De parels, parfums en Franse en Zwitserse historie van Saint-Gingolph

De organisatie „Die schönsten Schweizer Dörfer“ (Die schönsten Schweizer Dörfer/Les plus beaux villages de Suisse) brengt dorpen en kleine stadjes in beeld. Deze parels bevinden zich in de vier taalgebieden van Zwitserland en in Liechtenstein. Saint Gingolph (kanton Valais) ontbreekt echter, het enige dorp waar al meer dan honderd jaar parels worden gemaakt.

Bovendien is het dorp vanwege een andere reden uniek. De rivier La Morge scheidt het dorp sinds de Vrede van Thonon (4 maart 1569)  in een Frans  en in een Zwitsers deel. Dit verdrag tussen het hertogdom Savoie, de bisschop van Sion en de Zeven Zenden van Valais bepaalt nog steeds de grenzen van het huidige kanton Valais met Frankrijk.

De grensbrug en la Morge

De Rijn scheidt bijvoorbeeld ook de steden Laufenburg en Rheinfelden (kanton Aargau) sinds 1803 , maar in tegenstelling tot St. Gingolph leidde deze scheiding tot aparte Zwitserse en Duitse leefgemeenschappen.

Op een aspect na: de treinverbinding tussen Frankrijk en Zwitserland is juist in Saint-Gingolph onderbroken. Onkruid en het bord ‘Frontiére’ markeren een scheiding waar die elders al lang niet (meer) bestaat!

Sinds 1569 leven en werken Franse en Zwitserse inwoners van het dorp in goede harmonie met en bij elkaar met uitzondering van periodes van oorlog. Een voorbeeld is de parelindustrie, scheepsbouw en handel op het meer van Genève.

Het museum (Musée des traditions et des barques du Léman) in het kasteel toont onder andere een bijzondere collectie scheepsbouwmodellen en objecten van deze eeuwenoude handel op het meer van Genève en de historie van de parelindustrie.

Deze verbondenheid kwam ook tot uiting in de zwarte periode van de Duitse bezetting van Frankrijk (1940-1944). Dankzij interventie van een officier van het Zwitserse leger konden Franse inwoners de grens oversteken toen de bezetters op 22 en 23 juli 1944 het Franse deel van Saint-Gingolph verwoestten en zes gijzelaars executeerden.

Historie

Het dorp is in 755 gesticht door de Frankische heilige St. Gangolph. Het dorp viel lange tijd achtereenvolgens onder de bisschoppen van Genève, Annecy en het hertogdom Savoie. Bern en de Zeven Zenden van Savoie veroverden in 1536 het dorp (en delen van Chablais en Faucigny).

De Vrede van Thonon bepaalde de grenzen definitief, al wilde een groot aantal inwoners van het dorp in 1860 aansluiting bij de Zwitserse Confederatie. Op 22 en 23 april 1860 koos een ruime meerderheid van inwoners van Savoie echter voor aansluiting bij Frankrijk.

De Parels van Saint-Gingolph

Parels uit oesters zijn al eeuwenlang een begrip. Zoals bekend bevat het  meer van Genève zoet water en dus geen oesters. In Saint- Gingolph fabriceerden vier fabrieken (twee in het Franse en twee in het Zwitserse deel) sinds1920 echter prachtige parels van schubben van vissen op basis van een procedé uit de 18e eeuw. Deze fabrieken waren zelfs lange tijd de belangrijkste werkgever!

La Suisse

Deze parels waren wereldberoemd. Vooral Amerikaanse en Engelse toeristen namen de boot vanuit Montreux of andere plaatsen aan het meer, of kwamen direct vanuit Engeland met het vliegtuig om parels te kopen. De parels waren niet te onderscheiden van de parels van oesters en werden in alle soorten en maten, inclusief parelkettingen, aangeboden.

Lange rijen (buitenlandse) kopers en kijkers 

De vier fabrieken: La Perle du Lac, la Perle de St. Gingolph, la Perle Orion en la Perle du Léman. Fotos: Musée des traditions et des barques du Léman

Na 1970 nam de belangstelling voor parels echter af en de laatste fabriek sloot in 1974. De ingenieur Jean-Loïc Selo begon echter in 2019 weer met de productie van parels in Saint-Gingolph in het kasteel van het dorp. Sindsdien zijn ze weer verkrijgbaar in boetieks in Vevey (kanton Vaud), Thonon en Saint-Gingolph.

De boetiek in het kasteel van Saint-Gingolph

Zwitserse school voor Parfumerie

Jean-Loïc is ook de oprichter van de eerste Zwitserse school voor Parfumerie (Ecole Suisse des Parfumeurs Créateurs). Deze school is eveneens in het kasteel gevestigd. Hij onderzoekt (eeuwenoude) parfums op basis van (archief) onderzoek en produceert (unieke) parfums. Daarnaast biedt hij onderwijs op dit gebeid aan.

Jean-Loïc Selo (links) in de Ecole Suisse des Parfumeurs Créateurs

(Bron en verdere informatie: Commune de Saint-Gingolph; Perles du Léman; Ecole Suisse des Parfumeurs Créateurs)

Erasmus klingt weer in Bazel

Van 9 tot 15 september 2024 vindt in Bazel het interdisciplinaire festival Erasmus klingt! –Festival Lab.

Erasmus van Rotterdam (1466-1536) , die vele jaren in Bazel woonde en werkte, staat centraal in het festival, dat als biënnale zal plaatsvinden met het oog op de 500e sterfdag van Erasmus in Bazel in 2036.

Het festival wordt georganiseerd in samenwerking met verschillende onderwijs- en culturele instellingen in Bazel, waaronder de Universiteit van Bazel, de Schola Cantorum Basiliensis en de Volkshochschule beider Basel en verschillende musea.

Voor de tweede editie van het festival dient Erasmus’ werk De klacht van de vrede (Querela Pacis, 1517) als inspiratiebron. De concerten en andere evenementen zijn gewijd aan het thema vrede: een thema dat zowel de seculiere wereld als de religieuze cultuur omvat.

Net als vandaag werd de tijd van Erasmus, aan het begin van de moderne tijd, gekenmerkt door (oorlogs) geweld: veel geleerden verhieven hun stem tegen de talloze oorlogen die in Europa oplaaiden.

