De Brissago Eilanden en de Botanische Tuin

De Brissago Eilanden (Isole di Brissago) in het Lago Maggiore bij Brissagio en Ascona zijn uniek. De wortels van de prachtige exotische botanische tuin gaan terug tot 1885, toen Antoinette (1856-1948) en haar man, de Ierse aristocraat Richard Fleming de Saint Léger, de eilanden kochten.

Op het grote eiland, Isola Grande, lieten ze een huis bouwen op de resten van een klooster en legden ze een tuin aan. Ze plantten er zeldzame en subtropische soorten van over de hele wereld.

In 1927 kocht de Duitse zakenman Max Emden (1874-1940) de eilanden. Het huis werd vervangen door een paleis.  Villa Emden is gemaakt van de beste materialen, van wit Carrara marmer tot Florentijnse marqueterie vloeren. Max Emden onderhield, vergrootte en onderhield de botanische tuin.

In 1949 verwierven het Kanton Ticino (50%) en de gemeenten Ascona (25%) en Brissago en Ronco (25%) de eilanden, de villa en de botanische tuin. Sinds 2020 is het kanton de enige eigenaar.

Met zijn 2.000 subtropische plantensoorten is de botanische tuin uniek in Zwitserland. De eilanden hebben een subtropisch klimaat en herbergen plantensoorten uit Azië, Australië en Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Zuid- en Midden-Amerika en het Middellandse Zeegebied.

Daarnaast is er op het eiland een plek die de wereld van 300 miljoen jaar geleden laat zien, dat wil zeggen zonder bomen, fruit en bloemen. Hier kun je nog levende fossielen zien. De Romeinse tuin en het Romeinse bad behoren ook tot de bijzonderheden van het eiland.

De tuin is ook een wetenschappelijk instituut. De botanische tuin wordt beheerd volgens de wetenschappelijke criteria van de Botanic Gardens Conservation International en is aangesloten bij de Schweizer Verein Botanischer Gärten und Pflanzenversammlungen (Zwitserse vereniging van botanische tuinen en plantenverzamelingen, Hortus Botanicus Helveticus).

(Bron en verdere informatie: Isole di Brissago; G. Maspoli, ´Il Parco botanico delle isole di Brissago´in GSK, Kunst + Architektur in der Schweiz, Botanische Gärten, Berne, 2019, Nr. 3).

      

 

Maggiadal, Centovalli en Onsernonedal

De rivier Maggia stroomt tussen Ascona en Locarno de Lago Maggiore in. De rivier Melezza in het dal Centovalli komt bij Losone, een paar kilometer daarvoor, uit in de Maggia. De rivier is de naamgever van het district Maggia in kanton Tessin.

De rustige monding in het meer staat in schril contrast met het natuurgeweld een paar kilometer stroomopwaarts. Bij Ponte Brolla stort de Maggia zich al millennia door de kloof. Dit natuurgeweld heeft prachtige rotsformaties gevormd. Bij hoogwater stroomt net zoveel water door de rivier als in de Rijn bij Bazel!

De Maggia ontspringt in het massief Cristallina op ruim 2 400 meter hoogte in het noorden van het kanton, grenzend aan de kantons Wallis en Uri. Na diverse meren en dalen (onder andere Val Sambuco, Val Lavizarra en de Valle di Peccia) komen de rivieren Bavona in Val Bavona (bij Bisagno en Caverno) en Rovana (bij Cevio) uit in de Maggia.

Vanaf Bisagno heet de loop van de rivier tot Ascona het Maggiadal (Valmaggia). Het Maggiadal is het langste dal in de regio met diverse zijdalen. In deze bijdragen wordt in het kort aandacht besteed aan de dalen Maggiadal, Centovalli  en Valle Onsernone.

Maggiadal

Bij Boschetto en Cevio zijn er drie belangrijke splitsingen. Een weg leidt naar Broglio, Prato-Sornico, Mogno, Peccia en Fusio in het Lavizzaradal. Peccia heeft de enige marmorgroeve van Zwitserland. Om deze reden is in Peccia het Centro Internationale di Sculptura (CIS) gevestigd. Mario Botta ontwierp in 1990 zijn beroemde kerk in Mogno.

Een andere weg leidt via het dorp Cerentino naar het Walserdorp Bosco Gurin. De derde weg gaat via Brisagno richting San Cristallina.

