Bruder Klaus, de Eidgenossenschaft en een Vader des Vaderlands

Het bestaan van Wilhelm Tell kan in twijfel worden getrokken, hoewel dit verhaal past in de historische, politieke en religieuze context van verzet tegen een landsheer en de vorming van lokale bondgenootschappen.

De andere Zwitserse held, Niklaus von Flüe (1417-1487), is echter een historische figuur wiens persoon, levenswijze en (politieke) daden al tijdens zijn leven werden erkend en opgetekend.

Niets wees in zijn jonge jaren echter op een leven als Bruder Klaus.  Niklaus is geboren in Fluë, een klein dorp vlakbij Sachseln, een Ort in het huidige kanton Obwalden, destijds samen met Nidwalden ook aangeduid als Unterwalden.

Flüeli-Ranft en de Flüeli-kapel (1618), gewijd aan de heilige Borromeus

De oude Eidgenossenschaft bestond toen uit acht Orte en steden (Uri, Schwyz, Unterwalden, Luzern, Zürich, Zug, Glarus en Bern). Van een hechte Confederatie was nog geen sprake. Integendeel, de uiteenlopende economische, politieke en geografische belangen leidden regelmatig tot spanningen en conflicten.

Op religieus en internationaal gebied waren de discussies en onenigheid net zo groot, zoals het Concilie van Konstanz (1414-1418)  en de religieuze hervormingsbewegingen aantonen.

Niklaus was een kind van zijn tijd en plaats. Hij was boer en nam deel aan gewapende conflicten. Hij trouwde op zijn negenentwintigste met Dorothea Wyss (1430-1495). Tot zijn vijftigste was hij niet alleen vader en boer, maar was hij ook politiek actief.

Woonhuis van Niklaus en Dorothea (c. 1446)

Rond zijn vijftigste werd boer Niklaus echter Bruder Klaus. Hij trok zich terug uit het wereldse leven en begon een nieuw leven als heremiet aan de oevers van de Melchaa in de Ranftkloof, slechts een paar honderd meter van zijn woonhuis in Flüe verwijderd.

De Hohe Brücke 100 meter boven de Melchaa en de Ranftkloof.  

De contacten met zijn familie en grote gezin verbrak hij niet. Integendeel, Dorothea steunde hem en zijn nieuwe levenswijze. De inwoners van Flüe schonken hem een houten kluizenaarscel en later zelfs een stenen kapel (de obere Ranftkapelle).

De bisschop van Konstanz wijdde deze kapel in 1469 in, een indicatie voor het grote prestige van Bruder Klaus aan het begin van zijn nieuwe levensfase.

De houten kluizenaarscel van Bruder Klaus met aangebouwde kapel (linksboven), op de voorgrond een informatiecentrum

Bruder Klaus was overigens niet de enige heremiet in deze tijd. Overal in de (Christelijke) wereld wijdden vrouwen en mannen zich aan een leven van afzondering, armoede, contemplatie en gebed.

Deze traditie gaat terug tot de eerste eeuwen van het Christendom in het Midden-Oosten. Voorgangers van Bruder Klaus in Zwitserland waren onder andere St. Gallus in St. Gallen, St. Wiborada in St. Georgen en St. Meinrad in Einsiedeln, opvolgers zijn onder andere te vinden in de Einsiedelei St. Margarethen in Räsch (kanton Freiburg)..

Bruder Klaus onderscheidde zich echter door zijn politieke betrokkenheid. Hij stond wat dat betreft met beide benen in de wereld, ondanks zijn afzondering en intense devotie.

De untere Ranftkapelle (1501)

Hij was goed op de hoogte van de lokale, confederale en internationale politiek en discussies. Bernardo Imperiali, diplomaat in dienst van de hertog van Milaan, verwoordde het bij een bezoek aan de toen al vaak gefrequenteerde Bruder Klaus: “Io trovato informato di tutto” (Ik ontmoette hem met kennis over alle kwesties).

Deze diplomaat van een machtige hertog consulteerde hem niet voor niets. Bruder Klaus was al jaren een begrip bij lokale, regionale en internationale conflicten. Hij was wat we tegenwoordig een ‘mediator’ of ‘arbiter’ noemen.

Arm en rijk, boeren of politici uit Sachseln, Stans of Flüe , vertegenwoordigers van Orte of steden van de Eidgenossenschaft, bisschoppen, hertogen en andere  diplomaten consulteerden hem.

