Een molen symboliseert de stabiliteit van kanton en Confederatie

In 1461 kocht Peter Reich von Reichenstein de burcht Landskron, inclusief een molen aan de Mühlbach in Flüh. Tegenwoordig ligt de Landskron in Frankrijk bij het dorp Leymen (Elzas), net over de grens met kanton Solothurn. Destijds was de Elzas echter nog bezit van Habsburg.

Flüh bestond toen uit een aantal boerderijen en was geen dorp. Hofstetten was het dorp in de nabije omgeving. Tegenwoordig heet deze gemeente Hofstetten-Flüh (kanton Solothurn).

Hofstetten was niet zomaar een dorp, maar tot 1408 een van de zeven vrije Rijksdorpen (Reichsdörfer) am Blauen (Dittingen, Blauen, Nenzlingen, Brislach, Metzerlen, Hofstetten und Witterswil). De Heren van Rotberg verwierven deze zeven dorpen in 1408.

Hofstetten

Witterswil

Daarmee verloren ze hun onafhankelijke status (inclusief jurisdictie en eigendom van weiden en bossen) definitief, nadat andere machthebbers (onder andere de bisschop van Bazel en de Heren van Hofstetten) al steeds meer rechten hadden verworven.

In 1515 verwierf Solothurn Hofstetten en Flüh van de heren van Rotberg en vanaf dat moment maken Hofstetten en Flüh deel uit van kanton Solothurn. Kanton Solothurn heeft van nabij de Europese historie en religieuze (burger) oorlogen beleefd, maar is er redelijk ongeschonden doorgekomen.

De Flühmühle is dan ook nooit verwoest door oorlogsgeweld en staat nog er nog steeds, zij het sinds 2004 met een woonfunctie. Gedurende meer dan vijfhonderdvijftig jaar heeft ze als graanmolen (Getreidemühle) en vanaf de 19e eeuw ook als molen voor oliën (Ölerei) en fruitsappen (Mosterei) dienst gedaan.

De stad Solothurn

 Solothurn, Habsburg en Frankrijk

De reformatie in de jaren 1520-1530 leidde tot belangrijke politieke en religieuze veranderingen in de regio. Bazel en Bern werden protestant, Solothurn bleef (uiteindelijk) katholiek. De stad was ook eeuwenlang de residentie van de ambassadeur van Frankrijk.

De Landskron sind 1813

Frankrijk verwierf bij de Vrede van Westfalen (einde van de Dertigjarige Oorlog) in 1648 de zuidelijke Elzas, waaronder de Sundgau en de Landskron, aanvankelijk samen met de Markgraf van Baden, vanaf 1663 als enige eigenaar. Sébastien le Prestre, heer van Vauban (1633-1707) verbouwde het kasteel tot fort. In 1813 verwoestten geallieerde troepen het fort in de strijd tegen Napoleon.

Hofstetten-Flüh, Marienkapelle en de Flühmolen

De eerste schriftelijke vermelding van de Flühmühle dateert uit de oorkonde uit 1461 van de verkoop van de Landskron. Een molenaar pachtte de molen van de kasteelheer.

Afgezien van het feit dat ze bijna 550 als molen heeft gefunctioneerd, heeft ze sinds 1543 ook een prominente plaats in de Marienkapelle of de Siebenschmerzenkapelle (15e eeuw)

 1541 was een belangrijk jaar voor de molen. Am Luzientag (13 december) viel Ridder Hans Thüring, de zoon van de kasteelheer Jacob Reich van de Landskron, bij de Marienkapelle van een rots.

Tijdens de Pest die toen heerste, was hij samen met zijn verwanten uit Pfirt en van de Landskron naar de Marienkapelle gevlucht om daar van de gezondere lucht te genieten. De abdij Mariastein is pas in de jaren 1633-1655 gebouwd op deze locatie.

Volgens de overlevering klom hij vervolgens alleen naar boven. Hij hield zich aan een tak van een boom vast  om naar beneden in het dal te kijken. De tak brak af en hij stortte de kloof in. Hij overleefde, alleen zijn kaak was gebroken.

Een anonieme schilder heeft deze gebeurtenis afgebeeld in het Mirakelbild uit 1543. Op dit schilderij is deze episode afgebeeld met de Marienkapelle en het Bruderhaus links, de molen in het midden en de Landskron rechts. Het verhaal van de val met goede afloop staat op de achterkant van het Mirakelbild.

