Romaanse vereniging in Bazel

De Federatie (de nationale overheid) ondersteunt de kantons Graubünden en Tessin bij het behoud en bevorderen van de Romaanse en de Italiaanse taal en cultuur.

Het Bundesamt für Kultur (BAK) bevordert de Romaanse taal en cultuur ook buiten het taalgebied in Graubünden. De overheid doet dit voor volwassenen en kinderen. In samenwerking met de Lia Rumantscha steunt het BAK onder andere projecten die het leren en de lees- en spreekvaardigheid van de Romaanse taal stimuleren.

Van de ongeveer 60.000 sprekers van het Romaans woont ongeveer 40% buiten het taalgebied in Graubünden. Het behoud van de taal en cultuur en het doorgeven aan de volgende generatie(s) zijn dan ook een grote uitdaging.

Een succesvol project is de oprichting van verenigingen en organisaties in andere regio’s van Zwitserland. Er bestaan al verenigingen voor de Romaanse taal en cultuur in Winterthur, Zürich, St. Gallen/Appenzell, Bern en Luzern.

Het doel is om in enkele jaren in alle grotere steden van Zwitserland aanwezig te zijn en zo bij te dragen aan het behoud van de vierde nationale taal van Zwitserland

Op 18 maart wordt in Basel een nieuwe Romaanse vereniging opgericht. En wellicht volgt binnenkort de sprong naar West-Zwitserland en Tessin! Nadere informatie volgt na 18 maart.

(Bron en verdere informatie: Lia Rumantscha en www.bak.admin.ch)

De Basler Fasnacht

De oude bisschopsstad Bazel kende al een traditie van Fasnacht (carneval, Karneval, carnaval, le carnaval de Bâle in Franstalig Zwitserland) voordat het kanton in 1501 toetrad tot de Eidgenossenschaft of Konfederatie van kantons.

De Schwabenkrieg (of de Engadinerkrieg, al naar gelang het perspectief) in 1499 was het beslissende moment voor het dan nog katholieke Bazel. De machtige prinsbisschop en zijn adellijke domheren waren echter nauw gelieerd aan het Heilige Roomse Rijk en zijn (Habsburgse) elite en keizers.

Protestantisme

De reformatie in de jaren 1527-1529 maakte echter een einde aan hun aanwezigheid en introduceerde het protestante geloof. Het protestantisme verdroeg zich echter slecht met een katholiek volksfeest met losbandig gedrag en zedeloosheid.

Een verbod in 1546 werd echter genegeerd en de Fasnacht (tot 1924 heette het festijn ook Fastnacht, met een verwijzing naar de katholieke vastentijd) verdween letterlijk en figuurlijk niet van het toneel.

De Schutterijen

De traditie van de Basler Fasnacht kwam dan ook niet alleen voort uit de katholieke religie en de vastentijd. Ze viel ook samen met de schutterijen van de stad. Ze moesten rust en orde bewaren en ze presenteerden op maandag in de vroege morgenuren hun wapens.

Wie ook weer door de stad marcheert,is Julius Caesar met zijn legioen, onder het spandoek Ave Caesar!

Ze marcheerden in optochten door de stad onder begeleiding van tamboerijnen, piccolo’s en marsmuziek met maskerades, diners, en (veel) drank na afloop. Dit militaire facet konden zelfs protestante dogmatici niet negeren. De Basler Fasnacht bleef bestaan en ontleent aan deze achtergrond zelfs haar unieke karakter.

De huidige Fasnacht

Maandag, 27 februari, 03.59

De Morgestraich 04.00

27 februari, vanaf 04.00

Fasnacht, inclusief de Vorfasnacht, heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. De huidige Fasnacht ontwikkelde zich met name vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De cliques (door het Fasnachts-Comité erkende verenigingen en organisaties, ongeveer 435 tegenwoordig) en hun laternen, larven (maskers) en hun attributen en wagens voor het Cortège, de Guggengroepen (met blaasinstrumenten, verenigd in de Dachorganisation von Basler Guggen-Instrumenten vooral na 1945), Schnitzelbänke (verenigd in het Schnitzelbank-Comité) en hun (milde) satire  en niet geregistreerde individuen of groepen zijn de acteurs van de Fasnacht.

Elisabethenkirche, de Schnitzelbänklerinnen 

en de Schnitzelbänkler

UNESCO-Werelderfgoed

Welke kwaliteiten hebben deze ‘protestante’  Fasnacht tot UNESCO-Werelderfgoed gemaakt? Afgezien van de hechte maatschappelijke, sociale en familiale structuren en verbanden die aan dit evenement ten grondslag liggen, zijn de bijna onuitputtelijke creativiteit, muzikaliteit, processie-achtige, bijna plechtige maar desalniettemin vrolijke en uitgelaten sfeer doorslaggevend. Ondanks propvolle straten en nauwe steegjes vinden deelnemers en bezoekers zonder problemen en (noemenswaardige) incidenten hun weg.

