Karel de Grote en Samedan

Karel de Grote is de belangrijkste heerser van de Karolingische dynastie. Hij werd geboren in 747 of 748, bereikte de keizerlijke waardigheid in Rome in de kerstdagen van het jaar 800 en stierf in Aken op 28 januari 814.

In en rond de kerk van San Peter in Samedan liggen, zo gaat het verhaal, meer dan 30 afstammelingen van Karel de Grote begraven, meer dan waar ook. Feit is in ieder geval de Karel prominent aanwezig was in de jaren 774 in deze regio vanwege zijn veldtocht tegen de Longobarden.

Meer dan de helft van de grafstenen in en rond de kerk van San Peter zijn gewijd aan familieleden van de Von Plantas.

De machtige dynastie Von Planta leverde in de late middeleeuwen en daarna de belangrijkste politieke, militaire en religieuze leiders in Graubünden en hun stamboom gaat, wellicht, ook terug tot Karel de Grote. Feit of fictie, het zegt wat over het prestige van deze keizer in deze regio.

Bron: Kirche San Peter Samedan

Bisschoppelijk hof en Totentanz van Chur

De eerste door bronnen bevestigde bisschop in Zwitserland is de heilige Theodor van Martigny (kanton Valais). Hij was in 381 aanwezig bij het concilie van Aquileia en in 393 bij een synode in Milaan. Genève was aan het einde van de vierde eeuw al een bisdom met Isaak als eerst bekende bisschop in het jaar 400.

De eerste bekende bisschop van Chur (Curia in het Latijn, de hoofdstad van de Romeinse provincie Raetia Prima) is Asinio, die in het jaar 451 wordt genoemd. Het bisdom Chur behoorde tot 843 bij het aartsbisdom Milaan.

Door het Verdrag van Verdun (de opdeling van het Karolingische Rijk in drie zelfstandige koninkrijken) hoorde het bisdom vanaf 843 bij het aartsbisdom Mainz.

De omvang van het bisdom kwam in grote lijnen overeen met de Romeinse provincie Raetia prima en strekte zich uit tot het huidige kanton Graubünden, Liechtenstein, Oostenrijk (Voralberg en Tirol)) en Italië (Zuid-Tirol of Vinschgau). Het grondgebied van het bisdom kreeg in de middeleeuwen de naam Churrätien of Rätien.

Huis de Obere Spaniöl, 17e eeuw

Het bisschoppelijk complex in Chur bestaat uit het paleis, de kathedraal St. Maria Hemelvaart (St. Mariae Himmelfahrt) en de woonhuizen voor het kapittel, de Domheren. Een deel van het bisschoppelijk  paleis is in gebruik voor het Domschatzmuseum. Het andere deel wordt gerenoveerd en daarna opengesteld voor het publiek. Het door middeleeuwse muren omgeven complex ligt op een rots ongeveer 20 meter boven de oude stad.

Bisschoppelijk paleis. Foto: Alice das Neves Photography

1600 jaar kerkhistorie

Chur is een van de oudste bisschopssteden ten noorden van de Alpen. Bovendien is de liturgische kunstschat vrijwel intact overgeleverd, ondanks de reformatie van Chur in 1527 en de permanente spanning tussen het protestante stadsbestuur en burgerij en de katholieke enclave van het bisschoppelijke hof.

Deze situatie is te vergelijken met St. Gallen. Ook deze stad veranderde van geloof in 1524 en 1525. De eeuwenoude abdij kwam er echter minder goed vanaf dan de kathedraal in Chur.

Veel liturgische objecten werden verkocht, verwoest of geplunderd. St. Gallen kende zelfs een van de eerste politieke muren van Europa: een muur scheidde het territorium van de abdij midden in de stad van de rest van de protestante stad.

