Waterrad Neumühle, Waldhalden en Latijnse muntunie

Wie nietsvermoedend aan de oever van de Zürichsee een wandeling begint van Wädenswil (kanton Zürich) via het Moorgebied en het morenenlandschap naar Richterswil, komt een paar Europese en Zwitserse primeurs tegen.

Wädenswil aan de Zürichsee

Het dorp is eeuwenlang eigendom geweest van de Freiherren van Wädenswil. Zürich verwierf het dorp in 1548, nadat het dorp in 1529, in navolging van Zürich, was overgegaan tot het Protestante geloof.

Van harte ging het allemaal niet in de eeuwen daarna. De Stadt-Landgraben is niets nieuws, maar bestond eeuwen geleden ook al, in Bazel, Zürich, Luzern en bijvoorbeeld in Bern. Er waren diverse (gewapende) opstanden. Alleen het kanton Basel-Landschaft bereikte in 1833 echter zijn doel: de onafhankelijkheid.

De burgers van Wädenswil verzetten zich onder andere in 1645 tegen het bestuur van Zürich en betaalden geen belasting meer. Dit sudderde door tot 1789 toen het verzet, onder invloed van de Franse Revolutie, steeds heftiger werd. Na de Franse bezetting van de oude Confederatie en het kanton Zürich in 1798 kwam ook een einde aan de overheersing door de stad.

Na de kortstondige Helvetische Republiek (1798-1803) en het herstellen van de dertien oude kantons en de creatie van zes nieuwe kantons in 1803  (de Confederatie door de (Franse) mediationsakte) verwoestten de burgers van het dorp het kasteel, het symbool van het gehate bestuur door Zürich.

Het dorp herbouwde het kasteel na de totstandkoming van de nieuwe Confederatie van 22 kantons (door het Bundesvertrag) in 1815. Daarna begon ook in dit dorp de industriële ontwikkeling met in 1875 aansluiting bij het spoorwegnetwerk. Tot zover past het dorp in het historische plaatje van Zwitserland.

De waterkrachtcentrale Waldhalden

De waterkrachtcentrale Waldhalden (onder) 

Na het passeren van de eerste ven (de Flachmoor) openbaart zich de eerste bijzonderheid. De waterkrachtcentrale (Kraftwerk) Waldhalden uit 1895 was toentertijd het grootste elektriciteitsnetwerk van het land. Het water van de rivier Sihl werd over een lengte van 2.2 kilometer omgeleid naar de Teufenbachweiher.

Vanuit dit meertje werd (en wordt) het water door een buis met 72 watervallen naar de turbinen en generatoren Waldhalden geleid om weer in de Sihl uit te komen. Het systeem functioneert nog steeds en is in 2009-2013 gerenoveerd.

De Neumühle bij Wollerau

Het huisje van het molenrad de Neumühle rond 1900 (boven) en 2010 (onder)

Een paar kilometer verder staat bij het dorp Wollerau het grootste molenwaterrad (de Neumühle) van Europa. De molen, tot 1854 Lölismühle genaamd, was onderdeel van het molensysteem aan de Krebsbach.

Het rad heeft een doorsnede van 8.64 meter en is nog steeds in gebruik voor de lokale energieproductie.  De molen bestond al in de middeleeuwen. De Krebsbach ontspringt in de Hüttersee en mondt uit in de Zürichsee en was een levensader voor handwerkslieden, molenaars, smederijen en andere bedrijven in de regio.

Restaurant-herberg Sternensee en de Sternensee

De Latijnse Muntunie met Zwitserland

Onderweg naar Richterswil en het passeren van meren en de eeuwenoude herberg Sternensee, gelegen aan de Sternensee, wacht een tweede primeur, dit keer van Zwitserse en Europese orde. Richterswil was de geboorte- en woonplaats van Paul Burkhard (1888-1964), de ontwerper van de beroemde vijf Frankenmunt, de Alphirte (en niet Wilhelm Tell!)

In 1865 sloten Frankrijk, België, Italië en Zwitserland een muntverdrag, een soort voorloper van de euro. Deze “Latijnse Muntunie” bevatte gedetailleerde voorschriften inzake gewicht, fijnheid, vorm en koers van gouden en zilveren munten, alsmede quota voor het slaan van munten voor de afzonderlijke landen in relatie met de bevolking. Als tegenprestatie werden de betrokken muntsoorten in het gehele gebied van de Muntunie tegen nominale waarde aanvaard.

De Zwitserse regering beschouwde het als een eerste stap naar de verwezenlijking van het idee van een Europees muntstelsel. Later is ook Griekenland tot het verdrag toegetreden. De samenstelling van de gouden en zilveren munten die in Zwitserland in omloop waren, was dienovereenkomstig internationaal. Het aandeel van de Zwitserse 5 frank munten in deze ‘Latijnse muntzone’ schommelde tussen 1885 en 1920 tussen 2 en 7 %.

