La Petite Camargue Alsacienne aan en in de Rijn

Wat voor de Kelten (Renos), de Romeinen (Rhenus) en huidige bewoners van het stroomgebied van de Rijn vanzelfsprekend was en is, was dat niet voor de natuur. De Rijn stroomde weliswaar al miljoenen jaren vanaf de bron in het St. Gotthard-Massief naar Bazel, maar vlak daarna ging hij echter niet richting Noordzee, maar via de Bourgondische poort (Trouée de Belfort/Burgundische Pforte) naar de Middellandse Zee en daarna duizenden jaren noordelijker dan de huidige loop, via de Klettgau naar Koblenz (CH) en dan pas naar Bazel.

De huidige stroom via Neuhausen en de waterval (Rheinfall) bij Schaffhausen vormde zich in een lang proces vanaf 75 000 jaar geleden en de huidige loop is  pas 12 000 jaar oud!

De Oude Rijn (Altrhein bij Istein, Isteiner Schwellen)

De Bourgondische poort is het vlakke land tussen de noordelijke uitlopers van de Jura en de zuidelijke hellingen van de Vogezen, tussen de steden Bazel, Mulhouse, Montbéliard en Belfort. Geologische veranderingen, onder andere door uitbarstingen van vulkanen, veranderden de loop van de Rijn.

Eeuwenlang was het een droom om de Rijn weer met de Middellands Zee te verbinden. Bekende voorbeelden zijn het project van Hollandse kooplieden in de 17e eeuw,  de planning en gedeeltelijke uitvoering van een Rijn-Rhône kanaal in de 18e  en 19e eeuw en zelfs een scheepvaartweg over de Alpen vanaf Italië richting Rijn in de 19e eeuw!

Het oude sluishuisje aan het Canal de Huningue

Het Rijn-Rhône kanaal bestaat inderdaad, maar niet in de oorspronkelijke opzet voor beroepsscheepvaart. De Treinverbinding door de St. Gotthard, weg- en luchtvervoer zijn echter de effectieve alternatieven. Daarnaast is de Rijn door kanalisatie  en internationale samenwerking in de 19e en 20e eeuw voor scheepvaart veel beter bevaarbaar geworden.

Peter Birmann (1758-1844), de Isteiner Klotz richting Bazel. Collectie: Kunstmuseum Basel.

Dit had echter voor de natuur een keerzijde. De Rijn was voor de kanalisatie feitelijk een breed bekken van meanderende zijtakken en watergebieden en grote overstromingen van soms wel 10 kilometer breed.

Vanaf de middeleeuwen en in het bijzonder de 19e en 20e eeuw werd dit voor bewoners, economisch gebruik en scheepvaart een steeds groter probleem. De explosieve groei van Industrialisatie, landbouw, bebouwing en bevolking en de ongetemde Rijn gingen niet samen. Het leidde tot een snelle afname van natuurgebieden langs en in de Rijn.

La Petite Camargue

Toch is er zelfs in deze drukbevolkte regio van het drielandenpunt Zwitserland, Duitsland en Frankrijk met veel scheepvaartverkeer nog een prachtig natuurgebied, dat haar naam alle eer aan doet, La Petite Camargue.

De gebied ligt aan en tussen het Canal de Huningue, het Grand Canal d’Alsace en de Oude Rijn (Altrhein) in de Elzas en heeft een oppervlakte van ongeveer 900 hektaren.

Canal de Huningue met de Roche-torens in Bazel op de achtergrond

De dorpen Kembs, Rosenau, Saint-Louis aan Franse kant, en Istein aan Duitse kant zijn de bewoonde wereld op nog geen 5 kilometer van Bazel. Niets doet vermoeden dat deze Camargue (niet te verwarren met de Camargue in Zuid-Frankrijk) te midden van sluizen, kanalen, jaarlijks duizenden varende binnenvaartschepen en een aantal plaatsen ligt.

Grand Canal d’Alsace

De flora en fauna floreren nog steeds in dit Au-landschap. ‘Au’ betekent, evenals Renos en Rhenus, vloeiend water of rivier. In de Reto-Romaanse taal is het woord voor water nog altijd ‘Aua’.

Hoe het ook zij, overstromingen en de ongetemde Rijn hebben in de loop der duizenden jaren la Petite Camargue gevormd. De mens heeft besloten dit gebied in stand te houden van de ongeveer 21 000 hektare van het oorspronkelijke ‘Rheinwald’ en ‘Au’landschap in Elzas.

De mens helpt de natuur soms zelfs een handje (Opération saumon et castor sans frontières/Unternehmen Biber und Lachs ohne Grenzen)

De zalm kan dankzij vistrappen weer de Hoge Rijn (Hochrhein) bereiken (zij het vooralsnog in kleine getale) en het Canal de Huningue, is een watertoevoer voor La Petite Camargue. Dit kanaal is in 1828 aangelegd om de Rijn met de Rhône te verbinden. Tevergeefs, maar het heeft nu wel een functie voor de natuur.

