Politiek en regering in Zwitserland

Politiek en regering van Zwitserland is een Engelstalige studie over de Zwitserse politiek. Het biedt een breed overzicht van de Zwitserse politieke krachten, processen en beleidsmaatregelen.

De auteur stelt dat Zwitserland een een pluralistisch land is met een levendige politiek. Het heeft een aantal onderscheidende kenmerken zoals directe democratie. Het Zwitserse volk speelt bijvoorbeeld een veel grotere politieke rol dan in andere landen.

Clive H. Church, The Politics and Government of Switzerland, Londen, 2004.

Congres Zwitsers in het buitenland

De Organisatie voor Zwitsers in Buitenland SwissCommunity (Organisation des Suisses de l’étranger/Auslandschweizer-Organisation) organiseert jaarlijks een congres. Het 99e congres vindt plaats van 18 tot 20 augustus 2023 in St. Gallen. Elk jaar is een andere regio van Zwitserland de gastvrouw.

De deelnemers ontmoeten landgenoten uit de hele wereld, bespreken actuele thema’s, informeren zich over ontwikkelingen in Zwitserland, vertellen over hun eigen ervaringen en maken kennis met Zwitserse persoonlijkheden uit de economie, de politiek, het onderwijs, de kunst en andere sectoren van de samenleving.

De plenaire zitting op zaterdag  19 augustus is ’s ochtends gewijd aan de federale verkiezingen 2023 en ’s middags aan de Zwitserse cultuur in het buitenland.

Bron en verdere informatie: Organisation of the Swiss Abroad

PS: Het derde congres voor jonge Zwitsers in het buitenland vindt op 24 juni plaats

De veelzijdige Basel Tattoo

De zestiende editie van de Basel Tattoo bracht formaties uit vijf continenten (Noord- en Zuid Amerika, Afrika, Oceanië en Europa) naar de Arena op de Kasernenhof en in de straten van Bazel op de Parade op 15 juli.

De Basel Tattoo is veel meer dan een Taptoe. Zijn ontstaan houdt ook verband met een eeuwenoude traditie, de Basel Fasnacht (UNESCO-Werelderfgoed). De Fasnacht heeft diverse muzikale topformaties voortgebracht. Een van deze groepen heeft al enige jaren wereldfaam, de Top Secret Drum Corps, opgericht in 1991 uit een groep talentvolle en enthousiaste trommelspelers van de Fasnacht.

Enkele leden van deze formatie hebben vervolgens de Basel Tattoo in het leven geroepen, onder andere op basis van inspiratie van andere Tattoos, met name in Edinburgh. De Basel Tattoo is echter geen kopie van andere soortgelijke evenementen, maar heeft haar eigen stijl ontwikkeld.

De betrokkenheid van militaire formaties is evident, anders is het geen Tattoo meer. Daarnaast zijn er echter originele, creatieve en wellicht zelfs ‘typisch Zwitserse’ aspecten te noemen. Het gaat dan niet om de goede organisatie, planning en ingetogen en gemoedelijke sfeer, maar om de inhoud.

Op welke Taptoe presenteren boeren en hun koeien zich aan het publiek, neemt de historische en culturele context een prominente plaats in en wordt er zoveel tijd en moeite besteed om niet alleen formaties uit andere continenten, maar ook uit andere kantons aan bod te laten komen? Het deelnemen van de militaire vertegenwoordiging uit de Oekraïne moet ook in dit perspectief worden gezien.

Basel Tattoo 2022, le Ranz des Vaches

De Basel Tattoo is niet alleen een van de grootste van het Europese continent, maar verdient ook in dit licht bijzondere aandacht. De historische banden met onder andere Schotland en Canada kwamen tot uiting in de trilogie van de grote Schotse emigratie (ongeveer een half miljoen Schotten) naar Canada.