Bruder Klaus waakt over Zwitserland in 1940

Zijn bemiddelende rol in het conflict tussen leden van de Eidgenossenschaft is echter zijn diplomatieke hoogtepunt. Bruder Klaus was, volgens een kroniek uit 1507 (de Luzerner Kroniek van Diepold Schilling (1460-1515) een van de grondleggers van de Stanser Verkommnis van 22 december 1481.

De acht leden van de Eidgenossenschaft stonden na de overwinningen op de Hertog van Bourgondië Karel de Stoute (1433-1477) in de jaren 1476-1477 op de rand van een burgeroorlog.

Bruder Klaus bemiddelde, naar verluid, en op de Tagsatzung van Stans kwam de Stanser Verkommnis tot stand. Feit of legende, sindsdien is hij een soort ‘Vader des Vaderlands’.

Hoewel de Nobelprijs voor Vrede hem niet toegekend kon worden, is Bruder Klaus in 1649 zaligverklaard. Op 15 mei 1947 volgde de heiligverklaring door Paus Pius XII (1876-1958). De burgers van Obwalden en vier kontinenten hadden zijn verdiensten echter al veel eerder erkend.

Bezoek van Paus Johannes Paulus II in 1986

In het kerkenboek van Sachseln en in vele andere documenten en schriftelijke bronnen komen de mystiek, devotie, het vasten en zijn rol als ‘mediator’ en vredesstichter aan de orde. Op vier continenten zijn honderden kerken, kapellen en scholen aan Bruder Klaus gewijd.

De Zwitserse dichter Heinrich Federer (1866-1928) verwoordde het in 1921 als volgt: “Bruder Klaus ist viel zu gross, um nur Schweizer zu sein. Er gehört der ganzen Welt“.

Het stoffelijk overschot van Bruder Klaus is bijgezet in de pelgrimskerk (Wallfahrtskirche) van Sachseln uit 1684

Het Bruder Klaus museum in Sachseln en het dorp Flüe li-Ranft staan in het teken van deze persoon, zijn vrouw Dorothea en hun receptie.

(Bron en verdere informatie: Bruder Klaus Museum; W. Signer, G. Appius, Niklaus von Flüe , ein politischer Mystiker, Bazel 1989)

Eerbewijs aan de dappere inwoners van Boedapest en hun rol in de Hongaarse opstand (1956) in de Ranftkloof

Industrialisatie, katholieken, protestanten en kloosters in St. Gallen

De stad, kanton en de abdij St. Gallen zijn eeuwenlang een symbool van verdeeldheid in de Confederatie geweest, voor de Reformatie , maar ook daarna. De situatie is vergelijkbaar met relatie tussen de stadsbesturen van  Chur, Konstanz, Bazel en Genève en hun bisschoppen.

Deze verdeeldheid had tot de reformatie niets met religie te maken, maar met economische, dynastieke en politieke belangen. Deze verdeeldheid is op zich niets bijzonders, wel dat de Confederatie en de kantons dit hebben overleefd met 1848 als constitutioneel fundament van de huidige Confoederatio Helvetica van soevereine Republieken (tenzij de Grondwet anders bepaalt).

Kanton, Stad en abdij St. Gallen

Pas na de reformatie kreeg deze verdeeldheid een religieuze dimensie. Economische en politieke motieven hebben bij de keuze voor de reformatie dan ook een (grote) rol gespeeld hebben.

De naasting van rijke abdijen, kloosters en bisschoppelijk eigendom was een aantrekkelijk vooruitzicht en de politieke rol van de bisschop in de stad was uitgespeeld (Bazel, Konstanz en Genève) of veel minder belangrijk (Chur). Sitten (Sion) was ook een bisschopsstad met een gespannen verhouding tussen bisschop en de zeven Zenden van Oberwallis, maar er was geen reformatie.

De relatie economie, politiek en religie heeft dan ook in stad en kanton St. Gallen eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld. Kanton en stad St. Gallen zijn vooral bekend vanwege hun textiel, de beroemde abdij en haar bibliotheek.

Veel minder bekend zijn de industriële geschiedenis van onder andere chocolade en het lange schisma tussen de katholieke en protestante gemeenschappen, in de stad St. Gallen en in het kanton.

