Vals en zijn water, bergen, Therme en natuur

Lawines, overstromingen en rotsverschuivingen, in het dorp Vals in het Valsertal Valsertal (kanton Graubünden) kunnen ze er al eeuwenlang over meepraten. Een Kroniek (die Lawinechronik) houdt het sinds 1598 nauwkeurig bij.

De overstromingen van 1868 waren zelfs zo ingrijpend dat het hele dorp overwoog naar Amerika te emigreren! Een sneeuwlawine kostte op 20 januari 1951 19 inwoners het leven. Voor inwoners zijn dergelijke gebeurtenissen een ramp.

In het Zwitserse nationale park in Engadin noemt men dergelijke gebeurtenissen echter geen ramp, maar natuurverschijnselen. In dit park wonen namelijk geen mensen en dieren en planten hebben het er al helemaal niet over.

Reeds in de prehistorie deed de natuur van zich spreken. De Flimser Felzsturz is bijvoorbeeld zo’n gebeurtenis van 10 000 jaar geleden. De Rheinschlucht tussen Ilanz en Reichenau is het resultaat, een kunstwerk van de natuur. Toen woonden er echter nog geen mensen in deze omgeving en dus was het geen ramp.

Vals, gelegen in het dal van de Valserberg, bestond toen nog niet. Wel was de Valserberg een verbindingsweg van Ilanz via de Bernardinopas naar Tessin. De eerste (Romaanse) nederzetting ontstond pas in de 11e eeuw.  Rond 1300 vestigden zich Walser in het dorp en als snel waren ze in de meerderheid. Het Romaans maakte plaats voor de Walser (Duitstalige) taal, zoals in het naburige Obersaxen.

De Reformatie

De reformatie leidde ook in Vals tot verhitte debatten en enkele geweldsuitbarstingen. De Walser inwoners wilden overwegend katholiek blijven. Dit was mogelijk volgens de Ilanzer Artikel van 1524 en 1526: de inwoners van een gemeente maakten zelf de keuze en niet de overheid, in casu de Graue Bund of de Freistaat der drei Bünde. Vals bleef, zoals de meeste Walser dorpen, katholiek.

De katholieke kerk St. Peter und Paul

Het dorp leefde tot het einde van de 19e eeuw van de landbouw en veeteelt. De handel van vee en landbouwproducten liep alle jaargetijden over de Valserberg naar de  Hinterrhein, Bellinzona en Lugano.

Zoals op veel plaatsen in Graubünden en andere delen van Zwitserland veranderden de exploitatie van mineraalbronnen en kuuroorden en de snelle groei van toerisme het leven ingrijpend. De St. Petersbron maakte het dorp wereldberoemd en bedrijven uit andere continenten zijn prominent aanwezig.

De Valser Wasserwelt

Het ‘Kurhaus Therme’ met 60 bedden werd in 1893 in gebruik genomen. De volledig vernieuwde Therme Vals opende op 14 december 1996 de deuren. De opening van een waterkrachtcentrale Zervreila in 1958 en skifaciliteiten in 1975 en 1996 betekenden ook een belangrijke economische impuls. Vals is zelfs een van de hoogstgelegen skigebieden van het kanton.

Vals, rechtsboven het complex ‘Therme Vals’

Een zaak heeft zich echter niet veranderd: het dorp is niet aangesloten op het spoorwegnet. De Postauto of eigen vervoer leiden door het prachtige landschap, waar de tijd heeft stilgestaan en  lawines, overstromingen en rotsverschuivingen nog steeds natuurverschijnselen zijn.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Vals; Museum Gandahus)

Impressies van Vals en omgeving

De Brüggastall-Stallgeschichten und die Bibliothek zur glückligen Zukunft

De tuin (der Garten)

De brug en de Valser Rhein

De omgeving

St. Martin

Evian, Vevey, Savoie en de oude Eidgenossenschaft

De omgeving van Lac Léman is politiek, linguïstisch, economisch en cultureel altijd een regio met intensieve onderlinge contacten geweest.  De bisschoppen van Genève, de stad Genève,  abten, graven en hertogen van Savoie, koningen van koninkrijk Piëmont-Savoie en Frankrijk, de Zwitserse confederatie, Wallis (Valais) en andere spelers bepaalden politiek, handel, oorlog en vrede tot 1798.

Aix-les-Bains, 1000-jaar Savoie en de dynastie van Savoie (1003-2003)

De steden Evian in  Chablais (Departement Haute-Savoie) en Vevey (kanton Vaud/Waadt), beide gelegen aan het meer van Genève, hebben politiek gezien echter maar twee korte periodes gedeeld.

In 1536 veroverde Bern niet alleen Vaud en bestuurde het tot 1798. Bern veroverde dat jaar samen met de Republiek van de Zeven Zenden (Oberwallis) ook de Chablais op het Hertogdom Savoie, inclusief Thonon en Evian. In 1475 had Bern al het huidige Chablais-Vaudois/Waadtlander Chablais veroverd.

De abdij Hautecombe (12e eeuw) aan het meer van Bourget (lac du Bourget), aan de overkant de stad Aix-les-Bains. Vanaf de 12e eeuw de laatste rustplaats van de dynastie Savoie. Ook de laatste Italiaanse koning Umberto II (1904-1983), directe afstammeling van de familie, is hier begraven in 1983, evenals zijn vrouw  Marie-Josée van België (1906-2001) in 2001.

Bern bestuurde voor korte tijd Thonon, de Republiek van de Zeven Zenden Evian. Het Lausanner Verdrag (1567) en het Verdrag van Thonon (1569) bepaalden echter de teruggave aan Savoie en de grens bij St. Gingolph.

Thonon, de Franse grens en douane vanaf 1860

Savoie was al eeuwenlang een graafschap en vanaf 1416 een hertogdom toen het in 1720 het belangrijkste gebied in het koninkrijk Piëmont-Savoie (of koninkrijk Sardinië) met Turijn als hoofdstad werd.

In 1796 versloeg Napoleon dit koninkrijk en door de Vrede van Parijs (15 mei 1796) kwam Savoie bij Frankrijk. In 1798 stichtte Napoleon de eenheidsstaat de Helvetische Republiek (1798-1803) met kanton Léman als district en in 1803 het soevereine kanton Vaud in de nieuwe Confederatie (1803-1813).

Savoie werd door Frankrijk geannexeerd en ingelijfd in het département du Mont-Blanc. Het Weense Congres (1814/15) herstelde echter grotendeels de oude orde, het Ancien Régime, althans wat betreft het koninkrijk Piëmont-Savoie, dat Savoie weer terugkreeg. Kanton Vaud hield echter zijn status en bleef zelfs een soeverein kanton in de nieuwe Confederatie van 1815.

