De kantons

Definitie 

Zwitserland bestaat uit zesentwintig kantons (Artikel 1 Federale Grondwet). Dit zijn in alfabetische volgorde (met tussen haakjes de aanduiding op de nummerplaten van auto’s); Aargau (AG), Appenzell Ausserrhoden (AR), Appenzell Innerrhoden (AR), Bern (BE), Basel-Landschaft (BL), Basel-Stadt (BS), Freiburg (FR), Genève (GE), Glarus (GL), Graubünden (GR), Jura (JU),  Luzern (LU), Nidwalden (NW),  Neuchâtel (NE), Obwalden (OW), Schaffhausen (SH),  Solothurn (SO), Schwyz (SZ), St. Gallen (SG), Thurgau (TG), Ticino (TI), Uri (UR, Valais (VS), Vaud (VD), Zug (ZG), Zürich (ZH).

De onderlinge verschillen in oppervlakte, inwonersaantal, urbane en/of rurale karakter, taal, religie en geologische karakteristieken zijn groot.

Ontstaan

Het feitelijke ontstaan van deze kantons is een eeuwenlang proces geweest dat in deze bijdrage niet aan de orde komt. Deze kantons bestonden al in 1848. Jura is sinds 1979 een nieuw kanton,  afsplitst van kanton Bern.

Artikel 1 bepaalt ook het grondgebied van Zwitserland: deze bestaat uit de gebieden van de kantons.

Kantons zijn in Europa en wellicht in de wereld unieke staatsrechtelijke soevereine constructies in een soeverein land, de Confederatie of Eidgenossenschaft (zie voor de relatie tussen het federale niveau en de kantons art. 42-53 Federale Grondwet).

De kantons hebben namelijk in 1848 samen met het (mannelijke) volk in een referendum de Eidgenossenschaft én de federale overheid (der Bund, Artikel 3 Grondwet) in het leven geroepen.

Bevoegdheden en subsidiariteit

De federale overheid heeft niet minder, maar ook nooit meer bevoegdheden dan artikel 3 aangeeft.

Op alle andere gebieden zijn de kantons soeverein en hebben ze hun eigen Grondwet, gezondheidszorg, onderwijssysteem, parlement, regering, belastingheffing, ambtelijk apparaat en rechtspraak (met inachtneming van de Grondwet en internationale verdragen).

Dit is in het kort de staatsrechtelijke relatie tussen Eidgenossenschaft (als overkoepelend geheel), kantons en federale overheid (Bund).

Daarnaast bestaan er de gemeenten. Artikel 50 van de Grondwet bevestigt de hiërarchie: Bund, Kantons en Gemeentes.

De kantons zijn democratische republiek en soevereine staat, voor zover artikel 3 de federale overheid geen bevoegdheden geeft. De kantons zijn op federaal niveau vertegenwoordigd in de Standerät (Raad van Staten) in het federale parlement.

In 1848 waren defensie, buitenlands beleid, douane en munt de belangrijkste bevoegdheden van de federale overheid.

Daarna zijn vooral na 1945 steeds meer bevoegdheden door de kantons (met instemming van de  Ständerat en het volk via verplicht referendum aan de Bund overgedragen.

87 van de 195 artikelen van de Grondwet (versie jaar 2000) hebben betrekking op deze overdracht van bevoegdheden. De kantons zijn op deze gebieden niet meer soeverein, maar implementeren de federale wetten en besluiten (Artikel 49-1 Grondwet).

Bij deze implementatie zijn de kantons weer wel soeverein (Artikel 46 Grondwet). Dit verklaart ook dat de federale overheid maar weinig ambtenaren heeft, ongeveer 38 000.

De Hoogste federale rechter in Lausanne (Bundesgericht) beslist uiteindelijk bij  vragen over deze omzetting en implementatie van recht van de Bund in de kantons.

Internationale en kantonale verdragen

Daarnaast bestaan er ook honderden verdragen tussen twee of meerdere  kantons, het interkantonale recht (Art. 48 Grondwet), dat boven kantonaal recht gaat. Internationale verdragen, inclusief met de Europese Unie, gaan ook voor het recht van de kantons.

Buitenlands beleid is de competentie van de Bond (Art. 54). De Bond informeert de kantons vroegtijdig over buitenlands beleid dat ook voor de kantons van belang  is  (Art. 55).

De Conferentie van de kantonsregeringen (Konferenz der Kantonsregierungen, gehuisvest in  het Huis van de kantons in Bern) speelt hierbij een belangrijke rol. Met name de relatie met de Europese Unie is voor de kantons van groot belang.

Het gaat tegenwoordig met name over het zogenaamde institutionele verdrag met de Europese Unie, het zogenaamde Rahmenabkommen of accord-cadre. Deze discussie blijft hier achterwege.

De kantons zijn wel bevoegd verdragen te sluiten met andere landen indien dit zaken van de competentie van het kanton zijn en het recht en het beleid van de Bond niet schaden.

De kantons zijn verplicht de Bond voor het sluiten van de verdragen te informeren (Art.56). Dit geldt niet indien het verdragen zijn met lagere overheden van het kanton (Art.56).

Grondwetten

De kantons hebben hun eigen Grondwet, die onderling afwijken, maar altijd op basis van de democratische beginselen van de Constitutie (Art. 51).

De burgers van de kantons hebben, uiteraard, diverse mogelijkheden om via referenda de wetgeving en Grondwet van de kantons te beïnvloeden.

Bovendien kunnen kantons via de Standesinitiative (160 Grondwet) het federale parlement oproepen wetgeving te initiëren.

Door het Kantonsreferendum kunnen minstens acht kantons het facultatieve referendum tegen wetten en besluiten van de federale overheid inroepen (Artikel 141 Grondwet).

Het Huis van de Kantons in Bern huisvest daarnaast diverse structuren voor samenwerking tussen de kantons (zie Staatsinrichting en Democratie Swiss Spectator).