De Abdij St. Gallen

De stad St. Gallen

Industrialisatie en de religieuze verdeeldheid zijn in St. Gallen nauw met elkaar verbonden. De stad St. Gallen bekeerde zich tot het nieuwe (protestantse) geloof in 1526. De abdij en de stad leefden daarna eeuwenlang letterlijk gescheiden van elkaar.

Een muur scheidde de abdij van de stad en de monniken en abt mochten alleen onder strikte voorwaarden deze muur passeren, een Berlijnse Muur avant la lettre. De abdij was tot 1798 (Franse inval en de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) echter de grootgrondbezitter in de regio. Veel dorpen en stadjes, niet alle, bleven daarom katholiek.

St. Georgen

St. Georgen

Dit veranderde pas met de opheffing en onteigening van de abdij in 1805 en het begin van de industrialisatie buiten de stad na 1800. Een goed voorbeeld is de huidige wijk St. Georgen, deel van de vroegere gemeente Tablat.

Deze plaats ligt in de Mülenenschlucht, een paar kilometer van het centrum en de abdij van St. Gallen. Het dorp St. Georgen ontstond, zoals zo vaak in de middeleeuwen, rondom de kerk St. Georgen en het klooster St. Wiborada (opgeheven in 1834).

De Kloosterkerk

Tot 1798 was Tablat (en St. Georgen) een ‘Untertanengebiet’ van de prinsabdij (Fürstabtei) St. Gallen en dus katholiek.  Veel molens zorgden al vanaf de middeleeuwen voor mechanische aandrijvingen en watervoorziening  voor smeden, bakkers en andere kleine ambachtslieden.

De ven van de andere kant rond 1900

De textielindustrie kwam pas na 1800 tot grootschalige ontwikkeling in het dorp. De Müleggweier, de ven op Dreilinden, de beek Steinach en andere kleine bronnen zorgden voor een permanente aanvoer van water, ook in droge tijden.

In 1885 opende de chocoladeproducent Maestrani bovendien een fabriek in St. Georgen, nadat zij in 1849 in de stad St. Gallen al was begonnen met de vervaardiging van chocolade. Maestrani bleef tot 2003 in St. Georgen, pas daarna verhuisde de fabriek naar Flawil (Kanton St. Gallen).

Tot de industrialisering rond 1820 was de bevolking van St. Georgen overwegend katholiek. Door immigratie van protestante arbeiders steeg het aantal inwoners van ongeveer 4 400 in 1850 tot ruim 12 000 in 1900. Dit leidde tot de bouw van aparte katholieke en protestante scholen en de vestiging van  katholieke en protestante bakkers, slagers, kruideniers, artsen en andere dienstverleners.

Protestante school Bachschulhaus rond 1900

St. Georgen werd ook het middelpunt van de religieuze ‘Kulturkampf’ in Zwitserland. Diverse (school) gebouwen in St. Georgen herinneren nog aan deze periode van sterke industriële groei en religieuze verdeeldheid.

Hoewel de religieuze verdeeldheid in Zwitserland niet tot de geweldsexcessen van andere Europese landen heeft geleid (enkele conflicten in 1529,1531, 1656, 1712 en 1847 uitgezonderd), was het tot 1848 een politieke en tot de jaren 1960 een sociale realiteit.

Klooster Notkersegg

Aan het nabijgelegen vrouwenklooster Notkersegg, gesticht in 1381, zijn deze ontwikkelingen grotendeels voorbijgegaan. Aanvankelijk was het formeel geen klooster, maar een wooncomplex voor Begijnen.

In 1602 was het aantal nonnen zo groot, dat de Begijnen formeel toetraden tot de Orde van Kapucinessen (een afsplitsing van de Orde van Franciskanen). Het complex bestond toen uit diverse gebouwen en de kerk uit 1453. De machtige Benediktijnerabdij van St. Gallen is echter nooit ver weg en werd in 1610 zelfs toezichthouder.

1727 en 1757 waren belangrijke jaren voor het klooster. Vanwege de Vaticaanse dogmatiek van de Clausuur voor nonnen bouwde het klooster een muur om de nonnen van de (boze) buitenwereld af te sluiten. De muur staat er nog steeds. In 1757 kreeg het klooster een geschenk uit Italië: een beeld van de ‘Madonna di buon consiglio’. Sindsdien heet het klooster ‘Maria vom guten Rat’.

