Kelten, Romeinen, Alemannen, Habsburgers, Schwyzer, Nikodemiten, Villmergerkrieg en Rigi-Träger

De Kelten bewoonden het gebied van Arth (Kanton Schwyz) eeuwen voor Christus tijden. De naam Arth is ook van Keltische oorsprong. Het woord “Arth” betekende “Acher” of akker. Na de val van het Romeinse Rijk vestigden Alemannen zich in het gebied. Arth is voor het eerst genoemd in een document uit 1036.

Nadat de Lenzburgers in 1172 uitstierven, gingen de landgoederen over naar de Kyburgers. De Arth landgoederen gingen vervolgens over in verschillende handen. Aan het einde van de 12e eeuw vielen de aanspraken in handen van de Habsburgers.

In 1315 sloot het dorp zich aan bij Schwyz. De overwinning bij Morgarten op 15 november 1315 zorgde ervoor dat Schwyz en Arth onafhankelijk werden van de Habsburgers.

In het midden van de 16e eeuw werden de eerste tekenen van de Reformatie voelbaar in Arth, maar Arth (en kanton Schwyz) bleven katholiek. De protestantse Nicodemieten kwamen ’s nachts in het geheim bijeen. De geestelijkheid beschuldigde de Nicodemieten van het schenden van de religieuze vrede en riep de autoriteiten in Schwyz op om in te grijpen.

De gereformeerden werden echter op tijd gewaarschuwd en vluchtten in 1655 naar Zürich. Vier mensen werden geëxecuteerd. De executies leidden uiteindelijk tot de 1e Villmerger oorlog in 1656.

Het klooster is in 1656 gebouwd om het katholieke geloof te beschermen. De barokke parochiekerk van Arth dateert uit 1697.

Arth was een belangrijke marktstad en douanestation. Er was vooral levendig verkeer met de postkoets. De bloei van het toerisme  in de negentiende eeuw gaf aanleiding tot een nieuw beroep: de Rigi-drager (Rigi-Träger).

Tot 50 paarden stonden in de zomer op het dorpsplein. Ze vertrokken met de toeristen, gidsen, bagage en dragers door de vallei naar de berg Rigi.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Arth)

Ricardo Santerini (1954), Adlernest. Skulpturenpfad van de Gemeinde Arth

De Johanniterkapelle in Rheinfelden

25 november jongstleden is de nieuwe editie verschenen van de serie Zwitserse Kunstgidsen (Schweizerische Kunstführer), een uitgave van de Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte (GSK)/Sociéte d’histoire de l’art en Suisse (SHAS).

De weer prachtig geïllustreerde uitgave brengt de Johanniterkapelle van de Johanniterorde in Rheinfelden (kanton Aargau) onder de aandacht. De Johanniterorde is in de elfde eeuw opgericht door ridders ter verpleging van zieke en arme pelgrims naar het Heilige Land.

De Johanniterkommende 

De kruisvaarders veroverden in 1099 Jeruzalem en in 1113 erkende Paus Paschalis II (paus van 1099-1118) deze ridderorde als religieuze en militaire organisatie. De Tempeliers (1118) en de Duitse Ridderorde (1190) stammen ook uit deze periode. De Johanniterorde vestigde zich 1530 op Malta en heet tot heden de Maltezerorde.

De Johanniterorde stichtte rond 1215 het klooster en een ziekenhuis, met toestemming van de stichter van de stad Rheinfelden Hertog Berchtold V. (1160-1218. Johannes de Doper was vanzelfsprekend de patroonheilige.

De Johanniterkapel is in de jaren 1456-1460 gebouwd. Rheinfelden en het Fricktal bleven tot 1798 bezit van Habsburg en dus katholiek. Rheinfelden was vanaf 1803 onderdeel van kanton Aargau. Het kanton besloot het klooster in 1806 op te heffen.

De kapel was lange tijd een opslagplaats voor goederen en pas eind 19e eeuw kwam de grote cultuurhistorische waarde aan het licht, onder andere door de ontdekking van de fresco’s. Na een jarenlange renovatie is de kapel weer open voor het publiek, gelegen aan de oevers van de Rijn en aan de rand van het centrum van de stad.

(Bron: E. Hunziker, I. Haupt, D. Wanger, Chr. Lang, Die Johanniterkapelle in Rheinfelden, Bern GSK, 2023)

De Ustertag, de federale grondwet en democratie

In de late middeleeuwen en de vroeg moderne tijd verwierf de stad Zürich grote delen van het omringende platteland. De plattelandsbevolking van het kanton stond onder politiek en economisch toezicht van de heersers van de stad.