De kantons zijn de dragers van de Eidgenossenschaft, de pouvoir constituant originaire.  Ze hebben haar geschapen, ze ontwikkelen haar door wetgeving (als wetgever via de Ständerat en in de kantons) en ze geven haar feitelijk inhoud.Het kanton is daarmee tevens een pouvoir constituant dérivé.

Dit wil zeggen dat de kantons (samen met het Volk) de federale (Grond) wet kunnen aanpassen en veranderen. Beide hebben altijd het laatste woord.

Net zo belangrijk als deze staatsrechtelijke constructie is  echter de linguïstische, culturele en politieke identiteit van de inwoners  van deze soms eeuwenoude democratische republieken in het hart van Europa.

(Source: Häfelin, W. Haller, H. Keller, D. Thurnherr, Schweizerisches Bundesstaatsrecht, Basel 2020; www.admin.ch).

Suchard de eerste chocolademultinational

Suchard in de vallei van Serrières  (een wijk van de stad Neuchâtel) is een industriële plek van honderdvijftig jaar industriële architectuur van het beroemde  chocolademerk.

Boudry. Geboortehuis Suchard

Philippe Suchard (1797-1884) was een van de pioniers van de chocolade-industrie in Zwitserland. Hij werkte aanvankelijk in de koffiezaak van zijn broer, maar vertrok in 1824 naar Amerika. Daar deed hij zijn inspiratie op voor zijn carrière in de chocolade industrie.

In 1824 opende hij zijn eerste chocoladezaak „Chocolat Suchard‘ in Neuchâtel. Kort daarop opende hij zijn eerste fabriek. Door zijn productie en recepten groeide het bedrijf snel. Hij specialiseerde zich in de confiserie.

Philippe Suchard, Serrières

Zijn grote doorbraak kwam in 1842 door een grote opdracht van de Koning van Pruisen Frederik Willem IV  (1795-1861). Het kanton Neuchâtel was in 1815 weliswaar tot de Confederatie toegetreden, maar de Koning van Pruissen zou tot 1857 prins van Neuchâtel blijven.

De Suchard Chocolade fabriek (Chocolat Suchard) in Serrières aan de voet van het oude Romeinse badhuis. Opgravingen in 1908.

Chocolade was in deze tijd nog een luxeproduct en de faam van Suchard had het Hof in Berlijn bereikt. De Koning zelf liet zich nooit zien in zijn prinsdom, maar de chocolade van zijn onderdanen wilde hij wel kopen.

Als koninklijke hofleverancier was zijn internationale naam gevestigd en in 1905 openden zijn opvolgers zaken in Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk en was de eerste Zwitserse chocolade multinational geboren.

Sinds 1989 wordt er geen chocolade meer geproduceerd in Serrières en in 1996 heeft Suchard de locatie voorgoed verlaten, met achterlating van een naam, een merk, een woonwijk en en rijk industrieel erfgoed.

Zoals andere andere (Zwitserse) industriëlen in deze periode (het (Tsjechische) Batadorp is een voorbeeld in Nederland) bouwde hij woonhuizen en andere faciliteiten voor zijn arbeiders.

De Cité Suchard, Serrières

(Bron en verdere informatie : Claire Piquet, Un parfum de chocolat, sur les traces de Suchard à Neuchâtel, Neuchâtel, 2022; www.neuchatelville.ch).

De fraaie en voor die tijd opmerkelijke advertentieposters van Suchard zijn te bewonderen in het Musée d’art et d’histoire de Neuchâtel.

De Grondwet van de kantons

De 26 kantons hebben in het Zwitserse staatsbestel een (politiek) machtige en bijzondere plaats. In Europees perspectief zijn het zelfs unieke eeuwenoude constructies. Deze bijdrage bespreekt de Grondwet van de kantons.

De grote politicus en ondernemer Alfred Escher (1819-1882) verwoordde in 1848 wat tegenwoordig nog steeds het fundament is van het federale en democratische systeem:

Der schöne Baum unseres neuen Bundes, der seine schützenden Zweige über das ganze Vaterland ausbreitet, hat zu seinen Wurzeln die Kantone. Würden wir diese Wurzeln verkümmern und absterben lassen, so wäre damit auch dem Baum der sichere Untergang bereitet. Die Kantone sind die Säulen, auf denen das ganze Bundesgebäude ruht” (J. Jung, Alfred Eschers Thronreden, Zürich 2021).

Inleiding

De kantons en de (kiesgerechtigde) burgers (das Schweizervolk, le peuple suisse) zijn de stichters van de Confederatie (Eidgenossenschaft/ la Confédération) en de federale Grondwet (FG). Deze Grondwet geeft de federale overheid (der Bund of la Fédération) en de kantons (en gemeentes) een eigen plaats.

De relatie federale overheid-kantons komt uitgebreid aan de orde in de FG. Het principe staat in artikel 3 FG: de kantons zijn soeverein, tenzij de bevoegdheden aan de federale overheid zijn overgedragen. Overigens heeft deze soevereiniteit alleen betrekking op de relatie met de federale overheid. Er is geen soevereiniteit in de betekenis van het internationale publiek recht.

De FG heeft veel artikelen die de relatie federale overheid en kantons tot onderwerp hebben, onder andere de suprematie van federale wetten, maar implementatie door de kantons, mede- en samenwerking tussen federale overheid en kantons, de kantons als organen (bijvoorbeeld de Raad van Staten) van de federale overheid, de territoriale onschendbaarheid van de kantons en de rol van het Volk en andere onderwerpen).

Art. 51 FG. eist dat ieder kanton een democratische Grondwet heeft die voldoet aan de voorwaarden van de FG  (en internationale verdragen).

De kantonale Grondwet

Alle kantons hebben een Grondwet. Voor iedere aanpassing is de goedkeuring van het federale parlement én de stemgerechtigde burgers van het desbetreffende kantons verplicht (obligatorisches Referendum (referendum obligatoire). Bovendien kan de federale rechter (Bundesgericht/tribunal fédéral) in bepaalde gevallen toetsen aan de federale Grondwet.

