Engadin Art Talks in Zuoz en satellietevenement in St. Moritz

De E.A.T. | Engadin Art Talks is een stichting zonder winstoogmerk die dient als multidisciplinair platform voor het faciliteren van discussies en gesprekken tussen kunstenaars, curatoren, wetenschappers over actuele onderwerpen in onze samenleving en een geïnteresseerd publiek.

Onze missie is het opbouwen van kennisoverdracht en relaties die nieuwe manieren van denken openen. Sinds de oprichting heeft E.A.T. meer dan 350 internationale sprekers en bijdragers voorgesteld en een internationaal netwerk in de creatieve sector opgebouwd.

Deze editie van Engadin Art Talks vindt plaats van 24 tot 26 januari in Zuoz (kanton Graubünden).

Naast dit forum presenteert E.A.T. een reeks satellietevenementen in samenwerking met internationale instellingen om haar missie in het buitenland voort te zetten.

Het eerste satellietevenement vindt plaats op 26 januari (van 15.00 tot 18.00 uur) in St. Moritz (Scala Cinema, Via Maistra 29). Tijdens dit evenement zullen gesprekken plaatsvinden met UMAN (kunstenaar, VS), Hans Ulrich Obrist (directeur Serpentine Galleries Londen en E.A.T.-curator), Maja Hoffmann (oprichter LUMA Foundation) en Stefanie Hessler (directeur Swiss Institute in New York).

(Bron en verdere informatie: Engadin Art Talks)

Democratie met toekomst

Te midden van autoritaire monarchieën stichtten 25 kantons met een verlangen naar vrijheid in 1848 een democratische staat. Uit de oude Confederatie ontstond het moderne Zwitserland en werd de basis gelegd voor een ongeëvenaarde economische opleving.

De auteur laat in de Duitstalige publicatie zien wat er nodig is om een liberale democratie op te bouwen die gebaseerd is op de rechtsstaat. Hij wijst er echter ook op dat een liberale samenleving niet vanzelfsprekend.

Ze wordt bezield door mensen die haar koesteren met hun persoonlijke inzet. Hoewel democratieën wereldwijd onder druk staan, is Zwitserland een voorbeeld van het opbouwen en onderhouden van duurzame liberale, democratische en welvarende samenleving, mede door directe democratie, geen ouderwets, maar een modern en visionair concept.

(Thomas Lötscher, Demokratie mit Zukunft, Die Erschaffung der modernen Schweiz. Thun, 2022)

Winston Churchill en Zwitserland

Winston Churchill leerde Zwitserland als jonge man kennen, waarderen en koesteren. Op jonge leeftijd beklom hij de Monte Rosa, bewonderde hij de schoonheid van de Berner en Walliser Alpen en verdronk hij bijna in het Meer van Genève. Als minister in acht verschillende departementen, maar ook als premier (1940-1945, 1951-1955), was Zwitserland voor hem een van de vele onderwerpen.

En toch had hij een diep begrip van de situatie van Zwitserland als neutrale staat te midden van het nationaalsocialisme en fascisme. Hij waardeerde zijn Zwitserse schilderleraar Charles Montag, de Zwitserse verfleverancier Willy Sax en zijn Zwitserse koks en dienstmeisjes op Chartwell.

Churchills doorzettingsvermogen en visie redden Engeland, Europa en Zwitserland in 1940. De Zwitserse burgers beseften dat maar al te goed en daarom was zijn bezoek aan Zürich in 1946 een triomftocht.

De auteur combineert in het Duitstalige boek historische expertise en vakmanschap met journalistiek instinct en verwijst ook naar Zwitserse getuigen uit die tijd.

(Werner Vogt, Winston Churchill und die Schweiz, Zürich, 2017)

Viering van 80 jaar einde Tweede Wereldoorlog

Hoewel Zwitserland neutraal was tijdens de Tweede Wereldoorlog, heeft het land ook veel te danken aan moedige burgers in haar buurlanden.

In het kader van de viering van 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog presenteert Art’Rhena (Île du Rhin – 68600 Vogelgrun) een speciaal programma, die twee van hen in het voetlicht plaatst.

Theater: Simone Veil. Les combats d’une effronté

Deze voorstelling, voor het eerst opgevoerd in 2021, is een bewerking van de memoires van Simone Veil (1927-2017), de autobiografie Une vie, die in 2007 is verschenen. Regisseuse Pauline Susini heeft ervoor gekozen om een dialoog te creëren tussen Simone Veil en een hedendaagse jonge studente, zodat de strijd van toen resoneert met die van nu.

Zaterdag 18 januari, 20.00 uur (in het Frans)

De tentoonstelling: Simone Veil – Un destin 1927-2017

Voor Simone Veil en haar familie begon de 20e eeuw met een tragedie: de deportatie naar Auschwitz met haar moeder en zus, waar ze de absolute verschrikking beleefde. Ze werd gered door moed die haar hele carrière zou kenmerken en die deel uitmaken van de hedendaagse Franse geschiedenis. De tentoonstelling geeft in 24 panelen een overzicht van haar leven en haar politieke carrière.

Van 5 tot 25 januari (in het Frans)

De tentoonstelling: Julius Leber: van de Elzas tot het Duitse verzet

De tentoonstelling (Julius Leber: de l’Alsace à la résistance allemande.Une vie pour la liberte et la democratie/Vom Elsass zum deutschen Widerstand, ein Leben für Freiheit und Demokratie) vestigt de aandacht op een belangrijke, maar weinig bekende verzetsstrijder van het eerste uur: Julius Leber.

