Opening van het Centre Albert Anker in Ins

Het Centre Albert Anker in Ins (Kanton Bern) is na 12 jaar renovatie op 7 juni heropend voor het publiek. Het complex is een ontdekkingsreis naar het artistieke, politieke en sociale leven van de Zwitserse kunstenaar Albert Anker (1831-1910) in de authentieke setting van zijn woonhuis, atelier en de uitbreiding met een kunstpaviljoen.

De ingang en ontvangstruimte. Foto: ©Alexander Jaquemet

Het Centre Albert Anker omvat het authentieke atelier, zijn woonhuis en het nieuw gebouwde kunstpaviljoen in de tuin.

Het atelier is 7 generaties niet aangeroerd door de familie en is uniek in Zwitserland wat betreft de staat waarin het bewaard is gebleven. Het woonhuis geeft inzicht in het dagelijkse leven van de familie Anker.

De permanente tentoonstelling laat in 15 thema’s de leef- en werkomgeving van de kunstenaar zien. De mens, politicus en kunstenaar wordt zowel in zijn geboortedorp Ins als in de nationale en internationale context van de 19e en begin 20e eeuw getoond.

De eerste tijdelijke tentoonstelling in het paviljoen  is gewijd aan Ankers reizen naar Zuid-Europa tussen 1861 en 1891. Onder de titel “Licht van het Zuiden” worden onder andere meer dan twintig weinig bekende reisschilderijen op klein formaat in impressionistische stijl en kleine olieverfschilderijen getoond.

Het Kunstmuseum Bern organiseert ter gelegenheid van de opening van het Centre Albert Anker  de tentoonstelling “Albert Anker. Reading Girls” (tot 21.7.2024).

(Bron en verdere informatie: Centre Albert Anker)

Echallens, het dagelijkse brood en religieuze tolerantie

Graan en Brood kent iedereen. Wie kent echter het graan en brood museum (Musée du blé et du pain) in  Echallens (kanton Waadt)?  Echallens ligt in een van de graanrijkste regio’s (le Grenier de la Suisse) van Zwitserland en bovendien aan de handelswegen naar Yverdon-les-Bains, Lausanne, Romont, Moudon en Freiburg).

Het museum opende zijn deuren in mei 1988. Het is gevestigde in de oude boerderij Panchaud  (pain chaud, warm brood of het beroep van bakker, of wellicht “panchaud” wat groot venster betekent in oud-frans) vlakbij het stadhuis.

Op 16 april 1989 leverden delegaties uit de 26 kantonen hun graan aan het museum en het jaarlijkse feest van het graan (Fête du blé) brengt het (eeuwenoude) belang nog eens extra onder de aandacht. Een groot deel van de beroepsbevolking is dan  ook (in) direct werkzaam in de graansector.

Musée du blé et du pain

De handel en verbouw in Echallens heeft een eeuwenoude traditie, die teruggaat tot de markten en een regionale functie in de Middeleeuwen in wat tegenwoordig het district Gros-de-Vaud heet. Ook deze plaats, gelegen aan de rivier Talent, was lange tijd gebied van de bisschop van Lausanne en de hertogen van Savoie. Het kasteel (1273) stamt uit deze tijd.

De nederlaag van de Hertog van Bourgondië en zijn bondgenoten Savoie en de bisschop van Lausanne  in 1476 betekende voor Echallens het einde van een tijdperk. Bern en Freiburg bestuurden afwisselend door een voogd het district Orbe-Echallens vanaf 1484 tot 1798.

Stadhuis (1781)

Dit ging goed tot 1536 en de reformatie van Bern. Freiburg bleef echter katholiek. Evenals in andere kantons (de Appenzeller, Glarus en Graubünden bijvoorbeeld) verhinderde het overlegmodel en de compromisbereidheid een escalatie.

Bern en Freiburg leverden hetzelfde aantal protestante respectievelijk katholieke bestuurders (24 in totaal, 12 per kanton), er was een katholieke en een protestante voogd en de gelijkheid van godsdienst was wettelijk vastgelegd.

