De Schwabenkrieg, Tirolerkrieg, Engadinerkrieg of Schweizerkrieg in het hart van Europa

Vier namen voor hetzelfde conflict symboliseert de complexe ontstaansgeschiedenis van Zwitserland. De oorlog in 1499, of eigenlijk veldslagen en plunderingen rondom het meer van Konstanz (Bodensee), langs de Rijn, in Tirol, Graubünden, Vorarlberg, de Rijnvallei (Rheintal), de Sundgau en het gebied van het huidige kanton Jura, luidde enerzijds een nieuwe fase in van de relatie tussen de Eidgenossenschaft, Habsburg, Vorderösterreich en Zwabische steden.

De Schwabenkrieg. Afbeelding: Marco Zanoli/Wikipedia

Propaganda en verslaglegging speelden ook toen al een grote rol. De drukpers was nog geen halve eeuw oud, maar de drukpers was een belangrijk wapen. De Schweizer Chronik (1500) van Nikolaus Schradin en de Luzerner Chronik (1513) van Diebold Schilling (1460-1515) zijn de bekendste voorbeelden.

De kroniek van Schradin onderscheidt zich echter van andere bronnen op een aspect: het behandelt het conflict vanaf het begin (de Tiroler- of Engadinerkrieg) in het Unterengadin, Val Müstair, tot de oorlogshandelingen (de Schwaben- of Schweizerkrieg) rond de Bodensee, langs de Rijn tot in de Sundgau en het huidige kanton Jura. Ook publiceerde hij zijn kroniek al op 14 januari 1500, vier maanden na de Vrede van Bazel. De kroniek begint als volgt:

Chronigk disz kriegs gegen dem allerdurchlüchtigsten herrn Römischen konig als ertzrhertzogen zu Osterich vnd dem schwebyschen pundt dero sich das heylig Romisch rich angenommen hat eins teilß, und stett und lender gemeiner eidgenosschafft andern“.

Nikolaus Schradin, houtsnede 23, f. 81, de slag bij Dornach, 22 juli 1499, Sursee 1500. Collectie: Zentral Bibliothek Zürich, Graphische Sammlung

De oorlogshandelingen bestonden niet alleen uit veldslagen (Triesen (12 februari), Hard bij Bregenz (22 februari), Bruderholz (22 maart), Schwaderloh bij Konstanz (11 april), Frastanz (20 april), aan de Calven bij Glurns/Glorenza (22 may) en tenslotte Dornach (22 juli), maar ook uit wederzijdse plunderingen en verwoestingen door Eidgenössische, Zwabische en Tiroler soldaten c.q. huurlingen.

De Vrede van Bazel van 22 september 1499 was feitelijk een voortzetting van de vrede van 1474 (der Ewige Richtung) tussen de Eidgenossenschaft en Habsburg. Wat was er in die 25 jaar dan gebeurd om de oorlog van 1499 te verklaren?

 Diebold Schilling, de slag bij Hard, 22 februari 1499, Collectie: Diebold Schilling-Chronik 1513, Eigentum Korporation Luzern, Standort:
ZHB Luzern Sondersammlung. 

1474-1499

De voorgeschiedenis is bekend. In bijna twee eeuwen hadden de Orte van de Eidgenossenschaft Habsburg grotendeels van het huidige Zwitserse grondgebied verdreven in een reeks van veldslagen: Morgarten (1315), Sempach (1386), Näfels (1388), Aargau (1415, behalve het Fricktal), de Alte Zürichkrieg (1436-1450) en Thurgau (1460).

De vijand van mijn vijand is mijn vriend en Habsburg sloot in 1474 de Ewige Richtung met de Eidgenossenschaft vanwege de opkomst van andere vijanden: de Hertogen van Bourgondië  en Beieren.

Nadat de Eidgenossenschaft de Hertog van Bourgondië had verslagen in 1476-1477 doemde echter een nieuwe vijand op voor Habsburg. Het zieltogende Franse koninkrijk had net de 100-jarige oorlog (1337-1453) achter de rug en was tot 1477 geen partij voor de Hertog van Bourgondië.

Morat/Murten, monument voor de slag op 22 juni 1476.

Na 1477 verwierf Frankrijk (evenals Habsburg) echter grote en rijke gebieden van dit hertogdom. Frankrijk en Beieren sloten vervolgens een verbond tegen Habsburg. Frankrijk voerde vanaf 1494  oorlog in Nood-Italië mede om Habsburgs gebied (onder andere het hertogdom Milaan) te veroveren en stuitte  op verzet van Habsburg.

Hoewel Habsburg het verlies van Zwitserse gebieden tot 1499 niet formeel accepteerde, had deze dynastie andere (militaire) zorgen. Behalve Frankrijk, was daar nog de dreiging van de Turkse Sultans na de verovering van Byzantium in 1453 en de opmars in Zuidoost Europa, de Hertog van Gelre in de Nederlanden en vooral de gecompliceerde politieke en geografische situatie in  Vorderösterreich en Zwaben.

Bazel, Konstanz en de Zwabische Bond (Schwäbische Bund)

 De twee bisdommen en steden symboliseren deze situatie. Het wereldlijke gebied van het bisdom Bazel strekte zich uit over de Elzas, de huidige kantons Jura, Basel-Stadt,  Basel-Landschaft en Baden (Baden-Württemberg).

Het kapittel ( de domheren) en de bisschop steunden de politiek van Habsburg, de burgers en de gilden echter niet. In Konstanz was de situatie omgekeerd: de bisschop zocht aansluiting van de Eidgenossenschaft (inclusief een lidmaatschap als kanton), de burgers en gilden juist niet. Beide steden waren echter formeel neutraal in de relatie Habsburg-Eidgenossenschaft.