Julius Leber (1891-1945) is in 1891 in Biesheim (toen nog deel van het Duitse keizerrijk) geboren. Hij begon zijn schoolcarrière in deze stad en vervolgde zijn studie in Breisach en vervolgens in Freiburg.

Als lid van de Duitse Rijksdag, toegewijd journalist en tegenstander van het nationaalsocialisme was Julius Leber een voorloper van Europese waarden. Weinig bekend bij het grote publiek, verdienen zijn uitzonderlijke carrière en moedige inzet het om gedeeld en bestudeerd te worden.

Van 5 januari tot 23 februari (in het Duits en Frans)

(Bron en verdere informatie: Art’Rhena)

Heilige Roomse Rijk, Habsburg, Vorderösterreich en Zwitserse Confederatie

Ter voorbereiding op een artikel over de Schwabenkrieg van 1499 (of Schweizerkrieg, Engadinerkrieg, al naar gelang het perspectief), bespreekt deze bijdrage de relatie tussen  Vorderösterreich en de Eidgenossenschaft.

De relatie met en rol van Frankrijk, de hertogen van Beieren, Savoie, Bourgondië, Lotharingen, Milaan, de Markgraven van Baden en andere staatkundige eenheden blijven buiten beschouwing, hoewel ook zij een rol speelden in de machtsverhoudingen tussen Vorderösterreich en de Eidgenossenschaft.

Het Heilige Roomse Rijk, c. 1400. Afbeelding: Ziegelbrenner/Wikipedia

Heilige Roomse Rijk

Wie nu de huidige grenzen van Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk ziet, kan zich nauwelijks voorstellen dat de situatie 500 jaar geleden totaal anders was. Het Heilige Roomse Rijk vindt zijn oorsprong in 962 (als opvolger van het Karolingische Rijk en zijn opdeling in 843 bij het Verdrag van Verdun) in de dynastie van de Ottonen, met als eerste keizer Otto I (912-973).

Bazel, das Münster. Keizer Henrich II (973-1024) en keizerin Kunigunde (975-1040)

Diverse dynastieën (onder andere Ottonen, Saliër, Hohenstaufen, Wittelsbach, Luxemburg en Habsburg) leverden de koningen en keizers van het Heilige Roomse Rijk.

De zeven Keurvorsten (kurfürsten, küren betekent wählen (kiezen) van het Heilige Roomse Rijk kozen de (Duits-Roomse) koning en de keizer De keurvorsten waren: de aardsbisschoppen van Mainz, Trier en Keulen, der Hertog van Sachsen, de Pfalzgraaf, de Markgraaf van Brandenburg en de koning van Bohemen.

Het koningschap leidde vaak, maar niet altijd tot de keizerskroon. De kroning tot koning vond plaats in Aken, de zalving tot keizer door de Paus in Rome. Vanaf 1440 tot 1806 waren de Habsburgers vrijwel ononderbroken keizer en koning.

Het keizerrijk splitste zich in 1555 in een Spaanse Habsburge tak (1555-1700) en een Oostenrijkse tak (1555-1918). Vorderösterreich viel onder de Oostenrijkse tak.

Goldene Bulle, voorzijde Afbeelding: Wikipedia

De keizer was de hoogste gezagsdrager van het Heilige Roomse Rijk. De Reichstag was de wetgevende macht, het Reichskammergericht (in Worms, Speyer en tenslotte in Wetzlar) en de Hofrat in Wenen waren de hoogste rechterlijke instanties. De (fiscale) wetten en ‘fremde Richter’ waren mede oorzaak van de ‘Schwabenkrieg’.

Deze bijdrage bespreekt Habsburg gebied in Vorderösterreich, ter onderscheiding van Habsburgs territorium in Innerösterreich (hertogdommen Steiermark, Kärnten, Krain en Mark),  Niederösterreich (hertogdom Oostenrijk) en Oberösterreich (de zogenaamde erfllanden) en het graafschap Tirol (vanaf 1379 Habsburgs bezit). Wenen (Niederösterreich) werd vanaf 1500 steeds meer het bestuurlijke centrum in plaats van Innsbruck.

Vorderösterreich was tot 1753 geen politieke eenheid, maar bestond uit vele staatkundige eenheden. Aanvankelijk maakte ook een deel van het huidige Zwitserland deel uit van dit gebied.

Bazel, Rudolf Wettstein speelde als diplomaat bij de onderhandelingen in 1648 een belangrijke rol bij de erkenning van de zelfstandigheid van de Confederatie.

De Zwitserse Confederatie en Habsburg

De Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft) ging vanaf het einde van de 13e eeuw haar eigen weg en was in 1513 een zelfstandig functionerende eenheid van 13 soevereine kantons met grote onderlinge verdeeldheid. Hoewel deze confederatie tot 1648 deel bleef uitmaken van het Heilige Roomse Rijk, erkende ze feitelijk twee eeuwen daarvoor zijn hoogste organen al niet meer.

Habsburg verloor zeggenschap en gebied in een reeks conflicten  (1315, 1386, 1388, 1415 (verovering Aargau behalve het Fricktal, Rheinfelden en Laufenburg), 1460 (verovering Thurgau) en tenslotte 1499 (Schwabenkrieg).