Het koninkrijk Piëmont-Savoie is tenslotte in 1860 opgesplitst: Sardinie en het oostelijke deel (inclusief Piëmont en Aosta) gingen naar Italië, het overige deel (inclusief Savoie) ging na een referendum naar Frankrijk (destijds nog een keizerrijk (1851-1871).

Aix-les-Bains, 150-jaar (1860-2010) toetreding van Savoie tot (keizerrijk) Frankrijk 

Het politieke lot heeft Chablais, Evian, Vaud en Vevey maar voor korte tijd samengebracht tussen 1536 en 1567 en tussen 1798 en 1813. Het meer van Genève is echter al vanaf de Romeinse tijd de verbindende relatie geweest.

Evian is ook de vindplaats van het beroemde mineraalwater door Gabriel Cachat in 1789. Hij ontdekte de heilzame werking van het bronwater en Evian werd al snel een gerenommeerde plaats voor de beau monde. La source Cachat is een van de beroemdste bronnen in de stad.

De banden tussen Vevey en Evian zijn altijd intensief geweest. Handel, wijnbouw, scheepvaart, scheepsbouw, kuur- en badhuizen en toerisme aan de beide oevers van het meer getuigen van eeuwenoude relaties.

Haven van Evian (boven) en Musée des Traditions et des Barques du Léman in Saint-Gingolph (onder), scheepsbouwtype van het meer van Genève

Maurice Denuzière (1926) citeert in zijn voorwoord in zijn boek ‘Helvétie’(1992) toepasselijk Charles-Ferdinand Ramuz (1878-1947):

“Rappelons-nous le rôle, dit historique, qu’on prétait, placés comme nous sommes entre trois grands pays, c’est à dire entre trois cultures, de leur servir d’intermédiaire, d’opérer des rapprochements et, jetant au creuset l’apport de ces divers métaux, d’aboutir, j’imagine, à une sort d’alliage.  Ça s’appelait l’esprit européen”.

De roman Helvétie heeft de verwevenheid en onderlinge contacten in Lac Léman in de periode 1800-1819 als thema, met Vevey als hoofdrolspeler.

Impressies van de oude badplaats Aix-les-Bains

 

Laatste restanten van het Romeinse verleden

Lac du Bourget

Impressies van Evian   

 

  

Het ontstaan van kanton Graubünden 1524-2024

Het Reto-Romaans was sinds de 5e eeuw de spreektaal in het gebied van het huidige kanton Graubünden (en ver daarbuiten). Geleidelijk groeide de invloed van Duitstalige immigranten (Alemannen) uit het noorden en westen (de Walser).

Politiek gezien was het gebied (dat toen Rätiën heette) verdeeld in verschillende heerschappijen, kloosters en graafschappen en was het deels in handen van de graven van Tirol en later van de Habsburgers. In de loop van de late middeleeuwen werden deze heerschappijen steeds minder belangrijk.

Celerina

De autonome gemeenten, dorpen, werden steeds onafhankelijker van het centrale gezag. Veel gemeenten waren uiteindelijk in de 14e eeuw onafhankelijke kleine republieken of staten. De keizer en het Heilige Roomse Rijk en hun lokale heersers als vertegenwoordigers bleven formeel belangrijk als hogere autoriteit, maar vooral op papier. Dit was uniek in Europa.

Deze gemeenschappen waren geen democratieën in de moderne zin van het woord. De belangrijkste ambten bleven meestal binnen dezelfde families en (religieus) machtsmisbruik, het kopen van stemmen en corruptie waren onderdeel van het dagelijks leven. Er was ook nog steeds een sociale verdeling in edelen en geestelijken, en aan de andere kant de boeren (burgers).

Zuoz, de Plantas, bijvoorbeeld, waren de machtigste  familie in het Oberengadin.

Toch was deze politieke en constitutionele regeringsvorm uniek in Europa. De Landsgemeinde speelde een belangrijke rol in de toenemende onafhankelijkheid van de vorst. In de Landsgemeinde beslisten de (mannelijke) burgers over wetten, politieke ambten, rechters, oorlog of vrede, allianties en andere relevante zaken.

Deze gemeenschappen waren echter ingebed in de Europese machtsconstellatie en elk dorp had banden met de grote machten van die tijd – Habsburg, Frankrijk, Spanje, Venetië, de paus en de hertog van Milaan – via dynastieën, verdragen en huurlingenbelangen.

Samedan, Chesa Planta

Er was veel vraag naar huurlingen uit Graubünden (en andere Orte van de Eidgenossenschaft) na Morgarten (1315), Sempach (1386), Näfels (1388), Aargau (1415), Thurgau (1460), Murten/Grandson/Nancy (1476-77) en uiteindelijk de Zwabische Oorlog/Engadiner Oorlog (1499).

De ligging van Graubünden was ook ideaal: de regio lag dicht bij de belangrijkste oorlogstheaters in Italië in die tijd (rond 1500). En aan het begin van de 16e eeuw begonnen de Drie Bonden zelf Italiaanse gebieden te veroveren (Valtellina, Bormio en Chiavenna). Na 1515 (Marignano) kwam hier een einde aan.

Grenssteen van de Gotteshausbund. Collectie: Rätisches Museum Chur

De Gotteshausbund is opgericht in 1367, gevolgd door de Graue of Obere Bund in 1395 en de Zehngerichtebund in 1426. Deze drie allianties werkten samen op het gebied van buitenlands, justitieel en economisch beleid. De regio maakte formeel deel uit van het Heilige Roomse Rijk, maar handelde in toenemende mate zelfstandig.

Deze bonden waren gedecentraliseerde organisaties met de vele autonome gemeenten als bouwstenen. Dit systeem was niet verenigbaar met het centralisme en de top-down organisatie van de monarchieën.

De Gotteshausbund en de Graue Bund (1406), de Gotteshausbund en de Zehngerichtebund (1450/55) en de Graue Bund en de Zehngerichtebund (1471) vormden ook onderling allianties met elkaar. Ze hielden gezamenlijk overleg en presenteerden zich naar buiten toe als één staat.

Trun, in het huidige Museum Sursilvan Cuort Ligia Grischa, is de plaats waar de afgevaardigden van de Graue Bund bijeenkwamen.

De drie bonden verenigden zich op 23 september 1524 in de Republiek van de Freistaat der Drei Bünde. Deze republiek onderhield al nauwe contacten met de Zwitserse Confederatie en de had de status van een bondgenoot (Zugewandter Ort). Deze republiek bestond tot 1798 en de Tagsatzung,  de vergadering van de afgevaardigden van de Republiek  vond afwisselend plaats in Ilanz, Chur en Davos.

