De Grand Tour in Swissminiatur

De oprichting van het Swissminiatur Park in 1959, naar het voorbeeld van Madurodam, vond plaats met twaalf modellen. Tegenwoordig zijn er 129 modellen van de beroemdste gebouwen en monumenten, plus een 3 560 meter lang spoorwegnet met 18 treinen, kabelbanen, schepen, auto’s en op de luchthaven Zürich-Kloten staan vliegtuigen klaar om op te stijgen.

Swissminiatur is het grootste openlucht miniatuurmuseum van Zwitserland. Het is gevestigd in Melide aan de oevers van het meer van Lugano (kanton Ticino), omgeven door het indrukwekkende berglandschap van de Monte Generoso, de Monte San Salvatore en de Monte San Giorgio; deze laatste staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Vanaf 29 maart maakt Swissminiatur deel uit van de Grand Tour van Zwitserland, de Grand Tour in Miniatuur!

(Bron en verdere informatie: www.swissminiatur.ch)

 

De kerken en kapellen van Tessin

De kerken en kapellen van Tessin (Ticino) behoren tot de vele charmes van het zuiden van Zwitserland. De vele religieuze gebouwen, oude en nieuwe, onder andere van Mario Botta, de Romaanse kerken en kapellen en hun fresco’s aan de voet van de zuidkant van de Alpen, wijzen op een andere, eeuwenoude cultuur.

Vaglio, San Antonio di Padova

Bij het dorp Ligornetto

Uitzicht vanaf het klooster Bigorio

Ze zijn allemaal prachtig, zonder uitzondering, want de inwoners van dit onherbergzame gebied zijn altijd uitstekende architecten en bouwers geweest en hebben ook bijgedragen aan de bouw van enkele van de grootste en mooiste gebouwen in Italië, denk bijvoorbeeld aan Rome, Milaan of Florence. Zoals alle gebouwen in dit land dat rijk is aan steen maar arm aan hout, zijn de kerken en kapellen altijd uit steen opgetrokken.

Locarno, San Antonio

Locarno, San Francesco

Van de Luini-schilderingen in Lugano tot de onbekende bergkapelletjes, overal in de kerken van Tessin vindt men wel een schilderij, fresco, altaarreliëf, doopvont, stucfiguur dat getuigt van de innige band met de cultuur van Italië en van het talent en gevoel voor de schone kunsten. (Naar Hermann Hesse, ‘Kirchen und Kapellen’ in F. Schläpfer, Tessin fürs Handgepäck (Zürich 2016).

Het is ongelooflijk hoeveel variaties er vanuit de eenvoudige basisvorm van de klokkentoren kunne ontstaan. De klokkentoren moet ook los zijn religieuze functie worden gezien: als middelpunt van het dorp, de gemeenschap en het landschap.

De klokkentorens behoren tot de meest opvallende kenmerken van het kanton. De campanile en torens uit de romaanse, gotische, renaissance- of barokperiode zijn overal te zien (Volgens Piero Bianconi, ‘Glockentürme’ in F. Schläpfer, Tessin fürs Handgepäck (Zürich 2016).

Aan deze beschrijvingen van schrijvers en kenners van Tessin valt niet veel toe te voegen, behalve het zelf te ervaren.

Ascona, San Pietro e San Paulo

Ascona, Santa Maria della Misericordia

Bellinzona, St. Pietro e Stefano

Morcote, Maria del Sasso

Lugano, Convento Santa Maria degli Angioli

Lugano, Cattedrale di San Lorenzo

De enclaves van Zwitserland

De grenzen van de kantons in Zwitserland hebben veelal het patroon van een lappendeken. Wie, bijvoorbeeld, ten zuiden van Lac Morat/Murtensee een ritje met de auto of fiets maakt, bevindt zich afwisselend in de kantons Vaud, Fribourg of Bern.