In het boek De klacht van de vrede gebruikte de humanist Erasmus al zijn overtuigingskracht om de absurditeit van oorlog te beklagen en de voordelen van vrede te melden. Zijn doel was om het belang van solidariteit en menselijke waardigheid te benadrukken. Hij gebruikte hiervoor cultuur als een krachtig instrument.

De evenementen van het festival zijn gebaseerd op enkele van Erasmus’ hoofdthema’s, die vanuit een historisch perspectief worden geherinterpreteerd:

Sommige concerten richten zich op verhalen uit het Oude Testament over manipulatie, oorlog en vrede of het sluiten van vredesverdragen (Vrede van Utrecht, Rastatt en Baden (1713/14) Vrede van Westfalen 1648) en visualiseren specifieke oorlogsgebeurtenissen.

In andere concerten wordt het thema van het conflict belicht vanuit menselijk perspectief: de tragische gevolgen van oorlog, de strijd van menselijke emoties en het conflict tussen gevoel en rationaliteit.

Tijdens de hoofdconcerten wordt voorgelezen uit Erasmus’ “Klaagschrift van de Vrede”. Gedurende de dag vinden in het Wildt’sches Haus verschillende evenementen plaats op het gebied van filosofie, geschiedenis, musicologie en vredesonderzoek.

(Bron, tickets en meer informatie: erasmus-klingt.kulturticket.ch)

Baden, Baden-Baden en Badenweiler en hun Baden

Er zijn niet veel plaatsen met een dubbele naam en zeker niet als het een herhaling betreft. De naam voor de Duitse stad Baden-Baden (Baden-Württemberg) is dan ook functionieel: ter onderscheiding van Baden in Zwitserland (kanton Aargau) en Baden in Oostenrijk (vlakbij Wenen). Dan is er nog Badenweiler, in het zuiden van Baden-Württemberg.

Kurhaus und Casino Baden-Baden

Baden-Baden, de Trinkhalle in de 19e eeuw

Badenweiler, Grand Hotel Römerbad (1825), gesloten sinds 2016

Aargau is tot 1415 bestuurd door Habsburg en vanaf 1415-1798 (met uitzondering van het Fricktal) als Untertanengebiet door de Eidgenossenschaft. Sinds 1803 (inclusief het Fricktal) is Aargau een kanton van de Confederatie.

De namen voor deze plaatsen zijn ook functioneel: het zijn vanaf de Romeinse tijd (grofweg de eerste vier eeuwen van de jaartelling) beroemde badplaatsen en kuuroorden geweest. Deze faam maken ze tegenwoordig nog steeds waar.

De Romeinen zijn in ieder geval de initiators geweest van de eerste stenen complexen (thermae) voor baden. Deze badhuizen waren prachtig gedecoreerde en ingerichte gebouwen met baden, ingenieuze stelsels voor warm en koud water, waterafvoer, verwarming, omkleedruimtes, gezelschapsruimtes, tuinen en andere afdelingen.

Romeinse Badhuis Badenweiler

Ze werden veelal gefinancierd door lokale euergeten (weldoeners) en deels door de lokale overheid. Verdere details over de fascinerende wereld van de Romeinse badcultuur zijn te vinden in de overvloedige literatuur. Ook de heilzame werking van de mineraalbronnen was al bekend of werd in ieder geval verondersteld.

Augst (Augusta Raurica, Kanton Basel-Landschaft), de badhuizen voor vrouwen Augst. Afbeelding Römische Badenruine Badenweiler

Dit artikel gaat met name over de relatie tussen bovengenoemde plaatsen, die tot de 19e eeuw intensieve contacten onderhielden op het hoogste politieke en kerkelijke niveau. Burgers, handelaren, wetenschappers, kunstenaars, (textiel) ondernemers, (Zwitserse) huurlingen en andere beroepsbeoefenaren waren regelmatige grensgangers.

Grenzen zijn er altijd geweest tussen de regio Baden en (kanton)Aargau. Het was echter niet de fysieke barrière van de Rijn die de grens vormde. De Rijn is eeuwenlang vooral een rivier van handel, communicatie en een verkeersweg geweest. Bovendien was de taal ook geen belemmering. Na het Romeinse vertrek ontwikkelde het Alemannische zich tot spreektaal, later ook het Hoogduits.

Romeinse verkeerswegennetwerk en de Rijn. Afbeelding Römische Badenruine Badenweiler

Romeinse periode

In de Romeinse tijd maakte deze regio eeuw deel uit van Germania Superior. Op het hoogtepunt van de Romeinse macht (rond 100 n. Chr.) was de Limes Germanicus de grens. Deze liep van Koblenz tot de Donau, 550 kilometer lang. Vanaf de vierde eeuw van de Rijn de grens. De romanisering van de lokale bevolking , Zwaben in Baden en Kelten in Aargau, was in een paar generaties voltooid.

Romeinse Thermen in de kantons Baden, Basel-Landschaft, Aargau en Vaud en in Baden. Afbeelding Römische Badenruine Badenweiler

De badhuizen in Baden-Baden (Aquae) en Badenweiler ( vermoedelijk Aquae Villae) raakten vanaf de vierde eeuw in verval na het vertrek van de Romeinen. Dit overkwam Baden (Aquae Helveticae) pas in de vijfde eeuw. Ook het Romeinse wegenverkeersnetwerk raakte in verval, maar bepaalt tegenwoordig nog steeds de contouren in Baden en Aargau.

Reconstruktie Badhuis Badenweiler. Afbeelding: Römische Badenruine Badenweiler

Baden

De politieke historie van Baden komt alleen in hoofdlijnen aan de orde. De vele intriges, opstanden en oorlogen (onder andere de Boerenoorlog (1525), Dertigjarige Oorlog (1618-1648) Pfalzer Successieoorlog (1688-1697, Spaanse Successieoorlog (1702-1713) in en met staten en staatjes in het Heilige Romeinse Rijk, (Franse) koningen, graven, (Beierse) hertogen, Pfalzer graven en lokale vorsten, de reformatie en andere conflicten blijven buiten beschouwing.

