De grondlegger van de directe democratie

Ruim honderdvijftig jaar geleden, op 6 maart 1866, stierf Ignaz Paul Vital Troxler, een van de grondleggers van het moderne Zwitserland en de directe democratie. Hij is geboren in 1780 in Beromünster (kanton Luzern).

Hij verliet op zijn negentiende zijn post in de Napoleontische administratie van de Helvetische Republiek (1798-1803) om in Jena (Duitsland) medicijnen te studeren.  Hij  was daarna in Göttingen succesvol in de oogheelkunde.

Zijn republikeinse en liberale sentimenten waren echter niet gewenst in de tijd na 1815. Ook niet in Bazel, waar hij in 1832 tot rector van de universiteit was benoemd.

Volgens Troxler moet het (politieke) establishment  herkennen wat de burgers werkelijk wilden en wat hun bezighield. De politiek moet in een constante kritische dialoog met de burgers blijven en hun ook het laatste woord geven.

Genève, 25 september 2022, een facultatief nationaal referendum.

Zo formuleerde Ignaz Troxler de Zwitserse directe democratie en politieke stijl en hielp deze inhoudelijk vorm te geven. Zijn gedachtegoed heeft mede geleid tot de invoering van het facultatieve Referendum in de Grondwet van 1874 en het Volksinitiatief in 1891.

De erfenis van Cluny

De abdij Cluny beheerde in het jaar 1000 honderden kloosters in Europa, waaronder enkele in Zwitserland.

Opgericht in 910 en verwoest tijdens de Franse Revolutie, was de abdij een belangrijke religieuze, artistieke, economische en politieke macht tot de 13e eeuw.

Het Europese netwerk ging over politieke- en taalgrenzen heen en werd een model voor de religieuze samenleving. Cluny heeft een immense en diverse erfenis achtergelaten, verspreid over honderden plaatsen, ook in Zwitserland.

De locaties bevinden zich in Zwitserland voornamelijk in het Franstalige deel. Dit heeft alles te maken met het Koninkrijk Bourgondië (888-1032).

Dit Franstalige koninkrijk besloeg ook het huidige Franstalige Zwitserland en was nauw verbonden met Cluny.

Twee kloosters, Romainmôtier en Payerne, zijn zelfs door twee koninklijke vrouwen  aan Cluny geschonken.

Prinses Adelheid (870-929), zus van koning Rudolf I van Bourgondië (859-912), schonk het klooster van Romainmôtier aan de abdij van Cluny.

Keizerin Adelheid (931-999), dochter van koning Rudolf II (880-937), getrouwd met de Duitse koning Otto II, werd in 962 in Rome keizerin, toen Otto tot keizer werd gekroond.

Ze schonk het klooster in Payerne aan Cluny. In West-Zwitserland zijn er verder nog locaties van Cluny in Bassins, Bursins, Mollens, Montcherand, Baulmes, Bevaix, Corcelles, Twann-Ile Saint-Pierre, Münchenwiler, Rüeggisberg en Rougemont.

Het ontdekken en begrijpen van deze cultuur en geschiedenis is ook belangrijk voor de perceptie van het huidige Zwitserland. (Bron en verdere informatie: La Fédération Européenne des Sites Clunisiens (FESC), www.sitesclunisiens.org).

Lux Aeterna & Tuns contemporans

Het Ensemble Vocal Origen onder leiding van Clau Scherrer zingt het “Lux Aeterna” van György Ligeti (1923-2006), dat de kern vormt van de laatste Passieconcerten op de toren op de Julierpas.

De “Cantiones Sacrae” van Gion Antoni Derung en de “Messe pour double choeur a capella” van Frank Martin omlijsten het werk van de Hongaarse componist.

Het concert op 2 april wordt uitgevoerd in samenwerking met de Biennale für neue Musik Tuns contemporans Graubünden. De Biënnale viert de hedendaagse muziek en geeft haar het belang terug dat ze tot de 20e eeuw had.

Uitvoeringsdata: 30 en 31 maart en 1 en 2 april in de Julierturm.

Bron en verdere informatie: www.origen.ch

Octophonia en Habsburg

Op deze bijzondere plaats in Ottmarsheim in de Elzas, twintig kilometer van Bazel, is de abdij van Sint-Petrus en Sint-Paulus gesticht door de directe voorlopers van de Habsburgse dynastie. De Habsburgers waren ook nauw verbonden met het machtige in de achtste eeuw gestichte klooster Murbach in de Elzas.