Vanaf Cevio stroomt de Maggia langs de dorpen Someo, Riveo, Giumalio en Coglio richting Maggia. Vanaf Coglio tot aan Maggia heeft het landschap in het natuurpark bij het dorp Lodano veel weg van een (Nederlands) rivierenlandschap met uiterwaarden en grazende koeien. De beukenbossen van Lodano zijn door UNESCO erkend als werelderfgoed.

Lodano

Het dorp Maggia heeft een van de langste en in ieder geval de modernste hangbrug van Tessin en een middeleeuws centrum. De dorpen Mogheno, Aurigeno, Gordevio en Avegno en Ponte Brolla zijn de belangrijkste dorpen langs de Maggia voor de komst van de Mezella bij Losone.

Maggia

Centovalli  

De Zwitserse kant van het dal Centovalli loopt vanaf Tegna tot Camedo, de grens met Italië. Vanaf Camedo loopt de weg naar Domoddosola om uiteindelijk bij Gondo en de Simplonpas (kanton Wallis) Zwitserland weer te bereiken.

Het Centovalli is sinds enkele jaren de naam van de gemeente, die een fusie is van de dorpen in het dal. Het dal stond tot 1945 bekend als schoorsteenvegervallei. Tegenwoordig is het onder andere bekend vanwege haar kastanjebomen. In de herfst ligt er inderdaad een tapijt van kastanjes.

Tegna

Verscio Theater Dimitri

De vallei is echter ook de locatie van het wereldberoemde Dimitritheater in Verscio, de langste kerktoren van Tessin, het museum Centovalli e Pedemonte en het door Hans Flüh gestichte museum in Intragna, de oude Romeinse weg en de ponto romano over de woeste Melezza, het paleis van Tondü en het eeuwenoude molenpark in Lionza en diverse authentieke dorpen, onder andere Tegna, Cavigliano, Rasa, Corcapolo, Verdasio, Palagnedra, Borgnone en Lionza, vlak voor de grens met Italie bij Camedo.

De Romeinse weg en de Ponte romano

Vlak voor de grensplaats Camedo ligt het dorp Lionza, niet alleen de locatie van Palazzo Tondü, maar ook van het (middeleeuwse) molenpark (Parco dei mulini).

Lionza, Parco dei mulini

De oude handelsweg (Via del mercato) in het dal liep van Locarno, via Intragna naar Camedo en vandaar naar Domodossola in Italië en bij Gondo weer naar Zwitserland en de Simplonpas.

Via del mercato

Camedo

Het Onsernonedal  (Valle Onsernone)

Het dal loopt parallel aan de Centovalli en heeft haar eigen bijzonderheden. De dichte beboste steile berghellingen, de gehuchten, de beekjes en watervallen zijn het decor van een sprookjesachtige sfeer met Spruga als onbetwist hoogtepunt.

Maggiadal

Mogheno  

Coglio

Giumalio

Aurigeno

Centovalli

De Mezella

De gids Stefan Früh voor zijn kleine museum, naast het museum Centovalli e Pedemonte

Intragna

Golino

Borgnone

Lionza

Bosco Gurin en de Walser

De inwoners van kanton Tessin spreken Italiaans. Alle inwoners? In het dorp Bosco Gurin wonen sinds 1244 ongeveer 70 nakomelingen van Duitssprekende Walser. Het dorp is in 1253 voor het eerst in documenten genoemd. De inwoners spreken merendeels het Duitse dialect Ggurijnartitsch (Gurinerdeutsch).

Bosco Gurin is tevens het hoogst gelegen dorp van het kanton op 1506 m en ligt in een zijdal van het Maggiagal, aan het einde van de Kantonsstrasse. Ondanks diverse verwoestende lawines, onder andere in 1695 en 1749, heeft het dorp nog een aantal authentieke eeuwenoude Walser huizen, opslagplaatsen voor granen, stallen voor vee en opslag voor hooi (Gabumdschi).

Het Museum Walserhaus toont de Walser cultuur en leefwereld in het Gurinerdeutsch, Italiaans en Hochdeutsch. De Woon- en werkomgeving van de Walser en hun emigratie in de dertiende en veertiende eeuw vanuit Piëmont en Wallis komen ook aan de orde. Het museum is gevestigd in een woonhuis uit 1386 en is een van de oudste behouden complexen van Zwitserland.

Voor het museum beheert de organisatie Pro Specie Rara sinds 2006 een tuin met (deels vergeten) gewassen, kruiden en planten, die de Walser vanouds voor consumptie kweekten.

