Een Romeins mausoleum en een romaanse kerk met gotische fresco’s in Biel

In Biel (kanton Bern) bevindt zich een van de oudste monumenten van de regio. De historie van de kerk St. Stephan in de wijk Mett gaat terug tot de 4e eeuw n. Chr. Een Romeins mausoleum diende als laatste rustplaats voor leden van de (militaire) elite.

Een grote glasbeker met een afbeelding van Dionysius en een speld (fibula) van een Romeinse legeraanvoerder wijzen op een hooggeplaatst persoon.

Bron: Informatiebord van de Gemeente Biel en de archeologische dienst van kanton Bern bij de kerk.

Na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw, diende deze plek tot begin van de 8e eeuw nog steeds als begraafplaats. Het laatantieke mausoleum is waarschijnlijk door de familie van de toekomstige stichter van de kerk gebruikt als begraafplaats. Rond 700 is er een kerk over de graven heen gebouwd. Deze kerk is in eerste instantie ook gebruikt als laatste rustplaats voor de familie en andere leden van de elite.

Bij de renovatie van de kerk in 1976 zijn ongeveer 140 graven ontdekt en onderzocht. De meeste skeletten zijn afkomstig uit dezelfde familie, een familiegraf derhalve. Dit komt overeen met de vroegere functie als mausoleum.

In de 12e eeuw is de kerk in de Romaanse stijl verbouwd. De eerste vermelding stamt uit het jaar 1228. Na een brand is ze in de 14e eeuw in de gotische stijl herbouwd. De laatste vernieuwingen vonden in 1872, 1923 en 1975 plaats.

Het interieur heeft nog Romaanse kernmerken, onder andere enkele vensters, en gotische fresco’s uit de 14e eeuw.

Een andere bijzonderheid van deze plek is het woonhuis (het Gertrud-Haus) van Gertrud Kunz (1890-1972). Het huis staat rechts van de kerk.

(Bron en verdere informatie: Archäologischer Dienst des Kantons Bern; P. Eggenberger e.a., Vom Spätantiken Mausoleum zur Pfarrkirche, Bern 2016)

Het Museum voor horlogerie in La Chaux-de-Fonds waar de tijd nooit stilstaat

Iedereen is in de moderne maatschappij bekend met de begrippen seconde, minuut, uur, dag, week, maand, (schrikkel) jaar, decennium, eeuw, millennium, dag, nacht en jaargetijden.

Wie weet echter dat een jaar niet precies 365 of 366 (schrikkeljaar) heeft, maar ‘slechts’ 365, 2425 dagen ( de exacte duur van een rondje van de aarde om de zon)?

Wie heeft er weet of een voorstelling van een femtoseconde (één triljoenste van een seconde), een picoseconde (één biljoenste van een seconde), een nanoseconde (één miljardste van een seconde of een microseconde (één miljoenste van een seconde)?

Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, apparatuur voor de femtoseconde

Deze tijdseenheden zijn in het dagelijkse leven wellicht niet zo relevant, maar voor het bedrijfsleven, informatica, telecommunicatie, vliegverkeer, astronomie, ruimtevaart, satellieten, computers, kunstmatige intelligente, klimaatonderzoek en andere (wetenschappelijke) toepassingen zijn ze van fundamenteel belang.

Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, het internationale museum voor de horlogerie in La-Chaux-de Fonds (kanton Neuchâtel), gaat onder andere in op deze moderne tijdmeting, haar toepassingen en historie.

Zwitserland is al eeuwenlang wereldleider op het gebied van innovatie, productie, marketing  en globale export van uurwerken en andere apparaten van tijdmeting.

Veel dorpen en steden in vooral de kantons Genève, Vaud, Bern, Jura, Neuchâtel en Schaffhausen produceren of produceerden wereldberoemde of minder bekende merken en doen baanbrekend onderzoek op het gebied van tijdmeting en astronomie.

Le Locle, Tissot

De metingen van het observatorium van Neuchâtel (1858-2007) worden nog steeds beschouwd als de beste ter wereld. Dit instituut heeft baanrekend onderzoek gedaan op het gebied van precisie en de atomaire tijdmeting.

Het observatorium van Neuchâtel

De internationale afspraken (le Temps atomique international, TAI) in 1967 van de atomaire seconde als tijdseenheid zijn een resultaat van onderzoek in dit observatorium. In 2007 zijn de activiteiten van het observatorium ondergebracht in de Universiteit van Neuchâtel en het CSEM (Centre Suisse d’Electronique et de Microtechnique).

Neuchâtel, het CSEM

Het is geen toeval dat ’s werelds meest geavanceerde museum voor tijdmeting met de grootste collectie van apparaten en haar duizenden jaren oude historie in La-Chaux-de Fonds is gevestigd. Dit museum staat immers in de ‘Métropole horlogère’ , samen met Le Locle ’s werelds tikkende hart van uurwerken en Unesco Wereld Erfgoed.