Bron en verdere informatie: A. Boissaye, Ph. Knibiely, Aude Boissaye, Philippe Knibiely, Petite Camargue Alsacienne. Der Urwald am Rhein, Straatsburg, 2006; La Petite Camargue Alsacienne

De sluis van Kembs

Waterkrachtcentrale Kembs

De Basler Fasnacht, haar laternen en sujets

Maandag 10 maart om 04.00 luidt de Martinskirche de Basler Fasnacht in, de Morgenstreich (Morgestraich). Dit Culturele erfgoed van de UNESCO (sinds 2017) heeft in de loop de eeuwen vele veranderingen ondergaan en verandert nog steeds.

Collectie: Museum der Kulturen Basel

Het Museum der Kulturen in Basel, het Fasnachtcomité (en zijn jaarlijkse uitgave Rädäbäng) en diverse andere publicaties geven uitgebreide informatie over dit cultuurgoed en zijn veelzijdigheid.

Het Franse woord voor Fasnacht is Carnaval de Bâle. Het is interessant dat het vocabulaire van Fasnacht voor een aanzienlijk deel bestaat uit Franse woorden (cortège, clique, chaise, repertoire, requisit, sujet, bijvoorbeeld), maar in het Frans bestaat het woord Fasnacht niet.

Afgezien van Franse invloed kende Fasnacht (tot 1924 ook gespeld als Fastnacht) tot 1909 zelfs de uit Duitsland afkomstige Prinz Karneval en veel Duitse woorden! Sindsdien ontvangen de cliquen Frau Fasnacht en is Baselduits de voertaal.

De (leken) priester ontvangt Frau Fasnacht in de Elisabethenkirche de zondagmorgen voor de Fasnacht, Fasnacht 2024

De huidige Fasnacht heeft na de oprichting van het Fasnachtcomité (Faasnachts-Comitée) in 1910 langzaam gestalte gekregen.  Dit comité (ook een Frans woord) kwam mede voort uit de in 1858 opgerichte vereniging Quodlibet. Quodlibet bestaat nog steeds, tegenwoordig met nog één activiteit: bridge!.

Laterne ‘Das Quodlibet den Schweizer Turnern’ van Quodlibet, rond 1885. Collectie: Museum der Kulturen Basel

Vooral de periode na 1945 bracht, mede door toegenomen welvaart en maatschappelijke ontwikkelingen (onder andere deelname van vrouwen in cliques, guggenmuziek, opkomst van andere kostuums en types en meer cliquen), veel veranderingen.

Rond verschenen de eerste laternen (Ladäärne/Lampe) met een sujet (Süschée), het jaarlijkse thema van een clique. De Laterne is een soort grote lamp met een gevisualiseerd thema en tekst. Deze laternen hebben zich in de loop der tijd ontwikkeld tot ware kunstwerken.

Laternen van de clique Verschnuuffer

De leden van een clique bepalen het sujet voor de Fasnacht. Een speciale commissie werkt het project vervolgens uit. De thema’s hebben meestal betrekking op lokale en nationale gebeurtenissen, politiek en evenementen (dit jaar bijvoorbeeld de ESC (Eurovisie Song Contest) in Bazel) en internationale politiek, persoonlijkheden of actuele onderwerpen.

De laternen zijn zo groot, dat ze meestal in werkplaatsen worden gemaakt. Leden van clique en derden (kunstenaars, ateliers) werken er aan mee. Ook andere attributen van de Fasnacht, zoals maskers (larven), kostuums en andere voorwerpen, worden door leden of gespecialiseerde ateliers gemaakt.

Inscenering van een ‘larvenatelier’. Collectie: Museum der Kulturen Basel

Op de zondagmiddag voor de Morgenstreich presenteren de cliquen hun laterne aan de leden. Vervolgens worden ze verhuld en onder begeleiding van piccolo’s van de grote of kleine clique vervoerd naar de locatie van vertrek bij de Morgenstreich.

Een paar minuten voor 04.00 worden de Laternen verlicht. Op dinsdagavond  zijn honderden laternen te bezichtigen en te bewonderen op de Münsterplatz.

Donderdagmorgen 04.00 luidt de Martinskirche de Fasnacht en Frau Fasnacht weer uit en zijn de laternen weer kunstgeschiedenis.

(Bron en verdere informatie: Museum der Kulturen Basel)

Impressies van de Laternen op de Münsterplatz

De Bisschop van Bazel, Istein en Schliengen in Baden

Het prins-bisdom Bazel (niet te verwarren met de diocese (de religieuze macht) van het bisdom) strekte zich vanaf het jaar 1 000 tot de Franse inval in 1792 uit over gebieden in het huidige Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Het was zelfs een van de grootste en machtigste bisdommen ten noorden van de Alpen.

Istein

Niet alleen de grandeur van Bazel, Porrentruy (vanaf 1529) en Arlesheim (vanaf 1678) getuigen hiervan, maar ook plaatsen in het huidige Frankrijk en Duitsland. De bisschop was een loyale bondgenoot van de Habsburgers (in tegenstelling tot de bisschop van Konstanz!) en diverse bezittingen, burchten en woonpaleizen van de bisschop of zijn bondgenoten waren eeuwenlang hun onaantastbare verblijfplaatsen of defensieve locaties.

Gemeentewapen van Schliengen

Schliengen, voormalig slot Entenstein van de bisschop van Bazel

De Franse Koning Louis XIV (1638-1715) was de eerste Fransman, die deze macht inperkte. Zijn landgenoot Napoleon (1769-1821) deed het echter veel grondiger en maakte resoluut een einde aan de wereldlijke macht van de bisschop (en het Heilige Roomse Rijk).