De beide religies deelden dezelfde kerk (l’église Saint-Jean l’Evangeliste/Johannes de Doper), het Simultaneum. De stad bouwde zelfs een nieuwe gemengde kerk in 1727. Vanaf 1798 Helvetische Republiek) respectievelijk 1803 (Confederatie van de Mediationsakte) is Echallens een gemeente in kanton Waadt.

In de negentiende eeuw bouwden protestanten (1865) en in hun navolging katholieken (1883) hun eigen kerken.

(Bron en verdere informatie: Commune de Echallens)

Impressies van Echallens

 

 

De kerk van Curtilles en de Culturele verscheidenheid van Zwitserland

De taalkundige verscheidenheid van Zwitserland is een proces van vele eeuwen geweest. De huidige Franstalige- en Duitstalige grenzen liggen in grote lijnen al sinds 800 vast.

De Italiaanssprekende gebieden zijn deels het resultaat van veroveringen in 1512/13 (Tessin), deels vanwege aansluitingen bij de Gotteshausbund (Poschiavo (1486) en Bergell (1367) of de Grauer Bund (Misox (1496) en Calanca (1496).

De Gotteshausbund, Grauer of Oberer Bund en de Zehngerichtenbund vormden in 1524 de Freistaat der Drei Bünde en in 1803 Kanton Graubünden.

Het taalgebied van het Reto-Romaans was tot de 19e eeuw veel groter dan tegenwoordig. Het pluspunt is echter dat het aantal sprekenden, ongeveer 50 000, net zo groot is als de bevolking van Graubünden rond 1800!

Een ander aspect van deze (goed functionerende) Europese Unie op micro-niveau is de grote culturele verscheidenheid. Een indicatie is, bijvoorbeeld, de architectuur van Romaanse kerken (rond 1000-1300).

De fresco’s in de kerk van Curtilles

Het boek Romanische Schweiz/Suisse romane geeft een uitputtend overzicht van dit veelal goed onderhouden en gekoesterde culturele erfgoed, dat zich uitstrekt over alle 26 kantons en 4 taalgebieden.

Een van de vele voorbeelden is de kerk uit het kleine dorp Curtilles aan de rivier La Broye (kanton Waadt). Dit kleine dorp met zijn lange historie (Curtilia in 860, Curtilis (1160) of Curtiliis (1453) had al in 1055 een Romaanse kerk, die in 1231 door de bisschop van Lausanne na een verwoesting in de Romaanse stijl is herbouwd.

In de 14e en 15e eeuw vonden nog enkele (gotische) renovaties plaats, onder andere in het koor

Afgezien van dit erfgoed staat in dit kleine dorp ook nog het kasteel uit 1542, nadat de voorganger uit 1190 door de Hertog Berthold V van Zähringen (1160-1218)  was verwoest.

(Bron en verdere informatie: Hans-Rudolf Meier, Romanische Schweiz/Suisse romane, Würzburg 1996; Commune de Curcilles)

Model in de kerk van Curtilles

Lucens, Meiringen en Sherlock Holmes

Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930), de geestelijke vader van Sherlock Holmes, bewoonde in 1965 het kasteel van Lucens (kanton Waadt).

Enige jaren daarna opende de zoon van de schrijver een museum. Het museum Sherlock Holmes (Musée Sherlock Holmes) is tegenwoordig gehuisvest in het „Maison Rouge“.

Beeld: Commune de Lucens

Het kasteel, of beter gezegd twee kastelen, heeft andere illustere voorgangers gekend. De bisschop van Lausanne bouwde en bewoonde het eerste kasteel in de 13e eeuw, waarna aanpassingen in de 14e en 15e eeuw het kasteel een gotisch aanzien gaven.