Terug naar Chur. De eerste voorganger van de kathedraal van Chur is in de vijfde eeuw gebouwd, wellicht tijdens bisschop Asinio. Archeologisch onderzoek heeft een andere voorganger uit de achtste eeuw aan het licht gebracht, de zogenaamde Tellokirche uit de periode 750-760. Bisschop Tello was de laatste telg uit het Rätische heersersgeslacht van de Zacconen of Viktoriden. De huidige laat-Romaanse kerk is op 19 juni 1272 ingewijd na een bouwperiode van 120 jaar.

Het intacte Romaanse beeldhouwwerk, de decoraties en kapitelen, in latere eeuwen aangevuld met gotische en barokke elementen, zijn bij de best bewaarde van Europa. De gotische fresco’s zijn waarschijnlijk het werk van de Rhäzuns Meester in de stijl van de Waltensburger Meester.

Het Premonstratenzer St. Luzius klooster is gesticht in 1149. St. Luzius en  St. Florinus zijn de patroonheiligen van het bisdom. De eerste bouw van het complex dateert uit de achtste eeuw als Karolingische kerk.

De Karolingische crypte is behouden. Grafplaten van leden van de dynastie van de Zacconen uit de achtste eeuw zijn bewaard gebleven. Deze Rätische dynastie stierf in 765 uit, waarna Karel de Grote (748-814) Frankische abten en vanaf 806 graven als wereldlijke heersers benoemde.

De nabijgelegen parochiekerk St. Martin is evangelisch-gereformeerd en wordt al rond 800 genoemd. Het geeft de geïsoleerde positie aan na de reformatie in 1527 van het een paar honderd meter verderop gelegen bisschoppelijke hof.

St. Martinskirche en de heilige Martinus

Het Domschatzmuseum in het voormalige barokke bisschoppelijke paleis is niet alleen een museum, maar ook een opbergplaats voor liturgische objecten die nog steeds gebruikt worden. Het tonen van het triomfkruis uit de 13e eeuw is met Pasen bijvoorbeeld een van de vaste onderdelen van de liturgie.

Foto: Ralph Feiner

Het triomfkruis

De Totentanz

Sinds 2020 zijn bovendien de wereldberoemde 25 intacte afbeeldingen van de Totentanz uit 1543 in de wijnkelder van het paleis te zien. Ze zijn gemaakt op basis van houtsnedes van Hans Holbein de Jongere (1498-1543). Deze unieke serie hing tot 1882 in het paleis. Na een verblijf in het Rätische museum zijn ze weer terug van weggeweest.

Foto: Ralph Feiner

Deze reeks bestaat uit grisailles (de anonieme schilder gebruikte uitsluitend grijze, zwarte en witte kleuren) in vakwerk van drie rijen met een lengte van 15 meter en een hoogte van 3.40 meter.

(Bron en verdere informatie: Domschatzmuseum Chur)

Impressies van de kathedraal. Hierboven St. Luzius en St. Florinus vensters

Willem van Oranje, Genève en de Muur van Hervormers

Willem van Oranje (1533-1584) was volgens een meerderheid van Nederlanders in 2012 de meest invloedrijke persoon uit de vaderlandse geschiedenis. Het is echter niet om deze reden dat hij in Genève op ‘Le Mur des Réformateurs of Le Mur de la Réforme’ als Guillaume Le Taciturne wordt vermeld.

Zijn protestantisme en verzet tegen de katholieke Spaans-Habsburgse keizer Filips II (1527-1598)  is de reden. Genava, de Keltische en Romeinse naam van de stad, was het centrum van het Calvinisme in de periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

Le 26 juillet 1581 les Etats-Generaux reunis a la Haye adpotent la déclaration d’indépendance des Provinces-Unies”:

“D’ondersaten zyn niet van Godt gheschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt weder het goddelick oft ongoddelick recht oft onrecht als slaven te dienen, maer den Prince om d’ondersaten wille sonder dewelcke geen Prince is om deselve met recht ende redene te regeeren”. 