Het nieuwe verbond was een bijna letterlijke herhaling van de oudere verdragen (van 1406, 1450-55 en 1471), maar er waren ook nieuwe teksten met betrekking tot het bestuur van de veroverde gebieden (Valtellina, Bormio en Chiavenna), de betrekkingen met de Confederatie, huurlingenzaken, buitenlandse politiek, oorlogen vrede en religie (de Ilanzer Artikelen van 1524 en 1526).

Afbeelding: Marco Zanoli/Wikipedia

In de eeuwen na 1524 hadden de Reformatie en buitenlandse inmenging (bijvoorbeeld tijdens de Bünder Wirren van 1618-1639) een grote invloed op de nieuwe republiek en haar vele autonome gemeenten en hun uiteenlopende belangen.

Scuol, afbeelding van Jörg Jenatsch

De dorpen en hun belangrijkste families dachten en handelden volgens hun eigen Europese belangen en hadden connecties met protestanten, katholieken, Habsburgers, Frankrijk, Venetië en andere lokale heersers. De huurlingenzaken floreerde en Jörg Jenatsch (1596-1639) was slechts een van de vele persoonlijkheden met wisselende partners – republiek of niet.

Het kantonswapen: linksboven de Graue Bund, rechtsboven de Zehngerichtebund met de kleuren van Davos en onder de Gotteshausbund, de grootste bond en dus het halve wapen.

De politieke hervormingen van Napoleon (1798-1813) waren uiteindelijk doorslaggevend voor het ontstaan van het kanton Graubünden. Het kanton is in 1803 opgericht als lid van de nieuwe confederatie (1803-1813). Deze verving de Helvetische Republiek (1798-1803). Het kanton is sinds 1815 en 1848 lid van de nieuwe confederatie.

Chur, regeringsgebouw van het kanton sinds 1803

Quelle: E. Meyer-Marthaler, Studien über die Anfänge gemeiner Drei Bünde (Chur 1973); Website: Graubünden – Freistaat der Drei Bünde. Eine Chronologie 1524-2024 (https://500.gr.ch).

Korrektorin: Petra Ehrismann

Grensstenen van de Zehngerichtebund (boven) en de Obere/Graue Bund. Collectie: Rätisches Museum Chur

De wederdopers van Zürich, Zollikon, Nederland en humanisten uit Bazel

Terwijl veel protestante burgers uit de Lage Landen en later de Republiek van de Verenigde Nederlanden in de leer gingen op de academie (gesticht in 1559) van Johannes Calvijn (1509-1564) in de gereformeerde hoofdstad Genève, vluchtten andere protestante burgers juist voor Calvijn en zijn leer uit de Nederlanden.

Martin Luther (1483-1546) was in 1517 de initiator van de Reformatie. Vele voorgangers hadden al tevergeefs geprobeerd de kerk te hervormen, vaak met de brandstapel als resultaat. Mede door de drukpers en steun van machtige Duitse vorsten had Luther wel succes. De Reformatie bereikte de Eidgenossenschaft al in de jaren 1520.

Zürich, Grossmünster, Huldrych Zwingli

Huldrych Zwingli (1484-1531) was de belangrijkste hervormer in Zürich en in 1524 was de stad al gereformeerd. Zwingli verschilde echter met Luther op bepaalde religieuze punten van mening.

Het leven en lot van wederdopers in Zwitserland in handschriften uit de 16e eeuw: een geheime bijeenkomst in het bos en het ontbinden van een bijeenkomst in 1575 en de verbanning van drie wederdopers uit Bern in 1585: Collectie: Zentralbibliothek Zürich

Over een onderwerp waren ze het echter wel roerend eens: de wederdopers waren een bedreiging voor het nieuwe geloof en de maatschappelijke orde en moesten meedogenloos worden vervolgd:

“Eine verdorbene Art von Menschen, die Pest der Wiedertäufer und das Unkraut der Wiedertäufer” (Huldrych Zwingli, Schriften IV, Theologischer Verlag Zürich 1995). De (katholieke) rijkswet van het Heilige Roomse Rijk van 23. April 1529 was ook duidelijk:

Wederdopers die hun geloof niet afzworen kregen zonder proces de doodstraf door de brandstapel, het zwaard of op een andere wijze. In Zürich was verdrinking in de Limmat zo’n methode.

Zollikon, in dit huis vond 1525 een van de eerste bijeenkomsten van de Wederdopers plaats

 Wederdopers

Deze beweging kwam voort uit de Reformatie en vormde zich rond 1525-1527 in Zürich en het nabijgelegen Zollikon.  Felix Manz (1498-1527) en Konrad Grebel (1498-1526) waren de belangrijkste leiders.

Ze wees de doop van kinderen, dienstplicht en de kerk als instituut van de staat af. Alleen volwassenen konden zich laten dopen, de kerk was geen orgaan van de staat, maar een private organisatie van individuen en militaire dienstplicht werd afgewezen.

Zürich, Grossmünster

Luther, Calvijn, Zwingli en diens opvolger Heinrich Bullinger(1504-1575) en andere hervormers beschouwden deze beweging als een groot gevaar.  Ze vervolgden de wederdopers met een ‘protestante inquisitie’. Een gedenktafel in Zürich aan de oevers van de Limmat herinnert nog aan de executie van leiders en andere wederdopers.

De beweging had echter veel succes en verspreidde zich snel in katholieke en protestante gebieden, ook naar de Nederlanden, die toen nog katholiek waren. Ook in katholieke landen werden de Wederdopers echter vervolgd. Ook daar werden ze gezien als een bedreiging en bovendien waren het protestanten, dus ketters.

De vervolging in Nederland was uitzonderlijk meedogenloos in vergelijking met andere landen. T.J. van Bracht publiceerde in het Frans in 1660 ‘Miroir des martyrs’. Collectie: Association Française d’Histoire Anabaptiste mennonite

 Vervolging, godsdienstvrijheid en verzoening

Slechts enkele katholieken en protestanten, waaronder de katholieke Erasmus van Rotterdam en de protestante theoloog Sebastian Castellio in Bazel en lokale machthebbers, waaronder de Hertog van Württemberg en de graven van Hessen en Oldenburg, pleitten voor religieuze tolerantie. Tevergeefs. De vervolging was meedogenloos, in katholieke en protestante gebieden.

Op 5 januari 1527 zijn Felix Manz en een andere wederdoper door verdrinking in de Limmat om het leven gebracht. Illustratie uit Heinrich Thomann (1544-1619), Abschrift (1605) over Heinrich Bullingers Reformationsgeschichte (Bron: Zentralbibliothek Zürich, Ms. B 316, Fol. 284v)

Pas na de Franse creatie van onder andere de Bataafse Republiek (1795) en de Helvetische Republiek (1798)  en in de 19e eeuw was er een erkenning van deze beweging.