De bisschop, een bondgenoot van de hertogen van Savoie, resideerde er vaak. De eerste bezetting door de troepen van de Confederatie was in 1476, na de slag bij Morat. De Eidgenossen versloegen daar (en in dat jaar bij Grandson en in 1477 bij Nancy) de Hertog van Bourgondie Karel de Stoute (1433-1477) en zijn bondgenoten Savoie en de bisschop van Lausanne.

Kasteel van Lucens, links de aanbouw van Bern

De Vrede van Fribourg herstelde de oude situatie, maar in 1536 was het definitief afgelopen voor de bisschop. Bern veroverde dat jaar het Pays de Vaud en Lucens. De bisschop van Lausanne Sébastien de Montfaucon (1489-1560)  had in 1532 Hertog van Savoie Charles III (1486-1553) nog een glorieuze ontvangst in Lucens bereid. 1536 betekende ook het einde van het katholicisme in Lucens en de Reformatie deed haar intrede.

Vanaf 1536 tot 1798 zetelde de voogd van Bern in het kasteel, of eigenlijk de aanbouw aan het kasteel, het tweede kasteel. Vanaf 1801 is het complex eigendom van diverse nieuwe eigenaren en bewoners, waaronder  Sir Arthur.

Echter, er is nog een Sherlock Holmes museum in Zwitserland, en wel in Meiringen (kanton Bern). In deze plaats schreef Sir Arthur, naar hij van plan was, zijn laatste Sherlock Holmes door het fatale tweegevecht tussen Sherlock en zijn aartsvijand Professor Moriaty bij de Reichenbachfall. Er volgden echter nog meerdere avonturen van deze detective en Watson en twee musea in Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: Commune de Lucens)

Lucens

De lotgevallen van Romont en Moudon

Het oude centrum van Romont (kanton Fribourg), de stadsmuren, torens, kasteel en de Collégiale Notre-Dame de l’Assomption (13e eeuw) bevinden zich op de beroemde ronde berg, de Mont Rond (rotundus mons).

 

Collégiale Notre-Dame de l’Assomption na de (Gotische) renovatie in de 15e eeuw

Aan de voet van de berg ligt de het cisterciënzerklooster de la Fille-Dieu (gesticht in 1268) , zoals de naam al aangeeft een nog steeds bestaand klooster voor vrouwen.

Klooster de la Fille-Dieu

Vanaf het oude centrum van deze stad aan de rivier Pays de Glâne is er uitzicht over de vallei (Valloné) van het Pays de Glâne, de (Freiburger) Alpen, waaronder de Moléson en de Jura.

De stad ligt aan de handelswegen naar Lausanne en Vevey (kanton Waadt) en de steden Bulle en Fribourg/Freiburg ((kanton Fribourg). Dat Romont in kanton Freiburg en niet in kanton Waadt haar bestemming vond, is het lot van de geschiedenis in 1536.

In dat jaar veroverde Bern Waadt (Pays du Vaud) op Savoie. Romont was toen al eeuwenlang bezit van Savoie en de graven van Savoie noemden zich ‘Heren van Moudon en Romont’.

Het kasteel (Grand Donjon) van Romont, eerste bouw in 1240

De stadsmuren zijn grotendeels nog intact met een lengte van  anderhalve kilometer en diverse torens

De graven van Savoie, vanaf 1416 de hertogen van Savoie, waren de grootleveranciers van de bisschoppen van Lausanne en bondgenoten van de Hertogen van Bourgogne.

Dit loopt niet goed af in 1476. Savoie en dus Romont kiezen de kant van Hertog Karel de Stoute (1433-1477) in diens oorlog tegen de Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft). Na diens nederlagen bij Grandson en Morat (1476) veroverden en plunderden de Eidgenossen Romont.

Bij de Vrede van Fribourg in 1476 kreeg Savoie echter weer de zeggenschap over Romont terug. Andere steden (Orbe, Grandson, Morat en Echallens) in het Pays du Vaud werden echter door Fribourg (lid van de Confederatie vanaf 1481) en Bern gezamenlijk bestuurd en waren voor Savoie verloren.