Deze muur is in 1909 gebouwd om de vijfhonderdste geboortedag te herdenken van Jean Cauvin (1509-1564), beter bekend als Jean Calvijn. Calvijn vluchtte in 1535 vanuit Frankrijk naar het relatief tolerante Bazel, de woonplaats van de op dat moment zieke Desiderius Erasmus (1467-1536).

Bazel was in de jaren 1527-1529 overgegaan tot het protestante geloof onder leiding van de hervormer Johannes Oekolampad (1482-1531). Erasmus ontvluchtte 1529 Bazel vanwege de reformatie en ging naar het katholieke Freiburg (Baden). Vlak voor zijn dood keerde hij naar zijn geliefde Bazel terug om in 1536 vlakbij de hervormer Oekolampad in de protestante Münster zijn laatste rustplaats te vinden.

Het is niet bekend of waarschijnlijk dat Calvijn de zieke Erasmus heeft ontmoet. Wel publiceerde Calvijn in Bazel zijn ‘Institution de la religion chrétienne’ in 1536. Kort daarop vertrok Calvijn naar Genève, dat in 1536 ook protestants was geworden. Hij werkte in deze stad samen met de hervormer Guillaume Farel (1489-1565). Farel was de drijvende kracht achter het protestantisme in het in die tijd Franse katholieke prinsdom Neuchâtel.

Calvijn was echter te dogmatisch voor het bestuur van Genève en hij vertrok naar het protestante Straatsburg (in die tijd nog een onafhankelijke Rijksstad in het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie). Calvijn was daar predikant voor protestante Franse vluchtelingen.

In 1541 keerde hij terug naar Genève om van daaruit de Calvinistische leer te verspreiden. Hij maakte van Genève binnen enkele jaren een protestants ‘Jeruzalem’, een heilige stad van de reformatie. Hij publiceerde talrijke boeken en geschriften in het Latijn en Frans, hij stichtte de academie voor predikanten, de voorloper van de huidige universiteit, en het Auditorium Calvin. De stad groeide van 10 000 inwoners in 1535 tot ruim 23 000 in 1562, waaronder veel Nederlandstaligen.

En hij was vooral in permanent conflict met andere protestante theologen en hervormers van het eerste uur, onder andere met Martin Luther (1483-1546) en Sebastian Castellio (1515-1563). Calvijn was een dogmatische scherpslijper en niet tolerant, zoals een huidige tentoonstelling in de universiteitsbibliotheek van Bazel toont.

Calvijn en niet Willem de Zwijger was wellicht de meest invloedrijke persoon in de Nederlanden aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tegen Spanje.

Het Calvinisme werd de dominante religie in de Unie van Utrecht en bleef dat eeuwenlang. Om deze reden heeft Willem de Zwijger met naam en toenaam een ereplaats op de ‘Mur des Réformateurs’. Hij is in gezelschap van de vier belangrijkste Calvinisten, die centraal staan afgebeeld: Jean Calvin, Guillaume Farel, Théodore de Bèze (1513-1605) en John Knox (1513-1572).

Andere personages op de ruim honderd meter lange muur aan de voet van de oude stadsmuur zijn, van links naar rechts: Gaspard de Coligny (1519-1572), Willem de Zwijger, Frederick-Wilhelm van Brandenburg (1620-1688), Roger Williams (1603-1684), Oliver Cromwell (1599-1658) en Etienne (István) Bocskai (1557-1606).

De muur begint aan de linkerhoek met een melding van de officiële datum van de reformatie op 21 mei 1536, een beslissing van het stadsbestuur en de stemgerechtigde burgers van de stad. De muur besluit met de datum 12 december 1602.

In deze nacht probeerde Charles-Emmanuel (1562-1630), de katholieke Hertog van Savoie, met steun van de verdreven bisschop van Genève tevergeefs de stad te veroveren. Deze gebeurtenis heeft de naam ‘L’Escalade’ vanwege de ladders die de aanvallers gebruikten. Het is nog steeds een feestdag, vergelijkbaar met het ontzet van Leiden op 3 oktober 1572.