Voor het overige zijn de kantons vrij in het opstellen van de Grondwet (Verfassungsautonomie) en het inrichten van de overheid, de rechterlijke-, wetgevende- en uitvoerende macht, burgerschap en stemrecht en het creëren en inrichten van gemeentes, districten en andere publiekrechterijke organisaties. Dit is een centraal element van het Zwitserse federalisme.

Bovendien zijn de kantons soeverein in het vaststellen en de financiering van hun begroting (Finanzautonomie). De kantons heffen de directe en de indirecte belastingen (voor zover niet overgedragen aan het federale niveau) ter financiering van hun taken en bevoegdheden. Dit is ook een belangrijk aspect van het federalisme.

Deze soevereiniteit neemt niet weg dat de federale overheid kantons financieel kan ondersteunen en er kantons van nettobetalers en kantons van netto-ontvangers zijn.

Republiek, Staat, Stand, Lid

Het bijzondere constitutionele en politieke karakter van de kantons blijkt ook uit de eerste artikelen van hun Grondwet. De meeste kantons fixeren de duale functie van (soevereine) staat en stand (van de Schweizerische Eidgenossenschaft, la Confédération suisse), soevereine republiek en kanton.

De bewoordingen lopen uiteen. De grote lijnen zijn echter: “ ein freiheitlicher, demokratischer und sozialer Rechtsstaat”, “ein Stand der Schweizerischen Eidgenossenschaft”, “Une République et l’un des Etats de la Confédéderation suisse”, “ein souveräner Stand”, “ein souveränes Bundesmitglied”, “eine demokratische Republik” of, bijvoorbeeld, “un canton souverain de la Confédération suisse”.

De teksten benadrukken de meervoudige functies van de kantons: als autonoom of zelfstandig lid van de Schweizerische Eidgenossenschaft, mee- en samenwerkend op veel gebieden of een orgaan (bijvoorbeeld de Ständerat/Conseil d’Etats) van de federale overheid op andere terreinen.

De (stemgerechtigde) burgers

De (stemgerechtigde) burgers, (das Volk, le Peuple), zijn het belangrijkste orgaan van iedere Grondwet. De burger heeft door de directe democratie altijd (verplicht referendum) of op eigen initiatief (diverse types facultatieve referenda) het laatste woord.

Bovendien kan ook op kantonaal niveau de Grondwet door een Volksinitiatief aangepast worden. De kantons regelen met inachtneming van de federale wet het stemrecht en burgerschap.

Scheiding der machten

De organen van het kanton moeten voldoen aan de Trias Politica of scheiding der machten. Dit staat expliciet in de meeste Grondwetten en geldt in andere gevallen impliciet. De FG stelt deze eis ook (impliciet).

Parlement

De wetgevende macht, het parlement, wordt direct door de burgers gekozen. De kantons zijn meestal in kiesdistricten opgedeeld.

Er bestaan twee kiessystemen: proportionele vertegenwoordiging (Proporzsystem) of evenredige vertegenwoordiging (aantal zetels op basis van op een partij uitgebrachte stemmen) en absolute meerderheid per kandidaat (Majorzsystem).

De kiessystemen en de rol van de hoogste federale rechter (Bundesgericht/Conseil fédéral) komen in de volgende bijdrage aan de orde.

Milizsystem

Het parlement heeft officieel alleen (onbetaalde) politici in deeltijd (Milizsystem). Wel zijn er (on) kostenvergoedingen. De laatste decennia is er echter sprake van meer (feitelijke) beroepspolitici. Het aantal zetels verschilt per kanton. Het functioneren en de bevoegdheden zijn door de Grondwet geregeld.

Regering

De uitvoerende macht, de regering, wordt ook direct gekozen door de burgers. Dit is uniek in Europa. Het kanton geldt als één kiesdistrict. Er wordt gekozen volgens de absolute meerderheid per kandidaat. alleen Tessin kent een proportioneel systeem.

De regering telt per kanton tussen de 5 en 7 leden. Evenals de federale regering is de kantonale regering gebaseerd op het Collegialiteitsprincipe (Kollegialprinzip).

De leden spreken naar buiten met één stem. In grote lijnen is de regering in de praktijk een afspiegeling van de zetelverdeling in het parlement.

Het systeem van de absolute meerderheid per kandidaat schept een directe band tussen kiezers en regering. Persoonlijkheden en niet (hun) partijen hebben de prominente rol.

Deze tweedeling van evenredige vertegenwoordiging (Proporzsystem)in het parlement en absolute meerderheid (Majorzsystem)in de regering wordt soms ook wel het ‘Schweizer Wunderwaffe genoemd‘ en niet geheel ten onrechte.

Rechterlijke macht

De Grondwet regelt ook de rechterlijke macht, die, op basis van de federale Grondwet, onafhankelijk moet zijn.

De kantons organiseren hun straf-, civiel- administratief rechtbanken in twee instanties (eerste instantie en hoger beroep). Gemeentes hebben geen rechterlijke instanties. De federale wetgeving geeft wel de procedures en voorwaarden gedetailleerd aan.

De rechters worden door het Volk en in sommige gevallen door parlement en beroepsrechters gekozen voor een bepaalde tijd (4,6 of 10 jaar).

Het Bundesgericht, Conseil fédéral, de hoogste rechter, met zetels in Lausanne, Bellinzona en St. Gallen is de hoogste (beroeps) rechter van de kantonale instanties. Deze rechter toetst bovendien in sommige gevallen de kantonale Grondwet aan de federale Grondwet.

Overigens is de vertegenwoordiging van de kantons in de Raad van Staten (Ständerat/Conseil d’Etats) een orgaan van de federale overheid (zie hierboven) en niet van het kanton. Wel kiezen de burgers per kanton hun afvaardiging voor deze medewetgever. Dit is een ander fundamenteel aspect van het federalisme.