De Constitutie van de Helvetische Republiek (1798-1803) erkende de vrijheid van godsdienst voor de wederdopers. De eerste kerk voor wederdopers is 1847 in Bazel ingewijd en in 1925 vond in deze stad het eerste wereldcongres van Wederdopers plaats.  De verzoening door de Zwitserse Evangelisch-hervormde kerk kwam later in de 20e eeuw op gang.

Op 26 juni 2004 was er tenslotte in Zürich de formele toenadering en verontschuldiging door de Evangelische kerk onder het motto” Die Reformation und die Täufer. Gegeneinander – nebeneinander-miteinander”, inclusief de gedenksteen aan de Limmat.

Veel wederdopers waren echter tot de 19e eeuw naar andere continenten gevlucht. De Amish, Quacker,  Swiss Brethren, Mennoniten, Anabaptisten of Baptisten en andere varianten van wederdopers zijn de nazaten van deze vluchtelingen. De Mennoniten ontlenen hun naam aan Menno Simons (1496-1561), een wederdoper uit Nederland. Swiss Brethren is een Engelstalige naam voor Zwitserse wederdopers.

De vervolging van wederdopers door protestanten is veelal een vergeten hoofdstuk in de historie van de Reformatie. Niet alleen de katholieke kerk, maar ook de protestante kerk was meedogenloos tegenover dissidente geluiden.

De dogmatische disputen tussen Luther, Zwingli, Calvijn en hun opvolgers duiden ook op de afwezigheid van tolerantie binnen de protestante kerk. De vervolging en intolerantie van de ‘protestante inquisitie’ tegenover wederdopers blijkt ook uit geschriften van Luther, Calvijn, Zwingli en diens opvolger Bullinger.

Erasmus, Sebastian Castellio en diens De haereticis an sint persequendi

De humanist Erasmus (1469-1536), Sebastian Castellio  diens alter ego Martin Bellius alias Basilius Montfort (1515-1563), David Joris alias Jan von Brugge/Johann von Bruck (1505-1556)  en anderen deden en publiceerden in Bazel wat ze konden.

De Basler wetenschapper Bonifaz Amerbach en diens Erasmus-Stiftung steunden in ieder geval Castellio financieel. Een onlangs verschenen uitgave van de Internationale Castellio Gesellschaft brengt deze humanistische inbreng uit Bazel op een unieke wijze onder de aandacht.

Sebastian Castellio, De haereticis an sint persequendi, Bazel, 1554. Collectie Universitätsbibliothek Basel, VD16 C 2130

Na een monnikenwerk (om een katholieke religieuze term te gebruiken) van tien jaar heeft een internationale redactie de baanbrekende publicatie De haereticis an sint persequendi van Castellio in de oorspronkelijke Latijnse (uitgeverij Johannes Oporins in Bazel, 1554), Duitse (Von Ketzeren, Straatsburg 1555), Franse (Traicté des heretiques, Lyon 1557) taal en in de uitgave van Joachim Clutensius (Straatsburg, 1610)  gepubliceerd.

In deel I  staan de Latijnse, Duitse en Franse tekst parallel met een uitgebreide verwijzing naar relevante teksten van kerkvaders (waaronder Augustinus,  Hieronymus en Chrysostomus) en contemporaine auteurs (waaronder Erasmus, Calvijn, Luther).

Deel II biedt een uitgebreide historische context en bespreking van religieuze discussies in deze periode. Bovendien ontbreekt een uitgebreide verantwoording van de Duitse en Franse vertalingen en de publicatie van 1610 niet.

Deze tweedelige uitgaven van ruim 1300 pagina’s is niet alleen een dapper huzarenstukje van uitgever en een geslaagde inhoud en opzet van redactie en auteurs in deze digitale wereld.

Barbara Mahlmann-Bauer, Kilian Schindler (Hrsg.) in samenwerking met Sonja Klimek en Daniela Kohler, Sebastian Castellio De haereticis an sint persequendi (Schwabe Verlag, Bazel, 2024)

Conclusie

De inhoud van deze uitgave heeft bovendien niets aan relevantie ingeboet, of zoals Stefan Zweig (1881-1942) het in 1936 verwoordde:

“Als Manifest der Toleranz und mit der Toleranzargumentation von Sebastian Castellio (1515-1563) wurde eine neue Stufe im neuzeitlichen Diskurs der Toleranz erreicht” (Castellio gegen Calvin, 1936).

Het is geen toeval dat Zweig twee jaar daarvoor en na 16 jaar communistische en een jaar Nationaalsocialistische terreur en dictatuur het boek Triumph und Tragik des Erasmus von Rotterdam (1934) had gepubliceerd.

Of in de woorden van Winston Churchill (1874-1965):

“Fascism was the shadow or ugly child of Communism”. (The Second World War, The Gathering Storm, London 1947). Een actuele ‘warning from history’, inclusief een nieuwe religieuze ‘ism’.

(Bron: Barbara Mahlmann-Bauer, Kilian Schindler (Hrsg.) in samenwerking met Sonja Klimek en Daniela Kohler, Sebastian Castellio De haereticis an sint persequendi (Schwabe Verlag, Bazel, 2024)M. Baumann (Hrsg.), Gemeinsame Erbe. Reformierte und Täufer im Dialog, Zürich 2007)

Impressies van Zollikon

De historie van de Kleine en de Grote St. Bernardpassen, hun hospices en Bernadiner

Napoleons (1769-1821) beroemde mars over de Grote Sint-Bernard (2469 meter) in 1800 ging in een andere richting dan die van keizer Claudius (10 v. Chr.-54 n. Chr.) in 43 na Chr.

Claudius marcheerde van zuid naar noord in de richting van Britannia. Napoleon marcheerde van noord naar zuid in de richting van Habsburg Italië en zijn bondgenoten.

In beide gevallen waren Martigny (in de Romeinse tijd Forum Claudii Vallensium of Octodurus in de Keltische versie) en Aosta (Augusta Praetoria, gesticht in 25 v. Chr.) de belangrijke plaatsen in deze regio.

Vanuit Martigny baande Claudius zich een weg naar Britannia, nadat hij eerder de weg over de Grote Sint-Bernard (Summus Poeninus of Alpis Poenina) begaanbaar had gemaakt. Napoleon, zijn generaals en zijn leger bivakkeerden in Martigny en voltooiden vandaaruit de tocht naar Aosta.

Edouard Castres (1838-1902), Napoléon passant le grand St Bernard Pass. Musée militaire de Morges. Foto: TES

Napoleon op de Grote St. Bernard

De Kleine Sint-Bernard (Graius mons of Alpis Graia, 2188m), het kleinere broertje van de Grote Sint-Bernard, was ook bekend bij de Romeinen en ook van groot strategisch en economisch belang.