Opeenvolgende Habsburgse keizers probeerden in de 15e eeuw nog wel Zwitsers grondgebied terug te veroveren. De ‘Ewige Richtung’ (1474), de verloren ‘Schwabenkrieg’ en de Vrede van Bazel (1499) maakten echter een einde aan bijna twee eeuwen oorlog met de Vrede van Westfalen (1648) als internationale (feitelijke) erkenning van de Confederatie.

Vorderösterreich, c. 1790. Afbeelding: Karte: Hauptstaatsarchiv Stuttgart, Vorderösterreich in alten Karten und Plänen, Begleitheft zu Ausstellung Stuttgart, 1998

Vorderösterreich of de habsburgische Vorlande

Vorderösterreich  was vanaf 1499 het gebied vanaf Arlberg (Oostenrijk) tot in de Elzas en Sundgau, Lotharingen (Frankrijk), het Fricktal (Zwitserland), Breisgau (stad en regio met Freiburg) en gebieden in het Zwarte Woud,  Zwaben, Beieren (Duitsland) en de vier steden (Waldstätte) Säckingen en Waldshut (Duitsland), Laufenburg en Rheinfelden (Duitsland en Zwitserland).

Ensisheim (Elzas) was het bestuurlijke regionale centrum vanaf 1444 tot 1638. Freiburg was echter het belangrijkste economische, religieuze (bisdom) en culturele centrum met een universiteit (1457). Het Domkapittel van Bazel (tot 1679) en Erasmus (tot 1535) zochten 1529 vanwege de reformatie hun heil in Freiburg.

Freiburg, koopmanshuis, c. 1530

Frankrijk en Beieren waren vanaf de 16e eeuw een steeds grotere bedreiging voor Habsburgse bezittingen in Vorderösterreich. De Confederatie was neutraal in dit conflict, maar speelde diplomatiek en militair (huurlingenlegers) wel een belangrijke rol.

In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) veroverde Frankrijk de Sundgau en enkele decennia later tijdens de Hollandse Oorlog (1672-1678) de Elzas, Freiburg en Breisach. De Vrede van Nijmegen (1679) bevestigde het Franse bezit van Freiburg en Breisach en de Franche-Comté (bezit van Spaans Habsburg). De regionale regering van Vorderösterreich was in deze periode in Waldshut, de universiteit zetelde tijdelijk in Konstanz.

Breisgau, Münster

De Vrede van Rijswijk (1697) beëindigde de Pfalzer erfopvolgingsoorlog (1688-1697). Elzas (en Straatsburg) bleven bij Frankrijk, Freiburg en Breisach gingen weer terug naar Habsburg.

Tijdens de Spaanse Erfopvolgingsoorlog (1701-1714) zijn de steden Neuenburg am Rhein, Breisgau, Villingen, Freiburg (opnieuw) door Franse troepen bezet en geplunderd.

Neuenburg am Rhein

Neuf-Brisach

Bij de vrede van Rastatt (1714) kwamen deze steden weer in Habsburgs bezit. Tijdens een nieuwe oorlog (Oostenrijkse erfopvolging 1740-1748) is Freiburg weer bezet door Frankrijk en opnieuw bij de Vrede van Aken (1748) teruggegeven.

In 1753 vond een bestuurlijke reorganisatie plaats, de hervormingen van keizerin/regentes Maria Theresa (1717-1780) en Joseph II (1741-1790). Het voorheen versnipperde Vorderösterreich werd de politieke eenheid provincie Vorderösterreich.

De reden was de opkomst van een andere grote bedreiging: Pruissen. Freiburg was vanaf 1753 tot 1806 weer het bestuurlijke centrum van de provincie Vorderösterreich in de laatste fase van Habsburgs bestuur in deze regio. Het gevaar kwam echter na 1789 weer van Frans kant.

Napoleon deelde het Fricktal, Rheinfelden en Laufenburg 1803 toe aan het nieuwe kanton Aargau met de Rijn als grens. Vorderösterreich was daarmee verleden tijd voor de Zwitserse Confederatie.

Het Heilige Roomse Rijk en daarmee Vorderösterreich hielden 1806 op te bestaan.  De resterende gebieden van Vorderösterreich gingen naar het koninkrijk Beieren, Groot-Hertogdom Baden, koninkrijk Württemberg en keizerijk Oostenrijk.

Rheinfelden (kanton Aargau)

Naspel

Of toch niet helemaal! Midden in kanton Schaffhausen ligt het dorp Büsingen, dat Habsburg tot 1806 niet aan het kanton heeft willen afstaan. Naderhand is het dorp bij het Groot-Hertogdom Baden en daarna Baden-Württemberg (1947) gevoegd, ondanks een referendum in 1918: 96% van de inwoners wilde  aansluiting bij de Confederatie.

Er is een parallel met Vorarlberg: in 1919 wilde 81% van de inwoners aansluiting bij de Confederatie. Zwitserland wilde dat om uiteenlopende redenen niet. Bijna was een klein deel van Vorderösterreich na 1918 Zwitsers geworden!

In het nieuwe kanton Graubünden duurde de aanwezigheid van Habsburg overigens tot 1803 (Tarasp) en 1819 (Rhäzuns). Dit gebied werd vanuit Innsbruck bestuurd.

En nog was de Habsburgse aanwezigheid niet ten einde. De Habsburgers hadden in de 13 en 14e eeuw al  een oogje op Bazel als residentie en bestuurlijk centrum. Het is er niet van gekomen.