De Helvetische Republiek (1798-1803) riep in 1798 weliswaar vrijheid en gelijkheid uit, wat de juridische gelijkheid van stad en platteland moest garanderen. In 1814 vaardigde de oude oligarchie echter een nieuwe grondwet in die de macht van de oude heersers weer herstelde (de zogenaamde Restauration).

De plattelandsbevolking begon zich echter te ontwikkelen op scholen en in verenigingen. Langzaam kon ook de pers mensen vertrouwd maken met nieuwe ideeën. Zij brachten de kritiek in de openbaarheid. Het waren de jaren van de Regeneration.

Diese liberale Revolution von 1830 war schon im Tessin ausgebrochen. Das Tessin wurde am 23. Juni 1830 nicht nur der erste Schweizer Kanton mit einer liberalen Verfassung, sondern auch in Europa, een maand voor de Franse julirevolutie in juli 1830.

Stefano Francisini (1796-1857), de belangrijkste pleitbezorger van de Grondwet van Tessin van 1830

 

Op 22 november 1830 marcheerden ongeveer 10.000 inwoners van het kanton naar het plaatsje Uster. De gebeurtenis verliep vreedzaam en zonder incidenten. Het volk had gesproken en al op 6 december 1830 werden de nieuwe leden van de Grote Raad (Grosse Rat) gekozen,  twee derde van de leden waren van het platteland. De nieuwe liberale grondwet werd vervolgens al in maart 1831 van kracht.

In de kantons Tessin, Thurgau, Aargau, Luzern, St. Gallen, Freiburg, Vaud, Solothurn, Bern en Schaffhausen werden de oude elites ook vreedzaam vervangen en liberale grondwetten ingevoerd. De revolutie van 1831 in kanton Neuchâtel mislukte echter en slaagde pas in februari 1848. De beweging in Bazel leidde 1833 tot de scheiding in de twee kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft.

Er volgden na 1831 nog 17 jaar van polarisatie en de Sonderbundsoorlog (1847) in de oude Confederatie, maar op 12 september 1848 was er een nieuwe Zwitserse grondwet en een nieuwe democratische en liberale confederatie, een wereldprimeur!

Op 16 november 1848 koos het parlement (de Bundesversammlung) de eerste zeven leden van de regering (Bundesrat): Jonas Furrer (Zürich), Ulrich Ochsenbein (Bern), Henri Druey (Vaud), Jozef Munzinger (Solothurn), Stefano Francini (Tessin), Friedrich Frey-Herosé (Aargau) en Wilhelm Näff (St. Gallen).

De Bundesrat (lid van de zevenkoppige regering) Ignazio Cassis (afkomstig uit Tessin) zei in zijn toespraak tijdens de herdenkingsceremonie van Uster Day op 19 november 2023 in de kerk van Uster:

“…….De Dag van Uster herinnert ons aan de liberale revolutie als beslissende stap in de geschiedenis van ons land. Voordat deze liberale revolutie naar Uster kwam, ontbrandde ze in Tessin! Tessin was het eerste kanton met een grondwet waarin liberale waarden zoals gelijkheid voor de wet, scheiding der machten en democratie waren vastgelegd.

Deze liberale revolutie was een keerpunt op weg naar de oprichting van de federale staat (in 1848). Het was echter nog een lange weg voordat de eerste Zwitserse grondwet van kracht kon worden. De revolutie werd gevolgd door een contrarevolutie en een burgeroorlog (1847)…..” (Bron: www.admin.ch)

Een auteur schrijft in een studie over deze periode:

“Regeneration: Rückgriff auf ältere Widerstandstraditionen. Der politische Umbruch von 1830 und die Einführung von liberalen Verfassungen in elf Kantonen sind die Folge von Volksbewegungen, die an die alteidgenössische Befreiungstradition, an die Widerstandbewegungen im Ancien Régime und an die Bewegungen von 1814/15 anknüpfen.

Ein Mittel der Massamobilisierung sind die den Landsgemeinden nachempfundenen Volkstage oder Volksversammlungen. Als wichtigste Erreignis gilt der Volkstag von Uster vom 22. November 1830”.

(Rolf Graber, Demokratie und Revolten. Die Entstehung der direkten Demokratie in der Schweiz, Zürich 2017).