Ingang van het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

La Chaux-de-Fonds en Le Locle (kanton Neuchâtel) zijn al eeuwen vrijwel geheel gewijd aan onderzoek en productie van apparaten van tijdmeting. Zelfs de stadsplanning, woningbouw, onderwijs, fabrieken, werkgelegenheid en welvaart zijn er op afgestemd.

Le Musée d’horlogerie du Locle en het museum in de stadhuis in Le Locle bieden eveneens een overzicht van deze historie, zij het vooral vanuit het lokale perspectief en fraaie collecties van fabrikanten.

Le Musée d’horlogerie du Locle

Vanwege het jubileumjaar van het opzienbarende gebouw (1974) van het museum in La Chaux-de-Fonds gaat de aandacht in deze bijdrage uit naar zijn collectie.

Het museum in Le Locle komt in een aparte bijdrage aan de orde, evenals enkele andere toonaangevende musea op dit gebied (onder andere Longines in St. Imier, Omega en Swatch in Biel, Audemars Piquet in Le Brassus, Patek Philippe in Genève, Beyer in Zürich en IWC in Schaffhausen en het wetenschappelijke instituut CSEM in Neuchâtel).

Het museum voor de horlogerie in La Chaux-de-Fonds is opgericht in 1902 en was aanvankelijk ondergebracht in de École de l’horlogerie. Sinds 1974 is het gehuisvest in een complex van beton, grotendeels onder de grond in het zogenaamde Parc des Musées (museumpark). De andere musea in het park zijn het historische museum en het kunstmuseum van La Chaux-de-Fonds.

Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, telescoop van het observatorium van Neuchâtel 

Wie het museum bezoekt moet wel de tijd nemen. De collectie is omvangrijk, zowel thematisch, als chronologisch ingericht met interactieve, schriftelijke en audiovisuele begeleiding in het Frans, Duits en Engels. Net zoals een blik door een telescoop in een observatorium niet verveelt, zo fascineert ook de historie, apparatuur en ontwikkelingen van de tijdmeting.

De collectie was aanvankelijk gebaseerd op donaties van industriëlen in de regio en docenten van de École de l’horlogerie. De Société des fabricants d’horlogerie was lange tijd de belangrijkste donateur. Gaandeweg namen (internationale) donaties,  legaten en aankopen van anderen een steeds grotere plaats in.

De wereldwijde faam, het deskundige onderhoud en de expertise op het gebied van reparaties en de (financiële) ondersteuning van diverse organisaties (onder andere de Fondation Maurice Favre en de Association des AmisMIH) zijn de motivatie voor jaarlijks diverse belangrijke en minder belangrijke legaten en donaties. Een huidige expositie is gewijd aan de legaten van de unieke collecties van Eduard Streit (1939-2023) en Michel Huber (1950-2023).

Collectie antieke zonnewijzers. Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

De oude Egyptenaren konden weliswaar nog geen uren of secondes weergeven, maar ze hadden wel begrip van de relatie zon-aarde, kalenders, dagen, maanden, jaren en hun tijdmeting. Wetenschappers in Babylon, het Perzische Rijk en andere gebieden in het Midden Oosten en Verre Oosten, onder andere in China, hielden zich ook al bezig met de tijdmeting. Het museum begint dan ook met deze historie.

De Gnomon, een van de oudste instrumenten van tijdmeting. Sculptuur uit 2014 ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Kopie van de Clepsydra van Karnak (Egypte), rond 1400 v. Chr. Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

De Clepsydra uit Egypte en de Gnomon (de Grieken gaven de naam aan deze Egyptische uitvinding) zijn de oudste voorbeelden van tijdmeting. In de veertiende eeuw zijn de eerste astronomische klokken ontwikkeld. Astronomie was tot de opkomst van de mechanische klok in en aan het einde van de middeleeuwen de belangrijkste wetenschap voor de tijdmeting.

Collectie (antieke) zandlopers. Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

De Grieken en Romeinen ontwikkelden het stelsel verder en de (Romeinse) Juliaanse kalender was zelfs tot 1582 de formele tijdmeting in dagen, maanden, weken en jaren.

Het nauwkeurig weergeven van uren en secondes was echter nog niet mogelijk. Zonsopgang- en ondergang en de jaargetijden bepaalden tot de hoge middeleeuwen grotendeels het dagelijkse levensritme. Zonnemeters, watermeters, zandmeters, kaarsen, boomringen en andere hulpmiddelen bepaalden de tijdseenheden.

De invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582, bijna 1 500 jaar later (!) was gebaseerd op nieuwe tijdmetingen en inzichten.

De mechanische tijdmeting kwam eind veertiende en de eeuwen daarna tot ontwikkeling. Tot dan speelden handmatig bediende kerkklokken in de Christelijke wereld een belangrijke rol in het dagelijkse leven en in de kloosters.

Het is geen toeval dat de eerste mechanische klok op een kerktoren is geïnstalleerd (Kathedraal van Salisbury, 1386). De Zytglogge in, onder andere Solothurn of Bern, zijn voorbeelden op seculiere gebouwen in Zwitserland. De astronomische klok in Praag is ook wereldberoemd.