De vreugde voor Savoie was echter van (relatief) korte duur. In 1536 veroverde het protestante Bern het hele Pays du Vaud op Savoie. Romont zocht en vocht echter bescherming bij het katholieke Fribourg en vanaf dat moment maakt Romont deel uit van kanton Fribourg.

Moudon

Moudon (in de Romeinse tijd de kleine vicus Minnodunum of Minnidunum) ligt tussen de rivieren de la Broye en La Mérine. Savoie verwierf de stad en zijn kasteel in 1219. Daarvoor hadden Keltische (Helvetische) stammen, Romeinen, Franken, twee Bourgondische koninkrijken, de graven van Genève en de hertogen van Zähringen de macht.

La Broye

De stad had evenals Romont een centrale liggen aan handels- en verkeerswegen. De stad kende na de overname door Savoie een bloeitijd en werd zelfs het bestuurlijke centrum van Savoie in Vaud in de 14e eeuw.

Maison des États de Vaud (14e eeuw)

De nederlaag van de hertog van Bourgogne in 1476 en de verovering van Moudon door de Eidgenossen betekende nog niet het einde van de heerschappij van Savoie. De vrede van Fribourg herstelde ook het gezag van Savoie in Moudon.

De verovering door Bern in 1536 betekende echter het definitieve einde voor Savoie en de introductie van de reformatie. Bern oefende tot 1798 de macht uit. Vanaf 1798 maakt Moudon deel uit van kanton Vaud.

Conclusie

De hertogen van Savoie noemden zich vanaf 1536 geen ‘Heren van Moudon en Romont’ meer, het Freiburger Romont bleef katholiek en Moudon werd protestant en vanaf 1798 een plaats in kanton Vaud.

(Bron en verdere informatie: F. Walter, Histoire de Fribourg, Une ville-État pour l’éternité (XVIe-XVIIIe siècle) Tome 2, Neuchâtel, 2002; Ville de Romont; Commune de Moudon; L. Hubler, Histoire du Pays de Vaud, Lausanne 1991).

Impressies van Romont

Maison St.-Charles

De Grand Donjon en het Vitromusée Romont (Musée suisse du vitrail et des arts du verre, glasmuseum)

Impressies van Moudon

Maison neuve du Pont (1688)

 

Hôtel de Ville

Saint-Étienne de Moudon (13e-16e eeuw)

Fontaine de la justice

De graanmarkt (Grenette)

Maison de Cerjat puis Tacheron of Maison bernoise (14e eeuw)

Château de Rochefort (Musée du Vieux-Moudon) en Maison de Denezy

Château de Carouge

De kerk en (Romeinse) historie van Saint-Saphorin

De geschiedenis van Saint-Saphorin (kanton Vaud) begint in het midden van de 1e eeuw n. Chr. met de bouw van een Gallo-Romeinse villa niet ver van Vibiscum (het huidige Vevey).

In de 5e eeuw is de villa verlaten. Een van de ruimtes, gelegen op de plek van de huidige 16e-eeuwse kerk, is toen omgebouwd tot een mausoleum naar het voorbeeld van Romeinse catacomben.

Museum van Saint-Saphorin in de catacomben onder de kerk

Een nieuw mausoleum is in de 6e eeuw gebruikt als grafkapel. In de 7e eeuw is het mausoleum vervolgens omgebouwd tot een kerk gewijd aan Saint-Saphorin (St. Symphorien).

De kerk stond onder toezicht van de bisschop en het kapittel van Lausanne tot 1536  (bezetting door Bern). De bisschop oefende tot 1536 het spirituele gezag en de politieke soevereiniteit uit. De bisschoppen  bouwden in de 13e eeuw de vesting van Glérolles.