Landschap, agrarische sector en democratisering in Entlebuch en Emmental

Het landschap in het Unesco Bioreservaat Entlebuch (UNESCO Biosphäre Entlebuch) in kanton Luzern en het Emmental in kanton Bern is tot stand gekomen in een proces van ruim 200 miljoen jaren.

Het Steinmösli

Oceanen en zeeën, het ontstaan van de Alpen, koude en warme periodes, vorming van meren en rivieren en afzetting van gesteenten en sedimenten en daardoor het verdwijnen van deze meren vormden het huidige landschap. Deze gebieden kenmerken zich, aan de rand van de Alpen en met uitzicht op de Jura, door hun glooiende heuvel-en berglandschap en moerasgebieden (Moore).

De Räbloch in het Emmental is een van de resultaten van dit proces. In de laatste IJstijd (28000-10000 v. Chr.) was dit gebied bedekt met de Emmegletsjer. De rivier de Emme ontstond door het afsmelten onder de ijskap en baande zich duizenden jaren een weg door de rotsen. De huidige kloof met een hoogte van 70 meter ontstond daardoor. De Naturbrücke is toen ook ontstaan. De Emme baant zich nog steeds een weg onder deze brug van natuursteen door.

Räbloch, Naturbrücke en Emme

Tegenwoordig gaat het overschrijden van de grens tussen het Entlebuch en het Emmental ongemerkt voorbij. Wie, bijvoorbeeld, bij Marbach of Escholzmatt (Entlebuch) deze grens bij Schaugnau (Emmental) overgaat, heeft daar geen idee van. Dit was vroeger wel anders.

De Gems

Schaugnau

Entlebuch komt in de twaalfde eeuw voor als “Entilibuoch”  of “Entelinbuoch”. Wie toentertijd als eerste een gebied ontboste voor akkerbouw en veeteelt, die verkreeg het land, in dit geval de Heren Von Wolhusen. Rond 1300 verkreeg Habsburg het gebied, maar 1405 verwierf Luzern Entlebuch als pand en later als eigenaar.

Tot 1218 beheersten de Zähringer het Emmental, vanaf 1218 tot 1273 de graven van Kyburg en vanaf 1273 tot 1386 (Slag bij Sempach) bestuurde Habsburg het gebied. Sindsdien hoort het Emmental bij Bern. Verschillende munten, gewichten, grensstenen en religies onderscheidden eeuwenlang het Entlebuch (katholiek) van het Emmental (protestant).

Wat de bewoners van beide regio’s met elkaar verbond was een hoogontwikkelde en gespecialiseerde agrarische sector, (internationale) handelsrelaties en verzet tegen de oligarchische regeringsstructuur van de steden Luzern en Bern.

Escholzmatt, Franz Josef Stadler (1757-1833), dominee, politicus, schoolhervormer, volkenkundige met een groot Europees netwerk 

Escholzmatt, Monument voor Christian Schybi (1595-1653) leider van de boeren in Entlebuch in 1653

Deze ontevredenheid leidde uiteindelijk tot de  boerenoorlog (Bauernkrieg) van 1653 en een verbond van boeren uit het Emmental en Entlebuch (en Solothurn en Bazel). De directe aanleiding voor de opstand was de verslechterde economische situatie. De opstandelingen wilden echter ook democratische en andere bestuursstructuren.

Hoewel de opstand geen succes was op de korte termijn, was het voor de lange termijn een volgende stap naar het denken over nieuwe en democratischere machtsstructuren in Zwitserland. Dit onderscheidde de boerenopstand in Zwitserland van andere boerenopstanden in Europa, die met name praktische verbeteringen op het oog hadden.

Van Marbach of Escholzmatt (Entlebuch) naar Schaugnau, Schallenberg en Röthenbach (Emmental) is het, letterlijk, maar een paar stappen en deze historie komt alleen nog tot uitdrukking in monumenten, historische publicaties en verhalen. Toch is ze van belang voor het ontstaan van de Constitutie van 1848 en de directe democratie in 1874 en 1891.

Röthenbach

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Naters, 1 212 m. 

De Monte Verità bij Ascona

Kanton Tessin is lange tijd (en nog steeds) een toevluchtsoord geweest van politieke vluchtelingen, kunstenaars en de avant-garde. Locarno, Lugano en Ascona waren vanaf 1848 gewilde plaatsen. Huizen, eilanden en zelfs heuvels en bergen kregen een andere bestemming.