De eeuwenoude traditie van de schutterijen vindt tegenwoordig haar weerslag in de optochten, discipline, marsmuziek met tamboerijnen en piccolo’s door de stad. De ingetogen, humoristische en (meestal) milde satire van de cliques en de Schnitzelbänkler verwoordt actuele lokale, nationale en globale thema’s. Dit jaar lag de nadruk  op klimaat, energie, gender, Woke, FIFA en, uiteraard, (lokale) politiek.

Toneel en muziek in de openbare ruimte

Fasnacht is kunst, toneel, muziek en satire in de openbare ruimte, op straat en  pleinen, in cafés, restaurants, theaters en andere gelegenheden. Dit komt ook tot uiting in de scheiding tussen de acteurs (de Fasnächtler en Fasnächtlerinnen) en het publiek, de toeschouwers. Het publiek neemt geen deel aan de uitvoeringen, maar is uitsluitend een (welkome) toeschouwer. Dit is niet anders in een theater of concertgebouw.

De vrije kunst

Zelfcensuur is niet aan dit evenement besteed. Bij Fasnacht geldt nog het uitgangspunt van de eigen verantwoording, grenzen van goede smaak en context en niet de perceptie en (willekeurige) voorschriften van anderen en actievoerders.

Drümmeli, Schnitzelbänkler und Schnitzelbänklerinnen van de Schnitzelbangg

Deze uitgangspunten zijn immers de essentie van iedere kunst. Dat maakt de Basler Fasnacht tot een bastion van de vrije kunst. Niet alleen haar afwijkende datum (een week later dan het ‘katholieke’ carnaval) is dus uitzonderlijk. Zelfs het meest eerbiedwaardige hotel en de zijn drie Bijbelse bewoners worden niet gespaard!

Zelfreflectie, zelfironie en relativering zijn wellicht de belangrijkste aspecten van dit toneel in de openbare ruimte. De cliques en andere deelnemers respecteren elkaar en presenteren zich met een knipoog. Fasnacht is tenslotte ook maar een fragment van en uit het dagelijkse leven.

Wellicht de mooiste en indrukwekkendste momenten (afgezien van de Morgenstraich om 04.00 maandag) zijn het afnemen van maskers: oud en jong, kind en volwassenen, man en vrouw, diverse etnische groepen, rijk en arm, hoog- of ongeschoold treden uit de anonimiteit. Dat is ook de meerwaarde van de drie opeenvolgende Bummelsonntage na Fasnacht.

Frau Fasnacht en de dominee in de Elisabethenkirche  

De Fasnachtdienst in de Elizabethenkirche symboliseerde dit treffend. De dominee met masker en tenue begeleidde Frau Fasnacht naar het altaar. Na de wederzijdse begroeting legde de dominee echter haar vermomming af.

Fasnacht heeft echter niet alleen een ‘protestants’ etiket in deze oude bisschopsstad wat betreft discipline, matiging en organisatie. Ze is ook Zwitsers van karakter, ook al heeft Bazel voor veel Zwitsers een status aparte.

Diverse andere grote en kleine evenementen en organisaties getuigen van dezelfde kwaliteiten, bijvoorbeeld het Fête des Vignerons, het BundesLager, de Fundaziun Origen, het Schwingen of de Basler Tattoo.

Het doet denken aan een cliché in een cartoon over de Röstigraben: aan de Duitse kant van de Saane/Sarine staat een Duitstalige Zwitser bij een bord: “Hier wird gearbeitet”, aan de Franse kant staat een Franstalige Zwitser bij een bord “Ici on parle français”. Ze zien er echter precies hetzelfde uit en eten beiden Rösti.  De Basler Fasnacht is niet alleen uniek, maar ze is ook Zwitsers.

Impressies van de laternen

Impressies van de optochten 

  

 

\

 

Der Bummelsonntag

Het meertalige Zwitserland

“Les langues ne sont pas neutres. Elles incarnent des cultures, elles imprègnent les mentalités, elles engendrent des affinités, elles aiguillonnent des susceptibilités, elles expriment des sensibilités, elles traduisent des manières de raisonner, de penser, de vivre et elles influencent et déterminent même la conception que les citoyens ont du rôle de l’État par rapport aux individus et à la société”. (José Ribeaud, La Suisse plurilingue se délingue. Plaidoyer pour les quatre langues nationales suisses, Neuchâtel, 2002).