Saint-Saphorin in 1694, anonieme kunstenaar. Archives de la commune. Photo: Claude Bornand. Museum van Saint-Saphorin

Op initiatief van de laatste bisschop van Lausanne, Sébastien de Montfaucon (1489-1560), is de huidige kerk tussen 1517 en 1530 in gotische stijl gebouwd. Het centrale glas-in-loodraam in het koor is het belangrijkste venster in het kanton (na het roosvenster in de kathedraal van Lausanne). Het venster toont Sébastien de Montfaucon, de Maagd Maria met kind en de Heilige Symphorien.

Het exterieur valt vooral op door de klokkentoren met het platte dak, omdat het de bedoeling was (maar niet gerealiseerd) een hoge stenen spits op de toren te bouwen.

In 1536 organiseerde bisschop Sébastien de Montfaucon in Lavaux het verzet tegen de dreiging van iconoclasme van het protestantse Bern. Het verzet was kennelijk zo sterk dat dit venster gespaard bleef, al werd de kerk een (protestante) temple.

Saint-Saphorin heeft zijn middeleeuwse karakter behouden en ligt te midden van de wijngaarden van Lavaux met uitzicht op de Alpen en het Meer van Genève.

(Bron en verdere informatie: La commune de Saint-Saphorin)

 

Het museum van Saint-Saphorin

Drie Kapitelen uit de Karolingische tijd (9e eeuw) 

Hoofd van een jonge man, Romeinse tijd

Romeinse inscripties van een militair (boven) en op een altaar (onder), 1e eeuw n. Chr.

Impressies van Saint-Saphorin 

Pierre Keller (1945) wijnpers

Bulle en Gruyère, meer dan kaas alleen

Gruyère is wereldberoemd vanwege zijn kaas en zijn kasteel, wie kent echter de stad Bulle, sinds 1848 de hoofdstad van het district Gruyère in kanton Fribourg (Freiburg)? De eerste schriftelijke melding van Butulum stamt uit 855. In latere eeuwen komt de plaats voor als Bollo, Bullo en Boll.

Heraldiek van het graafschap de Gruyère. Collectie: Musée gruérien

De graven van d’Ogo (beter bekend als de graven van Gruyère) en de bisschop van Lausanne waren de belangrijkste grootgrondbezitters op dit kruispunt van wegen naar Fribourg, Vevey, Romont, de Vallei van Jogne (la vallée de la Jogne) en het Pays-d’Enhaut.

De bisschop van Lausanne bestuurde de stad tot 1536. In dat jaar veroverde Bern het gebied van het huidige kanton Vaud en het bisdom Lausanne.

Bulle maakte deel uit van het (wereldlijke) grondgebied van het bisdom, maar weigerde zich over te geven aan het protestante Bern. De stad wendde zich voor bescherming tot het katholieke Fribourg.

De voogd zetelde van 1537-1798 in het kasteel van Bulle 

Een voogd van Fribourg bestuurde vervolgens de stad tot 1798 (de Franse invasie). Het bewind van Fribourg had het karakter van een territoire sujet (Untertanengebiet) en veel burgers van Bulle verzetten zich. De belangrijkste (mislukte) opstand vond plaats in 1781 onder leiding van Pierre-Nicolas Chenaux (1740-1781).

Pierre-Nicolas Chenaux (1740-1781)

Ook in de nieuwe Confederatie van 1815 verzette de stad zich tegen het (herstelde) ancien régime in het kanton en Fribourg in het bijzonder. Bulle speelde zelfs een vooraanstaande rol in de Régénération en de liberale Grondwet van het kanton in 1831. De conservatieve krachten in de stad Fribourg kregen na 1840 echter weer de overhand en het kanton sloot zich aan bij de Sonderbund.

Na de nederlaag van de Sonderbund in 1847 en sinds de nieuwe Grondwet van 1848 is Bulle de hoofdstad van het district Gruyère, in zekere zin een erkenning van haar economische (met name veehandel, hout en kaas) en politieke rol.