De priester  Jakob Augsburger uit Mariastein (links) liet Junker Hans Thüring door de molenaar Werner Küry en zijn knecht Simon ter paard naar de molen brengen. In de molen is hij  8 dagen verpleegd om vervolgens naar de Landskron gebracht te worden. Het schilderij is waarschijnlijk gemaakt in opdracht van de kasteelheer uit dankbaarheid voor de goede afloop.

De Marienkapelle had er ook baat bij, want de kasteelheer decoreerde de kapel nieuw ter ere van Maria, onder andere met het familiewapen en het Mirakelbld, en sindsdien staat deze kapel ook bekend als de Reichensteinische Kapelle.

Het was de tijd van de reformatie en contrareformatie en voor het katholieke kanton Solothurn was het een nuttig aanknopingspunt om de genade Gods en dus de katholieke superioriteit onder de aandacht te brengen .

De afbeelding van de molen in de context van de Marienkapelle en de Landskron is een belangrijke cultuurhistorische bron. Hoewel de afbeelding van de molen waarschijnlijk niet helemaal de realiteit weergeeft, is het een goede indruk van de molen, zijn functie en locatie.

De Flühnühle tegenwoordig

Na 1543

De graanmolen is na 1543 diverse keren verbouwd, onderdelen zijn verdwenen of vervangen en het complex is uitgebreid. Toch is de ontwikkeling op basis van de fundamenten redelijk goed te reconstrueren.

De molen wisselde diverse keren van eigenaar maar de bestemming bleef dezelfde: een graanmolen. Het graan kwam voornamelijk uit de omgeving en voor een kleiner deel uit de Sündgau. In de negentiende eeuw  was er bovendien een uitbreiding van het complex voor  het persen van oliën en een Mosterei.

Bad Flüh, anonieme prent, 18e eeuw, rechtsboven klooster Mariastein.  Afbeelding: Wikipedia

Bad Flüh: 1560-1970

Behalve de Flühmühle had Flüh vanaf 1560 tot 1970 nog een andere bezienswaardigheid: Bad Flüh. De plaats was vanaf 1560 in de wijde omtrek en vooral in Bazel bekend vanwege de heilzame waterbronnen en het badhuis. Monniken en bezoekers van Mariastein beweerden echter dat vooral de ontmoetingsplek voor (schaars geklede) mannen en vrouwen de belangrijkste aantrekkingskracht uitoefenden. Hoe het ook zij, in 1970 is het complex na een lange periode van neergang afgebroken.

Klooster Mariastein

1900-heden

In 1953 is het grote houten rad van de molen vervangen door een turbine, die later door elektriciteit werd aangedreven.  De molen bleef nog enkele decennia in bedrijf. De laatste rekening dateert uit mei 2004. Vervolgens kreeg de molen een woonbestemming. De structuren van de molen zijn echter nog grotendeels intact en de nieuwe woonfunctie doet de molen alle eer aan.

De molen maalt weliswaar niet meer, maar is samen met de Talbach en Mühlbach, die vijftig meter verderop samenkomen en in de Birs uitmonden, de getuigen van een  verleden met toekomst.

Conclusie

Deze continuïteit is mogelijk geweest door renovaties, innovatie, goede bedrijfsvoering, politieke stabiliteit en diplomatie van het kanton en de Confederatie, zelfs ten tijde van (burger) oorlogen in omliggende landen en de Confederatie, en een dosis geluk.

 Deze (relatieve) stabiliteit is geen vanzelfsprekendheid, maar is een eeuwenoude kwaliteit van de Confederatie. Het streven naar het haalbare, het compromis en pragmatisme, zelfs ten tijde van de Reformatie, de (lange Europese en korte Zwitserse (1529-1531/1656 en 1712) godsdienstoorlogen in de 16e- en 17e eeuw en de Sonderbundskrieg in 1847.

Kerk in Sta. Maria (Val Mustair, kanton Graubünden), voorbeeld van een Simultaneum kerk vanaf de 16e eeuw tot ver in de 19e eeuw, katholieken aan de ene, protestanten aan de andere kant

Het Simultaneum (het delen van de kerken voor protestanten en katholieken en godsdienstvrijheid), de Disputatio, de Ilanzer Artikelen in de Freistaat der Drei Bünde (1524/1526) en zelfs het scheiden van kantons (De Appenzeller in 1597)  ten tijde van de katholieke en protestante twisten zijn Zwitserse oplossingen (met navolging in andere regio’s).