Toch zijn op diverse plaatsen in Duitsland de herinneringen aan het langdurig verblijf van de bisschop uit Bazel nog te zien, bijvoorbeeld in  Schliengen, Altingen, Mauchen und Steinenstadt, Istein und Huttingen.  (Baden-Württemberg), eeuwenlang bezittingen van het prins-bisdom Bazel.

(Bron en verdere informatie: gemeente Schliengen; Istein (Gemeinde Efringen-Kirchen)

Istein, de Isteiner Klotz en fort Istein met de St. Veits-Kapelle

De Isteiner Schwellen

De Zwitserse Bridgebond bestaat 75 jaar en viert dit lustrum op 19 maart

Het kaartspel Jass komt oorspronkelijk uit een andere Republiek: de Republiek der Zeven Verenigde Provincies. Huurlingen uit de Eidgenossenschaft in dienst van de Republiek introduceerden het spel eind 17e eeuw in Zwitserland. In Nederland heet het spel klaverjassen.

Bridge kwam pas eeuwen later tot ontwikkeling, in de jaren 1920. bridge heet overal ter wereld bridge en doet haar naam ‘bruggen’ alle eer in aan, in sociaal, speltechnisch en multicultureel opzicht.

Vele beroemdheden ontmoeten en ontmoetten elkaar aan de bridgetafel: Winston Churchill, Dwight D. Eisenhower, Mae West, Martina Navratilova, Bill Gates, Omar Sharif, James Bond, Hercule Poirot, Snoopy, Gandhi, Nehru of W. Somerset Maugham, om maar enkele persoonlijkheden te noemen.

Het wereldwijd bekende en populaire kaartspel wordt echter vooral door gewone burgers gespeeld, in clubverband en privé. De Fédération Suisse de Bridge (FSB)  is  op 18 maart 1950 in Genève opgericht, vandaar de Franse naam.

De eerste aangesloten clubs kwamen uit Baden, Zürich, Biel, Freiburg, Winterthur, Genève, Bern, Neuchâtel en Lausanne. Het bureau van de FSB was aanvankelijk gevestigd in Lausanne. Het kantoor bevindt zich vanaf 1996 in Zürich.

Afbeelding: Archief FSB

De FSB geeft vier keer per jaar het tijdschrift ‘Bulletin’ uit, organiseert en coördineert de nationale en regionale competities van de FSB, houdt de scores en FSB-punten bij van toernooien van clubs, initieert of assisteert bij cursussen, bijvoorbeeld mini-bridge voor jongeren en petit-bridge voor kinderen, diverse toernooien ( vier ‘cups’ voor diverse groepen en nationale kampioenschappen) en brengt bridge onder de aandacht als interessant, sociaal en voor (zeer) jong en (zeer) oud publiek toegankelijk kaartspel, waarbij plezier, denken en gezelligheid hand in hand gaan.

Jong geleerd is oud gedaan en ook weinigen betreuren het op latere leeftijd begonnen te zijn.   Velen vonden en vinden zelfs troost in bridge. W. Somerset Maugham (1874-1965) beschouwde bridge als “the most entertaining and intelligent card game, the wit of man has so far devised. In fact, when all else fails – sport, love, ambition- bridge remains a solace and an entertainment”.

Om het 75-jarig bestaan met haar duizenden leden te vieren, organiseert de FSB op 19 maart aanstaande een toernooi voor zijn leden in de 26 kantons van het land om onder de gemeenschappelijk naam ‘Bridge’  te spelen. Ook wat dat betreft verenigt Bridge niet alleen het multiculturele- en viertalige Zwitserland, maar ook Europa en de rest van de wereld!

(Bron: P. van Zinnicq Bergmann, Het Bridge Epos, Amsterdam, 2010)

Suvretta House, Internationales Bridge Turnier 2023

Christiaan Huygens, de spiraalveer, uurwerken en tijdmeting

Op 20 februari jongstleden heeft in het Musée International d’Horlogerie (MIH) in La Chaux-de-Fonds (kanton Neuchâtel) een, letterlijk, gedenkwaardige gebeurtenis plaatsgevonden.

Joost Albers, voorzitter van de Stichting Haegsche Tijd tijdens de openingstoespraak

Op 25 februari 1675 publiceerde het Franse tijdschrift Journal des Sçavans een artikel over een baanbrekende ontdekking en toepassing voor uurwerken: de spiraalveer (le spiral réglant) van Christiaan Huygens (1629-1695).

Het Nederlandse ensemble La Sfera Armoniosa speelde onder het toeziend oog van Christiaan (zie hieronder) composities van zijn vader Constantijn Huygens (1596-1687).

Op dat moment was Huygens als onderzoeksdirecteur van de Académie Royale des Sciences woonachtig in Parijs. Deze spiraalveer, klein in omvang, maar van fundamenteel belang tot op de dag van vandaag voor de horlogeindustrie en precieze tijdmeting in het algemeen, was het (voorlopige?) sluitstuk van een lange zoektocht van diverse Europese wetenschappers.

Isaac Thuret (1630-1706) vervaardigde, voor zover bekend,  in 1675 de eerste klok met de spiraalveer in Parijs. Collectie: Bert Degenaar. The Planetarium Zuylenburgh Collectie (Oud-Zuilen). 

