De Basel Tattoo 2023

Op het kazerneterrein (Der Kasernenhof) in Bazel staat sinds enige dagen een arena voor bijna 8.000 toeschouwers. Op 14 juli vindt hier de première plaats van de 16e taptoe van Bazel (Basel Tattoo 2023). Topformaties uit vijf continenten met ongeveer 1000 artiesten zullen het publiek en de stad tot 22 juli betoveren (tickets zijn verkrijgbaar via www.baseltattoo.ch).

De eerste repetities waren een kleurrijk, muzikaal en choreografisch spektakel! En Basel Tattoo is ook het resultaat van het Zwitserse militiesysteem, de samenwerking met het leger, de stad, het kanton Basel-Stadt, de bevolking en het bedrijfsleven.

De bevolking en de andere deelnemers hebben ook beslist over de kleuren van de stropdassen, directe democratie à la Suisse. En de organisatie is trots op deze keuze.

Leden van de Basel Tattoo organisatie (Erik Julliard en René Häfliger) met de stropdassen tijdens de persconferentie. Erik Julliard was lid van het Basel Top Secret Drum Corps. Het wereldberoemde Top Secret Drum Corps  arrangeerde in samenwerking met de Schotse filmcomponist Lorne Balfe het themanummer voor de nieuwste film in de serie Misssion Impossible- Dead Reckoning part one van Tom Cruise. Deze première is op 12 juli, dus twee Bazel-georiënteerde wereldpremières binnen twee dagen!

De Basel Tattoo laat ook dit jaar weer zien waar het om draait: een combinatie van zang, dans, ballet, parades, blaasinstrumenten, trommels, en choreografie.

De Patrouille Suisse vliegt op vrijdag 14 juli tijdens de première van de Basel Tattoo over de Arena. De deelname van de Patois suisse (en zijn koeien en le Ranz des vaches) is echter nog niet bevestigd.

De repetities van de Lucerne Marching Band, de Combined Bands of the Royal Cavalry en de Royal Guard of the Sultanate of Oman en de Banda Monumental de Mexico.

Doe den tap toe

Overigens ligt het Oudnederlandse “doe den tap toe” aan de oorsprong van het Nederlandse woord “taptoe”, tattoo in het Duits en Engels. “Doe den tap toe” heeft een militaire context en betekent de bierkraan dichtdraaien. Het kaartpel Jass heeft ook een Oud-Nederlandse geschiedenis (Klaverjassen). Heimweh (heimwee in het Nederlands) is daarentegen een Zwitsers woord. Misschien is ook het begrip Tattoo door  huurlingen in dienst van de Republiek in Zwitserland geïntroduceerd?

Op het commando ‘Doe den tap toe’ werden, veelal ondersteund door een trommel- of trompetsignaal, de bierkranen gesloten. In de loop der tijd is “taptoe” een verzamelnaam geworden voor militaire muziekfestivals.

De kazerneplaats

Het kazerneterrein is dus de juiste omgeving voor een taptoe. Het Klooster Klingental (tegenwoordig het Museum Kleines Klingental) voor Dominicanessen werd na de Reformatie (1527) gesloten. De gebouwen werden daarna gebruikt voor opslag, als commerciële ruimte en als locatie voor het stadsgarnizoen. De nieuwe kazerne werd voltooid in 1863 en huisvestte tot 1965 militairen. Er is daar dus veel getapt en het commando (Doe den tap toe) heeft vaak geklonken.

Basel Tattoo 2023

De trotse muzikanten van de Brass Band van de 194th Pontoon Bridge Brigade uit de Oekraïne zijn de (onbenoemde) eregasten. Speciale artiesten zijn verder de gecombineerde bands van de Royal Cavalry en de Royal Guard van de sultan van Oman en de Azteken, mariachi’s en dansers uit Mexico. De formatie van de Omani bestaat uit 50 blaasmuzikanten en doedelzakspelers en 46 paarden. De dansers uit Mexico worden begeleid door Aztekendansers en de Mariachi muziek.

De New Zealand Army Band vertegenwoordigt het vierde deelnemende continent. De Canadiana Celtic Highland Dancers zijn de 50 beste highland dansers van Canada. Samen met de Mounties van de Royal Canadian Mounted Police en de Canadese leden van de Massed Pipes and Drums vertegenwoordigen ze het vijfde continent.

Het Europese continent wordt, naast de Oekraïense Brass Band, vertegenwoordigd door de Lucerne Marching Band, muziek en dans van de Schotse Act, de Band of the Royal Regiment of Scotland, de Zwitserse Militaire Band, de Basel Tattoo Garde, het Basel Tattoo Chor en de Britse pipers en drummers van The Massed Pipes and Drums.