Ook in andere regio’s zijn de grenzen van de kantons vaak grillig. Het ontstaan van deze grenzen gaat terug tot de middeleeuwen en de zestiende eeuw en de vastlegging van de grenzen van de (nieuwe) kantons in de Napoleontische tijd (1803-1813)  en de nieuwe Confederatie van 1815. Hele of gedeeltelijke enclaves zijn geen uitzondering. Deze zijn echter Zwitsers grondgebied.

Ook het Zwitserse grondgebied aan de rechteroever van de Rijn is opmerkelijk en vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen. Het kanton Schaffhausen ligt zelfs grotendeels aan de rechteroever van de Rijn, een soort Zwitserse enclave in Baden-Württemberg. Alleen de kanton Basel-Stadt en Zürich hebben grondgebied aan deze rechteroever (en wellicht Diepoldsau (kanton St. Gallen) aan de rechteroever van de Alten Rhein, die immers de grensrivier met Oostenrijk is). Verder is de Rijn sinds de Napoleontische tijd de landsgrens met Duitsland.

Zwitserland heeft echter ook een Duitse (Büsingen  in kanton Schaffhausen) en een Italiaanse (Campione in kanton Tessin) enclave.

Büsingen

Op een paar kilometer van de  stad Schaffhausen ligt aan de Rijn het Duitse dorp Büsingen. Aan de andere kant van de Rijn liggen de kantons Thurgau en Zürich. Na een paar minuten op de fiets is men echter weer in Zwitserland. Uiteraard ontbreekt de Enclaveweg niet!

Het aanzien van het dorp is Zwitsers en 95% van de arbeidzame bevolking werkt in Zwitserland. Alleen de nummerplaat, bushalte, banken en  brievenbussen zijn Duits. Het kengetal van de telefoon (052 voor Zwitserland en 07734 voor Duitsland)  en de postcode (CH-8238) en de Duitse (D-78266) worden echter gedeeld, evenals vroeger de Zwitserse en Duitse telefooncellen.

Julian Fleischer/ Wikipedia

Geschiedenis

De aanwezigheid van Habsburg was in dit geval ook van belang. Tot de Napoleontische tijd was Habsburg in Zuid-Duitsland vertegenwoordigd als grootgrondbezitter, als Duitse koningen en als keizers van het Heilige Roomse Rijk. Büsingen was eigendom van de Habsburgers. Schaffhausen deed in de 18e eeuw verschillende vergeefse pogingen om het dorp te verwerven. Wel verwierf het kanton het dorp Dorflingen. Hierdoor was Büsingen afgesneden van Habsburgs gebied.

Dörflingen. 1770 verwerft Zürich het dorp van Habsburg. 1798 wordt het dorp in de Helvetische Republiek (1798-1803) echter aan Kanton Schaffhausen toebedeeld. Sindsdien is Büsingen een Duitse Duitse enklave in Zwitserland. 

Het Koninkrijk Württemberg verwierf het dorp in 1805 (Verdrag van Pressburg/Bratislava), en in 1810 verwierf het Groothertogdom Baden het dorp. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) viel het dorp onder de Weimarrepubliek, hoewel 96% van de inwoners van Büsingen in 1918 voor annexatie bij Zwitserland stemden.  Zwitserland weigerde echter  de toetreding (net als de wens van de inwoners van Vorarlberg in 1919).

De bergkerk St. Michael, 11e eeuw

Sinds de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) maakt het dorp deel uit van de deelstaat Baden-Württemberg. Sinds 1964 regelt een staatsverdrag de meest praktische juridische, sociale en fiscale kwesties voor de ongeveer 1.500 inwoners en een douane-unie met Zwitserland, hoewel de juridische situatie soms ingewikkeld blijft, omdat het Duitse en het Zwitserse recht gedeeltelijk van toepassing zijn.