De Kleine St-Bernard

De naam Summus Poeninus is afgeleid van de Keltische god Poeninus (Penninus). Graia (waarschijnlijk afgeleid van Graecae, gebaseerd op een Griekse legende) was de Romeinse naam voor de Kleine Sint-Bernard.

De Romeinen gaven de hoogste toppen van de Alpenketen echter geen naam, noch de Monte Rosa, noch de Matterhorn, noch de Mont Blanc!

De Grote Sint-Bernardpas verbindt het huidige Wallis met de Aostavallei in Italië. De weg over de Kleine Sint-Bernardpas is de verbinding tussen de Aostavallei en de Tarentaise (met de Isère-vallei), Beaufortain en Haut-Faucigny (met de Chamonix-vallei) in Frankrijk.

De Alpen Graias und Poeninas omstreeks 150 n. Chr. Afbeelding: Marco Zanoli, Wikipedia

De Romeinse interpretatie van deze ’tweelingpoort’ naar de Graias en Poeninas Alpen (germinae Alpium fores, Graias atque Poeninas) wordt ook weerspiegeld in de twee bestuurlijke eenheden in de Romeinse tijd: de Alpes Graiae en de Vallis Poenina (waar het kanton Wallis (Valais) zijn naam aan ontleent).

In de Romeinse tijd waren er al andere passen in deze regio in gebruik. Deze komen niet aan de orde.

Ook de verschillende bestuurlijke veranderingen tijdens de Romeinse periode worden niet besproken. Aan het einde van de Romeinse tijd (5e eeuw) was deze regio in ieder geval de provincia Alpium Graiarum et Poeninarum. De Aostavallei was ingedeeld bij Italiaanse provincies.

Ten tijde van de Romeinse veroveringen woonden er Keltische stammen in het gebied. De Salassiërs leefden in de Aostavallei (veroverd in 25 v. Chr.). De Ceutronen bewoonden de Alpes Graiae, de vier stammen Nantuates, Veragren, Sedunes en Uberes bewoonden de Vallis Poenina. De Romeinen veroverden deze gebieden rond 15-10 v. Chr.

De Keltische bevolking was binnen enkele generaties geromaniseerd en, afgezien van (burger)oorlogen, bracht de Pax Romana eeuwenlang stabiliteit en welvaart in de regio. De steden Martigny en Aosta zijn hiervan vandaag de dag de belangrijkste getuigen.

De Romeinen waren (ook) zeer bekwame wegenbouwers en maakten de passen over de Kleine- en Grote Sint-Bernardpas begaanbaar voor handel, legers en personenverkeer.

De Romeinse wegen, talrijke archeologische vondsten, waaronder de restanten van tempels en andere openbare gebouwen, herbergen, talrijke inscripties en stenen markeren nog steeds deze routes.

De route van Aosta naar Tarentaise over de Kleine Sint-Bernard werd voltooid rond 20 n. Chr. De weg van Aosta naar Martigny in 43 n. Chr.

De oude Romeinse wegen (ook bekend van de Peutinger kaart) bepalen nog steeds grotendeels de belangrijkste verkeersroutes. Vanaf de Grote Sint Bernard richting het Meer van Genève (lac Lémanus (Romeins), lac Léman (Frans)) liep de route via Bourg-Saint-Pierre, Notre-Dame de Lorette, Allèves, Liddes, Orsières, Martigny (Octodurus), Massongex (Tarnaiae), Villeneuve (Pennelocus), Vevey (Viviscus), Lyon (Noviodunum) en Genève (Genava).

De verbinding naar het oosten leidde langs de Rhône (Rhodanus) naar de Grimselpas, Furkapas en Simplonpas. Ook deze route is nauwelijks veranderd. In het westen (Tarentaise), vanaf Martigny, waren de passen van Balme en Forclaz ook de belangrijkste toegangswegen.

De route van Aosta leidde naar de Tarentaise via de Kleine Sint-Bernardpas naar Bourg-Saint-Maurice (Bergintrum), Aime (Axima), Moûtiers (Darantasia) in de richting van Albertville.

De grens op de Kleine St. Bernard 1940-1945

De grens op de Kleine Sint-Bernard tegenwoordig

In de Romeinse tijd waren Aosta, Martigny, Aime en Moûtiers de belangrijkste steden. Aosta en Martigny zijn belangrijke Romeinse archeologische vindplaatsen. Bourg-Saint-Maurice, Aime en Moûtiers moeten het doen met een paar inscripties en een enkele archeologische vondsten.

Aime

Na de Romeinse tijd duurde het eeuwen voordat de passen, wegen en hun gebouwen weer werden onderhouden. Het waren vooral monniken die gasthuizen (hospices) bouwden, onderhielden en beheerden voor reizigers, of generaals (Napoleon) die wegen aanlegden of verbeterden.

Hospice Grote Sint-Bernard

De eerste hospice op de Grote Sint-Bernard dateert uit de 11e eeuw en is gesticht door de heilige Bernard van Aosta (ca. 1020-c.1080). Hij was ook de initiatiefnemer van het hospice op de Kleine St. Bernard.

Hospice Kleine Sint-Bernard

Eeuwenlang waren deze twee centra op een hoogte van meer dan 2000 meter oorden van wetenschappelijk onderzoek, religie en toevluchtsoord en redding voor reizigers. De Grote St. Bernard is ook het hoogste punt van de pelgrimsroute Via Francigena.

De bekendste en wereldberoemde bewoners van de Grote St. Bernard zijn echter de sint-Bernardshonden. Deze mensenredders en -vrienden zijn tegenwoordig alleen nog in de zomer op de pas te zien. Het museum op de pas vertelt hun verhaal.

Het museum

Hoewel ze niet meer worden gebruikt om mensen te redden, hebben ze nog steeds een sociale en therapeutische functie. De Barry Foundation in Martigny heeft een fokprogramma en presenteert deze honden en hun historie aan het publiek.

(Bron: A. Puéjean, Les Alpes Graies et Poenines à l’époque romaine, Tarentaise, Beaufortain, Haut-Faucigny et Valais, Nîmes, 2015; J.-P. Voutaz, P. Rouyer, Découvrir le Grand-Saint-Bernard, Les Editions du le Grand-Saint-Bernard, 2013)

De Papenstraat aan het meer van Konstanz en de Rijn

Keizer Maximiliaan I  (1459-1519) van het Heilige Roomse Rijk noemde de Rijn vanaf Chur tot Utrecht (Oude Rijn) de ‘Pfaffengasse’, vrij vertaald ‘de Papenstraat’. De Rijn biedt vanaf Chur, via Konstanz, Bazel, Straatsburg, Worms, Speyer, Mainz, Keulen, Nijmegen tot Utrecht deze aanblik.

