Colonia Iulia Equestris of Nyon, de oudste stad van Zwitserland

De stichting van de Colonia Iulia Equestris, het huidige Nyon (kanton Waadt), was in 45  v. Chr. een van de laatste politieke beslissingen van Julius Caesar (100-44 v. Chr.). Deze Romeinse generaal had in 58 v. Chr. de Kelten bij Bibratce, vlakbij het huidige Autun in Frankrijk, vernietigend verslagen.

Een aantal Keltische stammen, waaronder de Rauraken en de Helvetiërs, waren in dat jaar richting Bourgogne getrokken, om zich daar te vestigen, ver weg van de Germaanse stammen. Rome had in deze tijd dit deel van Frankrijk (Gallië) nog niet bezet en ook daar woonden Keltische stammen.

De pech voor de ‘Zwitserse’ Kelten was de ambitie van Caesar om Gallië te veroveren en nieuwe Keltische stammen in Gallië pasten niet in dit plaatje. De verslagen ‘Zwitserse’ Kelten gingen terug naar hun grondgebied en sloten verdragen met de Romeinen. Caesar wilde op twee strategische plaatsen Romeinse steunpunten: de Colonia Iulia Equestris en Augusta Raurica (gesticht rond 45 v. Chr.) langs de Rijn.

De rijke Romeinse historie van Nyon is in het centrum, de site archéologique majeur en het Romeinse museum te zien, waaronder talrijke (kunst) voorwerpen, de fundamenten van een amfitheater, forum, basilica, aquaduct, badhuizen, insulae (woonwijken) en het stratenplan.

Na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw verviel Augusta Raurica in twee kleine vissersdorpen, Augst en Kaiseraugst, met een paar honderd inwoners. De Colonia Iulia Equestris ontwikkelde zich echter tot een monumentale regionale stad van betekenis.

Place du Château

De hertogen van Savoie bestuurden Nyon eeuwenlang met het kasteel (12e eeuw) als bestuurlijk centrum. Nyon had een belangrijke strategische ligging aan het meer van Genève, tussen Lausanne en Genève en aan handelswegen.

Bern veroverde het Pays du Vaud en Nyon in 1536. Het kasteel was de residentie van de voogd tot 1798 (Franse inval). Het kasteel is tegenwoordig een museum.

Een ander belangrijk monument is de Temple de Nyon, gebouwd in de 12e eeuw. Sinds 1536 is het een protestante kerk.

Le Temple de Nyon

Het park du Bourg de Rive aan de rand van het meer en aan de voet van de oude stadsmuren toont de (daar later geplaatste) Romeinse zuilen. Het klooster van de Minderbroeders (Frères mineurs) in het park stamt uit de 13e eeuw en werd in 1537 een hospitaal. Tegenwoordig is het de locatie van het Musée du Léman, gelegen tegenover de jachthaven.

Musée du Léman

Nyon is vooral een stad om te flaneren en een goed uitgangspunt voor bezoeken aan Aubonne en het achterland, andere steden, zoals Lausanne, Genève, Rolle of Morges en het uitzicht op de Alpen en het meer van Genève.

(Bron en verdere informatie: www.nyon.ch)

  

Tour de l’Horloge

Park Du Bourg de Rive

 

Place du Château

De pauselijke Zwitserse Garde en vrouwelijke gardisten

Op 22 januari 1506 stichtte Paus Julius II (1443-1513) de Zwitserse Garde. Europa en Italiaanse gebieden in het bijzonder kenden in deze periode vele oorlogen. Vorsten voerden deze oorlogen veelal met huurlingen uit andere gebieden.

De Eidgenossenschaft was in deze tijd een militaire grootmacht en alom gerespecteerd als overwinnaar van de machtigste vorstenhuizen: Habsburg (1315-1499)  en Bourgondië (1476 en 1477). Haar soldaten waren gewild vanwege hun loyaliteit, dapperheid en slagkracht.

Deze krijgslustige paus was ook zeer onder de indruk en besloot een Zwitserse Garde als persoonlijke lijfwacht op te richten. Niet alleen bij de Sacco di Roma op 6 mei 1527 deed de Garde haar naam en prestige alle eer aan, maar ook op 10 augustus 1792 bij de verdediging van het Tuilerieënpaleis van de Franse Koning Lodewijk XVI (1754-1793).