Eugen Ferdinand Pius Bernhard Felix Maria, de Erzherzog van Habsburg (1863-1954) woonde van 1919 tot 1934 in een suite in Hotel Les Trois Rois in Bazel. Hij was een neef van Karl von Habsburg (1887-1922), de  laatste keizer van het Habsburgse Rijk. Hij nam mede namens zijn voorouders in stijl afscheid van Bazel en is met het grootste eerbetoon uitgezwaaid.

Bovendien bevindt de (lege) sacrofaag van Gertrud Anna von Hohenberg (1225-1281) de echtgenote van Rudolf I (1218-1291), de eerste Duits-Roomse Koning van de dynastie, zich in de Münster. De naam Habsburg (en Erasmus) blijft niet alleen aan Bazel en de Münster, maar  sowieso aan Zwitserland verbonden.

Keizer Karl en keizerin Zita (1892-1989), de laatste keizerin van Oostenrijk, werden onttroond na een regeerperiode van slechts twee jaar. Na 1919 leefden ze in ballingschap. Na de dood van keizer Karl in 1922 voedde keizerin Zita haar acht kinderen, waaronder Otto von Habsburg (1912-2011), alleen op. Ze woonde 27 jaar, vanaf 1962, in Zizers (kanton Graubünden).

 Conclusie

Vanaf 1499 tot 1806 is de relatie tussen de Confederatie en Habsburg/ Vorderösterreich vreedzaam geweest. De Schwabenkrieg betekende weliswaar de definitieve mentale en feitelijke scheiding, maar handel, universiteiten (Freiburg, Konstanz, Basel), taal (Alemannisch) en persoonlijke contacten waren en zijn nog steeds een hecht fundament voor samenwerking.

Breisach

De nationale Nederlandse hymne ‘het Wilhelmus’ stamt uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tegen de Spaanse Habsburgers. Een strofe luidt ‘den Koning van Hispanje. heb ik altijd geëerd’.

Bazel, Münster

Bern

Dit geldt ook voor de Confederatie. Het wapen van het Heilige Roomse Rijk en de dynastie Habsburg zijn ondanks de vele conflicten voor en na 1648 vaak niet verwijderd uit openbare ruimtes. Zo groot was het (religieuze) ontzag, prestige en respect voor het Heilige Roomse Rijk, de keizer en (Duits-Roomse) koning.

(Bron: D. Speck, Kleine Geschichte Vorderösterreichs, Leinfelden-Echterdingen, 2010; Uri Robert Kaufmann (Red.), Die Schweiz und der deutsche Südwesten, Ostfildern, 2006; Arzner, B. Oeschger, J. Scharf-Anderegg (Red.), Nachbarn am Hochrhein, Möhlin 2002; A. Jochim, F. Hanöffner (red.), Die Habsburger im Mittelalter. Aufstieg einer Dynastie, Speyer 2022)

Nijmegen (provincie Gelderland, soeverein hertogdom Gelre tot 1543; Habsburg verwierf het hertogdom in 1543). Na de onafhankelijkheidsverklaring (1579, Unie van Utrecht) van (Spaans) Habsburg en 1648 (erkenning als soevereine Republiek van Zeven Provincien, waaronder Gelderland) is het Heilige Roomse Rijk tot heden een prestigieuze herinnering

Kleinlützel, Lucelle, Felsplatte en Europese historie op de vierkante kilometer

Waar een (Grand-) Lucelle (Gross-) Lützel bestaat, is er ook een Kleinlützel, Petit-Lucelle (kanton Solothurn). Lucelle (Frankrijk) is een plaats in de Sundgau en grenst aan kanton Jura.

Kleinlützel 

De Sundgau is eeuwenlang een twistappel gewist van Habsburg, Frankrijk, het bisdom Bazel en opeenvolgende Duitse staten na 1871.

Ook een Romeinse weg tussen Kleinlützel, Burg en Röschenz en de pas over de Blaubergkette wijzen op het belang van de streek voor handel en personenverkeer. De vele burchten in de omgeving getuigen daar ook van, onder andere de ruine Blauenstein.

Röschenz (kanton Basel-Landschaft), op de achtergrond de Passwang

De Burcht (Burg)  in het dorp Burg, op de achtergrond de Sundgau (Frankrijk)

In 1136 is het vrouwenklooster Minor Lucella gesticht. De abt van de abdij in Lucelle bstuurde dit klooster. In de Schwabenkrieg (1499) en bij de boerenopstanden (1525) is dit klooster grotendeels verwoest. Alleen de Kapel en een utiliteitsgebouw staan er nog.

1527 kocht Solothurn Kleinlützel en het omliggende gebied. Lucelle ligt sinds 1648 in Frankrijk. Deze staatkundige scheiding doet aan de schoonheid van de natuur echter niets af.

Een kapel bij Kleinlützel 

Twee Gemsen bij Kleinlützel 

Bovendien toont  zich op een gebied van enkele kilometers eeuwenoude invloeden en overheersing van Habsburg, de bisschop van Bazel, Solothurn, Frankrijk en van 1871-1918 en 1940-1945 opeenvolgende Duitse staten.

De Landskron (Frankrijk)

De Felsplatte uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog toont de nabijheid van Frankrijk en Duitsland.