In een muzikale uitvoering met zang kwamen achtereenvolgens de ‘Verelendung’ in Schotland, de (barre) tocht overzee en het moeizame opbouwen van een nieuw bestaan in een vreemd land aan de orde. De Schotse cultuur is echter altijd in ere gehouden. Hiervan getuigen de formaties van de Pipers en Drums en de danseressen van de Canadiana Celtic Highland Dancers.

Deze verbondenheid bleek ook uit het dragen van de Canadese vlag door Canadese Mounties en het uitrollen door de danseressen onder muzikale begeleiding van de Schotse en Canadese Pipers en Drums. Een soortgelijk procedé herhaalde zich later bij de Schotse vlag.

De uit Schotland en Engeland afkomstige Pipers en Drums herdachten op een indrukwekkende wijze een andere gebeurtenis. Het heldhaftige verzet van een Schotse divisie in de donkere dagen tijdens en na de evacuatie van Britse (en Franse) troepen in Duinkerken eind mei en begin juni 1940. De doedelzakspeler op een van de torens van de kazerne was een passende afsluiting van dit eerbetoon.

De formatie van het dappere leger uit de Oekraïne maakte er een originele muzikale show van en herdacht met een prachtig muzikaal stuk de tragedie in haar land.

De kleurrijke, choreografische en muzikale optredens van de formaties uit Oman en Mexico waren andere hoogtepunten met hun eigen accenten en stijl.

De Nieuw-Zeelandse ‘Kiwi’s’ maakten er een swingend popoptreden van met als afsluiting de traditionele Haka-dans.

De Basel Tattoo is echter niet alleen internationaal van opzet, maar heeft ook aandacht voor de basis: Bazel, de kantons en Zwitserland. De openingsceremonie symboliseerde al de verbondenheid met het land. De rekruten van het leger (die Rekruten des Schweizer Militärmusik) toonden, onder het toeziende oog van hun opperbevelhebber, hun talenten, en het kanton en de stad Luzern waren present met een muzikale bijdrage. Het Basel Tattoo koor en de (unieke) Tattoo garde waren de inbreng uit Bazel.

De muzikale leiding was (weer) in handen van Christoph Walter, die ook de Tattooballade ten gehore bracht. De slotceremonie met ongeveer duizend artiesten was even indrukwekkend als som van de afzonderlijke formaties.

Deze slotceremonie krijgt echter altijd een vervolg in de jaarlijkse parade in de stad. Een kilometers lang muzikaal feest. Hierbij zijn ook andere kantons en buitenlandse regio’s vertegenwoordigd, dit jaar onder andere Genève, Freiburg, Basel-Landschaft, de Innerschweiz, Tessin, Jura en Valais en Baden uit Duitsland. Uiteraard ontbraken in deze parade ook enkele vertegenwoordigingen uit de Fasnacht niet, het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan!

Kortom, de Basel Tattoo heeft niet alleen haar eigen karakter en stijl, maar is ook een intercontinentaal, internationaal, Europees, nationaal, regionaal, interkantonaal en lokaal festijn.

Wat dat betreft is het ook inhoudelijk een ‘typisch Zwitsers’ evenement. Open, kosmopolitisch en multicultureel naar buiten, met behoud van en met respect voor identiteit, cultuur en historie naar binnen. En Bazel bevestigt weer haar faam als muziekstad.

(Verdere informatie: Basel Tattoo.)

Impressies van de Basel Tattoo Parade

De Basel Tattoo Garde

Het (Miliz) leger heeft, evenals de boeren, veel respect in Zwitserland

De rekruten van het Zwitserse leger (Die Rekruten des Schweizer Militärmusik)

Das Museum fur Musikautomaten Basel

De Johann Peter Hebel Gesellschaft uit Hausen (Duitsland)

Het Basel Tattoo koor

Susch, de Flüelapas, Muzeum Susch en Jörg Jenatsch

Het dorp Susch (kanton Graubünden) ligt aan de voet van de Flüelapas, aan de ingang van de Vereinatunnel en aan de rivier de Inn. De torens van La Tuor en La Praschun en de toren van de gotische kerk van St. Jon kenmerken het dorp. De naam werd voor het eerst vermeld in een document in 1161 als Susis.