Pratteln, Galerie Beyeler, Ausstellung Schweizer Garde, 2019

De Zwitserse Garde bestaat nog steeds, tegenwoordig uit 135 mannen met het Zwitserse burgerschap, katholiek, ongetrouwd en tussen 19 en 30 jaar oud bij toetreding.

De Garde bestaat uit de commandant, 5 officieren, 34 onderofficieren, 95 hellebaardiers en daarnaast de gardekapelaan. De functie is tegenwoordig deels militair, deels representatief. De Garde controleert bovendien de toegangen tot Vaticaanstad, een soevereine pauselijke staat sinds 1929. De diensttijd bedraagt ten minste 25 maanden met de mogelijkheid daarna te vertrekken of bij te tekenen.

Volgens de Zwitserse Grondwet van 1848 mogen Zwitserse burgers niet in buitenlandse krijgsdienst treden, met uitzondering van de Zwitserse Garde. Daarmee kwam een einde aan vele eeuwen van Zwitserse huurlingen in dienst van andere mogendheden, onder andere van Frankrijk, de Republiek der Verenigde Nederlanden en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gala-Uniform van de Schweizer Garde. Landesmuseum Zürich

Op 6 mei 2024 zijn in Rome in het Sint-Damasushof van het Apostolisch Paleis 34 nieuwe gardisten geïnstalleerd. Vrouwen waren daar nog niet bij. Maar dat gaat veranderen. Als alles volgens plan gaat en met pauselijke instemming, zullen in 2030 in de nieuwe kazerne voor de Garde ook vrouwen onderdak vinden.

Op dit moment wordt gewerkt aan deze kazerne en ruimtes voor vrouwelijke gardisten. De in 2016 opgerichte Kasernenstiftung is voor de financiering in het leven geroepen, nadat in 2000 de Gardestiftung al was opgericht. Volgende stap: het priesterschap voor vrouwen en einde celibaat?

(Bron en verdere informatie: Museum der Schweizergarde; Päpstliche Schweizergarde)

Het kloostereiland Reichenau 1300 jaar historie

Het kloostereiland Reichenau (Die Klosterinsel Reichenau, Baden-Württemberg, Duitsland) is een van de meest historische plaatsen aan en in het Bodenmeer (meer van Konstanz) en viert in 2024 een belangrijk jubileum.

1300 jaar geleden, in het jaar 724, stichtte de reizende monnik Pirmin het klooster, dat een belangrijke inspiratiebron werd voor kunst, cultuur en politiek in de Middeleeuwen.

Het eiland was al voor de 8e eeuw bewoond. Met de stichting van het klooster begon het eiland echter op te bloeien. Na het klooster zijn er nog twee kerken gebouwd, St Peter en St Paul en, in de 9e eeuw, St George.

St George Kirche

St Peter en St Paul Kirche

Het eiland en het klooster profiteerden van de gunstige ligging aan de handelsroutes tussen de Rijn en de belangrijkste Alpenovergangen van die tijd. Karel de Grote (748-814) bezocht het klooster in 780 en verhief het tot een koninklijke abdij en plaatste het onder zijn bescherming.

De abdij van Reichenau was een centrum van boekverluchting. De monniken waren zeer bedreven in het gebruik van perkament, inkt en zegels, inclusief het vervalsen van documenten die werden gecorrigeerd of volledig herschreven voor opdrachtgevers. Men spreekt ook wel van de ‘vervalsersschool van Reichenau’ (die Reichenauer Fälscherschule).

De schrijvers werkten slechts in beperkte mate voor de behoeften van het klooster. De meeste boeken werden in opdracht van vorsten en koningen geschreven. De bibliotheek van Reichenau was een van de grootste in het Karolingische Rijk. Het eiland was eeuwenlang een kenniscentrum voordat er universiteiten waren.

Liber Viventium Fabariensis, 810-820, Stiftsarchiv St. Gallen

Het Archäologische Landesmuseum in Konstanz is gewijd aan de geschiedenis van het klooster en het eiland vanaf de stichting tot de opheffing in de 18e eeuw.

De tentoonstelling ‘Mönche, Mission, Abenteuer, Archäologie & Playmobil‘ laat onder andere veel manuscripten, beeldhouwwerken, altaren, alledaagse voorwerpen, schrijfgerei, schriften en de geschiedenis van het klooster en het eiland zien. Het geeft inzicht in het kloosterleven en laat zien dat het klooster en het kloosterleven destijds een groot netwerk in Europa hadden.