Alfredo Pioda (1848-1909), Franz Hartmann (1838-1912) en Gravin Constance Wachtmeister (1838-1910) stichtten 1889 op de Monte Verità bij Ascona een theosofische instelling. Later kreeg het complex onder nieuwe eigenaren een bestemming als kunstcentrum, kuuroord en sanatorium.

Deze regio in het liberale Zwitserland had ook een grote aantrekkingskracht op (Russische) anarchisten en politieke vluchtelingen vanaf en de jaren voorafgaand aan de Russische  Revolutie in 1917 en de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). In deze jaren was Ascona na Zürich (en Dada) zelfs het centrum van Europese emigranten en avant-garde.

Ascona is in deze periode een stad van buitenlandse en Zwitserse kunstenaars, intellectuelen en kosmopolieten. De eerste oprichters van het complex op de Monte Verità emigreerden 1920 bijvoorbeeld naar Brazilië.

De Duitse baron Eduard von der Heydt (1882-1964), een gepassioneerde verzamelaar van kunst, kocht 1926 het complex op de Monte Verità. In het kielzog van de baron kwamen ook architecten van Bauhaus naar Ascona. Het huidige hotel is 1929 dan ook in de stijl van Bauhaus gebouwd. Diverse andere gebouwen stammen uit deze periode, andere toepassingen zijn van recentere datum, zoals de Japanse theetuin en de vleugel bij het hotel (1992).

1933-1945 volgde de volgende emigratiegolf, niet alleen naar Ascona, maar ook vanuit Ascona naar Amerika. In 1945 is in Ascona zelfs de overgave van het Duitse leger in Italië getekend, zoals 20 jaar daarvoor Ascona ook al een rol speelde bij de totstandkoming van het Verdrag van Locarno.

Het kanton Tessin nam in 1964 het complex (met onder andere het hotel-restaurant, casa Marta, casa Anatta, casa dei Russi, de Japanse theetuin, casa Giovanna, casa gioia, villa semiramis, casa Selma en casa Monescia) over en beheert het sindsdien als  museum, cultureel-, congress- en seminarcentrum, hotel en restaurant met een prachtig uitzicht op de Lago Maggiore.

(Bron en verdere informatie: Fondazione Monte Verità)

 

De Japanse theetuin en de casa del tè

Locarno en Ascona, steden van vrede

In 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden in Versailles strenge vredesvoorwaarden opgelegd aan de verslagen staten. Duitsland en zijn bondgenoten werden verantwoordelijk verklaard voor de oorlog. Naast de geleden territoriale verliezen en de demilitarisering van het Rijnland, werd de Weimar Republiek hoge herstelbetalingen opgelegd.

Locarno, Via della Pace

Dit leidde tot spanningen die uitmondden in de Franse en Belgische bezetting van het Rijnland in 1923. Diplomatieke onderhandelingen van 5 tot 16 oktober 1925 in Locarno leidden tot de ondertekening van het Verdrag van Locarno (Kanton Tessin).

Locarno, 1925. De deelnemers aan de Conferentie

Op 7 oktober vond in de Albergo Elvezia in Ascona een informeel maar beslissend gesprek plaats tussen de Duitse Bondskanselier Hans Luther (1879-1932) en de Franse Minister van Buitenlandse Zaken Aristide Briand (1862-1932).

Ascona, Albergo Elvezia

Duitsland aanvaardde de westgrens en ondertekende (arbitrage) verdragen met het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Polen en Tsjechoslowakije. De geest van Locarno en Ascona markeerde een periode van veiligheid in Europa. De verdragen werden echter in 1936 door Duitsland herroepen, toen het land het Rijnland bezette.

Impressies van Ascona

Impressies van Locarno

Locarno, Visconti kasteel, 12e eeuw

Kartause Ittingen, drie meren en Nussbaumen in kanton Thurgau

Het klooster Ittingen is in de 12e eeuw gesticht. Tot 1461 was het een klooster van de Augustijnen. In 1461 verwierf de kartuizerorde het klooster. Het in 1803 gestichte kanton Thurgau ontbond het klooster in 1848. De kloostergebouwen en alle bezittingen werden verkocht aan particulieren.

In 1977 is de Stichting Kartause Ittingen opgericht. Het klooster is tegenwoordig een cultureel centrum, met musea, faciliteiten voor seminars en evenementen en huisvest een hotel.