Dubbel ja’

Bij een verplicht referendum of een volksinitiatief op nationaal niveau is een ‘Doppeltes Ja’ voor een positief resultaat noodzakelijk. Een absolute meerderheid op landelijk niveau én een meerderheid van de kantons (Ständemehr) op basis van de uitslag van de stemming per kanton zijn vereist.

Historische ontwikkeling en conclusie

De belangrijk rol van de Grondwet van de kantons blijkt ook uit hun historische ontwikkeling, in het bijzonder na 1815, en hun invloed op de federale Grondwet in 1848, 1874 en 1891 en de invoering van directe democratie.

Dit tijdvak kent een Restauratie (Restauration) 1815-1830, een terugkeer naar de oude Grondwetten en kantons van voor 1798, de periode van nieuwe dynamiek (1830-1845), ook wel de regeneratie (Regeneration) genoemd,  de democratische beweging in de kantons, onder andere voor directe democratie  na 1848.

De kantons hebben diverse toepassingen van directe democatie in hun grondwet opgenomen, daarna volgde de FG in 1874 en 1891. Alleen het verplichte referendum bij wijziging van de FG was in 1848 al op nationaal niveau ingevoerd.

De kantonale Grondwet heeft vooral na 1945 aan betekenis ingeboet, omdat steeds meer bevoegdheden zijn overgedragen naar de federatie.

Het Haus der Kantone/Maison des Cantons in Bern, het interkantonale overleg, interkantonale verdragen en interkantonaal recht en zelfs internationale verdragen van kantons tonen dat de kantons nog springlevend zijn.

Ook is er (nog steeds) een relatief grote betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en burgers, bijvoorbeeld bij kantonale en nationale referenda.

Recente referenda zijn onlangs bijvoorbeeld op landelijk niveau aangenomen door een meerderheid van stemmers, maar door het ontbreken van een meerderheid van kantons (Ständemehr) toch afgewezen.

(Bron: A. Auer, Staatsrecht der Schweizerischen Kantone, Bern, 2016).

Foto: Les 26 Cantons Suisses (jeretiens.net)

Romeinse wegen en bruggen in Zwitserland

De Romeinse wegen- en bruggenbouwers waren bekwaam en veelzijdig. Hun constructie van wegen en bruggen was goed doordacht en optimaal aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. Hun technische capaciteiten en opmetingen verbazen nog steeds. Veel moderne Europese bruggen en wegen verkeren na 80 jaar al in een slechtere staat!

De wegen werden, indien mogelijk, in een rechte lijn aangelegd en liepen langs hellingen en rivieroevers, door valleien, bergen en bergpassen. Bovendien maakten meren, rivieren en vlak land het mogelijk om veel wegen met elkaar te verbinden. Solide bruggen maakten het oversteken van (brede) rivieren mogelijk. Diverse bruggen staan er na 2000 jaar nog steeds.

Het oversteken van de Alpen was ook geen probleem. Zwitserland en Zuid-Tirol waren geen obstakels maar onmisbare assen – de belangrijkste en meest gebruikte verkeerswegen van zuid naar noord Europa ontwikkelden zich in dit Alpengebied. Het traject van de Via Claudia Augusta, die Italië met Augsburg (Augusta Vindelicum in de Provincia Raetia (secunda) verbond, is nog steeds in gebruik.

De Brennerpas en de Reschenpas in Zuid-Tirol, de Grote Sint-Bernardpas en Kleine Sint-Bernardpas in Wallis, en de Julierpas, Septimerpas, Malojapas en Ofenpas in Raetia (prima) in het huidige Graubünden waren in de Romeinse tijd de belangrijkste bergpassen in deze regio.

De Von Wattenwyl Gesprekken

Het eerste “Von Wattenwyl-gesprek” tussen de leiders van de regeringspartijen in het parlement en de nationale regering (Bunderat/Conseil fédéral) vindt dit jaar plaats op vrijdag 3 februari 2023 in het Beatrice von Wattenwyl-huis in Bern. De “Von Wattenwyl-gesprekken” zijn sinds 1970 een begrip.

De gesprekken gaan deze keer over buitenlands beleid en veiligheid, de economische situatie, energie, de relatie met de Europese Unie, migratie en de federale financiën.

Het Von Wattenwyl-gesprek vindt vier keer per jaar plaats over actuele onderwerpen. Deze gesprekken zijn in 1959 gestart om het zoeken naar consensusoplossingen in het concordantiesysteem (Konkordanzsystem/ système de concordance) te vergemakkelijken.

Het doel is met de vier partijen van de regering haalbare consensusoplossingen uit te werken sinds 1959 de “toverformule” (Zauberformel/ formule magique) in de samenstelling van de nationale regering bestaat.

Vanwege de directe democratie is een haalbaar compromis altijd een voorwaarde bij de totstandkoming en het verkondigen van besluiten van de federale regering.

Het huis Beatrice von Wattenwyl ligt in het historische centrum van Bern. Het is gebouwd in in 1446. Emanuel von Wattenwyl (1863-1934) schonk 1934 deze patriciërswoning aan de Zwitserse Confederatie namens zijn vrouw Beatrice, die vijf jaar eerder was overleden.

(Bron en verdere informatie: www.admin.ch)

Bourbaki in Verrières en Luzern

Op 1 februari 1871 sloten de Franse generaal  Justin  Clinchard (1820-1881) en zijn Zwitserse collega Hans Herzog (1819-1894) in de grensplaats Les Verrières (kanton Neuchâtel) de overeenkomst over de grensoverschrijding van het uitgeputte en verslagen Franse leger van 90 000 man met hun  paarden en karren (zie ook het Bourbaki Panorama in Luzern).

Het neutrale Zwitserland verklaarde zich bereid het leger onderdak te bieden op voorwaarde van ontwapening en  repatriëring naar Frankrijk.