Vanaf het begin van de 9e eeuw is het broederschapsboek bijgehouden met de namen van monniken. Het omvatte meer dan vijftig kloosters en de lijsten bevatten uiteindelijk 38.000 namen van monniken in Europa!

De wereld van monniken en abdijen was toen zeer Europees georiënteerd. Ook het klooster St. Gallen was van de partij. In 2000 is het kloostereiland Reichenau toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco.

(Bron en verdere informatie: Das Archäologische Landesmuseum in Konstanz; Thomas Ribi, ´Wo Mönche Urkunden fälschten´, Neue Zürcher Zeitung, 25 april 2024).

De Wohlensee, Niederried-Oltigenmatt en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Van de ongeveer 1500 meren van Zwitserland heeft een aantal de functie van stuwmeer voor de opwekking van energie. Het land was al in de 19e eeuw een pionierop het gebied van milieuvriendelijke elektriciteit of ‘witte energie’. Zelfs treinen rijden vanaf de jaren 1920 al deels op deze energie.

Zwitserland is ook een voorloper op het gebied van (niet moralistische) voorlichting en stadsverwarming. In de jaren 1950 kon deze voorziening in Bazel, bijvoorbeeld, al 40 000 woningen en bedrijven voorzien. Ook het bedrijfsleven en overheidsinstellingen gaan, in het algemeen, respectvol om met het natuurlijke erfgoed.

De burgers zijn echter de belangrijkste maatstaf voor een respectvol omgaan met natuur en energiebronnen. Zelfs peuken van sigaretten belanden (nog) vaak in de daartoe bestemde afvalbakken. De (overwegend kleinschalige) agrarische sector geeft, voor zover mogelijk in dit dichtbevolkte land, vee, flora en fauna de ruimte.

Weliswaar wordt ook in Zwitserland de agrarische sector ruimhartig gesubsidieerd, maar effectiever, selectiever en beperkter dan in de Europese Unie (c. 40% van het budget).

Deze Europese Unie torpedeert bovendien ook nog eens milieuvriendelijke investeringen van Nederlandse vissers (puls visserij, afgeleid van de oude Deens (snurrevod) snurrevaad) om milieubelastende visserij in andere landen in stand te houden.

De Nederlandse boerenstand wordt sowieso gedecimeerd vanwege dogmatische nationale en Europese politiek, het negeren van de context van een van de dichtstbevolkte landen ter wereld en het ontbreken van respect voor de agrarische sector.

Zwitserland heeft wat betreft natuur- en milieubeheer een voorbeeldfunctie in Europa. Wandelaars, zomer- en wintersporters, picknickers of feestvierders en andere toeristen langs de oevers van meren, beken en rivieren, ruimen hun afval in het algemeen (nog) op. Voor het overige staan de opruimdiensten paraat.

Het is ook in dit perspectief feitelijk onjuist dat uitgerekend Zwitserland door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (European Court of Human Rights, Case 53600/20 Verein of Klimaseniorinnen Schweiz and others versus Switzerland, 09-04-2024) als ‘milieuzondaar’ wordt gekwalificeerd.

In feite was het het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en Greenpeace & co versus Switzerland, zeg maar het equivalent van de Europese Unie versus Zwitserland, maar dan met andere middelen, illegale sancties bijvoorbeeld.

De eerste taak van een rechter is om feiten vast te stellen. Dat heeft deze rechter niet gedaan, noch wat betreft de al ruim honderd jaar oude overheidsmaatregelen op nationaal, kantonaal en gemeentelijk niveau, nog wat betreft de betrokkenheid van burgers en bedrijven, nog afgezien van het ontbreken van juridische gronden, die door deze Europese rechter zijn gefabriceerd, de directe democratie en tal van initiatieven op het gebied van milieu en energie. In het hele land zijn er tal van (private) musea en informatiebureaus.

De Erlebniswelt für die Energiewende (boven) en het Science- und Erlebniscenter Primeo Energie Kosmos für Klima und Energie van het bedrijf Primeo Energie in Münchenstein (kanton Basel Landschaft)

De Wohlensee in kanton Bern heeft van dit alles geen weet. Dit stuwmeer, een feite een verbrede Aare over een afstand van 12 kilometer, voorziet de stad Bern en omliggende dorpen al generaties van ‘witte’ stroom.

De stuwdam Mühleberg is niet alleen een indrukwekkend bouwwerk, de regio is ook een prachtig natuurgebied, evenals de andere stuwdam in de Aare bij Niederried, enkele kilometers stroomopwaarts.