De Alte Mühle

De invoering van de euro maakt de situatie nog ingewikkelder. Ongeveer 95 % van de beroepsbevolking werkt in Zwitserland en ontvangt zijn salaris in Zwitserse franken. De belastingen worden echter in Duitsland betaald na omzetting in DM en, vanaf 2002, in euro. Aangezien de DM sinds 2002 ongeveer 55% en de euro ongeveer 20% in waarde is gedaald ten opzichte van de Zwitserse munt, is de belastinglast veel hoger, terwijl het prijsniveau Zwitsers is.

Campione en de San Salvatore

Campione

Campione d’Italia, een gemeente van de provincie Como, aan het Meer van Lugano, heeft een soortgelijk probleem. Sinds 1 januari 2020 heeft deze gemeente geen douane-unie meer met Zwitserland, en de stijging van de Zwitserse frank was een van de oorzaken van het probleem van het casino, de belangrijkste werkgever. Vanaf 2002 waren de inkomsten in euro’s, de salarissen in Zwitserse franken.

Geschiedenis

Het dorp Campione was van 789 (!) tot 1797 eigendom van het benedictijnenklooster van Sant’Ambrogio in Milaan.  Napoleon annexeerde deelde de gemeente in 1797 in bij de Cisalpijnse Republiek (1797-1805). In 1861 werd de gemeente onderdeel van het Koninkrijk Italië. Als Italiaanse gemeente in het neutrale Zwitserland nam Campione in 1944 de (wijze) beslissing om de Repubblica Sociale Italiana van Mussolini (de beruchte Repubblica de Salò) niet te erkennen.

Conclusie

Tegenwoordig zijn de twee enclaves eerder een curiositeit dan een bron van potentiële conflicten. De praktische dagelijkse gang van zaken is geregeld. hoewel aan één privilege van de inwoners van Campione een einde komt: de provincie Como vergoedt niet langer de dure Zwitserse ziektekostenverzekering. Inwoners moeten die zelf betalen of een Italiaanse verzekering afsluiten, net zoals auto’s sinds 2020 in Como moeten worden geregistreerd.

Voetbal daarentegen verenigt: De lokale voetbalclubs FC Büsingen en Campionese zijn de enige Duitse respectievelijk Italiaanse clubs in de Zwitserse voetbalcompetitie. 

(Bron: Historisches Lexicon der Schweiz: M. Dubini, Campione d’Italia und F. Götz, Büsingen)

 

De kerk Santa Maria dei Ghirli (674) en haar fresco’s uit de 13e-18e eeuw.

De Kapel Oratorio de San Pietro (1148)

Campione

INFOBEST PALMRAIN

Het Duits-Frans-Zwitserse INFOBEST PALMRAIN verstrekt al 30 jaar gratis tweetalige informatie, bemiddeling en advies aan burgers, verenigingen, bedrijven, overheden en politieke actoren over een groot aantal grensoverschrijdende kwesties.

De organisatie is opgericht op 1 juli 1993. De trinationale instelling vierde onlangs, op 21 april, dertigjarig bestaan in het voormalige douanestation aan de grensovergang Weil am Rhein – Village-Neuf. Sinds de oprichting heeft dit informatie- en adviescentrum ongeveer 150.000 (!) individuele vragen beantwoord. Daarnaast zijn ongeveer 1,2 miljoen contacten die informatie hebben verkregen via de INFOBEST-website.

Achtergrond

De regio Boven-Rijn (Haut-Rhin/Oberrhein) omvat het Duits-Frans-Zwitserse grensgebied en bestaat uit de vier regio’s Elzas, Noordwest-Zwitserland (de kantons Basel-Stadt, Basel-Landschaft, Solothurn, Aargau en Jura), Zuid-Palts en Baden.

INFOBEST is de afkorting van “INFOrmations- und BEratungsSTelle”. De vier INFOBESTs zijn de eerste contactpunten voor grensoverschrijdende kwesties met Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.