Na het (langzame) vertrek van de Romeinen in de derde en vierde eeuw bestuurden achtereenvolgens Alemannen (en hun hertogen), Franken ( koningen en keizers (Karolingers) en Duitse koningen en keizers van het Heilige Roomse Rijk het gebied.

Machtige abdijen (onder andere Reichenau, St. Gallen, St. Blasien, Säckingen) en bisdommen (Konstanz, Speyer, Straatsburg, Mainz en Bazel) en lokale vorsten speelden vanaf de 10e eeuw een belangrijke rol.

Hertogdom Zwaben.  Afbeelding: Marco Zanoli, Wikipedia

Rond het jaar 1000 was zelfs sprake van een machtig hertogdom Zwaben (Schwaben, dat tot de elfde eeuw ook veelal als hertogdom Alemannien is aangeduid). Het was een gebied dat reikte van Baden en een deel van Württemberg tot Graubünden.

Daarna raakte dit hertogdom in verval en vormden zich nieuwe dynastieën. Voor Baden (en delen van Zwitserland), waren vooral de Zähringen en Habsburgers van belang.

Afbeelding: Wikipedia

Baden is vanaf 1060 voor een groot (versnipperd) deel door markgraven bestuurd. Zij waren een zijtak van de hertogen van Zähringen (1061-1218), die in Baden en in Zwitserland grote gebieden bestuurden en steden stichtten (onder andere Bern, Freiburg en Rheinfelden). In Baden waren ze de grondlggers van onder andere Neuenburg am Rhein en Freiburg im Breisgau. Breisgau bouwden ze uit tot een fort en ze waren de opdrachtgevers van de Münster St. Peter.

Breisgau en de Münster St. Peter

In 1515 ontstond de markgraafschap Baden-Baden en de markgraafschap Baden-Durlach om in 1771 weer verenigd te worden in markgraafschap Baden. Baden-Baden was echter in de reformatie katholiek gebleven, Baden-Durlach protestants geworden.

Baden-Baden en Badenweiler zijn in deze periode diverse keren geplunderd en verwoest. Al die tijd maakte Baden in zijn diverse politieke constellaties deel uit het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en haar Habsburgse keizers.

Karlsruhe, Groothertog Karl Friedrich (1728-1811) van Baden en zijn paleis 

De Franse Revolutie (1789), diverse oorlogen en de politieke rol van de Eerste Consul (Napoleon (1769-1821) leidden achtereenvolgens tot het Kurfürstentum Baden (1803-1806) en na het ontbinden van het Heilige Roomse Rijk (1806) tot het Groothertogdom Baden (1806-1918) in de Rheinbund (1806-1813).

Baden 1803-1945. Afbeelding: Wikipedia

Na de val van Napoleon in 1815 ontstond de Deutsche Bund (1815-1866) met een steeds dominanter Pruissen. In 1849 leidde een revolutie in Rastatt tot een kortstondige republiek.

Mede door de Rijncorrecties van Johann Gotfried Tulla (1770-1828), de Duitse douaneunie, (veelzijdige) industrialisatie (onder andere tabak, glas, textiel, mijnbouw, machines, spoorwegen (de Badische Bahnhof in Bazel), de koekoeksklok (!)  en opkomend toerisme in het Groothertogdom beleefden de bad- en kuuroorden  tot 1914 hun grootste bloeiperiode.

Zwitserse (textiel) ondernemers, toeristen, wetenschappers, schrijvers en kunstenaars waren altijd prominent aanwezig. De invloed van Johann Heinrich Pestalozzi (1746-1827) rekite tot in Baden en Johann Peter Hebel (1770-1826) is maar een van de vele andere voorbeelden.

Het Strassburger Denkmal (1895) in Bazel

In 1870/71 ontstond na de Frans-Duitse oorlog het Duitse Keizerrijk (1871-1918). Troepen uit Baden belegerden in deze oorlog Straatsburg. Een monument in Bazel herinnert aan Bazel’s steun voor de burgers van Straatsburg. Het Groothertogdom Baden verloor een deel van zijn soevereiniteit en ging met het Tweede Duitse Keizerrijk ten onder.

De laatste Zähringer Friedrich II (1857-1928) deed in 1918 als Groothertog van Baden afstand van zijn troon, een dynastie van Zähringen van bijna 1000 jaar! Daar kunnen zelfs Habsburgers niet aan tippen. Baden wordt dan een republiek als deel van de Weimarer Republiek.

Vanaf 1933 tot 1945 is Baden heeft geen zelfstandigheid meer en wordt het bestuurd door een Gauleiter. Na de Duitse capitulatie is Baden verdeeld in een Franse zone (met het vrijwel intacte Baden-Baden als hoofdstad) en een Amerikaanse zone. In 1947 ontstaat Baden-Württemberg.

Deze roerige historie van de directe buur van Zwitserland heeft met name in en vanaf de 19e eeuw de onderlinge en directe contacten beïnvloed. De (gemoderniseerde en eigentijdse ) badcultuur in Baden-Baden, Baden en Badenweiler heeft er echter niet onder geleden.

Diverse regionale initiatieven, bijvoorbeeld Regio Basiliensis tonen dat grensoverschrijdende samenwerking en projecten nog altijd in het Alemannische DNA zitten. De gedeelde steden Rheinfelden, Laufenburg en hun bruggen  symboliseren tegenwoordig weer de verbindende functie van de Rijn.

(Bron: R. G. Haebler, Badische Geschichte, Baden-Baden, 1987)

Badenweiler, Kur- und Festspielhaus en de restanten van de middeleeuwse Burcht

De Vredesverdragen van Utrecht, Rastatt en Baden, Spaanse Successieoorlog en Catalanen

Wat hebben Utrecht, Rastatt (Baden-Württemberg) en Baden (kanton Aargau) met elkaar gemeen? Deze steden hebben niet alleen een belangrijke rol gespeeld in de constitutionele geschiedenis van respectievelijk Nederland, de Duitse Bondsrepubliek en Zwitserland.

In 1713 en 1714 vonden de belangrijkste (bilaterale) verdragen ter beëindiging van de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) achtereenvolgens in deze steden plaats. Daarna volgden nog enkele afrondende verdragen in Den Haag, Madrid en Antwerpen.