De eerste grote waterkrachtcentrale in Europa is in 1898 gebouwd in Rheinfelden (kanton Aargau). Twee (Zwitserse) ingenieurs, Agostino Nizzola (1869-1961) en Charles E.L. Brown (1863-1924), ontwikkelden vervolgens een wereldwijd netwerk van apparaten voor elektriciteit en machines (het huidige ABB).

Zwitserland was ook een van de pioniers op het gebied van het instellen van beschermde natuurgebieden en het dichtbevolkte bewoonbare deel kent vele natuurparken, grote en kleine.

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft nota bene zijn manifest in Morges geschreven. Bovendien had Zwitserland in Europa ook voortrekkersrol bij het oprichten van (nationale) natuurparken.

De kerk van Dürrenroth en de levenscyclus. Zelfs vergane natuur wordt in dit land met respect behandeld.

Conclusie

Deze rechter kan zich nu ook gaan bemoeien met verkeersonveiligheid, computergebruik en criminaliteit, gezondheidsbeleid of gebieden met gevaren voor oudere mensen.

Bovendien overlijden ook oudere mensen niet vanwege hitte, maar vanwege onderliggende gezondheidsproblemen door ouderdom, net zoals bij een ordinaire griep. Het geeft aan hoe populistisch, feitelijk en juridisch willekeurig dit vonnis is/

De Uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is niet alleen een affront en fantasiewerk uit juridisch oogpunt, maar ook gebaseerd op activisme en niet op het vaststellen van feiten, de eerste taak van een rechter.

Ook de Wohlensee en het Natuurgebied Niederried-Oltigenmatt nemen dit rechterlijke oordeel niet serieus.

Zelfs de kerstboom in het het Ratshaus van Bazel wordt met behulp van een fietsdynamo verlicht!

Impressies van de omgeving

De kerk van Wohlen bei Bern, 13e eeuw. Aanvankelijk een Romaanse architectuur, later deels in de gotische stijl verbouwd 

Impressies van het Niederried-Oltigenmatt Natuurpark en stuwdam in de Aare

 

De Nederlandstalige school NLB de Zevensprong in Bazel van start

Op 1 mei jongstleden heeft de Nederlandstalige school NLB de Zevensprong officieel zijn deuren in Bazel geopend. NLB is een afkorting voor Nederlandse les Basel en dat is precies wat deze school biedt voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Zij richt zich op kinderen van Nederlandstalige families in en rond Bazel.

Doel is om naast het reguliere onderwijs van deze kinderen in drie uren per week de Nederlandse en Vlaamse cultuur onder de aandacht te brengen als een naschoolse activiteit.

Foto: Frank Strik

In ongeveer 80 landen wordt op deze wijze Nederlandstalig onderwijs aangeboden en nu dus ook in Bazel. Het concept is ontwikkeld door de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB), die onder het Nederlands Ministerie van Onderwijs valt. Het NOB heeft het concept Nederlandse Taal en Cultuur (NTC) ontwikkeld.

NLB de Zevensprong volgt niet alleen het (didactische) concept van de NTC, maar werkt ook nauw samen met de Zwitserse organisatie Heimatliche Sprache und Kultur (HSK).

NLB de Zevensprong begon in 2018 met vier kinderen en onder de naam Nederlandse Les Basel. Vanwege het groeiende aantal kinderen, tegenwoordig 24, is in 2023 de stichting NLB de Zevensprong opgericht als een erkende NTC-school van de NOB. Om de vier jaar vindt om deze reden een inspectie door het Ministerie van Onderwijs plaats.

Intitiatiefneemster, schoolleider en juf Marieke Strik (l) en ambassadeur Karin Mössenlecher bij de presentatie van de nieuwe schoolkrant NLB de Zevensprong. Foto: Frank Strik

De school geeft onderwijs op locaties in Bazel en het nabijgelegen Riehen. Naast de wekelijkse contacturen organiseert de school diverse culturele, sociale, pedagogische en feestelijke activiteiten, waaronder, uiteraard, schaatsen en sinterklaas, maar ook tekenwedstrijden, kamperen, een kinderboekenweek, schoolreisje, cultuurdag en uitstapjes in de omgeving. De school heeft zelfs een schoolkrant, gemaakt door, over en voor de kinderen! De school heeft ook een jaarlijkse toetsing die voldoet aan de criteria van het NOB.

