De Nationalrat

De Nationalrat (Volkskammer, Erste Kammer, Grosse Kammer) is de volksvertegenwoordiging in het parlementaire stelsel. Ze heeft identieke bevoegdheden als de Raad van Staten die in de voorgaande bijdrage is besproken.

Zetels

De tweehonderd zetels worden verdeeld op basis van proportionaliteit van behaalde stemmen van de  verkiezingen die om de vier jaar plaats vinden.

De zesentwintig kantons zijn de kiesdistricten. De verdeling vindt plaats op basis van het aantal inwoners.

De kleinste kantons hebben één zetel (Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden, Uri, Glarus, Obwalden, Nidwalden, de grootste kantons vijfendertig (Zürich), vierentwintig (Bern) en negentien (Vaud).  De overige kantons tussen de twee (Jura) en zestien (Aargau) zetels.

De burgers stemmen op politieke partijen, die vervolgens coalities vormen in het parlement. De relatie met de regering (Bundesrat) is in een voorgaand artikel al kort besproken.

Instrumenten

In deze bijdrage gaat de aandacht met name uit naar de instrumenten die de Volksvertegenwoordiging (en dus de Raad van Staten) heeft.

De parlementaire procedure en de commissies in het wetgevingsproces komen hierna aan de orde. De Volksvertegenwoordiging heeft een aantal mogelijkheden in het wetgevings- en controleproces.

Het belangrijkste instrument is het recht van initiatief, parlamentarische Initiative (een wet initiëren), de motie, Motion (de regering dwingen een wet te maken), een postulat (de regering vragen om onderzoek naar een wet of maatregel), de interpellatie (Interpellation) en vragen, einfache Anfrage (verzoeken om informatie over documenten,  of (internationale en Europese) ontwikkelingen en kwesties).

De instrumenten worden vaak (parlamentarische Initiative, Motion) of minder vaak (einfache Anfrage, Postulat) toegepast.

Alle spelen ze echter een rol in de communicatie, informatie en het stellen van prioriteiten tussen volksvertegenwoordiging en regering. Ook maakt de ene politieke partij meer gebruik van bijvoorbeeld de einfache Anfrage, de andere meer van de Motion of parlementarische Initiative, mede afhankelijk van de actualiteit (en naderende verkiezingen).

De Volksvertegenwoordiging (en de Raad van Staten) oefenen daarnaast financiële controlle uit in twee commissies en in bijzondere (ernstige) gevallen door de PUK (Parlamentarische Untersuchungs Kommission), de parlementaire enquête.

Functioneren

Ook de volksvertegenwoordiging (en dus ook de Raad van Staten) moet altijd in nauw en direct contact blijven met de achterban (kantons), (sociale en economische) belangengroepen en de burgers, want deze hebben in de directe democratie altijd het laatste woord als de echte soeverein.

De Volksvertegenwoordiging neemt een zeer onafhankelijke en sterke positie in ten opzichte van de regering in omdat de regering deze kamer nooit kan ontbinden. Ook voorkomt het jaarlijks kiezen van een premier/staatshoofd/primus inter pares machtsvorming, koehandel en politiek opportunisme.

Een actueel voorbeeld is het zogenaamde Rahmenabkommen met de Europese Unie. In Zwitserland is soevereiniteit mede een breekpunt in de onderhandelingen met de EU.

Daarnaast eist een meerderheid van het parlement loonbescherming voor haar arbeiders/middenstand vanwege de enorme verschillen tussen de EU-landen, rem op de (sociale zekerheid) immigratie van (arme) EU-burgers en regels op maat voor staatssteun.

In Zwitserland is er een hoogstaand parlementair en vanwege de directe democratie intensief publiek debat. De Volksvertegenwoordiging en democratie doen hun naam alle eer aan.

Ook deze Volksvertegenwoordiging heeft zo haar tekortkomingen en gebreken. Maar het systeem functioneert, soms (te) langzaam, maar wel uiterst zorgvuldig, democratisch en op een hoogstaand niveau.