Utrecht, de Dom 

De regio aan de oevers aan het meer van Konstanz (Bodensee) kan in dit perspectief de kloosterstraat worden genoemd.  Meer dan driehonderd kloosters telde deze regio tot de Reformatie. Te veel om stuk voor stuk op te noemen. Het geeft wel aan dat deze regio van de huidige landen Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland een rijk religieus en cultuurhistorisch verleden heeft.

Mehrere Jakobswege und Zugangswege führen durch die Schweiz.

(Source: www.jakobsweg-dachverband.ch)

Ierse en Engelse monniken waren de grondleggers van de eerste kloosters in de zesde en zevende eeuw. In de achtste eeuw hebben Frankische heersers veel kloosters gesticht, eerst de Merovingers en vervolgens de Karolingers. Vooral de regeerperiodes van Karel de Grote (748-814) en zijn zoon Lodewijk de Vrome (778-840) waren in dit opzicht belangrijk.

Daarna was het de beurt aan koningen en keizers van het Heilige Roomse Rijk en de door hun benoemde abten en bisschoppen vanaf 962 tot de Reformatie in de zestiende eeuw.

Tot de elfde eeuw  was de Benedictijner Orde de enige kloostergemeenschap. Door de opkomst van nieuwe kloosterordes nam het aantal kloosters daarna sterk toe. Franciscanen, Dominicanen,  Cisterciënzers, Augustijnen, Kapucijnen, Kartuizers en diverse andere orden (voor mannen én vrouwen) waren ook in de regio van de Bodensee goed vertegenwoordigd.

Eenvoudige kapel bij Höchst, Vorarlberg

De belangrijkste kloosters pasten hun kerken, woon- en werkcomplexen aan de veranderende artistieke stijlen en culturele inzichten aan, andere behielden in meer of mindere mate hun oorspronkelijke stijl. De regio is dan ook het decor van de Karolingische-, romaanse-, gotische-, renaissance-, barokke- en rococostijl.

De Reformatie (zestiende eeuw) en de Napoleontische tijd en in Zwitserland besluiten van kantons (negentiende eeuw) hebben ook hun sporen aangelaten. Veel kloosters zijn opgeheven en afgebroken, andere kregen aan andere bestemming. Sommige kloosters werden ingericht voor medische- en geestelijke zorgverlening, andere kregen een culturele of recreatieve functie.

De gebouwen bleven dan behouden en de kloosterkerk behield vaak zijn religieuze functie. Een klein aantal kloosters heeft nog steeds een religieuze functie en wordt bewoond door monniken of nonnen.

 Bregenz

Een rondje Bodensee kan beginnen in Bregenz (Vorarlberg, Oostenrijk). Deze plaats is niet alleen bekend vanwege het jaarlijkse festival, maar ook vanwege het klooster Wettingen-Mehrerau (1095) en de Martinskirche (1361) en Galluskapel  (1079) op de top van de heuvel. De promenade langs de oever van de Bodensee loopt vanaf het klooster tot aan het centrum. Even verderop ligt het klooster Thalbach (1436), dat tegenwoordig een spiritueel centrum is.

Klooster Wettingen-Mehrerau

De Oberstadt

St. Martinskerk

 Lindau

Het Kanonissenklooster van Lindau (Beieren, Duitsland), gesticht rond 822 en opgeheven in 1803, ligt op een schiereiland. Het Franciskanerklooster is in 1224 gesticht en ook in 1803 opgeheven. De romeinen bewoonden het eiland al en op de plaats van het Romeinse badhuis staan sinds de middeleeuwen de stadsmuren en het fort. De Beierse leeuw,  de beroemde vuurtoren em de Mangtoren (Mangturm) houden tegenwoordig een oogje in het zeil.

Het Kanonissenklooster en de kloosterkerk

Het Franciskanerklooster

De vuurtoren en de Beierse leeuw

De Mangturm, 12 eeuw.

 Salem

De abdij Salem (1136) was tot aan haar opheffing in 1805 een van de rijkste kloosters van de regio. Wie door de weelderige Franse tuinen en het barokke complex loopt heeft een ander idee van het kloosterleven. De gotische Münster en het barokke slot passen goed in dit beeld van tegenstellingen. Het contrast met het nog wel bestaande klooster Werd (kanton Thurgau) aan de andere kant van de Untersee (de westelijke uitloper van de Bodensee) kan niet groter zijn.

Klooster Salem. Foto: Carsten Steger

Birnau

Het voormalige klooster Birnau (1227) bij Überlingen was tot de negentiende eeuw vooral bekend als bedevaartsoort voor Maria. De rococokerk uit de achttiende eeuw is tegenwoordig de grote trekpleister na de opheffing van het klooster in 1803. In 1919 heeft het klooster Wettingen-Mehrerau de kerk verworven en in 1971 heeft de Paus de kerk tot Basilica minor verheven.

Priorij Birnau. Foto: Klooster Mehrerau

Siessen

Het klooster van Siessen (1260) heeft de Reformatie en de verwoesting in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) overleefd. In 1803 is het klooster echter opgeheven, om in 1860 weer een nieuwe start te maken. Met een onderbreking in 1935-1945 functioneert het klooster nog steeds met ongeveer zeventig nonnen.

Klooster Siessen. Foto: Klooster Siessen

Hegne

Het nonnenklooster van Hegne neemt een bijzondere plaats in. Het is pas in 1856 gesticht en de gemeenschap telt wereldwijd nog maar liefst 2 800 zusters.

 Konstanz

Het bisdom Konstanz bestond van 585 tot de opheffing in 1821. Het eens machtige bisdom strekte zich tot 1803 zelfs uit tot Kleinbasel! Het Concilie van Konstanz (1414-1418) was het hoogtepunt van het bisdom, dieptepunt was de verbranding van Jan Hus in 1415.

Konstanz ging in 1527 over tot het Protestante geloof, de bisschop vluchtte naar het nabije Meerburg (de bisschop van Bazel vluchtte dat jaar naar Porrentruy (Pruntrut in het Duits, het huidige kanton Jura).

Haven van Konstanz, Imperia, beeld (1993) ter herinnering aan het Concilie van Konstanz

De belangrijkste zijn het Kapuzijnerklooster, gesticht 1603, opgeheven 1816, het Dominikanerklooster op het zogenaamde Dominikanereiland (Dominikanerinsel), gesticht in 1236, 1785 opgeheven, het Franciskanerklooster, gesticht 1240, 1808 opgeheven en het Benedictijnerklooster Petershausen, gesticht 983, opgeheven 1802. De Münster staat zonder bisschop echter nog steeds fier overeind. 

