron, Edward Gibbon, Madame de Staël, Jean-Jacques Rousseau, Wolfgang von Goethe of Voltaire zijn maar enkele namen uit de 18e en 19e eeuw, zoals Bazel het intellectuele, humanistische en drukkerij- en uitgeefcentrum in de 15e en 16e eeuw was.

Literatuur: K. Verboeket, Slot Zuylen, Oud-Zuilen, Amsterdam, 2003; K. van Strien, Belle van Zuylen. Een leven in Holland, Soesterberg, 2019; J. Bujard et autres, ‘Le Manoir du Pontet à Colombier’, in la Nouvelle Revue neuchâteloise, Hiver 2002, No 76).

Indrukken van Slot Zuylen

De kerk

Museum Slot Zuylen

De wereld van het Zwitserse witte goud en de Zwitserse Salines

Zwitserland heeft niet veel grondstoffen. Kolen, olie of zeldzame metalen ontbreken in de bodem. In plaats daarvan heeft het genoeg bouwmaterialen, zoals verschillende soorten steen, hout, “witte energie” en ingrediënten voor cement en beton. Dit zijn bekende voorbeelden.

Veel minder bekend is het zout, eeuwenlang bekend als het “witte goud”. Zout is onmisbaar, niet alleen voor het conserveren en bereiden van voedsel, maar ook voor de kaasproductie en voer voor dieren.

Afbeelding: Saline Schweizerhalle

Tot de 15e eeuw moest de Oude Eidgenossenschaft zout importeren uit Frankrijk en Oostenrijk (Salzburg). Schaffhausen was eeuwenlang een belangrijke overslagplaats voor dit Oostenrijkse zout.

Saline de Bex

Wie schapen ziet, denkt niet meteen aan zout. Maar in de 15e eeuw waren schapen de eerste ontdekkers van zout in wat nu de Saline de Bex (kanton Vaud) heet. De herder merkte op dat ze altijd uit dezelfde bron dronken vanwege het hoge zoutgehalte. Dit zout komt van oceanen die 200 miljoen jaar geleden ook Zwitserland bedekten.

Afbeelding: Saline de Bex

Daarna begon vanaf 1554 de zoutwinning in de Saline de Bex. Deze geschiedenis wordt niet alleen uitgebreid behandeld in het huidige openlucht- en ondergrondmuseum, maar kan ook worden beleefd. Tegenwoordig produceert de mijn nog ongeveer 30 ton zout per jaar, deels nog op ambachtelijke wijze, deels met de modernste technieken.

In de loop der eeuwen werden ongeveer 52 kilometer aan mijngangen aangelegd. Ook in deze mijn ontbreekt de trein niet, zoals in Zwitserland gebruikelijk, (bijna) altijd stipt op tijd met een traject van meerdere kilometers door de gangen, galerijen en verschillende tentoonstellingsruimtes.

Zout is niet alleen onmisbaar voor schapen, maar ook voor mensen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bex in het land van mineraalbronnen en kuuroorden al spoedig Bex-les-Bains werd.

Bex

Tegenwoordig zijn de zoutmijnen van Bex een enorm ondergronds labyrint, waarvan enkele kilometers toegankelijk zijn voor bezoekers. Het labyrint telt 15 zalen of galerijen op twee verdiepingen, waar de wereld van het zout in woord en beeld wordt toegelicht.

Vanwege de permanente temperatuur van 18 celsius is het ook goed rijpen voor kaas, bewaren van wijn en waar is het beter toeven voor een worst dan in een zoutmijn?

 

Saline Schweizerhalle en Saline Riburg

Tot 1837 had Bex het monopolie op de zoutwinning in Zwitserland. De productie was echter niet voldoende voor het land. In 1837 begon ook de winning van zout in de Saline Schweizerhalle bij Pratteln (Kanton Basel-Landschaft) en in 1848 in de Saline Riburg (Kanton Aargau).

Saline Schweizerhalle

De installatie in Riburg beschikt over een van de grootste verdampers van Europa. De zoutopslaghal Saldome 2 is de grootste koepelvormige houten constructie van Zwitserland.

