De Romandie, Latijn, Patois en Frans
22 november 2022
Tegenwoordig is het Frans de officiële geschreven en gesproken taal in de Romandie, de Franstalige kantons van Zwitserland (de kantons Neuchâtel, Jura, Genève, Vaud en de tweetalige kantons Fribourg/Freiburg, Valais/Wallis en Berne/Bern). Maar achter deze huidige taalkundige eenheid gaat een grote verscheidenheid tot de negentiende eeuw schuil.
Het Frans dat na de elfde en twaalfde eeuw langzaam zijn intrede deed, heeft eeuwen met Latijn en lokale dialecten (het patois) gewedijverd. De doorbraak in de Romandie komt pas in de negentiende eeuw. De patois heeft echter zijn sporen nagelaten. Deze situatie verklaart waarom het Frans in Neuchâtel, Genève, Lausanne (kanton Vaud), Porrentruy (kanton Jura) of Fribourg niet hetzelfde is.
De Middeleeuwen
De Gallo-Romeinse cultuur en taal bleven lang dominerend in het westen van Zwitserland na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw. De bevolking sprak geen Frans. Op dit Gallo-Romeinse grondgebied was het Francoprovençaal de spreektaal. De lokale verschillen, het patois, waren echter groot.
In het huidige kanton Jura was Langue d’oïl de spreektaal, of beter gezegd Franc-Comtois. Deze talen waren uitsluitend gesproken. Latijn was de schrijftaal en de taal van de kerk en de elite. In het Koninkrijk Bourgondië (446-534) en de Frankische koninkrijken bleven deze talen gehandhaafd.
Duits
Het Duits van de Alemannen en later de Walser is vanaf de vijfde eeuw in steeds meer oorspronkelijk Patois gebieden overheersend geworden. De eerste expansie van de Alemannische taal was in de vijfde tot de negende eeuw. Het leidde tot germanisering van de bovenloop van de Rhône (Oberwallis tot het district Brig) en de linkeroever van de Aare (Berner Oberland, rechteroever van de Singine (Sense in Duits) en het meer van Biel/Bienne).
De tweede Duitstalige expansie vond plaats in de elfde tot de dertiende eeuw in de districten Visp en Raron, de bovenloop van de Saane door de Walser. De Alemannische taal domineerde vanaf deze tijd de linkeroever van de Singine/Sense, de regio Murten/Morat, de plaatsen Ins/Anet, Erlach/Cerlier in het Seeland en Twann/Douanne op de linkeroever van het Bielermeer (lac de Bienne/Bielersee).

Het wapenboek (L’Armorial) van Jacques Huguenin (1642-1728). Het oudste heraldiekboek van kanton Neuchâtel.
De 16e en 17e eeuw
Pas in de 15e eeuw verschenen de eerste Franstalige literaire teksten in de Romandie, terwijl de patoisliteratuur zich pas in de 16e eeuw manifesteerde.
In de Romandie bestonden aan het begin van de Reformatie (eerste helft van de 16e eeuw) drie taalvarianten. Het patois en zijn vele lokale dialecten waren de moedertaal voor de meeste bewoners.
Het Frans won in deze periode echter aan belang, vooral bij de stedelijke protestante elite. Het was een taal van prestige, van het geschreven woord (de bijbel !) en van geleerdheid. Het Latijn was ook nog steeds aanwezig, maar voornamelijk in juridische documenten, op universiteiten en onder geleerden en als taal van de katholieke Kerk. Door de reformatie nam het belang van Latijn in protestante kantons snel af.

Gravure gebaseerd op de Petite Chronique van Jeanne de Jussie uit Gustave Revilliod (éd), Levain du calvinisme ou commencement de l’hérésie de Genève, Genève 1853.
Jeanne de Jussie (geboren in 1503), een Genèvoise, is de eerste bij naam bekende schrijfster van de Romandie. Vooral haar Petite Chronique is bekend en geeft een goed beeld van de tijd van de Reformatie en de talen in Genève. Zij schreef zelf in het Frans.
De gesproken talen van de patois en Frans bleven nog lang naast elkaar bestaan, zelfs lang na de komst van bijna 100 000 Franse hugenoten in de zeventiende eeuw.
De 18e en 19e eeuw
De situatie veranderde aan het eind van de 18e eeuw en de Franse tijd. Frans werd ook in de Romandie de prominente taal in het dagelijkse leven, onderwijs en overheid. In de tweede helft van de 19e eeuw was het patois in stedelijke en geïndustrialiseerde protestantse gebieden (Genève, Vaud, Neuchâtel en de Berner Jura) verdwenen.
In andere kantons handhaafde patois zich langer, soms tot op de dag van vandaag, zoals in Evolène in het Val d’Hérens in Wallis. Patois in Wallis neemt tegenwoordig net zo’n bijzondere plaats in als het gesproken Duits in dit kanton.
Aan het eind van de 19e eeuw stelde Louis Gauchat (1866-1942) een groot woordenboek van de patois samen, de Glossaire des patois de la Suisse romande. Gedurende bijna tien jaar verzamelde hij informatie over het patois door vragenlijsten. Hij ontving meer dan 500.000 reacties! Zij zijn nog steeds de belangrijkste bron van de huidige kennis van het patois. Zijn Glossaire wordt nog steeds aangevuld en is een onschatbare bron van kennis over het patois.

Louis Gauchat. Foto: Wikipedia
De 20e en 21e eeuw
In de Romandie is Frans tegenwoordig de taal van het dagelijks leven in woord en geschrift. Patois wordt nog steeds gesproken in sommige dorpen in de kantons Valais, Fribourg en Jura. Ze hebben echter geen groot verspreidingsgebied. De sporen van het patois zijn echter in alle kantons zichtbaar in het regionale Frans, in plaatsnamen en in familienamen.
In Duitstalig Zwitserland is de verscheidenheid aan Duitstalige dialecten per kanton overigens veel groter dan het Frans in de Romandie. De uitzondering is wellicht kanton Valais.

L’Atlas linguistique audiovisuel des dialectes francoprovençaux du Valais romand (ALAVAL)
Patois maakt deel uit van het culturele erfgoed van de Romandie. Sinds 2018 is patois als minderheidstaal erkend door de federale overheid. Dit sluit aan bij de aanbevelingen van het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen van de Raad van Europa.
(Bron: A. Paravicni Bagliani, J.-P. Felber, J.-D. Morerod, V. Pasche, Les Romands au Moyen Age, Lausanne 1997); Bibliothèque Publique Neuchâtel, de tentoonstelling: Pourqoui parle-t-on le français en Suisse romande? Neuchâtel, 2022
