Twee wereldrijken in Brugg en Windisch

Twee wereldrijken hebben hun stempel gedrukt op de regio Brugg-Windisch (Kanton Aargau). Het Romeinse legionairspark Vindonissa (Windisch) en de stad Brugg in het Habsburgse Rijk waren belangrijke militaire en bestuurlijke plaatsen.

Romeinse Rijk

Het legerkamp voor een Romeins legioen (ongeveer 5 000 manschappen en officieren) is rond 15 n. Chr gebouwd ter bewaking van de grens (Limes) met de Germanen. Veel restanten van gebouwen herinneren aan het eeuwenlange verblijf van de Romeinen. Bovendien zijn diverse complexen geheel of gedeeltelijk als replica’s herbouwd of gerenoveerd.

In het legionairspark zijn onder andere de Contuberna (de verblijven van soldaten) en de villa’s van hogere officieren en de commandant herbouwd. De muren, torens en toegangspoorten (de porta principalus (westpoort), de porta praetoria (zuidpoort) en de porta decumana (noordpoort), het balneum (badhuis), het valetudinarium (lazaret) en het aquaduct zijn onder andere te bezichtigen.

Het oudste amfitheater van Zwitserland (11 000 toeschouwers) ligt buiten het kamp. Bovendien introduceerden de Romeinen de wijnbouw. In vier dorpen  (Oberflachs, Schinznach-Dorf, Remigen und Villigen) vindt tegenwoordig wijnbouw volgens de Romeinse methode plaats.

Het Vindonissamuseum vertelt de Romeinse aanwezigheid aan de hand van tal van archeologische vondsten en uitgebreide documentatie.

Habsburg

De Habsburgers bouwden hun burcht Havichsburg, het latere Habsburg, op een paar kilometer van Brugg. Nadat dit kasteel in de dertiende eeuw zijn strategische betekenis had verloren, nam het belang van Brugg toe. De Habsburgers zijn de eerste bouwheren van deze stad.

Op het terrein van het voormalige legionairskamp, stichtte koningin Elisabeth (1285-1353), de weduwe van de in 1308 vermoorde Koning Albert I (1255-1308), bovendien twee kloosters en bouwde de kloosterkerk Königsfelden ter nagedachtenis aan haar echtgenoot. Albert I is in de Dom van Speyer begraven, maar tot 1528 zijn Habsburgse afstammelingen  begraven en herdacht in de kloosterkerk door de Franciscaner monniken en de nonnen van de orde van Clarissen.

De prachtige gotische glasvensters stammen uit de jaren 1330-1350. Daarnaast was de kerk een gedenkplaats voor de gesneuvelde ridders bij de slag van Sempach in 1386.

De beer van Bern en het wapen van Oostenrijk-Habsburg, 1669. Bestuurders uit Bern lieten zich ook in de kloosterkerk Königsfelden begraven, zo groot was het prestige van Habsburg.

Het klooster is in 1528 opgeheven en het klooster van de Franciscanen is daarna afgebroken. De overige gebouwen zijn tegenwoordig ingericht als (psychiatrisch) hospitaal en archief. De kloosterkerk wordt tot 2025 gerenoveerd en is dan weer toegankelijk voor het publiek.

Brugg

Kasteel Habsburg en de nieuwe wereldmacht

Een van de meest informatieve bronnen over de eerste Habsburgers zijn de Acta Murensia over de stichting van het klooster Muri in 1027. De eerste Habsburgers stamden waarschijnlijk af van een familie uit de Elzas. Het kasteel Habsburg in het huidige dorp Habsburg (kanton Aargau) is rond 1030 gebouwd. (zie ook de laatste Habsburger verlaat Bazel in 1934).

De Acta Murensia noemen de Habsburger Radbot en de bisschop Werner van Straatsburg als bouwers. Rond 1100 was Otto II de eerste Habsburger die zich graaf van Habsburg noemde. Deze titel verwees naar het ambt van de graaf in de Elzas.

De vordere Burg met het Steinhaus en de Ostturm, de Burghof met de Sodbrunnen en de hintere Burg. Bron: P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg. 

Albrecht Kauw (1616-1681), c. 1670. De Habsburg uit vier richtingen. Collectie: Historisches Museum Bern

De Habsburgers profiteerden van het uitsterven van andere dynastieën in de regio (onder andere de graven van Lenzburg en later Kyburg) en verwierven het graafschap in de zuidelijke Zürichgau, in de Frickgau, en rond 1200 ook in Aargau.

