Le Corbusier, het Mundaneum en Zwitserland

De carrière van een van de bekendste architecten van Zwitserland begon met opleiding aan de kunstacademie in La Chaux-de-Fonds. Charles-Edouard Jeanneret, die in 1920 het pseudoniem Le Corbusier aannam, is geboren op 6 oktober 1887 in La Chaux-de-Fonds (kanton Neuchâtel).

Na een carrière als architect, stedenbouwkundige, schilder, meubelontwerper, beeldhouwer en theoreticus (hij schreef ook veel artikelen en boeken over kunst in het algemeen en schilderkunst en architectuur in het bijzonder), overleed hij op 27 augustus 1965 als Frans staatsburger (in 1930 had hij de Franse nationaliteit aangenomen).

Reeds in 1906/1907 bouwde Le Corbusier zijn eerste villa als een gezamenlijk project van studenten van de kunstacademie  (de villa Fallet), een jaar voordat hij aan zijn reis naar het Oosten, Oostenrijk, Italië, Frankrijk, Hongarije en Duitsland (1906-1912) begon.

Zeven iconische gebouwen van Le Corbusier in Zwitserland.  Pavillon Le Corbusier in Zürich

Het waren de hoogtijdagen van de Wiener Secession, Wiener Werkstätte en Art Nouveau en in Duitsland maakte hij kennis met Walter Gropius (1883-1969), Mies van de Rohe (1886-1969) en Peter Behrens (1868-1940), die in de komende decennia de architectuur zouden veranderen (Bauhaus).

In Parijs raakte hij vertrouwd met de moderne kunst- en architectuurbeweging en met nieuwe bouw- en bouwmaterialen, in het bijzonder het gebruik van gewapend beton. In 1908, toen hij een tijdje terugkwam van zijn tournee, bouwde hij nog twee andere villa’s in La Chaux-de-Fonds, villa Stotzer en villa Jaquemet.

In februari 1912 opende hij zijn eerste kantoor in La Chaux-de-Fonds en bij deze gelegenheid bouwt hij het Maison blanche in la Chaud-de-Fonds en de villa Favre-Jacot in Le Locle. In 1917 ontwierp hij de villa Turque, het echte begin van zijn conceptie van een moderne architectuur.

Villa Turque, 1917

Na deze bouw vestigde Le Corbusier zich in Parijs, schilderde ’s ochtends en werkte ’s middags als architect en publiceerde ook veel artikelen over kunst. Le Corbusier ontwierp veel openbare en particuliere gebouwen in Frankrijk en de Franstalige wereld, maar ervaarde ook teleurstellingen.

Zijn ontwerpen (1927-1929: de tijd van optimisme en de Leaque of Nations, de voorloper van de VN), van een wereldstad en een internationaal Wereldmuseum, het Mundaneum, zijn nooit verwezenlijkt.

Corseaux, Villa “Le Lac” Le Corbusier, 1923

Twee andere gebouwen van Le Corbusier in Zwitserland zijn nog steeds beroemd, de Villa Le Lac in Corseaux (1923) en het Clarté appartement in Genève (1932).

Le Corbusier introduceerde innovatieve ontwerpen en revolutionaire doctrines op het gebied van bouwmethoden en architectonische concepten en wordt nog steeds beschouwd als een van de grootste architecten en ontwerpers van de 20e eeuw.

Het Pavillon Le Corbusier in Zürich  en het Maison Blanche in La Chaux-de-Fonds (www.maisonblanche.ch) vertellen het verhaal van zijn leven en werk.

(Quelle: C. Courtiau, Le Corbusier. Education and Training, Projects and Constructions in Switzerland, Bern 2012).

Kapelle Notre Dame-du-Haut in Ronchamp (Elzas), 1953

Porrentruy, de bisschop en kanton Jura

Porrentruy (Pruntrut in het Duits, kanton Jura) was al in de Romeinse tijd (15. v. Chr-410 n. Chr.) een belangrijk verkeerspunt tussen Elzas, Jura en Bazel. Hoewel er geen archeologische vondsten uit de periode bekend zijn, was er een Romeinse weg op deze locatie.

De rivier Le Doubs was ook een belangrijke (Romeinse) waterweg die Mandeure (Epamanduodurum) met Porrentruy verbond. Het oudste resterende gebouw van Porrentruy is echter de kerk Saint-Germain (rond 1050).

De Saint-Germain, c. 1050

Porrentruy werd in 1528 echter de hoofdstad van een van de machtigste bisdommen ten noorden van de Alpen. En dat bepaalt tegenwoordig nog steeds het stadsbeeld. Het bisdom had in 999 van de abdij Moutier-Grandval het gebied van het huidige kanton Jura verworven en sindsdien was Porrentruy ook hun stad.

Porrentruy, 17e eeuw.

Porrentruy was tot 1792 de zetel van de bisschop van Bazel nadat hij tijdens de Reformatie in 1528 zijn bisschoppelijk paleis aan de Münster in Bazel had verlaten vanwege de reformatie.

Het grote bisschoppelijke complex op de heuvel domineert nog steeds het stadsbeeld. De toren toont nog steeds de rode staf van de bisschop en de haan in het wapen van de familie Blarer von Wartensee.

La tour de Coq (tegenwoordig archiefruimte)

De oorsprong van het kasteel gaat terug tot de 13e eeuw. Vanaf 1528 tot 1792 is het uitgebreid en gerenoveerd door de bisschoppen. Door brand, verval en afbraak na 1792 is het huidige complex veel kleiner, maar nog steeds imposant.

Reconstructie van het complex omstreeks 1650. Bron: Château de Porrentruy

Het huidige complex met een unieke collectie middeleeuwse projectielen voor katapulten. 

De bisschop was tevens prins in het Heilige Roomse Rijk, vandaar zijn officiële naam prins-bisschop. Hij zetelde tot de Franse inval in 1792 in Porrentruy. De Franse revolutionairen annexeerden dit gebied van het prinsbisdom en noemden het aanvankelijk de Rauraakse Republiek (la République rauracienne) en vanaf 1793 département Mont-Terrible.

De residentie aan de linkerkant (la Résidence van de bisschop) en de Chancellerie (18e eeuw). In het prachtige interieur bevinden zich de portretten van de bisschoppen van 1528 tot 1792. Aan de overzijde staat het Pavillon (18e eeuw) de la Princesse Christine (de Saxe). Zij was de abdis van de abdij van Remiremont in Frankrijk en verbleef een tijd in Porrentruy. Daarnaast la Tour du Trésor en Maison de Luppach. Onder: de tuinen van het complex

La tour Réfous (1270) en daarnaast Le Corps du Garde. In deze periode streden de bisschop van Bazel (met zetel in Bazel) en de graven van Férrette en Montbéliard om de macht in Porrentruy en Ajoie.