Al tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) namen soldaten uit Solothurn hier hun positie in om de oorlog in Sundgau te observeren. Het uitkijkpunt, dat toen nog bekend stond als Plattenfels, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in het hele land beroemd. De manschappenhut bestaat nog steeds. De Felsplatte is in 1939 weer in gebruik genomen met kanonnen, andere wapens en soldaten.

De rots (Fels)

en de Felsplatte met uitzicht op de Sundgau

Tot geluk van de Confederatie is de Felsplatte echter geen Westerplatte (Gdansk) geworden.

De Westerplatte, herdenkingsmonument voor 1 september 1939

De Westerplatte tegenwoordig

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Niet de top van de Himalaya, maar een wandelgroep van de Schweizer Alpen Club op weg naar een ietwat lagere top bij Kleinlützel 

(Bron en verdere informatie: Gemeente Kleinlützel)

Klooster Mariastein met op de achtergrond de torens van Roche in Bazel, het Zwarte Woud en de Felsberg (Schwarzwald, Baden-Württemberg)

Metzerlen-Mariastein

Zwitserland, Churchill, Bowring, Toblerones en Europese Unie

Britse aristocraten waren de eerste bergbeklimmers in Zwitserland en introduceerden de wintersport, mede door een weddenschap met de oprichter van het Kulm hotel in St. Moritz. Het enthousiasme was zo groot, dat in Londen in 1857 ’s werelds eerste Alpine Club is opgericht, in 1863 gevolgd door de Schweizer Alpen Club (SAC)/Club alpine suisse (CAS).

Churchill en Zwitserland

De grootste Brit aller tijden en redder van de Europese beschaving (“1940 hat Churchill Europa gerettet”, Willy Bretscher, Chefredaktor der Neuen Zürcher Zeitung während des Zweiten Weltkriegs, 1971) was een van hen.

Sir Winston Leonard Spencer Churchill (1874-1965) beklom Monte Rosa en nadien enkele andere bergen en was in zijn jonge jaren diverse keren (1893, 1894, 1904, 1906, 1910) in Zwitserland. Tijdens deze (langdurige) verblijven leerde hij het land kennen en waarderen, evenals andere landgenoten voor en na hem.

Bovendien verkeerde hij ook in Zwitserland in goed gezelschap. De Britse bankier Sir Ernest Cassel (1852-1921) was zijn gastheer in de zomers van 1904,1906 en 1910 in zijn Villa Cassel op de Riederfurka in het gebied van de Aletschgletsjer (kanton Valais).

Sir John Bowring (1792-1872). Devonshire Association

Daar kwam hij in aanraking met Britse en Zwitserse persoonlijkheden. Bovendien was Churchill op de hoogte van de Zwitserse politieke en historische ontwikkeling door publicaties van Engelse auteurs.

De meeste mensen kennen Churchill van afbeeldingen uit de Tweede Wereldoorlog als een tamelijk gezette en sigaar rokende zestiger. In zijn jonge jaren was hij echter een actieve sporter, onder andere paardrijden, polo en wandelen. Ook speelde hij bridge, zij het niet altijd met goede ervaringen:

“I can’t tell you how much I hate losing money with bridge. It’s a complicated game, especially if you’re a bad player with lousy cards in your hand”.

Winston Churchill, View of Chartwell, 1938. Front cover, The National Trust, Chartwell, 1992

Zijn literaire, journalistieke, militaire en politieke carrière, zijn welsprekendheid en (historische) belezenheid zijn daarentegen welbekend, zijn (korte) opleiding en activiteit als metselaar en carrière als amateurschilder verdienen echter ook aandacht. Want wat was hij trots op de stenen schuur en muur die hij 1928 metselde op zijn landgoed Chartwell in Kent.

Zijn schilderscarrière begon na een van zijn politieke dieptepunten en op het slagveld van Vlaanderen in 1915.  Hij kreeg onderricht van de Zwitser Charles (Carl) Montag (1880-1956). Bovendien werkten er tot aan zijn overlijden in 1965 bij voorkeur Zwitsers personeel op Chartwell. Hij publiceerde tussen 1936 en 1938 veelvuldig in de Neue Zürcher Zeitung (en media in andere landen).

Churchill was een kind van het Engelse Victoriaanse establishment en de 19e eeuw. Anachronistisch en gemakzuchtig commentaar zegt vooral wat over hedendaagse journalistiek en historici.

Naast zijn vele (menselijke) kwaliteiten had Churchill weliswaar zijn tekortkomingen, fouten en verkeerde inschattingen, maar al jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) en na de communistische staatsgreep in Rusland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had hij het juiste politieke en morele kompas.

Hij voorzag niet alleen in 1918 de communistische terreur, haar economisch wanbeleid en cultureel nihilisme, maar in de jaren 1920 en 1930 ook de nationaalsocialistische barbarij. Hij  was zich al vroeg bewust van het gevaar dat ook neutrale landen, waaronder Zwitserland, bedreigde.

Praag Žižkov, Náměstí Winstona Churchilla (Winston Churchill Plein), 1999, naar een exacte kopie van het standbeeld (1976) van Ivor Robert-Jones (1913-1996) op Parliament Square in Londen. De onthulling van het standbeeld vond plaats op 17 november 1999 en markeert Praag als een belangrijk Europees cultureel, politiek en historisch centrum. Het herdenkt ook de beroemde woorden van Churchill in een uitzending aan het Tsjechische en Slowaakse volk op 30 september 1940: “De ziel van vrijheid is niet dood. Hij kan en zal niet sterven” (The Soul of Freedom is Deathless. It Cannot and Will not Die).