Tussen alle protestante personages en de data 1536 en 1602 staat echter ook een Engelse koning vermeld, en wel de Prins van Oranje, Willem III (1650-1702), Koning van Engeland van 1688-1702. Hij is afgebeeld met zijn echtgenote Mary Stuart (1662-1694), Koningin van Engeland.

Le 13 février 1689 Guillaume Prince d‘Orange et Marie son épouse fille ainée de Jaqcues II appellés au trône d’Angleterre acceptèrent la couronne et la déclaration de droits fondementals de la monarchie constitutionelle. Les Lords et les communes présentent a Guillaume et à Marie la déclaration des droits d’Anglais.

The Lords spiritvall land temporall and commons being now assembled in a full and free representative of this nation doe for the vindicating and asserting their ancient rights and liberties declare: that the pretended power of suspending of laws by regall authority without consent of parlyament is illegall…That levying money without grant of parlyament is illegall…That election of members of parlyament ought to be free. The Bill of Rights.

Hoewel hij in Nederland niet wordt erkend als een groot staatsman, wordt hij in Genève (en andere protestante kantons, in het Verenigd Koninkrijk en zelfs in Frankrijk), als de belangrijkste politieke en militaire tegenstander van de agressieve Zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715) beschouwd.

Twee Oranjes op een ereplaats in Genève is geen slechte score. In Nederland zoekt men echter vrijwel vergeefs naar eerbetoon voor Willem III.

De Wakkerpreis 2023

De Organisatie voor behoud van het Zwitserse culturele erfgoed (der Schweizer Heimatschutz) kent jaarlijks de Wakkerpreis toe. Deze prijs wordt toegekend aan gemeenten die bijzondere prestaties leveren op het gebied van stads- en dorpsontwikkeling.

De stad Lichtensteig (kanton St. Gallen) krijgt de Wakkerpreis 2023. Eeuwenlang was de stad het welvarende stedelijke centrum in het landelijke Toggenburg. Hier vond de regionale handel plaats en de productie voor de nationale en internationale markt.

Toggenburger Museum

De lokale economie raakte in de jaren zeventig in een crisis: honderden banen in de industrie, de handel en de dienstensector verdwenen en de bevolking bleef tot voor kort krimpen. Politici, bevolking en ondernemers ontwikkelden nieuwe innovatieve projecten om de leegstaande ruimtes nieuw leven in te blazen.

Sindsdien positioneert Lichtensteig zich als “mini.stad” – een zelfbewuste kleine stad op het platteland die goedkoop ruimte biedt om eigen visies en ideeën te realiseren. De stad steunt initiatieven die oude bedrijfsterreinen nieuw leven inblazen.

De “Mini.Stadt”-strategie is geen project voor de korte termijn maar een proces dat in gang is gezet. De stad heeft onlangs een visie en strategie voor ruimtelijke ontwikkeling tot 2050 vastgesteld. De geformuleerde doelstellingen bieden mogelijkheden voor gebruik van de oude stad en gebieden aan de rand en langs de hoofdwegen.

(Bron en verdere informatie: der Schweizer Heimatschutz)

De twee torens van de San Gian

De eerste vermelding van de kerk van San Gian (Sint Johan) in Celerina (Schlarigna in de Romaanse taal, kanton Graubünden) dateert  uit 1320. In 1478 vonden de uitbreiding van het schip naar het westen, het gewelf van het koor en de bouw van de nieuwe toren plaats.  Op 10 juni 1682 sloeg de bliksem in de grote toren. Het dak van de toren en de klok zijn er sindsdien niet meer.

Deze kerken zijn weliswaar klein, maar hebben door hun ligging op een verhoging monumentale uitstraling. In heel Graubünden zijn ze te zien. De kerk heeft niet alleen een prominente ligging, maar ook twee torens en een opmerkelijk interieur.