Het is te hopen dat Zwitserland en zijn burgers dit unieke en goed functionerende democratische systeem zullen koesteren en niet offeren een nieuwe centralistische, ondemocratische en megalomane superstaat.

 

Lessoc, zijn meer, kerk en bron

Het dorp Lessoc (kanton Fribourg) in het regionale natuurpark Gruyère Pays-d’Enhaut bestaat uit een dicht netwerk van huizen en boerderijen uit de gouden eeuw van Gruyère, met een aanwezigheid van laatgotische decoratie. Het heeft een opmerkelijke overdekte waterbron op het dorpsplein.

Het dorp heette Lessoz in 1231, Les Soz in 1237 en Lessot rond 1352. In de middeleeuwen maakte hoorde het dorp deel uit van het graafschap Gruyère. De aanwezigheid van een kapel wordt in 1365 door documenten aangetoond. De huidige kerk is gebouwd in 1635. Ze onderscheidt zich door een fraai houten gewelf met geschilderde motieven.

De Sarine (Saane) stroomt door de groene vallei Intyamon en wordt doorkruist door verschillende stuwdammen. In Lessoc, bijvoorbeeld, is het Lessoc-meer ontstaan als door deze dam.

De waterkracht van de Boven-Sarine wordt op twee locaties gebruikt. De eerste locatie is de stuwdam van Rossinière en de waterkrachtcentrale van Montbouvon. De tweede stuwdam bevindt zich in Lessoc en is in dezelfde tijd gebouwd (1973). De stuwdam van Lessoc is een complex met ren zeldzaam constructietype in Zwitserland.

Lessoc ligt tegenwoordig in de gemeente Haut-Intyamon. De gemeente maakt deel uit van het arrondissement Gruyère. De gemeente omvat ook de dorpen Albeuve, Montbovon, les Sciernes d’Albeuve en Neirivue.

(Source:www.fribourgregion.ch; www.electrobroc.ch)

Het stuwmeer Lac de Vernex bij Rossinière

Walkringen, Gasthof Bären,Erdburgen und die Kirche

Walkringen (kanton Bern) is voor het eerst genoemd in een document op 10 februari 1220. De naam is afkomstig van Alemannische immigranten in de zesde en zevende eeuw. De twee Erdburgen op de zogenaamde Zwingherrenhubeln Adlisberg en Hubelwald dateren ook uit deze tijd.

De 11e-eeuwse kerk op de dorpsheuvel is in 1989 gerenoveerd. Een van de oudste gebouwen in de gemeente is de herberg (Gasthof) Bären, die het dorp nog steeds karakteriseert.

De soevereiniteit was in handen van de Kyburgers tot 1406, toen ze het afstonden aan Bern. Na de afschaffing van het Kartuizerklooster tijdens de reformatie (rond 1530) is de abt vervangen door een Berner voogd, die ook de rechtspraak uitoefende.

Tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803) kreeg het dorp een nieuwe gemeentelijke status. In 1803 werd de gemeente deel van het Oberamt Konolfingen. Sinds 1 januari 2010 maakt de gemeente Walkringen deel uit van het district Bern-Mittelland.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Walkringen)

Splügen, Reto-Romanen, Walser, Bündner sinds 1803 Zwitsers

Het aantal inwoners van Splügen (kanton Graubünden) is in de loop der eeuwen opmerkelijk stabiel gebleven. Het aantal inwoners was 360 in 1690 (ten tijde van de Graue Bund, als een van de drie bonden van de Freistaat der drei, Bünde), 373 in 1900 en ongeveer 380 tegenwoordig.

In 840 is het dorp aangeduid als Speluca, Spleia in het Romaans. Het dorp ligt aan de Via Mala in het Rheinwald, het stroomgebied van de Hinterrijn, en aan de weg van en naar de Splügenpas en de San Bernhardinpas.