Het Franse leger had op 28 januari 1871 gecapituleerd. De Franse keizer Napoleon III (1808-1873) was al op 2 september 1870 bij Sedan gevangen genomen, nadat hij  op 19 juni 1870 in een vlaag van overmoed of op basis van onjuiste adviezen Pruissen de oorlog verklaard.

Detail Bourbaki Panorama Luzern

Het Oost-Franse leger was echter geen deel van de capitulatieovereenkomst, maar moest voor de Duitse overmacht in de vrieskou en sneeuw van de Jurapassen naar Zwitserland vluchtten.

De Zwitserse bankier Henry Dunant (1827-1910) had in  1863 in  Genève het Rode Kruis opgericht. De opvang van het Franse leger en de duizenden gewonde en ondervoede soldaten was zijn eerste grote actie.

Op het Bourbaki Panorama in Luzern van Edouard Catres (1838-1902) is het Rode Kruis voor het eerst in actie te zien. Het passeren van de grens is afgebeeld op het panorama van 10 x 112 m (oorspronkelijk 14 x 112 m) uit 1881. Henri Dunant was ook van de partij, in Les Verrières en op het panorama in Luzern.

Panoramaschilderijen, als vorm van massamedia, worden tegenwoordig beschouwd als de voorlopers van cinema en als inspiratiebron voor hedendaagse mediale trends en digitale verhalen.

Er was grote solidariteit in Zwitserland en de tienduizenden soldaten en (onder) officieren kregen onderdak in alle in de winter bereikbare kantons. Deze enorme logistieke operatie (voeding, medische verzorging, onderdak) verliep zeer efficiënt  en binnen enkele maanden begon de repatriëring.

Voor een  dorp als Les Verrières en de jonge Zwitserse Confederatie (1848) was het een eerste humanitaire actie voor de Franse buurman. Bazel had de inwoners van Straatsburg al enorm gesteund in september en oktober 1870 bij het beleg door het Pruisische leger. Het monument op het plein voor het station van de SBB herinnert hieraan.

De Franse generaal Charles-Denis Bourbaki (1816-1897) maakte de grensoverschrijding op 1 februari niet mee. Als generaal van het verslagen leger had hij eind januari een mislukte zelfmoordpoging gedaan. Wel bleef zijn naam mede door het Bourbaki-Panorama aan deze gebeurtenis verbonden.

Ook de muurschildering uit 2014 in Les Verrières draagt deze naam. De generaal staat samen met de generaals Herzog en Clinchard afgebeeld samen met het Rode Kruis, de  Geneefse Conventie en de Zwitserse ‘deugden’ neutralité, humanité en hospitalité.

Het Bourbaki-pad in Les Verrières toont de route van  het Franse leger, het huis van het sluiten van de overeenkomst op 1 februari en de nasleep van deze gebeurtenis.

(bron en verdere informatie: www.bourbaki-verrieres.ch; www.bourbakipanorama.ch).

Bazel, Straatsburg Monument bij  het SBB station, als dank en erkentelijkheid van burgers van Straatsburg voor de humanitaire steun van Bazel tijdens de belegering van Straatsburg in september 1870

Les Verrières

De laatste Habsburger in Bazel

Eugen Ferdinand Pius Bernhard Felix Maria, de Erzherzog Von Habsburg (1863-1954) woonde van 1919 tot 23 mei 1934 in een suite in Hotel Les Trois Rois in Bazel. Hij was neef van Karl von Habsburg (1887-1922), de  laatste keizer van het Habsburgse Rijk. Beiden moesten na de verloren Eerste Wereldoorlog (1914-1918) in 1919 de nieuwe Oostenrijkse Republiek verlaten en gingen naar het neutrale Zwitserland.

Keizer Wilhelm II (1859-1941) van het in november 1918 ten onder gegane Duitse Rijk zocht en vond zijn toevluchtsoord in het tijdens de Eerste Wereldoorlog  eveneens neutrale Nederland.

De Duitse keizer verbleef tot aan  zijn dood in Huis Doorn en leidde een teruggetrokken leven. De laatste Habsburgse keizer ondernam echter twee mislukte pogingen om weer koning te worden van Hongarije.

De Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije was in 1918 ontbonden. De afgezette keizer was echter formeel nog wel koning van Hongarije. De geallieerden, de winnaars van de oorlog, zonden hem en zijn echtgenote na de tweede couppoging naar Madeira, waar hij in 1922 overleed.

Eugen, in de Basler volksmond “Der Erzi” genoemd, koos een andere weg dan deze twee keizers. Hij was niet politiek actief en een graag geziene verschijning in Bazel. Hij was een prominent lid van de streng katholieke Duitse Orde (Deutschritter- Orde) en derhalve, verplicht, vrijgezel.

De keuze voor Bazel vloeide enerzijds voort uit persoonlijke contacten, anderzijds uit de neutrale status van het land en de Duitse taal. Bovendien lag Bazel midden in Europa en was het een ideale plaats voor familiebijeenkomsten voor de Habsburgse ballingen.

Aartshertog of niet, hij moest zich gewoon melden bij de vreemdelingenpolitie:

“Dass er sich speziell in Basel aufhält, erklärt sich daraus, dass er ein grosser Freund der Wissenschaften, namentlich der Geschichte und auch der Musik ist, also von zwei Gebieten, auf welchen Basel viel zu bieten vermag. Er verbringt dann auch einen guten Teil seiner Zeit im Basler Staatsarchiv”.

(Erzherzog Eugen von Habsburg-Lothringen, Begleiterin Zoe Schildenfeld, Kammerdienaar Richard Schönwalder, Aufenthaltsort: Hotel Drei Könige. Grund der Aufenthaltsbewilligung: wissenschaftliche und historische Studien (Fremdenpolizei des Kantons Basel-Stadt, 1920, Staatsarchiv Basel-Stadt, Sig. PD-REG 3a 27649)

Hotel Les Trois Rois

Les Trois Rois was dan ook het oord van vele familiebijeenkomsten, waarbij onder anderen Otto von Habsburg (1912-2011), de zoon van het laatste keizerspaar, en Maria Christina von Österreich (1858-1929), Eugen’s zus en Koningin van Spanje, aan deel namen. Het eeuwenoude hotel ( de oorspronkelijk naam was Drei Könige) kreeg weer een vleugje royalty.