De stad en kanton Solothurn eren met reden een vroege vertegenwoordiger van deze kwaliteit, Niklaus von Flüe (1417-1487).

Solothurn

Weissenstein, Bruder Klaus Kapelle

Zwitserland heeft bovendien de kwaliteit het oude en tradities te koesteren en een plaats te geven naast en aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Innovatie, modernisering en high tech naast en niet perse altijd in plaats van oude structuren zijn het fundament van deze maatschappij van de menselijke maat en betrokkenheid van burgers dankzij directe democratie, subsidiariteit, federalisme en decentralisatie, kortom incompatibilité d’ humeur en contradictio in terminis met de opzet en het functioneren van de huidige Europese Unie.

Impressies van Hofstetten-Flüh, Witterswil en omgeving

De Schöpfliweg tussen Hotstetten en Flüh, een voormalige Keltische weg en nederzetting

Hofstetten

St. Johanneskapelle (12e-15e eeuw)

 

St. Niklauskirche

De waterburcht Binningen en de wederdoper David Joris

De waterburcht (Weiherschloss) Binningen is voor het eerst vermeld in 1299. De eerste eigenaar is niet bekend, maar het kasteel is waarschijnlijk gebouwd door de Baselse burger Heinrich von Zeise.

Johann von Brügge alias David Joris en Joachim van Berchem kochten het kasteel, het landgoed St. Margarethen (inclusief de kerk) en de Holeeschlösschen in 1545. In 1574 nam Nikolaus von Hatstatt het kasteel over.

Het Bürgerhaus (links) en het Imhof-Haus (rechts)

Er waren vele andere eigenaren, renovaties en uitbreidingen tot 1960. Het Imhof-Haus (gebouwd in 1591) en het 16e-eeuwse Bürgerhaus maken deel uit van het  complex.

De gemeente Binningen verwierf het complex in 1960 en tegenwoordig herbergt Schloss Binningen een restaurant en een hotel.

(Bron en verdere informatie: Schloss Binningen)

Een Basler familie in Inzlingen en eeuwenlange relaties in de regio

De waterburcht (Wasserschloss) van Inzlingen (Baden -Württemberg) is de enige waterburcht in deze regio die in zijn oorspronkelijke staat bewaard is gebleven. In de directe omgeving resteren in kanton Basel-Landschaft alleen nog de waterburchten (Weiherschloss) in Binningen en in Bottmingen.

De geschiedenis van de waterburcht van Inzlingen vlakbij Bazel, Bettingen en Riehen is nauw verbonden met die van de Basler familie Reich von Reichenstein.

Deze familie was in de 13e eeuw in dienst van de bisschop van Bazel. De bisschop schonk rond 1250 het kasteel Reichenstein in Arlesheim (Kanton-Basel-Landschaft) aan de familie. De Reichensteins waren vertegenwoordigd in het bestuur van Bazel vanaf de 13e tot de 15e eeuw en leverden zes burgemeesters en een rector van de universiteit.

In de 16e en 17e eeuw hoorde de familie tot de leidende elite van het prinsbisdom Bazel met vier kanunniken en hoge ambtenaren. Leden van de familie traden vanaf de 15e eeuw in dienst van de hertog van Oostenrijk en de markgraaf van Baden.

Het bezit in de regio Bazel, Sundgau en het zuidelijke Zwarte Woud bestond uit de kastelen en landgoederen van Reichenstein in Arlesheim, Brombach in het Wiesental en Inzlingen met Wasserschlos in Baden -Württemberg en Buschweiler, de Landskron met Leymen en Biederthal, Thann en Pfirt in de Elzas.

Het Wasserschloss in Inzlingen

Het “Wasserhus” in Inzlingen is voor het eerst genoemd in een document uit 1470. De Reichensteins hebben het kasteel waarschijnlijk eind 14e eeuw gebouwd, nadat Markgraaf Rudolf von Hachberg-Rötteln (1343-1428) het dorp in 1394 aan de familie in leen had gegeven.

De familie bleef in het bezit van dit leengoed tot 1819 en de Reichensteins leefden in het kasteel als Heren van Inzlingen tot de ontbinding van het leengoed Inzlingen in 1813, een historie van meer dan vier eeuwen!