Door devaluatie den waardevermindering ontstond al vrij snel een steeds groter verschil tussen de munten. Paul Burkhard kreeg in 1920 de opdracht een ontwerp voor een nieuwe vijf frankenmunt te maken, nadat Zwitserland de munten uit de andere vier landen niet meer al wettig betaalmiddel accepteerde. Hij ontwierp de Alphirte. Het muntunieverdrag, dat al vele jaren een dode letter was, is op 1 april 1927 ontbonden.

Richterswil

Behalve diverse monumentale panden is het dorp in 1992 de ‘Brunel Award’ toegekend voor het best gerenoveerde station. Het station was onderdeel van de Schweizerischen Nordostbahn en is in 1875 gebouwd.

De eeuwenoude Schlosserbron past goed bij de ligging aan de Zürichsee en is na de vele vennetjes en eeuwenoude waterhuishouding een toepasselijk besluit van de wandeling.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

De Schlosserbrunnen

De Zürichsee

Het landschap

Richterswil

De Villa Senar van Rachmaninoff

Wat hebben Willem Mengelberg (1871-1951), (Roger Glover (1945),  Freddy Mercury (1946-1991) en  Sergei Rachmaninoff (1873-1943) met elkaar gemeen ? Alle drie woonden of wonen en werkten ze voor korte of langere tijd in Zwitserland.

De Russische componist, pianist en dirigent Sergei Rachmaninoff kocht in 1930 een stuk grond in de gemeente Hertenstein, direct aan het Vierwoudstedenmeer in kanton Luzern. Hij bouwde op deze plek de Villa Senar. Senar is een afkorting van SErgei, zijn vrouw Natalie Satina (1877-1951) en  Rachmaninoff.

Rachmaninoff gaf twee architecten de opdracht de Villa Senar op het landgoed te bouwen. De combinatie van de architectonische waarde van de villa, de uitzonderlijke ligging aan het meer en de betekenis ervan vanwege de bewoners maken het een monument van bijzondere waarde.

Eind 1917 ontvluchtte Rachmaninoff  Rusland. Hij componeerde, dirigeerde en speelde achtereenvolgens in de Verenigde Staten, Zweden, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en woonde van 1930 tot 1939 in Zwitserland. Eind augustus 1939 verliet hij Europa voorgoed en vestigde zich in de de Verenigde Staten, waar hij op 28 maart 1943 overleed in Beverly Hills.

Sinds april 2022 zijn het landgoed en de villa eigendom van het kanton Luzern. Samen met de Serge Rachmaninoff Foundation ontwikkelt het kanton het oord tot een regionaal en internationaal cultureel en educatief centrum en maakt het de villa en het park toegankelijk voor het publiek en musici.

Terwijl het kanton verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer van de gebouwen en het park, ontwikkelt, organiseert en financiert de Serge Rachmaninoff Foundation het culturele programma van de Villa Senar.

De Villa Senar herbergt het originele interieur en huisraad van de familie en zelfs de vleugel waarop Rachmaninoff op oefende en componeerde.

(Bron en verdere informatie: Villa Senar)

Sgraffiti in Engadin

Het woord sgraffito komt van het Italiaanse werkwoord sgraffiare of graffiare, wat krassen betekent. Sgraffiti (het meervoud) worden aangebracht met een fijne kalkpleister van verschillende kleuren op een grovere mortelbasis van kalk en zand. De bovenste laag wordt gedeeltelijk weer weggekrast zolang het niet is opgedroogd en zo ontstaan de sgraffiti met hun kleurcontrast.

Vooral in het Engadin (kanton Graubünden), maar ook op andere plaatsen in Zwitserland, worden huizen vaak versierd met geometrische motieven, tekeningen, dieren, gezegden of andere teksten.

Deze techniek is door Italiaanse kunstenaars in het Engadin geïntroduceerd in de zestiende en zeventiende eeuw na de Bündner uitbreiding in de Italiaanse gebieden. Deze kunstenaars wilden geld verdienen en de fresco techniek was in deze regio bekend. Het bleek een succesvol exportproduct te zijn.

Deze techniek is universeel en is ook te vinden in Afrika, andere delen van Europa, bijvoorbeeld in Bohemen en op het eiland Chios in de Egeïsche Zee. De naam graffiti is wel afkomstig uit Engadin, ils sgrafito in het Romaans.

