Château de Neuchâtel, Photo/Foto: TES.

Het kasteel van Neuchâtel

In een akte van 1011 wordt Neuchâtel (nieuw kasteel, novum castellum) beschreven als een koninklijke residentie (van Rudolph III (970-1032), de laatste koning van Bourgondië).

Het eerste kasteel uit de 11e eeuw stond op een gemakkelijk verdedigbare rots, op een met kliffen omzoomde oever. Toen daaromheen in de 12e eeuw steeds meer huizen werden gebouwd, werd de westelijke poort verhoogd met graniet.

De Bourgondische aula werd nieuw ingericht en uitgebreid tot een residentie met weelderig versierde gevels, die tegenwoordig een van de mooiste monumenten van het Zwitsers Romaans erfgoed is.

In de jaren 1190 is het complex uitgebreid met het stift (la Collégiale).

De toren uit de 12e en 13e eeuw, in de 14e eeuw gedecoreerd met merlons, bereikte een hoogte van dertig meter. Een wal met twee torens verdubbelde de droge gracht in een later stadium. In de eeuwen daarna is het kasteel steeds verder uitgebouwd.

Het kasteel huisvest tegenwoordig het bestuur  van het kanton.

(Bron: Bujard e.a., Histoire du canton de Neuchâtel. Aux origines médiévale d’un territoire. Tome I, Neuchâtel, 2002).

Het Collégiale bevindt zich naast het kasteel