Het planetarium van Giovanni Dondi (1330-1388). Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Er kwamen eerst staande klokken (pendules) en daarna zakhorloges. Deze werden  steeds nauwkeuriger, functioneler, fraaier en zelfs ware kunstwerken. Het museum geeft een chronologisch overzicht van de belangrijkste uitvinders, toepassingen en ontwikkelingen.

Een mechanisme van een middeleeuwse kerkklok, verticaal mechanisme met zwaartekracht (gewichten).  Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Er was niet sprake van één uitvinder, maar eerder van een reeks opeenvolgende innovatieve toepassingen en ontdekkingen in, onder andere, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Engeland en Zwitserland.

Hoewel er te veel uitvinders en onderzoekers zijn, om ze individueel op te noemen, wordt een uitzondering gemaakt voor ‘onze’ raadspensionaris Christiaan Huygens (1629-1695).

Hij neemt te midden van diverse andere uitvinders een aparte plaats in, wat in Nederland nauwelijks bekend is. Zijn uitvinding was echter even klein als belangrijk voor de ontwikkeling van de tijdmeting: de slingerklok in de pendule en de balansveer in de ‘Unrueh’, het centrale besturingsmechanisme van een uurwerk.

Het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds en de Stichting Haegschse Tijd organiseren in 2025 een tentoonstelling ter gelegenheid van de uitvinding van de balansveer in 1675.

Het systeem van Christiaan Huygens voor de pendule en de balansveer voor het zakhorloge in woord en beeld. Op de voorgrond een penduleklok uit 1690, vervaardigd door Pieter Visbagh (1634-1722). Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Het mechanisme van een moderne kerkklok, horizontaal mechanisme zonder zwaartekracht. Maquette du Grand Temple. Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Vanwege sportwedstrijden (aanvankelijk paardenraces in de 19e eeuw), globalisering, handel, technische ontwikkelingen en industrialisatie namen de behoefte aan nauwkeurige tijdsmetingen, apparatuur en toepassingen steeds verder toe in de 20e en 21e eeuw. Het museum brengt dit in woord en beeld met een representatieve collectie van uurwerken en uitgebreide (interactieve) documentatie.

Het bijzondere aan het museum is niet alleen zijn collectie en indeling. Het gebouw ligt onder de grond en is van beton, op zich een kil materiaal. De bezoeker voelt zich echter omringd in een warm bad van tijdmeting, historie, kunst, informatie en apparatuur.

Diverse andere monumentale gebouwen van beton zijn het museum in Zwitserland voorgegaan, onder andere de kerk in Hérémence (l’église Saint-Nicolas, kanton Valais) en de Antoniuskiche in Bazel. Voor een museale omgeving is het echter een nieuw concept.

De architecten Pierre Zoelly (1923-2003) en Georges-Jacques Haefeli (1934-2010) baseerden zich niet alleen op de architectuur van Le Corbusier (1887-1965), geboren en opgeleid in  La Chaux-de-Fonds, maar hielden ook rekening met de omgeving (le Parc des Musées) en de collectie en functionaliteit van het museum.

Een huidige tentoonstelling in het museum is gewijd aan de totstandkoming van dit complex. (Voor verdere informatie: N. Maillard, Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds, Société d’histoire de l’art en Suisse, 2024, ook beschikbaar in het Duits en Engels).

Bovendien is het ook een kunstmuseum: creativiteit, technisch vernuft en de kunststijlen vanaf de 16e eeuw komen er tot uitdrukking, bijvoorbeeld, fraai gedecoreerde 16e eeuwse astronomische kunstwerken, 17e eeuwse dameshorloges en zakhorloges voor mannen, schilderijen, meubels en interieurs, 18e eeuwse pendules, de eerste polsbandhorloges, chronometers, stopwatches en quartz, elektronische en atomaire toepassingen in de twintigste en eenentwintigste eeuw.

Onbekende Hollandse meester, rond 1750, gentilhomme met zakhorloge. Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

En daarnaast is het een historisch museum. De historie van tijdmeting houdt immers gelijke tred met maatschappelijke, internationale, logistieke, industriële, religieuze en technische ontwikkelingen, oude en nieuwe naties en hun machthebbers.

Werkplaats van een horlogefabrikant, begin 20e eeuw. Collectie: Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Veel Zwitserse en internationale persoonlijkheden komen in deze context aan de orde. Diverse unieke horloges, (astronomische) klokken en apparatuur van tijdmeting krijgen speciale aandacht, bijvoorbeeld La Merveilleuse (1878) van Ami Lecoutre (1843-1921),  de uitvinding van de Tourbillon (1801) van Abraham-Louis Breguet, de Planétaire (1816) van François Ducommun en eigentijds chronometers, quartz-, mechanische- en elektronische horloges en andere uurwerken in alle soorten, maten en functionaliteit.

François Ducommun, Planétaire, 1816. Collectie:Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Diverse modellen, honderden objecten en documentatie geven inzicht in het functioneren van een uurwerk, van een klein horloge tot een grote kerkklok. Er zijn replica’s van ateliers voor de productie en het ambacht. Praktische toepassingen komen aan de orde in onder andere de scheepvaart, wetenschappelijk onderzoek, het dagelijkse leven, bedrijfsleven, mode of interieurs.

