De Weisse Turm en Centrum voor digitale bouwtechnologie

Na jaren trouwe dienst met fantastische artistieke prestaties is de Julierturm twee jaar geleden afgebroken. De Weisse Turm van Nova Fundaziun Origen uit Riom (kanton Graubünden) staat er echter al weer.

Riom

Terwijl de Julierturm de hoogste theater- en concertzaal van Europa was, is de Weisse Turm de hoogste, eerste en origineelste digitale toren ter wereld! Hij staat in het dorp van de Weisse Villa en het Posthotel Löwe in Mulegns.

De Weisse Turm rijst op tussen de daken van het kleine bergdorp Mulegns. Hij is dertig meter hoog en staat op de muren van de oude smederij. Tweeëndertig pilaren ondersteunen een filigraine koepel die het gebouw bekroont.

De Witte Toren bestaat uit tweeëndertig digitaal geprinte zuilen; acht per verdieping. Elke kolom is uniek met verschillende texturen, verschillende hoogtes en virtuoze patronen. De zuilen zijn ontworpen, getest en geprint aan de ETH in Zürich.

In Savognin assembleerden ambachtslieden de individuele kolomsecties. In Mulegns werden de organische kolommen op elkaar gestapeld met behulp van een reuzenkraan. De toren is modulair ontworpen en kan weer volledig worden gedemonteerd.

In de zomer waait de wind door de gedraaide zuilen. In de winter hult de toren zich in een feestelijk kleed en worden er concerten gegeven. De Weisse Turm wordt op 20 mei 2025 feestelijk in gebruik genomen.

Bovendien wordt op 23 mei een ander project gepresenteerd in Mulegns: Das Zentrum für digitale Bautechnologien (ZDBT), het Centrum voor Digitale Bouwtechnologieën.

Origen bouwt een competentiecentrum voor digitale bouwtechnologieën in het historische koetshuis in samenwerking met de onderzoeksgroep Digital Building Technologies van de ETH Zürich en partners uit de industrie en het bedrijfsleven.

Het centrum huisvest specialisten met diepgaande kennis van digitale bouwprocessen. Digitale technologieën, gerobotiseerde productiemethoden, handmatige processen en materiaalvereisten worden toegelicht aan de hand van specifieke projecten.

(Bron en verdere informatie: Nova Fundaziun Origen)

Het Strandbad Weggis – van Schandbad tot Lido-Hallenbad

De periode na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) leidde ook in Zwitserland tot veel veranderingen in politiek, kunst en samenleving.

De Kurverein Weggis (kanton Luzern) opende,  bijvoorbeeld, het strandbad Lido Weggis in 1919. Het was de eerste faciliteit in Zwitserland waar mannen en vrouwen samen konden baden in het Vierwoudstedenmeer, niet gescheiden door een afrastering.

Het nieuwe bad in de Rigi-regio was een groot succes en werd een voorbeeld voor andere baden in Luzern, Genève, Fürigen aan de voet van de Bürgenstock, in Wesen aan het Walenmeer, in Zürich, in Stansstad, Flüelen, Gersau, Vitznau en Buochs.

Uiteraard waren er ook tegenstanders (“ein schändliches Treiben“, „das Schandbad”) die de aandacht op zich vestigden in kranten en in de (lokale) politiek.

Er waren ook satirische geluiden: “Früher hätte es geschadet der Moral, heut jedoch wird gestrandbadet überall. Erst fing es in Weggis an und dann kam Luzern (das Lido) daran…“ (Vroeger zou het ten koste zijn gegaan van de de moraal, tegenwoordig wordt echter overal zo vertoeft in het strandbad. Het begon in Weggis en daarna kwam Luzern..“).