De Spaanse successieoorlog had de Spaanse kroon (en de heerschappij over de Zuidelijke Nederlanden, Noord-Italiaanse gebieden, Sicilië, Napels en de kolonies) als inzet.

Europa rond 1700. Afbeelding: Wikipedia

Karel II (1661-1700), koning van Spanje en zijn (Koloniale en Europese) rijk was de laatste Spaanse Habsburger. Hij had in zijn testament Philip van Anjou (1683-1746), een kleinzoon van Lodewijk XIV (1638-1715), als opvolger benoemd.

Philip is vervolgens op 1 november 1700 ingehuldigd als de Spaanse koning Philip V. Behalve de Spaanse kroon speelden in het complexe krachtenveld van de vele soevereine staten van het Heilige Roomse Rijk, de vele verspreid liggende Habsburgse bezittingen en vooral de overzeese kolonies een rol.

Leopold I (1640-1705), Joseph I (1678-1711) en diens opvolger Karel VI (1685-1740), de Habsburgse keizers van het Heilige Roomse Rijk in deze periode, claimden de troon echter ook en andere landen, Engeland en de Republiek voorop (verenigd onder Koning-stadhouder William/ Willem III (1650-1702) in een personele unie), accepteerden het ook niet. Ze vreesden een Spaans-Franse dominantie. De ervaringen met de agressieve expansiepolitiek van de Zonnekoning gaf daartoe ook alle aanleiding.

Godfrey Keller (1646-1723), Koning William/Stadhouder Willem III. Collectie National Galleries Scotland. foto: Wikipedia

De Spaanse successieoorlog wordt ook wel de eerste wereldoorlog genoemd, die ook op andere continenten vanwege de kolonies is uitgevochten, met name in Canada en Zuid-Amerika. Dit aspect blijft verder buiten beschouwing.

Wel vermeldenswaard is de opkomst van een geslacht, dat in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) de redder van Europa en beschaving was. John Churchill (1650-1722), de Hertog van Marlborough, was een van de succesvolle legeraanvoerders van de anti-Franse coalitie. Als blijk van erkenning ontving hij het Blenheim paleis, geboorteplaats van Winston Spencer Churchill ( 1874-1965).

Pieter Schenk (1693-1775), John Churchill, Hertog van Marlborough, c. 1700, naar een schilderij van Godfrey Keller (1646-1723). Collectie Rijksmuseum (RP-P-1905-254). Afbeelding: Wikipedia

Na jaren van oorlog met wisselende krijgskansen en diverse mislukte vredesconferenties waren de partijen in 1713 bereid vrede te sluiten. Dergelijke conferenties vonden plaats in locaties die  politiek, logistiek en wat betreft status, comfort en onderdak voor de hoogste adel en honderden diplomaten geschikt en veilig waren.

Utrecht is de hoofdstad van de provincie Utrecht, een van de zeven soevereine provincies van de Republiek van de Verenigde Nederlanden (1581) en naamgever van de Unie van Utrecht (1579).

Deze republiek was in 1648 erkend als soevereine staat (verdrag van Münster) en was sindsdien in een permanente staat van oorlog geweest met Frankrijk en bij gelegenheid met zeemacht Engeland (als ad hoc bondgenoot van Frankrijk).

De keuze voor Utrecht als plaats van de eerste conferentie was vooral bepaald door de ligging, namelijk goed bereikbaar voor de militaire en politieke hoofdrolspelers Frankrijk, Engeland en de keizer.

Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Prent uit  Johann Baptista Homann, Atlas novus Terrarum Orbis Imperia, Regna et Status, Neurenberg, c. 1720. Collectie Rijksmuseum (RP-P-AO-1-51. B). Afbeelding: Wikipedia

De rol van de Republiek was op het continent na de Gouden Eeuw en uitputtende (zee) oorlogen tegen Engeland en Frankrijk bovendien uitgespeeld, of, zoals de Franse diplomaat Melchior de Polignac (1661-1741) het uitdrukte: “Wij onderhandelen over u, bij u en zonder u”.

Hoe het ook zij, Frankrijk en Engeland sloten op 11 april 1713 de Vrede van Utrecht. In feite waren het diverse bilaterale vredesverdragen tussen Frankrijk en Groot-Brittannië, Frankrijk en de Republiek, Frankrijk en Pruissen, Frankrijk en Portugal en Frankrijk en Savoie.

Philip V bleef koning van Spanje, echter niet in een personele unie met Frankrijk. Engeland kreeg de soevereiniteit over Gibraltar en enkele Franse gebieden in Canada; de zuidelijke Nederlanden, Noord-Italiaanse gebieden, Sardinië (later ingeruild voor Sicilië en Napels bleven of kwamen bij Oostenrijk. Savoie kreeg  Sicilië, later ingeruild voor Sardinië. De Portugese soevereiniteit over Brazilie en Uruquay werd erkend en Nederland kreeg met name handelsconcessies en garnizoenen in de zuidelijke Nederlanden.

De keizer accepteerde deze bilaterale uitkomst echter niet en zette de oorlog (zonder Engeland, de Republiek en andere bondgenoten) voort. Hij verloor en dit was de aanleiding tot de vredesconferentie in Rastatt tussen Frankrijk en Oostenrijk.

Residenzpalast Rastatt. Jupiter en zijn bliksemschichten, richting het vlakbij gelegen Frankrijk.

Rastatt was sinds 1705 de residentie van de markgraaf van (katholiek) Baden-Baden in zijn prachtige barokke paleis. Dit gebied was een belangrijke buffer tussen Frankrijk en de Habsburgse bezittingen in Duitsland en in de periode van Lodewijk XIV het toneel van veel oorlogsgeweld- en leed.

Het markgraafschap had vanouds familiebanden met de hoogste Europese kringen, lag tussen Parijs en Wenen en andere Habsburgse bezittingen. Bovendien kon de nieuwe barokresidentie met rococo-elementen de Franse en Habsburgse Oostenrijkers bekoren. Op 7 maart 1714 kwam het vredesverdrag tussen Oostenrijk en Frankrijk tot stand.

Reconstructie van de onderhandelingen met kaart in paleis Rastatt.