Plafond van de kapel Roggenbach, vernoemd naar de prins-bisschop Jean Conrad de Roggenbach (1618-1693)

Na de Franse annexatie van het resterende deel van het prinsbisdom in 1797 werd het gebied van het gehele prinsbisdom Bazel in 1800 deel van het département Haut-Rhin.

Na de nederlaag van Napoleon in 1815 werd het grootste deel van het voormalige prinsbisdom Bazel, waaronder Porrentruy, toebedeeld aan kanton Bern. Sinds 1979 ligt Porrentruy in het kanton Jura.

 

De kerk Saint-Pierre (1333, daarna diverse keren gerenoveerd, de Romaanse en Gotische kernmerken en fresco’s wijzen daar ook op)

De Bisschop is nooit meer teruggekomen na 1792. De Domheren en het kapittel zetelden sinds 1678 overigens al in het katholieke Arlesheim (vanaf 1833 kanton Basel-Landschaft, voordien kanton Basel), nabij het katholieke kanton Solothurn. Daarvoor hadden ze hun zetel in het katholieke Freiburg im Breisgau in Duitsland.

Sinds 1828 zetelt de bisschop van het bisdom Bazel in Solothurn. Het is de complexe Zwitserse (religieuze) historie in het kort.

Voor- en achterkant van Hôtel-Dieu (1765), voormalig hospitaal, tegenwoordig een historisch museum

De grandeur van de aanwezigheid van de bisschop is nog steeds zichtbaar in Porrentruy, onder andere het Hôtel-Dieu en de Glacière uit de achttiende eeuw (de plaats waar ijsblokken werden bewaard voor de koeling van drank en etenswaren voor de bisschop en zijn entourage), de stadspaleizen en huizen voor het kapittel.

De (middeleeuwse) straatjes en het goed bewaarde centrum, de alom zichtbare aanwezigheid van de horloge industrie (onder andere La Fondation Horlogère) en de nabijheid van de prachtige Jura geven deze stad een bijzondere allure.

En voor wie in de verandering van het klimaat geïnteresseerd is: de stad lag zo´n 20  miljoen jaar geleden aan een subtropische zee. Weer verder in de tijd, ongeveer 150 miljoen jaar geleden, was de Jura een geliefde verblijfplaats van dinosauriërs. Ongeveer 20 duizend jaar geleden was het ijs- en ijskoud in deze regio, een Poolklimaat.

(Bron: J.-C. Rebetez, D. Bregnard (Ed.), De la Crosse à la Croix. L’ancien Évêché de Bâle devient suisse (Congrès de Vienne-1815), Neuchâtel, 2002)

De Porte de France, 14e eeuw. De enige resterende stadspoort. Het wapen van de familie en bisschoppen Blarer von Wartensee, de rode bisschopsstaf en de haan

Bronnen uit de Renaissance (rond 1560)

Jurassica

Jurassica is een verzamelnaam voor een museum,  botanische tuin en universitaire samenwerking voor geowetenschappen. De tuin is na Basel de oudste botanische tuin van Zwitserland. Jurassica toont in het bijzonder de flora van de Jura.

Jules Thurmann (1804-1855), stichter van Jurassica

Museum Jurassica

Hôtel de Ville (1764) met het zwijn van Porrentruy

 

De wijk ‘Belle Epoque’, aangelegd in de bloeitijd van de stad na de annexatie van Elzas door Duitsland in 1871. Onder de locatie van de voormalige synagoge in deze wijk

Hôtel des Halles (1766)

Hôtel de Gleresse (1750) en het archief van het oude bisdom Bazel

Klooster van Urselinen (1625)

De Grand Rue

Ancien Collège des Jésuites (16e eeuw), gesticht door de prins-bisschop Jacques-Christophe Blarer von Wartensee , de meest prominente van de 15 bisschoppen in de periode 1528-1792.  Tegenwoordig is het een kantonale school.

Jacques-Christophe Blarer von Wartensee (1542-1608). Bron: Château de Porrentruy. 

Het voormalige woonhuis van  Joseph de Billieux (1717-1783), baron Von Ehrenfeld, sinds 1965 de cure catholique 

Oude stadsmuur

Protestante kerk (le temple)

Andere indrukken van Porrentruy

Rue des Capucins

 

De kerk Saint-Germain (rond 1050), het oudste gebouw van Porrentruy, is gebouwd in opdracht van de abdij van Moutier-Grandval.

La Vierge à l’Enfant  (1689) of Vierge Sous-les-Portes of Vierge Entre-les Portes, vanwege de vroegere plaatsing op de afgebroken poort Saint-Germain, die tussen de poorten de la Tuilerie en de la Buissère stond.

Wakkerpreis 2024, Vereniging Birsstadt, Natuur- en Klimaat

De Zwitserse vereniging voor erfgoed (Schweizer Heimatschutz) verleent de Wakkerpreis  2024 aan de vereniging (Verein) Birsstadt. De cooperatie tussen de gemeenten Aesch, Arlesheim, Birsfelden, Duggingen, Grellingen, Muttenz, Münchenstein, Pfeffingen en Reinach (kanton Basel-Landschaft) en de gemeente Dornach (kanton Solothurn) laat zien dat uitdagingen in agglomeraties beter kunnen worden opgelost door gemeente- en kantonoverschrijdende samenwerking.

De prijsuitreiking op 22 juni in Arlesheim door Eric Nussbaumer, voorzitter van de Nationalrat

De Schänzli in Muttenz

De Birs in de 18e eeuw. Foto von J. Meyer, Staatsarchiv Basel-Landschaft

De Birs en de Nepomukbrücke in Dornach

De Birs bij Birsfelden

De laatste brug voor de monding in de Rijn

De ontwikkeling in de 19 en 20e eeuw heeft het landschap in het Birsdal sterk beïnvloed. In de vallei, die ooit werd gekenmerkt door landbouw, vestigden zich industriële-, dienstverlenende- en handelsbedrijven. De bewoonde gebieden breidden zich sterk uit en auto- en spoorwegen doorkruisten de regio van de Birs.

De Birsvallei ontwikkelde zich zo tot een belangrijk deel van de agglomeratie Bazel. Na 2000 besloten deze gemeenten samen te werken om dit proces in goede banen te leiden.