Journal des Sçavans met het ontwerp van de spiraalveer van Christiaan Huygens. Collectie: Bibliothèque publique et universitaire de Neuchâtel. Rechts: nagebouwd model van de spiraalveer door het restauratiecentrum Musée International d’Horlogerie.

De horlogeindustrie herdenkt in haar wereldhoofdstad en in samenwerking met de Stichting Haegsche Tijd deze nog steeds onmisbare innovatie in een tentoonstelling met unieke uurwerken en documentatie uit deze periode.

(Bron en verdere informatie: Musée International d’Horlogerie; Stichting Haegsche Tijd)

Christiaan Huygens (zittend links) te midden van andere geleerden van zijn tijd. Musée International d’Horlogerie 

Impressies van de tentoonsteling

Bernard Vaillant (1632-1698), Christiaan Huygens, 1686

De huidige Nederlandse horlogerie in de tentoonstelling. Het planetarium van Christiaan van der Klaauw in horlogeformaat. 

Boerenoorlog, wederdopers en staatsinrichting in de Confederatie en Duitse landen in 1525

De vorige oorlog was nog geen generatie oud, of nieuwe gewelddadigheden vonden plaats aan beide oevers van de Rijn in het gebied van de Hoogrijn en de Bovenrijn.

De Vrede van Bazel (1499) vond plaats in een periode van grote veranderingen. Hoewel historische vergelijkingen veelal anachronistisch zijn (evenals huidige kritiek op onze eeuwenoude voorvaderen), is het toch interessant hiervan in het kader van de periode rond 1500 (Humanisme-Renaissance) en 2000 (te vroeg voor een etiket) melding te maken.

Drukkerij rond 1525. Collectie: Dreiländermuseum Lörrach

Nieuwe communicatie (drukpers (1500), digitale media en kunstmatige intelligentie (2000), ontdekking nieuwe werelddelen (1500), globaliering en exploratie van het heelal (2000), (radicale) hervormings- en protestbewegingen van protestanten, wederdopers boeren en burgers (1500), presidenten (USA), burgers en boeren (diverse Europese landen (2000), angst voor andere religies/landen Osmaanse Rijk (1500), immigratie en terrorisme (2000), tegenstelling stedelijke oligarchieen-platteland (1500), tegenstelling stad-platteland (2000).

Het is niet bekend wat de toekomst brengt, wel kan in grote lijnen de situatie rond 1500-1525 in kaart gebracht worden met betrekking tot de boerenoorlog (Bauernkrieg) en de relatie met de reformatie.

Het Dreiländermuseum in Lörrach heeft dat in de informatieve tweetalige tentoonstelling ‘Umbrüche’ (Ruptures) gedaan. Ze bespreekt de opstand van 1525 in het kader van de Reformatie en in het bijzonder de beweging van de Wederdopers (Wiedertäufer).

Houtsnede rond 1500. De drie standen: de kerk links (bidden), adel rechts (bescherming) en boeren onder (werken). Private leen

De titel ‘Umbrüche’, omwenteling/kentering, is een typering van de periode. De privileges van aristocratie en kerk, oligarchische  stadsbesturen, misstanden in de kerk en armoede, honger en gebrek aan perspectief en medezeggenschap voor het grootste deel van de inwoners (toentertijd boeren en arme stedelingen) vormden de basis voor de boerenoorlog van 1525.

De reformatie vanaf 1517 was echter de ideologische vonk voor de opstand:

Hier liegt die These nahe, dass In der Radikalisierung der reformatorischen Bewegung der revolutionaire Aspekt des Bauernkriegs zu suchen ist. Der Bauernkrieg war eine Massenbewegung. Getragen wurde sie vom Schwung der evangelischen Bewegung, deren Ziele in Bezug auf die Abschaffung des geistlichen Standes die Empörer mit radikalen Mitteln umzusetzen suchten. Überdies zielte der Aufstand mit einem großen Spektrum von beschwerden und Forderungen“, G. Schwerhoff, der Bauernkrieg, blz. 581/583).

Bestaande machtsstructuren van kerk, aristocratie en vooraanstaande burgerij in de steden werden het doelwit van opstandige boeren en ontevreden stedelingen. De reformatoren wilden echter geen verandering van de sociale structuren, maar alleen een hervorming van de kerk.

Collectie: Dreiländermuseum Lörrach

De reformatoren konden het onderling over religieuze zaken nog zo oneens zijn (Martin Luther en Huldrych Zwingli bijvoorbeeld), ze waren eensgezind in de (zeer) gewelddadige onderdrukking van de opstandelingen. De Wederdopers verdienden in hun ogen dezelfde behandeling omdat deze religieuze beweging ook de bestaande machtsstructuren ter discussie stelde.

De Wederdopers en de (protestante) boeren werden daardoor bondgenoten. Hoewel Wederdopers formeel geweld afwezen, hebben ze in deze oorlog soms ook met wapens de kant van de opstand gekozen.