Tot het einde van 13e eeuw was Splügen een Romaans dorp. Tegen het einde van deze eeuw vestigden Walser zich ook in dit dorp.

Lange tijd was het klooster Pfäfers de grootgrondbezitter in deze regio. Daarna waren er lokale heersers, zoals de Heren Von Vaz en de graven van Werdenberg-Sargans.

In de 15e eeuw werden de Säumerei en het overige goederen- en personenverkeer over de passen steeds belangrijker. De Heren Von Vaz bouwden om deze reden een kasteel bij Splügen.

Het dorp verkreeg in 1530, na de overgang tot het protestante geloof en de stichting van de Freistaat der Drei Bünde in 1524 de status van zelfstandige gemeente. De huidige kerk stamt uit 1689.

In 1799 en 1780 bezette een Frans leger het dorp in de veldtocht tegen de Russische generaal Suvorov en de Oostenrijkers. De Splügenpas was een immers belangrijke route voor militaire transporten.

Na de opening van de Gotthardbahn in 1882 werd het dorp minder belangrijk. De opening van de Bernhardintunnel bood echter nieuwe perspectieven, evenals het tourisme.

Het Raeto-Romaans was tegen die tijd echter al lang verleden tijd in dit gebied. Zeer weinig inwoners spreken het idioom Sutselvan tegenwoordig nog. Dit doet niets af aan de schoonheid van de natuur en het dorp.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Rheinwald)

Hinterrhein

Albert Hofmann en LSD

Op vrijdag 16 april 1943 had de farmaceutische onderzoeker Albert Hofmann (1906-2008) in het bedrijf Sandoz in Basel een bijzondere ervaring. Hij deed al jarenlang tevergeefs onderzoek naar een stimulerend middel voor de bloedsomloop.

Op deze dag had hij echter een kleine hoeveelheid  Lyserginezuur Diatylamine ingenomen. Hij hallucineerde, balanceerde op het randje van de waanzin en eindigde met een gevoel van opperste gelukzaligheid.

Op 19 april herhaalde hij het experiment  met dezelfde gevolgen: hallucinaties, duizeligheid, angst gevolgd door rust en een geluksgevoel. Hij had LSD (Lyserginezuur Diatylamine) uitgevonden.

Het middel kwam in 1949 op de markt als medicijn in de psychotherapie om mentaal lijden te verlichten. Het middel kreeg in de jaren zestig echter een andere bestemming: de hippiescene, eerst in Amerika met de doorbraak op het Woodstock-festival van 1969, daarna in Europa.

LSD werd het symbool van het escapisme van de parallelwereld van de anti-establishment beweging. Het medicijn was een verslavend genotmiddel geworden met alle ellende van dien. In Amerika en daarna Europa werd LSD al snel verboden.

Hofmann was aan de ene kant trots op zijn uitvinding als medicijn in de psychotherapie. Hij was echter geschokt en niet voorbereid op het misbruik vanaf de jaren zestig.

Hij zal er in zijn hallucinerend mooie woonomgeving bij Burg in het Leimental (Kanton Solothurn) vaak over hebben nagedacht op zijn wandelingen in de Frans-Zwitserse Jura en de kantons Solothurn en Basel-Landschaft.

De Villa van Albert Hofmann bij Burg

Gedenksteen op de Rittimatte voor Albert Hofmann (1906-2008) en zijn vrouw Anita Hofmann-Guanella (1913-2007)

Bankje voor Albert Hofmann, aan de Frans-Zwitserse grens

Burg, 11e eeuw

De Remeltoren (Rämelturm), 832 m. 

Biederthal (Elzas)

Bättwil (kanton Solothurn) 

Ettingen (kanton Basel-Landschaft)

De Flühmühle in Flüh

Flüh (kanton Solothurn), wellicht het dorp met de hoogste restaurantdichtheid van het kanton vanwege de ongeveer 250 000 pelgrims die jaarlijks Mariastein bezoeken.