Als de ware monarch bewoog Eugen zich niet alleen in de Basler High Society, de “ Daig” (de dijk, genoemd in de volksmond naar de wijk St. Alban), maar tussen alle inwoners. De zeker voor die tijd en voor Zwitserland boomlange Eugen (ruim 1.93) was dan ook niet te overzien.

Hij reisde met de tram, hij was aanspreekbaar voor voorbijgangers, marktkooplieden of arbeiders, at geregeld buiten zijn hotel en was een trouwe bezoeker van de Fasnacht en de Morgestraich om 04.00 maandagmorgen bij de St. Martinskirche. In het Calvinistische Bazel maakte en had de gelovige katholiek veel vrienden en een rijk cultureel en sociaal leven.

De celibatair had in deze periode ook een trouwe metgezel, de schrijfster Zoe von Schildenfeld (1890-1981). Aan haar in 1963 in Innsbruck verschenen boek “Erzherzog Eugen, 1863-1963: ein Gedenkbuch” is de informatie en details over zijn tijd in Bazel te danken.

Dan wordt het echter 1933. In Duitsland kwamen de Nationaal-Socialisten aan de macht. De situatie in Oostenrijk wordt steeds instabieler. In 1934 grijpt Engelbert Dolfuss (1892-1934) de macht en vestigt een autoritair-katholiek regime.

Eugen krijgt toestemming terug te keren naar Oostenrijk. Op 23 mei 1934 vertrekt zijn trein (hij reisde tweede klas!) naar Wenen, uitgeleide gedaan door een bekende Fasnacht-clique met piccolo’s en tamboerijnen. De hoogste eer voor een buitenlander.

De reden voor zijn vertrek was onder andere zijn zorg over het opkomende Nazisme. Hij was een uitgesproken tegenstander van dit regime in Duitsland en vreesde voor de toekomst van Oostenrijk. Als prominente Oostenrijkse burger wendde hij, tevergeefs, zijn invloed aan het tij te keren.

De Gestapo arresteerde hem na de Anschluss (maart 1938) en plaatste hem onder huisarrest. Zijn status beschermde hem  voor erger. Na de oorlog vestigde hij zich in Merano (Italië’, tot 1919 het Oostenrijkse Zuid Tirol).

In deze regio voerde hij als veldmaarschalk het bevel over de keizerlijke troepen. Hij bezocht na Bazel regelmatig. Hotel Les Trois Rois, de “Daig” en de inwoners verwelkomden hun gast altijd hartelijk.

De cirkel was dan ook bijna rond. In de dertiende eeuw wilden de opkomende Habsburgers Bazel de belangrijkste residentie  maken van hun ontluikende imperium. De burgerij dacht er echter anders over en wilde de (financiële) last en militaire aanwezigheid van een keizerlijke residentie juist niet.

De stad was in feite, achteraf gezien, al op weg een republikeins kanton te worden en ook in andere delen van de latere Eidgenossenschaft was er verzet tegen de Habsburgse heersers. Het vervolg, inclusief de nederlagen van Habsburg in 1315, 1386, 1415, 1460 en 1499, is bekend. Bazel werd in 1501 lid van de Eidgenossenschaft. De Reformatie verdreef de prins-bisschop en zijn adellijke gevolg vanaf 1527.

Habsburg en hun heersers speelden vanaf deze jaren geen politieke rol meer in Bazel en bezochten de stad niet meer, tot juni 1919.

Bron: Zoe von Schildenfeld (1890-1981), Erzherzog Eugen, 1863-1954: ein Gedenkbuch, Innsbruck, 1963

De federale regering

Dit artikel is een sterk vereenvoudigde samenvatting van de samenstelling van de regering op federaal niveau. In volgende bijdragen komen het functioneren van het wetgevings- en besluitvormingsproces en de werkwijze van de regering aan de orde (Art. 174-179 Grondwet).

Organisatie

De federale  regering (Bundesrat, Conseil fédéral, Consiglio federale, Cussegl federal) bestaat uit zeven bondsraden (Bundesräte/Bundesrätinnen) of ministers, zoals vastgelegd in de Grondwet van 1848.

De bondskanselarij (Bundeskanzlei, Chancellerie fédérale, Cancelleria federale, Chanzlia federala) ondersteunt de regering en wordt geleid door een kanselier.

De regering en de kanselier worden door de Verenigde Vergadering van beide kamers na de verkiezingen voor een periode van vier jaar gekozen. Tot zover wijkt de regering niet fundamenteel af van andere democratieën.

Schijn bedriegt echter. In vele opzichten verschilt deze regering wezenlijk van andere klassieke parlementaire of presidentiële systemen.

Een uitzonderlijk systeem

In de eerste plaats is het aantal ministers en ministeries in de Grondwet vastgelegd. Dit aantal is sinds 1848 onveranderd, niet meer, en niet minder.

Wel is, uiteraard, het aantal taken per ministerie met name sinds 1945 enorm toegenomen. Dit komt in een volgend artikel aan de orde. De zeven ministers leiden ieder een departement (ministerie): Departement für auswärtige Angelegenheiten, Departement des  Innern, Justiz- und Polizeidepartement, Finanzdepartment, Departement für Verteidigung, Bevölkerungsschutz und Sport, Departement für Wirtschaft, Bildung und Forschung und Departement für Umwelt, Verkehr, Energie und Kommunikation.

Taken

Veel belangrijke onderwerpen worden (uitsluitend of grotendeels) door de kantons en gemeentes geregeld, zoals sociale wetgeving, onderwijs, ziekenzorg en belastinginning.