Vier nationale talen

Zwitserland is het enige land in Europa waar vier nationale talen zijn: Italiaans, Duits en Frans en Romaans. In het Europese labyrint van talen en culturen neemt Zwitserland daarmee met haar relatief kleine oppervlakte (41 000 vierkante kilometers) een unieke plaats in.

Ruim 5 miljoen Duitstaligen (en hun vele dialecten Schwyzerd(t)ütsch, die veelal de omgangstaal zijn), ruim 1.5 miljoen Franstaligen in de Romandie en de tweetalige kantons Wallis, Bern en Freiburg, 350 000 Italiaans-sprekenden in Tessin en Graubünden en ongeveer 60 000 Romaans-sprekenden in Graubünden. Daarnaast is er nog het grote contigent buitenlanders (c. 20% van de inwoners) met andere talen.

Federaal niveau

Deze vier talen zijn in 1848 in de Grondwet (1938 wat betreft Romaans) erkend als officiële talen. Tot op het hoogste federale niveau en de samenstelling van de regering spelen de talen een rol in benoemingen, debatten en openbaar optreden.

In het algemeen beheersen ambtenaren en leden  van de volksvertegenwoordiging op federaal niveau tenminste twee talen, Duits en Frans en/of Italiaans.

In de volksvertegenwoordiging (Nationalrat) gebruiken de 200 leden een van de drie talen, veelal zonder gebruik te maken  van de aanwezige simultane vertalers.

In  de Raad van  Staten (Ständerat) spreken de leden in hun eigen taal en zonder simultane vertalers.

Alle wetten of voorstellen van de regering (Bundesrat) zijn beschikbaar in de drie talen (en soms Romaans indien van toepassing op de Romaans-sprekende gebieden).

Veelal debatteert men in het parlement direct in de eigen taal zonder gebruik te maken van de aanwezige simultaantolken.

Gebruik van lokale Duitse dialecten (Schwyzertütsch) in debatten doet het effect echter soms weer teniet. Dit leidt soms tot irritaties bij de andere spraakgroepen.

De officiële parlementaire stukken verschijnen echter met name in het Duits en Frans. Er zijn verbeteringen mogelijk, maar in het algemeen functioneert de meertaligheid op federaal niveau goed.

Kantons

Ook in de kantons vinden discussies plaats over het onderwijs van talen. Is Engels belangrijker dan Frans/Duits in Duitstalige of Franstalige kantons ? Over Italiaans wordt sowieso nauwelijks gesproken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor regio’s in Graubünden, waar Romaans de hoofdtaal is, maar ook Italiaans de moedertaal is in sommige gebieden. Duits is altijd verplicht als tweede taal, maar dan ?

Wat zorgen baart is de (afnemende of ontbrekende) kennis van andere talen bij burgers en jongeren in het bijzonder. Engels wordt soms tot voertaal in de onderlinge communicatie. Steeds minder jongeren beheersen andere talen van hun land. De (beperkte) uitwisseling van scholieren vindt vooral tussen Frans- en Duitstalig Zwitserland plaats en nauwelijks met Italiaans- of Romaans-sprekende gebieden.

Conclusie

Ook in het vanouds meertalige Zwitserland zijn harmonieus samenleven en integratie geen vanzelfsprekendheid. De constitutionele, pedagogische, lokale structuren en mentaliteit blijven de aandacht vragen.

Deze inspanning en aandacht zijn echter meer dan de moeite waard. Het maakt Zwitserland tot een van de veelzijdige en interessante landen van Europa.

Suchard en Neuchâtel

Al 164 jaar parfumeert de geur van cacao de vallei van Serrières (gemeente Neuchâtel). Het (Franstalige) boek is een uitnodiging om de geschiedenis van de beroemde chocoladefabriek te (her)ontdekken en de vallei van Serrières te verkennen.

Het is de kleur paars en de Milka-koe die het oog associeert met een reep melkchocolade, omdat de reclamemakers er aan het begin van de 20e eeuw in slaagden dit merk wereldwijd onder de aandacht van het publiek te brengen.

Van het kleine familiebedrijf tot de multinational, het bestaan van de chocoladefabriek is doorspekt met ups en downs, visionaire strategieën en gemiste kansen, maar het vormt een stuk industriële geschiedenis van het grootste belang dat de reputatie van Neuchâtel op wereldschaal heeft gevestigd, evenals de horlogerie.

Sinds 1989 wordt er geen chocolade meer geproduceerd in Serrières en in 1996 verlaat Suchard de plek voorgoed. Vandaag blijft Suchard een naam, een merk en een belangrijk industrieel erfgoed.

(Claire Piquet, Un parfum de chocolat, sur les traces de Suchard à Neuchâtel, Neuchâtel, 2022).