Rodersdorf (kanton Solothurn)

De Raad van Staten

Het parlementaire systeem in Zwitserland kent twee kamers. In dit artikel staat de Raad van Staten (kantons), de Ständerat (Kantonskammer, Kleine Kammer, Zweite Kammer, Senat, Chambre de réflexion) centraal.

De  andere kamer, de Nationalrat komt hierna aan de orde. In deze bijdrage passeren in het kort de ontstaansgeschiedenis, de rol en plaats in het constitutionele systeem en het functioneren de revue.

Ontstaan

Het was bij het ontstaan van de nieuwe Grondwet in 1848 niet vanzelfsprekend dat de Ständerat er zou komen. Zijn ontstaan dankt ze niet in de laatste plaats aan de Sonderbundskrieg van 1847.

In deze (laatste) gewapende (burger) oorlog op Zwitsers grondgebied stonden wereldbeschouwingen, religie en urbane en rurale gebieden tegenover elkaar, katholiek-conservatieven uit overwegend rurale katholieke kantons (Uri, Schwyz, Unterwalden,Wallis, Zug. Luzern en Freiburg) tegenover de liberale (wat iets anders is dan democratische) protestante handelskantons (onder leiding van vooral Bern, Bazel en Zürich) van de overige kantons van de Eidgenossenschaft (Vaud en Neuchâtel waren neutraal).

In 1848 was Zwitserland nog niet de dienstverlenende en industriële natie die het de decennia na 1848 zou worden. Agrarisch stond tegenover handel, katholiek tegenover protestant, (ruraal) conservatief tegenover (urbaan) liberaal.

De Zwitserse burgeroorlog zou echter weinig slachtoffers en nog minder dagen tellen, onder andere dankzij het beheerste en op verzoening gerichte optreden van de overwinnaars.

Na deze burgeroorlog groeide het inzicht dat in de confederatie de minderheid (van katholieke kantons) ook een stem moesten hebben in de federatie, evenals de taalminderheden (Frans en Italiaans, Romaans is in 1938 erkend als vierde taal).

Als federale tegenwicht was de Ständerat ervoor de vertegenwoordiging van de kantons met in totaal 44 zetels voor de vijfentwintig zetels. twee zetels per kanton en een zetel per kanton voor de zes halfkantons. Het nieuwe kanton Jura kreeg in 1979 ook twee zetels, wat het totaal op 46 bracht.

Functioneren

De Ständerat wordt gekozen volgens de kieswet van ieder kanton (tegenwoordig op basis van directe verkiezingen door het abolute meerderheidssysteem (Majorzsystem), behalve in Vaud en Neuchâtel waar een Proportinoneel systeem (verkiezing naar evenredigheid van stemmen, Proporzsystem) is.

Zwitserland kent formeel het militiesysteem (Milizsystem) met halftijds politici. Ook in de Ständerat bestaat echter een tendens naar meer voltijdspolitici, al blijft het nog steeds een miliz-parlement.

Ständerat en Nationalrat

Het unieke aan de Ständerat is de volledige gelijkberechtiging met de Nationalrat: in wetgeving, federaal budget, controle op en benoeming van de regering (Bundesrat) en federaal bestuur, benoeming van federale rechters en andere federale instanties).

De Ständerat is het kantonale tegenhanger van de representatieve vertegenwoordiging van de Nationalrat. Ieder kanton heeft ongeacht religie, aantal inwoners of economie dezelfde stem.

De Ständerat vergadert apart van de Nationalrat (behalve bij het kiezen van de regering, federale rechters/bestuurders en in tijden van oorlog/onrust de opperbevelhebber (generaal) van de strijdkrachten). Beide organen vergaderen driemaandelijks in het Bundeshaus in Bern.

De federale wetten kunnen niet aan de Constitutie worden getoetst door de (hoogste) rechter.

De parlementaire instrumenten van de Ständerat komen in het artikel over de Nationalrat aan de orde, omdat deze identiek zijn.