La chapelle de Notre-Dame de Compassion of de Notre-Dame-de-Pitié  is gesticht rond 1350. De Kapucijnen vestigden zich in 1665 in het complex, 120 jaar na de vestiging van het eerste Kapucijnerkooster op Zwitsers grondgebied in Bigorio (kanton Tessin). De kloostertuin, het kloostercomplex en de Kapucijnen zijn er nog steeds als buren van het kasteel van Bulle.

Het museum van Gruyère (Musée gruérien) geeft een rijk geïllustreerd overzicht van de historie, heden en verleden van de stad en het voormalige graafschap Gruyère.

Bovendien toont het museum unieke foto’s van Joseph-Philibert de Prangey (1804-1892). Deze zijn gemaakt op basis van  het Daguerretype (vernoemd naar de Franse kunstenaar Louis Daguerre (1787-1851) uit de periode 1840-1850.

(Bron en verdere informatie: Ville de Bulle)

Het klooster en zijn tuin

Impressies van Bulle

   

Lavaux Vinorama

Lavaux Vinorama is het centrum voor presentatie van de wijnen, de terrasvormige wijngaarden en de historie van Lavaux, een gebied dat op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De wijnproducenten hebben door de eeuwen heen het unieke terrassensysteem van Lavaux gecreëerd.

Bezoekers kunnen de culturele en zintuigelijke aspecten van de Lavaux-wijn en zijn oorsprong ontdekken. Het centrum is geïntegreerd in zijn natuurlijke omgeving naast een prachtige waterval.

Het Vinorama illustreert het werk van de wijnbouwer gedurende de seizoenen in deze regio en presenteert meer dan 250 wijnen uit de hele regio.

(Bron en verdere informatie: www.lavaux-vinorama.ch)

Chapelle de la Motta

Bij het plaatsje La Tour-de-Trême (kanton Fribourg) ligt een klein kapelletje op een heuvel. Het is gebouwd in 1635 en gewijd aan de heiligen St. Roch en Sebastiaan. Beiden waren patronen tegen besmettelijke ziektes en de pest in het bijzonder. In 1635 heerste de pest in Gruyères en aan deze omstandigheid dankt deze kapel haar bestaan.

Het interessante aan deze kapel is haar naam. Ze is niet vernoemd naar de heiligen, maar naar de ligging. Haar naam is afgeleid van het Keltische woord mutta, dat hoogte betekent, dat het Franse (en Nederlandse) woord motte is geworden, versterkte plaats op een hoogte.

Het esthetische aan deze eenvoudige kapel is de context van bomen, vee en het silhouet met de bergen op de achtergrond.

Bron: La Chapelle de la Motta

Twee dorpen, twee kerken, twee etablissementen en natuurgebied in Emmental

De Emme ontspringt op 2197 meter in het gebied tussen de Hohgant en de Augstmatthorn, het grensgebied van het Berner Oberland en kanton Luzern.

De rivier mondt aan de grens van kanton Solothurn bij Luterbach uit in de Aare. Daartussen ligt het Emmental, met Langenthal als regionaal centrum van het Obere Emmental en Burgdorf als grotere stad in het Untere Emmental.

Het Emmental is een district van kanton Bern met 98 000 inwoners op een gebied van 690m2. Er zijn acht kantons met minder inwoners en zelfs tien kantons van een kleinere omvang!

Het Emmental geniet grote bekendheid vanwege zijn Meränggen in Kemmeriboden-Bad en zijn kaas (König der Käse). Wie kaas zegt, zegt ook agrarische sector (ongeveer 10% van de beroepsbevolking van het Emmental).

De talrijke veelal grote Emmentaler (houten) boerenhoeven, hun gewassen en vee, eenzame lindenbomen op heuvels en houten bruggen kenmerken het landschap. Vanaf Burgdorf tot de bron van de Emme overspannen meer dan 30 houten bruggen de rivier, waaronder de beroemde 60 meter lange Hasle-Brücke bij Hasle-Rüegsau.

