De schrijfschool Sent

Sent (Unterengadin, kanton Graubünden) ligt op een zonnig terras boven de rivier de Inn. In het dorp vinden tussen boerderijen en palazzi en in de kerk regelmatig concerten plaats en worden lezingen en tentoonstellingen georganiseerd. Ook het beeldenpark van Not Vital trekt veel gasten.

De schrijfschool Sent  (Schreibschule Sent) biedt cursussen voor lezen en schrijven. De nadruk ligt op creatief schrijven. De cursussen gaan ook in het kort in op de Romaanse taal van het Engadin (Vallader in Unterengadin, Puter in Oberengadin).

Er is bovendien een aanbod voor mensen die geïnteresseerd zijn in het leren van Vallader, de moedertaal van het Unterengadin.

Rumantschas e rumantschs sun eir cordialmaing invidats!

(Bron en verdere informatie: www.schreibschule-sent.ch)

De Romanisiering van Zwitserland

Romanisering is, kort gezegd, de verbreiding van de Romeinse cultuur en leefwijze, met inbegrip van bestuur, onderwijs, landbouw, taal, monetaire stelsel, cultuur, architectuur, stadsplanning, sociale en economische organisatie, recht, religie, en infrastructuur zoals wegen en bruggen, theaters, amfitheaters, baden en aquaducten.

De notabelen, de lokale elite van bestuurders (de Ordo Decurionum), welgestelde burgers en aristocraten, waren de belangrijkste actoren in het proces van Romanisering in de provincies van het Romeinse Rijk. Het grondgebied van het huidige Zwitserland was vanaf  13 v. Chr. ook bezet door Rome en ingedeeld bij verschillende Romeinse provincies.

Augusta Raurica. Bron: Museum Augusta Raurica

De Romanisering

De lokale elites namen binnen een generatie de Romeinse leefwijze, taal en cultuur over. Romeinse burgers, soldaten, kooplieden, veteranen van het Romeinse leger, bankiers, ambachtslieden en bestuurders vestigden zich ook op het huidige Zwitserse grondgebied. Deze snelle integratie is verklaarbaar door de meerwaarde van de Romeinse cultuur en de kansen die ze bood.

De Romeinen voerden ook een succesvolle integratiepolitiek. Zij bood de lokale elite veel carrièremogelijkheden in economie en handel, leger, lokaal, provinciaal en soms zelfs keizerlijk bestuur, zonder de Romeinse cultuur dwingend op te leggen. De lokale elite had een grote mate van autonomie, zolang de belasting maar werd betaald en Rome niet (militair) werd tegengewerkt.

De Romeinse cultuur en leefwijze introduceerde ook een veel hogere levensstandaard. Stenen huizen, een goed wegennet, riolering, badhuizen met warm water, theater, rechtszekerheid, brood en spelen, onderwijs en een schriftcultuur zijn maar enkele van de vele voorbeelden.

Na de romanisering van de lokale elite, volgde de geleidelijke aanpassing van de overige burgers, eerst in de steden, en daarna op het platteland. Er is weinig bekend over dit proces, omdat alleen de elite schreef en dan meestal alleen over en voor de elite.

Het overgrote deel van de bevolking, ongeveer 90%, leefde, op het platteland. Van slaven (naar schatting 25%  van de bevolking), vrouwen en kinderen is sowieso weinig bekend.

Wel was deze romanisering niet volledig. Ze wordt om deze reden ook wel Gallo-Romeins genoemd. Gallisch is een andere woord voor Keltisch. Alleen de elite en een deel van de bewoners in de stedelijke gebieden was Romeins of volledig ingeburgerd, zoals we tegenwoordig zeggen. Op het platteland ontstond een gemengde cultuur en taal.