In beide organen zijn negen commissies die samenwerken met de Bundesrat, experts, departementen en (belangen) organisaties en twee commissies van (financieel) toezicht.

Beide organen kiezen een president en vice-president voor de periode van maximaal een jaar. De consequente keuze in de Zwitserse Constitutie om machtsconcentraties tegen te gaan.

De Ständerat is zelf initiatiefnemer of behandelt als eerst een (wets) voorstel van de Bundesrat (dan is hij de Erstrat) of pas na de Nationalrat (dan is hij de Zweitrat). De presidenten van beide raden stellen hiervoor de agenda op.

De laatste decennia heeft de Ständerat een kleine voorsprong op de Nationalrat genomen en is hij in 55% van de zaken (honderden per jaar) Erstrat.

Beide Raden moeten het volledig over iedere letter en komma eens zijn. Bij onenigheid is er eerst maximaal drie keer een Differenzbereinigungsverfahren. In dit proces proberen leden van beide Raden de onenigheid te overbruggen, wat meestal lukt.

Indien dit niet het geval is, dan komt er een Einigungskonferenz. Dertien leden van iedere Raad bespreken dan de wetgeving of besluit om alsnog tot overeenstemming te komen.

Lukt dit niet, dan is de wetgeving mislukt en komt ze er niet. Lang overleg is noodzakelijk, omdat altijd de directe democratie (facultatief referendum of Volksinitiatief) op de loer licht.

Ständerat en kantons

Van belang is het feit dat leden van de Ständerat stemmen zonder ruggenspraak met de organen van het kanton, maar als zelfstandige leden van een federaal orgaan. Juist op dit punt biedt de in 1993 opgerichte Konferenz der Kantonsregierungen (KvK) in Bern een belangrijke rol.

De klacht was dat de leden van de Ständerat vooral zelfstandige federale politici waren. De kantons hadden daardoor in het federale wetgevingsproces veelal te weinig, te laat en te beperkte invloed.

Deze KvK voldoet uitstekend in deze leemte, waarover in komende artikelen meer.

Positie

De Ständerat neemt tegenwoordig een prominente plaats in bij het wetgevings- en besluitvormingsproces en de controle op en samenwerking met de regering en haar (zeven) departementen (inclusief commissies).

In de politieke machtsverhoudingen speelt de Ständerat tegenwoordig een net zo’n belangrijke en volgens sommigen zelfs een belangrijkere rol dan de Nationalrat. Dit is wel eens anders geweest.

Het politieke belang en prestige blijkt ook uit de leden van de Nationalrat die zitting nemen in de Ständerat, het omgekeerde komt nog nauwelijks voor.

Zoals ieder democratisch systeem heeft ook dit systeem zijn tekortkomingen en lacunes, ook de Ständerat. Na een aanvankelijk ondergeschikte positie ten opzicht van de Nationalrat tot de jaren 1950, heeft hij haar politieke (machts)positie en prestige steeds verder versterkt in de relatie met de regering en de nationalrat.

Als federaal instituut zonder ruggenspraak met de kantons is de band met de kanton en zijn regering en parlement soms te los geweest.

In deze leemte lijkt de KvK te voorzien. Een conclusie is niet omstreden: de Ständerat heeft een onmisbare rol en functie in het parlementaire systeem.

Klooster Werthenstein

In het dorp Werthenstein (kanton Luzern) aan de Emme wijdde de bisschop van Konstanz in 1520 een eerste bedevaartskapel in. Stilistisch was het kerkgebouw gekenmerkt door de overgang van laatgotiek naar renaissance.

Niklaus Ratzenhofer (1600-1649) beschreef het ontstaan van het bedevaartsoord in zijn boek “Kurtze Erzehlung dess Ursprungs und Wunderzeichen des Gotteshauses unser lieben Frawen zu Werdenstein” (1618). Rond 1500 sloeg een Nederlandse goudzoeker zijn kamp op voor de nacht bij de Emme. Daar hoorde hij “Ein gar herrliches, lieblichs und süesses Gesang und er sah einen schönen Glanz von vilen hellen Liechetern (een wonderbaarlijk, lieflijk en zoet gezang en zag hij een prachtige glans van vele heldere lichten)”. Hij hing daarna een afbeelding van Onze Lieve Vrouw (Maria) op.