Het klooster bestaat en functioneert nog steeds, ondanks de moeilijke jaren na de opheffing van de abdij in 1805, de Kulturkampf en tegenwoordig de geringe animo om toe te treden. Het klooster telt nog zes zusters en leeft onder andere van de landbouw.

(Bron en verdere informatie: St. Georgen; klooster Notkersegg)

De multiculturele kleine stad Vevey groots in daden

De Kelten en Romeinen bewoonden de locatie van de stad Vevey (kanton Waadt) al ruim 2000 jaar geleden.En Crédeyles, een Keltische begraafplaats bij de (middeleeuwse) kerk St. Martin, en de Romeinse plaatsnamen Vibiscum of Viviscum (in de Tabula Peutingeriana) tonen hun aanwezigheid aan. De plaats ligt aan de monding van de rivieren Veveyse en Ognonaz.

Romeinse inscriptie

De plaats lag gunstig aan de Romeinse wegen van en naar de Grote Sint-Bernard en Martigny (Octodurus), Lausanne (Lousonna) en Avenches (Aventicum). Het meer van Genève (lac lemanus) was in de Romeinse periode ook al een druk bevaren waterweg.

De kerk St. Martin

Daarna duurt het tot de twaalfde eeuw voordat Vevey weer in documenten voorkomt. De bisschoppen van Sitten en Lausanne, de abdij van St. Maurice, de graven van Genève, de graven van Gruyère en de hertogen van Savoie speelden vervolgens eeuwenlang een rol. Savoie verleende de stad in de 14e eeuw stadsrechten. De hertog stichtte in 1422 ook het Clarissenklooster Sainte-Claire.

Voormalig Clarissenklooster Sainte-Claire, opgeheven in 1536

Bern veroverde Vevey in 1536 en bestuurde de stad vervolgens tot 1798. Het kasteel Chillon was de residentie van de Berner voogd. De stad had geen politieke zelfstandigheid, maar ontwikkelde zich economisch wel voorspoedig.

Veel door waterkracht van molens aangedreven bedrijven stonden aan de oevers van de Veveyse en Ognonaz. De ligging aan het meer van Genève en wegen naar alle regio’s van de Confederatie van 13 kantons en buurlanden waren bovendien gunstig voor de handel.

Vevey is bovendien, net zoals de rest van het land, altijd een kosmopolitische (handels) stad geweest. Franse Hugenoten, Russen, Engelsen of Duitsers zijn maar enkele van de vele eeuwenoude nationaliteiten in de stad.

Anonieme kunstenaar Vevey 17e eeuw. Collectie: Musée historique de Vevey

Vlak voor de Franse invasie van 1798 en de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) vond in de Vevey de eerste editie van het Fête des Vignerons plaats. Deze traditie, in 2019 was er ook een Fête, duidt op de eeuwenoude prominente rol van wijnbouw in deze regio en Lavaux.

Een uitvoering van het Fête des Vignerons in de 19e eeuw. Collectie: Musée de la Confrérie des Vignerons

Het  Fête des Vignerons is buiten Zwitserland wellicht niet zo bekend, maar een andere grootheid is dat wel. ’s Werelds grootste multinational voor levensmiddelen heeft zijn hoofdkantoor in Vevey.

Het hoofdkantoor van Nestlé

De ‘vork’ in het meer is een opmerkelijk monument, zoals het Alimentarium een culinair en wetenschappelijk hoogstaand museum is dat getuigt van de aanwezigheid van Nestlé. Bovendien is ook chocolade nauw verbonden met Vevey.

(Bron en verdere informatie: Ville de Vevey)

Impressies van Vevey en omgeving

Grand Hotel du Lac

Musée Jenisch

La Grenette (graanmarkt)

Russisch-Orthodoxe kerk St. Barbara (1878)

All Saints Church (1882)

La tour-de-Peilz en het Musée suisse de Jeu,  het unieke museum voor eeuwenoude gezelschapsspellen 

De Rütli, een eed en het afzetten van een vorst

Der Weg der Schweiz is een historische weg langs de Urnersee, de zuidelijkste arm van het Vierwoudstedenmeer. De lengte is ongeveer 35 kilometer en is verdeeld in 26 etappes voor de 26 kantons.

De volgorde wordt bepaald door het jaar van toetreding van de kantons tot de Confederatie. De lengte van de delen is gebaseerd op het aantal inwoners van een kanton in 1991, waarbij per inwoner de lengte 5 mm is.