Disputatio, Reformatie, Michiel de Ruyter en Melksoep in Zwitserland

Op 29 januari 1523 vond in Zürich een destijds unieke gebeurtenis plaats over de Reformatie. Zeshonderd geestelijken, theologen, raadsleden en andere wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders bespraken in het stadhuis het ware geloof. Het stadsbestuur had deze bijeenkomst belegd.

Religie en staat, kerkorde en wetgeving, waren destijds nog niet gescheiden. De kerkelijke autoriteiten in Zürich met de bisschop van Konstanz (en de paus) waren het hoogste gezag, ook in wereldlijke zaken.

Reichstag van het Heilige Römische Reich in Augsburg in 1530. Links keizer Karel V met katholieke en protestante afgevaardigden. Collectie: Dreiländer Museum Lörrach

En alleen de hoogste religieuze autoriteit – daartoe behoorde ook de Heilige Roomse Keizer – kon bijeenkomsten met onderdanen organiseren, bijvoorbeeld Karel V (1500-1558) op de Rijksdag van Worms in 1521 en in Augsburg in 1530 met het doel, tevergeefs, Maarten Luther (1483-1546) tot inkeer te brengen.

Anton von Werner (1843–1915). Maarten Luther en Karel V op de Rijksdag. Foto: Wikipedia

Aanleiding was het eten worst op 9 maart 1522, tijdens de vastentijd. Dit was niet alleen tegen de religieuze geboden, maar ook tegen de wet. Huldrych Zwingli (1484-1531), predikant aan de Grossmünster in Zürich, was een van de worsteters. Na studies in Wenen en Bazel was Zwingli predikant in Glarus en in het klooster Einsiedeln, voordat hij in 1519 naar Zürich kwam.

De Badener Disputatio, 1526. Links de katholieke theoloog Johannes Eck, rechts de protestante Johannes Oekolampad. Collectie: Zentralbibliothek Zürich

Hij was humanist en wilde de kerk hervormen in de geest van Erasmus (1466-1536) van Rotterdam. Erasmus verbleef lange tijd in Bazel en Zwingli had met hem en andere geleerden hierover contact. Zwingli was een tegenstander van de aflaathandel, die zeer lucratief was voor de kerk.

Hij verwierp ook het celibaat, de verering van heiligen, kerkelijke belastingen, pauselijke bullen, concilies en kerkelijke wetgeving, de buitensporige rijkdom en andere misstanden in de kerk.

Ook wilde hij de handel met Zwitserse huurlingen verbieden. Als veldprediker maakte hij de strijd en de nederlaag van de Eidgenossen bij Marignano (1515) mee en leerde uit eerste hand de ellende van de oorlog kennen.

Grossmünster, Huldrych Zwingli

Het eten van worst was een bewuste provocatie en paste in de tijdgeest en de onrust in andere streken, waaronder Duitsland, waar Maarten Luther in 1517 in Wittenberg zijn 95 stellingen had verkondigd.

Wat niet paste in de tijdgeest was de discussie, de Disputatio, geleid en geïnitieerd door burgers. De bisschop en de paus waren duidelijk: Zwingli moest niet alleen geëxcommuniceerd, maar ook tot de brandstapel veroordeeld worden.

Het stadsbestuur van Zürich besloot echter anders, deels uit sympathie voor Zwingli’s ideeën, deels vanwege het vooruitzicht op de toe-eigening van rijke kloosters en ander kerkelijk bezit. Wat de motieven ook waren, op 29 januari 1523 deden alle partijen hun zegje, maar het stadsbestuur had feitelijk al gekozen. De tijd was rijp voor de reformatie.

De Täuferbibel van Heinrich Bullinger

Dee eerste Reto-Rromaanse bijbel gedrukt in Scuol in 1679. In aanvulling op talrijke gedrukte Bijbels heeft de collectie geschriften in de Grossmünster ook een verzameling  Reformatiegeschriften. Deze verzameling bijbels en geschriften uit de Reformatieperiode is te zien in de permanente tentoonstelling “Getruckt zů Zürich”, die zich richt op de Disputatio.

Het was nog geen democratie in de moderne zin van het woord, maar de vergadering was typisch Zwitsers en uniek: op veel plaatsen in Zwitserland heerste de overtuiging dat het (mannelijke) collectief moest beslissen over wereldlijke staatszaken en niet één persoon (paus, bisschop, vorst of een aristocraat).

Zwingli won: hij mocht zijn hervorming blijven prediken. Van 26 tot 28 oktober 1523 vond een tweede Disputatio plaats. Deze ging over het verwijderen van beelden en andere heiligenverering. Ook hier won Zwingli. Zürich besliste in het voordeel van de reformatie.