De katholieke en protestante gebieden in de Eidgenossenschaft rond 1700. Deze situatie bestond vanaf ongeveer 1530. In de katholieke regio’s bleef het in 1525 rustig. Beeld: Historisch Museum Baden (CH)

De boerenoorlog van 1525 en Wederdopers in de Eidgenossenschaft

De boerenoorlog die grote delen van Midden-Europa in vuur en vlam zette en het zuidwesten van Duitsland en de Elzas in het bijzonder, begon feitelijk met de Reformatie in Zürich in de Eidgenossenschaft van 13 kantons.

Huldrych Zwingli introduceerde rond 1524 de Reformatie in Zürich. Al snel kreeg het verzet tegen de kerk en de ‘juiste’ interpretatie van de in het Duitse vertaalde bijbel een maatschappelijke dimensie.

De boeren zagen in deze religieuze hervormingsbeweging het momentum voor maatschappelijke veranderingen voor meer zeggenschap en democratisering en verandering van privileges voor de grondeigenaren.

Collectie: Dreiländermuseum Lörrach

De boeren organiseerden zich en mede door de drukpers verspreidde het wensenpakket zich net zo snel als de reformatie. In diverse kantons, met name in Bern, Zürich, Schaffhausen, Solothurn en Bazel kwam het tot ongeregeldheden, beeldenstormen, plunderingen en gewapende opstand.

De plundering van het Kartause Ittingen (de Ittinger Klostersturm, 18 juli 1524, toentertijd een Untertanengebied van de Eidgenossenschaft) is een van beruchte voorbeelden. Het is niet toevallig dat juist deze kantons protestants waren of spoedig zouden worden. Dit geldt zelfs voor Solothurn, dat immers ook een korte periode protestants is geweest.

Kartause Ittingen tegenwoordig

Het eidgenössische pragmatisme, de compromisbereidheid in combinatie met gematigde repressie zorgden voor een snel einde van de boerensoptand. De boeren kregen enkele toezeggingen, wat de onvrede over een aantal kwesties niet wegnam (zie bijvoorbeeld de boerenopstand van 1653). Al met al werkte het compromismodel in verhouding met de omliggende regio’s naar behoren.

Alleen ten opzichte van de wederdopers bleven de standpunten tot ver in de 18e eeuw onverzoenlijk, al bleef het aantal executies in vergelijking met andere landen beperkt.

De Rooms-Duitse koning en keizer, de zeven keurvorsten links en rechts naast de ‘imperator’ en andere leden van het Heilige Roomse Rijk. Collectie: Dreiländermuseum Lörrach

De boerenoorlog en Wederdopers in Duitsland en Elzas

De opstand van boeren, of beter gezegd de bevolking (zo’n 80%)  buiten de steden, en ontevreden stadsbewoners sloeg snel over naar gebieden aan de rechterrijnoever in zuidwest-Duitsland en vandaar uit naar noordelijke gebieden en Elzas.

De motieven, de rol van de reformatie en de reformatoren en de eisen waren dezelfde. Deze waren zelfs samengevat in de ‘twaalf artikelen van Memmingen’ van 15 maart 1525 (Die Zwölf Artikel von Memmingen).

De Twaalf Artikelen van Memmingen in hedendaags Duits en het originele titelblad. Dreiländermuseum Lörrach 

Naar huidige maatstaven waren het gematigde en redelijke eisen. Voor de protestante en katholieke machthebbers waren het echter ‘ketterse’ opvattingen die de door God geschapen maatschappelijke structuren ter discussie stelden. In tegenstelling tot de Eidgenossenschaft waren de machthebbers in deze regio echter adellijke dynastieën en monarchen, die tot geen enkel compromis bereid waren.

De Schwäbische Bund, in een voorgaand artikel al aan de orde gekomen, richtte zich nu tegen zijn onderdanen. De slecht geoefende boeren waren geen partij voor de legers van hun tegenstanders. Na aanvankelijke successen en plunderingen van kloosters, kerken, burchten en andere instellingen, leden ze nederlaag na nederlaag.

De machthebbers waren net zo meedogenloos tegenover deze opstandelingen, als tegen de wederdopers. De tentoonstelling in het Dreiländermuseum richt zich met name op de motieven en het verloop van de boerenoorlog en de rol van de wederdopers  in deze regio.

De choregrafe en danseres Marie da Silva behandelt met studenten van de dansschool „Art & Dance“ uit Lörrach het thema “Umbrüche“ in een videopresentatie

 Conclusie

Het museum beoogt het verleden met het heden in contact te brengen. Het doet dit echter niet vanuit een anachronistische zienswijze, maar laat de bezoekers zelf hieraan invulling en een oordeel geven.

De  boerenopstand was in de Eidgenossenschaft van korte duur en verliep relatief vreedzaam. Dit geldt ook voor de Reformatie, al leidde deze tot een splitsing in (streng) katholieke en (streng) protestante kantons of verdeeldheid in steden, families en kantons,  met nog enkele excessen in 1529, 1531, 1656 en 1712 en uiteindelijk de Sonderbundskrieg van 1847.

Ook de vervolging van Wederdopers was relatief mild, al werden ze ook in de Eidgenossenschaft niet geduld. Daar waren katholieke en protestante kantons het wel over eens.

De gedecentraliseerde opzet van kantons, de Landsgemeinden en de afwezigheid van monarchen en hun aanverwante dynastieën hebben erger voorkomen. De vreedzame splitsing van Appenzell (1597), het Simultaneum en het dulden van protestante of katholieke gemeenschappen duiden hier ook op.