Of de melancholische: “Das waren noch Zeiten der ‚Poesie‘, in denen man öffentlich muckte und heimlich von beiden Seiten durch die Astlöcher und Ritzen guckte …” (Der Nebelspalter, 8 augustus 1922) (Dat waren nog eens poëtische tijden, waarin mensen in zwemkledij rondliepen en stiekem van beide kanten door de gaten en kieren gluurden)

Het Lido-Hallenbad in Weggis bestaat nog steeds en is sinds 1919 aanzienlijk uitgebreid. Het concept en de locatie zijn echter niet veranderd.

Impressies van Weggis

 

Museale laternen en een honderdjarige bij de Basler Fasnacht

De Basler Fasnacht is weer voorbij (10-12 maart 2025). Of toch ook weer niet. Op drie achtereenvolgende ‘Bummelsonntage’ na 13 maart presenteren de actieve deelnemers zich weer aan het publiek met hun trommels, piccolo’s, blaas- en percussie-instrumenten in cliques of in informele formaties.

Ze doen dit echter zonder Fasnacht-kostuums, cortège of laternen. Dit gebruik symboliseert een belangrijk sociaal aspect van de Fasnacht: voor en door de burgers en hun verenigingen, zonder onderscheid des persoons, leeftijd, afkomst, titel, beroep, man of vrouw.

Ze hebben niets te verbergen en hoeven geen sancties te vrezen voor hun maatschappelijke en politieke standpunten en thema’s van de Fasnacht. Fasnacht is immers publiek theater met de inwoners van de stad als deelnemers en toeschouwers. Bovendien is Fasnacht een integraal bestanddeel van de Basler samenleving en integreert het alle rangen, standen en nieuwkomers.

 

 

Bovendien had deze Fasnacht ook wat te vieren en dat heeft Frau Fasnacht in stijl gedaan. De beroemdste Fasnächtler Jean Tinguely (1925-1991) is een eeuw geleden geboren. Het naar hem vernoemde museum in Bazel en de Tinguely Brunnen besteden aandacht aan zijn tijd als actieve en creatieve deelnemer aan de Fasnacht, al speelde hij geen instrument. Maar liefst 18 cliques kozen Tinguely als thema met kostuums, laternen, wagens en objecten.

Syni Kunscht und syni Skulpture sin Wältbekannt, erschaffen am Rhy, no iim e Museum isch benannt, Basel isch stolz uff sy bekannt Soon, das isch woor, und so lauft äär voruss duur syni Stadt, au mit 100 Jahr“ (Clique Schlössli-Schränzer), “Mir danke dangge dir, Jean Tinguely, fir dy Kunscht, du bisch und blybsch aine vo uns” (Glaibasler Schränz-Brieder).

Tinguely (en zijn vrouw Niki de Saint Phalle, 1930-2002) heeft zijn museum (en niet alleen in Bazel). Des te spijtiger is het dat de veelal prachtige aan hem gewijde Laternen niet meer toegankelijk zijn voor het publiek. En dit geldt ook voor andere Laternen.

De rook herinnert aan een incident in 1974. Tinguely ontstak vuurwerk met veel rook in het Cortège. Het leidde zelfs tot een rechtszaak en kwade reacties. 50 jaar later is deze zonde hem vergeven.

Bovendien is het voor historici interessant om over 100 jaar (of eerder) inzicht te krijgen in de (internationale) politiek en (regionale en nationale) thema’s van dat moment.

Laterne en larven van de Clique Verschnuuffer

De Laternen en sujets (en de Schnitzelbängg) geven een indruk van wat de mensen bezighoudt, ze zijn een spiegel van de tijdsgeest en de maatschappij. Over Trump was men het bijvoorbeeld eens: “Em Trump sy Arroganz isch e Dootedanz” en “Putin und Trump,, das isch bekannt – gänn sich gärn die rächti Hand“.

Wellicht een idee voor een digitaal Fasnachtmuseum?

Aanzet voor een digitaal Fasnachtmuseum op basis van willekeurige Laternen, wagens, kostuums en thema’s

En een winkel in de buurt

Visp, Thomas Platter, Matterhorn en de Rhône

Tegenwoordig is Visp in Oberwallis (Viège in het Frans, kanton Wallis) vooral bekend als hoofdkantoor van het chemiebedrijf Lonza AG en vanwege de samenwerking met de Landbouwuniversiteit van Wageningen.