De auteur Albert Bitzius alias Gotthelf-Jeremias (1797-1854) kende en schreef over het leven in het Emmental en zijn inwoners (Das Emmental ist ein Hügellland, düster aussehnend von weitem, aber lieblich und heimelig in der Nähe) als geen ander. Hij plaatste de schoonheid van het landschap in de veelal weinig idyllische thema’s van zijn tijd.

Midden in het Emmental liggen de dorpen Ursenbach en Dürrenroth. De historie van Dürrenroth is even interessant als zijn naam, kerkklok en twee grote etablissementen.

Dürrenroth

1275 is het dorp onder de naam ‘Rota’ in een document vermeld, waarschijnlijk als verwijzing naar de rode kleur van het water van de beek. In 1326 komt de naam ‘Ze der Dürren Rot in dem Dorf’ voor, een uitgedroogde Rot ( de naam van de beek). Tegenwoordig stroomt de Rotbach echter weer richting Emme, zoals hij al eeuwenlang doet.

Het dorp is lange tijd bezit geweest van de Duitse Ridderorde (Deutsche Ritterorde) en de heren van Sumiswald. Het machtige kasteel in Sumiswald staat er nog steeds. Bern kocht het dorp in 1698 van de Heren van Sumiswald.

De dorpskern heeft een aantal karakteristieke gebouwen. De kerk uit 1486 (een nieuwbouw van een oudere Romaanse kerk) heeft van een van de oudste kerkklokken van Zwitserland. De St. Laurentiusklok uit 1392 (kennelijk van de Romaanse kerk) is een van de vijf klokken in de toren.

De laatbarokke gasthuizen ‘Bären’ (1752) en ‘Kreuz’ (1806) hebben niet alleen een kolossale omvang en monumentale status, maar zijn complexen met een prachtige tuin en hotel- en restaurantfaciliteiten. Beide gebouwen waren in de 16e eeuw al Tavernes.

Landgasthof Bären

Kreuz dank zijn naam aan de kruisgang in het gebouw: de kruisgang wordt aan vier kanten afgesloten met identieke eikenhouten deuren naar het noorden, oosten, zuiden en westen. De noord-zuid as verwijst naar de het kerkportaal aan de overkant.

Hotel Kreuz

De twee gasthuizen waren in het tijdperk van de postkoets tot de komst van de spoorwegen in het Emmental in 1908 belangrijke plaatsen voor het wisselen van paarden op het traject Luzern-Bern.

In de ‘Kreuz’ konden de koetsen met paarden bij slecht weer zelfs het gasthuis in de zogenaamde Kreuzstock binnenrijden.  Landgasthof ‘Bären’ en Hotel ‘Kreuz’ zijn aangesloten bij Swiss Historic Hotels.

Ursenbach

Een paar kilometer noordelijker ligt het dorp Ursenbach ((Ursibach in een oorkonde uit 1139). Dit dorp hoort al sinds 1414 bij Bern. Het belangrijkste kenmerk van het dorp is de kerk en in het bijzonder de brief van 11 november 1515 van de stad Bern.

Afbeelding in de kerk

Bern verzocht de inwoners van het dorp met vriendelijke woorden de renovatie van de oude Romaanse kerk (12e eeuw) te financieren. De wil van Bern was uiteraard wet en spoedig daarna was de verbouwing in de laatgotische stijl gereed, inclusief 14 vensters als geschenk van Bern, Luzern, Solothurn, Freiburg en Bazel.

De brief van 11 november 1515 (afbeelding in de kerk)

De huidige kerk is het resultaat van deze renovatie. Niet alles bleef echter hetzelfde sinds deze verbouwing. Het geloof veranderde spoedig daarna, in navolging van het protestante Bern.

Wat echter niet veranderde in de loop der eeuwen zijn het landschap, de vele boerderijen en het grote belang van de agrarische sector.

(Bron en verdere informatie: www.emmental.ch).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Impressies van de omgeving