Er is een grote verscheidenheid aan vormen en figuren, die voornamelijk voor decoratieve doeleinden dienen. De meest voorkomende versiering van huisgevels is de geometrische accentuering van de hoeken van huizen met sgraffiti en de omlijsting van deuren en ramen. Huizen krijgen soms ook namen, huisinscripties, familiewapens, symbolen, taferelen of verhalen die veel verder gaan dan het decoratieve karakter.

Ardez

Valchava

Deze tekens en symbolen hebben vaak een (religieuze ) betekenis, maar vaak werden oude basispatronen verder gebruikt zonder inzicht in de diepere betekenis en boodschap. Zo muteren ze in de loop van de tijd.

Er zijn echter twee basisvormen. De rechthoek en de cirkel symboliseren de gebieden van menselijke ervaring. De rechthoek is het berekenbare, menselijke en aardse. De cirkel is het onberekenbare, ongrijpbare of goddelijke.

Deze cirkel is leeg of verschijnt als een (mannelijke) Venusster of (vrouwelijke) zonnewervel. Deze basisvormen omvatten een hele reeks variaties en alle mogelijke vormen van verbinding. Zo kunnen bijvoorbeeld een of meer cirkels of de driehoek op een rechthoek worden geplaatst.

De Bijbel, de Joodse religie of zelfs de Griekse mythologie geven vaak aanwijzingen voor de betekenis. Kennis op dit gebied is essentieel. De rivier, het schip, de vogel, de levensboom, de driehoek of de tulp als symbool voor de Drie-eenheid of het water zijn slechts enkele voorbeelden van symboliek.

Samedan

Pontresina

Er is ook een breed spectrum aan huisinscripties, variërend van aforismen, namen en wereldse wijsheden tot filosofische en religieuze beschouwingen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de interpretaties sterk uiteenlopen en dat er vraag is naar deskundigen en uitvinders. Het belangrijkste voor bezoekers (en tegenwoordig wellicht ook voor de meeste bewoners van de huizen) is echter de schoonheid en kwaliteit van de sgraffiti!

Graffiti is een ware kunst in het Engadin en beleefde in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw zelfs een renaissance. Misschien is de hoge artistieke waarde de reden waarom graffiti zelden wordt aangebracht op ongewenste plaatsen met spuitbussen.

Een goede inleiding biedt het boekje Sgraffiti sehen, Sgraffiti verstehen, von der Dekoration zur Philosophie im Bergdorf (Hans-Peter Schreich, 2020 Biblioteca Jaura Valchava).

(Bron: A. Overath, Gebrauchsanweisung für das Engadin, München, Berlin, 2017).

Bergün

Tschierv

St. Moritz

Sta. Maria

Abdij van Murbach

De oorsprong van de abdij van Murbach (in het huidige departement Haut-Rhin) ligt in de tijd van de Merovingen in de 8e eeuw. Rond 727 stichtte graaf Eberhard een benedictijnenabdij aan de voet van de hoogste berg van de Vogezen, Le Grand Ballon (1424 meter) bij Guebwiller (Gebweiler in het Elzassisch).

De toegangspoort tot de abdij

De abdij was gewijd aan de heilige Leodegarius (Sankt Leodegar in het Duits, Saint-Léger in het Frans) . De abdij werd al snel het rijkste klooster van de regio met meer dan 350 bezittingen in de Elzas, het bisdom Straatsburg, het bisdom Bazel, Luzern en op de rechter Rijnoever in het huidige Baden.

Ook de bibliotheek was een van de beroemdste aan de Boven-Rijn. Luzern, dat in 1178 tot stad werd verheven, werd in 1291 aan de Habsburgers verkocht. De Leodegarkerk in Luzern herinnert nog aan dit verleden.

De Leodegarkerk in Luzern

Het klooster speelde ook een belangrijke politieke rol. In de 13e eeuw werd de abdij een klein vorstendom in het Heilige Roomse Rijk. De abt was voortaan een prins-abt met een belangrijke politieke en hiërarchische positie in het Heilige Roomse Rijk.

De abdij bleef katholiek tijdens de Reformatie in de jaren 1525 en een belangrijk Habsburgs steunpunt in de Elzas, maar altijd met nauwe banden met het prinsbisdom Bazel en na 1529 later met het protestantse kanton Bazel.

De eerste rector van de universiteit van Bazel in 1460 was, bijvoorbeeld, Georg von Andlau (1399-1466), een neef van de prins-abt van het klooster Bartholomäus von Andlau (1414-1476). Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werden de schatten van de abdij overgebracht naar Bazel, een neutraal gebied.

Na 1650 was er gewapende strijd over de Elzas tussen de Habsburgse keizers van het Heilige Roomse Rijk en Lodewijk XIV (1638-1715), de Franse koning. De abdij van Murbach speelde een belangrijke rol als vorstendom. In 1680 werd echter ook de prins-abdij door Frankrijk geannexeerd.