In de volgende jaren deden steeds meer verhalen over genezingen de ronde en nam de toestroom van pelgrims snel toe. De regering van Luzern besloot daarop een kapel te bouwen, met de kapel van 1520 als resultaat.

Het beroemde Mariabeeld, een uit hout gesneden Pietà, kwam in 1528 naar het bedevaartsoord. Het stond oorspronkelijk in de Frybachkapel bij Huttwil (kanton Bern). Nadat het kanton Bern in 1528 tijdens de reformatie tot het andere geloof was overgegaan, werd het beeld naar Werthenstein gebracht. De bedevaart kende daardoor een grote opleving.

De huidige barokke kerk is ingewijd in 1616. In 1621 wijdde de bisschop van Konstanz vervolgens het nieuwe kruisaltaar en de twee kapellen (Rundkapellen) bij de hoofdingang in. Het kruisaltaar was een gift van de Franse koning Lodewijk XIII (1601-1643). De gebroeders Christoph en Hans Ludwig Pfyffer schonken de twee kapellen.

De gift van de Franse Koning onderstreepte de goede relatie tussen de (katholieke) Kantons van de Eidgenossenschaft op basis van de Eeuwige Vrede van 1516 en de vele Zwitserse huurlingen in Franse dienst.

De bron van de latere “Gnadenbrünnelis” is in 1634 ontdekt. De bron bevindt zich op het pad van de houten brug over de Emme naar de kerk. Over de vele wonderbaarlijke genezingen door het heilzame water van de bron deden al snel vele verhalen de ronde en het  bedevaartsoord werd steeds drukker bezocht.

De Franciscanen namen in 1636 hun intrek in het nieuw gebouwde kloostergebouw. Van de 17e tot het begin van de 18e eeuw beleefde de bedevaart zijn hoogtijdagen met tot 80.000 pelgrims per jaar.

Aan het eind van de 18e eeuw nam de stroom pelgrims echter snel af. Het kanton Luzern hief in 1838 het klooster Werthenstein tenslotte op. Een groot deel van de inrichting werd geveild en de ruimtes werden gebruikt als instelling voor doofstommen.

Tegenwoordig is het klooster een parochie. De zalen worden ook verhuurd voor evenementen en er is overnachtingsmogelijkheid voor pelgrims die de Jakobsweg afleggen.

Het complex is omgeven door watervallen (de Sulzigbachwaterval, de Stäubligbachwaterval en de Bielbachwaterval), de kloostertuin en prachtige wandelpaden.

(Bron en verdere informatie: Klooster Werthenstein)

Fondation Beyeler in Riehen en de stichters Ernst en Hildy Beyeler

In 2022 vierde de Fondation Beyeler in Riehen/Basel haar 25-jarig bestaan. Ernst Beyeler (1921-2010) was samen met zijn vrouw Hildy (1922-2008) een vooraanstaand galeriehouder en bouwde een van ’s werelds belangrijkste collecties moderne kunst op. Deze is sinds 1997 ondergebracht in de Fondation Beyeler in een gebouw dat is ontworpen door Renzo Piano.

Bäumleingasse  9 in Basel, de Galerie (1945-2010) 

Sinds de oprichting in oktober 1997 is het museum uitgegroeid tot een van de meest bezochte kunstmusea in Zwitserland met wereldwijde faam. Ter gelegenheid van haar lustrum presenteerde de Fondation in de loop van het jaar een reeks prachtige tentoonstellingen.