Wapen van de Schwäbische Bund. Afbeelding: Wikipedia

Vorderösterreich was gebied van Habsburg en de Zwabische steden sloten in 1488 de Schwäbische Bund.  Dit was voor Habsburg vooral een defensief verbond tegen Beieren. De bisschop van Konstanz zocht daardoor echter juist toenadering tot de Eidgenossenschaft.

Er was zelfs een aanbod van enkele Orte aan Konstanz om geassocieerd (zugewandter Ort) te worden, zoals Rottweil, Schaffhausen en St. Gallen. Deze steden lagen ook op Zwabisch gebied of onderhielden daarmee nauw contacten.

Konstanz sloot zich echter in 1488  aan bij de Schwabische Bund, vooral onder druk van de Rooms-Duitse koning Maximiliaan I en het stadsbestuur van Konstanz. De Eidgenossenschaft zag het als een provocatie en bedreiging en accepteerde geen lidmaatschap van het neutrale Konstanz.

Maximiliaan was 1486 tot koning gekroond en tevens aartshertog van Oostenrijk,  graaf van Tirol en Heer van Vorderösterreich. Hij werd in 1508 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gezalfd, maar feitelijk vervulde hij deze functie al in 1499.

De afgevaardigden van de tien kantons in 1499, Collectie: Nikolaus Schradin, Sursee 1500, Zentral Bibliothek Zürich, Graphische Sammlung

De Eidgenossenschaft, haar Orte, Habsburg en het Heilige Roomse Rijk

De tien Orte van de Eidgenossenschaft, Freiburg en Solothurn waren in 1481 lid geworden na de Stanser Verkommnis, waren onderling verdeeld en hadden veelal andere belangen. De Gotteshausbund (1498) en de Graue Bund (1497) een associatieverdrag (zugewandter Ort) met de Eidgenossenschaft.

Er was in deze periode sprake van een groeiende economische concurrentie tussen Zwaben en de steeds machtiger wordende Eidgenossenschaft na de overwinning op de Hertog van Bourgondië. Bern was de grootste republiek ten noorden van de Alpen en Luzern, Zürich, Solothurn, Freiburg, Zug, Glarus, Uri, Schwyz en Unterwalden manifesteerden zich ook steeds sterker.

De Eidgenossen en de Schwaben groeiden ook wat betreft levensbeschouwing en identiteit steeds verder uit elkaar. Schwaben was onder adellijk, koninklijk en keizerlijk toezicht centralistisch georganiseerd (inclusief de vrije Rijkssteden), de Orte waren soevereine stedelijke of landelijke gemeenschappen en de Eidgenossenschaft was een los decentraal samenwerkingsverband. Na de vele overwinningen op Habsburg (1315-1460) en de Hertog van Bourgondië. (1476-1477) ontbrak het de Eidgenossen bovendien niet aan zelfvertrouwen.

Habsburg had nog oude rekeningen te verheffen met de Eidgenossenschaft en er waren nog openstaande kwesties, onder andere over de jurisdictie (Landgericht) over het door de Eidgenossenschaft veroverde Thurgau (1460). Kortom, ondanks de Ewige Richtung van 1474 en de veranderde internationale politieke omstandigheden, was de situatie niet stabiel.

De tien Orte van  Eidgenossenschaft in 1499 in donkderpaars (Uri, Schwyz, Unterwalden (Nidwalden en Obwalden), lichtpaars (Bern, Zug, Luzern, Zürich, Glarus) en Solothurn (lichtpaars) en Freiburg (bruin) met ‘Untertanengebiete’ en geallieerden of Zugewandte Orte (Rottwweil, Mülhausen (Mulhouse), Republiek Wallis, Gotteshausbund, grauer Bund, Zehngerichtebund, Abdij en stad St. Gallen, Appenzell, Schaffhausen en Neuchâtel. Afbeelding: Marco Zanoli/Wikipedia

Daarnaast waren er nog constitutionele kwesties. De Orte van de Eidgenossenschaft en het neutrale Bazel wilden geen belastingen aan het Heilige Roomse Rijk afdragen. Ze waren formeel nog wel gebied (vrije Imperiale steden/Orte vanwege Reichsunmittelbarkeit) van het Rijk en vielen formeel dus onder de (fiscale) wetten van het Rijk, die de Reichstag had uitgevaardigd.

Ook het geassocieerde lid Rottweil weigerde deze belasting te betalen en de Schwäbische Bund toe te treden. Maximiliaan bedreigde daarop Rottweil, dat weer gesteund werd door de Eidgenossenschaft.

Albrecht Dürer (1471-1528), het beroemdste portret van keizer Maximiliaan, 1519, Collectie: Kunsthistorisches Museum Wenen. Afbeelding: Wikipedia

Ook erkenden de Orte de hoogste rechters van het Rijk, het Reichskammergericht en de Reichshofrat, niet meer. Maximiliaan accepteerde dit weer niet, te meer omdat hij het geld vanwege zijn vele oorlogen hard nodig had.

Kortom, er was in deze krijgslustige periode met op territorium, prestige en revanche beluste heersers en hun op buit ingestelde huurlingen c.q. soldaten niet veel voor nodig om de vlam in de pan te doen laten slaan.

Om de krachtsverhoudingen in perspectief te plaatsen is het goed te realiseren dat de Schwäbische Bund meer dan 500 leden telde (steden, abdijen, amten, ridders, graven en andere gebieden), de Eidgenossenschaft met enkele geallieerden niet meer dan 15. Getalsmatig was de Eidgenossenschaft altijd ver in de minderheid, net zoals in de eerdere veldslagen tegen Habsburg en de Hertog van Bourgondië!