Het fort van Rohan werd gebouwd door de bevelhebbers hertog Henri van Rohan (1579-1638) en Jörg Jenatsch (1596-1639) tijdens de onlusten in Graubünden (1619-1639) in 1635.

Muzeum Susch

Totdat in 1913 de Engadiner lijn van de Rhätische Bahn werd geopend, leefde de bevolking voornamelijk van het verkeer over de Flüela Pas en van de landbouw. Tegenwoordig zijn toerisme, het Muzeum Susch en een gezondheidskliniek belangrijke economische activiteiten.

(Bron en verdere Information: Susch (Gemeinde Zernez)

De Flüelapas

De abdij van Romainmôtier

Het dorp Romainmôtier (kanton Vaud) biedt een uitzonderlijk cultureel landschap. De abdijkerk van Romainmôtier is een wonder van Romaanse en Gotische kunst.

Rond 450 zou de monnik Romanus een klooster hebben gesticht in op de plaats van het huidige Romainmôtier. De plaatsnaam Romainmôtier (het klooster van Romanus) is hiervan afgeleid.

Tot het midden van de 8e eeuw ontbreken bronnen. Alleen de monnik Bobbio (600-659) vermeldt het klooster in zijn Vita over de Ierse monnik Columban (540-615).

Eind 753 hield paus Stefanus II (paus van 752 tot 757), op weg naar de Frankische koning Peppijn (714-768), halt in Romainmôtier en plaatste het klooster onder het rechtstreekse gezag en de bescherming van Rome.

In 928 of 929 werd het klooster overgedragen aan de abdij van Cluny (gesticht in 910). Deze overdracht leidde tot een bloei die meer dan een half millennium zou duren (tot de reformatie in 1536 en de beeldenstorm in 1537).

De elfde tot de dertiende eeuw zijn gekenmerkt door voortdurende uitbreiding van het grondbezit en de stichting van kleine priorijen op verafgelegen landgoederen die onder controle van Romainmôtier stonden.

De voorgangers van de romaanse kerk waren twee kleinere hallenkerken met een apsis. De overname van Cluny was de aanleiding tot ingrijpende verbouwingen, die in verschillende fasen plaatsvonden.

De belangrijkste bouwfasen vonden plaats onder toezicht van de abt van Cluny (Odilo, abt van Cluny 993-1048) en waren gemodelleerd naar het tweede gebouw van de moederkerk Cluny II (Cluny III werd gebouwd tussen 1088-1130). Enkele jaren na de bouw werd de kerk aan de westzijde uitgebreid met een voorkerk. Het eerste gotische gebouw, het kleine portaal in het westen, stamt uit het midden van de dertiende eeuw.

Door de Reformatie in 1537 (na de bezetting door Bern) werden veel kloostergebouwen afgebroken. Alleen de kerk en de kruisvormige kapel bleven over.

De verschillende stadia van de bouw zijn vandaag nog duidelijk te zien aan de buitenkant. De kern wordt gevormd door de bewaard gebleven delen van de Cluniacenzerkerk: het schip, het transept, de portaaltraveeën en de kruisingstoren.

De buitenmuren zijn grotendeels gestructureerd met pilasterlijsten en blinde arcaden die typisch zijn voor de Romaanse periode. De noordgevel van het transept is echter het enige volledig bewaarde romaanse onderdeel.

De westgevel wordt aan het oog onttrokken door het machtige bouwwerk van de voorkerk uit het derde kwart van de elfde eeuw. Het rechthoekige gotische koor vormt het oostelijke uiteinde.

Het rijk gedecoreerde interieur met kapitelen met knoppen, blad- en palmen, mythische dieren, reliëfbanden met rozetten, leliebloemen en wijnranken, tongewelven, bogen en zuilen, archivolten, muurschilderingen, beeldhouwwerken is vrijwel intact gebleven sinds de dertiende eeuw.