Spalenberg, Bazel, het Sperber-Kollegium en ‘die Ehrespalebärglemer’

Het startschot werd gegeven met een grote overzichtstentoonstelling over “Georgia O’Keeffe” (23  januari- 22 mei) gevolgd door de zomertentoonstelling “Mondriaan” (5 juni – 9 oktober 2022).

De wisselwerking tussen figuratie en abstractie is van bijzonder belang in de moderne kunst. De tentoonstelling Passages – Landschap, figuur en abstractie (12 februari – 14 augustus 2022) illustreerde dit op voorbeeldige wijze aan de hand van topwerken uit het impressionisme, het klassieke modernisme en de hedendaagse kunst.

De Fondation toonde tegelijkertijd de meeslepende beeld-geluidinstallatie Lineage for a Phantom Zone (13 februari – 13 maart 2022) van de Amerikaanse kunstenares Sondra Perry.

Momenteel omvat de collectie van het museum ongeveer 400 werken uit de 19e, 20e en 21e eeuw, waaronder schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, installaties, foto’s en films.

De Fondation sluit het lustrumjaar af met een tentoonstelling (30 oktober 2022- 8 januari 2023) van de belangrijkste werken uit haar collectie. Er zijn ongeveer 100 werken te zien van 31 kunstenaars – van klassiekers uit de moderne kunst tot recente aanwinsten van hedendaagse kunst.

Het gaat om kunst van onder anderen Vincent van Gogh, Claude Monet, Pablo Picasso, Henri Matisse, Alberto Giacometti, Mark Rothko, Andy Warhol, Louise Bourgeois en anderen worden samengebracht met hedendaagse posities van onder meer Marlene Dumas, Felix Gonzalez-Torres, Tacita Dean en Rachel Whiteread.

De tentoonstelling biedt een unieke gelegenheid om de collectie van de Fondation in al haar indrukwekkende kwaliteit en diepgang te (her)ontdekken.

Joan Miró (1893-1983), Oiseau lunaire, 1966  (Sammlung Beyeler) en Duane Hanson, Kunstenaar met ladder, 1972.

Deze jubileumtentoonstelling wordt verder verrijkt met enkele hyperrealistische sculpturen van de grote Amerikaanse kunstenaar Duane Hanson (1925-1996).

Parallel aan deze collectietentoonstelling toont de Fondation tot slot van het jubileumjaar Palimpsest tot  januari 2023, een tentoonstellingsproject van de Colombiaanse kunstenares Doris Salcedo.

Uitbreiding

De Fondation heeft onlangs het naburige Islein-Weberpark verworven. Deze uitbreiding zal twee parken met elkaar verbinden. Daarnaast zullen drie nieuwe gebouwen, aangepast aan de (dorps)huizen van Riehen, het complex aanvullen: een galerie voor de kunst, een paviljoen voor evenementen en een gebouw voor administratie.

De omvang van de parken verdubbelt en de nieuwe gebouwen zullen weer harmonieus opgaan in de natuurlijke omgeving.

(Bron en verdere informatie: Fondation Beyeler, Riehen)

Mark Rothko (1903-1970). Ohne Titel, 1968, Sammlung Beyeler. Duane Hanson. Altes Paar auf einer Bank, 1994

Henri Rousseau (1844-1910). Der hungrige Löwe wirft sich auf die Antilope (1898-1905). Sammlung Beyeler. Duane Hanson. Spielende Kinder, 1979.

Anselm Kiefer (* 1945). Dein und mein Alter und das Alter der Welt, 1997. Sammlung Beyeler. Duane Hanson, Mittagspause, 1989. 

Paul Cézanne (1839-1906), Madame Cézanne à la chaise jaune, 1888-1890. Sammlung Beyeler. Duane Hanson. Alte Dame auf dem Klappstuhl, 1976.

Plakat der Ausstellung. Vincent van Gogh (1853-1890), Champ aux meules de blé, 1890 (Sammlung Beyeler) und Duane Hanson. Künstler mit Leiter, 1972.

Impressies van het museum complex

 

De tuin

De omgeving