Philip V werd ook door Oostenrijk erkend als koning op dezelfde voorwaarden als bij het Verdrag van Utrecht, Oostenrijk hield zijn Italiaanse bezittingen en bovendien was amnestie voor Catalanen, die de kant van Habsburg hadden gekozen in het conflict een thema (!). Daarnaast kwamen andere onderwerpen aan de orde, waaronder schadeloosstelling voor bondgenoten en teruggave van veroverde gebieden.

Een complicatie was echter de constitutionele organisatie van het Heilige Roomse Rijk: de keizer had toestemming nodig van de Rijksdag. Dit was de aanleiding voor de conferentie in Baden.

Baden was een katholieke stad in Aargau en was sinds 1415 een op Habsburg veroverd Untertanengebiet van de Eidgenossenschaft. De afgevaardigden van de  kantons van de Eidgenossenschaft kwamen tot 1712 in Baden bijeen in de Tagsatzung.

In 1712 koos het katholieke Baden echter de kant van de katholieke kantons in de tweede Villmergerkrieg (de eerste was in 1656). De protestante kantons wonnen, Baden verloor en de Tagsatzung kwam daarna in Frauenfeld bijeen (kanton Thurgau, eveneens een Untertanengebiet en in 1460 op Habsburg veroverd).

Baden werd desalniettemin de keuze voor het afsluitende vredesverdrag tussen Frankrijk en Oostenrijk. De reden was in de eerste plaats de neutraliteit van de Eidgenossenschaft, die in 1648 in de Vrede van Westfalen als onafhankelijke staat van dertien soevereine kantons was erkend.

Baden lag tussen Wenen en Parijs, was een vermaard (eeuwenoud) bad- en kuuroord en was al eeuwenlang (dus tot 1712) het conferentieoord van de Tagsatzung en zijn honderden diplomaten van kantons en uit het buitenland. Bovendien was het niet ver van Solothurn, de residentie van de Franse ambassadeur bij de Eidgenossenschaft.

Hoewel de belangrijkste beslissingen al genomen waren en het primair ging om afronding van het Frans-Oostenrijkse vredesverdrag, waren er nog ongeveer 60 delegaties uit alle hoeken van het Heilige Roomse Rijk en Europa, uit Savoie, Venetië, Stockholm, Den Haag, Madrid, Berlijn, Speyer, abten en bisschoppen en andere hoogwaardigheidsbekleders met hun belangen en aanspraken, kortom, het was een Europees diplomatencongres.

Op 7 september 1714 volgde de afsluiting met de Vrede van Rastatt. Het machtsevenwicht was weer, tot 1756, hersteld. In ieder geval was het tijdperk van de godsdienst- en dynastieke oorlogen in de achttiende eeuw (bijna) voorbij, andere conflicten dienden zich in de negentiende eeuw aan. Ook Zwitserland was hierbij direct betrokken.

(Bron: R. de Bruin, M. Brinkman (Red.), Friedensstätte. Die Verträge von Utrecht, Rastatt und Baden 1713-1714, Petersberg, 2013)

PS: zie ook de tentoonstelling ‘Die Badische Revolution 1848/49‘ in het Wehrgeschichtliche Museum Rastatt

Slot Rastatt

Barok

Met Rococo-elementen

   

Markgraaf von Baden-Baden Ludwig Wilhelm (Turkenlouis, 1655-1707), Bouwheer van het slot (1705). Collectie Schloss Rastatt

De Triennale Bad Ragartz, een Kunstspektakel in de buitenlucht

Van 4 mei tot 30 oktober 2024 vindt de 9e Zwitserse Triënnale voor Beeldhouwkunst in Bad Ragaz (Kanton St. Gallen) en Vaduz (Liechtenstein) plaats. Het evenement toont werken van 88 kunstenaars uit 19 landen.

De Triënnale Bad Ragartz is een van de grootste openluchtkunsttentoonstellingen ter wereld. De werken van de kunstenaars zijn zes maanden gratis toegankelijk.

Tegelijkertijd vindt in het Alte Bad Pfäfers het Festival van kleine sculpturen plaats. Een nieuwe toevoeging is het “Laboratorium voor Jonge Kunst”, dat geselecteerde artiesten onder de 30 hun eerste internationale platform en een bijdrage aan hun werk biedt.

(Bron en verdere informatie: Triennale BadRagartz)

Impressies

De menselijke maat in de Confederatie

Zwitserland vierde op 1 augustus jongstleden haar nationale feestdag. Het land heeft lang geworsteld met haar volkslied, haar vlag en haar Constitutie. Na een lang eenwordingsproces met diverse (burger) oorlogen en andere (religieuze) disputen vanaf de dertiende eeuw, veranderde de samenwerking van en tussen de kantons op 12 september 1848. De statenbond werd door de nieuwe Grondwet een Bondsstaat, de Confoederatio Helvetica (CH).

De vlag is pas in 1889 officieel erkend als nationaal symbool. De historie van het volkslied is nog gecompliceerder. Ook de datum van de nationale feestdag staat ter discussie. Er gaan stemmen op 12 september 1848 als datum van het ontstaan van Zwitserland als nationale dag in te voeren vanwege het ontstaan van de moderne Confederatie.

De Ägerisee

De Morgartenkapel

De eerste augustus is in 1891 erkend als nationale feestdag. Aanleiding was het zevenhonderdjarig jubileum van de (mythische en in ieder geval legendarische) eed, de Rütlischwur, van de eerste drie Orte Uri, Unterwalden en Schwyz aan de oevers van de Urnersee, een deel van het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).

De oude Confederatie

Feit, legende of mythe, realiteit is dat deze drie Orte in 1315 de Habsburgse landsheer Hertog Leopold van Habsburg (1290-1326) een destijds even opzienbarende, als vernietigende nederlaag toebrachten in de omgeving van de Ägerisee bij het plaatsje Morgarten (Kanton Schwyz). Boeren uit een onherbergzaam berggebied versloegen de ridders van hun landsheer.