Koningszegel Rudolf I. van Habsburg. Staatsarchiv Kanton Bern

Habsburgse Bezittingen rond 1265. Naar P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg.

In 1273 kozen de keurvorsten van het Heilige Roomse Rijk graaf Rudolf IV (1218-1291) tot Duitse koning Rudolf I. Kasteel Habsburg was toen niet meer geschikt als residentie en de Habsburgers verhuisden naar Brugg, Bremgarten of Laufenburg.

Het kasteel is vervolgens door edelen in dienst van Habsburg bewoond  tot de verovering van Aargau door de Zwitserse Confederatie in 1415. In 1469 kwam het kasteel in handen van het klooster Königsfelden in Brugg.

De Eidgenossen staan 1415 voor het kasteel. Diebold Schilling, Spiezer Chronik. Burgerbibliothek Bern, Mss.h.h.I.16, p. 629.

Toen het klooster in 1528 werd opgeheven, viel het kasteel toe aan Bern. In 1804 werd het nieuwe kanton Aargau de eigenaar. Tegenwoordig is het kasteel een nationaal monument.

Een kleine tentoonstelling toont de bouwgeschiedenis van het kasteel en de opkomst van de Habsburgers tot een wereldmacht waar de zon niet onderging.

(Bron en verdere informatie: Via Habsburg; P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg, Bern 1999; Museum Aargau)

De Habsburgse pauw met de wapens van de gebieden van Habsburg, rond 1550. Kunsthistorisches Museum, Wien. 

De vordere Burg

De hintere Burg

De Burghof

De Sodbrunnen ist de diepste middeleeuwse bron in Zwitserland, rond 1100 gebouwd met een diepte van 68,5 meter.

Het landschap

De naamgever

Wereldklasse textiel in Oost-Zwitserland

Oost-Zwitserland (met name de kantons St. Gallen en de twee Appenzeller) was lange tijd een van de belangrijkste en grootste regio’s voor textielproducten en textielhandel ter wereld.

Rond 1910 kwam meer dan de helft van de wereldwijde borduurproductie uit Oost-Zwitserland en borduurwerk was met ongeveer een vijfde van het totaal de grootste exportsector van de Zwitserse economie.

Al in 825 produceerden monniken van het klooster St. Gallen de eerste kleding en andere textiel. De (internationale) handel en productie  kwamen in de vijftiende eeuw na de oprichting van het eerste weversgilde in St. Gallen pas goed op gang.

Het dorp en de regio Herisau (Kanton Appenzell Ausserrhoden) hoorden in de 17e eeuw niet alleen tot de dichtstbevolkte gebieden van Europa, maar waren ook toonaangevend in de linnenproductie.

In Herisau kruisten zich tot aan het begin van de 20e eeuw de handelswegen van St. Gallen naar de Toggenburg en van Gossau naar Appenzell.

Trogen (Kanton Appenzell Ausserrhoden) nam deze rol in de achttiende eeuw over. Een andere belangrijk dorp voor de internationale textielproductie en -handel was Teufen.

De linnenindustrie en de internationale linnenhandel floreerden tot het midden van de 18e eeuw. Katoen verving vanaf 1750 in toenemende mate het linnen. Door de uitvinding van de handborduurmachine in 1828 door Josua Heilmann (1796-1848) verving borduurwerk vervolgens steeds meer de katoenproductie. Isaak Groebli (1822-1917) vond in 1863 vervolgens de Schiffli borduurmachine uit en de textielindustrie bereikte haar hoogtepunt.

De Zwitserse textielindustrie was al in 1830 een serieuze concurrent voor de Britse industrie. De Britse regering stuurde zelfs een delegatie naar Zwitserland om dit ‘economische wonder’ te onderzoeken. De parlementariër John Bowring (1792-1872) schreef het verslag The Report on the Commerce and Manufactures of Switzerland dat in bepaalde opzichten nog steeds actueel is!

De Eerste Wereldoorlog maakte echter een einde aan deze bloeiperiode. De textielhandel en -productie waren echter niet meer weg te denken, ook niet in de moeilijke jaren van het Interbellum (1918-1939) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945).

Ze hebben nog steeds een belangrijke (economische) plaats in Oost-Zwitserland, misschien wel vergelijkbaar met de horloge-industrie in West-Zwitserland.