De kapel Notre-Dame de Lorette (1693)

De monniken verlieten de abdij in de 18e eeuw en vestigden zich in Guebwiller in het nieuwe klooster Notre Dame de Saint Léger. De abdij van Murbach werd gesloopt en het materiaal werd gebruikt voor nieuwe gebouwen. In juli 1789 plunderden boeren tenslotte het verlaten paleis van de prins-abt. Alleen de abdijkerk werd gered. Duizend jaar geschiedenis verdween. De voormalige abdijkerk blijft echter een juweel van Elzasser Romaanse architectuur.

Guebwiller

De Notre-Dame de Saint Léger

Le château de la Neuenbourg

Het paleis van de prins-abt in Guebwiller. Gebouwd in de 14e eeuw, geplunderd in 1789 tijdens de Franse revolutie en in de 19e eeuw weer gerenoveerd. Tegenwoordig is het een artistiek en cultureel centrum en museum.

(Bron en verdere informatie: Source: Ph. Legin, L’abbaye de Murbach, St. Quen 2003)

De heilige Pirminius, rond 727 een van de Ierse kloosterstichters (Vivarius Peregrinorum) in de regio

Het Zwitserse Milizsysteem

Een van de belangrijkste fundamenten van de Zwitserse democratie is het  Militiesysteem (milizsystem, système de milice). In een paar woorden samengevat betekent het dat de burgers de staat maken, vormen én controleren, de res publica.

Historie

Dit systeem is een eeuwenoud concept van de zogenaamde Urschweiz, de bergkantons in midden Zwitserland.

Zwitserland (die Schweiz) ontleent zelfs haar naam aan het kanton Schwyz, samen met Uri en Unterwalden de eerste kantons die in de periode rond 1300 een verbond sloten. Dit verbond werd bekrachtigd met een eed.

De Eidgenossenschaft was geboren. De (mannelijke) bewoners hadden het laatste woord in de Landsgemeinde in deze kantons in een directe democratie op het dorpsplein van  de gemeente. (Tegenwoordig alleen nog in de kantons Glarus en Appenzell Innerrhoden).

Wat op lokaal niveau is begonnen in deze kantons is in een eeuwenlang proces uitgemond in het Militiesystem. In dit systeem nemen burgers tegen (relatief) lage vergoedingen of vrijwillig deel aan de publieke taak op gemeentelijke, kantonale of federale niveaus.

Basel Tattoo Parade, september 2022. De veteranen van het militieleger zijn een vast onderdeel. Het leger (en boeren) genieten veel respect in Zwitserland.

Grondwet

Naast de directe democratie, het federalisme en de samenstelling van de regering op een zo’n breed mogelijke en stabiele basis (Konkordanzsystem en Zauberformel) is het militiesysteem (Milizsystem) de centrale pijler van de Zwitserse democratie.

Burgers nemen actief deel aan de politieke besluitvorming in uitvoerende organen op lokaal niveau, in het nationale parlement van de Confederatie (in de Nationale Raad (Nationalrat) en de Raad van Staten (Ständerat), in kantons en gemeenten en in talloze commissies in gemeenten, kantons en op nationaal niveau.

Dit participatie-ideaal wordt weerspiegeld in de federale grondwet (art. 6):

Individuele en maatschappelijke verantwoordelijkheid: Ieder mens neemt de verantwoordelijkheid voor zichzelf en draagt naar vermogen bij tot de vervulling van taken in staat en samenleving.

(Individuelle und gesellschaftliche Verantwortung. Jede Person nimmt Verantwortung für sich selber wahr und trägt nach ihren Kräften zur Bewältigung der Aufgaben in Staat und Gesellschaft bei).

Het Militiewerk is een politieke participatie en wordt op vrijwillige basis verricht. Het werk is onbetaald, hoewel militieleden een vergoeding ontvangen. Zij leven dus niet van de politiek en zijn, in theorie, geen beroepspolitici.

Militiewerk onderscheidt zich van vrijwilligerswerk in verenigingen, clubs, scholen of soortgelijke organisaties. Militiewerk is altijd een (politieke) deeltijdactiviteit voor de staat (de Confederatie, het kanton of de gemeente).

Het militiesysteem bevordert en versterkt de politieke participatie op federaal niveau en in de kantons en gemeenten. Deze participatiecultuur helpt de afstand tussen de politieke elite en de burgerij te verkleinen. Ook komen burgers vaak vroeg in aanraking met de politiek.

Het systeem bevordert ook de legitimiteit van politieke besluiten. De burgers zijn de politici en er is eenvoudigweg minder staatsbureaucratie en de bijbehorende financiering.