De kleinste, Romaanse toren is rond 1300 gebouwd. De kerk was toen nog naar het oosten gericht. In 1478 vond er een vergroting van de kerk plaats en ze werd meer naar het westen gedraaid. De Romaanse toren werd in dit nieuwe geheel geïntegreerd. Pas in 1520 was de bouw van de nieuwe laatgotische toren klaar.

Deze stond wel op de juiste plaats van de gedraaide kerk. De Romaanse toren kon echter niet meer verwijderd worden zonder de nieuwe kerk aan te tasten. Om deze praktische reden bleef hij staan.

Wellicht was het de voorzienigheid, want in 1682 vernietigde blikseminslag het dak en de klok van de nieuwe toren. Deze is niet meer hersteld, omdat het dorp 1665 een toren met klok in het centrum had gebouwd.

De buitenkant van de San Gian is sober. Het interieur is echter uniek. Het houten plafond uit 1478 is een van de fraaiste en best bewaarde van het kanton, samen met de dorpskerken in Pontresina en Bergün/Bravuogn.

Het wapen van brandend hout van de heren van Brandis

De Bisschop van Chur, Ortlieb van Brandis,  heer van Brandis van Maienfeld, liet zijn familiewapen en het wapen van de Gottesnhausbund (de steenbok) en zijn wapen (steenbok en brandend hout) als bisschop Ortlieb van Brandis in het plafond aanbrengen. Het kasteel van Brandis heeft overigens een fresco van de Waltensburger Meister.

De kerk heeft ook een aantal fresco’s uit de vijftiende eeuw. In de reformatie zijn deze wilt overgekalkt en mede daardoor in redelijke goede staat.

Quelle: R. Muggli, O. Emmenegger, Kirche San Gian bei Celerina/Schlarigna, Bern 1993

De beroemdste inwoner van Celerina, de Bondspresident Anton Ganzoni

Pontresina

Het gebied rond Pontresina (Kanton Graubünden) was reeds in de Bronstijd bewoond. Opgravingen in Val Languard wijzen op 8 000 jaar oude nederzettingen.

Na de verovering door de Romeinen (15e v. Chr.) vermengde het vulgaire Latijn zich met de  Raetische talen. Dit leidde tot de ontwikkeling van de verschillende Romaanse idiomen en dialecten in het kanton Graubünden. In Pontresina wordt Puter gesproken.

De eerste vermelding van Pontresina is in een document van 22 januari 1139, toen de plaats onder de heerschappij  van het bisdom Chur viel.  Het Oberengadin nam als één gemeente deel aan de oprichting van de Gotteshausbund in Zernez in 1367.

Pontresina ligt aan de voet van de Berninapas en de hoogste berg van Graubünden, Piz Bernina (4 049 m). Reeds in de Middeleeuwen was er een druk hansdels- en personenverkeer over de Berninapas.

In 1526 werd Pontresina de eerste gemeente in het Oberengadin die het gereformeerde geloof aannam.

St. Maria kerk en de Spaniolaturm

Museum Alpin

Grand-Hotel Kronenhof

Die Rhätische Bahn

Dankzij de goede bereikbaarheid, het gezonde klimaat en de groei van het alpinisme ontwikkelde Pontresina zich vanaf 1850 snel tot een vakantie- en kuuroord. De aanleg van de Berninaweg van 1842 tot 1864 heeft hieraan bijgedragen, evenals de aansluiting aan de Rhätische Bahn in 1908.

(Bron: www.gemeinde-pontresina.ch).

De Morteratschgletsjer van Pontresina

Pontresina (kanton Graubünden) heeft weliswaar niet de (toeristische en olympische) status van het nabijgelegen St. Moritz, maar het dorp ligt aan de voet van de grootste gletsjer en de hoogste berg van het kanton.