De waterburcht kreeg zijn huidige vorm in 1562/63. In het midden van de 18e eeuw werden het interieur en exterieur van het kasteel verbouwd in rococostijl.

In 1819 verkochten de Reichensteins de waterburcht aan de fabrikantenfamilie Kern – de Crousaz uit Bazel, die er een zijdeweverij vestigde. In 1875 kocht de familie Saner, eveneens afkomstig uit Zwitserland, het landgoed en combineerde het met een boerderij.

Inzlingen

In 1969 kocht de gemeente Inzlingen de waterburcht en het omliggende landgoed. Tegenwoordig is het kasteel het gemeentehuis van het dorp en herbergt het een restaurant met overnachtingsmogelijkheden en faciliteiten voor evenementen.

De geschiedenis van Inzlingen, gelegen aan de voet van de Dinkelberg (522 meter), de enige berg in het kanton Basel-Stadt, is ook de geschiedenis van eeuwen van natuurlijke politieke, economische, taalkundige en sociale relaties in deze regio van Baden-Württemberg, de Elzas en Bazel.

(Bron en verdere informatie: Schlossverein Inzlingen)

Gurtnellen, strahlnen, kristal en de Gotthardpas

De meeste mensen (inclusief Zwitsers) hebben waarschijnlijk nog nooit van strahlnen (of strahlen) gehoord. En toch heeft het strahlnen van graniet het dorp Gurtnellen in kanton Uri en plaatsen in andere kantons wereldberoemd gemaakt.

Monarchen uit heel Europa maakten hun kroonluchters en ander huisraad van kristal uit Uri en andere kantons. Strahl is een oude Duits uitdrukking voor bergkristal. Strahlnen (of strahlen) is het Zwitserduitse woord voor zoeken naar kristal in de Alpen.

Kristal met quarz uit de Grimsel (Guttannen) in het Berner Oberland, gevonden bij de bouw van de nieuwe stuwdam in 2019. Collectie: Naturhistorisches Museum Basel

Repliek van een kristalrots. Collectie: Naturhistorisches Museum Basel. Foto: TES

De geschiedenis van het dorp gaat terug tot de vroege Middeleeuwen. Het dorp is voor het eerst genoemd in documenten in de 13e en 14e eeuw. Het dorp ligt aan de weg naar de Gotthardpas, die sinds de 13e eeuw werk en welvaart heeft gebracht.

Eenvoudige houten bruggen (Stegen)), later massieve houten en uiteindelijk stenen bruggen vormden de verbinding over de Reuss en de vele beken.

De opening van de nieuwe  Gotthardweg in 1826 en de bouw en opening van de eerste Gotthardspoorwegtunnel (1872-1982) zorgden ook voor een sterke bevolkingsgroei, werkgelegenheid en welvaart in dit dorp.

De karakteristieke huizen in het dorp zijn in deze tijd gebouwd. De bevolking van Gurtnellen groeide van een paar honderd naar meer dan 1600 in 1920.

Dit was niet alleen te danken aan dienstverlening voor het personen- en goederenvervoer, maar ook aan andere industrieën. Graniet-, lood-, koper- en zilverwinning en het strahlnen waren ook belangrijke pijlers van de lokale economie.

Het “strahlnen” van mineralen en kristal van graniet maakte het dorp en andere plaatsen wereldberoemd! (Zie ook het boek over strahlnen in Graubünden: Flurin Maissen, Mineralklüfte und Strahler der Surselva, Disentis 1988).

Flurin Maissen (1906-1999) stond bekend als de “Grüne Pater” (Disentis klooster) vanwege zijn inzet voor milieubescherming en alternatieve energieën. In 1969 was hij bovendien medeoprichter van het Institut per studis retoromontschs in Rumein, de latere Fundaziun Retoromana Pader Flurin Maissen in Laax.

Zoals op veel plaatsen is ook in Gurtnellen al vroeg, rond 1925, een waterkrachtcentrale voor witte stroom gebouwd. Tegenwoordig is het veelzijdige en innovatieve dorp een veel bezocht vakantieoord en interessante rustplek aan de Gotthardweg.