De organisatie verstrekt advies over tal van onderwerpen zoals sociale zekerheid, werk, belastingen, verhuizen naar het buurland, onderwijs, ziektekostenverzekering of vervoer. INFOBEST begeleidt en ondersteunt burgers ook bij hun administratieve procedures in het andere land.

Het INFOBEST-netwerk fungeert ook als scharnier tussen de administraties van de drie landen en bevordert de onderlinge uitwisseling en de grensoverschrijdende samenwerking. Het signaleert lacunes of onverenigbaarheden in de regelgeving en helpt bij het vinden van oplossingen.

De vier adviescentra zijn gevestigd in: Lauterbourg, Kehl/Strassburg, Vogelgrun/Breisach en in Palmrain-Village-Neuf (het trinationale Frans-Duits-Zwitserse adviescentrum).

Homeoffice aan de Bovenrijn

In opdracht van de Duits-Frans-Zwitserse Bovenrijnconferentie (Oberrheinkonferenz) en in samenwerking met het Euro-Instituut en EURES-T Bovenrijn heeft het INFOBEST-netwerk ook een gids ontwikkeld voor grensarbeiders en hun werkgevers over grensoverschrijdend thuiswerk in de regio Bovenrijn. De gids geeft antwoorden op verschillende vragen die kunnen rijzen, met name op het gebied van sociale zekerheid, belastingen en arbeidsrecht.

Dienstencentrum Bovenrijn

Onder de titel Service Zentrum Oberrhein werkt INFOBEST verder aan het digitale netwerk. Deze taak wordt uitgevoerd in drie pijlers: One Stop Agency (voor hulp bij digitale aanvragen), digitalisering en coördinatie en communicatie. Het project gaat in het najaar van 2023 of begin 2024 van start.

(Bron en verdere informatie: INFOBEST)

Het klooster Santa Maria dei Frati Cappuccini in Bigorio

Het klooster Santa Maria dei Frati Cappuccini in Bigorio (kanton Ticino/Tessin) is in 1535 gesticht en was het eerste kapucijnenklooster in Zwitserland. De stichters waren de monniken Pacifico Carli uit Lugano en Ludovico Filicaia uit Florence. Op de plaats van het klooster stond al een romaanse kapel uit de 11e eeuw.

Het is geen toeval dat deze monniken het klooster stichtten. Eeuwenlang stond het Italiaans sprekende Tessin onder de wereldlijke en geestelijke heerschappij van de hertogen en bisschoppen uit Lombardije en hun verwanten in Florence.

Zwitserse Orte  (die pas in de 16e eeuw kantons werden genoemd) veroverden het grondgebied van het huidige Tessin (evenals Bormio, Veltlina en Chiavenna) in de 15e en het begin van de 16e eeuw. Een fresco in de kerk Maria del Sasso in Morcote memoreert de verovering van Lugano in 1513.

De kapucijnen waren een Italiaanse orde die in 1515 was gesticht op basis van de uitgangspunten van Franciscus van Assisi, de stichter en geestelijke vader van de Franciscaanse Orde.

De eerste kloosters werden gesticht in Lombardije. Gezien de eeuwenoude culturele en politieke banden met Lugano lag de stichting van een klooster in deze regio voor de hand.

1535 was ook de tijd van de reformatie in de kantons Zürich, Bazel, Schaffhausen en Bern. Deze kantons lagen relatief ver weg van Tessin en hadden bovendien een andere geografische en economische oriëntatie.

De katholieke kantons Unterwalden, Luzern, Uri en Schwyz waren in deze gebieden aanwezig al sinds de 13e eeuw (rond 1230 Gotthardpas) en de 15e eeuw als handelaren en later bezetters aanwezig.

Hoewel de Reformatie ook in deze Italiaanse gebieden zijn intrede deed, bleef de katholieke kerk de belangrijkste godsdienst. Veel protestanten vluchtten zelfs, onder meer naar Zürich, waar ze een belangrijke rol speelden in de textielindustrie.