Voordat Lonza zich in 1907 in deze stad vestigde en er het industriële tijdperk inluidde, hebben er de voorafgaande millennia jaren nogal wat gebeurtenissen plaatsgevonden.

De twee grootste rivieren van het kanton, de Rhône en de Vispa, zijn al deze tijd vriend en vijand geweest. Aan de ene kant zorgden ze voor irrigatie,  energie (molens) en watervoorziening, aan de andere kant waren ze de oorzaak van veel overstromingen.

Pas bij de eerste Rhônecorrectie (Rottenkorrektion, 1863-1894, Rotten is de Duitse naam voor Rhône) lukte het deze rivieren enigszins onder controle te krijgen, maar pas in de 20e eeuw na diverse andere ingrepen is het grootste overstromingsgevaar geweken.

Het water was overigens niet de enige natuurlijke vijand. Aardbevingen kwamen ook regelmatig voor. Een zware aardbeving verwoestte 1855 zelfs een groot deel van het dorp en (lichte) aardbevingen zijn er nog steeds in deze regio en het kanton.

Van een andere orde zijn de door mensen veroorzaakte goede en slechte tijden. Visp was al bewoond ten tijde van de Kelten ( de stam van Sedunes) en de Romeinen. Na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw volgde de komst van de Duitstalige Alemannen en de ‘germanisering’ van dit deel van Wallis.

Dit deel heet tegenwoordig Oberwallis of Haut-Valais. De germanisering van de geromaniseerde Kelten, stopte, grofweg, bij Leuk (Loèche). Dit deel, Unterwallis of Bas-Valais, werd Franstalig.

Het bisdom Sitten (Sion), gesticht in de zesde eeuw, was het culturele en politieke centrum in deze regio. De stad Sitten is tweetalig, met een grote meerderheid Franstaligen. De bisschop van Sitten werd in 999 graaf van Valais en vervolgens een prins-bisschop en de wereldlijke en religieuze bestuurder van de regio, inclusief Visp.

De bisschop was eeuwenlang de religieuze en wereldlijke heerser van Visp en andere delen van Wallis. De graven en latere hertogen van Savoie waren de belangrijkste concurrenten. Diverse oorlogen vonden plaats, onder andere in 1388 en 1475 met Oberwallis en zijn zeven Zenden als overwinnaars. Oberwallis en zijn zeven Zenden veroverde in dat laatste jaar Unterwallis op Savoie en bestuurde het gebied tot 1798 als Untertanengebiet. Visp was een van de zeven Zenden en was dus een belangrijke politieke speler.

Hoewel Oberwallis veel minder inwoners had en heeft dan Unterwallis (tegenwoordig 85 000 tegenover 270 000 in Unterwallis), was het tot 1798 (Franse inval en stichting Helvetische Republiek, 1798-1803) wel de dominante regio.

De tijden zijn veranderd en tegenwoordig is juist de Duitstalige minderheid van Oberwallis bezorgd over de culturele en politieke dominantie van het Franstalige Unterwallis. Op 3 maart aanstaande beslissen de inwoners van het kanton over de nieuwe Grondwet en de politieke en culturele status van de Duitstalige minderheid.

De Matterhorn zal het een zorg zijn. Toen Britse toeristen in het midden van de 19e eeuw Zermatt ontdekten, was Visp de belangrijkste toegangspoort voor het vervoer per diligence. Tegenwoordig is Visp nog steeds een belangrijk centrum voor toerisme, maar dan vanwege de (spoor) wegverbindingen naar Bern, Zermatt, Brig, Martigny en Chamonix en aansluitend (Postauto) vervoer naar dalen en andere (toeristische) bestemmingen.