Herisau

Dorpen met het aanzien van steden en de architectuur, paleizen en (voormalige) textielfabrieken in de stad St. Gallen zijn de stille getuigen van internationaal ondernemerschap, innovatie en betrokkenheid bij de ‘Heimat’.

St. Gallen, Textielmuseum

Talrijke bedrijven zijn wereldwijd nog steeds toonaangevend en innovatieve leveranciers van (hightech) textiel en aanverwante industrieën – van haute couture, kunststoffen en filter- tot geleidertechnologie.

De Rijnvallei wordt niet voor niets de hightech- én textielvallei genoemd, een eeuwenoude economie die tegenwoordig verbonden is met de florerende hightech industrie in deze vallei.

(Bron en verdere informatie: Textielland Oost-Zwitserland ; Textielmuseum St. Gallen; Museum Herisau ; Eeuw van de Zellwegers ; Textieldorp Rehetobel ; Sauer Museum )

Johannes Hadener, Herisau 1789. 

Het dorp Herisau en zijn stadspaleizen en de rozentuin uit 1695 

400 jaar Hugenoten in Bern

Dit jaar is het vier eeuwen geleden dat er voor het eerst diensten in het Frans werden gehouden in de voormalige Dominicanenkerk van Bern, die sindsdien bekend staat als de Franse Kerk (l’église française de Berne).

Het jubileum blikt terug op de grote emigratiegolf van Hugenoten in de zeventiende eeuw en de rol van deze Franstalige protestante minderheid in de stad Bern en Zwitserland. Deze weinig bekende geschiedenis is tevens een actuele uitdaging: talen en culturen met elkaar in contact en verbinding te brengen.

De festiviteiten vinden plaats van zondag 27 augustus tot zondag 1 oktober 2023.

(Bron en verdere informatie: l’église française de Berne)

Zie ook: Stiftung VIA-Auf den Spuren der Hugenotten und Waldenser

De Franse kerk van Bern

De kerk is de oudste bewaard gebleven kerk in Bern. Ze is rond 1300 gebouwd voor het Dominicanenklooster dat in 1269 was gesticht. Sinds 1623 is het de kerk van de Franstalige protestanten.

Tijdens de Reformatie zijn de Dominicanen uit Bern verdreven en werd het klooster een ziekenhuis. Op verzoek van de Franse maréchal Louis de Champagne, Comte de la Suze (1573-1637) is in 1623 de gereformeerde eredienst in het Frans ingevoerd. Bij zijn vertrek uit Bern schonk hij een fonds om de Franse eredienst in stand te houden.

Het schip kreeg een nieuwe westgevel en rondboogramen in 1753. Het koor dateert uit de 13e eeuw. In het schip is de noordkant zonder ramen omdat het klooster hier aan grensde. Het klooster is in 1899 gesloopt. Op het podium tussen schip en koor (het oksaal) zijn schilderingen te zien van rond 1495.

Het laatgotische Laatste Oordeel op de muur van de triomfboogwand ( reconstructietekening van Michael Fischer). In 1528 liet Bern de triomfboogwand in de kerk dichtmetselen en de overige muurschilderingen in het schip overschilderen. In 1904 werd het Laatste Oordeel ontdekt en blootgelegd. Het is in grote lijnen weer te zien op de triomfboogwand in het schip, veel is echter verloren gegaan.

De Franse kerk van Amsterdam

Altenrhein, Alter Rhein en Hundertwasser

Altenrhein is een grensplaats met Oostenrijk in de gemeente Thal in het kanton St. Gallen. Altenrhein ligt aan het meer van Konstanz (Bodensee) aan het einde van een landtong tussen de armen van de oude Rijndelta.

In 983 is het dorp vermeld als Rinisgemünde, in 1402 als zum vornchtigen Rhin. Sinds de 17e eeuw wordt het dorp Altenrhein genoemd.

In 983 schonk de bisschop van Konstanz Altenrhein aan het klooster Petershausen in Konstanz. In de late middeleeuwen ontstond hier een nederzetting van de abdij van St.Gallen. In 1803 (stichting van het kanton St. Gallen) werd Altenrhein onderdeel van de gemeente Thal.

De Alte Rhein (Oude Rijn)

Naast het bewerken van akkers en weilanden leefde de bevolking voornamelijk van de Rijn en het Bodenmeer. Sinds 1900 wordt de loop van de Rijn bij Altenrhein echter alleen nog gevoed door het Rijndal-binnenkanaal. De oevers zijn sinds 1973 beschermd natuurgebied en Altenrhein is tegenwoordig een watersport-, toeristisch en recreatiegebied.