Bovendien was de Eidgenossenschaft een verbond van gelijkwaardige katholieke en protestante kantons. Het protestante Bern en het katholieke Bern werkten bijvoorbeeld nauw samen op een aantal gebieden op basis van gelijkwaardigheid. Het protestante Bazel kende slechts een korte periode van repressie van katholieken (1529-1533) en de katholiek Erasmus (1466-69-1536) is in de protestante Münster begraven vlakbij de hervormer Oekolampad (1482-1531)!

De belegering van Molsheim in Elzas in 1610. Elzas was tot 1648 gebied van Habsburg, maar kende katholieke en protestante gebieden. Protestante troepen belegeren in deze kopergravure (rond 1615) de katholieke stad Molsheim.  Collectie: Dreiländermuseum Lörrach

In Duitsland en Elzas was de politieke organisatie anders, ondanks de aanwezigheid van veel vrije Rijkssteden (dat wil zeggen steden met Reichsunmittelbarkeit). Ruim Honderd jaar  later (1618-1648, 1672-1697, 1702-1714, 1756-1763) was deze regio weer verwikkeld in dynastieke conflicten, die aan de Eidgenossenschaft grotendeels voorbij gingen.

Om te eindigen met het begin van deze bijdrage. Ook de huidige periode kent ontwikkelingen die inwoners angstig en onzeker maken. Zoals een staatsman rond 1976 echter al verkondigde: “rien ne dure sans les institutions”.

Wat dat betreft hebben de oude Eidgenossenschaft en de nieuwe Confederatie van 1848 zich al in diverse crises als het minst slechte politieke systeem bewezen.

Het is relevant dat het Dreiländermuseum aandacht besteedt aan de eerste grote georganiseerde volksopstand in Duitse gebieden en deze in perspectief plaatst van de reformatie en wederdopers in het bijzonder. Iedere protest- of hervormingsbeweging komt immers voort uit een aantal oorzaken, dat gold rond 1500 en dat geldt nog steeds.

(Bron en verdere informatie: Gerd Schwerhoff, Der Bauernkrieg. Geschichte einer wilden Handlung, München, 2024; Dreiländermuseum Lörrach)

Dornach 1499 en de Zwitserse Confederatie rond 1500

“Dornach 1499” Documentaire (45 minuten, Duitstalig) door Francis de Andrade (idee en productie) en Moritz Willenegger (scenario en realisatie).

Aan het einde van de 15e eeuw waren de noordelijke regio’s van het huidige Zwitserland in oorlog met het Habsburgse Rijk langs de huidige grenzen. De documentaire gaat in op de achtergrond en de gevolgen van dit conflict.

Inhoud:

  • De politieke situatie en ontwikkeling van de oude Confederatie binnen het Heilige Roomse Rijk, met de nadruk op moderne historische onderzoeksresultaten.
  • De nog bewaard gebleven sporen, ruïnes en historische monumenten (Zwabische Oorlog/Zwitserse Oorlog), een grootschalige conflict op het grondgebied van de Confederatie.
  • De huurlingen als exportproduct van de kantons.
  • Concurrentie tussen de Confederatie en de Zwaben op de Europese huurlingenmarkt.
  • De biografie van Heini Wolleb als een typisch voorbeeld van een huurling in de context van zijn tijd.
  • Politieke en economische context van de Zwabische of Zwitserse oorlog.
  • Herinneringscultuur en betekenis van de Slag bij Dornach in 1499 in Zwitserland.
  • Voorwaarden en gevolgen van de “Vrede van Bazel”.
  • De vorming van de Confederatie van dertien kantons en haar korte verschijning als grote mogendheid in de Renaissanceoorlogen.

«Dornach 1499» de film is online beschikbaar op Youtube 

(Bron en verdere informatie:  www.nextattention.com)

Centre Dürrenmatt Neuchâtel 25 jaar

In 2025 viert het Centre Dürrenmatt Neuchâtel (CDN) zijn 25e verjaardag. De festiviteiten beginnen op 21 februari. Het programma zal geleidelijk worden onthuld op de website van het CDN.

Op 14 december 1990 overleed de Duitstalige Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) in het Franstalige Neuchâtel, waar hij bijna 40 jaar had gewoond en gewerkt in de idyllische omgeving van de Vallon de l’Ermitage.

Het Centre Dürrenmatt, gebouwd door Mario Botta in het oude huis van Friedrich Dürrenmatt, werd in 2000 geopend. Het doel is het verzamelen, bewaren en publiceren van het visuele en literaire werk van Friedrich Dürrenmatt.

De bibliotheek. © Foto: Centre Dürrenmatt Neuchâtel/Pino Musi

Het organiseert regelmatig tijdelijke tentoonstellingen over kunstenaars die in hun werk het visuele met het geschrevene combineren. Als plaats van reflectie en uitwisseling organiseert het Centre Dürrenmatt colloquia, lezingen en poëzielezingen die thematisch verbonden zijn met het werk van Friedrich Dürrenmatt.

Het Centre Dürrenmatt Neuchâtel maakt deel uit van de Zwitserse Nationale Bibliotheek. Dürrenmatt liet in 1989 zijn literaire nalatenschap na aan de Zwitserse Confederatie, wat in 1991 leidde tot de oprichting van de Zwitserse Literaire Archieven in Bern.