De werkplaats voor restauraties in het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

Het museum biedt ook onderdak voor onderzoek, onderhoud en reparaties. Een werkplaats geeft bezoekers een blik in de modernste technieken. Het archief en de bibliotheek zijn op aanvraag toegankelijk.

Collage met als thema ’tijd’ (“La vitesse est relative, mais le temps est absolu” (De snelheid is relatief, maar de tijd is absoluut), treinstation van La Chaux-de-Fonds

Tijd heeft ook een filosofisch aspect, zoals het getal ‘nul’ dat ook heeft. Wat is tijd eigenlijk? Het Universum is ongeveer 14 miljard jaar oud, de aarde ongeveer 4 miljard jaar.

Het symbolische, functionele en artistieke Carillon uit 1980 (kunstenaar: Onelio Vignando, 1914-2021) naast en boven het museum in het Museumpark

Alleen de mens maakt zich, voor zover bekend, al duizenden jaren zorgen  om ‘de tijd’ en wil ‘de tijd’ ordenen. Hoeveel femtoseconden het universum en de aarde al bestaan is echter niet te bevatten voor de mens, evenmin als de afstand aarde-Neptunes.

Hans Erni (1909-2015) maakte voor de wereldtentoonstelling in Brussel (1958) drie  fresco’s: La conquête du temps (De verovering van de tijd), Histoire de la Mesure du temps (geschiedenis van de tijdmeting) en Technique de la Mesure du temps (techniek van de tijdmeting). De foto is een detail uit Technique de la Mesure du temps: de moderne mens en de strijd met de tijd, gesymboliseerd door een oude man met zandloper en zeis (vergankelijkheid). De drie fresco’s zijn ondergebracht in het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds 

Het museum brengt op een overzichtelijke en fascinerende wijze de tijdmeting van de afgelopen 5 000 jaar onder de aandacht.

(Bron en verdere informatie: C. Cardinal, J.-M. Piguet, Catalogue du Musée international d’horlogerie, La Chaux-de-Fonds,1999; M. Leonhardt, L’heure, et plus encore Montres à complications de la collection du Musée international d’horlogerie, Neuchâtel, 2018; Le Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds)

Impressies van het Musée international d’horlogerie de La Chaux-de-Fonds

De cultuurstad Winterthur toont zich weer in haar volle glorie

Het is geen overdrijving om te zeggen dat Zwitserland een land van musea, kunst en cultuur is. Hoewel de Eidgenossenschaft van kantons geen “Gouden Eeuw” van kunst heeft gekend, liggen haar kwaliteiten op andere gebieden.

Niet alleen de kunstwerken in levensmiddelen (onder andere Maggi, Knorr, Muesli, chocolade, kaas), architectuur, graffiti, textiel, horlogerie, schoenen, keramiek of haarkammen zijn wereldberoemd, maar ook de musea, kunstverzamelaars en kunsthistorische wetenschappers.

Het is geen toeval dat het eerste museum, ook al was de naam toen nog niet bekend, in 1671 in Bazel is gesticht. De combinatie van kosmopolitische kooplieden, fabrikanten en wetenschappers en een wijdverbreid mecenaat vormt de kern van het huidige museum- en kunstaanbod. Dit is ook het geval in Winterthur (kanton Zürich).

Vincent van Gogh,  Le Café de nuit à Arles, 1888. Collectie: Kunst Museum Winterthur, Hahnloser/Jaeggli Stiftung

Op 23 maart jongstleden vierde het Kunst Museum Winterthur de langverwachte terugkeer van de collectie van Hedy Bühler (1873-1952) en Arthur Hahnloser (1870-1936) naar de Villa Flora.

Het verzamelaarsechtpaar uit Winterthur  kocht vanaf 1907 rechtstreeks in de ateliers van kunstenaars, aanvankelijk werken van Giovanni Giacometti, daarna van Ferdinand Hodler en vanaf 1908 van kunstenaars en kunsthandelaren in Parijs en Amsterdam. Ze kochten de Van Goghs op veilingen in Amsterdam.

De kunstenaars van de Parijse avant-garde reisden ook regelmatig naar Winterthur en bezochten de Villa Flora, het huis van het echtpaar.

De Hahnloser/Jaeggli Stichting (Stiftung) is in 1980 opgericht en omvat ongeveer 400 werken. Na tien jaar renovatie van Villa Flora zijn de meesterwerken weer ’thuis’ in de villa.

De tentoonstelling Bienvenue! presenteert de opkomst van het Franse Modernisme met werken uit de Hahnloser Collectie en enkele bruiklenen: van impressionisme en post-impressionisme tot vertegenwoordigers van de Nabi-groep kunstenaars en de zogenaamde Fauves.