In een onlangs verschenen uitgave wordt dit treffend verwoord:

Die Schweizer Alpentäler und das grüne Hügelland der Nordschweiz sind die Heimat der bekanntesten und berühmtesten politischen Liga des Mittelalters, der Schweizer Eidgenossenschaft. Ihr Bündnisvertrag war insofern ungewöhnlich, als er, in den eigenen Worten der Vertragspartner, ‘Stadt und Land, Bürger und Bauern’ zusammenführte. Und das Bündnis florierte (M. Rady, Vom Rhein bis zu den Karpaten). 

1499

De directe aanleiding van de oorlog lag echter verder oostelijker, in het Münstertal en het Unterengadin, bezit van de graaf van Tirol, dat wil zeggen van Maximiliaan. Troepen van de Gotteshausbund en de Graue Bund bezetten deze gebieden.

Dit leidde tot een confrontatie met Maximiliaan, die gesteund werd door de Schwäbische Bund. De Eidgenossenschaft steunde de Gotteshausbund en de Graue Bund.

Standbeeld Benedikt Fontana (1450-1499) in Chur

Dit was vooralsnog een regionaal conflict, de Engadiner (Oostenrijks perspectief)- of Tirolerkrieg (Zwitsers perspectief). De slag bij Calven en de nederlaag van Maximiliaan was het einde van de reguliere oorlog in dit gebied, afgezien van plunderingen door huurlingen en losse groepen soldaten. Bij Hard, bij Bregenz,  had Maximiliaan ook al een nederlaag geleden.

De oorlog werd pas in april 1499 de Schwaben (Zwitsers perspectief)- of Schweizerkrieg (Zwabisch perspectief). De tien kantons sloten deze maand een verbond met Frankrijk. Maximiliaan verklaarde de Eidgenossenschaft vervolgens namens het Heilige Roomse Rijk de ‘Reichskrieg’.

Bazel, Bruderholz tegenwoordig

Maximiliaan was niet zozeer bezorgd om zijn gebied in Vorderösterreich, maar om zijn gebieden in Italië. Hij vreesde de combinatie van Zwitserse soldaten en de Franse militaire macht. Om deze reden waren de passen in Val Münstertal en Unterengadin van groot belang.

Vervolgens kreeg de oorlog zijn dynamiek langs de Rijn en in de Sundgau. Bazel bleef neutraal, Konstanz koos als lid van de Schwabische Bund echter voor Maximiliaan. Solothurn en Freiburg profileerden zich ook als nieuwe leden en wilden delen in buit van de ‘onoverwinnelijke’ Eidgenossen.

Dornach, monument voor de slag op 22 juli 1499 met de beroemde Zwitserse hellebaard

De laatste veldslag was fataal voor Maximiiaan. Op 22 juli 1499 leed zijn leger een vernietigende nederlaag bij Dornach, na eerder al bij Bruderholz bij Bazel verslagen te zijn.

De oorlog duurde nog geen half jaar en na vele wederzijdse plunderingen en diverse nederlagen van Maximiliaan en de Schwäbische Bund maakte de Vrede van Bazel een einde aan de oorlog.

Dornach, monument voor de slag op 22 juli 1499. ‘Ritter-Landsknechte Fürstenbergs Heere Sie fechten nicht mehr fur Kaiser und Reich. Sie fechten rasenden Löwen gleich’. Graaf  Heinrich VII von Fürstenberg (1464-1499)  was de legeraanvoerder van Habsburg

Het Beinhaus met schedels en beenderen van de gesneuvelden van beide partijen in de Schwabenkrieg: ‘Die Edlen müssen bei den Bauern liegen’.

De Vrede van Bazel

Deze vrede was feitelijk een bevestiging van de status quo. De Orte van de Eidgenossenschaft en het (nog neutrale) Bazel werden vrijgesteld van rijksbelastingen en de jurisdictie van het Reichskammergericht en de Reichshofrat.

Gebiedswinst voor de Eidgenossenschaft was er niet aan de rechteroever van de Rijn. Unterengadin en het Münstertal kochten zich pas in 1652 vrij van het graafschap Tirol, al bleven ze lid van de Gotteshausbund.

Rathaus Bazel, lid van de Confederatie sinds 1501

De politieke gevolgen waren echter des te groter. Bazel en Schaffhausen sloten zich 1501 aan bij de  Eidgenossenschaft, inclusief het grondgebied (en latere verwervingen) aan de rechterrijnoever. Appenzell werd in 1513 lid. Konstanz bleef Schwabisch, Rottweil daarentegen tot 1798 (!) een zugewandter Ort van de Eidgenossenschaft.  De Rijn was vanaf 1499 niet zozeer een grensrivier, maar een (mentale en politieke) buffer tussen ‘Schwaben’ en ‘ Zwitsers’.

“Hinter dem Gegensatz Schwaben-Eidgenossen stand letztlich auch die alte Feindschaft zwischen dem Teils habsburgischen, teils schwäbischen Adel und den städtisch-bäuerlichen Eidgenossen. Der Schweizer- order Schwabenkrieg, der kaum territorial Veränderungen mit sich brachte, der die Rheingrenze aber verfestigte, war ein markanter Schritt im Auseinanderleben von Schwaben und Eidgenossen. Die Eidgenossen sahen sich als “Schweizer”, die ihre Freiheit gegen Habsburg erkämpft hatten. Die Schwaben hingegen betonten ihre Verbundenheit mit dem Adel und dem Reich und die Treue zum Königtum” (B. Meier, Ein Königshaus aus der Schweiz, blz. 212).