Documentaire

De documentaire “Romainmôtier Revisité” is een reis terug in de tijd, naar de stichting van een van de oudste kloosters en kerken op Zwitserse bodem.

(Bron en verdere informatie: Klaus Kissling, Romainmôtier historique, Notre histoire, octobre 2015; Philippe Jaton, Die ehemalige Klosterkirche Romainmôtier (Bern 2007)

Kapel Notre-Dame du Haut, Le Corbusier en Renzo Piano

De locatie van de heuvel bij de ingang van de Bourgondische poort (” Trouée de Belfort “) is een natuurlijke doorgang van de Saône-vlakte naar de Elzas. In de 11e eeuw werd er al melding gemaakt van een bedevaart bij Ronchamp. Tegenwoordig vindt de bedevaart plaats op 15 augustus (Maria Hemelvaart).

Na de Franse Revolutie in 1789 is de oude kapel verkocht en sindsdien privé-eigendom. Tussen de Revolutie van 1789 en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is de kapel meerdere keren verbouwd en uitgebreid. De kapel werd in 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.

Het Klooster

Eind 1953 begon de bouw van de nieuwe kapel Notre Dame du Haut, ontworpen door de architect Le Corbusier (1887-1966). De gemeenschap van de Zusters Clarissen woont sinds 2005 in het nieuwe klooster, dat is gebouwd door de Italiaanse architect Renzo Piano.

De Pyramide

De piramide is gebouwd van de stenen van de verwoeste kapel. Het is een gedenkteken voor de zware gevechten die plaatsvonden op de heuvel in 1944, gebouwd op verzoek van de veteranen van Ronchamp.

(Bron en verdere informatie: Kapel de Notre Dame-du-Haut)

Seewen, Muziekautomaten, Germanus von Auxerre en de langste tunnel

Korte historie

De geschiedenis van het dorp Seewen begint ongeveer 8000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd. Rond deze tijd vond een grote aardverschuiving plaats die het dal van de Seebach bedolf. Achter deze dam vormde zich een meer. De naam van het dorp komt van Sewin, “bij het meer”.

Al in de 15e eeuw werden pogingen ondernomen om het meer droog te leggen. Dit lukte echter pas in 1588, toen een meer dan 200 meter lange tunnel het water omleidde. Het was de langste tunnel in het toenmalige Zwitserland.

De Helvetiers bewoonden het gebied in de Romeinse tijd (15e v.Chr. – rond 400 n.Chr.). Van hieruit liep een weg naar Colonia Augusta Raurica, gesticht in 44 v. Chr. (het tegenwoordige Augst, kanton Basel-Landsstadt).

Het dorp is voor het eerst vermeld in documenten in 1147, waarin een kapel in Sewin wordt genoemd. Een andere kerk wordt genoemd in 1252 en een molen in 1307. Beide hoorden bij  de abdij van Beinwil.

Monument bij Dornach/Gempen voor de slag op 20 juli 1499

Solothurn kocht het dorp in 1484 en sindsdien hoort het bij het kanton. Keizer Maximiliaan (1459-1519) wilde in 1499 kasteel Dorneck bij Dornach innemen en verwoestte Seewen in 1499. In hetzelfde jaar behaalden de Confederatie echter de  overwinning in de Zwabenoorlog (Schwabenkrieg).

Het Museum voor Muziekautomaten Seewen herbergt een van ’s werelds grootste en bekendste collecties muziekdozen, platendozen, sieraden en klokken met muziekuurwerken en andere mechanische muziekautomaten van de 18e eeuw tot heden.

De kerk is gewijd aan St. German van Auxerre en gebouwd in 1823 en kijkt uit over het kleine dorp. De kathedraal van Arlesheim is niet ver weg.

(Bron en verdere informatie: Gemeente Seewen)

Der Basel Weiler

Mario Botta in Saint-Blaise

De fontein ter gelegenheid van het millennium van Saint-Blaise (kanton Neuchâtel)  is een ontwerp van de architect Mario Botta (1943).