Overigens is de grandeur niet beperkt tot deze natuurlijke fenomenen. Ook Pontresina heeft haar Grand Hotels en een roemruchte Belle Epoque periode gekend.

Palace Hotel, tegenwoordig Hotel Walther

Grand-Hotel Walther

Het feeërieke landschap (in alle jaargetijden) is bovendien de habitat van ongeveer steenbokken, ongeveer 1 800! van het kanton. En dan te bedenken dat de steenbok een eeuw geleden vrijwel was verdwenen. Met een beetje hulp van de mens heeft de natuur zich echter ook in deze regio relatief snel hersteld.

Begin van het Gletscherpfad vanaf het roemruchte hotel-restaurant Morteratsch naar de gletsjer

De Alp-Schaukäserei Morteratsch

Der Wasserfallweg Cascada da Bernina

De Morteratsch gletsjer van de Piz Bernina, de hoogste berg (4049 meter) van het kanton

 

De regio Pontresina heeft de grootste populatie steenbokken van het kanton 

Het referendum

Behalve het (politieke) establishment is er nog een hoofdspeler in Zwitserland: de burgers. De directe democratie door referenda hangt het establishment te allen tijde boven het hoofd.

De Grondwet van Zwitserland kent voor het federale niveau drie soorten referenda (ook kantons en Gemeentes kennen referenda). Zij geven inhoud en vorm aan de directe democratie.

Verplicht referendum

Een verplicht referendum (das obligatorische Referendum) is verplicht bij nauwkeurig omschreven wijzigingen van de Grondwet. Het gaat onder andere om toetreding tot internationale organisaties, bijvoorbeeld de VN (aangenomen) of EU (verworpen in 1992 was 50,3% tegen, in 2001 77% en in 2022 waarschijnlijk 90%). inmiddels is het toetredingsverzoek door de regering teruggetrokken.

Facultatieve referendum

Bij het facultatieve referendum (das fakultative Referendum) moeten burgers tenminste 50 000 handtekeningen verzamelen om een referendum over een nationale wet of besluit aan te vragen.

De absolute meerderheid van stemmen geldt. In sommige gevallen kunnen tenminste 8 kantons een referendum aanvragen.Iedere drie maanden kunnen burgers zich over een wet of overheidsbesluit uitspreken, indien aan de voorwaarden van het facultatieve referendum is voldaan.

Volksinitiatief

Het volksinitiatief (die Volksinitiatieve) is een referendum met als doel wijzigingen in de Grondwet te eisen of juist af te wijzen. Ten minste 100 000 burgers moeten een initiatief schriftelijk ondersteunen.

Bij aanname van het initiatief wordt het in de Grondwet opgenomen. Om deze reden behelst de Zwitserse Grondwet veel onderwerpen zoals bescherming van dieren, muzikaal onderwijs op scholen, kwaliteit in het hoger- en universitair onderwijs, quota voor immigratie, verbod op minaretten (dus geen verbod op moskees), aanleg wandel- en fietspaden, vrachtwagens op de rails vanaf de grens (verboden door de Europese Unie) of toegankelijk openbaar vervoer, zelfs in  de meest afgelegen dorpen et cetera et cetera.

Het loont de moeite de Grondwet er eens op na te lopen. De meeste initiatieven worden overigens niet aangenomen, zoals het afschaffen van het leger, basisinkomen of zelfs het afschaffen van het initiatief en het referendum (de benodigde handtekeningen zijn niet gehaald).  Het Volk blijkt toch niet zo dom te zijn, als in andere landen systematisch door ‘hoogopgeleide’ stedelingen wordt beweerd.

Functioneren

Zwitserse burgers gaan iedere drie maanden naar de stembus (nog afgezien van de referenda op gemeentelijk en kantonaal niveau).

Het gaat om een dubbel ja bij het volksinitiatief en het verplichte referendum: de absolute meerderheid in het land en een meerderheid van de stemmen per kanton. Met andere woorden: landelijk kan er een meerderheid zijn, maar door de stemmen per kanton te tellen kan een meerderheid van de kantons tegen zijn.