De kerk, gewijd aan de heiligen Jacobus en Christoforus, stamt uit het jaar 1253. De kerk heeft tot 1945 diverse veranderingen ondergaan, maar diverse authentieke details zijn bewaard gebleven, waaronder fresco’s uit de zeventiende eeuw.

Jaarlijks vind op 25 juli de processie voor de patroonheiligen van de kerk en de heilige S. Theodorus, tevens de patroonheilige van het kanton Wallis, plaats.

(Bron en verdere informatie: Comune Bosco Gurin)

Cevio, Grotti, Filippini en de wijnpers

Cevio (Maggiatal/ Vallemaggia, kanton Tessin/Ticino) en Enrico Filippini (Cevio, 1932-1988) zijn wellicht geen bekende namen. Toch heeft de Italiaansprekende Filippini beroemde schrijvers zoals Walter Benjamin, Günther Gras, Max Frisch en Friedrich Dürrenmatt in de Italiaanse cultuur in en buiten Italië geïntroduceerd.

Hij studeerde na zijn kindertijd in Locarno en daarna in Milaan, Berlijn, München en Parijs. Vervolgens werkte hij bij de Feltrinelli uitgeverij in Milaan en als journalist bij de krant La Republicca en de Italiaanse televisie in Rome. De gemeente Cevio heeft haar zoon in 1988 met een gedenksteen een plaats gegeven.

Cevio (met de gehuchten Rovana en Boschetto), voor het eerst in 1230 in een document vermeld, is de hoofdplaats van het Maggiatal bij de samenkomst van de rivieren Maggia en Rovana.  Diverse stadspaleizen en de monumentale kerk geven het dorp het aanzien van een stadje. Van 1512 tot 1798  bestuurden landvoogden uit de kantons het Untertanengebiet Tessin, dat in 1512 was veroverd op de Hertog van Milaan.

 

Chiessa della Rovana

Het Maggiatal was ook een baliaggio. Een landvoogd (balivo of commisario) uit een van de kantons bestuurde het gebied twee jaar, waarna een andere landvoogd het overnam.

De façade van het Palazzo della residenza aan het plein biedt een overzicht van een groot aantal voogden en hun kantons van afkomst. Na de vestiging als kanton in 1803 heeft Tessin zijn weg in de nieuwe Confederatie, Europa en de wijde wereld gevonden.

Hoewel Tessin bijna drie eeuwen bestuurd is door Duitstalige bestuurders, wilden de bewoners in 1798 in overgrote meerderheid bij Zwitserland en de nieuwe Helvetische Republiek (1798-1803) blijven, hoewel Napoleon ze in 1798 de keus liet toe te treden tot de nieuwe Cisalpijnse en Italiaanse Republiek (1797-1805).

De weg naar de grotti

Het dorp is ook bekend vanwege zijn eeuwenoude wijnpersen. Het museo di Valmaggia bezit een exemplaar in een goed behouden staat. De grotti (enkelvoud grotto) zijn ook het bezoeken waard. Dit zijn kleine restaurantjes die in de loop der eeuwen zijn ontstaan langs en in de rotsen.

(Bron en verdere informatie: www.vallemaggia.ch;  Comune di Cevio)

Museo di Valmaggia

De wijnpers

Zestig jaar Regio Basiliensis en grensoverschrijdende samenwerking

Zwitserland ligt niet alleen midden in Europa, maar is van oudsher cultureel, economisch, religieus,  sociaal en op wetenschappelijk gebied nauw verweven met de haar omringende regio’s.

Maar liefst 15 van de 26 kantons van Zwitserland, de helft van de Zwitserse bevolking en twee van de drie grootste steden (Bazel en Genève) grenzen aan andere landen (Duitsland, Oostenrijk, Liechtenstein, Italië en Frankrijk). 70% van de bilaterale goederenhandel tussen de Europese Unie en Zwitserland heeft zijn oorsprong in deze regio.

373 000 mensen reizen dagelijks voor werk naar deze kantons, nog afgezien van honderdduizenden met een permanente werk- en verblijfsvergunning.

De grenskantons en bevolkingsdichtheid. Beeld: Regio Basiliensis 

Regio Basiliensis heeft deze situatie onder de aandacht gebracht bij haar conferentie ‘Konferenz der Schweizer Grenzregionen’ op 20 oktober ter gelegenheid van haar zestigjarige bestaan.

Eeuwenoude relaties liggen ten grondslag aan de huidige regionale samenwerking en uitwisseling van kantons met deze regio’s in de omringende landen. De conferentie met ruim 230 aanwezigen uit kantons en gasten uit Duitsland, Liechtenstein, Oostenrijk, Italië en Frankrijk refereerde aan de afgelopen zestig jaar en blikte naar de toekomst.