Edouard Manet, Amazone, 1882. Collectie: Kunst Museum Winterthur, Hahnloser/Jaeggli Stiftung

Naast Vincent van Gogh en Paul Cézanne worden werken gepresenteerd van Henri de Toulouse-Lautrec, Claude Monet, Camille Pissarro, Édouard Manet en Auguste Renoir en groepen werken van hun Parijse kunstenaarsvrienden rond Pierre Bonnard, Félix Vallotton, Odilon Redon en Henri Matisse. Met werken van Auguste Rodin en Aristide Maillol is ook de beeldhouwkunst met een aanzienlijke selectie vertegenwoordigd.

De avant-garde van de Fin du Siècle ( de periode rond 1900) passeert aan de hand van deze collectie de revue.

De Kunststadt Winterthur (naast het Kunst Museum Winterthur, met name de Oskar Reinhart collectie “am Römerholz“) straalt weer in volle glorie!

Blik op een zaal van de tentoonstelling ‘Bienvenue!’. Collectie: Kunst Museum Winterthur, Hahnloser/Jaeggli Stiftung

Sissach en zijn (verdwenen) dynastieën en kastelen

Sissach (kanton Basel-Landschaft)  aan de Diegterbach is een dorp met een Keltisch en Romeins verleden. De oudste kerk in Sissach is rond 620 gebouwd, in de periode van de Merovingische overheersing. Deze christelijke Franken waren de opvolgers van de pagane Alemannen.

De Diegterbach

Behalve de kerk zijn er ook graven uit deze tijd gevonden. Na de Merovingers kwamen achtereenvolgens de Karolingers, het Tweede Bourgondische Koninkrijk (888-1032) en het Heilige Roomse Rijk en regionale en lokale heersers.

De huidige hervormde kerk 

Het dorp komt onder de naam Sissaho in 1226 documenten voor. Vanwege de ligging op de verkeerswegen naar de passen van de Schaffmatt en de Unterer Hauenstein was het een belangrijk regionaal centrum.

Om deze reden hadden de dynastieën  van de Eptinger, Homberger, Frohburger, Thiersteiner en Habsburger, alsmede het klooster Schöntal eeuwenlang grondbezit en kastelen in dit gebied, onder andere de (verdwenen) burchten  Burgenrain, Sissacher Fluh en Bischofstein.

Bischofstein is rond 1250 gebouwd door de Eptinger.  De aardbeving van 1356 verwoestte echter dit complex, dat nadien niet meer is bewoond.

De stad Stad Basel verwierf 1456 het gebied van de Farnsburger, waaronder Sissach. Sissach volgde Bazel in 1529 in de Reformatie.

Een van de bezienswaardigheden van Sissach is het slot Ebenrain. Dit laat-barokke slot is 1775 gebouwd in opdracht van de zijdenfabrikant Martin Bachofen-Heitz (1727-1814)  uit Bazel. De architect was Niklaus Sprüngli (1725-1802).

Het slot was een zomer- en jachtresidentie met een prachtige barokke tuin, later omgevormd tot een Engelse tuin aan de noordkant, en een Lindenallee aan de zuidkant.

Jakob Probst (1880-1954), Schwörender, Schloss Ebenrain

Het Kanton Basel-Landschaft verwierf het Schloss Ebenrain in 1951 en gebruikt het voor representatieve gelegenheden en verhuur.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Sissach; Historisches Lexikon der Schweiz, Sissach)

Impressies van Sissach

Filosofie en een arbitragezaak in het Eigenthal aan de voet van de Pilatus

Veel artsen schrijven tegenwoordig een wandeling in de natuur voor in plaats van medicijnen of raden patiënten aan regelmatig in en door het groen te lopen. Indien een wandeling onverwacht begint in een filosofisch ingerichte omgeving is de heilzame werking wellicht nog groter.

Dit geldt in nog sterkere mate indien mythische bergen, besneeuwde landschappen, watervallen, beken en beboste heuvels het decor zijn.

Er zijn niet veel restaurants die hun gasten ontvangen met een historie van filosofie en beroemdheden vanaf de klassieke oudheid tot heden. In Zwitserland heeft, zoals bekend, vrijwel ieder dorp zijn culturele, historische of natuurlijke bijzonderheid.

Het Eigenthal en de verborgen Pilatus

Koffie met gipfeli onder het toeziend oog van Socrates, Copernicus, Einstein en de Pilatus is echter uitzonderlijk. Aan de rand van het dorp Schwarzenberg (kanton Luzern) verbindt een hotel-vormingscentrum echter het aangename met het nuttige.

Ook mythische bergen hebben echter recht op privacy en hullen zich soms in nevelen. Ook de Pilatus kiest hiervoor zijn eigen dag en moment.

Schwarzenberg

Het dorp ligt op 831 meter hoogte in het Eigenthal aan de voet van de Pilatus. Ongeveer 10 000 jaar geleden was er een sterke temperatuurstijging en de Rümligletsjer in het dal veranderde in een meer. In de millennia daarna verzandde dit meer en daarna ging de mens het dal cultiveren.

De naam Eigenthal komt voor het eerst voor in een document uit 1287 onder de naam Oegenthal. Het klooster Murbach in Luzern was eeuwenlang de eigenaar. Uiteindelijk verwierf de stad Luzern het gebied.