De Kruisgang naar het dorp Bigorio

Het klooster

Het klooster bestaat na bijna vijf eeuwen nog steeds, hoewel veel kloosters in Tessin en andere kantons in het land in de negentiende eeuw werden opgeheven.
De voorgevel (ca. 1535-1577) aan de zuidzijde doet denken aan een kasteel. De noordzijde heeft meer het uiterlijk van een klooster en is in de achttiende eeuw grondig verbouwd. Het refectorium (de eetzaal), de wijnkelder (het klooster produceerde toen nog wijn) en nieuwe kamers voor de monniken waren al in 1658 voltooid.

De Bibliotheek

Museum Bigorio

De kapel en de madonna met kind

Zoals het een klooster betaamt is het innerlijk, het interieur, het belangrijkste. De prachtige fresco’s, het beeld van de Madonna met kind uit 1567, de eeuwenoude bibliotheek, het notenhouten altaar en de balustrades, de beschilderde ramen, de kruisgang die naar het dorp leidt en de vele eeuwenoude gebruiksvoorwerpen in het klooster en de kloosterkerk zijn van uitzonderlijke kwaliteit. In het museum van het klooster zijn enkele voorwerpen ondergebracht in twee aparte zalen.

Het ontwerp van de nieuwe kapel was in 1970 een van de eerste projecten van de architect Mario Botta (1943).

Tot zover het verleden. Het klooster heeft ook een heden. Hoewel het aantal monniken beperkt is (drie), is het aantal activiteiten groot en niet alleen religieus van aard. Het klooster produceert alcoholische dranken (cider), en honing en biedt bed & breakfast, seminarruimten en spirituele cursussen aan. Het klooster heeft dus ook toekomst.

Bovendien geeft een van de broeders op verzoek graag en met gepaste trots een rondleiding door het complex, dat is aangepast aan de eisen van de tijd zonder de religieuze en spirituele oorsprong ervan te verloochenen.

Broeder Gianluca Lazzaroni

Het uitzicht op het meer van Lugano en het berglandschap van het kanton zijn op zich al een bron van inspiratie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat overleden monniken worden begraven op het kerkhof met dit uitzicht.

(Bron en verdere informatie: Klooster Bigorio).

Seminarruimtes

Bed & Breakfast

De Wijnkelder

Honing- en ciderproductie

De binnenplaats met spijkers van de brand uit 1987

 

De Bettlachstock, Selzach en dinosauriërs

De Jura is een van de oudste gebergten van Europa. Zijn diepe dalen, kloven, bergketens, talloze beken, bossen en weides is de habitat geweest van dinosauriërs (160 miljoen jaar geleden), zeebewoners (20 miljoen jaar geleden) en holberen, mammoets en andere uitgestorven diersoorten in de laatste ijstijd (12 000 jaar geleden). Dinosauriërs hebben in deze omgeving letterlijk hun sporen nagelaten.

De mensheid bewoonde de Jura in de ijstijd ook al. Een groot aantal musea, parken en archeologische locaties in de kantons Solothurn, Basel-Landschaft, Aargau, Neuchâtel, Vaud en Jura bieden een goed gedocumenteerd overzicht.

Ook zonder deze instellingen vertelt de Jura zijn verhaal. Het dorp Bettbach Allmend  en met uitzicht op het Mittelland en de Alpen, is het begin van het UNESCO-natuurgebied Bettlachstock. Dit natuurgebied is vooral bekend vanwege zijn bergrug (de Wandfluh) en eeuwenoude beukenbossen.

Bettbach Allmend

UNESCO-natuurgebied Bettlachstock

De bergrug is ontstaan door grote aard- en rotsverschuivingen door het smeltende water van de Rhônegletsjer, die toen nog tot Solothurn reikte (!).  Het is het vierde door de Unesco erkende werelderfgoed natuurgebied in Zwitserland. De andere zijn Monte San Giorgo (Tessin), Tektonikarena Sardona (Graubünden) en de Jungfrau-Aletsch Regio (Wallis/Bern).