De Urnesee vanaf Seelisberg

Vanwege deze opzet verbaast het niet dat de Rütli aan de oevers van de Urnersee de eerste halteplaats van deze route is. Het is niet relevant of op deze plaats in 1291 de drie eerste leden Uri, Schwyz en Unterwalden (Obwalden en Nidwalden)een eed hebben gedaan ter bekrachtiging van hun verbond. Het is in ieder geval een mooi verhaal dat in de politieke en historische context past. Hetzelfde geldt voor Wilhelm Tell.

De ‘Schwurplatz’, locatie van de eed

In late middeleeuwen waren er vele bondgenootschappen en samenwerkingsverbanden tussen steden en andere plaatsen (Orte) in dit deel van Europa. Alleen de Zwitserse Eidgenossenschaft heeft de 19e eeuw echter gehaald. Wat ‘als’ is geen interessante historische vraag.

Feit is bovendien een authentiek document uit 1315 dat een verbond tussen deze drie Orte bevestigt. Daarna volgt een lang proces van staatsvorming van een los statenverbond van steeds meer Orte en steden (het woord kantons stamt uit de 16e eeuw) tot de moderne Confederatie in 1848. De Eidgenossen dachten er in 1291 of 1309 echter nog niet aan een eigen staat te stichten.

Het in opstand komen tegen de landsheer, in dit geval Habsburg en zijn voogden, was in deze religieuze tijd een doodzonde. Er moest een rechtvaardiging zijn en dat is tevens de achtergrond van het verhaal van Wilhelm Tell. De landsheer (de voogd Gessler) was immers een tiran.

Eerste pagina van de ‘Acte van Verlatinghe’, 1581. Foto: Wikipedia

Een soortgelijk geval deed zich voor in de Nederlanden in 1579 met de oprichting van de Unie van Utrecht (een confederatie van zeven soevereine provincies (kantons) met een Staten-Generaal (Tagsatzung).

De Spaanse koning werd afgezet als soeverein met de daaropvolgende ‘Acte van Verlatinghe‘ (1581). De grondige en religieus gefundeerde motivatie was dezelfde als in het verhaal van Willem Tell: de heerser is een tiran en daarom is de afzetting gerechtvaardigd, en alleen om die reden.

Feit is dat ondanks machtige en veelal agressieve buurlanden, de reformatie, economische-, taal- en cultuurverschillen, deze confederatie tegenwoordig het minst slechte democratische systeem in Europa en wellicht zelfs in de wereld heeft.

Beeld: Rütli Museum

Bovendien zijn de economie, het monetaire beleid, de multiculturele en internationale samenleving, cultuur, wetenschap en onderzoek en het respect en omgang met de natuur van een hoog niveau.

De Rütli, gelegen aan de voet van het dorp Seelisberg (kanton Uri), is met reden een locatie om te koesteren. Een wandeling van Seelisberg naar de Rütli duurt bergafwaarts ongeveer een uur.

Het pad vanaf Seelisberg naar de Rütli

Een wandeling naar de Rütli vanaf Seelisberg is een kleine stap, maar wat ruim 700 jaar geleden in deze regio is begonnen, is een reuzenstap voor de vorming van de huidige Confederatie geweest.

(Bron en verdere informatie: Weg der Schweiz)

De Kleine en de Grote Mythe (kanton Schwyz). Op de voorgrond Brunnen (kanton Uri), op de achtergrond Schwyz

Sisikon

Rütli Museum

De Rütliwiese

Seelisberg, oord van de World Government, International Conference en Tagsatzung

Seelisberg (kanton Uri) is een oud Alemanisch dorp, aan de grens met kanton Nidwalden. Voor een klein dorp had het in de middeleeuwen al een grote onafhankelijkheid ten opzichte van de (Habsburgse) landsheer, onder andere met marktrecht en rechtspraak.

Ondanks de ligging op ruim 800 m hoogte, 400 meter hoger dan de Urnersee, was de Treibhafen een belangrijk kooppunt voor de scheepvaart op het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).

Wellicht zijn deze haven en scheepvaartverbinding ook de aanleiding geweest voor de bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de Orte Unterwalden, Uri en Schwyz in de middeleeuwen, bijvoorbeeld op de Rütli.