De beek Ruau is de bron en de oorsprong van het dorp. De Ruau voorzag het dorp eeuwenlang van twaalf waterbronnen.  In de loop van zes eeuwen heeft het water bovendien de molenstenen van verschillende molens aangedreven. Deze molens doorkruisten het dorp en volgden de Ruau op haar weg naar het meer van Neuchâtel.

In de bovenste molen dreven drie wielen de molenstenen aan. Deze fontein symboliseert de geschiedenis en het ontstaan van Saint-Blaise. Het monument is een manier om toekomstige generaties te herinneren aan de identiteit van het dorp en dit gebied.

Een van de eerste projecten van Mario Botta was overigens in ‘zijn’ kanton Tessin, in het klooster Bigorio.

(Bron: Fondation de la fontaine du Millénaire de Saint-Blaise)

Mendrisio, Liguren, Kelten, Romeinen, Langobarden, Franken, Italianen en tenslotte Zwitsers

De geschiedenis tot Napoleon (1798-1813)

De Liguren, Etrusken en Kelten (vanaf 400 v. Chr.) bewoonden het gebied van het huidige kanton Tessin. Na de verovering van Noord-Italië, het huidige Lombardije, en Tessin, begon de Romanisering van deze regio na 60 v. Chr. met de komst van duizenden Romeinse burgers. Como (Novum Comum, gesticht 59 v. Chr.) was toentertijd de belangrijkste stad.

Stabio (afgeleid van stabulum, stal) was de belangrijkste plaats in het zuiden van Tessin. Mendrisio was toen ook al een plaats met een zekere omvang, getuige een inscriptie in marmer van Publio Valerio Dromon, een lid van het lokale bestuur en de Decurionum (bestuurders van een stad). De Romeinse naam is echter niet bekend.

Na de val van het Romeinse Rijk rond 476 n. Chr. veroverden de Lombarden Noord-Italië en Tessin. De naam Mendrisio komt dan voor het eerst voor onder de naam Mendrici.

Karel de Grote (748-814) versloeg de Lombarden in 774 en veroverde de regio. Door het Verdrag van Verdun (843) viel Mendrisio nadien onder het Middenrijk van Karel de Kale (823-877).

Na een instabiele tijd heersten de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Keizer Frederik I, beter bekend onder de naam Barbarossa (1122-1190),  reorganiseerde zijn Rijk. Het aartsbisdom Como bestuurde Mendrisio  vanaf 1170.

De situatie bleef niet lang stabiel. Het Hertogdom Milaan deed zijn intrede op het Italiaanse toneel in de dertiende eeuw. De Hertogen van Visconti waren in 1485 de heersers van Tessin en Mendrisio. De hertogen hadden er niet lang plezier van. In 1513 veroverden de Eidgenossen namelijk Tessin.

Hun nederlaag bij Marignano in 1515 leidde in 1516 tot de Vrede van Freiburg. De Confederatie zag af van expansie in Lombardije, maar Tessin en Mendrisio (vanaf 1521) werden erkend als gebied van de Confederatie (evenals Chiavenna, Bormio en Veltlina).

Tessin was vanaf dat moment een Untertanengebiet, een baliaggio, bestuurd door de voogden van de kantons van de Confederatie. De voogden bleven maar twee jaar aan, om plaats te maken voor hun plaatsvervangers. Mendrisio bleef tot 1798 een kleine stad op een belangrijke handelsroute zonder militaire of politieke strubbelingen.

Dit veranderde 1798 door de verovering van Lombardije en de Zwitserse Confederatie door Napoleon (1769-1821). Napoleon stichtte in Lombardije de Cisalpijnse Republiek. Napoleon voegde Bormio, Veltlina en Chiavenna bij deze republiek.