Voormalig Franciskanerklooster (tegenwoordig een theater)

Kapittelhuis van de Dominikanen. Hier zetelde de Franse Delegatie bij het Concilie van Konstanz (1414-1418)

Voormalige Dominikanerklooster (tegenwoordig een hotel)

De kathedraal (Münster) van Konstanz

 

Kloster Zoffingen

Het klooster bestaat sinds 1257. Het was aanvankelijk een Begijnengemeenschap, later een klooster voor nonnen van de Augustijnen en vanaf 1318 de Dominkanerinnen. Het klooster bestaat nog steeds, zij het met een klein aantal hoogbejaarde bewoners.

Kreuzlingen

De abdij van Kreuzlingen (het huidige kanton Thurgau, Zwitserland) was een machtige prinsabdij in het Heilige Roomse Rijk. Na verwoesting in de Dertigjarige Oorlog is het klooster herbouwd, maar in 1803 opgeheven.

Johann Sadeler, rond 1633 (Staatsarchiv Thurgau, Frauenfeld).

Foto: Roland Zumbuel/Wikipedia. Het complex tegenwoordig

Münsterlingen

De Benedictijnenabdij van Münsterlingen is in 986 gesticht. Toen Münsterlingen in 1524 Protestants werd, bleef de abdij bestaan. De kloosterkerk werd, op zijn Zwitsers, zelfs gedeeld door katholieken en protestanten. Thurgau was van 1460-1798 Untertanengebiet van de Eidgenossenschaft. Protestante en katholieke kantons of Orte bestuurden dit gebied. Het klooster is in 1848 opgeheven.

Reichenau

Het eiland Reichenau wordt met reden het kloostereiland Reichenau genoemd. Sinds 2000 is het zelfs UNESCO-Werelderfgoed. De gebouwen van drie kloosters staan nog (deels) overeind: St. Markus en Maria in Reichenau-Mittelzell, St. Peter en Paul in Reichenau-Niederzell en St. George in Reichenau-Oberzell.

Rorschach

Een bijzondere verhaal betreft het kloostercomplex Mariaberg in Rorschach (kanton St. Gallen). Het kloostercomplex is in 1489 gereed gekomen, maar vervolgens voor inwijding en ingebruikname als klooster verwoest door burgers uit Appenzell en de stad St. Gallen.

Het Rijke Roomse leven stond al voor Martin Luther aan veel kritiek bloot. Een leger van de Zwitserse Confederatie (St. Gallen en Appenzell waren (nog) geen lid), herstelde echter in 1490 de orde en het klooster werd daarna herbouwd, maar niet als klooster, maar als residentie van de abt van St. Gallen.

Het resultaat was een gotisch complex, dat echter door een beeldenstorm in 1529 deels is verwoest. Opeenvolgende abten van St. Gallen herbouwden het, met als hoogte (-of diepte) punt het pronkerige laatbarokke voorportaal uit 1777.

Met de opheffing van het klooster St. Gallen verliest ook de Mariaberg zijn functie. Het is sindsdien eigendom van kanton St. Gallen voor diverse onderwijsinstellingen.

 

Conclusie

De regio telt daarnaast nog vele kapellen, kerken en andere Christelijke centra, soms voortgekomen uit opgeheven kloosters. Iets verder landinwaarts en de Rijn stroomop- en afwaarts staan nog veel meer kloosters, bijvoorbeeld in Disentis, Chur, Pfäfers, St. Gallen, Paradies, Stein am Rhein, Ittingen, Schaffhausen of Rheinau, om maar enkele voorbeelden te noemen. De bisschopsstad Bazel telde tot 1527 maar liefst tien kloosters.

Deze kloosters zijn vanaf de vroege tot de late middeleeuwen belangrijke cultuurdragers geweest. Zonder de ‘monnikenarbeid’ was een groot deel van het klassieke erfgoed waarschijnlijk verloren gegaan.

Nog afgezien van de prachtige Romaanse en Gotische architectuur, Gregoriaans gezang, geïllumineerde handschriften, barokke en rococo paleizen en andere kunst, is de Bodenseeregio een standbeeld voor de monnik.

Bron: D. Damwerth, Horizont Bodensee, Wenen, 2019;  www.bodensee.eu

Impressies van Bregenz

Lindau gezien vanaf Bregenz

De Bodensee bij Bregenz met Festspielplatz

Oberstadt met deel oude stadsmuur

Impressies Lindau

Voormalig Stadhuis (Rathaus)

Stadsmuseum (in renovatie)

Hoofdstraat

Villa en plaats van exil vanaf 1862 van de Oostenrijkse Aartshertog en Groothertog van Toscane Ferdinand IV  (1835-1908)

Stadspark van Lindau

Impressies Konstanz

Geboortehuis Graaf Ferdinand von Zeppelin (1838-1917)

Lindau, Zeppelin boven het Casino, 4 juni 2023

De Rijnbrug, de Bodensee wordt de Untersee

De 500e verjaardag van de Freistaat der Drei Bünde in Albula

Ook de Fundaziun Origen viert de 500e verjaardag van de Freistaat der Drei Bünde met een openluchttheater in het uitgestrekte berglandschap van de Albula-regio.

Centraal staat de strijd van de jonge republiek voor vrijheid en autonomie, de kwetsbaarheid van democratische structuren en de kracht van een sterk bondgenootschap dat de tand des tijds doorstaat.

Het stuk gaat in première te midden van het kleurrijke Alpenherfstlandschap onder Lantsch, in het zicht van de oude Marienkirche.

Het uitzicht op de Crap Ses-kloof benadrukt het belang van de oude pasweg. De bergen van de Surses tekenen zich af tegen de horizon en zien eruit als gigantische sculpturen in het avondlicht.

Het theater belicht de decennia voor en na de alliantie van 1524. Het toont de machtsstrijd tussen de autonome gemeenschappen, de invloedrijke aristocratie en de Europese vorsten die hun belangen in de jonge vrijstaat weten te beschermen.

Bron en verdere informatie: www.origen.ch

Brigels, Waltensburg en Gotiek in Graubünden

De kerk in Waltensburg (Vuorz in het Romaans) in het kanton Graubünden is in de 12e eeuw gebouwd. De eeuwen daarna is ze gerenoveerd en uitgebreid met de koorboog en gewelven, laatgotische verbouwingen en een nieuw schipgewelf en galerij in 1711.

De oudste fresco’s zijn rond 1330 gemaakt door een kunstenaar die bekend staat als de Waltensburger Meester. Deze ambachtsman decoreerde voornamelijk kerken en minstens één seculier gebouw (het Brandis kasteel in Maienfeld) in Graubünden.