Kantons

Ook tussen kantons bestaan soms grote verschillen in taal, cultuur, economie, fiscale systemen en onderwijs. Toch heeft zich in de loop der eeuwen en zeker na 1848 een succesvolle samenwerking, uitwisseling en modus vivendi ontwikkeld.

Regio’s

Met de buitenlandse regio’s is het proces eerder andersom geweest. Tot de vorming van de natiestaten in de negentiende eeuw waren samenwerking, uitwisseling en contacten vanzelfsprekend, bijvoorbeeld tussen Tessin, Wallis, Graubünden en (het Oostenrijkse) Lombardije en Zuidtirol, de noordelijke kantons met de Bodenseeregio, Oostenrijk, Zuid-Duitsland en Elzas, en de westelijke regio’s met Franse gebieden.

Europese Unie

Na 1815 veranderde dit radicaal met de wereldoorlogen tussen 1914 en 1945 als dieptepunten. De Europese samenwerking, die natuurlijk nooit helemaal was verdwenen, begon weer vaart te krijgen na de oprichting van de Europese Kolen- en Staalgemeenschap (1952) en de Europese Economische Gemeenschap (1957), mede dankzij de veiligheidsgarantie van de NAVO en de Marshallhulp van Amerika.

De democratische en sociale welvaartsstaten in Europese zijn het resultaat. De Europese Unie (1993) heeft een belangrijke rol gespeeld in deze ontwikkeling. De Europese Unie is in feite een proces van integratie, samenwerking en zelfs fusie op bepaalde gebieden (al noemen ze het zelf niet zo). Zoals iedere fusie heeft ook deze organisatie een wet van toe- en afnemende meeropbrengst naarmate ze groter wordt.

De politieke, staatkundige, fiscale, culturele en sociale verschillen tussen landen zijn soms dermate groot, dat ook de risico’s van geen, of nog kwalijker, slechte besluitvorming of compromissen steeds groter worden. Dit geldt, bijvoorbeeld, niet alleen voor wetenschappelijke projecten en onderzoek, migratie- of klimaatbeleid, maar ook voor democratie, rechtspraak, parlement en ‘regering’ (Europese Commissie).

Ook bestaan er nog steeds vele belemmeringen en verschillen tussen regio’s van landen, wat op zich al een duiding is van de complexiteit van samenwerking tussen landen op centraal Europees niveau.

Regio Basiliensis

Een federale op subsidiariteit gebaseerde organisatie biedt de beste garantie voor effectieve samenwerking tussen landen en functionerende democratie van de Europese Unie op lange termijn.

Niet alleen Zwitserland en haar 26 kantons zijn hiervan een voorbeeld, maar ook regionale projecten, zoals bijvoorbeeld Regio Basiliensis.

Op de conferentie kregen niet alleen succesverhalen van deze regionale samenwerking (onder andere met steun van het Interreg programma van de Europese Unie, nationale, regionale en kantonale overheden) aandacht, maar ook huidige knelpunten.

Op het hoogste politieke niveau zijn dat, uiteraard, de relatie tussen Zwitserland en de Europese Unie en inspraak van kantons in deze federale besluitvorming. Op microniveau zijn het echter de dagelijkse beslommeringen van het grensoverschrijdende woon- en werkverkeer, onderwijs, fiscaliteit, onderzoek, digitale netwerken, logistiek of, bijvoorbeeld, milieumaatregelen.

Conclusie

Het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt wel eens ‘de motor van de Europese integratie’ genoemd (wat tot voorzichtigheid maant als niet gekozen instituut). Regio Basiliensis is als een van de oudste organisaties op haar gebied de voorloper, motor en inspirator van regionale samenwerking.

(Bron en verdere informatie: Regio Basiliensis)

Lausanne, cultuur, historie, kunst, parken en Pierre de Courbertin aan het meer van Genève

De eerste menselijke sporen van Lausanne zijn meer dan 8000-6000 jaar oud. Rond 4000 v. Chr. ontstonden de eerste dorpen aan de oevers van het Meer van Genève.

De Kelten bevolkten dit gebied vanaf rond 800 v. Chr. Vanaf 15 v. Chr. vielen ze onder Romeins gezag. De vicus van Lousonna (Keltische naam) werd gesticht als opvolger van de Keltische nederzetting (oppidum).