Hoewel veel reizigers Visp alleen als overstapplaats aandoen, loont het de moeite het centrum te bezoeken. Visp is immers niet alleen de stad van de beroemde humanist Thomas Platter (1499-1582) en diverse goed behouden middeleeuwse gebouwen en kerken, maar is ook een pionier op het gebied van (beroeps) onderwijs en zijn architectuur.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Visp; Kanton Wallis)

Drielandenpunt Mont Blanc-massief

Het Mont Blanc-massief, een drielandenpunt, is een monument in het hart van Europa waarvan de symbolische kracht te danken is aan zijn omvang, hoogte en de verscheidenheid aan landschappen en biodiversiteit.

Het gebied, de Espace Mont-Blanc, bestrijkt regio’s van Savoie en Haute-Savoie in Frankrijk, de Autonome Regio van de Aostavallei in Italië, en het kanton Wallis in Zwitserland.

Een groot deel van dit gebied van ongeveer 3 500 km2 ligt op grote hoogte: bijna 80% van het grondgebied ligt boven de 1 500 meter. Mensen gebruiken permanent ongeveer 20% van de oppervlakte voor huisvesting, landbouw, ambachtelijke en toeristische activiteiten.

De bergpassen en doorgangswegen van het gebied zijn de Mont Blanc tunnel, de Grote St. Bernard, de Kleine St. Bernard en de Montets/Forclaz.

De grensoverschrijdende conferentie van de Mont Blanc

Aan deze conferentie (Conférence Transfrontalière Mont-Blanc), die in 1991 van start is gegaan, wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van nationale, regionale en lokale instanties in deze regio.

Het kanton Wallis in Zwitserland, de Autonome Regio van de Aostavallei in Italië en de gemeenten van de Chamonix-Mont Blanc-vallei, de gemeenten van het Pays du Mont Blanc en de Savoie in Frankrijk zijn de spil in dit netwerk.

Frankrijk

Aan Franse zijde omvat het grondgebied dat tot het Espace Mont-Blanc behoort de twee gemeenschappen van de Pays du Mont Blanc en de vallei van de Mont Blanc van Chamonix voor de Haute Savoie en de gemeenten Bourg Saint Maurice, Beaufort en Hauteluce voor de Savoie.

Italië

De Autonome Regio Aostavallei is de kleinste van de twintig regio’s in Italië en heeft een speciale status waardoor zij op verschillende gebieden wetgevende bevoegdheid heeft en twee officiële talen erkent, het Italiaans en het Frans.

Deze vallei, die haar naam ontleent aan haar hoofdstad Aosta, wordt in het noorden begrensd door het Zwitserse kanton Wallis, in het westen door de Franse departementen Haute Savoie en Savoie, en in het zuidoosten door Piemonte.

Zwitserland

Het kanton Wallis heeft een gemeenschappelijke grens met Italië in het zuiden en met Frankrijk in het westen. Het grondgebied van het Espace Mont-Blanc omvat 17 Walliser gemeenten gelegen in de regio’s Martigny, Entremont, de Trient Vallei, en de Val d’Illiez.

(Bron en nadere informatie: www.espace-mont-blanc.com)

 

Solothurn, ambassadeurs en bisschoppen

Solothurn is sinds 1481 lid van de Eidgenossenschaft. Het kanton is vernoemd naar de stad Solothurn. Deze oude Romeinse stad (Salodorum) was van oorsprong een Keltische nederzetting. Na de aftocht van de Romeinen was het gebied lange tijd een overgangsgebied tussen de Franse taal en de Duitse taal van de Alemannen.

Het gebied maakte na het Karolingische Rijk deel uit van de Tweede Bourgondische Koninkrijk (888-1032) en vervolgens het Heilige Roomse Rijk. De Duitse taal had toen de Franse taal al teruggedrongen en het gebied was geheel Duitstalig.

De stad sloot al in 1285 een bondgenootschap met Bern. Deze bondgenootschappen kwamen veel voor in deze tijd. Het beroemdste voorbeeld is de (mythische) Rütlischwur van de drie Orte Schwyz, Unterwalden en Uri in 1291.