De grondwet zegt nadrukkelijk dat de federale overheid uitsluitend taken heeft, die niet onder de kantons of gemeentes vallen. De centrale federale administratie telt dan ook maar rond de 40 000 ambtenaren op een bevolking van ruim acht miljoen inwoners.

Functioneren

Een tweede opvallende aspect is dat de regering of individuele ministers niet door het parlement afgezet kunnen worden. Aan de andere kant kan  de regering geen vervroegde verkiezingen uitschrijven en het parlement ontbinden. Het klassieke onderscheid tussen regering en oppositie bestaat eigenlijk niet.

Sterker nog, door de directe democratie kunnen leden van regeringspartijen zelf in de oppositie gaan. Uiteraard bestaat wel het principe dat iedere federale wetgeving of besluit de toestemming moet hebben van de beide kamers van het parlement en, eventueel, van  het volk (de zogenaamde directe democratie, zie voorgaande artikelen). Een ander opvallend kenmerk is collegialiteit.

Collegialiteit

De regering spreekt, in theorie, naar buiten met één stem. Onderlinge verschillen zijn er wel, ook in verband met de verschillende ministeries en politieke voorkeur, maar horen niet naar buiten te komen (Kollegialprinzip). Meestal duurt het overleg zo lang tot er overeenstemming is tussen de leden van de regering. De consensus is om deze reden een ander belangrijk kenmerk.

De gelijkstelling van alle leden van de regering komt ook tot uiting door het ontbreken van een premier of eerste minister. Alle leden zijn gelijkgerechtigd en gelijkwaardig.

Het (staats) hoofd (Bundespräsident(in), Président(e), President(e), President(a)) wordt jaarlijks door de beide kamers van het parlement gekozen uit de zeven bondsraden voor de periode van maximaal één jaar, de primus/prima inter pares.

De enige ongelijkwaardigheid is protocollair van aard. In de regeringszaal of bij officiële bijeenkomsten/foto’s zit de president (e) in het midden, rechts geflankeerd door de vice-(president(e) en daarna in volgorde van anciënniteit.

Concordance systeem en Toverformule

Ook de samenstelling van de regering is opmerkelijk en er is zelfs sprake van een wereldrecord. Sinds 1848 is de Vrijzinnig-Democratische Partij (FDP) onafgebroken lid van de regering, tot 1891 zelfs als enige partij.

Vanwege het systeem van absolute meerderheid per kiesdistrict  (het Majorzsystem) had deze partij lang de absolute meerderheid in het parlement, dat op basis van algemeen kiesrecht voor mannen werd gekozen.

Bovendien bestonden tot 1880 nog geen andere moderne partijen. Daarna ontwikkelden zich de Katholiek-Conservatieve (CVP, tegenwoordig Mitte),  de Sociaal-Democratische (tegenwoordig de SP) en de Boeren-, Ondernemers- en Burgerpartij , de BGB (Tegenwoordig de SVP).

Met name door de directe democratie en de invoering van het facultatieve referendum in 1874 en het Volksinitiatief in 1891 dwongen referenda de FDP macht en een minister van de CVP in 1891 toe te laten.

Het Volksinitiatief leidde in 1919 ook tot het proportionele kiessysteem (Proporzsystem) voor het parlement op basis van algemene verkiezingen, overigens alleen voor mannen.  Spoedig daarna, in 1919, kwam er dan ook een tweede minister van de CVP,  in 1929 een minister van de BGB en in 1943 en 1951 twee ministers van de SP.

Hieruit hebben zich het Konkordanzsystem en de Zauberformel ontwikkeld. De regering bestaat uit een vaste verdeling van de grootste vier partijen: FDP, SP, CVP ieder twee ministers en de SVP een minister.

Na 2003 veranderde dit in twee zetels voor de SVP en een zetel voor de CVP, een aardverschuiving voor Zwitserse begrippen. Grote verkiezingswinsten en gewonnen referenda van de SVP lagen ten grondslag aan deze verandering.

Nieuwkomers met (veel) succes, zoals sinds ongeveer tien jaar de Groene Partijen, komen op basis van het aantal zetels in het parlement niet vanzelfsprekend in de regering. Daarvoor zijn meerdere opeenvolgende verkiezingssuccessen  voor nodig.

In het meertalige en  multiculturele Zwitserland vindt de verdeling van de ministeries plaats op basis van taal, kanton en tegenwoordig geslacht. De huidige samenstelling is vier Duitstalige, twee Franstalige en een Italiaanstalige minister.

Conclusie

Dit systeem heeft ook zijn gebreken en aanpassingsbehoefte, maar het waarborgt stabiliteit, het voorkomen van de waan de dag, de opkomst van de sterke man of vrouw en extremistische partijen en garandeert vooral het altijd zoeken naar het compromis en consensus, mede onder druk van de directe democratie en daardoor contact met burgers, ondernemers en alle maatschappelijke organisaties en geledingen.

(Bron en verdere informatie: A. Vattel, der Bundesrat, Zürich. 2021; G. Malinverni, M. Hottelier, M. Hertig Randall, A. Flückiger, Droit constitutionnel suisse, Volume I, L’Etat, Bern 2021; www.admin.ch).

Celerina, Rhätische Bahn en Cresta Palace Hotel

Celerina/ Schlarigna in het Retoromaans (kanton Graubünden, Oberengadin) verschijnt voor het eerst als “Ad Slatannum” in een document uit 1139 en verwijst naar de locatie: “bij de beek Schlattain”, waarbij Schlattain de beek uit het dal (Val) Saluver is.

In 1139 verwierf Konrad I van Bibberig, bisschop van Chur van 1123 tot 1144, het gebied van Zuoz tot Silvaplana. De bisschop liet een kelder (cellarium in het Latijn, schler in het Reto-Romaans, wat leidde tot het huidige Schlarigna en het Duitse Celerina) bouwen op wat nu het grondgebied van Celerina is. De kerk van San Gian  werd gebouwd rond 1300.

In 1538 werden de gemeenten Samedan, Bever, Celerina, Pontresina en andere gesticht. Vanaf die tijd was er de “gemeente Celerina”.