Nikolaus Schradin’s kroniek eindigt met de woorden, die geen twijfel laten aan zijn steun voor de Eidgenossenschaft:

“Gott wirt von inen geerot fru vnd spat

Mit grosszem gepet von wib vnd mann,

die gnad gottesz mengklich wol trachten kan

dasz die stergki nit flüsszdt vss der eidgenosschaft 

Allein so hat sy von Gott die krafft

dasz ist wol gethon alsz man das Gott zulegt

Gmein eidgenosschaft sol alltzit sin bewegt

Sich selbsz zu enthalten in gehorsamy vnd einikeit”

De Zwabische (rechterrijnoever) en de 

Zwitserse (linkerrijnoever) stad Laufenburg 

Conclusie

Gebiedsuitbreiding naar het noorden was niet meer mogelijk. De Orte en de Eidgenossenschaft richtten zich vervolgens naar Italiaanse gebieden in het zuiden. Chiavenna, Bormio, Veltlina(1512), Tessin (1513) en voor korte tijd (1512) zelfs het Hertogdom Milaan waren de buit.

Marignano maakte 1515 echter aan de illusies een einde. Napoleon deelde deze Italiaanse gebieden toe aan de nieuwe Republiek Cisalpina, alleen Tessin bleef, op keuze van de inwoners, bij de Confederatie in 1798.

Na de verovering (1536) van Waadt door Bern en het Verdrag van Thonon (1569) tussen Wallis en Frankrijk lagen de buitengrenzen van de Confederatie grotendeels vast, afgezien van het Fricktal (1803), Genève (1815), Tarasp (1803), Rhäzuns (1819) en enkele kleine grenscorrecties. De grootste grensveranderingen waren tussen kantons en een nieuw kanton in 1979.

De relatie tussen de Confederatie van 13 kantons en Habsburg bleef na 1500 vreedzaam en veranderde niet tot 1798. De basis hiervoor was de ‘Erbeinung’ van 7 februari 1511, feitelijk een bevestiging van de Ewige Richtung van 1474.

De Eidgenossenschat sloot in 1516 en 1521 ook een vredesverdrag met Frankrijk. Daarmee begon een periode van ruim 250 jaar relatieve rust en vrede met omliggende landen.

Intern was de Confederatie, nog meer na de Reformatie, verdeeld, wat haar voortbestaan echter niet in de weg heeft gestaan. Pragmatisme, compromisbereidheid, ondanks alles een gemeenschappelijke identiteit en gedeelde (handels) belangen, dezelfde vijanden en het ‘gemene’ beheer van ‘untertanengebieden’, een groot (militair en politiek) prestige in Europa, vastberadenheid en ondernemers- en handelsmentaliteit en de integratie  van nieuwkomers waren en zijn hiervoor de belangrijkste voorwaarden.

tel de Ville/Stadhuis in Fribourg/Freiburg, plaats van de ondertekening van de Ewige Friede/la Paix perpétuelle van 1516

De Eidgenossenschaft en latere Confederatie van 1848 zijn geen creatie van Europese grootmachten wat, ten onrechte en politiek gemotiveerd, in bepaalde kringen wordt beweerd, maar van een wil tot samenleven en tot het uiterste verdedigen van in diverse opzichten verschillende kantons. Zwitserland is een succesvolle Europese Unie in microformaat. De Schwabenkrieg bevestigde deze eenheid in verscheidenheid.

In 1555 is het Habsburgse Rijk opgesplitst in een Spaans Habsburg (1555-1702) en een Oostenrijks Habsburg (1555-1918). Oostenrijks-Habsburg concentreerde zich met name op Italië, Oostenrijkse gebieden, Centraal- en Zuidoost-Europa. Frankrijk, de hertog van Beieren en het Osmaanse Rijk waren de voornaamste rivalen.

25 jaar na de Vrede van Bazel was het echter weer onrustig in Vorderösterreich en Zwaben. Deze keer was het niet de Eidgenossenschaft, maar de boerenopstand en de reformatie in 1524-1525 en de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) die deze regio in vuur en vlam zetten.

In de Confederatie bleef het echter relatief rustig en noch de boerenstanden van 1525 in de omliggende regio’s, noch de reformatie richtten veel oorlogsleed aan, afgezien van beperkte burgeroorlogen in 1529 en 1531.

De documentaire “Dornach 1499” geeft verdere informatie over de slag bij Dornach

(Bronnen: B. Meier, Ein Königshaus aus der Schweiz. Die Habsburger, der Aargau und die Eidgenossenschaft im Mittelalter, Baden, 2010; W. Meyer, Ein Krieg in Bildern und Versen. Der Schwaben- oder Schweizerkrieg von 1499, geschildert von Zeitgenossen, Oppenheim am Rhein, 2024; B. Marquardt, Die alte Eidgenossenschaft und das Heilige Römische Reich (1350-1798). Staatsbildung, Souveränität und Sonderstatus am alteuropäischen Alpenrand, Zürich 2007;  T. Scott, The Swiss and their Neighbours 1460-1560, Oxford 2017; M. Rady, Vom Rhein bis zu den Karpaten. Eine neue Geschichte Mitteleuropas, Londen, 2024)

Rudolf Herri (1460-1515), rond 1500. Houtsnede van de slag bij Dornach. De afbeelding toont verschillende fasen van de slag: in het midden de hoofdslag onder het kasteel van Dorneck; rechts de Zwitserse infanterie bij Arlesheim, de kastelen Reichenstein en Birseck en daaronder de brug over de Birs en de achtervolging van vluchtende troepen door de Zwitsers bij de Birs. Collectie: Kunstmuseum Basel Kupferstichkabinett. Afbeelding: Wikipedia

Nederlandslandstalige Erasmus-editie komt naar Bazel

Hoewel niet vaststaat of Desiderius Erasmus in Gouda of Rotterdam is geboren en in welk jaar precies (1466, 1467 of 1469), staat de geboortedatum wel vast: 28 oktober. Zijn jaar van overlijden en laatste rustplaats zijn echter des te beter bekend.

Hij overleed op 12 juli 1536 in Bazel en is in de kathedraal (Münster) begraven. Dit was een groot eerbetoon voor de katholieke Erasmus, want de Münster en Bazel waren sinds 1529 overgegaan tot het protestante geloof.