De Rümlig beek

De Engelsen hebben vanaf 1850 het alpinisme en wintersport op vele plaatsen in Zwitserland geïntroduceerd. De ontwikkeling van het Eigenthal tot een gerenommeerde wintersportplaats is echter ‘homemade’ .

Inwoners van Luzern richtten 1903 de ski-club Luzern op en het Eigenthal en de Pilatus waren de favoriete bestemmingen.  De bewoners van het dal wilden niet achterblijven. Inwoners van Schwarzenberg richtten in 1925 de ski-club Schwarzenberg op. In 1943 splitste een deel van de leden zich af en noemde zich voortaan skiclub Eigenthal.

De oude vereniging Schwarzenberg veranderde haar naam in ski-club Malters, omdat de meeste leden in deze gemeente woonden. Eigenthal wilde toen de naam ski-club Schwarzenberg terug, maar ski-club Malters hield dit tegen.

Het leidde tot een unieke zaak tot op het hoogste niveau van de nationale skibond. Een scheidsgericht besloot na een procedure van vier jaar (!) dat de nieuwe club Malters ten onrechte het (her) gebruik van de naam Schwarzenberg had tegengehouden.

Deze club moest zelfs een hoge schadevergoeding betalen. Socrates was duidelijk nog niet gearriveerd in het dal. Tegenwoordig zijn de ski-clubs Schwarzenberg  en Malters weer op ‘speaking terms’ en organiseren ze jaarlijks wedstrijden en bijeenkomsten.

In ieder geval was de wintersport gearriveerd in het dal, tot 1949 zelfs met de skischans ‘Grosse Pilatusschanze’. Bovendien vonden in Eigenthal van 1929 tot 1966 diverse nationale kampioenschappen ’50-km-Dauerlauf’ voor langlaufers plaats.

Een sterrenkundige in het Eigenthal

Het dal herbergt niet alleen faciliteiten voor zomer- en wintersporten. Zoals bekend is de ‘lichtvervuiling’ in de bergen aanzienlijk geringer dan in stedelijke gebieden. Een astronoom heeft dan ook vaak een helder heelal voor ogen en het Eigenthal biedt deze mogelijkheid.

De weg naar de Pilatus en zijn bergketen biedt uitzicht op de stad Luzern, de Reuss, het Vierwoudstedenmeer, de Rigi, de Bürgenstock, inclusief het Zwitserleven van het vee.

In Luzern tonen de Pilatus en de Rigi  zich ook in hun indrukwekkende gedaante. Het is geen verrassing dat de grootste componisten zich thuis voelden in deze omgeving, Richard Wagner (1813-1883)  aan de ene kant van de oever, Sergej Rachmaninoff (1843-1943) aan de andere kant van het meer.

Het Wagnermuseum

De Pilatus in het Eigenthal

De Pilatus vanaf Luzern

De Rigi vanaf Luzern

Luzern

De Postauto, altijd ‘pünktlich’ en waar je ook gaat

Impressies van het Eigenthal

Boerenwinkel en (vooralsnog) de Zwitserse civil society

‘Lady in waiting’ en de beroemdste Brit aller tijden in het Hotel & Bildungszentrum Matt

Kapelletjes overal in het katholieke kanton

Geen berg of toren te hoog in Zwitserland

Der Weisse Turm (Witte Toren) van Mulegns (kanton Graubünden) breekt allerlei records. Het wordt het hoogste digitaal geprinte (3D) gebouw ter wereld (maar geen Toren van Babylon in het meertalige kanton), een uniek prototype en een belangrijke mijlpaal voor de wereldwijde digitale transformatie.

De Witte Toren is een architectonisch icoon, installatieruimte en (muziek) theater in één. De toren wordt bovenop het historische wagondepot gebouwd en bemiddelt tussen de oude structuur van een toren en de nieuwe designtaal.

Het gebouw bestaat uit zes verdiepingen, die met de hoogte steeds lichter worden en verschillende sferen met zich meedragen. In de winter wordt de toren beschermd tegen wind en sneeuw door een doorschijnend membraan.

Graubünden heeft een oude vertelcultuur. Sprookjes, legenden en verhalen werden in de dorpen verteld om de lange winternachten door te komen. De boerderijsalon werd een plek voor vertellingen, fabels, poëzie en muziek.

De verhalen werden veelal niet opgeschreven, maar mondeling doorverteld, veranderd en verfraaid. De Witte Toren zet deze verteltraditie voort en is een (muziek) theater. De ronde koepelzaal is de locatie voor (muzikale) uitvoeringen, theater ballet en andere voorstellingen. De toren wordt in 2024 voltooid.

(Bron en meer informatie: Fundaziun Origin, Riom)

Erasmus en Bazel

Desiderius Erasmus (1466/1469 -1536)  woonde ongeveer tien jaar in Bazel in vier verschillende periodes (1514–1516, 1521–1529, 1535–1536). De humanist en geleerde leidde, zoals de meeste van zijn geestverwanten, een reizend bestaan.