Solothurn was in 1218 in het Heilige Roomse Rijk al een vrije Rijksstad (Reichsunmittelbarkeit) geworden. In feite was het een autonome stad zoals zoveel andere steden in Zwitserland en zuid-Duitsland.

De Grote Klok (Der Zeitglockenturm)

Na de overwinning van de Eidgenossen op de machtige Burgundische Hertogen in 1476 en 1477 werd Solothurn lid van de Eidgenossenschaft. Na het sluiten van de Eewige Vrede (La Paix perpétuelle) met Frankrijk in 1516 (na de nederlaag van de Eidgenossenschaft tegen Frankrijk bij Marignano in 1515) stuurde de Franse koning zijn ambassadeur naar Solothurn en niet naar Bern. Van 1530-1792 was de Franse ambassade in Solothurn.

De Ambassadorenhof

Het Bastion

De St.Ursus kathedraal is gebouwd tussen 1762 en 1773 door de Italiaanse architecten Gaetano Matteo Pisoni (1713-1782) en Paolo Antonio Pisoni (1738-1804). Hij oriënteerde zich met name aan de barokke kerken in Rome. Hij liet zich ook door het getal elf leiden, elf altaren, elf klokken en drie keer elf traptreden, die zijn ontworpen door zijn neef Paolo Antonio Pisoni (1738-1804) eveneens naar voorbeelden in Rome.

De architectuur van het interieur is echter ingetogen met aan de klassieken ontleende vormen. Ook ontbreekt de uitbundige en felgekleurde decoratie van de barok. De decoratie komt meer overeen met het Franse classicisme.
Ze is nog steeds het boegbeeld van de stad en vernoemd naar het St. Ursus Stift uit 870.

Die Kathedrale St. Ursus

De Jesuitenkirche

Solothurn is sinds 1828 de vestiging van het bisdom Bazel. De bisschop van Bazel was in 1527 naar Porrentruy gevlucht vanwege de reformatie.

Solothurn is de barokke stad van Zwitserland. De status van ambassadeur- en bisschopsstad bracht de stad vele stadspaleizen en grandeur.

Bron en verdere informatie: Tourismus Solothurn

Impressies van Solothurn

 

Een bisschop van Basel in Solothurn, gestorven in ‘Exil’. Sinds 1828 is Solothurn de zetel van het bisdom Bazel, voorheen Porrentruy (Pruntrut)

Het Bastion

De Aare Ebene en de Witi

   

 

 

Enkele van de vele (voormalige) kloosters, kerken en kapellen

 

Ein Bischof von Basel in Solothurn, gestorben im ‘Exil’.

Het Bastion

De Aare Ebene ‘die Witi

Impressies van Solothurn en omgeving

   

 

Enkele (voormalige) kloosters, kerken en kapellen

 

De laatste heremiet in de St. Verena Einsiedelei

De eerste heremieten leefden in de tweede en derde eeuw in Egypte en Syrië. Deze gebieden waren destijds welvarende Romeinse provincies. De eerste christelijke gemeenschappen ontstonden in de eerste eeuw in deze regio.

Heremieten waren kluizenaars die zich in afzondering en in armoede aan het christelijke geloof wijdden. Ze worden beschouwd als de eerste monniken en de eerste ordes van monniken ontstonden dan ook in Egypte en Syrië.

Sommige heremieten kregen een cultstatus en hun verblijfplaats werd een bedevaartsoord. Een van de bekendste is Simeon de Styliet. Hij leefde niet in een grot of een zelfgebouwde hut, maar op een pilaar en niet in de wildernis, maar langs de weg die leidde naar Damascus. Hij kreeg vele navolgers onder de naam Pilaarheiligen en zelfs een grafmonument c.q. bedevaartsplaats.

Daniël de Pilaarheilige of Daniël de Styliet (vijfde eeuw), anonieme Byzantijnse kunstenaar, 11e eeuw. Beeld: Wikipedia

Zwitserland heeft ook een geschiedenis met heremieten. Het vinden van gepast onderdak  was vanwege (onherbergzame) bergen, wouden, rotspartijen en zijn vele grotten niet al te moeilijk.