Functioneren

Het gaat om een breed scala aan overheidsactiviteiten. In de nationale, kantonale of gemeentelijke parlementen of (gemeente) besturen en diverse organisaties, zoals het leger. Mannen (en wellicht binnenkort ook vrouwen, die nu vrijwillig dienst kunnen nemen) hebben vanaf hun 18e jaar een verplichte militaire diensttijd. Na de tijd zijn er nog decennia verplichte oefenweken.

Zwitserland heeft om deze reden op papier een van de grootste legers (200 000 manschappen) van Europa. Dit systeem versterkt ook de eendracht in het land: in het leger ontmoeten burgers van de vier talen, vele dialecten en culturen elkaar decennia.

Politici op federaal, kantonaal of gemeentelijk niveau zijn, in theorie, deeltijdpolitici, die naast hun politieke ambt veelal een ander beroep uitoefenen.

De staat roept de burger ter verantwoording publieke taken op zich te nemen, de burger controleert vervolgens de uitoefening door de directe democratie dat is de idee.

De burgers hebben de politiek niet aan een politieke kaste gedelegeerd, maar zijn zelf de politici. Het feit dat tegenwoordig veel politici hun inkomen feitelijk verdienen in de politiek, doet aan dit principe niets af.

Wel is het steeds moeilijker (geschikte) kandidaten te vinden voor politieke ambten en staat het systeem om andere redenen onder druk, zoals de drukke agenda, media-aandacht- en druk. individualisering, professionalisering, globalisering en een bepaald hedonisme in een welvarend land.

Ook de steeds verdergaande federalisering van taken speelt een rol in een steeds complexere samenleving. Ook bestaat altijd het gevaar van belangenverstrengeling met ander werk.

Bovendien is het ideaal ook in dit geval deels een wens als vader van de gedachte. In de praktijk participeert een relatief klein deel van de burgers. Hoe groter de stad of gemeente, des te eenzijdiger is bovendien vaak de samenstelling van de militieleden.

Voor- en nadelen

De voordelen van het systeem wegen echter ruimschoots op tegen de nadelen. Het systeem bevordert in de eerste plaats de cohesie tussen de verschillende sociale groepen en netwerken.

Vele politici hebben belangrijke ervaring, kennis en betrokkenheid en zijn geen product van een politiek kaste. De kwaliteit van politici is veelal van hoog niveau.

Bovendien hebben de burgers én (uitstekende) media een kritische houding tegenover het politieke en ambtelijke systeem. Dit berust op de opvatting dat de perfecte staat niet bestaat. Om deze reden nemen de burgers zelf de verantwoording en nemen zelf deel aan de politiek.

Ook in de media bestaat deze kritische houding, onder met betrekking tot de Europese Unie en andere  (binnenlandse) projecten. De media zijn zeker geen echo van elkaar en de politieke kaste, zoals in andere landen veelal het geval is. Ook voor ‘Alternativlosigkeit’ is geen plaats in het politieke systeem van Zwitserland.

Landsgemeinde Appenzell Innerrhoden. Die lebendige Traditionen Schweiz

Een modern systeem

Het Militiesysteem heeft zijn wortels in federalisme, directe democratie, compromissen, relaties kantons-federatie en de kantons onderling (gesymboliseerd door het Haus der Kantone in Bern) en participatie op alle maatschappelijke niveaus.

Het militiesysteem is niet ouderwets of achterhaald, maar, evenals de directe democratie, juist zeer modern. De burgers zien de (centrale) overheid niet als ‘vijand’, maar als democratie van de burgers. De burgers hebben hierdoor ook een grote mate van betrokkenheid, verantwoordelijkheidsbesef en discipline voor het functioneren van de maatschappij en de nabije omgeving.

De burgers zelf zijn immers de (centrale, kantonale of gemeentelijke) overheid. Een ander belangrijk fundament is de decentralisatie. De ‘Heimat’ of de ‘Orte’ zijn de belangrijkste referentiekaders van de burgers en niet de (abstracte) geografische ruimten en (utopische) ideologieën.

Dit neemt niet weg dat het Militiesysteem onder druk staat. Deze res republica kan alleen bestaan met actieve deelname van de burgers. De toekomst zal het uitwijzen.

(Bron: M. Freitag, P. Bundi, F. Witzig, Milizarbeit in der Schweiz, Bazel 2019).

Bern, Huis van de Kantons 

Waterslot Zwingen

Het waterslot Zwingen (kanton Basel-Landschaft) is gebouwd op twee rotsachtige eilandjes in de rivier de Birs. Het slot is gebouwd in 1248 en was vroeger toegankelijk via ophaalbruggen.