Morgarten-dorp en omgeving. Het is niet bekend waar de slag precies plaatsvond

Morgarten monument

Dit scenario herhaalde zich diverse keren in 1386 (Sempach), 1388 (Näfels), 1415 (verovering Aargau) en 1460 (verovering Thurgau) met een steeds verdere uitdijende Eidgenossenschaft of Confederatie tot 1499 (Schwabenkrieg, Schweizerkrieg of Engadinerkrieg al naar gelang het perspectief) de Vrede van Bazel en de ‘Eeuwige Vrede’ met Habsburg na afloop van deze oorlog.

Feit is dat het verdrag van drie Eidgenossen van 1291 (bevestigd in 1315) een verbond was met dertien soevereine kantons in 1513. Deze kantons waren, afgezien van Freiburg/Fribourg, Duitstalig.

Daarna volgden vanaf 1798 tot 1813 de Franse periode, in 1815 de nieuwe Confederatie met 22 kantons en in 1848 de huidige Confederatie.

Image: l’Office fédéral de la statistique

Deze eeuwenoude ontstaansgeschiedenis tussen diverse taalregio’s, en in cultureel, religieus, politiek en economisch opzicht zulke verschillende kantons is een soort Europese Unie avant la lettre. De Grondwet van 1848 is nog steeds het hechte politieke fundament.

Dit was geen vanzelfsprekendheid en niemand had dat in 1291, 1513, 1648 of zelfs 1798 voorzien. De reformatie verdeelde na 1525 ook de oude Confederatie van dertien kantons. Katholieke versus protestante kantons en religieuze onenigheid in kantons, steden en dorpen. Enkele gewapende conflicten (de Kappeleroorlogen in 1529 en 1531), de Villmergeroorlogen (1656 en 1712) en de Sonderbundsoorlog in 1847 vloeiden hier uit voort.

Kappel (kanton Solothurn)

Villmergen (kanton Aargau), Monument voor de slachtoffers van de Villmergerkriege 1656 en 1712

Ook de Bündner Wirren(1619-1639) in de Freistaat der Drei Bünde (het huidige kanton Graubünden) was mede een religieuze (burger) oorlog en een machtsstrijd tussen grootmachten Frankrijk, Spanje, Oostenrijk en Venetië ten tijde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Deze militaire conflicten waren echter peulenschillen vergeleken met (burger) oorlogen in andere Europese  regio’s tot 1798.

Feitelijk was de oude Confederatie een vredige en neutrale oase in het midden van Europa. Religieuze conflicten werden veelal democratisch door burgers beslecht: kerken werden soms gedeeld voor protestante en katholieke religies (Simultaneum) en kanton Appenzell werd in 1597 na een raadpleging van de burgers gesplitst in een katholiek (Appenzell Innerrhoden) en protestants (Appenzell Aussserrhoden) kanton.

Simultaneaum in Sta. Maria (Val Müstair, kanton Graubünden, de katholieken aan de ene, protestanten aan de andere kant).

Van een democratie in de huidige zin was nog geen sprake maar in  zeven kantons en Graubünden bepaalden (mannelijke) burgers vanaf 14 of 16 jaar het beleid, oorlog of vrede en de benoeming van de belangrijkste posten in de Landsgemeinde.

Stedelijke kantons (Bern, Zürich, Schaffhausen, Solothurn, Luzern, Bazel en Freiburg) kenden een oligarchische of op gilden gebaseerde bestuursstructuur, maar ook hier ontbrak een dominante dynastie, persoonlijkheid of monarch.

In ieder geval hadden de (welgestelde) burgers veel meer zeggenschap dan in de rest van Europa. Ook hier geldt, ook in andere delen van Europa, Joden, vrouwen en niet-burgers van een kanton waren uitgesloten.

Op de Tagsatzung kwamen vertegenwoordigers van de soevereine kantons met enige regelmaat bijeen, met name om het bestuur van de bezette gebieden te bespreken en internationale kwesties aan de orde te stellen. Ook hier speelde religie een rol. Zes protestante kantons zonderden zich in 1698 bijvoorbeeld af in een aparte Tagsatzung. Toch is de dialoog altijd gaande gehouden.

Johann Martin Veith (1650-1717), 1698,  zes protestante kantons en het ‘ware geloof’ en hun Tagsatzung in Schaffhausen in 1698, rechts de ‘gedegenereerde’ katholieken. Collectie: Landesmuseum Zürich

De kantons, communes en burgers

Hoe verdeeld de kantons ook waren, de Confederatie hield stand door compromis, streven naar het haalbare, pragmatisme en vooral het ontbreken van dominante persoonlijkheden, monarchistische en dynastieke structuren. Deze eeuwenlange samenwerking, ervaringen en (internationale) politiek in goede en slechte tijden en de  betrokkenheid en participatie van burgers bij hun samenleving kenmerken nog steeds Zwitserland. De menselijke maat is hierbij het uitgangspunt.

Het militiesysteem in politiek, bestuur, leger en talrijke veelal eeuwenoude Genossenschaften, Gesellschaften, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties zijn hiervan een uitdrukking.

Tradities kunnen verstarring in de hand werken. Het bijzondere aan Zwitserland is juist de aanpassing en modernisering met behoud van tradities. Dit neemt, uiteraard, soms wat tijd in beslag, maar het kind wordt zelden met het badwater weggegooid.

Melting pot, een integratiewonder, Schwyzertütsch en patois suisse

Zwitserland is van oudsher een ‘melting pot’. Daarnaast hebben vele honderdduizenden nieuwkomers de Zwitserse pas. Bovendien immigreren of emigreren ook veel Zwitsers naar andere kantons. Ruim 25% van de inwoners heeft echter geen Zwitserse pas.

Het grootste integratieobstakel in het land is wellicht het Zwitserduits, de lokale dialecten die voertaal zijn in Duitstalig Zwitserland. Voor Frans- of Italiaanstalige Zwitsers, die Hochdeutsch hebben geleerd en beheersen, is het ook veelal een belemmering, zelfs een frustratie, in de communicatie of in (politieke) debatten.

Franstalig Zwitserland, die Romandie of la Romande suisse, kende tot aan het einde van de negentiende eeuw overigens nog vele dialecten of het patois, die alle verdwenen zijn, op enkele gebieden na. Ook Franstalig Zwitserland was dus een lappendeken van dialecten tot 1900! (Zie ook: Andres Kristol, Histoire linguistique de la Suisse romande, Neuchâtel, 2023).