Regio van Drie Meren

Wat de monniken in de 12e eeuw echter nog niet wisten of konden weten is de aanwezigheid van dorpen uit de prehistorie in hun nabije omgeving. Hoewel Thurgau niet bekend staat om zijn meren, heeft ook (zie ook Drei-Seen Land/Pays des Trois-Lacs) dit kanton een ‘driemerenregio’ in het Seebachtal.

Het Seebachtal en zijn Hüttwilersee, Hasensee en Nussbaumersee is al vanaf het Midden Stenentijdperk (9500-5500 v. Chr.) bewoond door jagers en vissers. De regio is samen met de Bodensee het oudst bewoonde gebied van het kanton.

Het waterniveau van de Hütttwilersee, Hasensee en Nussbaumersee was 3800 v. Chr. veel lager. In deze periode  was het kleine eilandje (Inseli) in de Nussbaumersee bewoond. Door het stijgen van het waterniveau is deze nederzetting overstroomd, maar zijn vele voorwerpen (keramiek, botten, hout en zelfs textiel) in goede staat gevonden en te bezichtigen in het archeologisch museum van Frauenfeld.

 

Het halfinsel (Halbinsel) Horn aan de Nussbaumersee was in de Late Bronstijd (rond 850 v. Chr.) nog bewoond. Door een verdere stijging van het meer stroomde ook dit dorp met ongeveer 100 woningen onder. De houten woningen waren ongeveer 25m2 groot, klein naar huidige maatstaven. Ook op deze archeologische plek zijn vele voorwerpen aangetroffen na de verlaging van het waterniveau in 1943 om meer landbouwgrond te hebben.

Langs het meer is daarna nog een dorp aangetroffen uit de IJzertijd (800-100 v. Chr.). Dit dorp is rond 635 v. Chr. verlaten, maar nog niet archeologisch onderzocht.

Van de ijzertijd naar de middeleeuwen en negentiende eeuw lijkt een hele stap, maar in deze driemerenregio liggen ze naast elkaar. De Romeinse villa bij Hüttwilen-Stutheien (3e eeuw), de kapel St. Leonardus in Nussbaumen (11e eeuw), de ruïne van de burcht Helfenberg (12e eeuw), Slot Steinegg (13e eeuw, in de 19e eeuw verbouwd tot een neorenaissanceslot) en de St. Sebastian kapel in Buch uit de 15e eeuw liggen op loopafstand van elkaar.

Karl Peterli (1897-1975), Romeinse villa bij Hüttwilen-Stutheien, 1928, Collectie: Museum Frauenfeld

Nussbaumen, St. Leonardus kapel

Ruïne van de burcht Helfenberg

Slot Steinegg

St. Sebastiaan kapel in Buch

Het landschap

De mens kan vanaf de prehistorie veel gebouwd hebben, de natuur is nog steeds van een onveranderde schoonheid, langs de oevers van de drie meren, door bossen, dalen en dorpjes.

 

Nussbaumen

Het dorp Nussbaumen verdient bijzondere aandacht. De eerste melding van het dorp dateert uit 857 onder de naam Nuzpouma. Het slot Steinegg is vernoemd naar de familie die eeuwenlang het dorp heeft bestuurd.

Niet alleen is de Säntis een permanente toeschouwer van dit dorp, tevens heeft het dorp een ruim duizend jaar oude kapel, gewijd aan St. Leonard, die in 1524 vanwege de reformatie lange tijd niet werd gebruikt, maar daarna weer is gerenoveerd.

De Confederatie veroverde in 1460 Thurgau op de Habsburgers. Daarna is het gebied tot 1798 als Untertanengebied bestuurd, onder andere ook door de familie Steinegg als voogden. Zurich verwierf het dorp in 1583 en bestuurde het tot 1798 en de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803). Vanaf 1803 (Mediationsakte) hoort het dorp bij kanton Thurgau.

Nussbaumen is in een notendop de historie van het kanton, een klein, maar veelzijdig dorp, met wijn- en akkerbouw en veeteelt en een goed restaurant.

Nussbaumen en de Säntis

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron en verder informatie: Gemeinde Hüttwilen; Thurgau-Bodensee)

De Zuckerbäcker in Mulegns en Riom

Nova Fundaziun Origen presenteerde op 11 november jongstleden de sprookjesachtige filminstallatie Der Traum des Zuckerbäckers (De droom van de Zuckerbäcker) in Chur. Met dit werk toont Nova Fundaziun Origen een muzikale film die volledig met KI is gegenereerd.