Drie bruggen verbinden de twee eilanden nog steeds met het dorp. Bij de Ramsteintoren was vroeger ook een ophaalbrug. De huidige stenen brug is gebouwd in 1766.

In het westen is de houten constructie ook vervangen door een stenen constructie. Daarentegen is de houten brug uit 1472 tussen de twee eilanden blijven staan. Het is de enige houten brug die nog overeind staat in het Birstal.

Op het kleine middeneiland staat de ronde donjon met het gereconstrueerde kegelvormige dak, de heksentoren. Deze toren is aan drie kanten omgeven door het paleis. Oorspronkelijk was dit paleis gescheiden door een gracht. De gracht is in de achttiende eeuw opgevuld met het puin van gesloopte poorttorens.

De huidige ingang van het paleis is gebouwd na het dempen van de gracht. Boven de ingang hangt het wapen van de prinsbisschop van Bazel Joseph Wilhelm Rinck von Baldenstein (1704-1762).

De kapel is gewijd aan St. Oswald. Het huidige gebouw dateert uit het begin van de 18e eeuw en bestaat uit een schip en een koor. In 1359 ontving de kapel een aflaatbrief die was ondertekend door 18 bisschoppen in Avignon.

Dit is interessant in verband met de onenigheid over de ´ware´ Paus in deze tijd. In de loop der eeuwen is de kapel verschillende keren gerenoveerd.

De meeste ruimte op het grotere eiland wordt ingenomen door de voormalige graanschuur uit 1561. Van de andere  economische gebouwen staat alleen de schuur uit 1609 – 1610 er nog. De kasteelvereniging, Verein Schloss Zwingen beheert het complex

Bron en verdere informatie: Schlossverein Zwingen

Samenwerking aan de Rijn

De president van het Collectivité européenne d’Alsace (CeA), Frédéric Bierry, en president van de regering van het kanton Basel-Stadt, Beat Jans, hebben afgelopen maart een intentieverklaring ondertekend om de grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen tussen beide regio’s te intensiveren.

De overeenkomst heeft betrekking op Europees beleid, klimaat en energie, gezondheidszorg, stadsontwikkeling, infrastructuur en mobiliteit en tweetaligheid en regionale dialecten.

Een soortgelijke intentieverklaring werd al in april 2022 ondertekend door Baden-Württemberg en kanton Basel-Stadt. Deze verklaringen zijn een grote stap voorwaarts voor de samenwerking tussen deze regio’s.

Zij bestrijken vele gebieden van grensoverschrijdende samenwerking. Daartoe behoren ook de verdere ontwikkeling van het INFOBEST-netwerk tot een grensoverschrijdend dienstencentrum en de intensivering van de samenwerking in het kader van het Trinationale Eurodistrict Basel (TEB).

(Bron en verdere informatie: Regio Basiliensis)

De schrijfschool Sent

Sent (Unterengadin, kanton Graubünden) ligt op een zonnig terras boven de rivier de Inn. In het dorp vinden tussen boerderijen en palazzi en in de kerk regelmatig concerten plaats en worden lezingen en tentoonstellingen georganiseerd. Ook het beeldenpark van Not Vital trekt veel gasten.

De schrijfschool Sent  (Schreibschule Sent) biedt cursussen voor lezen en schrijven. De nadruk ligt op creatief schrijven. De cursussen gaan ook in het kort in op de Romaanse taal van het Engadin (Vallader in Unterengadin, Puter in Oberengadin).

Er is bovendien een aanbod voor mensen die geïnteresseerd zijn in het leren van Vallader, de moedertaal van het Unterengadin.

Rumantschas e rumantschs sun eir cordialmaing invidats!

(Bron en verdere informatie: www.schreibschule-sent.ch)

De Romanisiering van Zwitserland

Romanisering is, kort gezegd, de verbreiding van de Romeinse cultuur en leefwijze, met inbegrip van bestuur, onderwijs, landbouw, taal, monetaire stelsel, cultuur, architectuur, stadsplanning, sociale en economische organisatie, recht, religie, en infrastructuur zoals wegen en bruggen, theaters, amfitheaters, baden en aquaducten.

De notabelen, de lokale elite van bestuurders (de Ordo Decurionum), welgestelde burgers en aristocraten, waren de belangrijkste actoren in het proces van Romanisering in de provincies van het Romeinse Rijk. Het grondgebied van het huidige Zwitserland was vanaf  13 v. Chr. ook bezet door Rome en ingedeeld bij verschillende Romeinse provincies.