Tussen 1926 en 1927 is het vliegveld aangelegd en is de Dornier vliegtuigfabriek Altenrhein gebouwd, die in 1949 is omgevormd tot de Flug- und Fahrzeugwerke Altenrhein (FFA).

Tegenwoordig staat het dorp bekend om het vliegveld St. Gallen-Altenrhein, de voormalige Flug- und Fahrzeugwerke Altenrhein, het Fliegermuseum en het Hundertwasser architectuurproject (Die Markthalle-Altenrhein) aan het Bodenmeer.

(Bron en verdere informatie: Bodensee Kultur.info)

Het Hundertwasser Architectuurprojekt (Die Markthalle -Altenrhein)

Net als andere meer dan 30 gebouwen in Europa en Japan is het project een voorbeeld van de architectonische concepten van de kunstenaar Friedensreich Hundertwasser (1928-2000).

Cultureel erfgoed (her)ontdekken

Cultureel erfgoed (her)ontdekken is het thema Reparieren und Wiederverwenden (Herstellen en hergebruiken) van de 30e Europese Open Monumentendagen.

Een nieuw online platform presenteert alle evenementen van 9 en 10 september 2023 in Zwitserland. Tegelijkertijd laat het huidige thema zien hoe het mogelijk is om cultureel erfgoed te behouden en tegelijkertijd zorgvuldig gebruik te maken van hulpbronnen.

Die Nationale Informationsstelle zum Kulturerbe (Het Nationaal Informatiecentrum voor Cultureel Erfgoed), NIKE, presenteert de evenementen van de Europese Open Monumentendagen in alle kantons op de website www.kulturerbe-entdecken.ch: Rondleidingen, lezingen, workshops of tentoonstellingen.

Deze digitale agenda vervangt de vorige nationale brochure. Regionale brochures zijn echter nog steeds verkrijgbaar bij de diensten voor monumentenzorg en archeologie van ieder kanton.

(Bron en verdere informatie: Die Nationale Informationsstelle zum Kulturerbe)

Wonnenstein en St. Gallen

Het klooster Wonnenstein heeft een bijzondere culturele en historische betekenis voor de twee Appenzeller kantons, de abdij van St.Gallen en het voormalige bisdom van Konstanz.

Het klooster ligt nabij het dorp Niederteufen (Appenzell Ausserrhoden) en verbindt de twee Appenzeller kantons sinds 1597: de kloostergebouwen behoren echter tot Appenzell Innerrhoden, de bijbehorende landbouwgronden tot Appenzell Ausserrhoden.

Wonnenstein was aanvankelijk een begijnengemeenschap aan het begin van de 13e eeuw. Rond 1379, aan de vooravond van de Appenzeller oorlogen, stichtte abt Kuno von Stoffeln van de abdij St. Gallen het klooster.

In 1524 introduceerde de stad St. Gallen  echter de Reformatie. De Reformatie is daarna nauw verweven met de geschiedenis van het kanton Appenzell in de tweede helft van de 16e eeuw (lid van de Eidgenossenschaft sinds 1513).

Op 8 september 1597 volgde na een stemming de splitsing in het protestante kanton Appenzell Ausserrhoden en het katholieke kanton Appenzell Innerrhoden. Het klooster was in de 17e eeuw economisch, cultureel en financieel op haar hoogtepunt.

In 1938 telde het klooster nog 47 zusters. Na 1964 meldden zich echter geen nieuwe zusters meer aan. In 2010 woonden er nog vijf zusters en tegenwoordig nog één zuster in het klooster. De landbouwgrond wordt sinds 1980 verpacht.

Sinds 2014 is de vereniging Klooster Maria Rosengarten Wonnenstein de civielrechtelijke opvolger van het klooster.

(Bron en verdere informatie: Verein Kloster Maria Rosengarten Wonnenstein)

Teufen en de Textielindustrie

Teufen is voor het eerst genoemd in een document uit 1272 als “Tiuffen” (in de diepte). Het gehucht was een district van de abdij van St. Gallen. In 1377 sloten dorpen van Appenzell (Urnäsch, Teufen en Gais) zich met toestemming van de abt van de abdij aan bij de ”Zwabische stedenbond” (of de stedenbond van het Bodenmeer). Vanaf 1429 was Teufen een Rhode in Appenzell.