De grondleggers van de eerste kloosters in Zwitserland waren bovendien ook een soort heremieten, maar vanwege het ontstaan van de eerste Europese orde van monniken, de Benedictijnen, in de 6e eeuw, hadden ze vooral de verspreiding van het Christelijke geloof op het oog. Hun plaats van vestiging en afzondering kreeg de naam Einsiedelei. De abdijen van St. Gallen en bijvoorbeeld Einsiedeln (kanton Schwyz) zijn zo begonnen.

Verenaschlucht, de Magdalenagrot en de Ölberggrot.

Door de snelle groei van de bevolking en dorpen en steden in de afgelopen twee eeuwen liggen enkele van de verblijfplaatsen van minder in het oog springende heremieten tegenwoordig binnen of net buiten de bebouwde kom.

Een voorbeeld is de Einsiedelei St. Verena in de Verenaschlucht vlakbij de stad Solothurn. Verena, aldus de legende, was de verloofde van Viktor, een christelijke soldaat in het Thebaanse legioen in de 3e eeuw n. Chr.

De manschappen waren afkomstig uit de Romeinse provincie Egypte en verbleven in Agaunum (het huidige Saint-Maurice, kanton Valais). Ze weigerden de Romeinse keizer Maximianus (250-310) als god en Romeinse goden te erkennen. Het hele legioen werd, aldus de legende, ter dood gebracht, waaronder de aanvoerder Mauritius en Viktor.

Verena vluchtte naar Salodurum (Solothurn) en vond onderdak in de grotten van de huidige Einsiedelei. Nadien trok ze verder naar Bad Zurzach, waar de laatste rustplaats en kerk van de heilige Verena is.

De Martinskapel

De Einsiedelei bij Solothurn kreeg echter een cultstatus die in ieder geval teruggaat tot de 12e eeuw. De Martinskapelle stamt uit de 12e eeuw en Verena zou de grot achter de kapel bewoond hebben.

De Verenakapel

De daar tegenover liggende Verenakapelle ligt in een grot en stamt uit de 13 of 14e eeuw. Naast deze kapel liggen nog twee plaatsen van heremieten, de Magdalenagrot en de Ölberggrot.

Het Eremitenhäuschen

Het bijzondere aan deze Einsiedelei is echter dat er nog steeds een heremiet leeft. Deze vindt nog steeds onderdak in het zogenaamde Eremitenhäuschen en heeft het aanzienlijk comfortabeler dan zijn voorgangers. De gemeente Solothurn zorgt namelijk voor zijn levensonderhoud.

Niet geheel onbaatzuchtig, want de Verenaschlucht is een bekende toeristische trekpleister, mede dankzij de Franse vluchteling Baron Louis Auguste de Breteuil (1730-1807), die 1791 de weg door de Verenakloof initieerde en financierde. Solothurn was destijds de zetel van de Franse ambassade in de Eidgenossenschaft. De romantiek en de opkomst van het toerisme in de 19e eeuw deden de rest.

(Bron en verdere informatie: Gesellschaft der Einsiedelei St. Verena; Gemeente Solothurn)

De Aare, Aarwangen, Wangen an der Aare en de Zwitserse deltawerken

De Aare mondt bij Koblenz (kanton Aargau) uit in de Rijn. Op zijn 295 lange tocht vanaf haar bron in de Oberaargletscher stroomt ze door de Aareschlucht, Brienzer- en Thunersee, ’s lands hoofdstad Bern, Bielersee, Solothurn en door diverse plaatsen die haar naam dragen, Büren aan de Aare, Aarwangen, Wangen aan de Aare, Aarburg en Aarau, de hoofdstad van kanton Aargau.

In de 19e eeuw is de Aare tijdens de eerste Juragewässerkorrektion/Correction des eaux du Jura (1868-1891), de Zwitserse Deltawerken een eeuw voor de Nederlandse equivalent!