In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, ook op aanduidingen bij de Rütli, was scheepvaart in de middeleeuwen de snelste en veiligste manier van vervoer in Europa, ook in de Innerschweiz. Zo onwaarschijnlijk is de Rütli als locatie van (geheime) bijeenkomsten niet, mede gezien de geïsoleerde maar over water goed bereikbare ligging.

In ieder geval hebben ook in de 17e – en 18e eeuw diverse bijeenkomsten van de Tagsatzung in Seelisberg plaatsgevonden.

Seelisberg had ook een pelgrimskapel met de toepasselijke naam Maria Sonnenberg. Deze naam is ontleend aan de zonrijke ligging van het dorp. De gezonde berglucht, de ligging aan de Urnersee en de vele zonuren waren ook de aanleiding voor de ontwikkeling van het kuuroord Grand Hotel Sonnenberg in de 19e eeuw.

Grand Hotel Sonnenberg was in 1947 ook het oord van de, nog steeds actuele, interreligieuze en internationale conferentie over antisemitisme.

Sinds 1972 is Sonnenberg het centrum van de zelfbenoemde ‘World Government of the Age of Enlightenment’.

De Treibhafen was vanaf 1854 een halte voor stoomschepen. De Seelisbergbahn is sinds 1916 in bedrijf. Bovenal is Seelisberg echter een belangrijke locatie op de historische weg ‘Wiege der Schweiz’.

Er zijn twaalf locaties op deze route, onder andere de Rütli, diverse bezienswaardigheden in het dorp en Grand Hotel Sonnenberg met een prachtig uitzicht over de Urnersee en de Gothhard.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Seelisberg)

Voormalig Grand Hotel Sonnenberg 

De pelgrimskapel Maria Sonnenberg

 

Impressies van de omgeving

Klooster Maria-Rickenbach, pelgrims en Amerika

Rickenbach (Gemeinde Oberdorf/Niederrickenbach) in kanton Nidwalden is voor het eerst vermeld in 1314. Het laatgotische beeld van Maria met het kindje Jezus dateert uit de gotische periode (rond 1350).

Het beeld is volgens de legende in 1528 gered tijdens de beeldenstorm tijdens de Reformatie in het Berner Oberland en naar Rickenbach gebracht, op de plaats van het altaar van de bedevaartskerk (Wahlfahrtskirche)  Maria-Rickenbach staat.

De plek ontwikkelde zich daarna tot bedevaartsoord. De eerste kapel is gebouwd in 1593. In 1798 zochten veel inwoners van Nidwalden toevlucht in de kapel vanwege de gewelddadige Franse invasie.

Kopie van een afbeelding uit 1799  in de bedevaartkerk ter herinnering aan door de Franse bezetter gevangen genomen Nidwalder mannen. Het origineel hangt in klooster Einsiedeln

De eerste zusters arriveerden in Rickenbach op 4 september 1857. Ze kwamen uit Engelberg, waar ze zich in het Benedictijnerklooster Engelberg hadden voorbereid op het het kloosterleven.

Op de voorgrond het Stäfelihaus

Ze namen hun intrek in een oude boerderij, het “Stäfelihaus” naast de kloosterpoort, die vandaag de dag nog steeds bestaat. De ondernemende nonnen wisten van aanpakken, want de eerste kloostergebouwen waren al in 1864 gereed. Andere gebouwen volgden in 1897 en 1973.

In 1879 verhuisden bovendien meerdere kosmopolitische zusters naar het Amerikaanse continent en stichtten daar verschillende kloosters.

De bedevaartkapel trekt tegenwoordig nog steeds veel pelgrims. Het benedictijnenklooster is ook religieus, multifunctioneel en economisch goed gepositioneerd. De kruidentuin van het klooster, de weverij, het hotel en duizenden pelgrims vormen de economische basis.

Ook het dagelijkse spirituele leven is bij de zusters in goede handen. De bedevaartkerk en het pelgrimshuis (Pilgerhaus) worden jaarlijks door duizenden mensen bezocht. Het landschap is overigens op zich al een spirituele ervaring.

(Bron en verdere informatie: Kloster Maria-Rickenbach)

Impressies van het klooster, de bedevaartkerk en het landschap

  

 

Dallenwil en de verbinding met het klooster

 

Europa’s danshoofdstad in Riom

Riom (kanton Graubünden) verandert in de zomer in de danshoofdstad van Europa. Nergens anders op het continent worden in één maand zoveel balletvoorstellingen gegeven.