Guillaume Farel (1489-1565), de hervormer van Neuchâtel

De Disputatio in Zürich kreeg vervolgens op veel plaatsen in dit deel van Midden-Europa navolging. In de volgende jaren gingen belangrijke Zwitserse steden over tot het andere geloof, waaronder Bern, Bazel, Baden, Schaffhausen, Chur, St. Gallen, Genève en Neuchâtel.

De oude Confederatie van 13 kantons bleef bestaan, maar de kantons waren verdeeld in katholieke en protestantse kampen, en zelfs binnen de kantons, steden, dorpen en families waren er katholieke en protestantse gemeenschappen. Dit leidde tot relatief kleine burgeroorlogen in 1529 en 1531 (Kappeler-oorlogen), 1656 en 1712 (Villmerger-oorlogen) en tenslotte tot de Sonderbundsoorlog in 1847.

Albert Kaufmann, aquarel en potlood, 1843, Die Kappeler Milchsuppe (de Kappeler Melksoep). Collectie: Dreiländer Museum Lörrach. In 1529 brak in Kappel am Albis (kanton Zürich) een oorlog uit tussen gereformeerden en katholieken. Tijdens de vredesonderhandelingen ontmoetten de strijdende troepen elkaar onder het genot van melksoep. Het vredesverdrag van 1532 bepaalde dat iedere gemeente vrij is om zijn eigen kerkgenootschap te kiezen. Het evenement “Kappeler Milchsuppe” is nog steeds een symbool van de Zwitserse identiteit en crisismanagement.

Maar ondanks deze spanningen en (kleine) burgeroorlogen overheersten compromis en tolerantie. Het protestantse Bern en het katholieke Freibourg en solothurn bleven bijvoorbeeld bondgenoten.

In het kleine katholieke dorpje Arlesheim bij Bazel zetelden in 1679 de kanunniken van de bisschop van Bazel, die in 1529 naar Porrentruy was gevlucht vanwege de reformatie. De (kritisch) katholieke Erasmus (1466-1536)  is in 1536 begraven in de protestantse kathedraal, niet ver van de laatste rustplaats van Johannes Oekolampad (1482-1531), de hervormer van Bazel.

Op 10 februari 1676 redde Michiel de Ruyter 26 Hongaarse predikanten van de Spaanse galeien. De nieuwe Kerk in Amsterdam herbergt niet alleen het graf van deze zeeheld uit de Republiek van de Verenigde Nederlanden, maar ook een Hongaars monument. Deze en andere bevrijde predikanten zochten hun heil ook tijdelijk in Zürich.

In Glarus en bijvoorbeeld in Sta. Maria (kanton Graubünden) deelden protestanten en katholieken de kerk; de inwoners van Appenzell hadden een andere oplossing, een scheiding in 1597: Appenzell Innerrhoden (katholiek) en Appenzell Ausserrhoden (protestant).

Deze relatieve tolerantie gold niet voor iedereen: de wederdopers of Wiedertäufer, een beweging die opkwam in Zürich, werden meedogenloos vervolgd. De Disputatio van Zürich was en is echter uniek.

Bron en verdere informatie: Historisches Lexicon der Schweiz, Disputationen, I. Backus, 23.01.2006; Grossmünster Zürich

Basel Infinity Festival

Het Basel Infinity Festival verkent de grenzen van de klassieke muziek en creëert een sfeer met originele, interdisciplinaire concerten. Naast de programmering van nationale en internationale topartiesten biedt het festival ook jonge musici de kans zich aan het publiek te presenteren.

De combinatie van klassieke muziek met literatuur, etnische volksmuziek en dans bereikt een breed publiek. De serie “Klassieke muziek voor de jongeren” laat ook de jongere generatie kennismaken met de wereld van de klassieke muziek. Het concept toont dat zogenaamd onverenigbare zaken kunnen worden samengebracht door muziek en kunst.

Het festival put uit de overvloed aan muziek en presenteert een reeks muziekstijlen  van barok, klassiek en romantiek tot hedendaagse muziek.

Binningen, Schlosskeller, Katarina Leskovar (Cello), Nejc Grm (Accordeon)

De vierde editie van het festival is in februari 2023  begonnen met een kleine tournee in kanton Basel-Landschaft. Op 8 februari was in de gerenoveerde en onlangs geopende Schlosskeller in Binningen muziek te horen van Hongarije tot Zuid-Amerika, een reis door de werelden van de tango en rapsodieën met twee van de meest charmante instrumenten: de cello en de accordeon. Andere concerten en workshops vonden plaats in Dornach en Liestal. Op 18 en 22 maart vinden twee andere concerten plaats in Allschwil.