In zekere zin symboliseert Gurtnellen een van de kwaliteiten van Zwitserland: het oude en tradities behouden en combineren met nieuwe, innovatieve en moderne kennis en economische-, klimatologische- en leefwijzen.

(Bron en verdere Informatie: Gemeinde Gurtnellen; Schweizer Strahlermuseum)

De stad en kasteel Erlach

De eerste documenten over Erlach (Cerlier in het Frans) stammen uit de 11e eeuw. Burkhard von Fenis (bisschop van Bazel 1072-1105) bouwde de burcht, zijn broer Kuno von Fenis (bisschop van Lausanne 1093-1103) stichtte de abdij St. Johannsen. Graaf Rudolf von Neuchâtel-Nidau (de Bieler See heette toen nog Nidauersee) verleende rond 1266 stadsrechten aan Erlach.

De burcht is een van de oudste in het kanton Bern. Na de Graven van Fenis woonden de Graven van Neuchâtel in het kasteel. In de 13e eeuw werd de burcht eigendom van de hertogen van Savoie, die het gebruikten als bestuurlijk centrum van de voogd.

Erlach werd in 1474 veroverd door Bern en de burcht werd de zetel van de voogden van Bern. Tegenwoordig herbergt de burcht, schitterend gelegen op de heuvel in het middeleeuwse centrum, een onderwijsinstituut en het Museum van Erlach.

(Bron en verdere informatie: www.museumerlach.ch)

Erlach en St. Petersinsel

Slot Erlach

  

Andere impressies

 

Martin Disler (1949-1996), Bronzen werk uit de serie ‘Häutung und Tanz’, 1990. Leihgabe Galerie Mayhaus, Erlach

Afbeelding: Museum Erlach

Afbeelding: Museum Erlach

Göschenen, Wassen, de Gotthardtunnel, de tweede Gotthardtunnel en Generaal Suvorov

De dorpen Göschenen en Wassen op de Gotthardroute hebben 1882 wereldgeschiedenis geschreven met de opening van de destijds de langste spoorwegtunnel ter wereld.

Een paar kilometer verderop was 1799 ook al wereldgeschiedenis geschreven. De Russische generaal Alexander Suvorov (1739-1800) leverde bij en op de Duivelsbrug in de Schöllenenkloof (Schöllenenschlucht) in september 1799 een veldslag tegen de Franse generaal Claude-Jacques Lecourbe (1759-1815). Ten koste van grote verliezen trok hij zich vervolgens terug over de Panixerpas.

Vanaf de 13e eeuw ontwikkelde het muilezelpad op de St. Gotthard zich tot een van de belangrijkste Europese Alpenwegen door de spoor- en later de autoweg.

 “Historische Reisepost” met de Gotthardpost

De geschiedenis begon rond 1220-1230. De kantons Uri en Ticino bouwden een doorlopende weg over de Gotthard. De Gotthardpas ontwikkelde zich daarna tot een (inter) regionale verbinding tussen Italië in het zuiden en het noorden van Europa.

Vanaf 1830 reden er postkoetsen en karren over de pas en het dorp Göschenen was een rust- en halteplaats voor reizigers en hun paarden. De eerste hotels werden gebouwd en  Göschenen groeide van een paar honderd inwoners na 1872 uit tot een dorp met meer dan 3.000 inwoners. Wassen ontwikkelde zich ook sterk.

Toen kwam de Gotthard Basis Tunnel. De bouw begon in 1996 en de tunnel is op 11 december 2016 in gebruik genomen. Het is een tunnel met twee buizen onder het Gotthardmassief. Met een lengte van 57,1 km is het langste spoorwegtunnel ter wereld zijn.

Het traject van de tweesporige Gotthard-Basistunnel ligt 2 300 meter onder de Alpen.

Afbeeldingen: Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

Het is een meesterwerk van civiele techniek en verbindt Erstfeld in het kanton Uri met Bodio in het kanton Ticino, en is in de eerste plaats bedoeld voor hogesnelheidstreinverkeer. Voor passagiers wordt de reistijd per trein tussen Zürich en Milaan teruggebracht tot 2 uur en 40 minuten!

Göschenen en Wassen zijn ook een bezoek waard, niet alleen vanwege de geschiedenis en tentoonstelling die verbonden zijn met de bouw van de eerste Gotthardtunnel, maar ook vanwege de mix van charme en moderniteit.