Nadien hebben nog enkele aanpassingen plaatsgevonden, onder andere bij de Zweite Juragewässerkorrektion/Correction des eaux du Jura (1962-1973). Sindsdien is de meest waterrijke rivier van het land met meer water dan de Rijn ‘getemd’.

De inwoners van de vele mooie dorpen en stadjes, landbouwbieden en infrastructuur blijven gespaard voor overstromingen, enkele uitzonderlijke omstandigheden daargelaten.

Wangen an der Aare

Een van die fraaie middeleeuwse stadjes is Wangen an der Aare (kanton Bern). In de 11e eeuw stond er een Benedictijnerpropstei van het klooster van de abdij Trub. De Hertogen van Zähringen zijn de stichters van het stadje. De graven van Kyburg verwierven de plaats na het uitsterven van de Zähringen dynastie in 1218.

Na verwoestingen door de Gugler (Franse huurlingen tijdens de 100-jarige Frans-Engelse oorlog (1337-1453) en andere financiële tegenslagen verwierf Bern 1406 het stadje. De Landvogt zetelde in het Landvogteischloss (15-18e Jahrhundert).

Wangen was destijds een belangrijke overslagplaats voor scheepvaart op de Aare. Zout was een van de kostbaarste goederen. Het kwam uit Beieren, Tirol en Lotharingen. Het markante Salzhaus (1775) herinnert aan deze periode. De welvaart is nog steeds te zien.

Het Salzhaus

De Houten brug over de Aare is in 1552 gebouwd. Daarvoor waren er echter al voorgangers. Het rijke verleden blijkt ook uit het Gemeentehuis, de tijdkloktoren (Zytgloggeturm) en een monumentaal centrum.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Wangen an der Aare)

Aarwangen

Aarwangen (kanton Bern) is ook al zo’n kleine plaats, die men zomaar voorbij rijdt. Aarwangen is echter ook de moeite waard. De Kelten, Romeinen, Alemannen en Burgunder kenden deze plaats aan de Aare al vanwege de overslagplaats voor goederen tussen het westen en het oosten van Zwitserland. De eerste schriftelijke vermelding stamt uit het jaar 1212.

De heren van Aarwangen bewoonden het kasteel aan de oevers van de Aare. Hun opvolgers waren de heren van Grünenberg, die in dienst waren van Habsburg.

Na de verovering van Aargau, verwierf Bern de plaats in 1432. De Landvogt resideerde in het kasteel tot 1798. In totaal bestuurden 75 landvoogden tot 1798 en het ontstaan van de Helvetische Republiek (1798-1803) Aarwangen. Het kasteel toont de wapens van deze 75 landvoogden in een galerie. Sinds 1803 en de nieuwe Confederatie (1803-1813) is Aarwangen de hoofdstad van het district Aarwangen in het Kanton.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Aarwangen)

  

De Rijn als wandel-, handels-, grens-, energierivier

Weemoedig en melancholisch staart Helvetia vanaf de Mittlere Brücke in Bazel richting westen, de Rijn stroomafwaarts. Waar denkt ze aan? Aan de goede oude tijd, toen de Rijn nog Renos (Keltisch) of Rhenus (Romeinse) heette en hij het voor het zeggen had, meanderend en stromend waar en zo hoog als hij wilde?

Aan het rivierlandschap aan beide oevers van de Rijn zonder bebouwing en menselijk ingrijpen? Aan de Petite Camargue een paar kilometer verderop? Aan de zalmen die talrijk en goed gevoed de Rijn bewoonden? Of heeft ze rust gevonden in de oude bisschopsstad Bazel?

De Rijn bij Rekingen

Helvetia kan haar blik echter ook stroomopwaarts richten. De eens florerende Zalmvisserij is er niet meer, bebouwing des te meer en de Rijn is ‘getemd’ en deels gekanaliseerd met druk scheepvaart verkeer. En toch kent zelfs de hedendaagse Rijn nog tal van natuurgebieden en heeft zelfs menselijk ingrijpen zijn schoonheid.