De Mühlematt en Münchenstein

 

Pilotprojecten tussen verschillende gemeenten, zoals het “Birspark Landschaft”, benadrukten het potentieel voor meer samenwerking. De oprichting van de vereniging Birsstadt in 2018 creëerde het fundament voor de coördinatie van ruimtelijke ontwikkeling.

In de vereniging worden overkoepelende strategieën op het gebied van landschap, vestiging, mobiliteit en klimaatadaptatie onderhandeld, ontwikkeld, gerealiseerd en  aan de buitenwereld gepresenteerd.

De Reinacher Heide en de Widenacker

Samen met de Widenacker is de Reinacher Heide een natuurlijke oase langs de Birs. Er zijn meer dan 600 plantensoorten en talloze diersoorten. In het verleden werd het gebied gekenmerkt door overstromingen van de Birs en de afwisseling tussen natte en droge habitats.

Na de Birs-correctie in de 19e eeuw zakte het grondwaterpeil enkele meters en ontstond er een droog heidelandschap naast een nat uiterwaardenlandschap langs de Birs (Het Forum Würth Arlesheim staat langs de Birs en de huidige tentoonstelling Waldeslust is op enkele meters ‘live’ in the Rheinacher Heide te zien).

Dankzij de instelling van het grondwaterbeschermingsgebied (1932) en het natuurreservaat (1974) konden de Widenacker en het uiterwaardenlandschap met zijn waardevolle flora en fauna zich in het voortdurend groeiende woongebied ontwikkelen: met orchideeënrijke voedselarme weiden, veel zeldzame wilde kruiden, gevarieerd grind- en akkerland, doornige droge struiken evenals koele natte struiken en uiterwaardenbos.

De mens en de bever

De beek maakt deel uit van het territorium van de beverfamilie. Bevers bouwen kleine dammen om het water af te dammen. Het grondwater in deze drinkwaterbeschermingszone mag niet verontreinigd worden door overstromingen van de beek, en bouwen is hier sowieso niet toegestaan. De bever is echter een beschermd dier.

Dit conflict kan worden tegengegaan door buizen langs de beek te leggen om overvloedig water af te voeren Zo kan het waterpeil op een bepaald niveau worden gebracht en kan de bever tegelijkertijd dammen blijven bouwen.

Het beschermen van bomen door gaas is ook onderdeel van dit samenleven van mens en dier.

Buizen tegen overstromingen door dammen van de bever

Gaas tegen de scherpe tanden en knaagwoede van de bever die geen problemen heeft met grote bomen (van een zachte houtsoort)

Swiss Ranger Yannick Bucher

Onder de paraplu van de vereniging wordt het industriële karakter versterkt met behoud van de woonkwaliteit, het architecturale erfgoed gekoesterd en de natuurlijke omgeving in ere hersteld of aangepast aan de omstandigheden.

Primeo Energie Kosmos

 Zoals overal in het land wordt er op lokaal, regionaal en federaal niveau buitengewoon veel aandacht besteed aan de relatie, mens, natuur en klimaat. Het bedrijfsleven en initiatieven van burgers spelen hierbij een grote rol, zo ook langs de Birs.

De energieonderneming Primeo Energie faciliteert en financiert bijvoorbeeld Primeo Energie Kosmos, een Erlebnis- en wetenschappelijk centrum voor klimaat en energie.

Conclusie

De verlening van de Wakkerprijs benadrukt vooral het concept van samenleven van mens en natuur. Op microniveau toont de Reinacherheide de cohabitatie van dieren, in dit geval de bever, en de mens. Het project Primeo Energie Kosmos langs de Birs is een van de vele voorbeelden van betrokkenheid en actieve deelname van burgers en bedrijfsleven.

De Birs, bevers, wolven, de Rhône, de Rijn, (rots) lawines, aardbevingen, het komen en gaan van oceanen en gletsjers en klimaatveranderingen zijn niets nieuws op deze planeet.

De mensheid is een nakomertjes die zich echter met name sinds 1800 een dominante plaats op heeft verworven, onder andere met twintig keer zoveel inwoners, gigantische stedelijke gebieden en bewoning en gebruik van tot voor 200 jaar onbewoonde gebieden.

De natuur doet wat ze altijd heeft gedaan en flora en fauna passen zich aan, dat heet evolutie, te beginnen met virussen, bacteriën en microben.  Ook Zwitserland zal wellicht valleien en rivierbeddingen weer prijs moeten geven aan de natuur, zoals in Nederland polders weer watergebied (moeten) worden.

In ieder geval toont het relatieve kleine natuurgebied Reinacherheide en andere projecten langs de Birs weer eens te  meer de grote inzet en betrokkenheid bij de natuur en het klimaat in Zwitserland aan.

(Bron en verdere informatie: Schweizer Heimatschutz)

Een stad, dorp of Flecken, de historie van Stans

Is Stans, hoofdplaats (Hauptort) van Kanton Nidwalden, een dorp (Ort), ‘Flecken’ of toch een stadje? Evenals de andere ‘Hauptorte’ van kantons in de Urschweiz (en de beide Appenzeller) heeft Stans het aanzien van een stad. Monumentale panden, kolossale kerken, grote kloostercomplexen en andere (publieke) gebouwen beheersen het straatbeeld.

 De St. Peter und Paul (1647) is een vroegbarokke kerk met een Romaanse klokkentoren (12e eeuw) aan het plein

Deze vraag is net zo gecompliceerd als de ontstaansgeschiedenis van de kantons Obwalden, Nidwalden en Unterwalden. De naam Unterwalden (‘in het ‘Wald’) gelegen is in ieder geval het eerst aangetroffen in documenten. Koning Rudolf van Habsburg (1218-1291) verwierf dit gebied van de kloosters Murbach, Engelberg en Beromünster.

Het Beinhaus naast de kerk

In de regio Unterwalden kwamen na 1330 en de vorming van de eerste Eidgenossenschaft twee Orte tot ontwikkeling:  Obwalden met als belangrijkste plaats Sarnen, en Nidwalden met Stans als regionaal centrum.

Deze splitsing zette zich later ook door in de Eidgenossenschaft. Obwalden en Nidwalden hadden lange tijd een gedeelde stem in de Tagsatzung (Obwalden tweederde en Nidwalden eenderde van de stem) en later tot 1798 samen maar één stem die roteerde. Met de groeiende identiteit en belangen van beide kantons leverde dat soms onenigheid op.

Stans in de 17e eeuw. Anoniem schilderij in de kerk van het klooster St. Klara

In de Helvetische Republiek (1798-1803) kwam het kanton Unterwalden weer tot een (kort) leven. Stans was de hoofdstad. Vanaf 1803 tot 1999 waren er twee halfkantons: Obwalden en Nidwalden, met ieder maar één stem in de Ständerat (evenals de twee Basler kantons en de twee Apppenzeller).