Bij de ingang van het dorp staat de monumentale Duivelsrots (Teufelsstein), die herinnert aan de bouw van de legendarische Duivelsbrug over de diepe Schöllenen-kloof, de laatste hindernis voor de belangrijke noord-zuidroute door de Alpen.

Een rondleiding door het dorp is gewijd aan de geschiedenis en de bouw van de langste spoorwegtunnel van de 19e eeuw, de ontwikkeling van het Gotthardverkeer en het toerisme, de huidige basistunnel en de bouw van de tweede spoorwegtunnel.

Simulatie van de bouw van de bouw van de eerste spoorwegtunnel incl. Explosies en andere werkzaamheden in de berg (1872-1882)

De huidige bouw van die Zweite Röhre Gotthard

 

Impressies van Wassen

 

Impressies van Göschenen

 

Dada en roeiclub Aviron Romand in Zürich 1914-1918

1916 is niet alleen het jaar van de oprichting van Dada. Dada ontstond in Zürich uit een initiatief van kunstenaars die de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en het oude Europa letterlijk en figuurlijk waren ontvlucht.

In hun beleving had de oude kunstwereld verzaakt en deze catastrofe mede mogelijk gemaakt. Ook Zwitserse burgers waren van de partij. De bijeenkomsten van Dada vonden plaats in Cabaret Voltaire aan de Spiegelgasse 1. Dada als beweging bestond maar korte tijd, tot 1920, maar haar invloed reikt tot het heden.

Leden van Aviron Romand rond 1910. Foto: 125 ans Aviron Romand

Een kilometer verderop vond in Zurich echter een andere opmerkelijke gebeurtenis plaats. Vijf roeiverenigingen hadden in 1892 hun clubhuis aan de rand van het meer: de Seeclub, Nordiska Roddföreningen (van de vier Noordse landen Finland, Noorwegen, Zweden en Denemarken), de Polytechniker Ruderclub Zürich, een Hongaarse club en de roeiclub Aviron Romand (opgericht in 1892).

De gevechtspiloot Raoul Coquard (1892) in een Breguet XIV. Foto: 125 ans Aviron Romand (Archive Familie Coquard)

Ten tijde van de emotioneel beladen Röstigraben in de oorlogsjaren waren 36 Franse, Zwitserse en Elzasser leden van Aviron Romand vrijwilliger in het Franse leger. Ze dienden bovendien in het elite onderdeel van het leger: de luchtmacht. Nog opmerkelijker: het Franse escadrille BR 218, het onderdeel waarin ze dienden, nam zelfs het logo van Aviron Romand over.

Ze vochten in de lucht op alle fronten: Verdun, de Somme, Noyon, Saint-Quentin, Vlaanderen, Mont Kemmel en de Marne. Ze schakelden zelfs twee Duitse ‘Dikke Berthas” (Dicke Bertha met een loop van 420 mm) uit! Hun prestige was zo groot, dat  escadrille 218 maar liefst 7 onderscheidingen kreeg. Vijf vrijwilligers overleefden het echter niet, zes raakten gewond.

Deze oorlog is al meer dan 100 jaar verleden tijd. Aviron Romand Zurich (ARZ) bestaat echter nog steeds in huist in het fraaie complex aan het meer van Zürich (Zürichsee), evenals de verenigingen Nordiska Roddföreningen, le Seeclub, le Polytechniker Ruderclub Zürich, Ruderclub Industrieschule Zürich, Grasshopper Club section aviron, Ruderclub Kaufleuten Zürich, Club Nautique Français et Belvoir Ruderclub.

Aviron Romand strijdt tegenwoordig niet meer in de lucht, maar roeit uitsluitend, bij gelegenheid met andere clubs uit de Romandie (bijvoorbeeld met Société Nautique Neuchâtel) maar nog steeds in een internationale setting met ook een Franse club in het complex.

Het logo van de Aviron Romand is al even eenvoudig, als haar daden groot zijn: drie rode horizontale strepen, die nog steeds het clubgebouw sieren!

(Bron: D. Schaller, D. Masson (red.), J. Bonhomme, F. Huber, D. Masson, G. de Morsier, R. Obi, M. Sigrist, 125 ans Aviron Romand ( Zürich 2017)

De eerste Europese trinationale masteropleiding

Een van de meest succesvolle Europese samenwerkingsprojecten wordt al decennia gerealiseerd in de regio Bovenrijn. De drijvende krachten zijn onder meer Regio Basiliensis in Zwitserland en organisaties in Baden-Württemberg (Duitsland) en Elzas (Frankrijk).