Het kalkgesteente in de Jura is ontstaan door afzettingen in de zeeperiode, ongeveer 20 miljoen jaar geleden. Vervolgens hebben gletsjers in de laatste ijstijd, ongeveer 12 000 jaar geleden, de (voorlopige) definitieve gedaante van het landschap geschapen.

De Bettlachstock

De Bettlachstock heeft het natuurgeweld van 12 000 jaar geleden weerstaan en staat nog steeds als een ´rots in de branding´. Ongeveer 11 000 jaar later, rond 1100, creëerde de mens Burg (motte) Grenchen, die een paar honderd jaar later echter  al een ruïne is.

De weg door de Jura van Bettbach Allmend naar Selzach biedt alles wat de Jura zo bijzonder maakt, inclusief een fantastisch uitzicht op Les Trois Bernoises (Jungfrau, Mönch en Eiger) en bij helder weer zelfs het Mont Blanc massief.

Selzach

Ook hier heeft ieder dorp een historische of culturele bijzonderheid. De van oorsprong Romaanse kerk Maria Hemelvaart (Maria Himmelfährt) in Selzach is in de twaalfde eeuw gesticht door de graven van Neuenburg-Nidau.

Het dorp viel toen onder het bisdom Lausanne. In 1514 is de kerk in de laat-gotische stijl gerenoveerd. De kerktoren stamt echter uit 1457 en heeft nog Romaanse vensters en het voor Duitstalig-Zwitserland kenmerkende Käsbissendach.

Een andere bijzonderheid van Selzach is het al in 1895 (!) gebouwde houten theater, het Passionsspielhaus, voor 700 toeschouwers voor de uitvoering van passiespelen.  De horlogefabrikant Adolf Schläfli introduceerde deze traditie in Selzach na een bezoek aan Oberammergau in Beieren (Duitsland).

De passiespelen zijn tegenwoordig vervangen door opera- en musicalproducties, maar dit doet niets af aan het culturele hoogstandje van dit kleine dorp. Het culturele pad (Kulturpfad) toont bovendien nog meer bezienswaardigheden, waaronder de oude molen (Alte Mühle), de Schäfli-Villa, en dorpen in de omgeving. Na de spoorwegverbinding Solothurn-Biel ontwikkelde Selzach zich tot een lokaal centrum van de horlogeindustrie.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Tulpenfestival in Morges

Het festival is voor het eerst georganiseerd in 1971 ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Société Vaudoise d’Horticulture (vereniging voor tuincultuur van Vaud).

Het festival vindt dit jaar plaats van 1 april tot 14 mei in het Parc de l’Indépendance in Morges (kanton Vaud), gelegen aan de oevers van het meer van Genève, tussen het kasteel van Morges en de rivier La Morges.

Het Parc de l’Indépendance biedt in alle seizoenen een prachtig uitzicht op de Alpen en een groene omgeving met vijftig boomsoorten, zoals indrukwekkende kastanjebomen of mammoetbomen.

Bovendien staat er in het park een standbeeld van een Nederlandse generaal in dienst van Napoleon: Hendrik Johan Graaf von Oyen zu Fürstenstein (1771-1850), die in 1825 burger van de stad Morges  en Zwitsers staatsburger werd.

(Bron en verdere informatie: www.fetedelatulipe.ch).

Het begin van Habsburg

Het is moeilijk voor te stellen, maar zelfs het prestigieuze Huis Habsburg heeft een begin, in Zwitserland in het graafschap Aargau en in de zuidelijke Elzas in Frankrijk.

De eerste en belangrijkste bron van het huis Habsburg is overgeleverd via de Acta Murensia. Deze Acta is een chronologisch verslag van de stichting van het klooster van Muri (kanton Luzern) in het huidige Zwitserland rond 1160. Het oude bezit kan worden gereconstrueerd aan de hand van bronnen uit de 12e en 13e eeuw.