Sinds de grondwetswijzing van 1999 (van kracht per 1 januari 2000) zijn de halfkantons formeel kantons, maar met dezelfde stemmen in de Ständerat.

Maar waarom is Stans formeel geen stad, terwijl, bijvoorbeeld, Fürstenau (kanton Graubünden) dit wel is? Stans had wel andere relevante privileges van een stad, zoals markrtecht en jurisdictie.

Stans

Stans had echter geen stadsmuur in de middeleeuwen en daarom is het naar middeleeuws recht ook geen stad. Vanwege de aanwezigheid van andere privileges is het ook geen dorp, maar eerder een zogenaamd ‘Flecken’.

Deze juridische haarkloverij doet niets af aan het belang van deze ‘Flecken’ en Hauptort Nidwalden (en Obwalden) in de ontwikkeling van de Eidgenossenschaft, te beginnen uiteraard met 1291 (Rütli), 1309 (nieuwe privileges: eigen jurisdictie) en 1315 (Morgarten en nieuwe alliantie (Bundesbrief van 1315) met Schwyz en Uri).

Stans

Niet alleen de monumentale (religieuze) gebouwen, maar ook belangrijke verdragen geven Stans allure. De Stanser Verkommnis van 22 december 1481 was een nieuwe mijlpaal in de ontwikkeling van de Eidgenossenschaft.

Het Winkelriedmonument, de barokke stadspaleizen, het Rathaus, de  Rosenburg(13e eeuw), het oude en nieuwe Zeughaus, het Winkelriedhaus (15e eeuw, het (voormalige) Kapucijnerklooster (1583) en het (voormalige) vrouwenklooster St. Klara (1618) complementeren de stedelijke indruk van deze ‘Flecken’.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Stans)

Het voormalige Kapucijnenklooster (Culinarium Alpinum)

Het voormalige klooster St. Klara en de kloosterkerk (Kapuzinerinnenkloster)

Altaarstuk, 17e eeuw

Relieken 

De heilige Prostor (boven) en in lijkwade tenue in een afwisselende projectie!

Schilderij 17e eeuw (anoniem) in een ontvangstzaal, links de Franse koning, rechts (waarschijnlijk) de soldaten Ursus, Victor en Mauritius, in het midden heiligen en andere religieuze persoonlijkheden

Ontvangstzaal

Barokke stadspaleizen, hun interieur en tuinen

Links het Rathaus

Die Rosenburg (13e eeuw)

Impressies van Stans

Winkelriedmonument

Winkelriedhaus (onderdeel van het Nidwalder Museum)

Het oude Zeughaus

Het nieuwe Zeughaus

  

Jugendstilgebouw, c. 1905

Regeringsgebouw van het kanton

Happy Birthday en geen verjaardag zonder taart in Zoo Basel

De dierentuin van Bazel (Zoo Basel of lokaal ‘Zolli) vierde op 3 juli jongstleden zijn 150e verjaardag. Op 3 juli 1874 opende de eerste dierentuin van Zwitserland zijn deuren in Bazel. Basel Zoo – ook bekend als Zolli – werd opgericht door de Ornithologische Vereniging van Bazel met als doel de belangstelling van de stadsbevolking voor de natuur en de lokale dierenwereld te wekken en te bevorderen.

Bij de opening lag de nadruk op inheemse dieren zoals steenbokken, gemzen, wilde zwijnen en vogels. De dieren in het roofdierenhuis, zoals de wolf, lynx, das, vos en marter, evenals de berenkennel en het bassin met otters en bevers, waren een bijzondere attractie. Individuele vertegenwoordigers van een diersoort werden naast elkaar in kleine kooien gepresenteerd.

Vandaag de dag brengen de thematische verblijven van de dierentuin mensen en dieren dichter bij elkaar, beschermen ze bedreigde diersoorten en bevorderen ze de biodiversiteit.

Op 3 juli opende de dierentuin zijn deuren voor het publiek met verschillende activiteiten. Maar de dierentuin had nog meer te vieren. Op 11 maart 2024 is een  dwergnijlpaard geboren. De moeder is Ashaki (19 jaar), de vader Napoleon (17 jaar).

Moeder Saada met een nakomeling

Op 19 mei 2024 zijn bovendien vier cheeta’s geboren. De welpen, twee mannetjes en twee vrouwtjes, brachten hun eerste weken door in een afgesloten ruimte. Nu zijn ze te zien met hun moeder Saada (3 jaar) in het buitenverblijf. Dit is het eerste nest van Saada en vader Drogo (4 jaar).

Foto: Guido Wasser, Bazel

Foto: Guido Wasser, Bazel

Geen verjaardag zonder taart, in dit geval gefinancierd door sponsors. Een grote verjaardagstaart stond klaar op 3 juli. Deze prachtige animal farm verbeeldde niet alleen de bewoners van de dierentuin, maar ook de levenscyclus in de natuur. Ook de dierentuin is hier niet immuun voor.

Na toespraken van dierentuindirecteur Olivier Pagan, de voorzitter van de regeringsraad van het kanton Conradin Cramer en de voorzitter van de raad van bestuur van de dierentuin Martin Lenz, zongen de vele aanwezigen uit volle borst Happy Birthday, ook voor de vier baby-cheeta’s en het dwergnijlpaard. Daarna nam de levenscyclus zijn loop.

Foto: Guido Wasser, Bazel

(Bron en verdere informatie: www.zoobasel.ch)

Impressies van de Dierentuin van Bazel

ETH Zürich en EPFL Lausanne

De Zwitserse Federale Hogeschool voor Technologie (Eidgenössische Technische Hochschule Zürich (ETH Zürich of ETHZ) kreeg zijn huidige naam in 1911.

Het instituut is in 1855 opgericht als een polytechnisch instituut (Eidgenössische Polytechnische Schule) en bestond aanvankelijk alleen uit technische faculteiten: architectuur, civiele- en machinebouw, chemie en bosbouw. Het was een federaal instituut onder direct bestuur van de federatie, die zelf slechts enkele jaren eerder, in 1848, was opgericht.

De ETH Zürich (niet te verwarren met de (kantonale) universiteit Zürich) heeft tegenwoordig zestien departementen, waarvan enkelen tot de wereldtop horen en op verschillende technische gebieden ook de beste van Europa zijn.