Saline Ryburg

De exploitatie van deze zoutmijnen is technisch gezien eenvoudiger en goedkoper dan in Bex. Tegenwoordig produceren de Saline Schweizerhalle en de Saline Riburg 620.000 ton zout per jaar. Ongeveer de helft van deze productie is bestemd voor het ijs- en sneeuwruimen van wegen. Huishoudelijk gebruik, (voedsel-)industrie, medicijnen, schoonmaakmiddelen zijn andere toepassingen.

Toepassingen van strooizout en het Zwitserse wegennet. Afbeelding: Saline Schweizerhalle

Schweizer Salinen/ Salines Suisses

Sinds 2014 zijn deze drie zoutmijnen verenigd in de Zwitserse zoutmijnen. Aandeelhouders zijn de 26 kantons en Liechtenstein. Het primaire doel is de zoutvoorziening voor Zwitserland te waarborgen, wat in onzekere tijden geen overbodige luxe is. Deze drie mijnen dekken in ieder geval de zoutvoorziening van het land.

Saline de Bex en de vlaggen van de drie kantons van de Schweizer Salinen/ Salines Suisses

Conclusie

In dit concept is het de vraag of de Europese Unie bij een mogelijk nieuw verdrag deze monopolist zal accepteren, zoals ze ook de positie van de SBB kan beïnvloeden.

Het zout zal het niet deren. De natuur heeft alle of juist geen begrip van tijd. De drie Zwitserse zoutmijnen zijn toegankelijk voor het publiek en tonen op indrukwekkende wijze de wereld van het “witte goud”.

Het witte goud als molecuul en in steen. Afbeelding: Saline Schweizerhalle

Impressies uit Saline de Bex

   

Impressies uit Saline Schweizerhalle

Impressies van Saline Ryburg

St. Léonard en een van Europa’s grootste onderwatermeren

Niel alleen de mens is een tunnelbouwer. Ook de natuur heeft een reputatie op dit gebied, bijvoorbeeld in St-Léonard (kanton Wallis), Vallorbe (kanton Vaud) of Baar (kanton Zug).

St-Léonard is zelfs de plaats van een van de grootste ondergrondse meren van Europa, le lac Souterrain St. Léonard. Dit meer van 300 meter lang, 20 meter breed en enkele meters diep ligt ongeveer 60 meter onder de oppervlakte van dit bergachtige gebied en is gevormd in de loop van duizenden jaren.

Water uit bronnen, smeltende sneeuw en ijs en regenwater heeft de zachte steensoort gips verdrongen. De andere steensoorten (marmer, leisteen en anhydride) vormen het huidige decor.

Aanvankelijk waren er vele van elkaar gescheiden ruimtes, maar langzaam vormde het huidige ondergrondse meer zich. De bewoners en deskundigen kenden dit meer al lang, maar omdat het water tot de bovenkant reikte, kon lang geen onderzoek worden gedaan.

Twee geologen onderzochten en documenteerden het meer in 1943 voor het eerst, toen het water tot 70 centimeter onder het plafond reikte. Hun onderzoeksboot is nu een museumstuk. Het was echter de aardbeving in 1946 die letterlijk de doorbraak betekende: ze veroorzaakte scheuren in de wanden, waardoor water wegstroomde tot het huidige niveau.

Podium voor de artiesten

Met een glaasje wijn van lac Souterrain St. Léonard

Het meer is bevaarbaar met boten, er worden zelfs muziekuitvoeringen gegeven en ook de wijn gedijt goed vanwege de constante temperatuur van 15 Celsius.

Zelfs de eerste stalactieten beginnen zich te vormen sinds 1946. Tot die tijd was er niet voldoende lucht en zuurstof in de ruimte. Het geeft ook aan hoeveel tijd stalactieten nodig hebben om Vallorbe of Baar te evenaren.

Wat voor het zout in Bex, Pratteln en Riburg geldt, is ook in Saint-Léonard van toepassing: de natuur kent geen tijd of neemt de tijd.

St. Léonard

Bellwald, Ernen, de bisschop en de hangbrug

Het dorp en de gemeente Bellwald (met de dorpen Ried, Eggen, Bodmen en Fürgangen) is het hoogst gelegen dorp in de regio Goms (Conches in het Frans, kanton Wallis) op 1560 meter hoogte.