Een Zuckerbäcker keert terug naar Graubünden. In de voetsporen van zijn grootvader komt hij aan in een klein dorp, dat door steile rotswanden wordt omgeven. Hij wil een monument oprichten voor Zuckerbäckers en droomt van een grandioos gebouw.

Een hoge witte toren, met organische vormen, virtuoze patronen en slanke pilaren, moet boven de daken van zijn geboortedorp uittorenen en zijn blik in de verte laten dwalen.

De Witte Toren, die wordt gebouwd met behulp van digitale printtechnologie, staat in de startblokken. Het hoogste digitaal geprinte bouwwerk ter wereld zal volgend jaar al in het dorp Mulegns verrijzen.

Het gebouw herinnert aan de moedige emigranten uit Graubünden en vertelt hun verhaal. Wat zou een Zuckerbäcker met heimwee tegenwoordig bouwen: een grote boerderij, een villa of paleis versierd met Randolina’s (zwaluwen), een Grand Hotel of een wit gebouw ontwikkeld door AI en gebouwd door robots?

Dans-en muziektheater in Riom

Het is het jaar van de banketbakkers, de Bündner emigranten die de halve wereld bestreken met hun cafés en patisserieën. De oorsprong van hun meesterschap ligt echter in Venetië, en niet in de koude en onherbergzame Alpen.

Ze creëerden hun kennis en vakkunde in de lagunestad, in Graubünden waren er geen patisserieën. De stad lag aan hun voeten en raakte in een ware suikergekte.

Het muziektheater “Venezia” van Fundaziun Origen toont de wereld van de banketbakkers en vertelt over wonderlijke gebakjes, zoete dromen en stille verlangens.

Het verhaal

Venetië, kort voor Kerstmis, 1524: de taarten stapelen zich op in de Pasticceria Alberti. Hun namen smelten in de mond: Bussolà, Fugassa, Brunelli, Fave: alles belooft zoete feestelijkheid en vreugde voor kerstavond. Op de marmeren toonbank prijken de zoetwaren van de Bünder emigrant. Monteverdi, Caldara, Albinoni en Vivaldi zorgen voor de muzikale omlijsting.

Luigi Alberti heeft voor de Contessa Corsini een fabelachtig sprookjespaleis gemaakt, een suikerkasteel met torentjes en schoorstenen die suikerspinnen blazen in een Venetiaans decor.

De favorieten van de gravin zijn de rustige Biancaneve, de stoffige Cenerentola, de brutale Sigismondo en de gapende Petrocello, allen van suiker. Maar zodra de nacht over de stad valt, komen de personages tot leven.

Op het podium staan dansers en acteurs, een ensemble en een zangeres.

Uitvoeringen

Riom, Clavadeira op 22, 23, 27, 28, 29 en 30 December 2023, en 5 en 6 Januari 2024. 17.00

(Bron en meer informatie: www.origen.ch)

De Oude Rijn en Rheineck in Zwitserland

Zwitserland kent ook zijn Oude Rijn, op zijn Duits der Alte Rhein. Het ontstaan van de Oude Rijn was een gevolg van de Internationale Rijnregulering (Internationale Rheinregulierung of IRR) tussen Zwitserland en de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije in 1892.

De Alte Rhein bij Rheineck

Dit verdrag is nog steeds van kracht en heeft tot doel overstromingen in het gebied van het Rijngebied van St. Gallen (Zwitserland) en Vorarlberg (Oostenrijk) te voorkomen. In St. Margrethen (kanton St. Gallen) zetelt nog steeds het bureau van de IRR.

Overstromingen kwamen regelmatig voor en de bouw van dammen aan weerszijden van de Rijn, dus aan de Oostenrijkse, Liechtensteinse en Zwitserse grens, bleek geen afdoende oplossing. De aanleg van twee zijkanalen, het Werdenbergerkanal en het Rheintaler Binnenkanal, was niet voldoende om overstromingen tegen te gaan.

Deze kanalen vingen weliswaar het water uit tientallen beekjes op, maar eens in de drie jaar kwam het stroomgebied van de Rijn in grote delen vanaf Sargans tot aan de Bodensee deels onder water te staan.