Augusta Raurica. Bron: Museum Augusta Raurica

De Romanisering

De lokale elites namen binnen een generatie de Romeinse leefwijze, taal en cultuur over. Romeinse burgers, soldaten, kooplieden, veteranen van het Romeinse leger, bankiers, ambachtslieden en bestuurders vestigden zich ook op het huidige Zwitserse grondgebied. Deze snelle integratie is verklaarbaar door de meerwaarde van de Romeinse cultuur en de kansen die ze bood.

De Romeinen voerden ook een succesvolle integratiepolitiek. Zij bood de lokale elite veel carrièremogelijkheden in economie en handel, leger, lokaal, provinciaal en soms zelfs keizerlijk bestuur, zonder de Romeinse cultuur dwingend op te leggen. De lokale elite had een grote mate van autonomie, zolang de belasting maar werd betaald en Rome niet (militair) werd tegengewerkt.

De Romeinse cultuur en leefwijze introduceerde ook een veel hogere levensstandaard. Stenen huizen, een goed wegennet, riolering, badhuizen met warm water, theater, rechtszekerheid, brood en spelen, onderwijs en een schriftcultuur zijn maar enkele van de vele voorbeelden.

Na de romanisering van de lokale elite, volgde de geleidelijke aanpassing van de overige burgers, eerst in de steden, en daarna op het platteland. Er is weinig bekend over dit proces, omdat alleen de elite schreef en dan meestal alleen over en voor de elite.

Het overgrote deel van de bevolking, ongeveer 90%, leefde, op het platteland. Van slaven (naar schatting 25%  van de bevolking), vrouwen en kinderen is sowieso weinig bekend.

Wel was deze romanisering niet volledig. Ze wordt om deze reden ook wel Gallo-Romeins genoemd. Gallisch is een andere woord voor Keltisch. Alleen de elite en een deel van de bewoners in de stedelijke gebieden was Romeins of volledig ingeburgerd, zoals we tegenwoordig zeggen. Op het platteland ontstond een gemengde cultuur en taal.

Zwitserland ingedeeld in Romeinse provincies, 150 n. Chr. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

De Zwitserse regio’s

Het tempo en de intensiteit van de romanisering hingen sterk af van de urbanisatie en varieerden naar gelang  regio’s en omstandigheden. Het westelijke en noordelijke deel van Zwitsers gebied waren sterk geromaniseerd met onder andere de Colonia Julia Equestris (Nyon), Vindonissa (Winsdisch-Baden), Aventicum (Avenches), Lousanna (Lausanne), Augusta Raurica (Augst), Genava (Genève), ), Aquae Helveticae (Baden), Tenedo (Zurzach), Salodurum (Solothurn), Vitudurum (Oberwintherthur), Tasgaetium (Eschenz), Forum Claudii Vallensium (Martigny) of Sitten (Sedunum) en de regio Tessin.

De nabijheid van strategisch belangrijke gebieden, zoals de Rijn, en militaire kampen (zoals in Vindonissa, het huidige Windisch, kanton Aargau), handels- en verkeerswegen, onder andere rivieren, meren en bergpassen, speelden hierbij een belangrijke rol.

Het minder bevolkte en bergachtige centrale en oostelijke deel van Zwitserland was minder geurbaniseerd en (dus) minder geromaniseerd. In Graubünden was bijvoorbeeld alleen Curia (Chur) een stad van betekenis. De toegang tot de bergpassen en de noord-zuid verbinding was hierbij doorslaggevend.

Het uitgebreide wegennet, het toegankelijk maken van bergpassen, de vaarwegen en de aanleg van havens bevorderde bovendien de eenwording van de verschillende regio’s en de integratie met de rest van de Romeinse wereld.

Na het vertrek van de Romeinen aan het begin van de vijfde eeuw begint wat we tegenwoordig de vroege middeleeuwen noemen. De Keltische cultuur en samenleving waren  op dat moment voorgoed veranderd in een Gallo-Romeinse cultuur.

Zwitserland ingedeeld in Romeinse provincies, 395 n. Chr. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

De vroege middeleeuwen

De vroege middeleeuwen (5-8e eeuw) was het tijdperk van de Germaanse stammen, de Alemannen, in het grootste deel van Zwitserland. Vooral was het echter ook de periode van de opkomst van de kerk, de abdijen en de bisdommen tot in alle uithoeken van Zwitserland.

De Alemannen introduceerden de Germaanse taal en cultuur en verdrongen het (vulgaire) latijn in de loop van de vijfde tot de achtste eeuw. De Alemannen hebben zich echter niet gevestigd in de huidige Romandie. Alleen de Keltische Duitstalige stam van Bourgondiërs vestigden zich daar rond 434. Deze stam nam echter de Gallo-Romeinse cultuur en taal, de voorganger van het Frans, over. Dit gebied bleef grotendeels Franstalig en de huidige taalgrens stamt hoofdzakelijk uit de periode tot de 10e eeuw.