Zwitserland ingedeeld in Romeinse provincies, 150 n. Chr. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

De Zwitserse regio’s

Het tempo en de intensiteit van de romanisering hingen sterk af van de urbanisatie en varieerden naar gelang  regio’s en omstandigheden. Het westelijke en noordelijke deel van Zwitsers gebied waren sterk geromaniseerd met onder andere de Colonia Julia Equestris (Nyon), Vindonissa (Winsdisch-Baden), Aventicum (Avenches), Lousanna (Lausanne), Augusta Raurica (Augst), Genava (Genève), ), Aquae Helveticae (Baden), Tenedo (Zurzach), Salodurum (Solothurn), Vitudurum (Oberwintherthur), Tasgaetium (Eschenz), Forum Claudii Vallensium (Martigny) of Sitten (Sedunum) en de regio Tessin.

De nabijheid van strategisch belangrijke gebieden, zoals de Rijn, en militaire kampen (zoals in Vindonissa, het huidige Windisch, kanton Aargau), handels- en verkeerswegen, onder andere rivieren, meren en bergpassen, speelden hierbij een belangrijke rol.

Het minder bevolkte en bergachtige centrale en oostelijke deel van Zwitserland was minder geurbaniseerd en (dus) minder geromaniseerd. In Graubünden was bijvoorbeeld alleen Curia (Chur) een stad van betekenis. De toegang tot de bergpassen en de noord-zuid verbinding was hierbij doorslaggevend.

Het uitgebreide wegennet, het toegankelijk maken van bergpassen, de vaarwegen en de aanleg van havens bevorderde bovendien de eenwording van de verschillende regio’s en de integratie met de rest van de Romeinse wereld.

Na het vertrek van de Romeinen aan het begin van de vijfde eeuw begint wat we tegenwoordig de vroege middeleeuwen noemen. De Keltische cultuur en samenleving waren  op dat moment voorgoed veranderd in een Gallo-Romeinse cultuur.

Zwitserland ingedeeld in Romeinse provincies, 395 n. Chr. Beeld: Marco Zanoli/Wikipedia

De vroege middeleeuwen

De vroege middeleeuwen (5-8e eeuw) was het tijdperk van de Germaanse stammen, de Alemannen, in het grootste deel van Zwitserland. Vooral was het echter ook de periode van de opkomst van de kerk, de abdijen en de bisdommen tot in alle uithoeken van Zwitserland.

De Alemannen introduceerden de Germaanse taal en cultuur en verdrongen het (vulgaire) latijn in de loop van de vijfde tot de achtste eeuw. De Alemannen hebben zich echter niet gevestigd in de huidige Romandie. Alleen de Keltische Duitstalige stam van Bourgondiërs vestigden zich daar rond 434. Deze stam nam echter de Gallo-Romeinse cultuur en taal, de voorganger van het Frans, over. Dit gebied bleef grotendeels Franstalig en de huidige taalgrens stamt hoofdzakelijk uit de periode tot de 10e eeuw.

In Oostelijk Zwitserland, het huidige Graubünden, en Oostenrijkse en Italiaanse gebieden ten noorden en oosten, bleef het Reto-Romaans tot de negentiende eeuw de belangrijkste spreektaal. Een nieuwe golf immigranten, de Walser, introduceerden echter het Duits vanaf de twaalfde eeuw in bepaalde gebieden. Het Reto-Romaans heeft zich lang gehandhaafd en is pas vanaf de negentiende eeuw in de verdrukking geraakt.

De Germaanse stammen bereikten Tessin en Italiaanssprekende valleien in Graubünden niet en alleen de Italiaanse taal en cultuur ontwikkelde zich in deze regio.

Met name de kerk, de abdijen en bisdommen handhaafden het Latijn als (wetenschappelijke en religieuze) taal. De Romeinse cultuur raakte buiten de kerk in de vergetelheid tot de Karolingische Renaissance in de negende eeuw.

Conclusie

De Romanisering heeft ook in Zwitserland zijn blijvende invloed achtergelaten in taal en cultuur. Zonder Rome ook geen Christendom, in ieder geval niet zoals zich dat heeft ontwikkeld op basis van de Romeinse cultuur en bestuurlijke eenheden. Dat is ook een erfgoed van de Romeinen, ook in Zwitserland.