De groei van de afgelopen jaren is een indicatie voor de grote behoefte om kinderen die naar een Duits- of Engelstalige reguliere of internationale school gaan, ook op een regelmatige, verantwoorde en gedegen wijze in contact te brengen met Nederlandstalige kinderen.

De jaarlijkse financiële bijdrage voor het onderwijs wordt door het bestuur vastgesteld op basis van het totaal aangemelde leerlingen.

NLB de Zevensprong is een unieke en laagdrempelige mogelijkheid kinderen als het ware spelenderwijs met de Nederlandstalige cultuur en taal in aanraking te brengen.

Op de feestelijke opening in het bijzijn van en door ambassadeur Karin Mössenlecher waren kinderen en de nieuwe editie van de schoolkrant uiteraard het middelpunt.

(Bron en verdere informatie: NLB de Zevensprong)

Samnaun, wintersport, belastingvrij inkopen en geen Vallader

De grensplaats Samnaun (kanton Graubünden) heeft een bijzondere status. De historie hiervan gaat duizend jaar terug.  De eerste vermelding van Samnaun stamt uit 1089 in een oorkonde van de Heer van Tarasp.

Het dal is vanuit de dorpen Ramosch en Vna in het Unterengadin vanaf omstreeks het jaar duizend bevolkt. Het vruchtbare klimaat maakte landbouw zelfs op een hoogte van boven de 1 800 meter mogelijk (zie ook de eeuwenoude landbouwterrassen in deze regio).

Meerdere dorpen ontstonden in het dal van Saumnaun: Compatsch, Laret, Plan, Ravaisch en Samnaun-Dorf. Ze hebben Romaanse, gothische, barokke of moderne katholieke kerken, want in tegenstelling tot de andere dorpen van Unterengadin (op Tarasp en Rhäzuns na, deze dorpen waren tot 1803  resp. 1819 bezit van het katholieke Habsburg), bleef het dal tijdens de Reformatie rond 1530 katholiek.

Politiek gezien deelt Samnaun echter zijn geschiedenis met het Unterengadin. Samnaun behoorde ook tot het graafschap Tirol totdat het in 1363 werd overgenomen door de Habsburgers.

In 1652 kochten bijna alle dorpen hun vrijheid van de Habsburgers (ze behoorden al tot de Vrijstaat van de Bonden als onderdeel van de confederatie onder leiding van de Gotteshausbund).

De andere twee confederaties waren de Grauer Bund en de Zehngerichtenbund. Vanaf 1803 werd dit gebied het nieuwe kanton Graubünden.

Martina

Samnaun is eeuwenlang een douanestad geweest. Vanaf 1848 verhuisde het douanekantoor echter naar Vinadi en later naar Martina. Samnaun was verbonden alleen met Unterengadin en Zwitserland via de Alpenpassen verbonden.

In de winter waren de contacten daarom beperkt tot Tirol. Daarom verleende de Zwitserse Confederatie een belastingvrije zone voor goederen uit Tirol. De aanleg van de weg naar Martina en Samnaun in 1912 veranderde om praktische redenen niets aan deze situatie.

Saumnaun is nog steeds een “hochalpines Shopping-Paradies”, zoals het zichzelf presenteert. En inderdaad, veel grensgangers uit Oostenrijk bezoeken het “zollfreie Paradies” op 1.800 meter hoogte.

Het populaire wintersportoord Ischgl in Oostenrijk ligt vlakbij. In hoogtijdagen verblijven er rond 20 000 toeristen in en rond Ischgl, die vaak hun inkopen in Samnaun doen.

Het dorp heeft echter nog een andere troefkaart. Terwijl in andere regio’s van Zwitserland skigebieden bij gebrek aan sneeuw korter open zijn of zelfs sluiten, breidt het dorp zijn skifaciliteiten juist uit.

De meeste pisten liggen op een (relatief) sneeuwzekere hoogte tussen 1 800 en 2 900 meter en bovendien is het gebied verbonden met Ischgl. De regio heeft meer dan 240 kilometer aan pistes en is daarmee een van de grootste skigebieden in de Alpen.

De groeiende wintersportfaciliteiten, indrukwekkende natuur en het ‘Zollfrei-Paradies’ aan de grens met Oostenrijk heeft echter ook een aderlating tot gevolg: de ongeveer 850 bewoners spreken het Tiroler dialect en het oude Reto-Romaanse Vallader wordt niet meer gesproken!