De vele werken van filosoof, theoloog, schrijver en humanist Erasmus zijn nog altijd, of juist in deze tijd, actueel. De Nederlandse uitgeverij Ad Donker presenteert de eerste Nederlandstalige editie met de complete correspondentie van Erasmus op 7 februari aan de Universiteitsbibliotheek van Bazel aan.

Erasmus woonde, werkte en publiceerde ruim 10 jaar in Bazel en de Universiteitsbibliotheek Bazel beheert een van de grootste (digitale) collecties, eerste uitgaven en originele documenten van Erasmus.

Deze uitgave is een goede aanvulling op de wetenschappelijke uitgave De haereticis an sint persequendi (1554-1557) van Sebastian Castellio (1515-1563) in de Duitse, Franse en Latijnse taal door de Zwitserse uitgeverij Schwabe Verlag (Basel, 2022).

Castellio (protestant) en Erasmus hebben beiden lange tijd in Bazel gewoond. De Universiteitsbibliotheek Bazel heeft eveneens een grote collectie geschriften en correspondentie van Castellio, die Erasmus als geestverwant en voorbeeld zag.

De aanbieding van ´De correspondentie van Desiderius Erasmus´ in 21 delen vindt plaats Op 7 februari vindt tussen 15.00-16.00 in de Universiteitsbibliotheek (Universitätsbibliothek, Hauptbibliothek, Vortragssaal) en is toegankelijk voor het publiek.

(Verdere informatie en aanmelding: Universitätsbibliothek Basel)

Eurovisie Songfestival 2025: Malmö draagt over aan Basel

De officiële overdracht van de stad Malmö aan Bazel en de “Semi Final Draw Ceremony” van het Eurovisie Songfestival 2025 heeft op 28 januari plaatsgevonden in het Kunstmuseum Basel.

De 37 deelnemende landen zijn tijdens de loting ingedeeld in één van de twee halve finales. De halve finales vinden plaats op 13 en 15 mei, de finale op 17 mei 2025.

De ceremonie is gepresenteerd door Jennifer Bosshard en Jan van Ditzhuijzen

Als onderdeel van de ceremonie overhandigde de presidente van de gemeenteraad van Malmö, Carina Nilsson, een speciaal voor Bazel gemaakte mantel aan Conradin Cramer, president van de regering van kanton Basel.

De kleurrijke mantel is oorspronkelijk ontworpen door ontwerper Pampas uit Malmö en is gedragen door Nemo in 2024. De mantel is nu bewerkt en aangevuld met elementen van originele ESC-attributen uit Malmö. De woorden Creativity, Democracy en United by Music op de jas symboliseren de waarden in Malmö tijdens het Eurovisie Songfestival 2024. De mantel heeft ook een bijzondere boodschap: ‘From Malmö to Basel with Love’.

Er zijn twee nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot het Eurovisie Songfestival: Ten eerste hebben inwoners van de stad Bazel het evenement met een grote meerderheid (66%) in een referendum goedgekeurd.

Ten tweede zijn het concept van deze ceremonie, het podiumontwerp, de opnames en de uitzending geproduceerd door veertien studenten van de Hogeschool Graubünden (Fachhochschule Graubünden), ondersteund door experts van de nationale Zwitserse omroep.

(Bron en verdere informatie: www.eurovision-basel.ch)

Carina Nilsson, Jennifer Bosshard en Conradin Cramer

Het eerste Kartuizenklooster van Zwitserland

Zwitserland is niet alleen het land van de hervormers Johannes Calvijn, Ulrich Zwingli, Guillaume Farel en Johannes Oekolampad, maar had tot de reformatie veel kloosters van de diverse kloosterordes.

Hoewel de meeste kloosters vlak na de reformatie (eerste helft zestiende eeuw) of in de eeuwen daarna zijn opgeheven en soms van de aardbodem verdwenen, bestaan er nog steeds functionerende kloosters. De kloosters in St. Müstair (kanton Graubünden), Mariastein (kanton Solothurn), Einsiedeln (kanton Schwyz), Maria-Rickenbach (kanton Nidwalden) of Bigorio (kanton Tessin) zijn maar enkele voorbeelden.

Een van de minst bekende kloosters van het land is al eeuwen geleden opgeheven en alleen de fundamenten van het grote complex zijn nog herkenbaar. Het kartuizenklooster Notre-Dame d´Oujon bij Arzier (Kanton Vaud) vlakbij Nyon was echter het eerste kartuizerklooster op het grondgebied van het huidige Zwitserland. De orde van Kartuizers (Chartreuse) is in 1084 in Frankrijk gesticht.

De bedoeling van de oprichter, Bruno van Keulen of Heilige Bruno, was terug te keren tot de beginselen van het ware geloof, ver weg van de wereldse verlokkingen. Ook dit klooster is destijds ver weg van de bewoonde wereld gebouwd op een hoogte van 1050 meter in de bergen van de Jura.

De monniken hebben in de kortst mogelijke tijd het gebied ontgonnen. Ook dit klooster verwierf tot haar opheffing veel grond en ander eigendom. De bezetting van het Pays du Vaud door het protestante Bern in 1536 betekende echter het einde van bijna vier eeuwen kloostergeschiedenis.

Na 1536 is het klooster verlaten. De ruïnes geven echter een indruk van de omvang van het complex . Ook zijn de contouren van de specifieke architectonische kenmerken van Kartuizerkloosters zichtbaar. In de nabije omgeving bevinden zich bovendien nog ruïnes en fundamenten van andere gebouwen van dit klooster.

(Bron: L. Auberson, L´ancienne chartreuse Notre-Dame d´Oujon, Bern, GSK, 1995)

Tweede bijenkomst van Creaton rumantsch

In 1938 stemde het Zwitserse volk met een overweldigende meerderheid voor het Reto-Romaans als vierde nationale taal van de Confederatie (naast Frans, Duits en Italiaans).