(Bronnen: J.-P. Felber, De l’Helvétie romaine à la Suisse Romande (Genève 2006), R. Fellmann, Die Römer in der Schweiz (Stuttgart 1988), B. Debatty, ” Les notables locaux dans les provinces gallo-romaines’ “, in G. Garidel (Ed.) Les notables locaux dans les provinces gallo-romaines. Garidel (Ed.) Les Gallo Romains, Les Cahiers de l’Antiquité (Louviers).

Reconstructie Amfitheater Augusta Raurica

Natuurpark Beverin, drie talen en culturen

Natuurpark Beverin in het kanton Graubünden is een regionaal natuurpark van nationaal belang. Het park  met een omvang van 412 m2, 11 gemeenten en ongeveer  3 000 inwoners bestaat uit vier dalen en diepe kloven (onder andere de Viamalaschlucht en de Rofflaschlucht), twee cultuurhistorisch en taalkundig verschillende gebieden (Walser en Reto-Romaans) en cultuurhistorische verkeersroutes van  Romeinse- en Walser origine.

Het cultuurlandschap in het park varieert door de immigratie van Walser in de 13e en 14e eeuw en de aanwezigheid van Reto-Romanen en hun taal, het Reto-Romaans.

De invloed van de Walser is nog steeds sterk in het Safiental en enkele naburige dorpen, niet alleen wat betreft taal, maar ook door architectuur, landbouwmethodes en inrichting van dorpen. In Sufers, Tschappina en het Safiental zijn de Walser taal en cultuur relatief goed bewaard gebleven.

De gemeenten rond de Piz Beverin (2998 m.) beheren het natuurlijke en culturele erfgoed en het prachtige landschap met een grote verscheidenheid aan dier- en plantensoorten. De Capricorn of Steenbok is ook thuis in dit gebied en de kolonie Safien-Rheinwald telt ongeveer 350 dieren.

De Steenboktentoonstelling in het Center da Capricorns in Wergenstein toont de wereld van deze steenbokkenkolonie en geeft informatie over  het leven van de Steenbok.

Als kortste verbinding tussen het Meer van Konstanz in het noorden en Lombardije in het zuiden was de route over de Splügenpas eeuwenlang een belangrijke handelsroute.

Fürstenau. Foto: TES.

In de dorpen Andeer, Lohn, Pignia en Zillis wordt nog steeds Romaans (Sutsilvan-dialect)gesproken door ongeveer de helft van de bewoners. De andere helft en in andere gemeenten spreken ze Zwitserduits (Bündnerdialect) of het Walser dialect.

De kapel van Zillis

Tegenwoordig beheersen nog ongeveer 1000 inwoners van deze streek het Sutsilvan, tot de negentiende eeuw de gangbare taal. De 19e en 20e eeuw brachten echter grote veranderingen met zich mee (toerisme, media, spoorwegen, mobiliteit, immigratie Duitssprekenden), die een negatieve invloed hadden op de Romaanse- en Walser taal en cultuur. Het Duits kreeg steeds meer de overhand.

De Romaanse en Walser bevolking en hun talen bestaan echter nog steeds en mogen zich zelfs in een groeiende belangstelling verheugen.

(Bron en verdere informatie: www.naturpark-beverin.ch).

De grondlegger van de directe democratie

Ruim honderdvijftig jaar geleden, op 6 maart 1866, stierf Ignaz Paul Vital Troxler, een van de grondleggers van het moderne Zwitserland en de directe democratie. Hij is geboren in 1780 in Beromünster (kanton Luzern).

Hij verliet op zijn negentiende zijn post in de Napoleontische administratie van de Helvetische Republiek (1798-1803) om in Jena (Duitsland) medicijnen te studeren.  Hij  was daarna in Göttingen succesvol in de oogheelkunde.

Zijn republikeinse en liberale sentimenten waren echter niet gewenst in de tijd na 1815. Ook niet in Bazel, waar hij in 1832 tot rector van de universiteit was benoemd.