Dit komt regelmatig voor. De (rurale) kantons met weinig inwoners hebben precies hetzelfde stemgewicht als de urbane dichtbevolkte kantons. Dat is vanaf 1848 de opzet van het federale en gedecentraliseerde model in het land met meerdere talen, culturen, identiteiten en vooral eeuwenoude kantons.

Overigens is deze stad-land tegenstelling en de formele gelijkstelling van alle (26) kantons een onderwerp van discussie voor mogelijke hervormingen.

De absolute meerderheid in het land volstaat bij het facultatieve referendum.

Niet alle onderwerpen zijn even boeiend of mobiliseren veel stemmers. Maar dat is niet het relevante punt. Van belang is vooral dat de politiek nooit en te nimmer kan verzaken of zelfs te kwader trouw kan handelen. 

De burgers zijn immers de politici, wat ook weer samenhangt met het Militie-systeem in alle politieke geledingen (federaal, kantonaal en gemeentelijk). De kaste van politici, media en ambtenaren is ondergeschikt aan de burgers en niet andersom, zoals bijvoorbeeld in Nederland en de Europese Unie waar de burgers eens in de vier respectievelijk vijf jaar mogen stemmen. Op wie of wat wordt bovendien steeds onduidelijker, intransparanter en vager. Met democratie, verantwoording, betrokkenheid en goed bestuur heeft het steeds minder te maken.

Conclusie

Het Zwitserse systeem heeft ook zijn nadelen, zoals ieder systeem. Het vertraagt procedures en besluitvorming en het is een effectieve manier om veranderingen tegen te houden.

Het is aan de andere kant de basis voor breed gedragen, goed doordachte beslissingen en consensus en het behoedt het land voor de (opportunistische) waan van de dag van het establishment en het is vooral een belemmering voor het ontstaan van politieke, ambtelijke en journalistieke oligarchieën en hun clientèle netwerken.

In dit systeem is het establishment altijd gedwongen rekening te houden met alle betrokken organisaties en burgers over alle mogelijke onderwerpen.

De voortdurende aanwezigheid van de burgers op alle (gemeentelijke, kantonale en federale) niveaus bij alle politieke beslissingen is niet alleen een van de pijlers van de Zwitserse democratie, rechtsstaat, (sociale) cohesie en welvaart, het getuigt van een moderne, volwassen, open en zelfbewuste samenleving, waar de overheid er voor de burgers is en niet andersom.

Het Zwitserse referendum is niet ouderwets of oubollig. Het is juist modern en heeft de toekomst. Uiteraard vooronderstelt deze directe democratie goed functionerende en onafhankelijke kwaliteitsmedia en betrokken burgers. Dat is in Zwitserland (nog)  het geval.

(Bron: A. Vatter, Das Parlament in der Schweiz, Basel, 2018).

 

Taalstrijd in Graubünden?

De twee gemeenten Surses (Oberhalbstein in het Duits) en Muntogna da Schons (Schamserberg in het Duits)) in kanton Graubünden worden voortaan niet meer ingedeeld bij het Reto-Romaanse taalgebied in het kanton, maar als Duitstalige gemeenten, althans als het aan het Federaal Bureau voor Statistiek  (Bundesamt für Statistik, BfS) ligt.

Dit heeft het BfS in december bekendgemaakt. Surses is een gemeente in het Ela-park in de regio Albula. De voormalige gemeenten Savognin, Bivio, Salouf, Riom-Parsonz, Cunter, Tinizong-Rona, Mulegns, Sur en Marmorera zijn in 2016 gefuseerd. De Romaanse taal is Surmiran.

Savognin

Muntogna da Schons, bij Park Beverin, is een gemeente in de regio Viamala. Het omvat de dorpen Casti, Donat, Farden, Lohn, Pazen en Wergenstein. De Romaanse taal is Sutselvisch, niet te verwarren met Surselvisch dat aan de Vorderrhein wordt gesproken.

