750 jaar kathedraal Notre-Dame van Lausanne

De bouw van de kathedraal van Lausanne werd tot de eerste helft van de 13e eeuw door verschillende bouwmeesters geleid. Bisschop Landry de Durnes gaf rond 1170 de aanzet tot de bouw.

Collectie: Musée Historique Lausanne

Men begon met de bouw van de romaanse apsis, maar bij de verdere bouw van het monument kwam al snel een verschuiving naar gotische architectuur tot uiting. Rond 1235 werd de bouw voltooid met het beschilderde portaal aan de zuidgevel. Op 20 oktober 1275 werd de kathedraal door paus Gregorius X (1210-1276) ingewijd in aanwezigheid van keizer Rudolf van Habsburg (1218-1291).

De eerste bouwfase van de kathedraal begon in 1173 met de romaanse apsis. Twintig jaar later corrigeerde de tweede bouwmeester de oriëntatie van het gebouw, veranderde hij de architectonische compositie en bouwde hij tot 1215 de kerk zoals we die vandaag de dag kennen. De derde bouwmeester zette het werk aan de westkant voort en bouwde het westwerk met een voorportaal en twee torens, waarvan er één de klokkentoren draagt, terwijl de andere nooit is voltooid.

Het oorspronkelijk beschilderde portaal is een voorbeeld van een originele opzet, zowel qua architectuur als qua iconografie en polychromie. Het illustreert een complex programma. Het algemene thema is de evocatie van het mysterie van de incarnatie en de voorspraak van de Maagd in het kader van de pelgrimstocht naar deze kathedraal die gewijd is aan Notre-Dame.

Het beschilderde portaal aan de zuidgevel voltooide het bouwwerk tussen 1225 en 1235. Twee delen van het oorspronkelijke architecturale ensemble, de kloostergang en de doorgang van de grote boog, zijn niet bewaard gebleven. Ze raakten geleidelijk in verval en zijn in de 17e eeuw afgebroken.

Château Saint-Marie, residentie van de bisschop vanaf 1430 tot de reformatie

Na de Reformatie

Na de Reformatie van 1536 waren er verschillende renovaties. Een van de belangrijkste is in de tweede helft van de 19e eeuw uitgevoerd door de Franse architect Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879). De laatste restauratie vond plaats in 1968 met de toren van het koor aan de noordzijde.

Afbeelding: Cathédrale de Lausanne 

(Bron en verdere informatie: Cathédrale de Lausanne)

 

Collectie: Musée Historique Lausanne

Bisdommen en de linguistische en culturele veelzijdigheid van Zwitserland

In de eeuwen tussen de (langzame) ontbinding van het Romeinse Rijk (5e eeuw) en opkomst van de grote Monarchieën (vanaf de 10e-13e eeuw) waren de Kerk, abdijen en bisdommen de belangrijkste sociale, economische en politieke instellingen met grote wereldlijke macht in het huidige Zwitserland

Het bisdom was een nieuwe soevereiniteit gebaseerd op een kerkelijk gebied (de (diocese) en (grond) eigendom en wereldlijke, politieke en militaire macht in dit gebied en soms ver daarbuiten.

De bisschop was de hoogste religieuze gezagsdrager met formeel de aartsbisschop van het aartsbisdom en de Paus in Rome als zijn superieuren en met lokale seculiere machthebbers en vorsten als directe concurrent of bondgenoot. De verdeling in bisdommen en hun aartsbisdommen geeft een goede indruk van het rijke culturele erfgoed van Zwitserland.

De abdijen speelden ook een belangrijke rol, omdat de abten door de politieke machthebbers van het Heilige Roomse Rijk werden benoemd.

Bazel

De eerste bisschop van Bazel zetelde n de Romeinse stad Augusta Raurica, het huidige Augst (huidige kanton Basel-Landschaft). Waarschijnlijk verliet de bisschop deze stad in de vijfde eeuw om veiligheidsredenen (vanwege de invallen van de Alemannen). De heuvel in Bazel, waarop de huidige kathedraal is gebouwd (de inwijding van de Münster, de kathedraal, vond plaats in 1019), bood meer bescherming.

Het bisdom Bazel viel vanaf de middeleeuwen onder het aartsbisdom Besançon, waarmee Franstalige cultuur tot aan de Aare en Bazel doordrong. Het grondgebied van Bazel reikte tot ver in de Elzas en Noordwest Zwitserland. Kleinbasel viel tot 1803 echter onder de bisschop van Konstanz en het aartsbisdom van Mainz.

De bisschop van Bazel, tevens prins in het Heilige Roomse Rijk der Duits Natie, verplaatste vanwege de reformatie in 1529 zijn zetel naar het Franstalige Porrentruy (het huidige kanton Jura).  Sinds 1828 is Solothurn de zetel van het bisdom Bazel.

