Kanton Glarus
7 april 2021
De naam Glarus (Clarona) komt voor het eerst in bronnen uit de negende eeuw voor. Het kanton Glarus heeft een even fraai als authentiek symbool: de heilige Fridolin. Hij leefde aan het einde van de vijfde eeuw tot 538.
500-1352
Deze Ierse monnik verbleef in Poitiers (Frankrijk) en daarna in het zuiden van Duitsland en in Zwitserland. Hij was een voorganger van zijn Ierse collega’s Gallus, Columbanus en vele anderen.
Hij stichtte het klooster in Bad Säckingen dat nog steeds functioneert en het oudste van Duitsland is. Hij is de patroonheilige van Glarus vanwege de belangrijke rol die dit klooster van de dertiende tot de vijftiende eeuw in dit kanton heeft gespeeld. De afbeelding van de heilige was altijd in de voorste gelederen van de troepen van Glarus te vinden.

Glarus hoorde vanaf de zesde eeuw bij het Frankische Rijk van de Merowingers en vervolgens de Karolingers. In deze periode verdrong de Duitse taal van de Alemannen (het alemannische dialect) het Romaans van de Gallo-Romaanse bewoners. Vanaf de tiende eeuw viel het gebied onder het Heilige Roomse Rijk.
De graven van Lenzburg (tot 1173) en Kyburg (tot 1264) waren tot de heerschappij van het Huis van Habsburg in 1264 de belangrijkste wereldlijke heersers. Glarus verzette zich echter tegen Habsburg en sloot in 1352 een verbond met de Eidgenossenschaft. Tevergeefs. Habsburg bleef de leidende politieke macht.


1352-1798
Dit veranderde na de veldslag bij Sempach (1386) en Näfers (1388). De Eidgenossen versloegen de Habsburgers beide keren. Glarus kocht zich vervolgens vrij van het Huis van Habsburg en het klooster Säckingen dat aan Habsburg was gelieerd.
Glarus kreeg de status van vrije keizerlijke stad van het Heilige Roomse Rijk in 1415.
Glarus kende toen en nu kent tegenwoordig nog steeds het politieke systeem van de Landsgemeinde. Een van haar belangrijkste beslissingen was de geloofskwestie tijdens de Reformatie. De Landsgemeinde besloot eerst (1525) tot de overgang naar het protestante geloof.
In de Kappeler godsdienstoorlogen (1529 en 1531) bleef ze echter neutraal. In 1532 stond de Landsgemeinde zelfs weer het katholicisme toe. Dit was uitzonderlijk in Europa en alleen in de Zwitserse kantons mogelijk. De religies moesten hun conflicten voortaan door overeenkomsten oplossen en bijleggen.
Dit lukte niet altijd en ook of zelfs in Zwitserland bestond gevaar voor een burgeroorlog. Het compromis won het ook in dit geval echter en beide religies deelden voortaan kerken (het zogenaamde Simultaneum).
Toen zeven katholieke kantons (Luzern, Obwalden, Nidwalden, Schwyz, Uri, Freiburg, Solothurn) in 1586 de Goldene Bund sloten, sloot alleen het katholieke deel van Glarus zich aan.
Het bi-religieuze kanton had samen met Zürich in 1590 overigens ook een bondgenootschap met de protestante Zehngerichtenbund in Graubünden.
Dit hinderde Glarus niet grote aantallen huurlingen aan het katholieke Frankrijk te leveren.
Ook het bestuur van het kanton was in handen van katholieken en protestanten. Deze situatie werd door de Vrede van Aarau (1712) bekrachtigd. Deze vrede maakte een einde aan de tweede religieuze Villmerger oorlog (de eerste was in 1656).
Deze tolerantie was op het grondgebied van de Eidgenossenchaft formeel toegestaan. Ook weer zo’n bijzonder en uitzonderlijk compromis à la suisse.


1798-1803
Het kanton Glarus was deel van de Helvetische Republiek (1798-1803) en werd lid van de Confederaties in 1803, 1815 en 1848. Glarus bleef wijselijk neutraal in de Sonderbundskrieg van 1847.
De Landsgemeinde vindt nog steeds jaarlijks plaats.
De Vlag
De Ierse monnik en patroonheilige Fridolin is sinds de middeleeuwen het gezicht van het kanton.
(Quelle: Historisches Lexion der Schweiz, Kanton Glarus, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007374/2017-05-30).