De twee iconische podia (het kasteel en de Clavadeira) van Riom bieden onderdak aan dansers die acht avondvullende, hedendaagse wereldpremières op de planken brengen.

De eerste impuls voor Rioms uitgebreide dansprogramma was de constante zoektocht van Fundaziun Origen naar de oorsprong van podiumkunst. De rituele dans voert terug naar de begintijd. Een tweede motivatie was landschapstheater: dans leent zich als geen ander podiumgenre voor openluchtvoorstellingen.

Ten slotte was er nog een derde reden voor dans: de oude culturele routes naar de Europese metropolen, die werden afgelegd door de banketbakkers, komen weer tot leven. Het Passlandschap is geen plaats van hermiten, maar al vele eeuwen een smeltkroes van culturen.

De Surses is altijd multicultureel geweest en is dat nog steeds. In de vallei worden bijvoorbeeld drie talen en verschillende dialecten gesproken en het was en is een belangrijke verkeersweg en handelsroute in het midden van Europa.

Het programma tussen half juli en half augustus biedt twee voorstellingen per dag van donderdag tot zondag, een in de late namiddag in het kasteel van Riom, de andere ’s avonds in de Clavadeira.

Het dansprogramma wordt omlijst door lezingen van choreografen. Deze evenementen vinden plaats in de Clavadeira.

(Bron en verdere informatie: Fundaziun Origen)

Art Basel is in de stad, Bruderholz en natuur

Art Basel (10 – 16 juni) toont kunst uit de 20e en 21e eeuw en is de toonaangevende wereldbeurs voor de internationale kunstmarkt. Meer dan 250 galeries en 4000 kunstenaars van over de hele wereld maken Bazel tot een museum voor moderne en hedendaagse kunst. En de stad en het omliggende gebied hebben al verschillende  musea op dit gebied.

Impressies van Art Basel

Art Basel is ook aanwezig in oktober in Parijs en met haar satellieten op twee andere continenten: in Hong Kong in maart en in Florida (ook aanwezig met een show in Bazel) in december.

Impressies van DesignMiami. Basel

Tijdens deze week worden er nevenbeurzen gehouden in Bazel en de omliggende regio. Het Art Parcours in het centrum is een speciale presentatie van installaties, sculpturen, interventies en performances in openbare ruimtes en historische locaties in de stad.

Maar Art Basel is meer dan alleen een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, galeriehouders en kunsthandelaren. Ze brengt niet alleen kunst tot leven voor een groter publiek, ze is zelf kunst, creatief en geëngageerd. Ze brengt de natuur in de stad en tegelijkertijd verbindt de Basel Social Club op de Bruderholz bezoekers met de natuur!

Impressies van kunst op de Bruderholz

 

Bruderholz

Photo Basel

Photo Basel brengt galerieën op het gebied van fotografie uit de hele wereld samen in een authentieke setting. Photo Basel is een actief platform dat de dialoog bevordert tussen de actoren van de internationale fotografiegemeenschap en het publiek. De beurs wordt parallel aan Art Basel georganiseerd.

Impressies van Photo Basel

Nestlé, ’s werelds grootste vork en het Alimentarium in Vevey

De Vork in Vevey heeft sinds 2014 het record in handen van het Guinness World Records als hoogste vork ter wereld.

De beeldend kunstenaar Jean-Pierre Zaugg (1928-2012) ontwierp het werk, dat bekend staat als La Fourchette (de Vork). Het werd besteld om het 10-jarig bestaan van het Alimentarium in Vevey in 1995 te vieren. Een staalconstructeur maakte het beeld van 450 kg roestvrij staal.

Het stelt een monumentale tafelvork voor van 8 meter hoog en 1,3 meter breed bij de tanden aan de basis.

Het Alimentarium en Charlie Chaplin

Het Museum Alimentarium kreeg toestemming om het in te bedden in het Meer van Genève, op 5 meter van de kade.

(Bron: www.alimentarium.org)

Het hoofdkantoor van Nestlé in Vevey

Chaplin’s World aan de oevers van het meer van Genève

6 juni 1944 (D-Day)  was niet alleen een dag van hoop voor burgers van de bezette landen in West-Europa. Voor de acteur en filmregisseur Charlie Chaplin (1889-1977) was het ook een moment van een lang gekoesterde en publiekelijk geuite actie. Hij was slechts vier dagen ouder dan de Duitse dictator, maar overleefde hem ruim 32 jaar.