Solothurn

In het kleine boerendorp Arlesheim (het huidige kanton Basel-Landschaft) met toentertijd een paar honderd inwoners  hebben de domheren (het kapittel) aan in de jaren 1670-1680 een enorme kathedraal en bijbehorende stadspaleizen gebouwd. Het katholieke Arlesheim lag immers niet ver van Bazel.

Lausanne

De Romeinse stad Aventicum, de hoofdstad van de Helveten, het huidige Avenches in kanton Vaud, was in de zesde eeuw de zetel van de bisschop. Deze was aanvankelijk in Vindinossa, het huidige Windisch (kanton Aargau), gevestigd. Lausanne (Lousonna) werd aan het einde zesde of begin van de zevende eeuw de bisschopsstad.

Fribourg/Freiburg

Het Bisdom Lausanne is in 1536 na de bezetting van het protestante Bern opgeheven. De bisschop vluchtte naar Savoie. Tegenwoordig vormen Neuchâtel, Fribourg, Genève, Neuchâtel en Laussane het bisdom Lausanne, Genève en Fribourg.

De rode kerk in Neuchâtel, Notre-Dame de l’Assomption, werd in 2008 officieel verheven tot kleine basiliek. Neuchâtel voegde zich bij Lausanne, Genève en Fribourg.

Chur en Konstanz

Het bisdom Konstanz (tegenwoordig Duitsland)  strekte zich tot 1803 ook uit over gebieden in centraal- en noordoost Zwitserland, onder andere tot in Kleinbasel. Het bisdom maakte deel uit van het aartsbisdom Mainz. Het bisdom is in 1821 opgeheven. De bisschop was al in 1527 vanwege de reformatie naar Meerburg gevlucht.

De Kathedraal van Konstanz

Bisdom Chur

Chur (Curia in het Latijn) is een bisschopsstad uit de Romeinse tijd.  De eerste uit bronnen (451) bekende bisschop van Chur droeg de naam Asinio. Chur is een van de oudste bisschopssteden ten noorden van  de Alpen. Het bisdom Chur viel tot 843 (Verdrag van Verdun) onder het aartsbisdom Milaan.

In deze periode waren er veel culturele invloeden uit Lombardije en de bisdommen Como en Aquileia. Vanaf 843 viel het bisdom Chur onder het aartsbisdom Mainz. Daarmee vergrootte ook de invloed van de Duitse cultuur.

De kathedraal van Chur

Vanwege de handelscontanten en en aanwezigheid en zelfs bestuur van Italiaanse gebieden (Chiavenne, Bormio, Veltlina en Tessin) hebben de Italiaanse cultuur, Lombardije, de republiek Venetië en haar Byzantijnse cultuur veel invloed gehad.

Het bisdom heeft de vele politieke omwentelingen en zelfs de Reformatie overleefd, hoewel ook de stad Chur overging naar het Protestantisme, evenals de meeste plaatsen en inwoners van het huidige Graubünden.

Sion (Sitten)

In de kanton Valais was de Romeinse stad Forum Claudii Vallensium, het huidige Martigny, de eerste bisschopsstad. In de zesde eeuw vestigde de bisschop zich in Sion/Sitten (Sedunum). Het tweetalige bisdom Sion (Sitten) viel tot 1801 onder het aartsbisdom Tarentaise (Frankrijk). Het bisdom stond in direct contact met Savoie en haar Franstalige cultuur aan de ene kant, en de Duitse cultuur van het Oberwallis aan de andere kant.

Genève

Het bisdom Genève maakte deel uit van het aartsbisdom Vienne in Frankrijk. De Provençaalse cultuur en taal hadden daardoor grote invloed in Genève. Isaac is de eerste in schriftelijke bronnen genoemde bisschop in Genève, rond 400. De eerste fundamenten van de kathedraal dateren uit  de eerste helft van de vierde eeuw. De archeologische site op locatie biedt een fascinerend overzicht van het begin van dit bisdom en de kathedraal.

Genève is  sinds de Reformatie (1536) echter  geen  bisschopsstad meer. Integendeel, de stad werd de hoofdstad van het calvinisme (een aan de Reformatie gewijd museum in Genève vertelt deze historie).

Het bisdom is in de reformatie in 1536 opgeheven en maakt tegenwoordig deel uit van het bisdom Lausanne, Genève en Fribourg.

1801

Vanaf 1801 vallen de bisdommen van Zwitserland (toen de Helvetische  Republiek 1798-1803) direct onder het gezag van het Vaticaan en maken ze geen deel meer uit van een aartsbisdom buiten Zwitserland.

St. Gallen

Dit bisdom is pas in 1847 ontstaan.  Zijn diocese (de kantons St. Gallen en de beide Appenzeller)  hoorde aanvankelijk bij het bisdom Konstanz. De beroemde abdij van St. Gallen bestaat al sinds de zevende eeuw en heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in deze regio.