In Oostelijk Zwitserland, het huidige Graubünden, en Oostenrijkse en Italiaanse gebieden ten noorden en oosten, bleef het Reto-Romaans tot de negentiende eeuw de belangrijkste spreektaal. Een nieuwe golf immigranten, de Walser, introduceerden echter het Duits vanaf de twaalfde eeuw in bepaalde gebieden. Het Reto-Romaans heeft zich lang gehandhaafd en is pas vanaf de negentiende eeuw in de verdrukking geraakt.

De Germaanse stammen bereikten Tessin en Italiaanssprekende valleien in Graubünden niet en alleen de Italiaanse taal en cultuur ontwikkelde zich in deze regio.

Met name de kerk, de abdijen en bisdommen handhaafden het Latijn als (wetenschappelijke en religieuze) taal. De Romeinse cultuur raakte buiten de kerk in de vergetelheid tot de Karolingische Renaissance in de negende eeuw.

Conclusie

De Romanisering heeft ook in Zwitserland zijn blijvende invloed achtergelaten in taal en cultuur. Zonder Rome ook geen Christendom, in ieder geval niet zoals zich dat heeft ontwikkeld op basis van de Romeinse cultuur en bestuurlijke eenheden. Dat is ook een erfgoed van de Romeinen, ook in Zwitserland.

(Bronnen: J.-P. Felber, De l’Helvétie romaine à la Suisse Romande (Genève 2006), R. Fellmann, Die Römer in der Schweiz (Stuttgart 1988), B. Debatty, ” Les notables locaux dans les provinces gallo-romaines’ “, in G. Garidel (Ed.) Les notables locaux dans les provinces gallo-romaines. Garidel (Ed.) Les Gallo Romains, Les Cahiers de l’Antiquité (Louviers).

Reconstructie Amfitheater Augusta Raurica

Natuurpark Beverin, drie talen en culturen

Natuurpark Beverin in het kanton Graubünden is een regionaal natuurpark van nationaal belang. Het park  met een omvang van 412 m2, 11 gemeenten en ongeveer  3 000 inwoners bestaat uit vier dalen en diepe kloven (onder andere de Viamalaschlucht en de Rofflaschlucht), twee cultuurhistorisch en taalkundig verschillende gebieden (Walser en Reto-Romaans) en cultuurhistorische verkeersroutes van  Romeinse- en Walser origine.

Het cultuurlandschap in het park varieert door de immigratie van Walser in de 13e en 14e eeuw en de aanwezigheid van Reto-Romanen en hun taal, het Reto-Romaans.

De invloed van de Walser is nog steeds sterk in het Safiental en enkele naburige dorpen, niet alleen wat betreft taal, maar ook door architectuur, landbouwmethodes en inrichting van dorpen. In Sufers, Tschappina en het Safiental zijn de Walser taal en cultuur relatief goed bewaard gebleven.

De gemeenten rond de Piz Beverin (2998 m.) beheren het natuurlijke en culturele erfgoed en het prachtige landschap met een grote verscheidenheid aan dier- en plantensoorten. De Capricorn of Steenbok is ook thuis in dit gebied en de kolonie Safien-Rheinwald telt ongeveer 350 dieren.

De Steenboktentoonstelling in het Center da Capricorns in Wergenstein toont de wereld van deze steenbokkenkolonie en geeft informatie over  het leven van de Steenbok.

Als kortste verbinding tussen het Meer van Konstanz in het noorden en Lombardije in het zuiden was de route over de Splügenpas eeuwenlang een belangrijke handelsroute.

Fürstenau. Foto: TES.

In de dorpen Andeer, Lohn, Pignia en Zillis wordt nog steeds Romaans (Sutsilvan-dialect)gesproken door ongeveer de helft van de bewoners. De andere helft en in andere gemeenten spreken ze Zwitserduits (Bündnerdialect) of het Walser dialect.

De kapel van Zillis

Tegenwoordig beheersen nog ongeveer 1000 inwoners van deze streek het Sutsilvan, tot de negentiende eeuw de gangbare taal. De 19e en 20e eeuw brachten echter grote veranderingen met zich mee (toerisme, media, spoorwegen, mobiliteit, immigratie Duitssprekenden), die een negatieve invloed hadden op de Romaanse- en Walser taal en cultuur. Het Duits kreeg steeds meer de overhand.

De Romaanse en Walser bevolking en hun talen bestaan echter nog steeds en mogen zich zelfs in een groeiende belangstelling verheugen.

(Bron en verdere informatie: www.naturpark-beverin.ch).