De kloosterkerk van Murbach

De abdij van Ottmarsheim is gesticht in 1030 door Rudolf van Altenburg. Zijn broer Radbot van Altenburg stichtte 1028 het klooster Muri (in het huidige kanton Aargau).

De abdij en kloosterkerk Ottmarsheim

Deze dynastie had zijn oorsprong in de Elzas en vestigde zich in de elfde en twaalfde eeuw ook op huidig Zwitsers grondgebied. Het dorp Habsburg (kanton Aargau) is vernoemd naar het kasteel van deze naam, de Habichsburg, Haviksburcht, uit de twaalfde eeuw.

De aartshertogen Hertha Margarete en Sandor Habsburg Lotharingen  hebben op 15 juni 2019 de vredesvlam in de abdij geplaatst ter gelegenheid van het Europese festival van zang en licht Octophonia. De wereld groeit en is verbonden door muziek, terwijl zoveel andere gebeurtenissen en menselijke creaties de wereld verdelen. Dat is de boodschap van Octophonia.

De naam Octophonia is ontleend aan het achthoekige interieur van de abdijkerk, uit de eerste helft van de 11e eeuw, een imitatie van de Paltskapel in Aken van Karel de Grote.

Interieur van de kloosterkerk Ottmarsheim

De vergeten IJsindustrie van Le Pont

In 1879 werden aan de oevers van het meer van Brenet (lac Brenet) in de Vallée de Joux (kanton Vaud) kunstmatige ijskelders of enorme loodsen gebouwd van 14.000 m3 voor 5.000 ton ijs, met dubbele wanden en isolatie. De metersdikke ijskap van het meer werd zodoende op de (internationale) markt gebracht.

Vanaf dat moment tot 1942 werd het natuurijs elke winter in enorme hoeveelheden opgeslagen om ’s zomers te worden verkocht in de grote Zwitserse en Franse steden. Het ijs werd gebruikt om voedsel te bewaren.

Het ijs werd vervoerd naar de brouwerijen en andere restaurants in Parijs, Lyon, Dijon en zelfs naar het zuiden van Frankrijk, vooral tijdens de zomermaanden. De oorlog en de daling van het meerpeil met enkele meters in 1942 maakten een einde aan deze industrie, lang voor de hausse van de koelkasten in de jaren 1950,

Het ijs werd eerst met paard en wagen vervoerd naar Vallorbe en vervolgens naar Croy, waar het werd overgeladen in wagons. Vanaf 1886 werd het per trein vervoerd toen de spoorlijn Pont-Vallorbe gereed was.

Het dorp Le Pont aan de oever van het meer was een van de grootste ijsfabrieken van Europa en het centrum van de Zwitserse ijsindustrie, een geschiedenis die in vergetelheid is geraakt.

Het aantal werknemers was indrukwekkend. Het werk werd immers met de hand gedaan. In januari en februari werkten meer dan 130 arbeiders op het ijsvlaktes en in de grote loods. Brokken ijs van een meter breed werden met een zaag uit het meer gezaagd en opgeslagen in de loods.

Het Hotel de la Truite in Le Pont is het oudste etablissement van zijn soort in de vallei en wordt reeds in 1662 vermeld. Een van de beroemdste huurders was Edgar Rochat (1845-1929), de initiatiefnemer van de ijsindustrie in Le Pont.

(Bron en foto’s: La Région. Le journal de Nord Vaudois du 25 février 2015; Rémy Rochat, Edgar Rochat & Cie au Pont, Vallée de Joux, Le Pèlerin, 1999).

Romaanse Lyriek in Neolatijnse talen

Het festival Neolatine. LitteraturA Nairs is een festival in Scuol voor Romaanse literatuur met auteurs, voordrachten, lezingen, voordrachten, muziek en experimenten.

De derde editie van het festival richt zich op hedendaagse poëzie en de vertaling ervan in andere neolatijnse talen. Poëzie is momenteel het meest gepubliceerde genre in de Romaanse literatuur.

Op het festival ontmoeten Romaanse dichters auteurs uit Neolatijnse taalgebieden: Dolemitisch-Ladinisch, Portugees, Frans, Italiaans, Galicisch en Catalaans. De programmaonderdelen zijn meertalig.