Lugano

Dit bisdom bestaat sinds 1971 en bestaat uit het kanton Tessin. Na de onafhankelijkheid van Italië in 1884 viel Tessin tot 1971 onder het bisdom Bazel. In 1971 is de eerste bisschop voor de diocese Tessin benoemd, dat daarmee ook feitelijk een zelfstandig bisdom werd.

Conclusie

De bisdommen op Zwitsers grondgebied hebben vanaf de vroege middeleeuwen in direct contact gestaan met diverse talen en culturen. Zwitserland is mede hierdoor een cultureel kruispunt en platform geweest en gebleven.

De zes huidige bisdommen (St. Gallen, Lugano, Sion, Bazel, Chur en Lausanne, Fribourg en Genève) weerspiegelen nog altijd het multiculturele karakter van het land.

(Bronnen: K. Speich, H. Schläpfer, Églises et monastères suisses, Zurich 1979; F. Mazel, L’Évêque et le territoire.) L’invention médiévale de l’espace (Ve-XIIIe siècle, Paris 2008).

De Herfstmarkt van Bazel 1471-2025

De herfstmarkt (Heerbschtmäss) in Basel wordt dit jaar voor de 550e keer gehouden van 25 oktober tot en met 9 november.  In 1721 en 1722 (pest), 1831 (cholera), 1918 (Spaanse griep) en 2020 (Corona) ging de markt niet door. De eerste herfstmarkt vond plaats op 27 oktober 1471.

De Geschäftsherrensocken (herensokken), Sonntagssocken (zondagssokken), de Blaustrumpf (blauwe kous), die Inésbadersocken (Inésbader sokken), sjaals en ander breiwerk op de Petersplatz. Inés Bader Textildesign Basel

Petersplatz, de ambachtsmarkt

De Herfstmarkt

De markt is de grootste van Zwitserland en een van de grootste van Europa met 500 kraampjes met allerlei producten, etenswaren en dranken  talrijke attracties en bezoekers uit de stad, het land en ver daarbuiten.

Het houden van de markt was in de middeleeuwen alleen mogelijk met toestemming van de Landsheer. In 1471 maakte Basel nog deel uit van het Heilige Roomse Rijk. De toetreding tot de Eidgenossenschaft zou pas plaatsvinden in 1501.

Bovendien was Bazel niet zomaar een bisschopsstad, maar was de bisschop tevens Prins, Reichsfürst, van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, en dus een belangrijke vorst.

In 1471 verleende keizer Frederik III (1415-1493) eindelijk de lang verwachte toestemming. Vanwege het Concilie van Bazel (1431-1449) en de steun van de Paus Pius II (1405-1464), die in 1460 ook de universiteit van Bazel oprichtte, had  de stad een goede reputatie. Ook de aanwezigheid van uitgevers, drukkers, geleerden, humanisten en de goede bereikbaarheid verhoogden de status.

Barfüsserplatz

De onvermoeibare burgemeester Hans von Bärenfels (c. 1430-1495), burgemeester van 1457-1494, lukte het in 1471 om de toestemming te krijgen. De Bärenfelserstrasse in Kleinbasel is naar hem vernoemd.

Ook toen functioneerden de bureaucratische molens al langzaam. Von Bärenfels was overigens een van de laatste adellijke burgemeesters van Bazel en de Confederatie. De Bärenfelserstrasse in Kleinbasel is naar hem vernoemd.

In 1501 trad Bazel toe tot de Eidgenossenschaft of de Confederatie van kantons, de voorloper van de huidige Confoederatio helvetica (Grondwet van 1848).

Kasernenareal

De herfstmarkt moet volgens de oorkonde uiterlijk voor 11 november, St. Maarten, plaatsvinden. Op de laatste zaterdag van oktober, dit jaar op 25 oktober, luiden om 12.00 de klokken van de St. Martinskirche en opent de markt met een kerkdienst. Op 9 november is het de laatste Herbstmessedag van dit jaar.

Op enkele korte onderbrekingen na (op de korenmarkt voor het stadhuis en op de St. Peterplatz (1877-1982) vindt de markt op de Münster plaats. De Münster is al vanouds de (middeleeuwse) locatie van (militaire) parades, intochten van vorsten en ander hoog bezoek, toernooien, processies en andere evenementen.

Daarnaast zijn er tegenwoordig zes andere locaties: Petersplatz, Barfüsserplatz, Messeplatz, Rosentalanlage en Kaserneareal.

Behalve ambachtslieden, ambachten en etenswaren, zijn er altijd attracties geweest.  Wilde dieren, spelen, spelletjes, de paardencarrousel ((Rösslìritti), de autoscooter (botsauto’s), de achtbaan, cabaret, dansvloeren, schietbanen, een Freefall-Tower, een steeds hoger reuzenrad en diverse andere installaties waren of zijn aanwezig. Het is een feest voor jong en oud.

(Bron en verdere informatie: www.herbstmesse.ch).