L’École polytechnique fédérale de Lausanne (EPFL). Photo: L’Ecole polytechnique fédérale de Lausanne (EPFL)

De Federale Hogeschool voor Technologie (École Polytechnique Fédérale de Lausanne, EPFL) in Lausanne heeft zijn wortels in 1853 en heeft in 1969 haar huidige status gekregen.

De snelle industrialisatie, permanente innovatie, de ontwikkeling van het spoorwegnet, hun talrijke tunnels en bruggen van de afgelopen anderhalve eeuw in Zwitserland zouden niet mogelijk zijn geweest zonder deze twee wereldwijd hoog aangeschreven universitaire instellingen.

De Furkapas, Rhônegletsjer en Grand Hotels

De film Grand Budapest Hotel (1995) van de regisseur Wes Anderson toont de teloorgang van een hotel uit de Belle Époque, de periode rond 1900 tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Hotel Belvédère

Het hotel Belvédère op Furkapas is als het ware het levensverhaal voor deze film.In ieder geval is het een van de beroemdste en meest afgebeelde hotels uit deze periode. Sean Connery nam in Goldfinger (1964) bovendien de beroemde haarspeldbocht in zijn zilverkleurige Aston Martin DB5 met een voor 007 passende snelheid. Het hotel siert talloze anischtkaarten en tegenwoordig Instagram-berichten.

Furkapas, Hotel Belvédère en zijn beroemde haarspeldbocht. Foto: TES

Alleen staat het hotel sinds 2015 leeg en er zelfs vervallen bij. Ook de nabijgelegen Rhônegletsjer is in verval. Een ontwikkeling die al in de 19e eeuw inzette. Tot 1870 reikte de gletsjer nog tot in het dal bij het dorp Gletsch (kanton Wallis), in 1980 passeerde de gletsjer hotel Belvédère nog, in 2022 ligt er een groot meer. De gletsjer ligt honderden meters verderop.

Gletsch en de Rhônegletsjer

De geschiedenis van het Belvédère begint bijna tweehonderd jaar daarvoor. In Gletsch, waar tegenwoordig de wegen naar de Grimselpas en de Furkapas samenkomen, staat in 1830 het eerste gastenverblijf van de regio. Alexander Seiler (1819-1891) bouwt het in 1857 uit tot het Grand Hotel Glacier du Rhône.

Gletsch, Grand Hotel Glacier du Rhône, rond 1870. Bron: Gletscherlehrpfad Furkapas. Foto: TES.

Deze naam was geen grootspraak. De gletsjer reikte nog tot in het dal en het dorp. Het hotel is bestemd voor reizigers over de Furkapas, het wisselen van paarden en in toenemende mate voor (Engelse) alpinisten en hun grote (aristocratische) entourage. De Queen dronk hier haar kopje thee op 23 augustus 1868, ‘some delicous tea‘.

Furkahotel en de Queen

In 1850 komt er een eenvoudig hotel op de Furkapas, het Furkahotel. De eigenaar is Franz Karl Müller.  De beroemdste gast is Queen Victoria. Tijdens haar vierdaags verblijf in het hotel in augustus 1868, bewondert ze de gletsjer en het uitzicht op de Alpen, maar over het Furkahotel is ze minder te spreken: ‘desolate little house’. Zij en haar dochter Prinses Louise maken overigens aquarellen van deze omgeving en dit verblijf. De Furkapas en Gletsch zijn in ieder geval dagenlang voorpaginanieuws.

De Grotte

Dit wekt ook de belangstelling van andere ondernemers. De orgelbouwer Philipp Carlen uit Goms (Oberwallis) heeft in 1870 een plan: Hij graaft een honderd meter lange tunnel in de gletsjer. Tegen betaling kunnen bezoekers de gletsjer van binnen zien. Het loopt storm. De ingang van deze tunnel, ook wel ‘Grotte’ genoemd, ligt tegenwoordig bijna een kilometer verder, maar bestaat nog steeds. Zijn achter-achter kleinzoon en naamgenoot exploiteert de ‘Eisgrotte’.

Hotel Furkablick. Foto:TES

Furkablick en Belvédère

De Grand Hotels schieten tussen 1880 en 1914 bijna letterlijk als paddenstoelen uit de grond in Zwitserland. Tussen 1888 en 1914 verdubbelt het aantal (Grand) Hotels van 1700 tot ruim 3500. Alexander Seiler bouwt op de Furkapas zijn tweede hotel, het Belvédère. Franz Karl Müller laat het er niet bij zitten en bouwt ook zijn tweede hotel, de Furkablick.

Grand Hotels zijn altijd plaatsen van vooruitgang: elektriciteit, warm water, apart sanitair, faciliteiten voor winter- en zomersporten, zoals skiën, kunstschaatsen, paardenraces, golf, tennis en vanaf de jaren 1920  bridge. De hotels op de Furkapas zijn bescheiden wat betreft uiterlijk aanzien, maar voorzien van de modernste faciliteiten rond 1900.

De Gotthard-Matterhorn lijn. Foto: TES.

De hoteliers nemen ook initiatieven om de spoorweg Brig-Furka-Disentis aan te leggen, de huidige Gotthard-Matterhorn lijn, en om de wegen over de Furkapas en Grimselpas te verbreden en verbeteren. De drie hotels op de Furkapas (Furkahotel, Furkablick en Belvédère) in het Glacier du Rhône in Gletsch floreren.

Het grote Grand Hotel sterven

Dan wordt het echter 1 augustus 1914 en begint de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), twee decennia later gevolgd door de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Het grote Grand Hotel sterven begint. De grandeur van de Belle Époque is daarna voor de publieke opinie vooral oubollige en achterhaalde kitsch. Bovendien zorgt de medische wetenschap voor alternatieve behandelmethodes van kuren, berglucht en baden.

Na 1960 nemen de alternatieve vakantiebestemmingen en het aantal vakantiegangers snel in aantal toe. De nieuwe doelgroepen hebben echter een beperkt budget en weinig vakantiedagen. Tot 1914 verbleven de welgestelde meestal aristocratische gasten veelal maanden in het hotel.

Hotel Belvédère in 2022. Foto: TES

Veel hotels worden afgebroken, branden af (al dan niet voor het verzekeringsgeld) of staan leeg. Alleen de oude namen kunnen zich redelijk handhaven in de mondaine dorpen en steden. De ‘Eisgrotte’ blijft echter veel bezoekers trekken.

Zelfs het Furkahotel, waar the Queen vier dagen verbleef in 1868, wordt opgeblazen om plaats te maken voor een parkeerplaats. Bovendien betekent de aanleg van de Furka-Basistunnel (1982) het einde van de Furkapas als belangrijke verkeersweg.