Afbeelding: Musée Historique de Lausanne

De stad telde al snel meer dan 1500 inwoners. Een haven vergemakkelijkte de handel op het meer en andere gebieden van Europa en de regio. Aan het einde van de 1e eeuw n. Chr. was de plaats volledig geromaniseerd met een theater, een forum met basiliek, tempels en een typisch Romeins stadspatroon. vanaf de 4e eeuw vestigde de bevolking zich echter op de heuvel, waarschijnlijk vanwege de politieke onrust en binnenvallende Germaanse stammen.

Le château d’Ouchy 

De bisschop kreeg er zijn residentie in de loop van de 6e eeuw (hij zal aanvankelijk in Aventicum (huidige Avenches). Gesteund door de koningen van Bourgondië (888-1032) versterkte de bisschop – vanaf 1032 een vorst van het Heilige Roomse Rijk zijn wereldlijke macht. In de 12e eeuw was de haven van Ouchy het commerciële centrum.

Het kasteel Saint-Marie en residentie van de bisschop vanaf 1430 tot de reformatie in 1536 

Lausanne telde bijna 9.000 inwoners in de 13e eeuw. De stad was op haar hoogtepunt, gesymboliseerd door de inwijding van de gotische kathedraal in 1275. Bern bezette in 1536  Vaud en Lausanne en bestuurde het tot 1798. Deze bezetting betekende ook de overgang tot het Protestantisme en het einde van de macht van de bisschop.

David Buttet (1587-1657), Lausanna Civitas Equestris, 1638. Afbeelding: Musée Historique de Lausanne

In de 18e eeuw namen bevoorrechte families deel aan de kosmopolitische wereld rond onder anderen de Franse filosoof Voltaire (1694-1778), de Engelse historicus Edward Gibbon (1737-1794) en de Zwitserse arts Samuel Auguste André David Tissot (1728-1797).

Plaquette: la cathédrale de Lausanne

Op 24 januari 1798 werd de Republik Léman gesticht na de inval van Franse troepen. Het kanton Vaud met Lausanne als hoofdstad ontstond in 1803 door de akte van bemiddeling (Acte de médiation) van Napoleon. Lausanne blijft de hoofdstad van Vaud in 1815 in de nieuwe Confederatie van 22 kantons.

De stedelijke ontwikkeling van Lausanne is sinds het begin van de 20e eeuw snel gegaan. De eerste wolkenkrabber in Zwitserland werd er gebouwd (Bel Air, 1931).

La Maison olympique

Lausanne is sinds 1915 de zetel van het Internationaal Olympisch Comité en in 1993 uitgeroepen tot Olympische hoofdstad met tal van internationale sportorganisaties en de internationale bridge federatie.

De stad telt tegenwoordig 140 000 inwoners met tal van bezienswaardigheden, waaronder het prachtige uitzicht op de Alpen en het meer van Genève en diverse mooie parken, onder andere de Hermitage en zijn museum, het Sauvabelin park, het Elysée park, het Olympische park, het Mon-Repos park, de Botanische tuin, het Louis Bourget park en het Denantou park.

Le parc Mon-Repos

L’Hermitage

Le lac de Sauvabelin

De middeleeuwse binnenstad en haar gotische kathedraal op de heuvel, de vele musea, waaronder het nieuwe complex Plateforme 10 (met het MUDAC, kunstmuseum en Elysée museum), het Olympisch Spelen museum, Palais de Rumine, Art Brut museum en het Romeinse museum aan de oever van het meer, het aquarium, de botanische tuin en de wereldberoemde Universiteit EPLF is maar een kleine selectie van bezienswaardigheden, afgezien van de vele muzikale en theatrale evenementen. Lausanne is ook de zetel van de federale Hoge Raad (Tribunal fédéral, Bundesgericht).

(Bron en nadere informatie: www.lausanne-tourisme.ch).

Indrukken van de stad

De kathedraal van Lausanne

Afbeelding: Musée Historique de Lausanne

Grand Hotel Beau-Rivage Palace

Esplanade de Montbenon

België gedenkt dankbaar Mary Widmer-Curtat (1860-1947) uit Lausanne, die in 1915 het Comité suisse de secours aux réfugiés belges oprichtte.

Le Jardin botanique

 

            

Cimetière du Bois-de-Vaux

160 jaar SAC en Jahresfest Sektion Basel

De Schweizer Alpen-Club is op 19 april 1863 opgericht, zes jaar na de oprichting van de British Alpine Club in Londen en een jaar na de Österreichische Alpenverein. De SAC telde zeven Sektionen in 1863 (Aarau, Bazel, Bern, Diablerets Lausanne, St. Gallen, Glarus (Tödi) en Zürich (Uto) met 358 leden. Tegenwoordig heeft de SAC ruim 150 000 leden, 110 sektionen en 22 Untersektionen.