Op 20 september jongstleden vond, bijvoorbeeld, de opening plaats van de nieuwe trinationale masteropleiding European Digital and Sustainable Business. De EM Strasbourg Business School biedt dit studieprogramma aan in samenwerking met de Hochschule für Wirtschaft FHNW in Basel en de Hochschule Offenburg,

In het licht van digitale verandering en de klimaatcrisis is er een groeiende behoefte bij bedrijven om bij te dragen aan wereldwijde duurzaamheidsdoelen. De nieuwe tweejarige opleiding leidt toekomstige managers op in een Europese context die wordt gekenmerkt door digitale en ecologische verandering.

Dit masterprogramma stelt studenten in staat om een drievoudige graad te behalen die expertise op het gebied van management en technologie combineert met professionele ervaring door het beheren van projecten en duurzame bedrijfsmodellen, gekoppeld aan een dubbele graad in het 2e jaar. Dit programma is interdisciplinair en sterk praktijkgericht.

Het stelt studenten in staat kennis en vaardigheden te verwerven op het gebied van duurzaamheid, bedrijfskunde, milieutechnologieën en digitalisering. Er worden specifieke projecten uitgevoerd met bedrijven en organisaties.

Op deze manier leren studenten complexe problemen vanuit verschillende perspectieven te bekijken en holistische, innovatieve en concurrerende oplossingen in de praktijk te brengen.

Door in drie talen (Duits, Engels en Frans) en in drie landen te studeren, kunnen afgestudeerden verantwoordelijkheid nemen in internationale teams.

Na hun afstuderen ontvangen ze een drievoudige graad – een masterdiploma van elk van de drie gerenommeerde partneruniversiteiten, dat hen kwalificeert als specialisten in digitaal en duurzaam bedrijfsmanagement.

Foto: EM Strasbourg Business School 

– Het 1e masterjaar (M1) wordt voltijds gestudeerd. Het is verdeeld in cursussen aan de Hochschule Offenburg (van september tot half februari) en aan de Hochschule für Wirtschaft FHNW in Bazel van maart tot juni).

– Het 2e masterjaar (M2) vindt plaats als onderdeel van een duaal studieprogramma aan de EM Strasbourg Business School.

Regio Basiliensis dringt al lange tijd aan op dergelijke grensoverschrijdende netwerken en samenwerking tussen universiteiten. Zij heeft concrete voorstellen gedaan aan de politieke besluitvormers in de regio Bovenrijn en de verantwoordelijke ministeries in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, evenals aan de Europese Commissie. Een snelle en volledige aansluiting van Zwitserland bij Horizon Europe en Erasmus+ staat hierbij centraal.

Zwitserland is ook vanaf het begin nauw betrokken geweest bij dit project en heeft het ondersteund met expertise, netwerken en activiteiten op het gebied van public relations.

(Bron en verdere informatie: EM Strasbourg Business School)

The Sky is the Limit in Binningen en in Franeker

Zoals bekend is de rekeneenheid van een jaar de tijd die de planeet aarde nodig heeft voor zijn baan om de zon. De maan en de sterren spelen ook een rol in deze tijdsmeting.

In Zwitserland zijn er 46 obervatoria of sterrenwachten, waarvan 26 aangesloten bij de nationale organisatie Schweizerische Astronomische Gesellschaft/Société astronomique suisse. Een daarvan is het observatorium St. Margarethen bij Binningen (kanton Basel-Landschaft).

Bernoullianum

Het is gesticht in het midden van de 19e eeuw en stond aanvankelijk in de stad Bazel bij het Bernoullianum. In 1928 is het verplaatst naar de huidige locatie en hoorde tot 2007 bij de universiteit Bazel. Sindsdien beheert een vereniging het complex.

Telescoop van het observatorium St. Margarethen

De oude Egyptenaren, de zeevarende Feniciërs, de Grieken en de Romeinen hebben op hun manier al baanbrekende onderzoekingen en ontdekkingen gedaan van het heelal en de tijdsmeting in jaren en dagen. De Vikingen hadden op hun (verre) zeereizen ook al de nodige ervaring met navigeren en tijdsmeting op basis van de sterren, planeten, zon en de maan.