Die Männerstimmen in de Pauluskirche. Foto: Basel Infinity Festival

Zoals de naam al aangeeft is Bazel de hoofdlocatie van het festival. Van 7 maart tot 5. April zijn er tal van spannende en vernieuwende concerten: Of kwantumfysica, muziek en beeldende kunst in het Tinguely Museum, literatuur & muziek met Alain Claude Sulzer in de Jazzcampus Club, Heinz Holliger in het Gare du Nord, authentieke Kazachse volksmuziek met een aperitief in de Safranzunft, elektronische beats en Cubaanse ritmes in de Unternehmen Mitte, de Männerstimmen Basel in de Pauluskirche, een gespreksronde in de Paul Sacher Stichting met Alain Claude Sulzer en Heinz Holliger of het “Gala Infinity” in het Stadtcasino Basel met Alexander Sitkovetsky – met 30 evenementen is er voor elk wat wils.

Infinity Basel begint met de beroemde verzen van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) uit “Walpurgisnacht”, een scène uit Goethes Faust. Ze inspireerden de 16-jarige Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847) tot het componeren van zijn luchtige en euforische Strijkoctet opus 20 in 1825.

Dit opzwepende werk opent het festival op 7 maart met verve! Het strijkoctet van de Roemeen George Enescu (1881-1955) vormt een intense aanvulling. Op 19-jarige leeftijd componeerde hij eind 1900 zijn Octet opus 7, dat fascineert door zijn pulserende ritmes en donkere klanken.

Met Alain Claude Sulzer (Tekst en lezing), Anna Gagane (Klarinette), Sherniyaz Mussakhan (Viool) en Denis Linnik (Klavier), 17 maart, Jazzcampus Club

(Bron en verdere informatie: Basel Infinity Festival)

24 februari 2022

De Zwitserse kerken organiseerden op 24 februari jongstleden een oecumenische bijeenkomst onder auspiciën van de Arbeitsgemeinschaft christlicher Kirchen in der Schweiz, AGCK (Vereniging van Christelijke Kerken in Zwitserland), een jaar na de Russische inval in Oekraïne.

De viering vond plaats in de Münster van Bern met vertegenwoordigers van de Oekraïense gemeenschap en tal van hoogwaardigheidsbekleders in Zwitserland. De voorzitter van de Nationale Raad, Martin Candinas, hield het welkomstwoord.

Martin Candinas, voorzitter van de Volksvertegenwoordiging (Nationalrat/Conseil fédéral)

De bijeenkomst begon met een vredeswens in de vier talen van Zwitserland en in het Oekraïens. Na een jaar vol onvoorstelbaar lijden, vol verwoesting en ontwrichting van miljoenen levens, en na een jaar dat bepaald wordt door deze (nieuwe) oorlog op het Europese continent, onvoorstelbaar tot 24 februari 2022, is er woede, droefheid, wanhoop, verbijstering en machteloosheid, maar er is ook hoop, vertrouwen, solidariteit en mededogen.

Mensen hebben in deze tijden behoefte aan vertrouwen in een goede afloop en vrede. Geloof en bijeenkomsten, uitgevoerd met symbolen en gesproken en gezongen woorden, voeden deze hoop. En veel van die kleine stroompjes kunnen uiteindelijk één grote stroom op weg naar (langdurige) vrede worden.

De bijeenkomst was een blik in de toekomst met een realistische kijk (zonder naïeve of valse pacifistische hoop en intitiatieven) op het heden. Het “Dona nobis pacem”, het aansteken van kaarsen en de olijftak waren uitdrukkingen van deze toekomst.

(Bron en verdere informatie: Arbeitsgemeinschaft christlicher Kirchen in der Schweiz)

De monumenten van Serrières

Vrijwel ieder dorp in Zwitserland heeft een of meerdere (cultuur)historische bezienswaardigheden, monumenten en altijd een mooie omgeving. Soms is het even zoeken. bijvoorbeeld wanneer een oude Romeinse nederzetting is opgenomen in een stedelijke agglomeratie.

De naam Serrières (tegenwoordig een wijk van de stad Neuchâtel), is afgeleid van het Latijnse woord serra, de zaag, waarmee in de Oudheid een plaats werd aangeduid waar veel zaagmolens stonden. De plaats ligt aan het meer van Neuchâtel. In de prehistorie en in de eeuwen voor de Romeinse bezetting (15-13 v. Chr.) was deze regio al bewoond.

De visrijkdom van het meer en de transportmogelijkheden van het netwerk van de drie meren van de Jura (meer van Neuchâtel, meer van Biel/Bienne en meer van Morat/Murten) en de rivier de Aare verklaren de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting en villa. De Romeinse villa van Serrières is in 1908 ontdekt tijdens de bouw van de huizen van de cité Suchard, ’s werelds eerste chocolade-multinational.

De thermen of het complex van badhuizen lagen aan de oevers van het meer (het niveau van het meer is in de negentiende eeuw meters verlaagd).