(Bron en verdere informatie: www.samnaun.ch)

Kasteel Vufflens, Vullierens en L’Isle en een Nederlandse Baron

Het kasteel van Vufflens bij Morges (kanton Vaud) is het indrukwekkendste voorbeeld van laatmiddeleeuwse kastelen in West-Zwitserland (het Franstalige deel van het land).

In tegenstelling tot veel andere kastelen in deze regio, is het niet gebouwd in de stijl Savoyard, vernoemd naar de toenmalige heersers in het Pays du Vaud. Het belangrijkste kenmerk is het gebruik van baksteen en een architectonische stijl uit de Piëmont, beide uniek voor deze regio.

Château de Morges,  savoyard architectuur

Het complex is rond 1415 gebouwd tijdens het bewind van Henri de Colombier (1368-1437). Op deze locatie stond waarschijnlijk in de 12e eeuw al een burcht. Hij heeft echter een volledige nieuw kasteel laten bouwen. Hij was destijds in dienst van de Hertog van Savoie en legeraanvoerder in Italië . Daar heeft hij de inspiratie voor zijn kasteel opgedaan.

Van het oorspronkelijk zeer uitgebreide complex is alleen de kern volledig intact. De middeleeuwse buitenmuren en verdedigingswerken zijn verdwenen. Het huidige kasteel bestaat uit een woondeel, een machtige wachttoren omgeven door vier hoektorens en een ommuurde binnenplaats.

In zijn monumentaliteit is het kasteel uniek in deze regio. Het combineert het streven naar wooncomfort, verdediging, prestige, zelfpresentatie en exclusiviteit.

Het kasteel is sinds 1860 eigendom van de familie De Saussure (met als beroemdste telg de wetenschapper en Mont-Blanc beklimmer Horace-Bénédict de Saussure (1740-1799). Vanaf 1641 tot 1860 was de familie De Senarclens uit het nabijgelegen  Senarclens eigenaar.

Nederlandse wapen van Baron De Senarclens 

In 1822 is Onno de Senarclens  (1780-1836) in Nederland in de adelstand verheven (Baron, Heer van Haanwijk, Boxtel en Liempde ) vanwege zijn verdiensten in het leger en wellicht in verband met de prominente rol van Hendrick Jan van Oyen (1750-1821) in Waadt en Morges in het bijzonder.

Het kasteel kan niet worden bezocht. De wijngaarden rondom het kasteel en de dorpen Vufflens-le-Château en Denens bieden echter een adembenemend uitzicht op dit sprookjesachtige kasteel, het meer van Genève, de Alpen en bij helder weer de Mont Blanc.

Was het kasteel wellicht de inspiratiebron voor de kastelen van Vullierens en L’Isle?

Of:

“Vufflens n’est pas un château. C’est un conte de fées. C’est Chillon en plus ciselé, c’est Neuschwanstein en plus raisonnable. C’est un rêve, une carte postale. Avec la silhouette élancée de son formidable donjon, son vignoble sereinement étalé plein sud au pied du colosse de brique, il symbolise le Pays de Vaud: tradition sans rigueur malgré sa facture piémontaise, élégance débonnaire, sagesse souriante. Oui, ce château apparaît comme un phare luxueux veillant paternellement sur l’océan de vignes qui déferle sur les hauteurs morgiennes” (Source: Editions 24 heures, Les Châteaux viticoles du Pays de Vaud, 1990).

(Bron en verdere informatie: www.swisscastles.ch)

Praz en de Kelten, een klein dorp met een grootse historie

Dichtbij de voormalige Keltische Nederzetting (oppidum) op Mont-Vully (kanton Freiburg) aan het meer van Morat (Murtensee of lac de Morat) ligt het kleine dorp Praz (commune de Mont-Vully). Dit kleine dorp deelt in de bewogen en interessante geschiedenis van de Romandie of Franstalig Zwitserland.

De Mont Vully vanaf het meer van Neuchâtel en bij Praz

Ook in deze regio zijn paalwoningen uit de neolithische periode aangetroffen (5 000 – 1 800 voor Chr.). Daarnaast is de Keltische nederzetting Mont-Vully, een van de restanten van de stam van de Helveten.

Daarna volgden de Romeinse tijd (c. 15 v. Chr – c. 400 n. Chr.), de invallen van de Alemannen, het eerste koninkrijk van Burgondie (c. 460- 534), Frankische koningen  en keizers  (534-843) en het Koninkrijk Lotharingen (opgericht bij het Verdrag van Verdun in 843).