De geschiedenis van deze taal en haar vijf idiomen gaat terug tot de tijd van de Rhätiërs, een term voor stammen die eeuwen voor de Romeinse verovering (13-15 voor Christus) het oosten van het huidige Zwitserland bewoonden.

Het Romansh is nog steeds springlevend en heeft zich zelfs uitgebreid met het Rumantsch Grischun, een gemeenschappelijke geschreven taal! Het gezegde “klein maar fijn” is zeker van toepassing op deze taal.

Deze taal wordt niet alleen gesproken in Graubünden en in verschillende varianten in Oostenrijk en Italië, maar ook in andere kantons en zelfs in het buitenland, namelijk in de diaspora van Romaans-sprekenden.

Verschillende instellingen in Graubünden en andere kantons organiseren regelmatig evenementen om deze taal en cultuur toegankelijker te maken voor de diaspora en andere geïnteresseerden.

Een goed voorbeeld hiervan is de tweede bijeenkomst van “Creaton rumantsch”, georganiseerd op initiatief van Pro Svizra Rumantscha. Deze vond plaats op 19 januari in Bern met als doel innovatieve projecten voor dit doel te ontwikkelen.

De professionaliteit, de inzet en de verscheidenheid aan projecten laten zien dat de Romaanse taal en cultuur een veelbelovende toekomst heeft, zelfs of juist in deze tijden.

(Bron en verdere informatie: Pro Svizra Rumantscha, Lia Rumantscha)

Mürren, slalom, James Bond, Eiger, Mönch en Jungfrau

Engelsen hebben, zoals bekend, het beklimmen van de hoogste bergtoppen vanaf 1850 in Zwitserland geïntroduceerd. Ze zijn daarin altijd succesvol gebleven. Dit staat in schril contrast met skiën. Ook in deze wintersport waren ze pioniers.

Arnold Lunn (1888-1974) is de grondlegger van het huidige slalom skiën. De eerste race vond 1922 plaats in Mürren (kanton Bern). Zijn uitgangspunt was duidelijk: het gaat niet om schoonheid, maar om de snelheid. De tijd van de afdaling was het enige criterium voor het bepalen van de winnaar.  Hij verwoordde het als volgt:

“The object of a turn is to get around a given obstacle, losing as little speed as possible.  “Therefore, a fast ugly turn is better than a slow pretty turn”.

De slalom tijdens de Lauberhornrennen in het naburige Wengen zet sinds 1930 deze traditie voort, alleen ontbreken vanaf het begin Engelse winnaars. Weliswaar hebben Engelsen de slalom uitgevonden als (Olympische) sport, maar ze zijn er nooit succesvol in geweest.

Dit neemt niet weg dat Sir Arnold Lunn, in 1952 geridderd vanwege zijn verdienste voor Engels-Zwitserse relaties, in Mürren in ere wordt gehouden.

Mürren ligt op 1650 hoogte en kijkt uit op de Eiger, Mönch en Jungfrau. Een andere Engelse gentleman was ook in deze omgeving aanwezig. De Schilthorn en restaurant Piz Gloria weten er alles van.

Plakaat bij Grütschalp, aankomst met de gondelbaan vanaf Lauterbrunnen en het treinstation naar Mürren

James Bond alias 007 was niet alleen op andere plaatsen in het land actief, maar heeft er zelfs decennia gewoond en zijn laatste rustplaats in Crans Montana (kanton Wallis) gevonden.

Een van ’s werelds steilste gondelbanen van Stechelberg naar Mürren

Engelse bezoekers komen nog steeds in grote getale naar Mürren, en met goede redenen.

Hotel Eiger in Mürren

Impressies van Mürren

  

 

   

Wengen, Kleine Scheidegg, natuur en winter- en zomersportmogelijkheden

Elk jaar komen in januari ongeveer 60.000 bezoekers uit de hele wereld naar Wengen (kanton Bern) om de Internationale Lauberhornrennen te beleven. Deze legendarische afdaling (sinds 1930) is het langste parcours in de Skiwereldbeker.

De lijst met winnaars sinds 1930 en een deel van het parcours van de Internationale Lauberhornrennen

Wengen ligt op 1274 meter hoogte in de Jungfrauregio en het Lauterbrunnendal. Het dorp is voor het eerst genoemd in documenten in 1268 onder de naam Mons Wengen (berg Wengen).

De Wengernalpbahn

De Jungfraubahn

De pas op de Wengernalp-Kleine Scheidegg en de herberg die daar in 1835 is geopend, maakten Wengen vooral onder Britse bezoekers bekend.

Na de opening van de Wengernalpbahn (1893) en de Jungfraubahn (1912) maakte het dorp een snelle groei door. Ondanks moeilijke tijden (wereldoorlogen, economische crises) behield het dorp zijn aantrekkingskracht.

Stilleven bij Wengen

De Internationale Lauberhornrennen hebben het dorp weliswaar wereldberoemd gemaakt, maar de authentieke charme, winter- en zomersportmogelijkheden, nabijheid van andere bestemmingen (onder andere de Eigergletscher, Grinderwald, Mürren, Jungfrauloch en Lauterbrunnen), natuur, infrastructuur en goede bereikbaarheid zijn permanente factoren voor hedendaagse attractiviteit.

Indrukken uit Wengen

  

Indrukken van de Kleine Scheidegg

 

De Wengeralpbahn

De Jungfraubahn

Grindelwald, zijn Bergschaften, Jungfraujoch en Eigergletscher

Grindelwald (kanton Bern) is vooral bekend vanwege de ligging aan de voet van de Jungfrau en de Jungfraujoch. Tegenwoordig is het gebied van de gemeente Grindelwald verdeeld in zeven Bergschaften (Bussalp, Holzmatten, Bach, Grindel, , Scheidegg, Wärgistal en Itramen).