Münsterplatz

St. Petersplatz

Het Zwitserse Federale Hooggerechtshof 150 jaar

Het Zwitserse Federale Hooggerechtshof (Tribunal fédéral, Bundesgericht, Tribunale federale, Tribunal federal) viert in 2025 zijn 150e verjaardag. Hoewel het Federale Hooggerechtshof al in de Grondwet van 1848 werd genoemd, werd het pas met de grondwet van 1874, die in 1875 van kracht werd, een instantie met vergaande juridictie met een permanente zetel in Lausanne.

Uiteraard een compromis: Bern is de Duitstalige hoofdstad, Lausanne de Franstalige juridische hoofdstad van het land. Het Hooggerechtshof zetelt in het neoklassieke gebouw (bouwjaar 1922) in het Mon-Repos park.

Het Hooggerechtshof is de hoogste rechterlijke instantie van Zwitserland. Of het nu gaat om burgerlijk recht, strafrecht of administratief recht, elke burger kan in beroep gaan bij deze Hoge Raad.

Er kan beroep worden aangetekend tegen vonnissen van de hoogste kantonale rechtbanken (de kantons hebben hun eigen systeem van rechterlijke organisatie en competenties), het Federale Strafgerechtshof (Tribunal pénal fédéral, Bundesstrafgericht, Tribunale penale federale, Tribunal penal federal) in Bellinzona, het Federale Administratieve Gerechtshof (Tribunal administratif fédéral, Bundesverwaltungsgericht, Tribunale amministrativo federale, Tribunal administrativ federal) in Luzern en het Federale Patentgerechtshof (Tribunal fédéral des brevets, Bundespatentgericht, Tribunale federale dei brevetti, Tribunale federal da patentas) in St. Gallen.

Er kunnen klachten worden ingediend over schendingen van het federale recht, het internationale recht en het interkantonale recht (schendingen van het recht tussen de grotendeels soevereine kantons).

Het Zwitserse Federale Hooggerechtshof oordeelt ook over klachten over schendingen van fundamentele rechten zoals vastgelegd in de federale grondwet of het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

(Bron en verdere informatie: Bundesgericht)

Le Parc de Mon-Repos

50 jaar Römervertrag en kantonale samenwerking

Op 13 oktober jongstleden vierden de kantons Basel-Landschaft, Aargau en Basel-Stadt bij het oude Romeinse Castellum in Kaiseraugst 50 jaar Römervertrag. Deze overeenkomst wordt beschouwd als een mijlpaal voor de bescherming, het onderzoek en de ontwikkeling van Augusta Raurica en haar museum.

Met de feestelijke ondertekening van een nieuwe versie van het verdrag is het gezamenlijke engagement voor de toekomst van dit cultureel monument bevestigd. Tegelijkertijd gingen bijna 30.000 collectieobjecten uit Basel-Stadt over in het bezit van de de stichting Pro Augusta Raurica en het museum.

Daniel Suter, directeur van het complex van Augusta Raurica

De kantons, evenals de twee andere contractpartijen – de Historische en Antiquarische Vereniging van Bazel (Historische und Antiquarische Gesellschaft zu Basel). en de Stichting Pro Augusta Raurica – bevestigden met het herziene verdrag de bescherming, het onderzoek en de publieksgerichte presentatie van deze Romeinse stad. Het verdrag markeert tevens het begin van een nieuwe langdurige interkantonale samenwerking en treedt op 1 januari 2026 in werking.

BAK-directeur (Bundesamt für Kultur, federale Ministerie van Cultuur) Carine Bachmann sprak haar waardering uit voor de politici die 50 jaar geleden met veel visie en moed de weg vrijmaakten voor het behoud van dit erfgoed van nationaal en Europees belang.

Het Historisch Museum Basel presenteert tegelijkertijd een aantal Romeinse schatten uit de regio Basel en het nabije buitenland. Daaronder bevindt zich een van de waardevolste schatten uit de collectie van Augusta Raurica: de zilverschat van Kaiseraugst.

De zilverschat van Kaiseraugst

Het verdrag van 1975 legde de basis ervoor dat opgravingen, museum en onderzoek niet langer afhankelijk waren van particuliere initiatieven, en nam zo een sleutelrol in bij de ontwikkeling van Augusta Raurica.

Collectie, archief, opgravingsdocumentatie en onderzoek werden voor het eerst samengebracht. Er werden uniforme standaarden ingevoerd en de verzamelde kennis werd toegankelijk gemaakt voor wetenschap en publiek.

Dit creëerde ruimte voor diverse samenwerkingen, bijvoorbeeld met de musea van Bazel, het Staatsarchief Basel-Stadt, de Universiteitsbibliotheek, de bodemonderzoek van Basel-Stadt en met regionale toeristische organisaties. Het Römervertrag geldt  als een model voor succesvolle samenwerking over de kantonsgrenzen heen.

De Birsig in twee landen en drie kantons

Ze heeft twee moeders, ze heeft een grote zuster, ze leeft deel bovengronds, deels ondergronds en ze reist met haar zuster naar Nederland. Het klinkt als een raadsel van de Sphinx, momenteel aanwezig in het Antikenmuseum Basel, maar het gaat om de Birsig, een verkleinwoord van de Birs, haar grotere zuster.