De SAC richtte zich aanvankelijk op activiteiten in de Alpen. In het kielzog van met name Britse bergbeklimmers stonden vooral beklimmingen van bergtoppen. De hoogste ligging van de huidige 153 berghutten is de Mönchsjochhütte (3 657 m.), 200 meter hoger gelegen dan de Jungfraujoch. De Grünhornhütte (2 448 meter) uit 1863 is de eerste SAC-Hütte, tegenwoordig een monument en klein museum.

Foto’s: The George Starkey Hut

De SAC heeft zelfs bijgedragen aan een hut in Engeland. De Association of British Members of the Swiss Alpine Club (ABMSAC) beheert de George Starkey Hut in Patterdale in het Lake District. De SAC ondersteunde dit initiatief financieel en sinds 4 oktober 1975 staat het embleem van de SAC op de voordeur van de hut.

Gaandeweg breidde de vereniging haar activiteiten, sektionen en ledenaantal uit. De SAC biedt tegenwoordig een veelheid aan activiteiten voor jong en oud. Wandel-, langlauf-, sneeuwwandel-, fiets-, mountainbike- en skitochten, klimmen en bergbeklimmingen, paragliding, cursussen, lezingen en andere educatieve activiteiten.

Ze publiceert (digitaal) boeken, het maandelijkse tijdschrift Die Alpen en tal van andere publicaties en gidsen. De leden van de SAC zijn aangesloten bij een lokale (onder) sectie, die ook activiteiten organiseert. De sectie Basel is opgericht in 1863.

De route Dittingen-Pfeffingen

Het Jahresfest van de sectie Basel voor haar leden begint traditiegetrouw met een wandeltocht en ‘klettern’ en tegenwoordig ook een parcours voor mountainbikers en eindigt met de huldiging van jubilarissen en een borrel met aansluitend diner.

De zilveren beker voor 50 jaar lidmaatschap

Enkele jubilarissen zijn al 70 jaar (actief) lid en hebben al duizenden van de ongeveer 40 000 kilometer erkende wandelpaden in Zwitserland afgelegd, nog afgezien van deelname aan andere SAC-activiteiten.

Oude grensstenen van kanton Bern en kanton Basel-Landschaft. Het Laufental maakte van 1815 tot 1994 deel uit van kanton Bern vlakbij Pfeffingen.

Een van de wandeltochten van het Jahresfest ging dit jaar van Dittingen naar Pfeffingen en zijn beroemde ruïne. Zelfs voor leden die al 70 jaar lid zijn, is iedere wandeltocht in de Jura weer een ontdekkingsreis met wijnranken, weides, loof- en naaldbossen, bergen, beekjes en vennetjes, flora en fauna, cultuur en historie en met vergezichten tot in het Zwarte Woud en de Alpen.

(Bron en verdere informatie: Schweizer Alpen-Club

De kerk van Dittingen

Landschap nabij Pfeffingen

Ruïne van Pfeffingen

De Waldschule Pfeffingen

Kasteel Gilgenberg

Kasteel Thierstein 

Het Goetheanum, Schloss Reichenberg (l), Schloss Birseck (m) en de ruïne van kasteel Dorneck (r).

De Chrischonaturm bij Bettingen (Kanton Basel-Stadt)

De Gempenturm

Impressie van de Wandeltocht

De Gotthardbasistunnel en de EU

Sinds 1990 heeft Zwitserland zich ingespannen om te zorgen voor de ontwikkeling van het Europese vervoerssysteem en de integratie van het Europese hogesnelheidsnet door de bouw van de Gotthard-basistunnel.

Samen met de nieuwe goederenlijn van Rotterdam naar de Nederlands-Duitse grens is de Gotthardtunnel een belangrijke constructie op de Europese corridor Rotterdam-Milaan-Genua, ware het niet dat in Duitsland en Italië de toegezegde projecten stagneren en niet van de grond komen.

De opening van de Gotthardtunnel op 1 juni 2016 heeft dus niet alleen een praktische Europese betekenis, maar is ook van symbolische waarde.

Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

De 15 kilometer lange Ceneri-basistunnel in Italië en de toegangswegen tussen Karlsruhe en Bazel ontbreken, evenals het verlengstuk van de zogenaamde Betuwelijn in Nederland, omdat Duitsland de haven van Hamburg in bescherming neemt.