(Bron en verdere informatie: Fundaziun Nairs, Scuol)

Romaanse vereniging in Bazel

De Federatie (de nationale overheid) ondersteunt de kantons Graubünden en Tessin bij het behoud en bevorderen van de Romaanse en de Italiaanse taal en cultuur.

Het Bundesamt für Kultur (BAK) bevordert de Romaanse taal en cultuur ook buiten het taalgebied in Graubünden. De overheid doet dit voor volwassenen en kinderen. In samenwerking met de Lia Rumantscha steunt het BAK onder andere projecten die het leren en de lees- en spreekvaardigheid van de Romaanse taal stimuleren.

Van de ongeveer 60.000 sprekers van het Romaans woont ongeveer 40% buiten het taalgebied in Graubünden. Het behoud van de taal en cultuur en het doorgeven aan de volgende generatie(s) zijn dan ook een grote uitdaging.

Een succesvol project is de oprichting van verenigingen en organisaties in andere regio’s van Zwitserland. Er bestaan al verenigingen voor de Romaanse taal en cultuur in Winterthur, Zürich, St. Gallen/Appenzell, Bern en Luzern.

Het doel is om in enkele jaren in alle grotere steden van Zwitserland aanwezig te zijn en zo bij te dragen aan het behoud van de vierde nationale taal van Zwitserland

Op 18 maart wordt in Basel een nieuwe Romaanse vereniging opgericht. En wellicht volgt binnenkort de sprong naar West-Zwitserland en Tessin! Nadere informatie volgt na 18 maart.

(Bron en verdere informatie: Lia Rumantscha en www.bak.admin.ch)

De Basler Fasnacht

De oude bisschopsstad Bazel kende al een traditie van Fasnacht (carneval, Karneval, carnaval, le carnaval de Bâle in Franstalig Zwitserland) voordat het kanton in 1501 toetrad tot de Eidgenossenschaft of Konfederatie van kantons.

De Schwabenkrieg (of de Engadinerkrieg, al naar gelang het perspectief) in 1499 was het beslissende moment voor het dan nog katholieke Bazel. De machtige prinsbisschop en zijn adellijke domheren waren echter nauw gelieerd aan het Heilige Roomse Rijk en zijn (Habsburgse) elite en keizers.

Protestantisme

De reformatie in de jaren 1527-1529 maakte echter een einde aan hun aanwezigheid en introduceerde het protestante geloof. Het protestantisme verdroeg zich echter slecht met een katholiek volksfeest met losbandig gedrag en zedeloosheid.

Een verbod in 1546 werd echter genegeerd en de Fasnacht (tot 1924 heette het festijn ook Fastnacht, met een verwijzing naar de katholieke vastentijd) verdween letterlijk en figuurlijk niet van het toneel.

De Schutterijen

De traditie van de Basler Fasnacht kwam dan ook niet alleen voort uit de katholieke religie en de vastentijd. Ze viel ook samen met de schutterijen van de stad. Ze moesten rust en orde bewaren en ze presenteerden op maandag in de vroege morgenuren hun wapens.

Wie ook weer door de stad marcheert,is Julius Caesar met zijn legioen, onder het spandoek Ave Caesar!

Ze marcheerden in optochten door de stad onder begeleiding van tamboerijnen, piccolo’s en marsmuziek met maskerades, diners, en (veel) drank na afloop. Dit militaire facet konden zelfs protestante dogmatici niet negeren. De Basler Fasnacht bleef bestaan en ontleent aan deze achtergrond zelfs haar unieke karakter.

De huidige Fasnacht

Maandag, 27 februari, 03.59

De Morgestraich 04.00

27 februari, vanaf 04.00

Fasnacht, inclusief de Vorfasnacht, heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. De huidige Fasnacht ontwikkelde zich met name vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De cliques (door het Fasnachts-Comité erkende verenigingen en organisaties, ongeveer 435 tegenwoordig) en hun laternen, larven (maskers) en hun attributen en wagens voor het Cortège, de Guggengroepen (met blaasinstrumenten, verenigd in de Dachorganisation von Basler Guggen-Instrumenten vooral na 1945), Schnitzelbänke (verenigd in het Schnitzelbank-Comité) en hun (milde) satire  en niet geregistreerde individuen of groepen zijn de acteurs van de Fasnacht.