In 1985 neemt kanton Wallis de twee overgebleven hotels (Furkablick en Belvédère) over. De gletsjer is inmiddels al honderden meters gekrompen en het kanton wil een waterkrachtcentrale bouwen in het ontstane meer en de hotels afbreken. Door tegenstand van de bevolking komt het daar niet van.

Rechtsboven de Furkapas, Hotel Belvédère en de verdwenen gletsjer. Foto: TES

De toekomst

Het kanton verkoopt Hotel Belvédère in 1988 aan Philipp Carlen, de huidige exploitant van de ‘Eisgrotte’. In 1990 vindt de heropening van het hotel plaats. In 2015 sluit Belvedere echter (voorgoed?) zijn deuren.

Carlen heeft echter andere initiatieven, een ´Gletscherlehrpfad , een alpentuin en op termijn een Rutschbahn voor kinderen. Ook wil hij op de Gletschersee boten gaan verhuren.

Alleen hotel Furkablick heeft nog een functie en wel als galerie. Voor hotel Glacier du Rhône in Gletsch is er echter hoop. De bedoeling is dit Grand Hotel in 2025 na een renovatie weer te openen. Het past in de herbeleving en herwaardering van de Grand Hotels, die sinds het einde van de twintigste eeuw aan de gang is.

De organisatie Swiss Historic Hotels, opgericht in 1995, speelt hierin een stimulerende rol. Andere Grand Hotels, zoals Badrutt´s Palace, Kulm hotel en Suvretta House in St. Moritz, Les Trois Rois in Bazel, het Kurhaus in Bergün, Bellevue in Scuol, Montreux Palace, maar ook in kleinere dorpen, zoals Maloja en Celerina, zijn maar enkele voorbeelden van vrijwel ononderbroken continuïteit vanaf de Belle Époque, al zijn slechts enkele hotels onafhankelijk gebleven.

Grand Hotel Celerina, Oberengadin. Foto: TES

Grand Hotel Maloja, Oberengadin. Foto: TES

Suvretta House, Oberengadin. Foto: TES

Hotel Les Trois Rois, Bazel. Foto: TES

Continental Parkhotel (voormalige Grand Hotel Beauregard), Lugano. Foto: TES

Andere Grand Hotels, zoals het Val Sinestra, hebben de grandeur van destijds ingezet voor andere doelgroepen. Veel Grand Hotels staan echter leeg en wachten op een investeerder. Wat de toekomst van deze Grand Hotels ook moge zijn, naar verwachting zal de ´Grotte´ binnen twee generaties weggesmolten zijn.

De gletsjer in 1980, rechts Hotel Belvédère. Bron: Gletscherlehrpfad. Foto: TES

Het Gletsjermeer voor Hotel Belvédère in 2022. Foto: TES

Het Rhônedal vanaf de Furkapas. Foto: TES

Buochs, democratie en Nederland

Wat hebben het kleine dorp Buochs ( (kanton Nidwalden), democratie en Nederland met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niet veel. Maar schijn bedriegt. Niet alleen waren Louis Wyrsch of Borneo Louis (1793-1858) en diens zoon Alois (Louis) Wyrsch (1825-1888) jarenlang in dienst van Nederland. Ook de andere zoon van Borneo Louis, Jakob Konstantin Wyrsch (1842-1933) had een internationale loopbaan.

Buochs, protestante kerk, Grafsteen van Louis Wyrsch of Borneo Louis

Buochs, protestante kerk, Grafsteen van Alois (Louis) Wyrsch

Buochs en de zogenaamde Urschweiz (de kantons Uri, Schwyz , Obwalden en Nidwalden) zijn tegenwoordig ook een democratische spiegel voor Nederland.

Buochs is de geboorteplaats en oord van executie van de schilder Johann Melchior Wyrsch (1732-1798) door Franse soldaten in 1798. Frankrijk was in 1798 de Eidgenossenschaft binnengevallen, na in 1792 al een deel van het voormalige bisdom Bazel geannexeerd te hebben.

Parochiekerk en parochiehuis

De Franse troepen stuitten op fel verzet in Nidwalden en als wraak doodden ze veel inwoners. De Fransen veroverden Beckenried, Stans en Stanstad zonder veel verzet, maar in Buochs kwam het tot felle gevechten.

Wyrsch, destijds een in binnen- en buitenland erkende schilder, wilde bemiddelen, maar werd zonder pardon neergeschoten. Het dorp eert hem met een standbeeld. Het Nidwalder museum wijdt tot 29 september 2024 een tentoonstelling aan deze kunstenaar.

Buochs, beeldhouwer Hans von Matt (1899-1985), standbeeld van Johann Melchior Wyrsch

De dorpen en kantons aan de Vierwaldstättersee (Vierwoudstedenmeer) zijn niet alleen voor het ontstaan van het huidige Zwitserland en haar unieke directe democratie van groot belang.

De grandeur van de Orte of dorpen en het internationale netwerk van veel inwoners toont ook het economische, culturele en kosmopolitische verleden en heden aan. Onlangs vond op de Bürgenstock nog een grote internationale conferentie plaats.

Ten onrechte wordt de Urschweiz (de kantons Uri, Schwyz, Obwalden en Nidwalden)deze regio in Zwitserland door bepaalde kringen in Zwitserland vaak als ‘nationalistisch’, ‘achterlijk’ of ‘primitief’ onder de aandacht gebracht.

Beckenried

In politiek opzicht zijn ze veelal behoudend, maar dat is juist een goed tegenwicht tegen opportunistische, oppervlakkige en veelal door misplaatst (moreel) superioriteitsgevoel ingegeven denkbeelden en verbeelding van bepaalde kringen in de meer stedelijke kantons.

De Urschweiz, dat heeft ze al vanaf 1291 bewezen tegen Habsburg, Bourgondië, Frankrijk, de Italiaanse hertogen en de Duitse keizers en andere Führers, is niet bang uitgevallen. Haar inwoners hebben ook op alle continenten handel gedreven, gestudeerd of oorlog gevoerd.

Het politieke kompas van deze Urschweiz verdient meer respect, ook in Zwitserland, zelfs als de uitkomsten van de directe democratie en het Ständemehr niet iedereen bevallen.

Buochs

Uiteindelijk is er nog altijd de hoogste federale rechter die kan corrigeren in aperte gevallen van ‘conservatisme’ (Appenzell Innerrhoden in 1990, bijvoorbeeld).