De Gotthardtunnel is ook een belangrijke gebeurtenis voor de Europese Unie. Een klein land in het midden van Europa heeft binnen het budget, zonder verspilling, zonder corruptie, zonder Europees geld en een jaar eerder dan gepland dit project afgerond.

Ondanks overeenkomsten en financiële steun van Zwitserland leveren de EU, Italië en Duitsland echter niet, althans niet zoals was gepland en overeengekomen. Pacta non sunt servanda in de EU.

Jegenstorf, Haile Selassie en Bangerten

De voormalige keizer Haile Selassie (1892-1975) van Ethiopië logeerde in november 1954 vier dagen in kasteel-hotel Jegenstorf (kanton Bern) vanwege zijn staatsbezoek aan Zwitserland. De ontvangst stond in het teken van een ‘Wiedergutmachung’ van Zwitserse kant.

De Zwitserse regering verleende de keizer in 1936 na de verovering van Abessinië (de toenmalige naam van het keizerrijk) door Italië geen asiel en steunde ook de sancties van de Volkenbond ( de voorloper van de Verenigde Naties) niet. Ook toen was de (dogmatische) Zwitserse neutraliteitspolitiek al verouderd en achterhaald.

Keizer Haile Selassie in kasteel Jegenstorf, 26 november 1954. Foto: Björn Lindroos/zvgSalon, Tentoonstelling in kasteel Jegenstorf, 2014

De keizer kreeg een heldenontvangst in Bern voor 100 000 toeschouwers langs de route en op het hoogste protocollaire en politieke niveau. Het is niet bekend of de keizer ook de omgeving van Jegerstorf heeft verkend. In ieder geval zou hij dan zeker genoten hebben van de prachtige rozentuin en de koffie in hotel Kreuz in Grafenried.

Grafenried

De rozentuin van hotel-restaurant Kreuz in Grafenried

Wellicht heeft hij zelfs een wandeling gemaakt naar dorpen in de omgeving, met zicht op de Jura en hotel Weissenstein en de berg Hasenmatt aan de noordelijke (kanton Solothurn), en in het zuiden het Alpenmassief.

Hotel Weissenstein (kanton Solothurn)

Het glooiende landbouwgebied tussen deze twee bergketens, het Mittelland, is de locatie van diverse karakteristieke dorpen. Fraubrunnen en Bangerten zijn maar enkele voorbeelden met monumentale dorpskernen en boerderijen. Het afwisselende bos-, weide- en landbouwgebied typeert deze regio.

Klooster Fraubrunnen 

Bangerten (kanton Bern)

Over de persoonlijke indrukken of ervaringen van de keizer is niet veel bekend. Wel regeerde hij zijn rijk nog twee decennia, tot hij in 1975 werd afgezet en onder dubieuze omstandigheden stierf.

Dit doet niets af aan het feit dat Jegenstorf een tijdelijke residentie van een keizer was en daarmee ook de naaste omgeving een keizerlijk tintje geeft. Een ander feit is dat de keizer nooit lid is geweest van de Schweizer Alpen Club.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Het Zwitserse politieke systeem

Het politieke systeem van Zwitserland wordt nog steeds beschouwd als een bijzonder geval onder de moderne democratieën. De oorsprong hiervan ligt in een veelvoud van talen, soevereine kantons, de sociale structuren en de historische ontwikkeling.

Op 22 oktober jongstleden hebben in Zwitserland verkiezingen voor het nationale parlement plaatsgevonden. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de uitslag van deze verkiezingen. Het functioneren van het stelsel staat centraal, waarbij zoveel mogelijk wordt verwezen naar bijdragen voor specifieke onderwerpen.

Unieke democratie

Deze omstandigheden hebben geleid tot het ontstaan van een uniek politiek systeem dat gekenmerkt wordt door een vergaand federalisme, subsidiariteit en decentralisatie, directe democratie, het militiesysteem, streven naar compromis en participerende burgers en sterk ontwikkelde elementen van horizontale en verticale machtsdeling.

In geen land ter wereld hebben burgers en kantons zo’n grote en directe invloed op het federale politieke besluitvormingsniveau als in Zwitserland.

Zwitserland kent geen presidentieel stelsel, zoals in Amerika of Frankrijk, noch kent het een eenvoudig parlementair stelsel met evenredige vertegenwoordiging zoals Nederland.

