Poschiavo. Foto/Photo: TES

Poschiavo en Val Poschiavo

Val Poschiavo (Puschlav), Valle (Val) Mesolcina (Misox), Val Calanca en Val Bregaglia (Bergell) vormen samen met het dorp Bivio (Beiva in het Romaans) aan de voet van Julierpas, de Grigione Italiano, het Italiaans sprekende deel in het drietalige kanton Graubünden.

Het Lago di Poschiavo scheidt het bovenste en onderste dal van Puschlav; de hoofdplaats Poschiavo ligt in het bovenste dal en de gemeente Brusio in het onderste dal. In de 12e eeuw hadden de gemeenten Poschiavo en Brusio van elkaar gescheiden administratieve en bestuurlijke structuren.

Lago di Poschiavo

Poschiavo

Samen met de Veltlin schonk Karel de Grote (748-814) de Val Poschiavo aan het klooster van St. Denis bij Parijs in de achtste eeuw. In de 12e en 13e eeuw bestuurden de heren van Matsch-Venosta de vallei.

Tegelijkertijd breidde de stad Como haar macht over de vallei uit. Toen Milaan in 1335 Como onderwierp, kwam ook de Puschlav in 1350 onder de heerschappij van de hertog van Milaan, de Visconti. In 1408 kwamen de inwoners in opstand tegen de hertog. Zij sloten zich aan bij de Lega Caddea (Bond van het Godshuis, der Gotteshausbund). Vanaf dat moment deelden Poschiavo en Brusio het lot van de Drie Bonden (Drei Bünde).

Poschiavo en Brusio hadden vanaf 1408 een gemeenschappelijke grondwet, de “Comungrande”. Het was een vrij en onafhankelijk gebied. In 1524 werd de regio opgenomen in de Vrijstaat van de Drie Bonden (Der Freistaat der Drei Bünde) en in 1803 in het kanton Graubünden. De splitsing in twee autonome gemeenten, Poschiavo en Brusio, vond plaats in 1851.

Al in de 14e eeuw en later tijdens de bezetting van de Valtellina door de Drie Bonden en de Freistaat (1512-1797) speelde de Valposchiavo een belangrijke rol in het transalpiene handelsverkeer. De Berninapas was een van de belangrijkste noord-zuid verkeersassen. Tegenwoordig zijn de traditionele muilezelpaden (säumerpfade) nog steeds toegankelijk door de  wandelroute “Via Valtellina”.

Tirano was het startpunt van de wijnbouwers van de Veltliner: de beroemde “Veltliner” groeide en groeit hier nog steeds. Proeven van de Valtellina specialiteiten (wijnen, bresaola en kaas) en een bezoek aan het Palazzo Salis is nog steeds mogelijk! Tirano is ook het beginpunt van de Italiaanse voortzetting van de Via Valtellina, want hier begint de Via Terrazzamenti naar Morbegno.

Napoleon Bonaparte verenigde de Veltlin met de Cisalpine Republiek in 1797. De Puschlav werd toegewezen aan de Helvetische Republiek. Deze afscheiding verzwakte de plaatselijke economie aanzienlijk. De slechte economische toestand dwong veel mensen uit het dal om te emigreren.

De aanleg van de Berninaweg (1842-1865), de spoorweg en de realisatie van hydro-elektrische installaties in de centrales van Brusio in 1906-1910 verbeterden de economische situatie echter.

Aan het Lago di Poschiavo volgde de opening van het Grand Hotel Bagni in Le Prese. Het dorp Poschiavo werd een stadje. Er verrees een reeks statige gebouwen, waaronder die van het huidige museum (Museo Poschiavo) in het Palazzo de Bassus-Mengotti en het Casa Tomé. Het toerisme droeg daar in aanzienlijke mate aan bij, onder andere door de Gletschergarten Cavaglia (Giardino dei ghiacca di Cavaglia).

Tot in de jaren 1970 bleef smokkel echter een belangrijke economische activiteit. Een van de belangrijkste overslagpunten voor naar Italië gesmokkelde sigaretten en koffie was het kleine gehucht Viano boven Brusio. Van hieruit leidden de oude smokkelaarspaden over de grens naar Roncaiola en Baruffini in de naburige Valtellina. De smokkelaarspaden kunnen nog steeds bewandeld worden.

Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Arno Lanfranchi, Puschlav, vertaling Pia Todorovic Redaelli, 29.09.2011; www.valposchiavo.ch

De rivier Poschiavo