De permanente tentoonstelling. © Foto: Centre Dürrenmatt Neuchâtel/Pino Musi

Het CDN volgt een interdisciplinaire aanpak die de onderlinge relaties tussen literatuur en beeldende kunst onderzoekt met Dürrenmatt als voorbeeld en plaatst deze in een bredere context.

Dankzij het gevarieerde programma en de wetenschappelijke ondersteuning van het Zwitserse Literaire Archief vervult het CDN een belangrijke brugfunctie tussen Duitstalig en Franstalig Zwitserland. Het CDN is zelfs een tweetalige hotspot Neuchâtel in de Vallon de l’Ermitage.

(Bron en verdere informatie: Centre Dürrenmatt Neuchâtel)

Het bureau. © Foto: Centre Dürrenmatt Neuchâtel/Pino Musi

Erasmus van Rotterdam en Erasmus von Basel

Vrijdag 7 februari presenteerde uitgever van uitgeverij Donkers in het Kollegienhaus van de Universiteit Bazel de complete Nederlandse editie van de correspondentie van Erasmus. De uitgever merkte op dat dit monnikenwerk ruim twintig jaar heeft geduurd.

Von links nach rechts voorste rij: Mustafa Atici (Regierungsrat Kanton Basel-Stadt), Karin Mössenlechner (Ambassadeur van Nederland in Zwitserland), Jos Donker-Exler (Donker Uitgeverij), Alice Keller (Universitätsbibliothek Basel), Christine Christ-von Wedel (Historica, Erasmus-Expert). Achterste rij van links naar rechts: Andrea Schenker-Wicki (Rektor Universiteit Basel), Peter Saarloos (Donker Uitgeverij), Noah Regenass (hoofd historische collecties van de Universitätsbibliothek Basel)

Dat is ook in de geest van Erasmus, die immers op 24 april 1492 in de Dom in Utrecht tot priester is gewijd. Daarna heeft hij niet zozeer taken als priester uitgevoerd, maar, als ware hij een monnik in een scriptorium, heeft hij talloze brieven, studies, vertalingen, boeken en andere werken geschreven.

Wie geen brief van Erasmus ontving, telde niet mee. Hij correspondeerde met keizers, koningen, pausen, bisschoppen, geleerden, humanisten, magistraten, bestuurders, hervormers, protestanten en katholieken. Erasmus verbleef in diverse landen, in Nederland, Italië, Engeland, België, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk.

Dr. Christine Christ-von Wedel, Jos Donker-Exler en Peter Saarloos voor het woonhuis van uitgever-drukker Froben

Hij publiceerde niet alleen zeer veel (in het Latijn en Grieks), er was ook nog eens grote interesse bij het publiek. Zijn uitgever, Johannes en Hieronymus Froben in Bazel, destijds het humanistische, intellectuele en uitgeverscentrum van Europa, leefden er goed van.

Deze 21-delige editie is al in bovengenoemde landen aan desbetreffende bibliotheken aangeboden. Bazel vormt het passende sluitstuk van wat ook een tournee in de voetsporen van Erasmus genoemd kan worden. In Bazel verbleef hij immers de langste tijd, publiceerde hij zijn meeste werken en in deze stad is hij in 1536 ook overleden en begraven.

De laatste rustplaats van Erasmus in de Münster tijdens de toelichting van Christine Christ-von Wedel (onder) en Peter Saarloos (boven)

De maatschappelijke betrokkenheid, het humanisme en de levensbeschouwing van Erasmus leven voort en blijven een bron van inspiratie en houvast. Rotterdam heeft hem op velerlei wijze geëerd, met een universiteit (Erasmusuniversiteit), de Erasmusbrug, standbeelden, straatnamen en diverse ander publiek eerbetoon.

Deze 21-delige editie kan de bescheiden erudiet en schrijvende ‘monnik’ Erasmus ongetwijfeld echter het meest bekoren. Erasmus van Rotterdam is nu weer een beetje meer ook Erasmus von Basel. Erasmus heeft immers zijn Münster en zijn 21-delige correspondentie in het Nederlands in Bazel!

De uitgever Jos Donker-Exler (l) en ambassadeur Karin Mössenlechner (r) met op de achtergrond de laatste rustplaats van Erasmus

De Hasenbergturm, klooster Wettingen, Rheinschwimmen en Zwitsers hout

Parijs heeft haar haar Eiffeltoren (1889 gebouwd), maar Hasenberg heeft de Hasenbergtoren (Hasenbergturm).  Hoewel deze toren (gemeinde Widen, kanton Aargau) aanzienlijk lager (40 meter) en jonger (2021) is dan de Eifeltoren (312 meter, 1665 traptreden naar de top) en minder traptreden (210) heeft, steekt hij er vanwege de ligging op 714 meter hoogte ver boven uit.

Een ander verschil is de houten constructie van dennen- en sparrenhout uit de bossen van Aargau. De trap is vanwege de stabiliteit wel van staal. In de mist heeft de omgeving bovendien een sprookjesachtige uitstraling.

De Eiffeltoren heeft een prachtig uitzicht op de stad van het licht en de liefde, de Hasenbergtoren kijkt (zonder wolken) echter uit op de Alpen van de Innerschweiz, Oost-Zwitserland en Bern.