Ze hebben elkaar nooit ontmoet, maar kenden elkaar maar al te goed. De dictator was verzot op (Amerikaanse) films uit het interbellum (de periode tussen 1918-1939) en Chaplin was de beroemdste artiest uit die tijd.

De slottekst uit de ‘Great Dictator’ 

Het is niet bekend of de dictator ook de film ‘The Great Dictator’ (1940) heeft gezien. Deze film werd uiteraard niet in de door Het Duitse Rijk bezette of controleerde gebieden vertoond.

Pas na de bevrijding was de film te zien in Europese landen. De film ging in het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten, de bevrijders van West-Europa (en overwinnaars van Japan), echter wel in première in 1940.

Ook na 1940 zette Chaplin zich in om Europa te bevrijden van deze dictatuur. Hij woonde en werkte vanaf 1912 in Amerika en engageerde zich vanaf 22 juni 1941 (de Duitse aanval op de Sowjet-Unie, de voormalige trouwe bondgenoot van de Nazi’s) voor ondersteuning van dit land.

In zijn films engageerde en associeerde hij zich veelal met de ‘verworpenen der aarde’ en was hij kritisch op de consumptiemaatschappij en ongebreideld kapitalisme.

Zijn steun voor de Sowjet-Unie was echter geen steun voor het communisme, maar was tegen Duitsland gericht. Ook Winston Churchill maakte die keuze (“If Hitler invaded hell (Sowjet-Union) I would make at least a favorable reference to the devil in the House of Commons”).

De Koude Oorlog na 1945 betekende voor Chaplin echter verantwoording afleggen voor zijn geëngageerde politieke standpunten. Ten tijde van het Amerika van het Mccarthyisme vanwege de wereldwijde communistische agressie was na 1948 echter geen plaats voor nuance en Chaplin verliet Amerika in 1952.

Hij vestigde zich met zijn vrouw Oona O’Neill (1925-1991)  en zijn (groeiende) kinderschare in de Mansion de Ban (Manoir de Ban) in Corsier-sur-Vevey (kanton Waadt) aan het Meer van Genève.

Keizerlijke, koninklijke, aristocratische families, kunstenaars, artiesten, wetenschappers, politieke bannelingen en andere beroemdheden vestigden en vestigen zich al eeuwen graag in Zwitserland.

Het zijn niet alleen de stabiele democratie, (intellectuele) tolerantie, cultuur, natuur, het landschap, het wetenschappelijke, economische, monetaire en fiscale systeem die het land aantrekkelijk maken.

Chaplin en vele anderen voor en na hem waardeerden en waarderen vooral de discretie, respect voor en met elkaar, omgangsvormen en het functioneren van de samenleving, kortom de levenskwaliteit, het Zwitserleven.

Chaplin genoot dagelijks van zijn park en het meer van Genève en de ontvangst bij vele lokale evenementen en bezoeken. Hij lunchte bijvoorbeeld regelmatig in het nabij gelegen Saint-Saphorin en andere dorpen. Hoewel hij nauwelijks Frans sprak, waren zijn ontmoetingen met de lokale bewoners altijd hartelijk. Vele internationale beroemdheden bezochten bovendien zijn villa.

Chaplin was altijd gefascineerd door het circus en heeft daaraan ook diverse films gewijd. Vanaf 1952 was hij altijd aanwezig als eregast bij de voorstellingen van het beroemde Circus Knie.

De Mansion is tegenwoordig toegankelijk voor het publiek en toont met name het privéleven van Chaplin vanaf 1952 tot 1977.

Het nabijgelegen museum geeft een veelzijdig en afwisselend beeld van zijn leven en ontwikkeling als mens, (geëngageerd) artiest en als humanist, vanaf zijn jonge jaren in Engeland, zijn hoogtijdagen in Amerika tot zijn laatste projecten en jaren in Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: Chaplin’s World)

Impressies van Manoir de Ban en het park

 

Impressies van Chaplin’s World

De introductiefilm met vervolgens een nagebouwde straat en huis van Chaplin’s jeugd in Londen en zijn artistieke levensloop

Replica uit ‘City Lights’ (1931)

Opnamestudio met ‘Modern Times’ (1936) op de achtergrond