Tijdens de Reformatie nam Teufen de nieuwe religie aan, samen met de andere äusseren Rhoden. Na het Landsgemeinde-besluit van 1525 kon iedere gemeente zelf beslissen of ze bij het oude geloof wilde blijven of het nieuwe wilde aannemen. De religieuze verschillen leidden uiteindelijk toch tot de opdeling van het land in 1597. Sindsdien hoort Teufen bij het kanton Appenzell Ausserhoden.

De economische bloei van Teufen was te danken aan het weven van linnen en later katoenbewerking. De gemeente, die in 1597 een arm Rhode was, was in de 19e eeuw een van de rijkste gemeenten in het kanton.

De basis voor de groei en welvaart was de textielindustrie (weven en borduren) die vanaf de 17e eeuw opkwam. Teufen ontwikkelde zich tot een textielfabrikantendorp met veel villa’s en koopmanshuizen.

In de jaren 1890 maakte de textielindustrie echter een ernstige crisis door, waarvan het zich kort herstelde, om uiteindelijk voorgoed in te storten na de Eerste Wereldoorlog. De statige handelshuizen en de vele borduurwerkhuizen langs de straten herinneren echter aan deze tijd.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Teufen; Kulturpfad Teufen)

 

Het arkadische Appenzeller landschap

De arts en geleerde Lauzenz Zellweger (1692-1764) is de ontdekker van de genezende werking van het wandelen op de berg Gäbris bij Trogen (Appenzeller Ausserrhoden) in een tijd toen wandelen niet voor heren (en dames) nog niet als passend werd ervaren.

Laurenz Zellweger studeerde geneeskunde in Leiden bij Herman Boerhaave. Deze universiteit was een bolwerk van wetenschap en trok studenten uit heel Europa aan. Tijdens dit verblijf heeft hij de medische wetenschap gecombineerd met de gezonde effecten van wandelen in de natuur.

Hij richtte in Trogen een gezelschap op dat “elke morgen omwille van de gezondheid naar de Gaberius Höhe klom om daar melk te drinken”.

In de 19e eeuw grijpen ook literaire figuren terug op deze motieven. In de loop der jaren zijn ze uitgegroeid tot een vaststaande canon die het beeld van het landschap, de dorpen en de mensen in Appenzell en Zwitserland is bijgebleven.

Wandelen is een nationale volkssport met meer deelnemers dan skiën. Ook in de 21e eeuw belooft een wandeling in het arcadische landschap van Appenzell een helende werking.

(Bron: www.jahrhundertderzellweger.ch).

 

De Regio Appenzell-St. Gallen

Romeinse festival in Augusta Raurica

In het weekend van 26 en 27 augustus 2023 vindt in Augusta Raurica (Augst, kanton Basel-Landschaft) voor de 26e keer het grootste Romeinse festival van Zwitserland plaats.

Het middelpunt is een grote Romeinse markt op het forum van Augusta Raurica. Bezoekers kunnen er Romeinse producten kopen en meer te weten komen over Romeinse ambachten. In die tijd was de markt de plek waar het stadsleven plaatsvond en de belangrijkste sociale contacten tot stand kwamen.

Bezoekers hebben daarnaast de mogelijkheid zelf actief te worden, bijvoorbeeld klei boetseren, weven, vilten of botten bewerken. Archeologen presenteren bovendien hun werk en methoden en de bouwkraan laat zien hoe (zeer) zware voorwerpen, bijvoorbeeld bij gebouwen, in de Romeinse tijd naar hun plaats werden getild.

De voorstelling Panem et Circensus (Brood en Spelen) in het Romeinse theater, met een replica van een ereloge voor de keizer en zijn familie, toont Romeinse voorstellingen met dans, muziek en gladiatorengevechten. Op zondag wordt deze show, naast een rondleiding over het festivalterrein, simultaan vertaald in gebarentaal voor mensen met een gehoorbeperking.

Keizerin Sabina en haar gevolg zullen ook verslag doen van het leven van vrouwen aan het keizerlijke hof, ongeveer honderd legionairs bouwen een legionairskamp, senatoren komen bijeen in de Curia en legionairs en gladiatoren oefenen in de legionairs- of gladiatorenschool.

Een ander hoogtepunt is de culinaire variatie van de Romeinse keuken. Er zijn vijftien kraampjes op het terrein. Bezoekers kunnen zich ook mengen onder de Romeinen door gepaste kleding en kapsel dragen (beschikbaar op locatie).

(Bron en verdere informatie: www.roemerfest.ch)