De andere Romeinse gebouwen bevinden zich op de heuvel. De inrichting van de baden was  grotendeels bepaald door hoogte van de haard(en) (praefurnium/a) voor het produceren van warm water, dat in de vloerverwarmingen (Hypocauste) circuleerde, geleidelijk afkoelde om vervolgens via de muren (tubili) in het meer en de rivier  geloosd te worden.

In de Merovingische periode (6e-7e eeuw) was deze plek nog steeds bewoond. Er stond een kerkje en er was een begraafplaats. Meer dan 200 graven uit deze periode zijn hier aangetroffen.

De Karolingische kerk St. Jean uit de achtste of negende eeuw wijst ook op permanente bewoning, eeuwen voor het ontstaan van Neuchâtel en Peseux, in tegenstelling tot het middeleeuwse Cormondrèche en Corcelles Ien het Gallo-Romeinse Auvernier en Colombier (de woonplaats van Belle van Zuylen)!

(Bron  verdere informatie: www.neuchatelville.ch)

De Planetenweg in de Jura

Een wandeling langs de planeten lijkt een ambitieus plan. Mercurius ligt het dichtst bij de planeet aarde, maar nog altijd 155 miljoen kilometer ver weg. Neptunes ligt meer dan vier miljard kilometer van de aarde. De andere vijf planeten Venus, Mars, Jupiter, Saturnus en Uranus draaien hun rondjes om de zon in een afstand daar tussenin.

 Jupiter en Venus dicht bij elkaar, 2 maart 2023, volgende conjunctie in 2039 

De Planetenweg voert langs de acht planeten en de zon. De dwergplaneet Pluto wordt niet vergeten. Deze planeet ligt het verst van de aarde en is in 1930 ontdekt.

Aan het begin van de planetenweg staat, uiteraard, de zon, waar letterlijk alles om draait. Informatieborden geven kort en bondig de belangrijkste feiten van dit zonnestelsel weer, ook over het allereerste begin, ongeveer 4,5 miljard jaar geleden.

Het universum, dat is begonnen met de zogenaamde oerknal, is veel ouder, ongeveer 14 miljard jaar De geleerden zijn er nog niet uit over het hoe en waarom. De beroemde Engelse natuurkundige Stephen Hawking (1942-2018) zei het al: op een bepaald moment moet je ophouden met denken, in zijn geval over het ontstaan van de ‘speldenknop’  vóór de oerknal.

De Planetenweg is aanmerkelijk korter dan de afstand naar planeten, maar geeft wel een goed beeld van het zonnestelsel. Bovendien is de Jura en zijn weiden, bossen, dorpen, beken en vergezichten altijd de moeite waard. En ook hier geldt: ieder Zwitsers dorp heeft wel wat bijzonders.

De Glasshütte in de negentiende eeuw, links de gips- en kalkfabriek

De Birs

De Glasshütte

Het kleine dorp Bärschwil (kanton Solothurn) kent bijvoorbeeld een interessante industriële historie. Het dorp ligt aan de rivier Birs, Eeuwenlang stond aan de oevers van de rivier een bloeiende glasfabriek, Tegenwoordig is de Glasshütte een restaurant. Daar tegenover stond de kalk- en gipsfabriek ‘Hydraulische Kalk- und Gipsfabrik Baerschwyl’, sinds 1988 de Firma Carlo Bernasconi.

Bovendien staat even verderop de monumentale Laufner Ziegelscheune. Deze fabriek voor tegels en bakstenen stamt uit de 16e eeuw en was tot 1920 in gebruik!

De Laufner Ziegelscheune

Deze mooie omgeving heeft, uiteraard, ook dichters en schrijvers voorgebracht, onder anderen vader (Albin Fringeli (1899-1993) en zoon Dieter Fringeli (1942-1999):

Zeit ist’s ein Lied zu singen von jeden Liedern die nicht gesungen wurden als es Zeit war ein Lied zu singen von jener Zeit” (Dieter Fringeli).

Geboortehuis met schuur van Albin Fringeli bij Bärschwil

Een minder plezierige omstandigheid was de grens in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, letterlijk het verschil tussen oorlog en vrede. Grellingen en Bärschwil hadden in deze tijd militaire garnizoenen en verdedigingswerken.

Toblerones

Monument 1939-1945

Zwitserland bleef echter neutraal. Het stadje Laufen is derhalve ongeschonden uit deze tijd gekomen en heeft veel authentieke (cultuur) historie te bieden. Vanaf de Keltische tijd, de Merovingers en Karolingers, twee Bourgondische Koninkrijken, het Bisdom Bazel, de (revolutionaire) Franse tijd en inlijving bij Frankrijk vanaf 1793 tot 1813, de periode bij kanton Bern van 1815 tot 1994. De bewoners van het Laufental kozen in een referendum voor aansluiting bij kanton Basel-Landschaft.