Het politieke systeem

Het federale politieke systeem zit in grote lijnen als volgt in elkaar. De volksvertegenwoodiging Nationalrat/Conseil national (of Grosse kammer/Erste Kammer met 200 zetels) wordt samengesteld op basis van de stemmen van Zwitserse burgers van 18 jaar of ouder, op basis van evenredige vertegenwoordiging (Proporzsystem) op basis van de verkiezingsuitslag voor het hele land.

De Raad van Staten (Ständerat/Conseil d’États, 46 zetels), de vertegenwoordiging van de 26  kantons, wordt door dezelfde burgers per kanton gekozen op basis van de absolute meerderheid per kandidaat (Majorzsystem). Samen vormen ze het parlement of de Bundesversammlung/ l’Assemblée fédérale.

Deze kiest de Bundesrat/Conseil fédéral, de executieve (regering), voor een periode van 4 jaar uit een aantal partijen in het parlement, waarbij taal, kanton, politieke voorkeur en tegenwoordig uiteraard geslacht een rol spelen. 

De politieke samenstelling bestaat sinds 1959 uit de vier grootste partijen in een verhouding van 2:2:2:1. Dit wordt ook wel het Konkordanzsystem en de Zauberformel genoemd.

De consensus begint aan de top, de regering treedt naar buiten altijd op als eenheid (ook al zijn er intern afwijkende opvattingen), het collegialiteitsprincipe.

De regering bestaat al sinds 1848 uit 7 ministers (en 7 departementen) en daarnaast een kabinetschef (Bundeskanzler), het hoofd van de Bundeskanzlei, het ondersteunend bestuurlijk apparaat van de Bundesrat. De ministers zijn gelijkwaardig en een Eerste Minister of premier ontbreekt.

Een van de zeven leden van de regering fungeert op basis van een roulerend systeem jaarlijks als federale president of staatshoofd en vertegenwoordigt het land. Hij/zij wordt gekozen door de beide kamers voor maximaal een jaar. 

Het bijzonder aan het systeem is, dat de  regering wordt gekozen op basis van een zo’n groot mogelijke instemming of meerderheid van het parlement en voor 4 jaar wordt benoemd. De regering kan het parlement niet ontbinden of verkiezingen uitschrijven, het parlement kan de regering of de ministers niet de laan uitsturen.

Binnen de regering wordt net zo lang gepraat, gediscussieerd en overlegd tot er overeenstemming is over een standpunt (ook al is er een afwijkende opvatting), dat aan het parlement wordt gepresenteerd. (Inter) departementale experts  en contact met de samenleving en kantons spelen in dit proces een belangrijke rol.

Het parlement

Het parlement heeft het laatste woord (tenzij sprake is van noodsituaties) en dit kan afwijken van het standpunt van de regering. De 26 kantons in de Ständerat (46 zetels) en de 200 leden van de Nationalrat stemmen met de absolute meerderheid. Beide kamers moeten instemmen met een wet of besluit en zijn volstrekt gelijkwaardig.

Directe democratie

Als een van de eerste republikeinse (mannelijke) democratieën in Europa en als eerste moderne federale staat heeft het land in de negentiende eeuw een  de democratische voortrekkersrol gespeeld.  De politieke participatie van vrouwen is echter pas laat gerealiseerd in 1971, maar eerder op niveau van de kantons en gemeenten.

De directe democratie is ook in 1874 respectievelijk 1891 in de Grondwet verankerd. Directe democratie geeft niet altijd de juiste of gewenste resultaten (voor de gevestigde orde), maar het systeem faalt nooit omdat de burger uiteindelijk de politicus is.

Het establishment respecteert de democratie, de rechtsstaat en de besluiten van de burgers, er is relatief weinig corruptie, de economie is innovatief, concurrerend en internationaal en het land is genereus in het opnemen van (echte) vluchtelingen.

Conclusie

Het Zwitserse systeem is niet perfect, maar het land respecteert zijn burgers en de rechtsstaat. Door globalisering en europeanisering is het belang van de natiestaat afgenomen.

Dit leidt ook tot minder mogelijkheden voor burgers en lagere overheden om invloed uit te oefenen, de legitimiteit neemt af en het aandeel ontevreden, politiek ontgoochelde en protestkiezers neemt toe.

Zwitsers zijn misschien niet “le peuple le plus heureux du monde” (Jean-Jacques Rousseau, 1762, of de Verenigde Naties, 2015), maar het systeem en zijn instellingen hebben zich bewezen.

(Bron: A. Vatter, Das politische System der Schweiz, Baden-Baden, 2016).