(Staatsarchiv Aargau, Aarau, AA/4947).

De Havichsberg of Habichtsburg (Habsburg), kasteel Wildegg, landgoederen ten noorden en noordwesten van Colmar en ten zuiden van de Elzas (in het bijzonder de kloosters Ottmarsheim en Murbach) in Breisgau en Kaiserstuhl in Baden, en bezittingen tussen het meer van Zug en het meer van Luzern behoorden ertoe.

Breisgau

De oorsprong uit de Merovingische, Karolingische of Lotharingse dynastie is een kwestie van speculatie. De Zwabische verwanten van de hertogen van Zähringen zijn belangrijk voor de latere rechtvaardiging van hun aanspraak als keizerlijke vorsten en koningen (vanaf 1273) van het Heilige Roomse Rijk.

De Zähringers oefenden hun macht uit in het zuidwestelijke deel van Zwaben, in Thurgau, Zürich, Aargau, Breisgau en de Elzas, alsmede in het Zwarte Woud tot aan de Neckar. Dit gebied valt grotendeels samen met de actieradius van de Habsburgers in de 11e en 12e eeuw.

Zwaben was een van de centrale landen van het rijk en het hart van de Staufer koningen, in wiens traditie de Habsburgers zich zagen. Naast afstamming uit een koninklijk geslacht (uiteraard ontbraken de mythische bewijzen van Romeinse en Trojaanse afstamming niet), was continuïteit belangrijk.

De Habsburgse pauw met de wapens van de gebieden van Habsburg, rond 1550. Kunsthistorisches Museum, Wien. 

De Habsburgers komen in de eerste documenten voor in het kader van feodale verhoudingen. Militaire diensten en steun voor het beleid van de koning stonden hierbij centraal. Als compensatie en beloning voor hun diensten aan de Heilige Roomse Keizer kregen zij ambten en administratieve taken. De verbondenheid met het koningshuis van de Hohenstaufen loopt als een rode draad door de geschiedenis van de Habsburgers vanaf 1137 tot 1254.

De opmars van graaf tot koning begon met Rudolf IV van Habsburg (1218-1291), die in 1240 de erfenis van zijn vader opvolgde en in 1273 tot koning werd gekozen. Dan is Habsburg al een belangrijke dynastie in Zwitserland.

Rhäzuns

Tarasp

Veel plezier hebben de Habsburgers van hun aanwezigheid in Zwitserland niet gehad. Zelfs het koning- en keizerschap beschermde hun niet en na diverse grote nederlagen op het slagveld ( onder andere in 1315, 1386, 1415 en 1460) was het in 1499 definitief afgelopen met de politieke en militaire aanwezigheid, met als uitzondering invloed via abdijen en enkele verspreide bezittingen, onder andere het Fricktal (tot 1803, nadien kanton Aargau), Rhäzuns (1819), Tarasp (1803) en Unterengadin tot 1652 in kanton Graubünden.

(Bron: B. Meier, Ein Königshaus aus der Schweiz, Baden 2010). 

De Landskron, regionale geschiedenis van Europees belang

Aan het einde van de 13e eeuw is de Landskron gebouwd door de dynastie Münch uit Bazel. Deze strategisch belangrijke plaats op de berg van deze naam (ongeveer 530 m boven de zeespiegel) domineerde de route langs de noordelijke voet van de Jura. De Romeinen herkenden de uitstekende ligging al en hadden op deze plek een wachttoren geplaatst.

De Landskron, Münchenstein en Bazel

De naam Landskron is voor het eerst vermeld in 1312 als Lantzkrone. De familie Münch behoorde tot de stadsadel van Bazel en was in dienst van de prinsbisschop. Zij bouwden ook een kasteel in Münchenstein (vandaar de naam) bij Bazel (tegenwoordig kanton Basel-Landschaft).

Emanuel Büchel (1705-1775), kasteel Münchenstein, 1754.