De Birsig is een rivier van ongeveer 20 kilometer die wordt gevoed door bronnen van de Remelberg (kanton Basel-Landschaft) en bij Wolschwiler (Elzas). Ze meandert deels door Frankrijk en deels door de kantons Solothurn, Basel-Landschaft en Basel-Stadt, om uiteindelijk naast Grand Hotel Les Trois Rois in de rijn uit te monden. De Birs is bij Birsfelden de grensrivier tussen  Basel-Landschaft en Basel-Stadt en mondt daar in de Rijn uit.

De Remelturm op 832 meter hoogte

Der Binnbach

De Birs is dan wel klein in lengte, maar haar daden waren eeuwenlang groot, ten na- en ten voordele van de mens. Voor de in  en na de middeleeuwen snel groeiende stad Bazel was ze lange tijd een bron van water en vis, maar ook steeds weer oorzaak van overstromingen en een afvalput en oorzaak van ziektes. Niet alleen het oude slachthuis stond aan haar oevers. Ook kleine bedrijven en woningen stonden er dicht opeengepakt.

De Birs stroomt er nog steeds, maar nu ondergronds. De Barfüsserplatz met zicht op het voormalige St. Leonhardsklooster

Ze stroomde tussen twee heuvels door, aan de ene kant de Münster, aan de andere kant  stadsmuren uit de elfde en twaalfde eeuw, het St. Leonhardsklooster (tegenwoordig de hervormde Franstalige kerk, de Lohnhof,  musikmuseum Basel, een hotel en appartementen).

Aan het einde van de 19e eeuw, vanwege overstromingen, industrialisatie en explosieve groei van de stad en de erbarmelijke en ziekteverwekkende hygiënische omstandigheden, is de Birs geleidelijk gekanaliseerd en vanaf het begin van het 19e eeuwse stadscentrum overdekt.

Waar tegenwoordig trams en voertuigen rijden, stroomde tot die tijd de Birs. Het betekende ook een stimulans voor de bouw van betere woningen, winkels en de ontwikkeling van een groot plein (Marktplatz).

Zwitserland zou Zwitserland niet zijn, als ook deze verandering niet gebruikt zou worden om het transport van schone energie te faciliteren. Al in de jaren 1950 wordt een deel van de overdekte Birs gebruikt om stadsverwarming naar duizenden verbruikers te leiden. De capaciteit is volgens exploitant IBW zelfs ongeveer 40 000 huishoudens.

De monding in de Rijn vindt plaats bij het oude Schifflände, waar vroeger de beroepsvaart aanmeerde.

 

Niet alleen de monding in Bazel is de moeite waard, maar ook de dorpen vanaf de Elzas en Basel-Landschaft. De kerk van Biel-Benken, Oberwil, Therwil en Bottmingen en Binningen en hun kastelen maken deel uit van het korte maar bijzondere stroomgebied van de Birsig.

De eerste kapel St. Martin is in 1302 genoemd, reformatie in 1528, 1621 afgebroken en in 1622 nieuwe kerk ingewijd

Biel-Benken (Kanton Basel-Landschaft) de grens

De Landschap van de Birsig en het Klösterli

Het Laténium en de Keltische cultuur

In september 2023 is een belangrijke ontdekking gedaan in het meer van Neuchâtel. In de buurt van Grandson (kanton Vaud) is in het meer een eiken boomstamkano gevonden die zo’n 2500 jaar oud is en dateert uit de IJzertijd (900-100 v. Chr.). Keltische stammen bewoonden toen deze regio.

De praam is tussen 750 en 520 voor Christus gemaakt van een eikenhouten stam van ongeveer 12,30 meter lang en een meter breed. Dit type boot werd voornamelijk gebruikt voor het vervoer van goederen en mensen of voor de visserij. Het is een van de grootste prauwen die in Zwitserland is ontdekt.

De overkant van het meer met de Mont Vully en links daarvan La Tène

De Helvetische oppidum op Mont Vully

Keltische cultuur

Een visser ontdekte in 1857 bij de monding van de rivier Zihl (Thielle) in het meer bij La Tène de locatie van paaldorpwoningen en talrijke objecten uit de jonge ijzertijd (500-100 v. Chr.). Paaldorpwoningen en de Keltische cultuur en samenleving zijn vooral in Duitsland, Slovenië, Italië,  Oostenrijk, Frankrijk en Zwitserland onderwerp van diverse (openlucht) musea, onderzoeksinstellingen en huidige opgravingen. Ruim 100 locaties zijn in 2011 geregistreerd door de UNESCO als werelderfgoed.

La Tène 

Klimaatverandering en opwarming waren er toen ook al. Het peil van de meren Neuchâtel (Neuenburg), Biel (Bienne) en Murten (Morat) flucteerde de afgelopen millennia.