De Alemannen die in de 8e en 9e eeuw immigreerden, ontplooiden in Goms ontginningsactiviteiten en vestigden zich in boerderijen, waaruit geleidelijk de gehuchten en dorpen onstonden.

De naam Bellwalderberg komt in de veertiende eeuw voor in middeleeuwse documenten. In 1394 verenigden de boeren van Bellwalderberg zich in een boerengilde. Dit groeide in de zestiende eeuw uit tot de gemeente Bellwald in de Zehnden Goms.

De landbouw was de enige economische activiteit. Ze was echter niet in staat alle bewoners te voeden. Velen emigreerden naar andere kantons of landen.

De grote verandering begon aan het eind van de jaren vijftig. In 1962 opende het eerste hotel zijn deuren. De weg naar de vallei, die in 1971 werd voltooid, versnelde de ontwikkeling van het toerisme en het dorp veranderde van een boerendorp in een toeristenoord.

Fürgangen is vooral bekend vanwege de 280 meter lange en 92 meter hoge Hangbrug over de Lamma-kloof. Deze hangbrug verbindt de dorpen en wandelgebieden Ernen en Bellwald. De hangbrug overspant de Rhône en de spoorweg van de Glacier-Express.

Ernen ligt aan de andere kant van de Lamma-kloof. In tegenstelling tot Bellwald is dit dorp vanaf de dertiende eeuw een handelsplaats en zelfs belangrijke residentie van de bisschop van Sion geweest.

Geen onderscheid naar geslacht, afkomst, arm of rijk, een veel voorkomende symboliek op begraafplaatsen in Boven-Wallis.

De stadspaleizen, de dorpskern, het stadhuis van de Zenden (Zenden-Rathaus), de typische houten Valais woningen,  schuren en andere gebouwen en de ligging in het Binntal, eerste regionale natuurpark van Wallis, zijn aanleiding geweest de plaats op te nemen in het register van de mooiste dorpen van het land (Die schönsten Schweizer Dörfer).

Bezienswaardig is ook het nabij gelegen gehucht Mühlebach met de oudste houten huizen van het land. Deze stammen uit de veertiende en vijftiende eeuw, waaronder het huis van bisschop en kardinaal Schiner (1465-1522).

Het jaarlijkse festival voor klassieke muziek van Ernen is ver over de grenzen van het kanton en het land bekend.

(Bron en nadere informatie: www.bellwald.ch)

Impressies van Bellwald, Ernen, Mühlebach en het Binntal

Das Binntal

 

 

Ernen

Voormalige executieveld ‘Galgen’. 

Mühlebach

 

Digitaal Vertaalprogramma voor de Reto-Romaanse taal

De Lia Rumantscha is een langdurige samenwerking aangegaan met de computerlinguïstiek van de Universiteit Zürich. Het eerste project uit deze samenwerking is de ontwikkeling van een vertaalprogramma dat alle vijf Romaanse idiomen, Rumantsch Grischun en Duits ondersteunt.

In maart van dit jaar heeft de Lia Rumantscha haar strategie voor digitale transformatie gepubliceerd. Het doel van de strategie is om het Reto-Romaans zichtbaarder te maken in de digitale ruimte en daardoor het gebruik van de taal in het dagelijks leven te vergemakkelijken.

Het vertaalprogramma moet een jaar na de start van het project operationeel zijn. Het doel is dat de vertaalsoftware vrij toegankelijk is voor de gehele Reto-Romaanse gemeenschap en andere geïnteresseerden, en bovendien beschikbaar is voor professioneel gebruik via interfaces (API’s). Radiotelevisiun Svizra Rumantscha (RTR) ondersteunt het project met knowhow, teksten en bijdragen.

De projecten van de strategie voor digitale transformatie worden gecoördineerd volgens de governance tussen de instellingen Radiotelevisiun Svizra Rumantscha, Fundaziun Medias Rumantschas, Dicziunari Rumantsch Grischun en de Lia Rumantscha .

(Bron en meer informatie: Lia Rumantscha; Radiotelevisiun Svizra Rumantscha)