Laufen (Kanton Basel-Landschaft)

Het lijkt allemaal heel wat. Wat betekent het echter op een historie van 14 miljard jaar universum en 4,5 miljard jaar aarde?

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Bron en verdere informatie: www.baerschwil.ch

Poschiavo en Val Poschiavo

Val Poschiavo (Puschlav), Valle (Val) Mesolcina (Misox), Val Calanca en Val Bregaglia (Bergell) vormen samen met het dorp Bivio (Beiva in het Romaans) aan de voet van Julierpas, de Grigione Italiano, het Italiaans sprekende deel in het drietalige kanton Graubünden.

Het Lago di Poschiavo scheidt het bovenste en onderste dal van Puschlav; de hoofdplaats Poschiavo ligt in het bovenste dal en de gemeente Brusio in het onderste dal. In de 12e eeuw hadden de gemeenten Poschiavo en Brusio van elkaar gescheiden administratieve en bestuurlijke structuren.

Lago di Poschiavo

Poschiavo

Samen met de Veltlin schonk Karel de Grote (748-814) de Val Poschiavo aan het klooster van St. Denis bij Parijs in de achtste eeuw. In de 12e en 13e eeuw bestuurden de heren van Matsch-Venosta de vallei.

Tegelijkertijd breidde de stad Como haar macht over de vallei uit. Toen Milaan in 1335 Como onderwierp, kwam ook de Puschlav in 1350 onder de heerschappij van de hertog van Milaan, de Visconti. In 1408 kwamen de inwoners in opstand tegen de hertog. Zij sloten zich aan bij de Lega Caddea (Bond van het Godshuis, der Gotteshausbund). Vanaf dat moment deelden Poschiavo en Brusio het lot van de Drie Bonden (Drei Bünde).

Poschiavo en Brusio hadden vanaf 1408 een gemeenschappelijke grondwet, de “Comungrande”. Het was een vrij en onafhankelijk gebied. In 1524 werd de regio opgenomen in de Vrijstaat van de Drie Bonden (Der Freistaat der Drei Bünde) en in 1803 in het kanton Graubünden. De splitsing in twee autonome gemeenten, Poschiavo en Brusio, vond plaats in 1851.

Al in de 14e eeuw en later tijdens de bezetting van de Valtellina door de Drie Bonden en de Freistaat (1512-1797) speelde de Valposchiavo een belangrijke rol in het transalpiene handelsverkeer. De Berninapas was een van de belangrijkste noord-zuid verkeersassen. Tegenwoordig zijn de traditionele muilezelpaden (säumerpfade) nog steeds toegankelijk door de  wandelroute “Via Valtellina”.

Tirano was het startpunt van de wijnbouwers van de Veltliner: de beroemde “Veltliner” groeide en groeit hier nog steeds. Proeven van de Valtellina specialiteiten (wijnen, bresaola en kaas) en een bezoek aan het Palazzo Salis is nog steeds mogelijk! Tirano is ook het beginpunt van de Italiaanse voortzetting van de Via Valtellina, want hier begint de Via Terrazzamenti naar Morbegno.

Napoleon Bonaparte verenigde de Veltlin met de Cisalpine Republiek in 1797. De Puschlav werd toegewezen aan de Helvetische Republiek. Deze afscheiding verzwakte de plaatselijke economie aanzienlijk. De slechte economische toestand dwong veel mensen uit het dal om te emigreren.

De aanleg van de Berninaweg (1842-1865), de spoorweg en de realisatie van hydro-elektrische installaties in de centrales van Brusio in 1906-1910 verbeterden de economische situatie echter.

Aan het Lago di Poschiavo volgde de opening van het Grand Hotel Bagni in Le Prese. Het dorp Poschiavo werd een stadje. Er verrees een reeks statige gebouwen, waaronder die van het huidige museum (Museo Poschiavo) in het Palazzo de Bassus-Mengotti en het Casa Tomé. Het toerisme droeg daar in aanzienlijke mate aan bij, onder andere door de Gletschergarten Cavaglia (Giardino dei ghiacca di Cavaglia).

Tot in de jaren 1970 bleef smokkel echter een belangrijke economische activiteit. Een van de belangrijkste overslagpunten voor naar Italië gesmokkelde sigaretten en koffie was het kleine gehucht Viano boven Brusio. Van hieruit leidden de oude smokkelaarspaden over de grens naar Roncaiola en Baruffini in de naburige Valtellina. De smokkelaarspaden kunnen nog steeds bewandeld worden.

Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Arno Lanfranchi, Puschlav, vertaling Pia Todorovic Redaelli, 29.09.2011; www.valposchiavo.ch

De rivier Poschiavo