En niet alleen het panorama van de Alpen biedt zich aan. Ook diverse dorpen in de omgeving zijn (zonder mist) te zien. Daarbij komt ook de snelle groei en de bebouwing van de afgelopen 50 jaar goed in beeld.

Er is al lange tijd, bijvoorbeeld 10 000 jaar geleden, sprake van smeltende gletsjers.  De kale, grauwe rotsen van drooggevallen gletsjers zijn minder oogstrelend dan imposante massa’s van ijs en sneeuw. Het is ook een feit dat skievenementen en schansspringen op de Hasenberg niet meer plaatsvinden. Tot 1960 stond op de Hasenberg zelfs een springschans!

Maar op grote hoogte zijn gletsjers geen rijke bron van flora en fauna. Wellicht dat dit met een verdere stijging van temperatuur verandert en ook gletsjers hebben hun niet voor het blote oog zichtbare leven. Ook zijn gletsjers belangrijk voor de watervoorziening.

De snelle bebouwing van valleien en dalen betekent echter een directe afname van flora en fauna en is geen natuurlijk proces. Daar is veelal geen of slechts beperkte plaats meer voor bloemetjes, planten en dieren.

Foto’s op de Hasenbergtoren van dorpen in de omgeving brengen deze ontwikkeling in beeld. Vooral de explosieve toename van het aantal mensen op deze aarde, een vertwintigvoudiging sinds 1800, verstoort de flora en fauna.

Egelsee

Niet ver verwijderd van deze plaats ligt de Egelsee. Dit meer, omgeven door een groot moeras (Moor), is  ongeveer 10 000 jaar geleden ontstaan uit het water van de smeltende Linth-Rhein gletsjer.

Zo nieuw is het dus ook weer niet dat gletsjers smelten, wel dat valleien en dalen worden volgebouwd met wegen, woningen, bedrijfspanden, vliegvelden, spoorwegen en andere infrastructuur, veel sneller dan de gletsjers smelten.

Beschermd natuurgebied Egelsee

De mens heeft op het smelten van gletsjers een (onbepaalde) invloed, maar het blijft een natuurlijk fenomeen. Het cultiveren van de aarde is echter geen natuurlijk fenomeen, maar uitsluitend een menselijk ingrijpen.

Wellicht is het ook een masterplan van de natuur voor een periode van een paar honderdduizend jaar. De natuur heeft de tijd en dan komt er weer wat anders. De planeet draait intussen gewoon door.

Stiftung Haus Morgenstern

De Hasenbergtoren kijkt ook uit op het Morgenstern complex. Aanvankelijk was het een vakantieoord voor kinderen en in de Tweede Wereldoorlog een opvangcentrum voor Poolse militairen en vluchtelingen. Tegenwoordig beheert de Stiftung Haus Morgenstern deze gebouwen voor mensen met beperkingen.

De St. Niklauskapelle (1621, herbouwd 1843) op de Hasenberg voor de spirituele rust in onzekere tijden

Het eeuwenoude restaurant Rüsler ligt op de Rüdlersberg (gemeinde Neuenhof), die deel uitmaakt van de Heitersbergkette. Deze weg verbindt het Reusstal met het Limmattal

Klooster Wettingen

Het voormalige Cisterciënserklooster Wettingen is dan ook een passend spiritueel slot van een wandeling van Widen naar Wettingen. De Limmat stroomt hier nog steeds sinds ongeveer 10 000 jaar (een zeer korte periode voor de natuur).

Het klooster op het halfeiland is 1227 gesticht en 1841 opgeheven. Het ontstaan van de Egelsee en de Limmat bieden echter het juiste perspectief vanuit de aarde en de natuur gezien.

De Grubenmann-Brücke in 1795. Sammlung: SNM LM-81832. De internationale bekendheid reikte tot in Engeland.

De oorspronkelijke houten Grubenmann-Brücke verbond sinds 1765 Neuenhof met Wettingen. Franse soldaten verwoestten 1798 de brug. 1818 vond een herbouw plaats met een kortere houtenbrug en een ijzerenbrug (vernieuwd in 1886). Het gebouw links was de spinnerij van het klooster.

Rijnzwemmen van Bazel naar Zürich via vistrappen

Vistrap bij Wettingen

De Limmat

Zwitsers hout

Ongeveer 10% van het Zwitsers bewerkt hout komt uit kanton Aargau. Ongeveer de helft van de flora en fauna leeft in Zwitserland in de bossen. Ook bij hout is er een spanningsveld tussen mens en natuur.

De bossen in het natuurgebied Egelsee worden echter niet meer voor de houtwinning benut. Dit past in het plan van het kanton om de natuur in 7% van het bosoppervlakte de volledige vrije hand te geven.

Bomen worden in deze gebieden veel ouder. Beuken kunnen wel 350 jaar, eiken tot 1 000 jaar oud worden. Bij de houtproductie worden bomen nooit ouder dan 100 jaar!

Maar ook deze oude reuzen hebben niet het eeuwige leven, maar bieden daarna weer voedsel en verblijfsruimte voor een grote variéteit aan nieuw leven, ’the circle of life’ in natuurgebied Egelsee.

De naamgever van de Hasenberg en zijn toren

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.