De twee gemeenten zijn het niet eens met de taalkundige herindeling van het BfS. Hoewel de herindeling geen politieke gevolgen heeft, willen Surses en Muntogna niet als Duitstalige Zwitsers worden beschouwd.

De Italiaanse, Duitse en Franse taalgrenzen zijn al eeuwenlang nauwelijks veranderd. In feite ligt de Frans-Duitse taalgrens al sinds de middeleeuwen (vanaf 800-1000) vast. De Italiaanssprekende gebieden van het kanton zijn grotendeels pas aan het begin van de zestiende eeuw deel van wat toen nog de Freistaat der drei Bünde heette. Ook deze taalgrens is stabiel. Het kanton bestaat pas sinds 1803.

Bivio

De taalkundige indeling van de gemeenten is geregeld in de taalwet van het kanton Graubünden en is geen federale bevoegdheid. En aangezien 50,6% van de inwoners van Surses het Romaanse idioom Surmiran als hoofdtaal aangeeft, wordt de gemeente volgens de wet als Romaans beschouwd. Tegelijkertijd verklaart echter 61,2 procent van de bevolking dat Duits ook hun hoofdtaal was, waardoor het een tweetalige gemeente is. Bivio heeft zelfs drie hoofdtalen: Italiaans, Romaans en Duits.

Volgens de taalwet worden gemeenten in Graubünden met ten minste 40% leden van de authentieke (Romaanse) taalgemeenschap beschouwd als “eentalige gemeenten”. De twee gemeenten zien het Romaans derhalve als de taal van het bestuur en het onderwijs.

Kortom, ze zeggen eigenlijk: niet de federale overheid of een Bureau voor Statistiek bepaalt de taal, maar de Grondwet van het kanton en de gemeentewet zijn doorslaggevend.

Tiefencastel

Geografisch gezien heeft het Romaans sinds de 19e eeuw veel terrein verloren. Zelfs de Romaanse hoofdstad Chur is al bijna twee eeuwen Duitstalig.  De recente verschuiving ten nadele van het Reto-Romaanse gebied sinds de laatste enquête van vijf jaar geleden kan niet worden verklaard door een daling van het aantal Romaanse sprekers. Dit aantal is al tientallen jaren vrijwel stabiel op tussen de 40.000-50 000 Romaans-sprekenden van de vijf hoofddialecten. Ongeveer twintigduizend wonen echter niet in Graubünden maar in andere delen van Zwitserland.

Mulegns, Post Hotel Löwe

Het aantal Duitstaligen is sinds het begin van de volkstelling in 1860 echter sterk toegenomen. De toeristische plaatsen in het Oberengadin waren al rond 1888 veranderd in Duitstalige gemeenten, evenals de gemeenten in de Domleschg en Chur.

Deze verandering heeft zich in de loop van de tweede helft van de 20e eeuw voortgezet. Sinds enkele decennia stabiliseert de situatie zich, alleen neemt het aantal andere talen steeds verder toe, en niet alleen het Duits, maar ook Engels, Portugees en andere talen.

(Bronnen: Lia Rumantscha, La Quotidiana)

Der Julierturm (bis Sommer 2023)

Schrijven, kunnen schrijven

De Stichting (Fondation) Jan Michalski in Montricher organiseert de tentoonstelling ‘Colette | Écrire, pouvoir écrire’, die het spoor volgt van een schrijfster die van schrijven de plaats en het instrument van haar emancipatie maakte, een manier om het mogelijke te verkennen.

Op zaterdag 14 januari worden twee rondleidingen door de curator aangeboden, gevolgd door een poëtische uitvoering van Baudelaire Jazz door schrijver Patrick Chamoiseau en saxofonist Raphaël Imbert.

(Bron en verdere informatie: Fondation Jan Michalski (fondation-janmichalski.com)