Inburgering en noblesse oblige

Dat een groot aantal inwoners geen Zwitserse pas heeft, vloeit voort uit de vanouds prominente positie van burgers in de samenleving en politiek. De burgers zijn in feite de politici en hebben door de directe democratie altijd (in theorie) het laatste woord, de noblesse van het land.

De Zwitserse pas en het burgerschap moet je verdienen en is geen recht op basis van 5 of 10 jaar ingezetenschap of belasting betalen. Als soeverein heeft een burger grote politieke macht én plichten jegens de samenleving op gemeentelijk, kantonaal en nationaal niveau. 

Belasting betalen is een fragiele motivatie voor het verlenen van het burgerschap. Het land kent, gelukkig, geen koopbare ‘Gouden Pas’, maar een burgerschap op basis van verdiensten (bijvoorbeeld het succesvol afronden van een (beroeps) opleiding of andere betrokkenheid bij de samenleving). Dat komt ook voort uit het eeuwenoude belang van het burgerschap van een gemeente, stad of kanton.

Conclusie

De menselijke maat is (nog) doorslaggevend in Zwitserland. De federale, gedecentraliseerde opzet van het land en daarmee de relatief kleine en toegankelijke bureaucratieën op lokaal niveau, de betrokkenheid van en respect van de (meeste) burgers voor hun omgeving zijn belangrijke factoren. Daarnaast spelen het uitstekende beroepsonderwijs en goede openbare en sociale voorzieningen een rol.

Het land is geen paradijs en het is ook geen eiland en kent alle problemen van andere Europese landen. Zwitserland heeft geen voorbeeldfunctie en haar besluiten zijn soms moeilijk te begrijpen voor buitenstaanders (én Zwitsers), het huidige neutraliteitsdebat bijvoorbeeld. Haar koers op de lange termijn verdient echter serieuze aandacht, respect en waardering.

Zwitserland is misschien niet het gelukkigste land ter wereld, maar de mens, de burger, is er nog wel steeds de maat. De Engelse historicus Edward Gibbon (1737-1794) een groot, maar geen kritiekloze bewonderaar van de oude confederatie, wijdde er in 1767 een boek aan ‘Introduction à l’histoire Générale de la République des Suisses’ ( Die Freiheit der Schweizer).

En zo is het nog steeds. En dat blijkt ook bij de ingetogen, stijlvolle en feestelijke  viering van de nationale dag op 1 augustus met altijd een lokaal tintje.  De kantons en hun burgers in de gemeenten zijn immers de soeverein. Het land, de samenleving en de vele nieuwkomers varen er wel bij.

Bazel, 1 augustus, op de Mittlere Brücke

De Innauen bij Strada en Scuol en de eendagsvlieg van de Inn

In de Innauen of Ischals/uiterwaarden) tussen Strada en Scuol (Unterengadin, kanton Graubünden) is decennia kiezel uit de Inn gebaggerd en puin in de rivier gestort. Ook zijn er dammen aangelegd. Hierdoor is de loop van de rivier sinds 1950 veranderd en zijn de flora en fauna achteruit gegaan.

Vanaf de jaren 1990 is de kiezelwinning stopgezet en zijn dammen verwijderd. Hierdoor hernam de Inn weer zijn  oude loop.

Door de sterk wisselende waterhoeveelheden, van een woeste kolk tot een rustige bergbeek, ontstond een landschap met moerasachtige oevers, een paradijs voor zoogdieren, insecten, vogels, vissen, amfibieën en een rijke flora.

De natuur had twee decennia nodig, maar dan was ze weer hersteld in de oude staat. In een aantal gevallen zelfs diverser dan ze ooit is geweest in dit gebied.

Tekst en uitleg over de vele soorten vlinders aan de Inn en hun verre trektochten naar Afrika en Zweden!

De naam Innauen betekent niets anders dan de wateren van de Inn, de rivier. ‘Aue’ is afgeleid van het Oud-Hoogduitse woord ‘ouwa’. In de reto-romaanse (Vallder) taal is ‘aua’ het woord voor water.

De eendagsvlieg 

Een van de vele bewoners van de Inn is de eendagsvlieg, of beter gezegd de larve. Zoals de naam al zegt is de eendagsvlieg geen lang leven beschoren. Maar dat geldt voor de tijd boven het water nadat de larve een vlieg is geworden.

Links de larve van de eendagsvlieg

De larve van de eendagsvlieg

Daarvoor leeft de eendagsvlieg als larve een tot drie jaar onder water, tenminste als andere bewoners, zoals vissen, slangen, vogels of andere dieren, hem niet hebben opgegeten. Hij/zij voedt zich daar met algen en andere micro-organismen.

De betekenis in de circle of life speelt zich voor de eendagsvlieg dan ook met name onder water af. Nadat hij zich ontpopt tot een vlieg en het water heeft verlaten heeft hij nog maar één functie: zich voortplanten. Eten kan hij niet meer omdat hij geen mond heeft en binnen 24 uur sterft hij.

Het filosofische is echter dat hij geen seconde van zijn toch al korte leven boven water treurt over zijn lot. Hij vliegt er lustig op los, paart of legt haar eitjes in het water en vervult zijn of haar rol. Ook de eendagsvlieg houdt de mens een spiegel voor.

(Bron en verdere informatie: www.wwf.ch)

De Reto-Romaanse taal in de Bündner natuur

De jaarlijkse cursus Vallader-Romaans is op 22 juli in Scuol (kanton Graubünden) weer begonnen. De Lia Rumantscha, de organisator van deze cursus, telde dit jaar 153 deelnemers, weer meer dan vorig jaar.

Het Romaans kan zich in Zwitserland en in het buitenland op een steeds grotere belangstelling verheugen. De jaarlijkse nationale Week van de Romaanse taal (Eivna (Emma) rumantscha) wijst hier ook op.