De Tweede Wereldoorlog  

De beroemde toespraak (“Let Europe Arise”) in Zürich op 19 september 1946 was de afsluiting van zijn laatste bezoek (19 augustus – 22 september 1946) aan het land en tevens een massaal dankjewel van de Zwitserse bevolking in Genève, Lausanne, Bern, Zürich of waar hij ook maar verscheen. Churchill, zijn onverzettelijkheid, visie en ervaring hadden immers ook Zwitserland gered.

Of in de woorden van Werner Vogt:

Die Schweiz, namentlich die Schweizer Bevölkerung, hat Winston Churchill im Sommer 1946 viel gegeben. So viel aber, wie sie im Sommer 1940 bekommen hatte, konnte sie gar nicht zurückgeben. Es war auch die schweizerische Freiheit, die Churchill im Sommer 1940 verteidigte “ (Werner Vogt, blz. 203).

Afgezien van de (Britse, Poolse en Tsjechische) piloten van de RAF tijdens ‘de Blitz’ in de zomer van 1940, maakten de beslissing en marine-ervaring van Churchill de evacuatie van het Britse expeditieleger op 26-29 mei mogelijk. Dit waren wellicht de doorslaggevende en meest hachelijke drie dagen voor de overwinning in 1945 of, vrij, naar Churchill:

“Never in the field of human conflict was so much owed by so many to one person”.

Londen, 2012, Trafalgar Studios, Three Days in May, Warren Clarke als Churchill (m), Jeremy Clyde als Lord Halifax (l) en Robert Demeger als Neville Chamberlain (r)

Voor Zwitserland bestond tot 1944 een concrete bedreiging voor een Duitse invasie, zoals deze al vanaf 10 mei 1940 aanwezig was. Wellicht heeft de snelle capitulatie (22 juni 1940)  van Frankrijk een invasie voorkomen.

De noodzaak was er niet meer en een neutraal Zwitserland was om diplomatieke, financiële en industriële redenen interessanter en de noord-zuid verbinding kon ook niet door geallieerden gebombardeerd worden (al waren er wel plannen).

Hoe het ook zij, ondanks grote angst onder de bevolking en defaitisme van sommige politici en mede dankzij de strijdbare opstelling van het leger (Reduit), publieke opinie en media en het verwerpen van een ‘Anschluss’ en ‘irredentisme’ door het overgrote deel van de bevolking, viel de kosten-baten analyse bij de Italiaanse en Duitse dictators ten gunste van het respecteren van de neutraliteit uit.

De Felsplatte (kanton Solothurn)

Met de kennis van nu is het makkelijk oordelen en vooral (moreel) veroordelen. Churchill respecteerde de neutraliteit van het land, ook of zelfs indien geallieerde (evenals Duitse) vliegtuigen boven Zwitsers grondgebied door de Zwitserse luchtmacht werden neergehaald.

Ook de veel grotere wapenleveranties aan Duitsland en Italië plaatste hij in het perspectief van de penibele situatie van het land:

Of all the neutrals Switzerland has the greatest right to distinction. She has been the sole international force linking the hideously sundered nations and ourselves. What does it matter whether she has been able to give us the commercial advantages we desire or has given too many to the Germans to keep herself alive? She has been a democratic state, standing for freedom in self-defence among her mountains, and in thought largely on our side” (Winston Churchill, The Second World War, Volume VI, London, 1954).

Universiteit van Zürich

Zürich 1946

Zijn toespraak in Zürich op 19 september 1946 is voor het  huidige Zwitserland nog steeds actueel. Churchill was een groot voorstander van vergaande samenwerking tussen Europese landen en dan met name Frankrijk en Duitsland:

It is to re-create the European family, or as much of it as we can, and provide it with a structure. We must all turn our backs upon the horrors of the past. We must look to the future, “a blessed act of oblivion”.

The first step in the re-creation of the European family must be a partnership between France and Germany. We must re-create the European family in a regional structure called, it may be, the United States of Europe.  The first step is to form a Council of Europe. Great Britain, the British Commonwealth of Nations, America and Soviet Russia must be the friends and sponsors“.

In zijn publicatie van 1954 (Winston Churchill, The Second World War, Volume VI, London, 1954) lichtte hij zijn ideeen nader toe. Hij wilde geen federale Europese bondsstaat, maar een niet nader omschreven ‘United States of Europa(“I shall not try to make a detailed programme for hundreds of millions of people”).

Hij zag deze United States of Europe als een European Regional Council van soevereine landen. Daarnaast voorzag hij de Regional Council van de Pacific (met Rusland, Azië en Oceanië), de Regional Council of the America’s, de British Commonwealth en eventueel andere (toekomstige) Regional Councils. The World Council was het hoogste orgaan met afgevaardigden van deze Regional Councils.

Churchill suggereerde dat Europese landen om praktische redenen per regio vertegenwoordigers zouden afvaardigen naar de European Regional Council, bijvoorbeeld Benelux (België, Nederland, Luxemburg), Slavische landen en Scandinavische landen.

Over Zwitserland merkte hij op: “Mr Wallace also asked whether I contemplated the possibility of Switzerland joining with France, but I said Switzerland is a special case”’. (Winston Churchill, The Second World War, Volume VI, London, 1954, blz. 718).