Volgens Troxler moet het (politieke) establishment  herkennen wat de burgers werkelijk wilden en wat hun bezighield. De politiek moet in een constante kritische dialoog met de burgers blijven en hun ook het laatste woord geven.

Genève, 25 september 2022, een facultatief nationaal referendum.

Zo formuleerde Ignaz Troxler de Zwitserse directe democratie en politieke stijl en hielp deze inhoudelijk vorm te geven. Zijn gedachtegoed heeft mede geleid tot de invoering van het facultatieve Referendum in de Grondwet van 1874 en het Volksinitiatief in 1891.

De erfenis van Cluny

De abdij Cluny beheerde in het jaar 1000 honderden kloosters in Europa, waaronder enkele in Zwitserland.

Opgericht in 910 en verwoest tijdens de Franse Revolutie, was de abdij een belangrijke religieuze, artistieke, economische en politieke macht tot de 13e eeuw.

Het Europese netwerk ging over politieke- en taalgrenzen heen en werd een model voor de religieuze samenleving. Cluny heeft een immense en diverse erfenis achtergelaten, verspreid over honderden plaatsen, ook in Zwitserland.

De locaties bevinden zich in Zwitserland voornamelijk in het Franstalige deel. Dit heeft alles te maken met het Koninkrijk Bourgondië (888-1032).

Dit Franstalige koninkrijk besloeg ook het huidige Franstalige Zwitserland en was nauw verbonden met Cluny.

Twee kloosters, Romainmôtier en Payerne, zijn zelfs door twee koninklijke vrouwen  aan Cluny geschonken.

Prinses Adelheid (870-929), zus van koning Rudolf I van Bourgondië (859-912), schonk het klooster van Romainmôtier aan de abdij van Cluny.

Keizerin Adelheid (931-999), dochter van koning Rudolf II (880-937), getrouwd met de Duitse koning Otto II, werd in 962 in Rome keizerin, toen Otto tot keizer werd gekroond.

Ze schonk het klooster in Payerne aan Cluny. In West-Zwitserland zijn er verder nog locaties van Cluny in Bassins, Bursins, Mollens, Montcherand, Baulmes, Bevaix, Corcelles, Twann-Ile Saint-Pierre, Münchenwiler, Rüeggisberg en Rougemont.

Het ontdekken en begrijpen van deze cultuur en geschiedenis is ook belangrijk voor de perceptie van het huidige Zwitserland. (Bron en verdere informatie: La Fédération Européenne des Sites Clunisiens (FESC), www.sitesclunisiens.org).

Lux Aeterna & Tuns contemporans

Het Ensemble Vocal Origen onder leiding van Clau Scherrer zingt het “Lux Aeterna” van György Ligeti (1923-2006), dat de kern vormt van de laatste Passieconcerten op de toren op de Julierpas.

De “Cantiones Sacrae” van Gion Antoni Derung en de “Messe pour double choeur a capella” van Frank Martin omlijsten het werk van de Hongaarse componist.

Het concert op 2 april wordt uitgevoerd in samenwerking met de Biennale für neue Musik Tuns contemporans Graubünden. De Biënnale viert de hedendaagse muziek en geeft haar het belang terug dat ze tot de 20e eeuw had.

Uitvoeringsdata: 30 en 31 maart en 1 en 2 april in de Julierturm.

Bron en verdere informatie: www.origen.ch

Octophonia en Habsburg

Op deze bijzondere plaats in Ottmarsheim in de Elzas, twintig kilometer van Bazel, is de abdij van Sint-Petrus en Sint-Paulus gesticht door de directe voorlopers van de Habsburgse dynastie. De Habsburgers waren ook nauw verbonden met het machtige in de achtste eeuw gestichte klooster Murbach in de Elzas.

De kloosterkerk van Murbach

De abdij van Ottmarsheim is gesticht in 1030 door Rudolf van Altenburg. Zijn broer Radbot van Altenburg stichtte 1028 het klooster Muri (in het huidige kanton Aargau).