Ook op andere plaatsen in Graubünden worden deze cursussen Romaans (Puter, Surselvan, Surmeiran of Sutselvan) georganiseerd, niet alleen door de Lia Rumantscha, maar ook door andere organisaties

Scuol

Het koesteren van de diversiteit, respect voor andere talen en culturen en het functioneren van de multiculturele samenleving is al eeuwen de bouwsteen van meertalig Zwitserland. Het verklaart ook deels het succes van Zwitserland als bemiddelaar in internationale conflicten.

Dertig jaar geleden was er op nationaal niveau nauwelijks belangstelling (en dus geld) beschikbaar voor het steunen en het ontwikkelen van de Romaanse taal en cultuur. Ook Romaans-sprekende inwoners verloren hun betrokkenheid vanwege nieuwe media, toerisme, werkgelegenheid en bedrijven uit andere taalregio’s en landen.

Breil/Brigels (Surselvan): Stai si, defenda romontsch, tiu vegl lungatg (Verweert u, verdedigt Romanen, uw oude taal! Giacun Hasper Muoth (1844-1906)

Jonge mensen verlieten de regio vanwege studie of werk en kwamen vaak niet terug. Maar ook bij deze groep winnen de Romaanse taal en cultuur snel aan aanzien en status.

Tegenwoordig zingen, spelen en spreken de kinderen weer als vanzelfsprekend Romaans in de straten, thuis en op school van de dorpen en is het voor oudere inwoners (weer) een identiteit om trots op te zijn.

De Lia Rumantscha assisteert ook bij het opzetten van lokale Romaanse organisaties, tot dusverre met name in Duitstalig-Zwitserland, maar met spoedige uitbreiding in Frans- en wellicht Italiaanstalig Zwitserland.

De Lia Rumantscha (in samenwerking met de Uniun dals Grischs) organiseert van 7 tot 11 oktober een cursus Romaans (Vallader) in St. Mustair.

En met reden. Het Romaans is een van de oudste nog levende talen van Europa en een directe afstammeling van (vulgair) Latijn en de Raetische voorgangers.

Bovendien is het een mooie, melodieuze taal, wat goed aansluit bij het muzikale niveau, de veelheid en kwaliteit aan cultuur en de natuurlijke schoonheid van de regio.

(Verdere informatie: www.liarumantscha.ch)

De Basel Tattoo 2024

De Basel Tattoo is er opnieuw in geslaagd een programma te presenteren met veel hoogtepunten en moderne, traditionele en nieuwe elementen.

Op de Kasernenareal in Basel staat nu een arena voor bijna 8.000 toeschouwers. De première van de 17e Basel Tattoo vindt hier plaats op 19 juli. Topformaties uit vijf continenten met ongeveer 1.000 artiesten zullen het publiek en de stad betoveren (tickets zijn verkrijgbaar via www.baseltattoo.ch).

Basel Tattoo 2022

De Tattoo vindt plaats tot 27 juli en laat zien waar een moderne Tattoo om draait: een combinatie van dans, parades, pipes, drums, brassbandmuziek, het Tattoo Koor en ’s werelds enige Tattoo Garde. De Basel Tattoo Parade vindt plaats op 20 juli.

Ook de United States Army Field Band is van de partij. De band is normaal gesproken op pad voor representatieve ceremonies in eigen land en wordt gekenmerkt door hoge muzikale kwaliteit en precisie.

De meer dan 50 kinderen en jongeren van het One Voice Children’s Choir komen ook uit de VS.

Zes ongewone artiesten op een ongewone fiets: dit is het Big Bike Orchestra uit Polen.

De Singapore Police Force Band presenteert Aziatische precisie met Britse invloeden.

Met hun rockende klanken, aangrijpende liedjes en enthousiasme waren de muzikanten van de Australian Army Band in het verleden publiekslievelingen. De Aussies komen terug in 2024.

Basel Tattoo 2023

De OzScot International Highland Dancers reizen met hen mee. De dansers behoren tot de besten in hun vakgebied en laten nooit na indruk te maken met hun ongelooflijke, bijna halsbrekende dansbewegingen.

Met de Iznik Municipality Mehter Band uit Turkije komt de oudste militaire muziekformatie ter wereld naar de Basel Tattoo. De 60-koppige band cultiveert een traditionele muziekstijl.

De Swiss Army Brass Band en het Ländlerduo (Marvin Näpflin op de Schwyzerörgeli en Patrick Stalder op de klarinet) van de Zwitserse militaire band zullen ook te gast zijn.

De 200 doedelzakspelers en trommelaars van de Massed Pipes and Drums zullen ook het komende jaar acte de presence geven, een evergreen. De tien pipe bands komen uit Canada, Zuid-Afrika, Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland, Malta en Zwitserland. En de Lone Piper zal ook dit jaar een bekend nummer ten gehore brengen op de Kasernetoren.

Bazel doet hiermee haar faam als muziekstad ook weer alle eer aan.

(Bron en verdere informatie: Basel Tattoo)

Basel Tattoo 2023

Post Scriptum

Doe den tap toe

Overigens ligt het Oudnederlandse “doe den tap toe” aan de oorsprong van het Nederlandse woord “taptoe”, tattoo in het Duits en Engels. “Doe den tap toe” heeft een militaire context en betekent de bierkraan dichtdraaien.

Op het commando ‘Doe den tap toe’ werden, veelal ondersteund door een trommel- of trompetsignaal, de bierkranen gesloten. In de loop der tijd is “taptoe” een verzamelnaam geworden voor militaire muziekfestivals.

Heimweh (heimwee in het Nederlands) is daarentegen een Zwitsers woord. Misschien is ook het begrip Tattoo door  huurlingen in dienst van de Republiek in Zwitserland geïntroduceerd?

Het Zwitserse kaartpel Jass heeft overigens ook een Oud-Nederlandse oorsprong (Klaverjassen).

De kazerneplaats

Het kazerneterrein is dus de juiste omgeving voor een taptoe. Het Klooster Klingental (tegenwoordig het Museum Kleines Klingental) voor Dominicanessen werd na de Reformatie (1527) gesloten.

De gebouwen werden daarna gebruikt voor opslag, als commerciële ruimte en als locatie voor het stadsgarnizoen. De nieuwe kazerne werd voltooid in 1863 en huisvestte tot 1965 militairen. Er is daar dus veel getapt en het commando (Doe den tap toe) heeft vaak geklonken.