Monuments

De obelisk van Morat (Meyriez) ter herinnering aan de slag van 22 juni 1476. Foto: TES.

De obelisk van Morat

(Lord Byron 1788-1824) schreef in 1816:

„While Waterloo with Cannae’s carnage vies, Morat and Marathon twin names shall stand;
They were true Glory’s stainless victories,
Won by the unambitious heart and hand
Of a proud, brotherly, and civic band, … . ”

De slag bij Murten (Morat in het Frans, kanton Feriburg/Fribourg) was een van de beslissende wendingen in de Europese geschiedenis. Zij volgde op de slag bij Grandson van 2 maart 1476. De Confederatie (Eidgenossenschaft) van Zwitserse kantons versloeg het machtige leger van Karel de Stoute (1433-1477), de Hertog van Bourgondië.

Op 22 juni 1476 versloegen ze de Hertog nogmaals, nu bij Murten. Het jaar daarna zou Hertog Karel (1433-1477) bij Nancy (5 januari 1477) niet alleen de derde veldslag tegen de Confederatie, maar ook zijn leven verliezen.

De overwinningen van de Confederatie zouden de weg plaveien voor de opkomst van de Habsburgers. Maria van Bourgondië (1457-1482), de erfgenaam van Karel de Stoute en latere vrouw van Keizer Maximiliaan I van Oostenriijk (1459-1519), erfde namelijk de rijke Vlaamse en Hollandse gewesten.

De Franse koning was de andere profiteur. Zijn kleine en gammele koninkrijk was de meest geduchte concurrent kwijt en het derde koninkrijk Bourgondië (na 443-534 en 888-1032) zou er niet komen.

De Eidgenossen waren de militaire grootmacht van hun tijd, ook door hun overwinningen op de Habsburgers in 1315 (Morgarten), 1386 (Sempach) en 1415 (Aargau), maar in politiek opzicht een klein duimpje. In 1499 (Schwabenkrieg) zouden ze de Habsburgers definitief (ver) slaan uit Zwitsers grondgebied.

De politieke overmoed zou in 1515 tot hun nederlaag bij Marignano tegen de Franse koning leiden en het einde van hun militaire suprematie betekenen.

Het tijdperk van de Zwitserse huurlingen zou beginnen, een machtig leger van ongeveer 1.5 miljoen man tot 1848 (verbod in de Federale Grondwet).