Dat was in de 12e eeuw nog wel anders.  Tot ver in de 12e eeuw heersten baronnen (Freiherren) in dit gebied. Hertog Berthold V van Zähringen (1160-1218), de  stichter van onder andere Neuenburg am Rhein, Rheinfelden, Freiburg im Breisgau, Freiburg/Fribourg en Bern, versloeg ze echter in 1191 in de Baronenkrieg. Daarmee was het gedaan met de macht van lokale heersers.

Grindelwald tegenwoordig

De naamgever van de Jungfrau, het klooster Inter lacus in het huidige Interlaken, bezat toen bovendien al veel grond in het dal. De Roomse-Duitse Koning Konrad III (1093-1152) had het klooster in 1146 veel bezittingen geschonken. Het klooster breidde zijn bezittingen steeds verder uit en bezat eind 15e eeuw het grootste deel van het dal van Grindelwald.

1528 volgden niet alleen de verovering door Bern, de reformatie en opheffing van het klooster, maar ook een nieuwe politieke indeling. De thans nog bestaande Bergschaften met een eigen gemeenteraad dateren uit deze periode.

Deze Bergschaften zijn zelfstandige publiekrechtelijke organen (in Nederland het beste te vergelijken met waterschappen, in Zwitserland met Consortages en Bourgeoisies in kanton Wallis) voor het beheren van de publieke en private alpenweiden en andere bestuurszaken.

Het dal is omgeven door bekende bergen (onder andere de Lauberhorn, Kleine Scheidegg, Finsteraarhorn, Wetterhorn, de Grosse Fiescherhorn, Mönch, Eiger, Jungfrau, Lauteraarhorn, Schreckhorn) en hun gletsjers en prachtige panorama’s.

Het verbaast dan ook niet dat Engelse toeristen en alpinisten ook Grindelwald in de negentiende eeuw ontdekten.  De eerste Zahnradbahn (Wengeralpbahn) is 1893 in gebruik genomen en in 1912 tot de Jungfraujoch verlengd. Bovendien opende de Schweizer Alpen Club (SAC/SAC) diverse SAC-Hütten.

World Snow Festival (13-18 januari), work in process.

De Nederlandse inbreng (15 januari)  in wording van  Henk van Bennekum, Ron Dubois, Digna van Weele en Leo de Heus

De Zwitserse inbreng (15 januari)

Maar dat is nog niet alles. Dit jaar heeft van 13-18 januari het 40e World Snow Festival plaatsgevonden, op dezelfde dagen als de Lauberhornrennen in Wengen!

De Eiger Express

Grindelwald in de zomer

Jungfraujoch

Wie Grindelwald zegt, denkt ook ogenblikkelijk aan de Jungfraujoch. De cabine en trein naar de Jungfraujoch op 3 454 meter hoogte vertrekken vanaf de terminal in dit dorp, eerst met de cabine van de Eiger Express naar de Eigergletsjer, en vervolgens met de Jungfraubahn naar het hoogste treinstation van Europa op de ‘Top of Europe’.

De visionair en stichter A. Guyer-Zeller (1839-1899) van de Jungfraubahn

Afbeelding van een affiche

De Jungfraujoch en de Mönch 

De Jungfrau

De Jungfrauloch is niet alleen een belevenis met uitzicht op de hoogste Alpentoppen, inclusief de Eiger, Mönch en Jungfrau, de Konkordiaplatz, het Eismeer (3 160 m) en Eispalast maar is tevens een documentatie- en informatiecentrum over de Alpenwereld en de bouw van deze unieke locatie.

Het Eismeer

 

De Konkordiaplatz

De Aletschgletsjer 1850 en heden (rechts)

De wetenschap

Impressies van de Jungfraujoch

    

De  tunnelbouwers en ingenieurs van Zwitserland

Ter herinnering aan bij de tunnelbouw omgekomen arbeiders 

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Grindelwald)

Interlaken, klooster Inter lacus, Unterseen en de maagd

Interlaken betekent letterlijk tussen de meren, de Brienzersee en de Thunersee.  Dat is bekend. Veel minder bekend is echter de naamgever: het klooster ‘Inter lacus’. Het dubbele klooster (Doppelkloster) had een mannen- en een vrouwenafdeling, met 300 nonnen en 40 monniken in de 14e eeuw.

Rechts Unterseen en het eiland Spielmatte, 18e eeuw. Afbeelding: Gemeinde Unterseen

Interlaken ligt niet alleen tussen twee meren, maar de Aare splitst zich hier om vervolgens weer in de Thunsersee  uit te monden. Het eilandje Spielmatte ligt tussen de twee takken van de Aare in.

De Aare mondt uit in de Thunersee. Afbeelding: Gemeinde Unterseen

Het klooster Inter lacus en de maagd

Het Augustinerklooster Inter lacus is in 1133 gesticht door Freiherr Seliger von Oberhofen.  Het vrouwenklooster is in 1484 opgeheven, het mannenklooster tijdens de reformatie in 1528.

De kloosterkerk stamde oorspronkelijk uit de 14e eeuw en is in 1471 in de laatgotische stijl herbouwd. Alleen de toren stamt echter nog uit deze tijd. Na 1528 was het klooster de regeringszetel van de landvoogd van Bern en het complex was voortaan het kasteel (Schloss) voor de landvoogd. De kloosterkerk werd een Schlosskirche.

Deze kerk is vervolgens lange tijd als opslagplaats gebruikt. Ook hier vervulden Engelse gasten echter een rol: de kerk was in de 19e eeuw in gebruik als Anglicaanse kerk. In 1909 kwam de kerk in het bezit van de evangelisch-hervormde kerk van Gsteig-Interlaken.

Een jaar daarvoor, in 1908, is de katholieke kerk gebouwd. Sindsdien symboliseren beide kerken de harmonie van twee religies in Interlaken.