Het kasteel (mansion) van Praz

Daarna volgde het (tweede) Burgondische Koninkrijk (888-1032). Vervolgens maakte Praz deel uit van het Heilige Roomse Rijk onder de Hertog van Zähringen en daarna de heerschappij van Savoy tot de verovering door Freiburg en Bern in 1476. In 1803 deelde Napoleon Praz in bij het kanton Freiburg.

Deze situatie zou niet meer veranderen. In 1850 sloten de gemeenten Sugiez, Nant et Praz en Chaumont zich aaneen tot de gemeente Vully-le-Bas of Les Quatre villages de la Rivière, wat de huidige situatie is. Praz is een klein dorp met een grootse historie.

Lac de Morat (Murtensee) en de stad Morat (Murten)

Kanaal de la Broye en de (houten) brug van Sugiez

Impressies van de regio en Praz

Vullierens, zijn kerk en abdij

Vullierens (kanton Vaud) was al bewoond in de Romeinse tijd. In de middeleeuwen viel het onder de Baronie van Cossonay. Bern veroverde het Pays du Vaud (grofweg het gebied van het huidige kanton) in 1536 op het hertogdom Savoie.

Vanaf dat moment valt het dorp onder het district Morges en de heerschappij van Bern. Voogden bestuurden het gebied tot 1798. Frankrijk veroverde in dat jaar de oude overwegend Duitstalige Eidgenossenschaft van 13 kantons (alleen Fribourg/Freiburg is tweetalig) en hun ‘Untertanengebiete'(waaronder het Franstalige Vaud (Waadt in het Duits).

Na het mislukte experiment van een eenheidsstaat naar Frans model (de Helvetische Republiek 1798-1803), herstelde Napoleon in 1803 de oude bestuursstructuur van kantons (onder Frans toezicht), met zes nieuwe soevereine kantons, waaronder Vaud.

Ook deze Confederatie was geen lang leven beschoren, namelijk tot 1813 en de nederlaag van Napoleon. Daarna volgden in 1815 een nieuwe Confederatie met drie nieuwe kantons en uiteindelijk de huidige confederatie in 1848.

De abdij

Vullierens is echter al die tijd nauwelijks van (agrarische) bestemming en omvang veranderd. De katholieke religie heeft onder invloed van het protestante Bern na 1536 echter plaatsgemaakt voor protestantisme, maar de kerk (voor het eerst vermeld in 1228 en in 1733 verbouwd) en de voormalige abdij (begin zestiende eeuw) staan er nog steeds.

(Bron: F. Béboux, Vullierens, Dictionnaire historique de la Suisse)

De stad Fribourg, haar bruggen, kloosters, kathedraal, haven en natuur

Fribourg of Freiburg, la Sarine of die Saane, Frans- of Duitstalig, de stad is (of eigenlijk was) trouw aan het katholieke geloof tijdens en na de Reformatie in de eerste helft van de zestiende eeuw. De diversiteit aan kloosterorden en abdijen is (of was) echter des te groter.

La Sarine of die Saane, de zogenaamde Röstigraben

De Gotische kathedraal, gewijd aan St. Nicolaas, kwam na een bouwtijd van twee eeuwen in 1490 gereed, maar dan heeft de stad ook een icoon. Tegenwoordig is de stad de zetel van het bisdom Lausanne, Genève, Neuchâtel en Fribourg.

De stad is in 1157 gesticht door de Duitstalige Hertog Bertold IV van Zähringen (1125-1186) in het overwegend Franstalige gebied van het voormalige koninkrijk Bourgondië (888-1032). Diens opvolger stichtte in 1191 de stad Bern. De graven van Kyburg verwerven Zähringen in 1218. In 1277 komt de stad in handen van de Habsburgers. Dit bewind duurt tot 1452.

De stad raakt verwikkeld in de oorlogen tussen Habsburg en het hertogdom Savoie en kiest van 1452-1477 de kant van Savoie. Savoie was echter ook een bondgenoot van de hertog van Bourgondië.

Der Rote Turm, 13e eeuw

De oude stadsmuur, 13e eeuw

Na de drie nederlagen van hertog Karel de Stoute tegen de Zwitserse Eidgenossenschaft in 1476 (Grandson en Murten) en 1477 (Nancy) trad de stad in 1481 toe tot de Eidgenossenschaft na haar grondgebied aanzienlijk uitgebreid te hebben ten koste van Savoie.