Elisabethenkirche, de Schnitzelbänklerinnen 

en de Schnitzelbänkler

UNESCO-Werelderfgoed

Welke kwaliteiten hebben deze ‘protestante’  Fasnacht tot UNESCO-Werelderfgoed gemaakt? Afgezien van de hechte maatschappelijke, sociale en familiale structuren en verbanden die aan dit evenement ten grondslag liggen, zijn de bijna onuitputtelijke creativiteit, muzikaliteit, processie-achtige, bijna plechtige maar desalniettemin vrolijke en uitgelaten sfeer doorslaggevend. Ondanks propvolle straten en nauwe steegjes vinden deelnemers en bezoekers zonder problemen en (noemenswaardige) incidenten hun weg.

De eeuwenoude traditie van de schutterijen vindt tegenwoordig haar weerslag in de optochten, discipline, marsmuziek met tamboerijnen en piccolo’s door de stad. De ingetogen, humoristische en (meestal) milde satire van de cliques en de Schnitzelbänkler verwoordt actuele lokale, nationale en globale thema’s. Dit jaar lag de nadruk  op klimaat, energie, gender, Woke, FIFA en, uiteraard, (lokale) politiek.

Toneel en muziek in de openbare ruimte

Fasnacht is kunst, toneel, muziek en satire in de openbare ruimte, op straat en  pleinen, in cafés, restaurants, theaters en andere gelegenheden. Dit komt ook tot uiting in de scheiding tussen de acteurs (de Fasnächtler en Fasnächtlerinnen) en het publiek, de toeschouwers. Het publiek neemt geen deel aan de uitvoeringen, maar is uitsluitend een (welkome) toeschouwer. Dit is niet anders in een theater of concertgebouw.

De vrije kunst

Zelfcensuur is niet aan dit evenement besteed. Bij Fasnacht geldt nog het uitgangspunt van de eigen verantwoording, grenzen van goede smaak en context en niet de perceptie en (willekeurige) voorschriften van anderen en actievoerders.

Drümmeli, Schnitzelbänkler und Schnitzelbänklerinnen van de Schnitzelbangg

Deze uitgangspunten zijn immers de essentie van iedere kunst. Dat maakt de Basler Fasnacht tot een bastion van de vrije kunst. Niet alleen haar afwijkende datum (een week later dan het ‘katholieke’ carnaval) is dus uitzonderlijk. Zelfs het meest eerbiedwaardige hotel en de zijn drie Bijbelse bewoners worden niet gespaard!

Zelfreflectie, zelfironie en relativering zijn wellicht de belangrijkste aspecten van dit toneel in de openbare ruimte. De cliques en andere deelnemers respecteren elkaar en presenteren zich met een knipoog. Fasnacht is tenslotte ook maar een fragment van en uit het dagelijkse leven.

Wellicht de mooiste en indrukwekkendste momenten (afgezien van de Morgenstraich om 04.00 maandag) zijn het afnemen van maskers: oud en jong, kind en volwassenen, man en vrouw, diverse etnische groepen, rijk en arm, hoog- of ongeschoold treden uit de anonimiteit. Dat is ook de meerwaarde van de drie opeenvolgende Bummelsonntage na Fasnacht.

Frau Fasnacht en de dominee in de Elisabethenkirche  

De Fasnachtdienst in de Elizabethenkirche symboliseerde dit treffend. De dominee met masker en tenue begeleidde Frau Fasnacht naar het altaar. Na de wederzijdse begroeting legde de dominee echter haar vermomming af.

Fasnacht heeft echter niet alleen een ‘protestants’ etiket in deze oude bisschopsstad wat betreft discipline, matiging en organisatie. Ze is ook Zwitsers van karakter, ook al heeft Bazel voor veel Zwitsers een status aparte.

Diverse andere grote en kleine evenementen en organisaties getuigen van dezelfde kwaliteiten, bijvoorbeeld het Fête des Vignerons, het BundesLager, de Fundaziun Origen, het Schwingen of de Basler Tattoo.

Het doet denken aan een cliché in een cartoon over de Röstigraben: aan de Duitse kant van de Saane/Sarine staat een Duitstalige Zwitser bij een bord: “Hier wird gearbeitet”, aan de Franse kant staat een Franstalige Zwitser bij een bord “Ici on parle français”. Ze zien er echter precies hetzelfde uit en eten beiden Rösti.  De Basler Fasnacht is niet alleen uniek, maar ze is ook Zwitsers.