Indien het nieuwe verdrag, if any, met de Europese Unie niet aan een obligatorisch referendum wordt onderworpen, verlaagt Zwitserland zich tot het (lage) politieke niveau van Nederland, met alle gevolgen van dien.

Genève, referendum september 2022

In 2005 stemde, bijvoorbeeld, in Nederland een overweldigende meerderheid (62% tegen 37%) bij een referendum over de Europese Unie tegen verdere Europese integratie.

Het was het eerste nationale referendum ooit. De burgers hebben zich daarvoor nooit kunnen uitspreken over de ontwikkeling van deze Europese Unie. Bij nationale- en Europese verkiezingen was en is de Europese Unie nooit een thema om vervolgens de meest verstrekkende besluiten en de daaraan verbonden consequenties te nemen, zonder alternatief uiteraard, dat spreekt.

Niet omdat deze meerderheid tegen een Europese Unie is, maar wel tegen deze Europese Unie en het ontbreken van relevante inspraak over de meest ingrijpende beslissingen.

De opkomst was bijna 70%, gewoonlijk 30-40% bij Europese verkiezingen. De reactie van de politiek, media, academici en bureaucratie: het afschaffen van het referendum en het negeren van de uitslag.

‘Hoogopgeleid’ zegt niets over mentaliteit, wijsheid en integriteit en ook zogenaamd ‘lageropgeleiden’ zijn op hun vakgebied hoogopgeleid, zeker in Zwitserland.

De directe democratie in Zwitserland is niet ouderwets, maar modern en toegespitst op deze tijd van internationale, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Ze is een goede graad- en barometer van de problemen en knelpunten in de maatschappij die de politiek niet kan negeren, zoals, bijvoorbeeld, in Nederland wel systematisch gebeurt.

Dat wil niet zeggen dat directe democratie ideaal is. De ‘inflatie’ van Volksinitiatieven’ en sommige uitslagen kunnen niet juist of soms problematisch zijn.

Maar dat is juist ook de kracht in het federale model dat gebaseerd is op subsidiariteit en compromis: uiteindelijk wordt er altijd verder gepraat en is het resultaat meestal goed gefundeerd, al kan het politieke proces daardoor soms (te) lang duren.

De Rütli

Conclusie

Keizer Hendrik VIII (1278-1313) van het Heilige Roomse Rijk verleende de Orte Uri, Schwyz en Unterwalden in 1309 de status van onafhankelijke jurisdictie. Uri en Schwyz hadden in de 13e eeuw al de status van Reichsunmittelbarkeit verkregen, Unterwalden in 1309.

De verlening van onafhankelijke jurisdictie (dus geen inmenging van ‘Fremde Richter‘) en Reichsunmittelbarkeit of de status van vrije stad voor bergdorpen (!) was uniek in het Heilige Roomse Rijk en een indicatie voor hun prestige.

Het stedelijke aanzien van deze dorpen (of Flecken) past bij deze status. Ook in Zwitserland mag er best wat meer waardering zijn voor deze gemeenschappen, zelfs als hun politieke klok anders tikt, een mix van conservatisme, gezond boerenverstand, realisme en het oude combineren met het nieuwe zonder het oude bij het grofvuil te zetten.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Buochs, Gemeinde Beckenried, Gemeinde Stansstad)

Impressies van Buochs

Hotel Rigiblick am See (1912)

Impressies van Stansstad

Escher en Haas-Triverio in Italië 1922-1935

De Nederlandse kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972) is wereldberoemd. Wie kent echter Giuseppe Haas-Triverio (1889-1963) uit Sachseln (kanton Obwalden, Zwitserland)?

Toch waren deze twee kunstenaars tussen 1929 en 1935 nauw met elkaar bevriend en deelden ze hun passie voor en verblijf in Italië. Vanwege de dictatuur in Italië en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog scheidden hun wegen zich echter weer na 1935.

Giuseppe Haas-Triverio en M. C. Escher op een wandeling van Scanno naar Villetta Barrea, Abruzzen, 21. 5. 1929. Foto: M. C. Escher

Josef Haas is 1889 in Sachseln geboren. Als autodidact vertrok hij al op jonge leeftijd naar Rome. Daar ontwikkelde hij zijn talenten, aanvankelijk met olieschilderijen en later steeds meer met houtsnedes. In 1919 trouwde hij met de Italiaanse Secondina Triverio en  Josef noemde zich voortaan Giuseppe Haas-Triverio.

Hij kreeg steeds meer erkenning en opende in Rome een atelier, waar hij (beginnende) kunstenaars uit Zwitserland en Italië aan het werk zette en onderwees.

Escher is geboren in Arnhem en volgde in Haarlem een studie in grafische technieken bij Samuel Jessurun de Mesquita (1866-1944). Vervolgens woonde hij in Frankrijk en Spanje om zich in 1922 ook in Rome te vestigen. Daar trouwde hij in 1924 met de Zwitserse Giulia (‘Jetta’) Umiker (1897-1969).

Impressie van de tentoonstelling. Foto: Christian Hartmann

Escher en Haas woonden en werkten in Rome op loopafstand van elkaar en zo is de vriendschap gegroeid. Samen ondernamen ze vijf werkreizen door Italië en naar Corsica tot 1935.

Haas hield hierover een dagboek bij en Escher maakte foto’s en gebruikte zijn agenda om de reizen te vast te leggen. De kunstenaars maakten ook diverse reizen met anderen of alleen. In ieder geval waren ze beiden geïnspireerd door Italië, haar inwoners, kunst en natuur.

De documenten en foto’s zijn bewaard en vormen samen met de kunstwerken van beide kunstenaars uit deze periode het uitgangspunt van de tentoonstelling “Gemeinsam Unterwegs. Giuseppe Haas-Triverio & M.C. Escher” in het Bruder Klaus Museum in Sachseln.

De tentoonstelling toont met name houtsnedes van beide kunstenaars en hun verschillen en overeenkomsten. Deze komen duidelijk naar voren omdat ze vaak dezelfde onderwerpen hadden in dezelfde tijd.

Giuseppe Haas-Triverio, Stilo, 1931, Houtsnede, 60 x 70 cm / 36 x 47 cm, Stiftung Giuseppe Haas-Triverio, Inv. HS 29.

Maurits C. Escher, Cattolica von Stilo, Kalabrien, November 1930, Lithografie, 22,6 x 29,7 cm (Escher 1986, Kat. 139), © The M. C. Escher Company, Baarn.