In 1631 vielen talrijke huizen ten prooi aan de vlammen. Het opschrift “gebouwd in (of na) 1631” is te zien op de vele met sgraffiti versierde gevels vanwege de herbouw!

Rond 1900 begonnen de werkzaamheden aan de spoorlijn van Thusis naar het eindpunt in Celerina. Er moesten 39 tunnels worden geboord en 55 bruggen en viaducten worden gebouwd over woeste kloven en woeste rivieren. De Albula-lijn reed voor het eerst in 1903, maar niet naar het mondaine St. Moritz, maar naar het rustige Celerina. Pas een jaar later was ook St. Moritz per spoor bereikbaar.

In 1906 begon de aanleg van nog een spoorlijn, deze keer niet door maar over de Alpen: de Bernina-lijn loopt van St. Moritz via Celerina naar de Berninapas en naar Tirano in Italië.

Olympische Bob Run St. Moritz-Celerina en de Cresta Run (skeletonbaan)

Celerina deelt met St. Moritz niet alleen het skigebied, maar ook de beroemde Olympische Bob Run St. Moritz-Celerina en de Cresta Run (skeletonbaan). De bestemming van beide ijsbanen, die in St. Moritz beginnen, is al meer dan 100 jaar Celerina.

Het prachtige Cresta Palace Hotel is geopend in 1906. Omdat veel Engelsen hun vakantie in het Engadin doorbrachten, waren faciliteiten voor paardenraces, tennis en golf een must. Er werden Engelse kampioenschappen gehouden, en in de winter waren er wedstrijden op de bobsleebaan en de Cresta Run. Wintersporten als skiën, rodelen, schaatsen en curling werden steeds populairder.

In 1912 werd een nieuw gebouw met nog eens 100 bedden in gebruik genomen. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veranderde de situatie dramatisch. De beurskrach in 1929, de daaropvolgende economische crisis en de Tweede Wereldoorlog (1939-1941) maakten een einde aan de opleving van het toerisme tot 1960.

In 1966 werd een nieuwe zaal met zwembad in gebruik genomen, in 1990 werd de keuken gerenoveerd, in 1998 is de authentieke Art Nouveau zaal onder handen genomen en in 2006 is het nieuwe wellness centrum geopend.

In 2022 schrijft het Cresta Palace weer geschiedenis en zet een nieuwe mijlpaal van deze hotellegende. In deze renovatie zijn ongeveer 40 kamers gerenoveerd en opnieuw ingericht in de geest van de esthetiek en elegantie van de Art Nouveau.

Bij de herinrichting van de kamers en suites is bijzondere aandacht besteed aan details en zijn karakteristieke elementen van Art Nouveau vertaald naar het moderne tijdperk met inachtneming van een moderne hotelkamer en – suite.

De sfeer en inrichting van de Belle Epoque zijn nog steeds aanwezig, kwaliteit is de norm en de natuur is nog net zo betoverend als 100 jaar geleden met de San Gian als trouwe wachter bij de ingang van het dorp.

Quelle: www.engadin.ch; das Cresta Palace Hotel

Galerie Turo Pedretti

 

Samedan, Toerisme, Politiek en Golf

Het dorp Samedan (kanton Graubünden, Oberengadin) wordt voor het eerst vermeld in 1139 naar aanleiding van de verkoop van land in Oberengadin door de graven van Gammertingen aan de bisschop van Chur.

De graven van Gammertingen, waarvan het thuisland ten noorden van de Donau in Zwaben lag, hadden destijds veel bezittingen het huidige Graubünden. Ze waren geen uitzondering. Als deel van het Heilige Roomse Rijk en de Duitse koningen en keizers waren ook andere Duitse geslachten aanwezig in het gebied van het huidige Zwitserland. De graven van Bregenz waren een ander machtig geslacht in deze periode.

Samedan werd een onafhankelijke gemeente in 1538. Op dit moment was Graubünden nog de Freistaat der Drei Bünde, die in 1524 was gesticht. Samedan maakte deel uit van de Gotteshausbund.

St.Peter Kirche met laatste rustplaats van de familie Von Planta

Samedan was ruim twee eeuwen verwikkeld in een concurrentiestrijd met Zuoz voor de belangrijkste plaats in Oberengadin. In de 19e eeuw werd Samedan erkend als hoofdstad van het Oberengadin. Sociaal en politiek speelden de familietakken von Salis en von Planta een belangrijke rol. St. Moritz was toen nog een boerendorp met een paar honderd inwoners.

Zij drukten niet alleen hun stempel op de geschiedenis van Graubünden, maar ook op die van Zwitserland in de 18e/19e eeuw. Hun rijkdom en macht zijn ook nu nog zichtbaar in de prachtige patriciërshuizen, ware stadspaleizen.

Grand Hotel Bernina

De Herz-Jesu-Kirche

De dorpskerk. Oorspronkelijk een Romaanse kerk uit de 13e eeuw. Herbouwde en uitgebreide laatbarokke kerk rond 1700.

De toren. 12e eeuw

Geschiedenis werd ook geschreven door de hoteliersfamilie Badrutt uit Samedan. Zij bouwde in St. Moritz een hotelimperium vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw.

Het legendarische Badrutt’s Palace is nog steeds prominent aanwezig. Naar alle waarschijnlijkheid is in dit hotel in Zwitserland voor het eerst bridge in de jaren 1920. In ieder geval vond Europa’s oudste particuliere internationale bridgetoernooi mede in dit hotel plaats vanaf 1941.

Samedan werd ook een belangrijke toeristische trekpleister. In 1893 werd hier de oudste golfbaan van Zwitserland geopend. In 1903 kwam de eerste trein uit Chur in Samedan aan met de beroemde Räthische Bahn. Het toerisme floreerde, tot 1914.

Bron en verdere informatie: www.engadin.ch

Paracelsus (1493-1541), muurschildering in Samedan.