De Rijn bij Eglisau

Bovendien is de Rijn niet op alle plaatsen de grensrivier tussen Duitsland en Zwitserland. Het stadje Eglisau (kanton Zürich), bijvoorbeeld, ligt aan de rechterrijnoever. De Kantons Schaffhausen (exclusief de Duitse enclave Büsingen) en Basel-Stadt (de stad Bazel deels, Riehen en Bettingen geheel) liggen ook deels of voor het grootste deel aan de rechterrijnoever.

Eglisau

De brug bij Eglisau

De rijn is dan weliswaar ‘getemd’, maar op diverse plaatsen geven natuurgebieden nog een indruk van de situatie voor menselijk ingrijpen vanaf de 19e eeuw. Zwitserland zou Zwitserland echter niet zijn als de stroming van de Rijn niet gebruikt zou worden voor ‘witte (en schone) energie’, die zo’n 50% van de elektriciteitsbehoefte van het land dekt.

Waterkrachtcentrale Eglisau

Waterkrachtcentrale Rekingen

Op een afstand van nog geen 20 kilometer bevinden zich bijvoorbeeld twee waterkrachtcentrales. Deze maken het leven van de zalm er uiteraard niet makkelijker op, hoewel vistrappen wellicht perspectief bieden op de langere termijn.

De Rijn was tot de Franse veroveringen door Napoleon (1769-1821) vanaf 1798 niet zozeer een grensrivier, maar vooral een handelsweg en bij uitstek het vervoersmiddel voor personen. De grote houten vlotten, met een lengte van 300-400 meter, soms 50 meter breed met meer dan 500 betalende passagiers en handelswaar getuigden hier ook van.

Museum De Bastei, Nijmegen

Ze voeren, of dreven, met de stroom mee meestal via Nijmegen tot de delta in Rotterdam. Ook veel Zwitserse emigranten benutten dit middel van vervoer! En de handel van goederen, onder andere van hout en zout, vond grotendeels plaats op de Rijn, met Schaffhausen, Rheinfelden en Bazel als belangrijke overslagplaatsen.

De houten vlotten hebben al lang plaatsgemaakt voor gemotoriseerde scheepvaart, maar nog steeds is de Rijn een belangrijke verkeersader. Stadjes zoals Kaiserstuhl (kanton Aargau) tonen de welvaart en het belang van de Rijn in vroegere tijden.

De eeuwenoude politieke, economische, rechterlijke en persoonlijke relaties tussen het bisdom Konstanz en de oude Eidgenossenschaft, inclusief het graafschap Baden, tonen dit aan. Bovendien was de taal ook gemeenschappelijk: Alemannisch.

De huidige stenen brug over de Rijn verbindt tegenwoordig zonder belemmeringen Kaiserstuhl weer met Hohentengen (Baden-Württemberg), zoals het dat eeuwenlang gedaan heeft, tot de opkomst van de nationaalstaten in de 19e eeuw en de potdichte grenzen in de oorlogsperiodes van de 20e eeuw.

Dichters en Schrijvers wisten de Rijn ook te vinden. Een van de meest bekendste Zwitserse schrijvers, Gottfried Keller (1819-1890), heeft er zelfs een naar hem genoemde oeverweg aan overgehouden.

Desondanks is de Rijn niet altijd een oord voor dichterlijke inspiratie geweest. Veel bunkers aan de Zwitserse oevers geven een indruk van verdedigingswerken in de jaren 1940.

Kaiserstuhl maakt tegenwoordig deel uit van de gemeente Zurzach met onder andere Bad Zurzach en haar beroemde badencultuur, de Heilige Verena en kasteel, en de dorpen Rekingen en Rümikon.

Slot Bad Zurzach

Rümikon

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Impressies van de omgeving

Mellikon, Meieried

Panoramaweg Zurzibiet