De Jungfrau (maagd)

De nonnen hebben een Zwitsers icoon zijn naam gegeven. Het klooster was eigenaar van de Alpenweiden tot aan de machtige rotsen en de destijds nog ongenaakbare gletsjers van een berg zonder naam. Deze rotsen en gletsjers maakten de berg destijds tot een onbereikbare en onberoerde, ja zelfs maagdelijke bruid, vandaar de naam Jungfrau.

Aan alles komt een einde, en zo ook aan deze status. Op 3 augustus 1811 bereikten de eerste (Zwitserse) beklimmers de top van de 4 185 m. Sindsdien is de berg niet met rust gelaten, al heeft de Jungfraubahn van Adolf Guyer-Zeller niet de top, maar de Jungfrauloch als eindstation, hoewel de top in 1894 nog de bedoeling was.

Unterseen

Unterseen is in 1279 gesticht door Freiherr Berchtold von Eschenbach-Oberhofen, aanvankelijk als militair steunpunt voor Habsburg, maar vanaf 1337 als defensie van Bern.

De plaats ontwikkelde zich tot een aanzienlijke handels- en ambachtsstad en overslagplaats voor goederen van schepen en houtvlotten vanaf Bern, het Haslital, over de Brünigpas naar de Waldstätte in de Innerschweiz of over de Grimsel richting Italië.

     

De  ‘Haberdarre’ was de overslagplaats van goederen tussen de Thunersee en de Brienzersee. Deze naam is afgeleid van het drogen (darre) van haver (Haber).

In de 18e en 19e eeuw overnachtten beroemde gasten in de Stadtherberge van Unterseen, onder anderen Johann Wolfgang von Goethe (1782-1832) en Jakob Ludwig Felix Mendelssohn Bartholdy, beter bekend als Felix Mendelssohn (1809-1847).

Unterseen en het klooster Inter lacus waren aanvankelijk de belangrijkste economische spelers. Het klooster exploiteerde onder andere een zaagmolen, graanmolen en een wolspinnerij. Het klooster bezat ook de exclusieve visrechten in de Aare.  Het was in zijn hoogtijdagen bovendien de grootste grondbezitter in het Berner Oberland.

De molens hebben eeuwenlang dienst gedaan, de raderen werden aangedreven door de waterkracht van de Aare. De Spielmatte was een belangrijke locatie voor deze molens.

In 1938 maakten de waterraderen plaats voor elektrisch aangedreven molens. De Waterkrachtcentrales wekten de energie op. Pas in 1996 zijn de molens buiten gebruik gesteld, de waterkrachtcentrale op de Spielmatte functioneert echter nog steeds!

Interlaken

Het scheepvaartkanaal van 1892 verbindt de Thunersee met de Westbahnhof in Interlaken, dat vooral door toerisme tot grote bloei kwam. Met name Engelse toeristen vonden in de 19 eeuw de weg naar Interlaken en de Jungfrauregio.

Hotel Harder Kulm

De plaats kreeg een mondain karakter met Grand Hotels, stadspaleizen, brede boulevards en straten, elektrische verlichting en bruggen over de Aare.

Villa rosa

Grand Hotel Victoria Jungfrau 

De Goldey-brug voor voetgangers over de Aare verbindt sinds 1900 Unterseen met Interlaken en vooral het Kurhaus. Het Kurhaus opende op 20 juli 1859 zijn deuren met als doel ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. Een Molkekuranstalt zorgde voor het lichaam, het casino voor de adrenaline en het Kurorkest voor de harmonische geest. Het Kurhaus was vanaf het begin het culturele en sociale centrum van Interlaken.

De architect Paul Bouvier (1857-1940) uit Neuchâtel bouwde het complex om tot een concert-, speel- en theaterzaal in het park. Tegenwoordig is het Kurhaus een wereldberoemd cutuur- en congresscentrum met onder andere de ‘Interlaken Classics’.

De Indiaase filmregisseur Yash Chopra (1932-2012), ereburger van de stad, is in het park vereeuwigd vanwege de vele films die hij in Interlaken heeft opgenomen.

Het slot (voormalige klooster met Propstei)

De Schlosskirche

De Propstei

Lauterbrunnen, 72 watervallen, Walser en klooster Inter lacus

Nomen est omen: Lauterbrunnen (kanton Bern) ontleent zijn naam aan de vele watervallen en het kabbelende geluid van beken en bronnen. De gemeente Lauterbrunnen bestaat uit de dorpen Lauterbrunnen, Gimmelwald, Isenfluh, Mürren, Stechelberg en Wengen.

De Staubbachfall, de hoogste waterval van Zwitserland

Het klooster Inter lacus in Interlaken was ook in dit dal aan het einde van de 15e eeuw de grootgrondbezitter. Lauterbrunnen verzette zich in 1528 tegen de reformatie en troepen uit Bern moesten het dorp overtuigen. Daarna onteigende Bern ook in dit dal de goederen van het klooster Inter lacus.

Overigens was ook de relatie tussen het klooster en het dorp lange tijd niet optimaal. Het dorp bouwde rond 1480 een eigen kerk zonder toestemming van het klooster. Ook in de kerk draaide het om geld en het klooster vreesde inkomsten mis te lopen. Op zijn ‘Zwitsers’ kwam een arbitragecommissie echter tot een compromis.

De kerk tegenwoordig

Een andere bijzonderheid van deze gemeente is de immigratie van Walser in de 13e en 14e eeuw, met name in de dorpen Lauterbrunnen, Gimmelwald en Mürren. De tweede immigratiegolf is veel beter bekend: de komst van (Engelse) toeristen in de loop van de 19e en begin 20e eeuw.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Lauterbrunnen)

   

Dal van de 72 watervallen (Tal der 72 Wasserfälle) in en rondom Lauterbrunnen