Deze meren (tegenwoordig ook de Driemerenregio, Drie-Seen-Region/Lac des Trois Lacs genoemd) stegen met enkele meters na 1 000 v. Chr. en de paaldorpwoningen werden verlaten. Vanwege de ligging onder water bleven het hout en de voorwerpen goed behouden.

De Keltische cultuur was al bekend, maar vooral uit een voorgaande periode. Zij strekte zich uit van Groot-Brittannië tot aan het huidige Oekraïne. Een van de duidingen van deze Europese Keltische cultuur is de Hallstatperiode (850-500 v. Chr.), vernoemd naar het plaatsje Hallstatt in Oostenrijk. De opzienbarende vondst in La Tène was de naamgever van de Latènecultuur (500-100 V. Chr.).

Auguste Bachelin (1830-1890), La Tène, 1878. Collectie Laténium

In de Driemerenregio heeft vooral de periode na de Juragewässerkorrektion van 1868-1891 het onderzoek in een stroomversnelling gebracht. Deze  ‘correctie’ verlaagde het waterpeil van de meren met ongeveer drie meter. Steeds meer paaldorpwoningen en voorwerpen langs de meeroevers kwamen aan de oppervlakte.

De vondsten in La Tène werden al in 1874 op hun waarde geschat. Het in 1865 in Neuchâtel  gestichte Internationale Kongress für Prähistorische Anthropologie und Archäologie/ Le Congrès international d’anthropologie et d’archéologie préhistoriques besloot dat jaar La Tène als duiding voor de Keltische cultuur van de jonge IJzertijd te kiezen, Hallstatt duidde dan op de voorgaande periode (850-500 v. Chr.).

Begin twintigste eeuw begonnen de door het kanton Neuchâtel.en de federale overheid georganiseerde en gefinanceerde opgravingen. De Société d’histoire et d’archéologie coördineerde deze activiteiten van 1907-1917 in La Tène.

Dolmen (hunebed), rond 3000 v. Chr., opgegraven in 1876 bij Auvernier/ Colombier aan de oevers van het meer. Een dolmen is ook gevonden in Laufen (Kanton Basel-Landschaft) 

Opgravingen 1907-1917. Collectie: Laténium

Laténium

Het museum en archeologisch park Laténium, tevens archeologisch onderzoeksinstituut van het kanton en het Instituut voor de prehistorie van de Universiteit (le musée et le parc d’archéologie Laténium, l’office cantonal d’archéologie et l’Institut de préhistoire de l’Université de Neuchâtel) herbergt sinds 7 september 2001 de vondsten en onderzoeksresultaten van La Tène in context van de Keltische cultuur en samenleving. Laténium is een samenvoeging van La Tène en museum.

Het complex ligt aan de oevers van het meer van Neuchâtel en geeft op locatie een indruk van de Keltische samenleving van ruim 2 500 jaar geleden in de regio en Europa.

Menhir, c. 3 000 v. Chr

De permanente tentoonstelling toont bovendien de voorafgaande en opvolgende tijdperken: de Neanderthalers (100 000-40 000 v.Chr.), het Magdalénien en het Mesolithicum (13 000-5 500 v.Chr.), het Neolithicum en de Bronstijd (5 500-800 v.Chr.), de IJzertijd (800-15 v.Chr.), de Romeinse periode (15 v.Chr.-476 n.Chr.) en de Vroege Middeleeuwen en de Renaissance (476-1 600).

De Gallo-Romeinse prauw van 20 meter lang is het grootste object van het museum. De replica op ware grootte van een onderwateropgraving illustreert de gebruikte opgravingsmethoden. In een mini-laboratorium maken bezoekers kennis met de conserveringstechnieken van nat hout.

Monumentale graven. In de bronstijd en ijzertijd werden graven aangelegd onder kunstmatig aangelegde heuvels; vandaag de dag zijn er alleen nog met planten begroeide verhogingen over (links, nagebouwd). Het monument rechts is authentiek: een graf uit de midden-bronstijd (ongeveer 1500 v. Chr.). Het werd in 2013 opgegraven in Colombier/Plantée de Rive.

Het park toont gebouwen, locaties en landschappen uit 15.000 jaar plaatselijke geschiedenis. De vele stukken die in het museum te zien zijn, worden in het park aangevuld met replica’s: een reconstructie van een paaldorpwoning uit de late bronstijd, een grafheuvel, een Gallo-Romeins binnenvaartschip en een Keltische houten brug. Er staan ook veel originele objecten in het park (onder andere een dolmen, menhir, waterput en waterleiding).

Reconstructie Keltische brug

Reconstructie Prauw

Reconstructie paaldorpwoning

Reconstructie van de jacht

Menhir, Jonge IJzertijd, c. 3000 v. Chr., gevonden in Bevaix 

In 1984 is op de locatie van het huidige Laténium bovendien een neolithisch dorp gevonden. Het dorp bestond uit zes huizen en een aantal kleinere gebouwen. Het werd rond 3 800 v. Chr. bewoond. De nieuwe houten palen die nu in de grond zijn verzonken, staan precies op de plek waar de prehistorische gebouwen stonden.