Ondanks de Reformatie in Bern zal het katholieke Fribourg samen met dit kanton in 1536 Vaud en op Savoie veroveren en opsplitsen. Fribourg verwierf in 1555 Gruyère en bereikte daarmee haar huidige omvang. Daarna volgt het kanton de loop van de geschiedenis van de Confederatie.

De stad is na 1530 een bastion van de Contrareformatie en invloed van Jezuïeten, culminerend in de Sonderbund en diens verloren oorlog in 1847.

Het voormalige Jezuïeten college Saint-Michel

De grootste bestaande abdijen zijn de Notre-Dame de la Maigrauge (een Cisterciënzerklooster voor vrouwen, gesticht in de 13e eeuw, de abdij van Montorge (Franciskanenklooster voor monniken, gesticht in 1621), de abdij d’Hauterive (een cisterciënzerklooster voor monniken, gesticht in 1138), het Kapucijnerklooster (gesticht in 1617), de Franciskanen-Minoriten (of Couvent de Cordeliers, gesticht in 1256) en een aantal kleinere orden. De Jezuïeten en Augustijnen zijn sinds 1848 (na de verloren Sonderbundsoorlog) niet meer vertegenwoordigd in de stad. De Dominicanen zijn nog wel aanwezig, maar met name als theologie instituut.

Het Rijke Roomse leven heeft ook diverse kerken en kunstwerken voortgebracht en in ieder geval een uitbundige en levendige stad.

Een vrijwel vergeten historie is de haven van Freiburg. In de oude binnenstad ligt een gebied dat eeuwenlang een opslag- en handelsplaats is geweest voor de scheepvaart. Talrijke gebouwen brengen dit verleden onder de aandacht.

Zoals bij iedere grotere stad in Zwitserland (Zürich is de grootste stad met 400 000 inwoners, Fribourg telt 80 000 inwoners) is de natuur nooit ver weg. Ook het vee geniet dagelijks van het uitzicht op de St. Nicolas kathedraal. Waar ter wereld is dat (nog) mogelijk?

(Bron en verdere informatie: Ville de Fribourg)

La Sarine of die Saane

Waterkrachtwerk Oelberg

De stuwdam in de Sarine bij het klooster Notre-Dame de la Maigrauge

Enkele opgeheven abdijen en kloosters

De Augustinerkerk en klooster

De voormalige Johanniterorde en kloostertuin (tegenwoordig een restaurant)

De kathedraal en de Liebfrauen Kirche

Op de achtergrond de besneeuwde top van Le Chasseral (kanton Bern)

De Liebfrauenkirche (basiliek sinds 1932)

Kloosters

Franciscanerklooster 

Het klooster Montorge

De Abdij van Hauterive

Porte de la Maigrauge/Sonnenbergtor

De Abdij Notre-Dame de la Maigrauge

De bruggen

Pont du Gottéron

Pont de la Madeleine

De spoorbrug Grandfey (Viaduc de Grandfey), de spoorweg Bern-Fribourg-Lausanne, 1862

Pont de la Poya

Pont de Zaehringen

De St. Johannbrücke (le pont de Saint-Jean), de Mittlere Brücke (le pont du Milieu) en Bernbrücke (le pont de Berne) zijn de drie oudste bruggen van de stad (13e eeuw). Ze waren oorspronkelijk van hout, maar in de 18e eeuw zijn  de St. Johannbrück en de Mittlere Brücke in steen herbouwd. Alleen de ernbrücke bleef om strategische redenen van hout. Bij aanvallen vanuit het oosten verwijderden de inwoners van Fribourg de planken van de brug om de indringers aan de andere kant van de Sarine/Saane te houden.

Bernbrücke/ pont de Berne

Mittlere Brücke/pont du Milieu

St. Johannbrücke/pont de Saint-Jean

Kasteel Bourguillon en de Lorette kapel 

Met het wapen van Habsburg

De kapel van Lorette

Kapel St. Jost (1684), behorende bij klooster Montorge

De oude binnenstad en havengebied

Impressies van de stad

De funiculaire (1899)

Het kunst- en historisch museum (musée d’art et d’histoire)

Het stadhuis (Hôtel de Ville) waar in 1516 de Ewige Vrede (la Paix perpétuelle) met Frankrijk is getekend na de slag bij Marignano (1515)

IMG_3798

Espace Jean Tinguely en Niki de Saint Phalle 

De omgeving

 

De oude molen in Richterswil