De abdij en kloosterkerk Ottmarsheim

Deze dynastie had zijn oorsprong in de Elzas en vestigde zich in de elfde en twaalfde eeuw ook op huidig Zwitsers grondgebied. Het dorp Habsburg (kanton Aargau) is vernoemd naar het kasteel van deze naam, de Habichsburg, Haviksburcht, uit de twaalfde eeuw.

De aartshertogen Hertha Margarete en Sandor Habsburg Lotharingen  hebben op 15 juni 2019 de vredesvlam in de abdij geplaatst ter gelegenheid van het Europese festival van zang en licht Octophonia. De wereld groeit en is verbonden door muziek, terwijl zoveel andere gebeurtenissen en menselijke creaties de wereld verdelen. Dat is de boodschap van Octophonia.

De naam Octophonia is ontleend aan het achthoekige interieur van de abdijkerk, uit de eerste helft van de 11e eeuw, een imitatie van de Paltskapel in Aken van Karel de Grote.

Interieur van de kloosterkerk Ottmarsheim

De vergeten IJsindustrie van Le Pont

In 1879 werden aan de oevers van het meer van Brenet (lac Brenet) in de Vallée de Joux (kanton Vaud) kunstmatige ijskelders of enorme loodsen gebouwd van 14.000 m3 voor 5.000 ton ijs, met dubbele wanden en isolatie. De metersdikke ijskap van het meer werd zodoende op de (internationale) markt gebracht.

Vanaf dat moment tot 1942 werd het natuurijs elke winter in enorme hoeveelheden opgeslagen om ’s zomers te worden verkocht in de grote Zwitserse en Franse steden. Het ijs werd gebruikt om voedsel te bewaren.

Het ijs werd vervoerd naar de brouwerijen en andere restaurants in Parijs, Lyon, Dijon en zelfs naar het zuiden van Frankrijk, vooral tijdens de zomermaanden. De oorlog en de daling van het meerpeil met enkele meters in 1942 maakten een einde aan deze industrie, lang voor de hausse van de koelkasten in de jaren 1950,

Het ijs werd eerst met paard en wagen vervoerd naar Vallorbe en vervolgens naar Croy, waar het werd overgeladen in wagons. Vanaf 1886 werd het per trein vervoerd toen de spoorlijn Pont-Vallorbe gereed was.

Het dorp Le Pont aan de oever van het meer was een van de grootste ijsfabrieken van Europa en het centrum van de Zwitserse ijsindustrie, een geschiedenis die in vergetelheid is geraakt.

Het aantal werknemers was indrukwekkend. Het werk werd immers met de hand gedaan. In januari en februari werkten meer dan 130 arbeiders op het ijsvlaktes en in de grote loods. Brokken ijs van een meter breed werden met een zaag uit het meer gezaagd en opgeslagen in de loods.

Het Hotel de la Truite in Le Pont is het oudste etablissement van zijn soort in de vallei en wordt reeds in 1662 vermeld. Een van de beroemdste huurders was Edgar Rochat (1845-1929), de initiatiefnemer van de ijsindustrie in Le Pont.

(Bron en foto’s: La Région. Le journal de Nord Vaudois du 25 février 2015; Rémy Rochat, Edgar Rochat & Cie au Pont, Vallée de Joux, Le Pèlerin, 1999).

Romaanse Lyriek in Neolatijnse talen

Het festival Neolatine. LitteraturA Nairs is een festival in Scuol voor Romaanse literatuur met auteurs, voordrachten, lezingen, voordrachten, muziek en experimenten.

De derde editie van het festival richt zich op hedendaagse poëzie en de vertaling ervan in andere neolatijnse talen. Poëzie is momenteel het meest gepubliceerde genre in de Romaanse literatuur.

Op het festival ontmoeten Romaanse dichters auteurs uit Neolatijnse taalgebieden: Dolemitisch-Ladinisch, Portugees, Frans, Italiaans, Galicisch en Catalaans. De programmaonderdelen zijn meertalig.

(Bron en verdere informatie: Fundaziun Nairs, Scuol)