(Bron en verdere informatie: Laténium; Marc-Antoine Kaeser, La Tène, lieu de mémoire. Aux origines de l’archéologie celtique, Hauterive, 2022)

Reconstructie van bewoners van de regio in de loop der tijd

Landschap na het smelten van de Rhônegletsjer, 12 500 jaar geleden.

Keltische waterput

Een dorp aan rand van het meer, c. 800 v. Chr.

Paul Vouga (1880-1940). Hij staat bekend om zijn opgravingen in La Tène en de eerste stratigrafische chronologie van het neolithicum in Zwitserland.

Honderd jaar Verdrag van Locarno en goed huisvaderschap

Deze maand is het 100 jaar geleden, dat Frankrijk en Duitsland in Locarno op 16 oktober 2025 het Verdrag van Locarno sloten. Op 1 december 1925 is dit verdrag in Londen ondertekent en in werking getreden.

De keuze voor Locarno (kanton Tessin) was gebaseerd op goede bereikbaarheid voor deelnemers, Italiaanssprekend (dus niet Duits- of Franssprekend), het neutrale Zwitserland, een kleine stad, dus een grote kans op ‘spontane en informele’ ontmoetingen met weinig andere afleiding voor de deelnemers.

Locarno, 1925. De deelnemers aan de conferentie. Afbeelding: Gemeente Locarno

De regeringen van Frankrijk en Duitsland waren over hun eigen schaduw gesprongen om de vrede, stabiliteit, handel en economische ontwikkeling te waarborgen, ondanks verzet in eigen land. De haat, angst en frustratie bij grote delen van de bevolking in Duitsland en Frankrijk waren nog te groot voor een algemeen aanvaarde verzoening na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Toch leidde dit verdrag tot een periode van economische voorspoed en relatieve stabiliteit in de Weimar Republiek (1919-1933) en Frankrijk. De inflatie in Duitsland verdween, de Duitse herstelbetalingen aan Frankrijk (Verdrag van Versailles, 1919) werden deels herzien en de ‘Roaring Twenties’ bereikten hun hoogtepunt in Parijs en Berlijn, alsof het Fin de Siècle nooit was weggeweest.

Locarno, Via della Pace

De grootmachten Frankrijk, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Amerika hadden hun gemeenschappelijk belang gevonden en Duitsland trad 1926 zelfs toe tot de Volkenbond. ‘Locarno’ was destijds een sensatie: het was kennelijk toch mogelijk conflicten op deze wijze te voorkomen en naar voren in plaats van naar het verleden te kijken. Bovendien verplichtten de landen zich conflicten  door arbitrage op te lossen.

Het Verdrag van Locarno leidde zelfs tot het Briand-Kellogg-Pact van 1928. Alle aangesloten landen, inclusief Amerika dat geen lid was van de Volkenbond, verplichtten zich geen geweld te gebruiken bij conflicten met andere landen.

Collectie: Bernisches Historisches Museum

Amerika werd zelfs de grootste investeerder in het nieuwe en democratische Duitsland. De werkloosheid nam snel af, een nieuwe middenklasse vormde zich en extremistische partijen (Nazi’s en communisten) vormden nog (geen) bedreiging voor de democratie.

De beurscrash van Wall Street op 24 en 29 oktober 1929 maakte van deze optimistische periode echter een economische en dus politieke nachtmerrie. Extreemlinkse en extreemrechtse partijen profiteerden van de  (economische)  ontreddering, (financiële) wanhoop en teleurstelling bij veel burgers.

Het vertrouwen in de gevestigde politieke, economische en democratische instituties, was in een klap weg, niet alleen in Duitsland, maar ook in andere Europese landen. En vertrouwen van burgers in democratische instituties was en is het cement van de samenleving.

Het religieus, politiek en nationalistisch extremisme gedijt ook tegenwoordig goed op hongerige magen, lege bankrekeningen, gebrek aan (economisch en democratisch) perspectief en ‘goed vaderschap’ (bonus ac diligens pater familias) van politiek en bestuur.

De beurscrash op Wall Street op 24 en 29 oktober 1929 veranderde deze optimistische periode echter in een economische en daarmee politieke nachtmerrie. Extreem linkse en extreem rechtse partijen profiteerden van de (economische) onzekerheid, de (financiële) wanhoop en de teleurstelling van veel burgers.

Het vertrouwen in de gevestigde politieke, economische en democratische instituties was in één klap verdwenen, niet alleen in Duitsland, maar ook in andere Europese landen. En het vertrouwen van de burgers in democratische instituties was en is het bindmiddel van de samenleving.