De inwoners van Tessin en Mendrisio verzetten zich echter en wilden essere costantemente Liberi e Svizzeri. Napoleon respecteerde dit en na de Helvetische Republiek (1798-1803)  ontstond in 1803 het kanton Tessin in de nieuwe Confederatie (1803-1813). Mendrisio werd een zelfstandige gemeente en de burgers kozen op 22 april 1803 het eerste gemeentebestuur.

Mendrisio, Habsburg en de  Risorgimento

Veel inwoners van Mendrisio en Tessin waren nauw betrokken bij de Italiaanse opstand van 1859-1861. Een meerderheid steunde deze opstand onder leiding van Giuseppe Garibaldi (1807-1882),  Giuseppe Mazzini (1805-1872) en Camillo Benso di Cavour (1810-1861).

Vooral de sluiting van de grenzen tussen Lombardije en Tessin in 1853 zette kwaad bloed in Tessin en Mendrisio in het bijzonder. De handel stortte in en veel Tessinois werkten toen als frontalier in Lombardije!

1861-1945

De eerste Wereldoorlog (1914-1918) leidde ook in Medrisio tot grote armoede, maar er was geen uitgesproken sympathie voor Italië en haar oorlog (1915-1918) met Oostenrijk. Dit bleek ook in het Interbellum. “essere costantemente Liberi e Svizzeri” was ook in deze periode van de Italiaanse Irredentisimo het devies van een grote meerderheid van inwoners. Men wilde  geen ‘Anschluss’ bij Italië.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) leidde in het neutrale Zwitserland en Tessin niet tot politieke instabiliteit. Wel waren armoede en tekorten op alle gebieden toegenomen.

Vanaf 1945  

 Na 1945 is Mendrisio een stad van Italiaanse grenswerkers geworden. De industrie, handel, dienstverlening, wetenschap en onderzoek kwamen tot bloei. Een van de hoogtepunten was in 1997 de opening van de faculteit voor architectuur (L’Accademia di architettura) in 1997 van de Universiteit van Italiaansprekend Zwitserland (Università della Svizzera italiana, USI) en vervolgens het Theater van de Architectuur (Teatro dell’architettura). De architect Mario Botta (1943) speelde hierbij een prominente en initiërende rol.

L’Accademia di architettura in Mendrisio

Een religieus-cultureel hoogtepunt zijn de jaarlijkse processies in de Heilige Week (Processioni Della Settimana Santa Mendrisio) voor Pasen. De processies gaan door het oude stadscentrum van de aan de heiligen Cosma en Damiano gewijde kerk naar de kapucijnerkerk. De  Diverse attributen van dit religieuze feest vertonen gelijkenis met de Basler Fasnacht aan de andere kant van Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: Gemeente Mendrisio)

De St. Cosma en St. Damiano kerk

De kapucijnerkerk (het klooster is in 1852 opgeheven)

Impressies van de processie

De geheimen van de Jura

De bergen van de Jura in de kantons Vaud, Bern, Jura en Neuchâtel hebben een verrassing voor de bezoekers: het is niet alleen een regio die verleidt door de diversiteit van welbekende natuurlijke schatten, onder andere de Creux du Van, de Gorges de l’Areuse, de meren van Neuchâtel en Biel of de Chasseral.

Het heeft ook zijn geheimen, bijvoorbeeld de Dent de Vaulion, de Gorges van Covatannaz, Douanne en Taubenloch, de Étang de la Gruère, het Préhisto-Parc en de Grottes de Réclère, de Franches-Montagnes, de streek van het enige Zwitserse raspaard, of de chemins (wandelpaden) de Vignes, des Monts en des Crêtes du Jura.

Het landschap is bovendien van een grote schoonheid ieder seizoen, zoals onder andere blijkt uit St. Brais, een klein dorpje in de Franche-Montagnes (kanton Jura) gelegen tussen de stadjes en dorpen Porrentruy, Saignelégier, St. Imier, St. Ursanne, Delémont en Moutier.

(Bron en nadere informatie: Office du Tourisme, Jura et Trois Lacs, Randonnées du Rêve, www.j3l.ch).