Gotiek in Graubünden

In Graubünden komt de gotiek vooral tot uiting in muurschilderingen en houtsnijwerk, terwijl de bouwactiviteit hoofdzakelijk beperkt blijft tot kasteelcomplexen en eenvoudige hallenkerken. De streek was te arm om zich grote sacrale gebouwen of gebrandschilderd glas te veroorloven. De dichte grote muurvlakken van de talrijke romaanse kerken stonden echter ter beschikking van de schilders.

De Waltensburger Meester

De Meester van Waltensburg is een van de interessantste gotische kunstenaars in het huidige Graubünden. Er is geen informatie over deze kunstenaar, maar zijn fresco’s waren gedurende 30 jaar (1320-1350) toonaangevend in deze regio.

Zestien werken zijn geïdentificeerd, waarvan vijftien in religieuze gebouwen (Chur (kathedraal), Lüen (kapel), Davos (parochiekerk), Churwalden (kloosterkerk),Dusch/Paspels (kapel), Rhäzuns (kapel St. George en parochiekerk), Ilanz (parochiekerk), Pitasch (kapel), Waltensburg (parochiekerk), Schlans (kapel), Zillis (parochiekerk), Lohn (kapel), Casti (kapel en Clugin (kapel) en een in kasteel Brandis in Maienfeld.

De muurschilderingen in de parochiekerk van Waltenburg (Vuorz) zijn bijzonder interessant omdat de meester tegelijkertijd actief was op de binnen- en de buitenmuur en omdat twee wapenschilden van opdrachtgevers zichtbaar zijn.

Het fresco in de kerk bestaat uit een cyclus van het Lijden van Christus en afbeeldingen van heiligen en apostelen, en buiten de kerk van de geboorte en de dood van Christus.

In Rhäzuns (kapel van St. Joris) heeft hij fresco’s nagelaten over de legende van Joris en over gebeurtenissen uit de heilsgeschiedenis, en in Dusch (kapel van St. Maria Magdalena) over St. Christoffel en de legende van Maria Magdalena.

Het is onbetwistbaar dat invloeden uit Lombardij aanwezig zijn. Het was dan ook de periode van Giotto di Bondone (1266-1337) en zijn schilderijen in de Scrovegni-kapel in Padua en de grote cycli in Assisi, Florence of Rome. Bovendien waren Zürich en het bisdom Konstanz in deze tijd belangrijke centra voor de schilderkunst en stonden het bisdom Chur en Graubünden in nauw contact met deze kunstenaars.

(Bron: H.F. Rupp, (Red.), Der Waltensburger Meister in seiner Zeit, Lindenberg in Allgäu, 2015; H. F. Rupp (ed.), Der Waltensburger Meister in seiner Zeit, Chur, 2015).

De Restauratie van de Karolingische kerk in Zillis voltooid.

De Karolingische kerk in Zillis (kanton Graubünden) is gebouwd rond 800 tijdens de periode van Karel de Grote (749-814) en heeft vrijwel intact de tijd doorstaan.

De kerk is vooral beroemd vanwege de Romaanse plafondschilderingen uit de periode 1109-1114 en de monumentale fresco van Christoforus door de Waltensburger Meister uit de jaren 1320-1340.

De fresco’s in het plafond zijn 153 afbeeldingen uit de bijbel. De kwaliteit is nog uitstekend en het is een unieke reeks afbeeldingen.

Hoewel Zillis in 1530 overging tot het Protestante geloof zijn deze unieke schilderingen bewaard en bleef de kerk nadien ook ander geweld bespaard.

(Bron en tentoonstelling)

D

I have a dream in Riom, Tarasp en Mulegns

De Schweizerhof (gesloten) en de Waldhaus (afgebrand) in Vulpera het Kurhotel en de Trinkhalle Büvetta (gesloten) in Nairs en Hotel Tarasp (gesloten) in Tarasp waren eens de trots van Unterengadin (kanton Graubünden). Deze Grand Hotels floreerden in de Belle Epoque de periode tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en tot de Tweede Wereldoorlog (1939-1945).

De prachtige natuur, gezonde (berg) lucht, de vele bronnen met heilzaam mineraalwater, de goede bereikbaarheid na aanleg van de spoorwegverbinding en het opheffen van het verbod op auto’s in 1925(!) trokken duizenden welgestelde toeristen en patiënten. Ze verbleven veelal met een groot entourage maanden in het hotel of kuuroord.

Na 1945 kwamen er minder draagkrachtige doelgroepen, die hooguit enkele weken bleven. Door nieuwe therapieën en medicijnen nam ook het belang als kuuroord af.

Hotel Tarasp

In Tarasp is het hotel vervallen tot een ruïne en veel inwoners hebben de hoop en moed opgegeven. Alle inwoners? Nee, de kunstenaar Rudolf Glaser uit Tarasp heeft een droom:

“ Kürzlich hatte ich (Das Hotel) einen Traum: Man gab mir einen neuen Körper und ich zog in mein neues Dasein. Ich beherberge nun Wohnungen für ältere Menschen, ein Café und eine kleine Boutique. Der Ort wurde wieder beliebt und ich damit“.

Charles Laurent Carisch (1882-1914), kleinzoon van Johannes Jacob Carisch (1820-1906), uit Riom (kanton Graubünden) erfde van zijn vader Charles Auguste Carisch (1851-1906) een  enorme fortuin.

Hij wilde in Riom in 1914 een Grand Hotel bouwen om het groeiende aantal toeristen te huisvesten. Als men vandaag de dag Riom bezoekt, is een paleis in zo’n klein dorp hoog in de bergen moeilijk voor te stellen.

Riom

Moritz of Davos waren echter soortgelijke dorpen aan het begin van de toeristische bloei en Charles Laurent had de visie, de architect en het geld, maar toen kwam de Eerste Wereldoorlog. Hij stierf als Franse soldaat in 1914 en met hem  zijn droom van het Grand Palace Riom.

Dromen zijn echter niet altijd bedrog. Het levende bewijs is te zien in Mulegns en Riom (kanton Graubünden). De Nova Fundaziun Origen heeft dit dorp met nog geen honderd inwoners in een paar jaar tijd weer het aanzien gegeven van de Belle Epoque.

De Weisse Villa (links), Hotel Löwe (rechts)

Die Weisse Villa, Hotel Löwe, de bouw van de Weisse Turm (als opvolger van de Julier Turm) en de permanente tentoonstelling over de historie van de beroemde Bündner Zuckerbäcker, die ook een droom hadden, zijn inmiddels (bijna) gerealiseerd.

Bouwplaats van de Weisse Turm (zomer 2024)

Maquette in Riom

Maquette in Mulegns in het oude telegraafkantoor van Hotel Löwe

Zelfs het kleine dorp Riom is een inmiddels wereldberoemd centrum van textiel, cultuur en kunst geworden. En dit alles is begonnen met een droom van een enkeling.

Impressies van Hotel Löwe, zomer 2024