Haas schrijft hierover in zijn dagboek: “Mit dem holländischen Künstlerkollegen Maurits Cornelius Escher, der zehn Jahre jünger was als ich und auch auf dem Monte Verde wohnte, unternahm ich bis 1935 jedes Frühjahr Reisen nach Korsika, Malta, Sizilien, Kalabrien und in die Abruzzen“. (Met mijn Nederlandse collega-kunstenaar Maurits Cornelius Escher, die tien jaar jonger was dan ik en ook op Monte Verde woonde, reisde ik tot 1935 elk voorjaar naar Corsica, Malta, Sicilië, Calabrië en Abruzzen).

Vanwege de gezondheid van een van zijn zonen vertrok Escher met zijn familie in 1935 naar Steckborn (kanton Thurgau) en later naar Château-d’Oex (kanton Waadt)  in Zwitserland.

Na een verblijf in Belgie en na de Duitse bezetting keerde hij in 1941 naar Nederland terug en woonde tot zijn overlijden in Baarn.  Ook voor Haas betekende het begin van de Tweede Wereldoorlog een terugkeer naar Sachseln, waar hij zich met name aan lokale thema’s wijdde. In tegenstelling tot Escher raakte hij echter in de vergetelheid.

Impressie van de tentoonstelling. Foto: Christian Hartmann

Deze tentoonstelling brengt hun vriendschap in woord en beeld aan de hand van foto’s van Escher en de dagboeken van Haas. Hun kunstwerken uit deze periode vormen het artistieke decor van een ten onrechte in de vergetelheid geraakte kunstenaar en een terecht geroemde kunstenaar.

De catalogus van Beat Stutzer, Gemeinsam Unterwegs. Giuseppe Haas-Triverio & M.C. Escher” (Sachseln, 2024) is een uniek bron van informatie over deze vriendschap van twee kunstenaars en hun leven in Italië tussen 1922 en 1935.

Impressies van de tentoonstelling

Obwalden, Sarnen en Sachseln, (geografische) centrum van Zwitserland, midden in Europa

Sarnen is de hoofdplaats (Hauptort) van kanton Obwalden. Het dorp ligt aan de oevers van de Sarnersee die weer verbonden is met het Vierwoudstedenmeer. Samen met de kantons Uri, Schwyz, Luzern, Zug en Nidwalden maakt Obwalden deel uit van de zogenaamde Innerschweiz.

Obwalden is samen met Nidwalden (onder de naam Unterwalden), Uri en Schwyz een van de grondleggers van de Eidgenossenschaft, vernoemd naar de eed op de Rütli (1291) aan de oevers van de Urnersee. Deze eed bekrachtigde het verbond tussen deze drie Orte. Een nieuw verbond is in 1315 gesloten, vlak na de eerste overwinning op Habsburg in 1315 (Morgarten).

Centrum van Sarnen

Sarnen is klein van omvang, maar heeft desalniettemin, evenals Stans, het aanzien van een stad. Een plein met monumentale panden, diverse opmerkelijke (publieke) gebouwen, een relatief groot museum en (opgeheven) kloosters getuigen van het rijke (Roomse) leven en een interessante historie.

Het benedictijnenklooster St. Andrea voor nonnen is 1120 gesticht in Engelberg, samen met het Benedictijnenklooster Engelberg voor monniken. Klooster St. Andrea, tevens een pelgrimsoord (Wallfahrtsort Sarner Jesuskind), verhuisde 1615 echter naar Sarnen. 2020 vierden beide kloosters gezamenlijk het 900-jarig bestaan.

Het benedictijnenklooster St. Andrea

De St. Martinskirche (1966) is een icoon in de kerkenbouwhistorie en -architectuur. De kerk vertoont niet alleen een gelijkenis met de pelgrimskerk van Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp (Elzas) van Le Corbusier maar ook met de St. Nicolaas in Hérémence uit dezelfde periode.

De Älggi-Alp in het kanton is niet alleen het geografische het middelpunt van Zwitserland.  In de kleine plaats Sarnen in het kleine kanton Obwalden blijkt eens te meer dat Zwitserland midden in Europa ligt en een integraal onderdeel is van de Europese historie.

De St. Martinskirche hoort namelijk bij het Benedictijnerklooster Muri-Gries in Bozen (Italië). Ze staat naast het zogenaamde Professorenheim, het hoofdgebouw van het klooster. Het Kollegium Sarnen, de voormalige Latijnse school van Jezuïeten, maakt ook deel uit van het complex.

De naam Muri (kanton Aargau) is afgeleid van het in 1841 opgeheven Benedictjnenklooster Muri. De monniken zochten hun toevlucht in Sarnen en het Benedictijnenklooster Engelberg.

De abt van het opgeheven klooster Muri, in de elfde eeuw door Habsburgers gesticht, nam contact op met de Oostenrijkse Keizer Ferdinand I (1793-1875) )n diens kanselier Klemens von Metternich (1773-1859) om intrek te nemen in het verlaten Benedictijnerklooster Gries.

In 1845 verhuisden de monniken inderdaad naar Gries, maar het klooster bleef formeel verbonden aan de Zwitserse orde van Benedictijnen. Het voormalige Latijnse Kollegium van Jezuiten werd zelfs een Benedictijnen-Kollegium.

Het Oostenrijkse Bozen werd na 1919 echter Bolzano en de banden met Zwitserland bleven daarna gecompliceerd tot 1945.

Kasteel Landenberg (11e eeuw), 1711-1752 geheel vernieuwd, voormalige plaats van de Landsgemeinde (1998 opgeheven) en een Zeughaus (opslagplaats voor wapens)

Museum Obwalden

Afgezien van een fraai museum, een indrukwekkend dorpsplein en andere (publieke) gebouwen, is Sarnen ook de toegangsweg tot Sachseln, de laatste rustplaats en het museum gewijd aan Bruder Klaus.

Ook Sachseln biedt, afgezien van de ligging aan de Sarnersee en het decor van het berglandschap, diverse culturele en historische bezienswaardigheden. Bovendien liggen de geboorte- en woonplaats van de ‘Vader des Vaderlands’ Bruder Klaus op enkele kilometers afstand.

Bron en verdere informatie: Gemeinde Sachseln; Gemeinde Sarnen)

Impressies van Sarnen

Kapel Maria Lauretana  (1556, renovaties in 1662 en 1856)

Benedictiner-Kollegium

Kapucijnenkerk (1642) 

St. Peter und Paulkirche (1742)

Regeriengsgebouw van het kanton

Het Professorenheim

De Sarnersee

Impressies van Sachseln

 

De pelgrimskerk (Wallfahrtskirche) met de laatste rustplaats van Bruder Klaus

Museum Bruder Klaus

Dorpsplein

Sammlung Christian Sigrist