De Egyptenaren ontwikkelden op basis van hun metingen de eerste kalenders, de Grieken en vooral de Romeinen perfectioneerden dit systeem. Aan de Romeinen danken we niet alleen de namen van maanden en dagen, maar ook de Juliaanse kalender, die zelfs tot 1582 gold in het grootste deel van Europa.

François Ducommun (1763-1839), Planétaire, 1816. Collectie: Musée international d’horlogerie

Antieke wetenschappers hadden al ontdekt dat de zon iets meer dan 365 dagen nodig heeft voor de baan om de zon. Dit verschil uit zich tegenwoordig in de schrikkeljaren of 366 dagen per jaar, op 29 februari.

De tijdmeting in uren en secondes was echter pas eeuwen later realiseerbaar, vanaf de ontwikkeling van mechanische uurwerken in de 15e en 16e eeuw. Het Museum voor de horlogerie (Musée d’horlogerie) in Le Locle  en het Internationale Horlogerie Museum (Musée international d’horlogerie) in La Chaux-de-Fonds, dat dit jaar 50 jaar bestaat, zijn daaraan gewijd. Tegenwoordig is zelfs een meting in een Femtoseconde mogelijk, ofwel een bilardste of 0,000 000 000 000 001 seconde.

In de westerse wereld is de Gregoriaanse kalender in 1582 ingevoerd door Paus Gregorius XIII (1502-1585). Tegenwoordig is het de kalender in vrijwel alle landen. De Chinese, Joodse, Japanse, Boeddhistische jaartellingen en de kalenders van enkele andere religies en landen zijn echter (formeel) nog steeds afwijkend.

De invoering van de Gregoriaanse kalender in Zwitserland. Afbeelding: Sternewarte St. Margarethen

Ook in Europese landen was invoering van deze (katholieke) kalender niet vanzelfsprekend. In Zwitserland duurde het zelfs tot 1812 voordat alle 22 kantons van de Confederatie deze kalender hanteerden. Ook de Republiek van de Verenigde Nederlanden kende een tijdspanne tot 1701, met Friesland, Groningen, Utrecht en tenslotte Drenthe als laatste provincies.

 Afbeeldingen: Sternewarte St. Margarethen

Een ander interessant aspect van deze wetenschap is de eeuwenoude globalisering vanaf de antieke oudheid. Van meer recente datum zijn de contacten van wetenschappers in de zestiende en zeventiende eeuw.

Torùn, Nikolaus Copernicus

Nikolaus Copernicus (1473-1543) uit Torùn (Polen) en Galileo Galilei (1564-1642) uit Florence zijn de bekendste namen. De Basler geleerde Peter Megelin (1623-1686), professor aan de Universiteit van Bazel, publiceerde 1682 zijn baanbrekende boek Systema Mundi Copernicanum in Amsterdam. Johannes Hevelius (1611-1687) uit Gdansk (Danzig), publiceerde Selenographia sive Lunae Descriptio en andere belangrijke studies, die soms nog steeds gelden!

Het voormalige observatorium in Binningen is gewijd aan deze historie en is bovendien nog steeds in gebruik als meetinstrument voor diverse meteorologische doeleinden. Het obervatorium wordt beheerd door de Astronomische Verein Basel.

Afbeelding: Sternewarte St. Margarethen

Het observatorium is op bepaalde dagen open voor het publiek, dat (met helder weer) onder deskundige begeleiding gebruik kan maken van de telescopen. Ook met een bewolkte hemel is het obervatorium de moeite waard vanwege de (wetenschappelijk en historische) informatie en de simulaties van een onbewolkte hemel.

Het heelal, de zon, sterren, planeten, galaxies en andere hemellichamen hebben, waar ook ter wereld, ongeacht religie of politiek systeem, één ding gemeen: de Sky is the limit en het verveelt nooit.

Ook Eise Eisinga (1744-1828) heeft zich nooit verveeld in Franeker. Hij voltooide het oudste nog functionerende planetarium ter wereld in 1781.  Onlangs is vanwege het schrikkeljaar de kalender handmatig een dag vooruit gezet!

(Bron en verdere informatie: Astronomischer Verein Basel)

De planeet Jupiter:  Afbeelding: Sternewarte St. Margarethen

Galaxies. Afbeeldingen: Sternewarte St. Margarethen