Afbeelding: Tschubby/Wikipedia

In 1906 was de eerste kanalisatie van de Rijn afgerond. Bij St. Margrethen (kanton St. Gallen) werd de Rijn ongeveer 8 kilometer naar rechts afgebogen. Dit had tot gevolg dat de plaats Höchst (Vorarlberg) links van de Rijnoever kwam te liggen.

De tegenovergestelde situatie doet zich voor bij Diepoldsau (kanton St. Gallen) dat door een latere kanalisatie aan de rechteroever van de Oude Rijn ligt. Samen met het grootste deel van kanton Schaffhausen, een klein deel van kanton Zurich en de gemeenten Riehen en Bettingen en Kleinbasel in de stad Bazel in kanton Basel-Stadt is dit het enige Zwitserse gebied op de rechterrijnoever.

De Alte Rhein dankt zijn bestaan ook aan deze ingreep en hij bleef de grens tussen Oostenrijk en Zwitserland. De Alte Rhein mondt nog steeds in het meer van Konstanz uit, al heeft hij veel van zijn grandeur verloren.

Onbekende kunstenaar. Gaissau (Vorarlberg) vanaf  Rheineck met vervoer stroomopwaarts met een paard, langs een trekkerspad, omstreeks 1750. Afbeelding: Gemeente Rheineck

Onbekende kunstenaar. Rheineck omstreeks 1700, links houtvlotten, in het midden vissers, rechts een zeilschip vanaf het meer van Konstanz. Afbeelding: Gemeente Rheineck

Toch biedt de oever nog de aanblik van een Gouden Eeuw. Het stadje Rheineck was eeuwenlang de overslagplaats van goederen voor vervoer stroomafwaarts via het meer van Konstanz naar Schaffhausen. Stroomopwaarts ging het van Rheineck tot Feldkirch en Hohenems. De Alte Rhein is nog steeds bevaarbaar tot Rheineck.

De Rijn was vanaf 1291 een zogenaamde Freie Reichsstrasse, vrij toegankelijk voor scheepvaart (afgezien van tolheffingen). Vanaf Chur voeren jaarlijks 400 tot soms 1 200 houtvlotten stroomafwaarts naar Rheineck, onder andere met wijn, textiel, huiden en rijst. Per jaar kwamen zo 20 000 boomstammen in Rheineck die daar werden verkocht.

De plaats had al vanaf 1276 stadsrechten en was tot de kanalisatie van de Rijn zelfs de hoogst gelegen Rijnhaven met een haven voor de opslag en overslag van goederen, een Schifflände. De burcht dateert uit de 12e eeuw om de handelsroute Duitsland-Italië te controleren. Koning Rudolf van Habsburg verleende de stad vervolgens in 1276 de status van vrije Rijksstad (Reichsunmittelbarkeit).

De ruïne van de burcht, de kerk, diverse monumentale koopmanshuizen en schilderijen verbeelden deze welvaart. Het zout uit Salzburg en de noord-zuid route waren de basis van de handel en welvaart. Maar ook Rheineck bleef niet gevrijwaard van de gesel van oorlog. Leopold van Habsburg veroverde het stadje in 1395  op de Graven van Werdenberg, die het sinds 1309 in pand hadden.

Met name Appenzell was een geduchte tegenstander. In 1445 plunderde het de stad en bezetten zelfs het Rijndal (Rheintal). In 1490 verdreven de Eidgenossen (Appenzell was toen nog geen lid) de Appenzeller. In 1528 ging Rheineck over tot het Protestante geloof. Vanaf 1803 hoort de stad bij het kanton St. Gallen.

Bij opgravingen gevonden kanonskogels in de muur van de voormalige burcht Rheineck

Indien de prognoses van klimatologen juist zijn, zal de Rijn over ongeveer 100 jaar ongeveer het watervolume hebben van de huidige Alte Rhein. Misschien een schrale troost voor deze eens zo machtige zijtak van de huidige Rijn, die sinds 1906 in Oostenrijk in de Bodensee uitmondt en vanaf St. Margrethen geen grensrivier meer is.

Tot aan de Untersee, voorbij Stein am Rhein, daar wordt de Rijn weer een grensrivier om vervolgens door kanton Schaffhausen en een klein stukje kanton Zürich door Zwitsers gebied (afgezien van het dorp Büsingen) te stromen om dan in de kantons Thurgau en Aargau tot kanton Basel-Stadt de functie van grensrivier weer op te pakken.

De St. Jakobskerk uit 1512 (gotiek) in 1722 in barokke stijl gerenoveerd.