Het kasteel en de kerk in 2023

Drie leden van deze familie waren bisschop en anderen waren burgemeester van Bazel. Het kasteel de Landskron ligt bij het Franse dorp Leymen in de Elzas.

Detail uit het mirakelschilderij in de Reichensteinischer kapel van Mariastein 

In 1461 kwam de Landskron in het bezit van de familie Reich von Reichenstein, ook bekend van het mirakelschilderij in de Reichensteinischer kapel van Mariastein (kanton Solothurn). Ook deze familie was in dienst van de prinsbisschop en (dus) van Habsburg, destijds keizers van het Heilige Roomse Rijk. Zij bouwden de Landskron verder uit tot een comfortabele residentie.

Habsburgers en Frankrijk

Op verzoek van de Habsburgse keizer Maximiliaan (1459-1519) van het Heilige Roomse Rijk bouwden zij het kasteel uit tot een vesting met muren van 5 tot 7 meter dik. Dit verdedigingswerk was vooral gericht tegen de Zwitserse Confederatie en het kanton Solothurn in het bijzonder. De zandstenen plaat met de Habsburgse keizerlijke adelaar en het jaartal 1516 bij de gewelfde ingang van de buitenplaats verwijzen naar deze werkzaamheden.

De ingang leidt nog steeds door een zeven meter dikke muur. De Vrede van Westfalen in 1648 bracht een keerpunt. De Elzas en daarmee de Landskron werden onderdeel van het Koninkrijk Frankrijk. De Landskron kreeg een garnizoen en in 1687 en 1688 werd de vesting uitgebreid naar plannen van de bekende fortenbouwer Sébastien le Prestre de Vauban (1633-1707). Zijn forten, onder andere in Belfort en Breisach, zijn tegenwoordig UNESCO-werelderfgoed.

Emanuel Büchel (1705-1775), tekening van de Landskron, 1754.

Staatsgevangenis

Tenslotte deed het kasteel van 1690 tot de Revolutie in 1789 ook dienst als gevangenis voor politieke gevangenen. De belangrijkste gevangene was Bernard Duvergez de Soubardon (1737-1790). Hij was als officier teruggekeerd naar Frankrijk na het verlies van de Franse kolonie Louisiana.

De Landskrongevangenis en Duvergez de Soubardon (reconstructie op locatie)

Hij woonde aan het koninklijk hof in Versailles. Hij werd in 1769 gearresteerd en gevangen gezet in de Landskron. De reden hiervoor was een liefdesaffaire met een hofdame. Koning Lodewijk XV (1710-1774) kon dit niet waarderen. Hij overleed kort na zijn vrijlating in 1790. Het was in 1769 al een groot schandaal.

Het einde en het nieuwe begin

Het einde van het kasteel kwam in 1813, toen geallieerde troepen, die op 16-19 oktober Napoleon bij bij Leizpig hadden verslagen in de Drievolkerenslag, het kasteel verwoestten. Alleen de 500 jaar oude toren, de Bergfried, bleef overeind. In 1984 kwam het kasteel in het bezit van de Frans-Zwitserse vereniging Pro Landskron, die de restauratie ervan ter hand nam en het kasteel beheert.

Wijnbouwtraditie

De eerste schriftelijke vermelding van wijnbouw dateert van 1461, en een beschrijving van rond 1660 luidt:

” Gleich daroben ligt angeregte Vestung Landtscrone, allda es einen grossen Rebaker gibt so den besten roter Wein in selbiger Revier ausgibt ” (direct daarboven bevindt zich de vesting Landskron, waar zich een grote wijngaard bevindt die de beste rode wijn van de streek produceert) .

In 1877 besloeg de wijngaard een oppervlakte van 7,2 ha. Tegenwoordig is de totale oppervlakte nog maar 2,2 ha.

Bron en verdere informatie: L’Association Pro Landskron/Verein Pro Landskron).