Impressies van de laternen

Impressies van de optochten 

  

 

\

 

Der Bummelsonntag

Het meertalige Zwitserland

“Les langues ne sont pas neutres. Elles incarnent des cultures, elles imprègnent les mentalités, elles engendrent des affinités, elles aiguillonnent des susceptibilités, elles expriment des sensibilités, elles traduisent des manières de raisonner, de penser, de vivre et elles influencent et déterminent même la conception que les citoyens ont du rôle de l’État par rapport aux individus et à la société”. (José Ribeaud, La Suisse plurilingue se délingue. Plaidoyer pour les quatre langues nationales suisses, Neuchâtel, 2002).

Vier nationale talen

Zwitserland is het enige land in Europa waar vier nationale talen zijn: Italiaans, Duits en Frans en Romaans. In het Europese labyrint van talen en culturen neemt Zwitserland daarmee met haar relatief kleine oppervlakte (41 000 vierkante kilometers) een unieke plaats in.

Ruim 5 miljoen Duitstaligen (en hun vele dialecten Schwyzerd(t)ütsch, die veelal de omgangstaal zijn), ruim 1.5 miljoen Franstaligen in de Romandie en de tweetalige kantons Wallis, Bern en Freiburg, 350 000 Italiaans-sprekenden in Tessin en Graubünden en ongeveer 60 000 Romaans-sprekenden in Graubünden. Daarnaast is er nog het grote contigent buitenlanders (c. 20% van de inwoners) met andere talen.

Federaal niveau

Deze vier talen zijn in 1848 in de Grondwet (1938 wat betreft Romaans) erkend als officiële talen. Tot op het hoogste federale niveau en de samenstelling van de regering spelen de talen een rol in benoemingen, debatten en openbaar optreden.

In het algemeen beheersen ambtenaren en leden  van de volksvertegenwoordiging op federaal niveau tenminste twee talen, Duits en Frans en/of Italiaans.

In de volksvertegenwoordiging (Nationalrat) gebruiken de 200 leden een van de drie talen, veelal zonder gebruik te maken  van de aanwezige simultane vertalers.

In  de Raad van  Staten (Ständerat) spreken de leden in hun eigen taal en zonder simultane vertalers.

Alle wetten of voorstellen van de regering (Bundesrat) zijn beschikbaar in de drie talen (en soms Romaans indien van toepassing op de Romaans-sprekende gebieden).

Veelal debatteert men in het parlement direct in de eigen taal zonder gebruik te maken van de aanwezige simultaantolken.

Gebruik van lokale Duitse dialecten (Schwyzertütsch) in debatten doet het effect echter soms weer teniet. Dit leidt soms tot irritaties bij de andere spraakgroepen.

De officiële parlementaire stukken verschijnen echter met name in het Duits en Frans. Er zijn verbeteringen mogelijk, maar in het algemeen functioneert de meertaligheid op federaal niveau goed.

Kantons

Ook in de kantons vinden discussies plaats over het onderwijs van talen. Is Engels belangrijker dan Frans/Duits in Duitstalige of Franstalige kantons ? Over Italiaans wordt sowieso nauwelijks gesproken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor regio’s in Graubünden, waar Romaans de hoofdtaal is, maar ook Italiaans de moedertaal is in sommige gebieden. Duits is altijd verplicht als tweede taal, maar dan ?

Wat zorgen baart is de (afnemende of ontbrekende) kennis van andere talen bij burgers en jongeren in het bijzonder. Engels wordt soms tot voertaal in de onderlinge communicatie. Steeds minder jongeren beheersen andere talen van hun land. De (beperkte) uitwisseling van scholieren vindt vooral tussen Frans- en Duitstalig Zwitserland plaats en nauwelijks met Italiaans- of Romaans-sprekende gebieden.

Conclusie

Ook in het vanouds meertalige Zwitserland zijn harmonieus samenleven en integratie geen vanzelfsprekendheid. De constitutionele, pedagogische, lokale structuren en mentaliteit blijven de aandacht vragen.

Deze inspanning en aandacht zijn echter meer dan de moeite waard. Het maakt Zwitserland tot een van de veelzijdige en interessante landen van Europa.