Het Verenigd Koninkrijk moest in zijn optiek sowieso voor de ‘vrije zee, de vrije markt en handel’ kiezen en geen deel uitmaken van deze Europese structuren, wat samenwerking echter niet uitsloot. Het Verenigd Koninkrijk was in zijn visie immers al een Commonwealth.

Europese Unie

De nadere toelichting in 1954 maakt duidelijk dat Churchill geen federaal Europa wilde. Hij zou waarschijnlijk kritisch zijn over het functioneren van de huidige Europese Unie én tegelijkertijd geslaagde ambities en projecten benadrukken.

Hoe zou Churchill over de huidige relatie Europese Unie-Zwitserland oordelen? Hij was realistisch en pragmatisch genoeg om de lastige positie van het land, omringd door landen van de Europese Unie, in te zien.Hij zag ook de voordelen, positieve ontwikkelingen en noodzaak van Europese samenwerking.

Hij zou echter ook democratische, bureaucratische, politieke tekortkomingen en rechterlijk activisme benoemen zonder in populisme te vervallen. Deze Europese Unie heeft soms immers veel weg van een Verenigde Naties op Europees niveau of een NGO. En dat is geen compliment.

Gdansk scheepswerf, monument voor de omgekomen arbeiders 1970

Conclusie

We zullen het nooit weten. Wellicht zou hij adviseren directe democratie, subsidiariteit, federalisme, decentralisatie, innovatie en ijzersterke munt te koesteren met de nodige compromissen. De Europese Unie is immers een goed initiatief, alleen op diverse gebieden ‘Aus dem Ruder gelaufen’ en kennelijk moeilijk te hervormen.

Over het huidige Rusland zou hij net zo duidelijk zijn als over diens voorganger en agressieve bondgenoot van de Duitse dictator tot 22 juni 1941:

When I awoke on the morning of Sunday, the 22nd, the news was brought to me of Hitler’s invasion of Russia. I had not the slightest doubt where our duty and policy lay. The Nazi regime is indistinguishable from the worst features of Communism.

It excels in all forms of human wickedness in the efficiency of its cruelty and ferocious aggression. No one has been a more consistent opponent of Communism than I have for the last 25 years, and I will unsay no word that I have spoken about it. If Hitler invaded Hell, I would at least make a favourable reference to the Devil”  (Winston Churchill, The Second World War, Volume III, London, 1950).


Krakow, Katyń (1940) monument

De Russisiche invasie van 22 februari 2022 is dan ook een voortzetting van de agressie tegen Polen (17 september 1939), Finland (november 1939) en de Baltische staten (1940) door de Sowjet-Unie.

In mei 1940 redde hij de Europese beschaving door zijn politieke beslissingen. Dat deze strijd eindigde met de communistische nachtmerrie in Oost-Europa was een bittere pil voor Churchill.

From Stettin in the Baltic to Trieste in the Adriatic, an iron curtain has descended across the continent. Behind that line lie all the capitals of the ancient states of central and eastern Europe. This is certainly not the liberated Europe we fought to build up“, Fulton, on 5th March 1946).

Scheepswerf Gdansk, neergeslagen opstand van Solidarność, 1981

De militaire feiten, communistische terreur en een onervaren nieuwe Amerikaanse president ( Harry Truman, 1882-1972) en Britse premier (Clement Attlee, 1883-1967) bezegelden het lot van Oost-Europese landen, Polen en het voormalige Tsjecho-Slowakije (‘het Zwitserland van Midden-Europa’ tot 1938) in het bijzonder.

Met zijn respect voor andere politieke opvattingen, het debat, parlementaire discussies en democratie moest hij bovendien niets hebben van Lord Haw-Haw (1906-1946) of soortgelijke huidige persoonlijkheden.

(Bron: Werner Vogt, Winston Churchill und die Schweiz, Zürich 2015; The Churchill Foundation)

Nieuwe vondsten in het Keltische en Romeinse Zwitserland

Wie heeft er niet van gehoord of ze al van dichtbij bewonderd, de publieke gebouwen, kunst, gebruiksvoorwerpen (tegenwoordig objecten van kunst), munten en diverse andere vondsten uit de Keltische periode en de klassieke oudheid?

Arabische, Perzische, Byzantijnse en Joodse wetenschappers en later monniken hebben antieke auteurs en hun geschriften eeuwenlang gekoesterd voordat seculiere wetenschappers, universiteiten en humanisten in de 14e en 15e eeuw de smaak te pakken kregen.

Vooral de val van Byzantium en de vlucht van (Christelijke) wetenschappers en hun geschriften in 1453 en de Reconqusita in Spanje (in 1492 afgesloten) maakten veel (onbekende) publicaties toegankelijk in Europa.

De wetenschappelijke belangstelling voor fysieke objecten uit de klassieke oudheid bloeide echter pas op tijdens de Renaissance en in de 17e eeuw. In Zwitserland zijn de organisaties Pro  Aventico in Avenches (het Romeinse Aventicum) en de stichting Augusta Raurica in Augst en Kaiseraugst tegenwoordig de bekendste voorbeelden.

Het huidige Orbe

Op tal van andere plaatsen, Lausanne, Genève (als eerste Zwitserse stad onder Romeins bestuur vanaf 122 v. Chr), Nyon, Vevey, Martigny, Windisch, Orbe, Bern, Vallon, Lenzburg, om maar enkele voorbeelden te noemen, hebben Romeinen en geromaniseerde Kelten (Gallo-Romeinen) hun sporen nagelaten. Musea, archeologische vindplaatsen en parken vertellen over dit verleden.