Rheineck, de Löwenhof (1746), het grootste landhuis in kanton St. Gallen

(Bron: Bureau Internationale Rheinregulierung en gemeente Rheineck).

Slot Wartenfels en de bisschop die niet kwam

De regio van de kantons Basel-Landschaft, Solothurn en Aargau heeft de grootste dichtheid van (middeleeuwse) kastelen en kasteelruïnes in Europa.

Deze regio was lange tijd de zetel van, onder andere, de dynastieën Habsburg, Thengen, Wartenfels, Frohburg, Thierstein, Falkenstein, Kyburg of Neuburg en hun vele kastelen.

Slot Wartenfels bij het dorp Lostorf (kanton Solothurn) is ook vele eeuwen geleden ontstaan. De eerste fundamenten stammen uit de dertiende eeuw. De ruime 800-jaar oude bouwgeschiedenis heeft vanzelfsprekend een veelzijdig en complex interieur opgeleverd.

Het kasteel heeft vele eigenaren gekend. Maar pas in de periode 1500-1800 kreeg het slot zijn huidige gestalte. Drie families domineerden deze periode, Von Bubenhofen uit Bern en Greder en Grimm uit Solothurn. Ze herbouwden het slot tot wat het grotendeels nog steeds is. De barokke Franse tuin stamt ook uit deze tijd.

De laatste twee eigenaren hebben het slot in de twintigste eeuw gemoderniseerd en met veel respect gerenoveerd. De Basler ondernemer George Meidinger (1867-1933) verwierf het slot in 1918. Hij en zijn opvolgers de hoogleraar Romeinse recht en theologie Johannes Georg Fuchs (1925-1990) en diens vrouw Ursula Katharina-Friedrich (1923-1998), die tot haar overlijden op het slot woonde, hebben Wartenfels in de huidige goede staat achtergelaten.

Kroonluchter en wapen van de familie Grimm-Gibelin, 1750

Decoratie uit de 17e eeuw

Vanaf 1999 is het  slot weer toegankelijk voor het publiek. Het wordt beheerd door de stichting Schloss Warenfels met steun van de vereniging (Verein) Freunde Schloss Wartenfels.

Het wijngoed van Slot Wartenfels  (Cabernet Jura, Regent, Pinot Noir voor de rode wijn, Johanniter en Seyval Blanc voor de witte wijn)

De Kastenallee

Niet alleen de rijke historie, de ligging op de helling van de Dottenberg in de Jura, de tuin en de wijnbouw, maar ook het interieur is even kleurrijk als de wijnranken in de herfst. Het meubilair en de inrichting geven deels de situatie van de 18e eeuw weer.

De kapel ontbreekt in het katholieke Solothurn uiteraard niet. Het altaar toont de retabel  van een zwarte Madonna, een kopie van de zwarte moeder Gods uit de 12e eeuw in de kloosterkerk van Montserrat in Barcelona.

Waarschijnlijk is de inspiratie gekomen bij een oponthoud in Barcelona van een de Greders, die in krijgsdienst waren van de Franse koning. Solothurn was vanaf 1530 tot 1792 de residentie van de ambassade van Frankrijk bij de Confederatie en de Greders waren in krijgsdienst van de Franse koning.

De bisschopskamer en de kapel

De families Greder en Grimm hoorden bij het patriciaat van Solothurn en waren vooraanstaande politici, militairen en ambtsdragers. De laatste twee eigenaren waren gegoede burgers uit Bazel. Ze konden echter niet alles regelen. Hoewel ze bij de kapel een kamer voor de bisschop van Bazel hadden ingericht, heeft deze voor zover bekend nooit in Wartenfels overnacht.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron en verdere informatie: Stiftung Schloss Wartenfels; K. Zaugg, Schloss Wartenfels bei Lostorf, Gesellschaft für schweizerische Kunstgeschichte GSK, Bern 2014).

Wandtapijt (17e eeuw), familiewapen van Greder, met de twee zwanen, twee zwanenpoten en de fleur de lys van de Franse koning

Wandtapijt in de hal van het slot met het ‘Traumschloss’ van Paul Guggelmann (1929-2022). Deze kunstenaar heeft diverse werken over en voor het slot vervaardigd. Hij heeft de  Prix Pro Wartenfels geïniteerd. 

Kunstvoorwerpen van Paul Guggelmann aan de oprijlaan.

 

Lostorf en Bad Lostorf