Religieus, politiek en nationalistisch extremisme gedijen immers goed op lege magen, lege bankrekeningen, gebrek aan (economische en democratische) perspectief en het ontbreken van “goed vaderschap” (of moederschap) (“bonus ac diligens pater familias”) in politiek en bestuur.

Paul Troxler (1780-1866), c. 1840. Foto: Wikipedia

Dit geldt nog steeds, ook in Zwitserland, dat weliswaar over een van de beste (of minst slechte) constitutionele, politieke en democratische systemen ter wereld beschikt, maar niet immuun is voor het verlies van dit vertrouwen en de invloed van internationale en maatschappelijke ontwikkelingen.

Goed huisvaderschap laat zich niet precies definiëren, maar een van de grondleggers van de directe democratie in Zwitserland heeft het treffend verwoord: Luister naar de burgers!

Dat is iets anders dan het politiek misbruiken van deze relatie. Want ook al hebben ze misschien niet altijd gelijk, het (democratische, economische en politieke) systeem werkt op de lange termijn juist dankzij deze wederzijdse vertrouwensbasis het beste.

(Bron: tentoonstelling ‘100 Years Treaties of Locarno‘)

Art’Rhena opent op 11 oktober haar vijfde seizoen

Art’Rhena is een grensoverschrijdend Duits-Frans  cultureel centrum dat wordt gesteund door de Communauté de Communes Alsace Rhin Brisach aan Franse zijde, in samenwerking met de Duitse stad Breisach am Rhein, en dat is gevestigd op het Rijneiland, het ontmoetingspunt van beide landen.

Art’Rhena, dat in 2021 zijn deuren opende, biedt een multidisciplinair programma van live voorstellingen, waarbij circus, muziek, dans, theater, marionetten en cabaret met elkaar worden gecombineerd.

De helft van het programma is gericht op een volwassen publiek, de andere helft op kinderen. Naast de verschillende voorstellingen wordt het aanbod van Art’Rhena aangevuld met schoolprogramma’s, diverse culturele educatieve activiteiten en meertalige tentoonstellingen.

Het Duits-Franse culturele centrum Art’Rhena opent op zaterdag 11 oktober zijn deuren voor een vijfde seizoen met een dansvoorstelling.

(Bron en meer informatie: Cultureel centrum Art’Rhena)

De hoogste berg van kanton Zürich en directe democratie

De Schnebelhorn (1292 m) is de hoogste bergtop van het kanton Zürich. De berg ligt in het Tösstal, vernoemd naar de rivier Töss.

De Schnebelhorn

De Töss met een lengte van 60 kilometer heeft een bijzondere eigenschap die nu eens niets met klimaatverandering te maken heeft: bij gelegenheid valt ze helemaal droog.

De Töss

Steg

De rivier ontspringt in St. Gallen en eindigt, zoals zoveel rivieren en beken, in de Rijn. Het eerste dorp dat ze op weg naar de Rijn tegenkomt is Steg in kanton Zürich.

De Säntis

Bij een brug over de Töss staat de uitgebreide verklaring over de eeuwenoude natuurlijke oorzaken  van het soms ontbreken van water in de rivier. Dat neemt niet weg dat deze rivier in het verleden ook voor wateroverlast heeft gezorgd. Dit was aanleiding voor kanalisatie en andere maatregelen aan het einde van de 19e eeuw.

Steg

Steg is weliswaar een klein dorp in de gemeente Fischenthal, maar ligt wel aan de voet van de hoogste van het kanton en heeft zelfs (nog) een skigebied!

Bovendien ligt het op de oude pelgrimsweg Via Jacobi of Jacobsweg (ook wel Schwabenweg genoemd van Konstanz naar Einsiedeln), die naar het klooster Fischingen, Rapperswil en het klooster Einsiedeln leidt. De herberg Gasthaus zum Steg is al eeuwenlang een rustplaats voor pelgrims en andere reizigers.

Steg is ook de plaats, waar in 1532 de laatste beer van het Zürcher Oberland is neergeschoten (de laatste beer in Graubünden wachtte dit lot pas in 1904!).

Steg is maakt deel uit van de gemeente Fischenthal, de grootste plattelandsgemeente van het kanton. Dit gebied, in een document uit de 9e eeuw Fiskinestal genoemd, was eeuwenlang bezit van het klooster St. Gallen. Na een korte periode Habsburgs bezit, verwierf Zürich 1425 Fischenthal.

Fischenthal viel in de nieuwe Confederatie (1803-1813) ook enige tijd onder het Bezirk Uster. Inwoners uit Fischenthal en Steg hebben wellicht ook deelgenomen aan de opstand in Uster in 1830/1831, die leidde tot een liberale Grondwet in het kanton.

Daarmee waren ze ook wegbereiders voor de Grondwet van 1848 en de directe democratie in 1874 en 1891. De Töss interesseert dat allemaal niet, die valt droog, wanneer de wetten der natuur dat voorschrijven.

(bron en verdere informatie: Gemeinde Fischenthal)

Indrukken uit het  Tösstal