De elite van kunstenaars, geleerden, studenten, handelaren, monniken en geestelijke en wereldlijke (aristocratische) machthebbers was in de middeleeuwen en tot de negentiende eeuw veel meer Europees ingesteld dan tegenwoordig.

Bazel met Rijn, de kathedraal (Münster) en de oude locatie van de universiteit (1460)

Latijn was veelal hun lingua franca. Ze lazen dezelfde boeken, luisterden naar dezelfde muziek, hadden dezelfde culturele achtergrond en kenden hetzelfde (universitaire) onderwijs.

Kortom, ze spraken dezelfde taal, wat overigens niets afdeed aan de vele (religieuze, economische, politieke of dynastieke)  verschillen en onenigheden. Ook zeelieden, handwerkers- en ambachtslieden, huursoldaten en loonarbeiders vestigden zich vaak over grote afstanden in Europa.

De opkomst van de natiestaat in de negentiende eeuw zou deze cultuur en mentaliteit fundamenteel veranderen.

Erasmus voelde zich thuis waar de universiteit, geleerdheid, humanisme, drukkerijen en uitgevers en vooral een (relatief) tolerante mentaliteit was. Bazel was in deze periode een Europees en universitair centrum van humanisme, tolerantie en geleerdheid.

De uitgevers en drukkerijen hadden het er druk mee. Veel werken van Erasmus zijn dan ook in Bazel ontstaan, gedrukt en uitgegeven. Het Schweizerische Museum für Papier, Schrift und Druck (die Basler Papiermühle) in St. Alban herinnert aan deze tijd. Ook zijn beroemde Griekse vertaling van het Nieuwe Testament is in 1516 in Bazel uitgegeven door zijn vriend en drukker/uitgever Johannes Froben (1460-1527).

Woonhuis en drukkerij Froben en Hans Holbein de Jongere (1497-1543), 1523, devies van Johann Froben. Collectie Kustmuseum Basel, Amerbach-Kabinett

De oude keizerlijke en koninklijke, maar onafhankelijke stad en sinds 1501 kanton van de Eidgenossenschaft aan de Rijn, was destijds het middelpunt van intellectueel Europa.

Holbein verzorgde voor de uitgeverij van Johann Froben (1460-1527) de artistieke vormgeving van zijn boeken en van de werken van Erasmus. Diens zoon Hieronymus Froben (1501-1563) nam in 1527 de drukkerij/uitgeverij over en ook hij was bevriend met Erasmus.

Lucas Cranach de Oudere, Martin Luther, 1528. Collectie Lutherhaus Wittenberg

Erasmus raakte tijdens de Reformatie als tolerante humanist in conflict met Martin Luther (1483-1546). Erasmus wilde de kerk door discussie van binnenuit hervormen en geen splitsing van de kerk.

Hij vreesde vooral de verdeeldheid in Europa die hij door de kerk gewaarborgd zag. Vanaf 1516 woonde en werkte hij in het dogmatisch katholieke Leuven en Brussel. Hij wilde echter geen partij kiezen en om deze reden vestigde hij zich 1521 weer in Bazel, waar hij zich thuis voelde.

Erasmus wilde niet meer wonen in een uitgesproken katholieke stad of in een gereformeerde stad. Dus zocht hij zijn toevlucht in de haven van onafhankelijkheid en (relatieve) tolerantie.

Bazel bleef vele jaren zijn verblijf, midden in Europa, met een aristocratische uitstraling zonder aristocraten en oorlogszuchtige vorsten, met zeker voor die tijd schone straten, welvarend en vooral democratisch (voor het begrip van die tijd).

Collectie: Historisches Museum Basel

In deze stad vond hij een gevoel van thuis, een Heimat. De stad was de grote rustplaats van zijn leven. Hij leefde hier langer dan waar ook. De namen Bazel en Erasmus  zijn voor altijd met elkaar verbonden: men kan niet meer denken aan Erasmus zonder Bazel en aan Bazel zonder Erasmus. Erasmus schreef een aantal van zijn beroemdste werken in deze stad.

In de jaren 1525-1529 ging Bazel echter over tot het Protestante geloof. Erasmus bleef (kritisch) katholiek. De bisschop en zijn kanunniken vertrokken echter wel uit het bisschoppelijk paleis en hun residenties op de Münsterplatz. Ze vestigden zich eerst in Porrentruy (het huidige kanton Jura, toen echter bisdom Bazel) en de kanunikken aanvankelijk naar Freiburg im Breisgau, later naar Arlesheim (huidige kanton Basel-Landschaft) en uiteindelijk naar Solothurn, vanaf 1828 de nieuwe bisschopsstad.

In 1529 verhuisde Erasmus naar het kleinere en rustigere Freiburg (Baden), omdat ook Bazel te maken kregen met de hectiek en onrust van de reformatie en hij wilde nog steeds geen partij kiezen. In 1535 keerde hij echter terug, waarna hij op 11 juli 1536 stierf.

Hij is begraven in de (Protestante) Münster, vlakbij zijn laatste verblijfplaats in Haus zum Lufft aan de Bäumleingasse, het huis van zijn vriend en uitgever Hieronymus Froben.