Ze doen dit veelal in samenhang met de autochtone bevolking (Keltische stammen en Rhaetiërs in Oost-Zwitserland) die eeuwen voor de Romeinse verovering 15-13 v. Chr. het grondgebied van het huidige Zwitserland bewoonden. Het museum Laténium in Hauterive (kanton Neuchâtel) is een goed voorbeeld van deze benadering.

Laténium in Hauterive

Deze Keltische cultuur en samenleving komen steeds beter in beeld en het waren zeker geen ‘barbaren’, de duiding van de Romeinen (en Grieken) voor vreemde volken. Vooral onder water gelopen Keltische paaldorpwoningen, grafheuvels en andere archeologische vondsten tonen hun samenlevingen en (hoogstaande) cultuur.

Schriftelijke bronnen van Kelten ontbreken echter. Alleen Romeinse en Griekse auteurs hebben, sporadisch, aandacht besteed aan deze stammen. Over Rhaetische stammen in het oosten van Zwitserland zwegen ze echter en ook archeologie heeft nog weinig kunnen bijdragen aan kennis over deze bewoners.

Romeinse Provincies in de Alpen, 150 n. Chr. Afbeelding: Marco Zanoli/Wikipedia

Niet alleen na de Romeinse veroveringen in de 1e eeuw v. Chr., maar ook in de eeuwen daarvoor schreven antieke auteurs over ‘Keltoi of Celtae’. De Romeinen hadden immers ook grote nederlagen geleden tegen Keltische stammen en negeren konden ze deze ‘barbaren’ niet meer.

Bovendien bestonden er al handelscontacten tussen Grieken, Romeinse en Kelten voor de Romeinse veroveringen. Grieken en Romeinen handelden al eeuwen met noordelijke gebieden, zelfs tot aan de Oostzee, dat vooral het fel begeerde amber naar het Middellandse zee gebied exporteerde.

Romeins theater Augusta Raurica

Omdat schriftelijke bronnen, laat staan archieven, vrijwel ontbreken, onderzoeken met name archeologen deze contacten. Een recente vondst in Augusta Raurica geeft de monnikenarbeid van archeologen weer extra glas. Onlangs is een Romeinse bronzen munt uit de 3e eeuw v. Chr., dus tijdens de Romeinse Republiek gevonden. Het zijn deze kleine vondsten, die de puzzel van ‘antiek’ Zwitserland steeds completer maken.

De bodem herbergt echter nog veel meer geheimen, zoals twee onlangs gevonden inscripties in Augusta Raurica uit de Romeinse tijd, een goed behouden mozaïek in de Romeinse villa aan de Rue des Pavés in Avenches en zelfs een Romeins legerkamp in Oberhalbstein op de Colm la Runga op 2 200 meter hoogte in het gebied Crap Res ( Surses, kanton Graubünden) duidelijk maken. De vondst in Oberhalbstein geeft meer duidelijkheid over de Romeinse veldtocht en verovering van het huidige Zwitserland in 15-13 v. Chr.

Aventicum omstreeks 200 n. Chr. Maquette van het musée romain d’Avenches

De Romeinse tijd duurde ruim vier eeuwen en heeft ook Zwitserland taalkundig, religieus en cultureel gevormd. De Reto-Romaanse, Italiaanse en Franse talen, het Christendom, het gebruik van bergpassen, waterwegen en handelswegen, het ontstaan van de eerste (Romeinse) steden en ander ‘antiek’ erfgoed kenmerken de 26 kantons van de huidige Confederatie.

Dankzij inzet, vakmanschap en geduld van archeologische detectives en financiering door de (lokale) overheid komt het Keltische en Romeinse Zwitserland steeds beter in beeld.

(Bron en verdere informatie: Archäologischer Dienst Graubünden, Association Pro Aventico; Stiftung Augusta Raurica)

De Toblerone weg, Villa rose en Château de Prangins

De weg (le Sentier des Toblerones) dankt zijn naam aan een linie van vestingwerken die tijdens de mobilisatie van 1939-45 werd gebouwd. Toblerones is de naam die de bevolking heeft gegeven aan antitank obstakels die doen denken aan het beroemde merk van Zwitserse chocolade.

De zogenaamde Promenthouse verdedigingslinie is gebaseerd op een natuurlijke hindernis die gevormd wordt door de loop van drie stromen: de Combe, Serine en de benedenloop van de Promenthouse.

De route maakt het mogelijk deze drie rivieren te volgen, De weg loopt door een landschap dat vanaf de steile hellingen van de Jura achtereenvolgens een ruig terrein (gebied van Bassins), dan hellingen (Begnins en Vich) en ten slotte een vlakte (Klier en de delta van de Promenthouse) presenteert.

De Promenthouse Linie is de meest westelijke antitankmijn linie. De complete antitank-linie met Toblerones voert langs de Rijn tot aan Sargans (kanton St. Gallen)!

Het pad volgt ook een natuurlijke omgeving van groot belang: meanderende rivieren met hun afzettingen van alluvium, dode rivierarmen. De weg voert ook langs Het Zwitsers Nationaal Museum Château de Prangins en de roze villa (la Villa rose), een gecamoufleerde bunker uit deze periode.

(Bron en verdere informatie: www.toblerones.ch).