Solothurn, Einsiedelei St. Verena. Foto/Photo: TES

De laatste heremiet in de St. Verena Einsiedelei

De eerste heremieten leefden in de tweede en derde eeuw in Egypte en Syrië. Deze gebieden waren destijds welvarende Romeinse provincies. De eerste christelijke gemeenschappen ontstonden in de eerste eeuw in deze regio.

Heremieten waren kluizenaars die zich in afzondering en in armoede aan het christelijke geloof wijdden. Ze worden beschouwd als de eerste monniken en de eerste ordes van monniken ontstonden dan ook in Egypte en Syrië.

Sommige heremieten kregen een cultstatus en hun verblijfplaats werd een bedevaartsoord. Een van de bekendste is Simeon de Styliet. Hij leefde niet in een grot of een zelfgebouwde hut, maar op een pilaar en niet in de wildernis, maar langs de weg die leidde naar Damascus. Hij kreeg vele navolgers onder de naam Pilaarheiligen en zelfs een grafmonument c.q. bedevaartsplaats.

Daniël de Pilaarheilige of Daniël de Styliet (vijfde eeuw), anonieme Byzantijnse kunstenaar, 11e eeuw. Beeld: Wikipedia

Zwitserland heeft ook een geschiedenis met heremieten. Het vinden van gepast onderdak  was vanwege (onherbergzame) bergen, wouden, rotspartijen en zijn vele grotten niet al te moeilijk.

De grondleggers van de eerste kloosters in Zwitserland waren bovendien ook een soort heremieten, maar vanwege het ontstaan van de eerste Europese orde van monniken, de Benedictijnen, in de 6e eeuw, hadden ze vooral de verspreiding van het Christelijke geloof op het oog. Hun plaats van vestiging en afzondering kreeg de naam Einsiedelei. De abdijen van St. Gallen en bijvoorbeeld Einsiedeln (kanton Schwyz) zijn zo begonnen.

Verenaschlucht, de Magdalenagrot en de Ölberggrot.

Door de snelle groei van de bevolking en dorpen en steden in de afgelopen twee eeuwen liggen enkele van de verblijfplaatsen van minder in het oog springende heremieten tegenwoordig binnen of net buiten de bebouwde kom.

Een voorbeeld is de Einsiedelei St. Verena in de Verenaschlucht vlakbij de stad Solothurn. Verena, aldus de legende, was de verloofde van Viktor, een christelijke soldaat in het Thebaanse legioen in de 3e eeuw n. Chr.

De manschappen waren afkomstig uit de Romeinse provincie Egypte en verbleven in Agaunum (het huidige Saint-Maurice, kanton Valais). Ze weigerden de Romeinse keizer Maximianus (250-310) als god en Romeinse goden te erkennen. Het hele legioen werd, aldus de legende, ter dood gebracht, waaronder de aanvoerder Mauritius en Viktor.

Verena vluchtte naar Salodurum (Solothurn) en vond onderdak in de grotten van de huidige Einsiedelei. Nadien trok ze verder naar Bad Zurzach, waar de laatste rustplaats en kerk van de heilige Verena is.

De Martinskapel

De Einsiedelei bij Solothurn kreeg echter een cultstatus die in ieder geval teruggaat tot de 12e eeuw. De Martinskapelle stamt uit de 12e eeuw en Verena zou de grot achter de kapel bewoond hebben.

De Verenakapel

De daar tegenover liggende Verenakapelle ligt in een grot en stamt uit de 13 of 14e eeuw. Naast deze kapel liggen nog twee plaatsen van heremieten, de Magdalenagrot en de Ölberggrot.

Het Eremitenhäuschen

Het bijzondere aan deze Einsiedelei is echter dat er nog steeds een heremiet leeft. Deze vindt nog steeds onderdak in het zogenaamde Eremitenhäuschen en heeft het aanzienlijk comfortabeler dan zijn voorgangers. De gemeente Solothurn zorgt namelijk voor zijn levensonderhoud.

Niet geheel onbaatzuchtig, want de Verenaschlucht is een bekende toeristische trekpleister, mede dankzij de Franse vluchteling Baron Louis Auguste de Breteuil (1730-1807), die 1791 de weg door de Verenakloof initieerde en financierde. Solothurn was destijds de zetel van de Franse ambassade in de Eidgenossenschaft. De romantiek en de opkomst van het toerisme in de 19e eeuw deden de rest.

(Bron en verdere informatie: Gesellschaft der Einsiedelei St. Verena; Gemeente Solothurn)