(Bron: Stefan Zweig. Triumph und Tragik des Erasmus von Rotterdam, 2021, Frankfurt am Main)

De Münsterplatz

Historisch Christelijk erfgoed in Zwitserland

Ook Zwitserland met haar vele (opgeheven en functionerende) kloosters en monumentale (gereformeerde en katholieke) kerken zal over niet al te lange tijd formeel geen Christelijk land meer zijn. Binnen afzienbare tijd is het grootste deel van de burgers  ‘zonder religie’ (konfessionslos, sans religion).

Christelijker als Zwitserland kan een land wat betreft symboliek echter niet zijn. Het Zwitserse kruis in de nationale vlag, het rode kruis van het Internationale Rode Kruis, de wapens van diverse kantons (onder andere de bisschopsstaf van de kantons Basel-Landschaft, Basel-Stadt en Jura, de sleutels van St. Peter van Obwalden en Nidwalden of de heilige Fridolin van Glarus), het volkslied is eigenlijk een psalm en de Grondwet begin met de woorden ‘In naam van de almachtige God’.

Interieur van de Kirche St. Peter in Gelterkinden

De Christelijke religie neemt snel in belang af. Het is echter te hopen dat de sociale, humanitaire, humanistische en verbindende functie van de kerken op lokaal niveau niet verloren gaat. Wat vooralsnog in Zwitserland in ieder geval wordt gerespecteerd en onderhouden, is het culturele erfgoed van het christendom.

Het land heeft niet alleen de oudste bisdommen ten noorden van de Alpen (Chur, Kaiseraugst/Augst (Augusta Raurica)-Bazel, Martigny-Sitten, Avenches-Lausanne en Genève), maar onderhoudt ook het Frankische, Karolingische, romaanse, gotische, barokke, rococo en neoclassicistische erfgoed, nog afgezien van enkele opzienbarende kerken uit de 20e eeuw.

Kirche St. Gallus in Kaiseraugst

Zoals bekend kwam het Christendom tot ontwikkeling binnen de bestuurlijke, logistieke, culturele en politieke structuren van het Romeinse Rijk. Het bisdom in Augusta Raurica is daarvan een van de voorbeelden. De bisschop zetelde in deze plaats tot de 6e eeuw. Hij verhuisde naar de Münster in het nabije Bazel.

Kaiseraugst ligt aan de Rijn en een van zijn kleinere waterleveranciers is de beek Ergolz, die bij Augst in de Rijn stroomt. Stroomopwaarts naar haar bron op de Geissflue in de Jura staat een lint van monumentale (katholieke en gereformeerde) kerken.

De regio was in de Romeinse tijd bewoond door de Keltische stam van de Rauraken. De emigratie van de Duitstalige Alemannen, heidenen, na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw, betekende niet het einde van de Christelijke wereld van de geromaniseerde Kelten (Gallo-Romeinen). De Alemannen werden verslagen door de Christelijke Franken en deze continueerden het Christendom in deze regio en de bouw van kerken begon.

Oltingen, Kirche St. Nikolaus

De steden en dorpen Liestal, Sissach, Ormalingen, Otlingen en in de nabije omgeving Arisdorf en Gelterkinden herbergen stroomopwaarts van de 30 kilometer lange Ergolz enkele locaties van het bijzondere Christelijke erfgoed van Zwitserland.

Impressies

Oltingen, Kirche St. Nikolaus

Links het oude Beinhaus

 

Ormalingen, Kirche St. Nikolaus 

Sissach, Kirche St. Jakob

Liestal, Kirche St. Martin

Arisdorf

Gelterkinden

(Bron en verdere informatie:  Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte/ Société d’histoire de l’art en Suisse)

Tulpenfeest in Morges

Tulpen alleen in Nederland? De vereniging Morges Fleur du Léman heeft onlangs het programma gepresenteerd voor het 54e Tulpenfestival van Morges. Het begint op Goede Vrijdag 29 maart en eindigt in het Hemelvaartsweekend op 12 mei. Met 288.000 geregistreerde bezoekers in 2023 is het Morges Tulip Festival het grootste bloemenfestival van Zwitserland.

 

De belangrijkste vernieuwing is een nieuw cateringconcept dat regionale producten in de schijnwerpers zet. Het aanbieden van een maximum aan regionale en lokale producten is daarbij het uitgangspunt.

Het thema is dit jaar “Landen van de wereld” met concerten, Thés dansants en dansvoorstellingen in samenwerking met het muziekpaviljoen in het Parc de l’Indépendance.

De “Dag van de wijnproever” biedt het publiek wijnproeverijen van wijnboeren uit de regio. De traditionele evenementen zoals de pottenbakkersmarkt  (6 en 7 april) of de draaiorgelmuziek (14 april) zijn er ook weer, evenals op Hemelvaartsdag, 9 mei, een nieuwe kunstnijverheidsmarkt langs de rivier de Morges.

(Bron en verdere informatie: www.tulpenfest.ch)