De beroemde straatparade vindt plaats op zaterdag 15 juni, de Basel Tattoo kinderdag op 22 juli.

(Bron en verdere informatie: Basel Tattoo 2023)

Zwitserland, een Europese Microkosmos ?

Het huidige Zwitserland is het resultaat van eeuwenlange samenwerking, allianties, uitwisseling en contacten van en tussen kantons.

Helvetische Integratie

Na het Congres van Wenen (1814-1815)  leek het onmogelijk deze soevereine republieken en hun verschillende talen, religies, culturen en (economische) belangen te verenigen in een federatie met een nationale munt, regering, parlement leger of zelfs maar een vlag of een volkslied.

In 1848, na de korte burgeroorlog van 1847 (Sonderbundskrieg), leidde de Grondwet van 1848 het begin in van de Confoederatio Helvetica (CH), de Zwitserse Confederatie van vijfentwintig (half) kantons. De Jura werd in 1979 het zesentwintigste kanton.

Het was het begin van een succesvolle monetaire, politieke, culturele en economische integratie tot op de dag van vandaag. Het land dient zich tegenwoordig zelfs aan als onderzoeksveld voor een geslaagd model van Europese integratie.

M. Valéry Giscard d’Estaing (2008) en President François Hollande (2016). Pregny Chambésy, Musée des Suisses dans le monde. Foto: TES

“Een volgend lidmaatschap van de Europese Unie……van Zwitserland”, “Het is in Zwitserland dat de Europese droom realiteit geworden is“.

Voor sommigen is het zelfs een (democratische) inspiratie voor de Europese Unie (EU), een Europese microkosmos. Anderen menen dat Zwitserland juist het maximaal haalbare van Europese samenwerking aangeeft. Sommigen beweren zelfs dat de EU tot de Zwitserse Confederatie moet toetreden, althans een verzoek daartoe zou moeten doen.

Vevey, Musée de la Confrérie des Vignerons, Les Cent Suisses. Foto: TES

Continuïteit en keuzes 

Het verhaal van Zwitserland is vooral de eeuwenlange continuïteit en de bewuste keuzes voor het politieke systeem. Dat onderscheidt Zwitserland van andere regio’s in Europa die ook lange tijd hebben samengewerkt.

Voorbeelden zijn, onder andere, De Hanze (12e tot 16e eeuw), de Rheinische Städtebund (1254 – 1257, 1381-1389), de Schmalkaldische Bund (1530-1546), de Schwäbische Städtebund (1331-1381), de Schwäbische Bund (1488-1534) en de Zehnstädtebund of Dekapolis (1354-1679). Geen van alle hebben ze 1798 gehaald.

De Freistaat der drei Bünde in het huidige kanton Graubünden uit 1524 was een verbond tussen de Gotteshausbund (1367), de obere of de Graue Bund (1424), vandaar de naam Graubünden, of de  Zehngerichtebund (1436). Dit verbond heeft het wel tot 1798 volgehouden en was van 1524-1798 geallieerd (zugewandter Ort) aan de Eidgenossenschaft. In 1803 is hieruit het kanton Graubünden voortgekomen.

Ook het huidige kanton Wallis is vanaf 1476 tot 1798 een Republiek van zeven soevereine Zehnden (of Zenden) geweest. Deze (voornamelijk Duitstalige) Republiek bestuurde het Franstalige Unterwallis vanaf 1476 tot 1798 als bezet gebied (Untertanengebiet). Wallis is kanton van de Confederatie sinds 1815. Eeuwenoude Continuïteit.

Het lot, toeval en de loop van de geschiedenis blijven buiten beschouwing. Het had ook met Zwitserland anders kunnen gaan ‘als’. Dat Zwitserland bestaat is echter geen toeval. De eerste staatkundige fundamenten dateren uit de late middeleeuwen, de periode van de dertiende tot de vijftiende eeuw. In deze tijd wees echter niets op het ontstaan van het Zwitserland van 1848.

De 26 kantons. Bron: Les 26 cantons suisses. Foto: www.jeretiens.net

De kantons

De Eidgenossenschaft of de Confederatie van 1513 en haar dertien kantons (dit begrip stamt uit de zestiende eeuw) heeft echter de Europese (religieuze) oorlogen en revoluties doorstaan.

De voornamelijk Duitstalige kantons (alleen Fribourg/Freiburg was tweetalig) zijn vanaf de dertiende eeuw ontstaan als soevereine politieke regio’s met eigen rechtspraak, cultuur, leger, munt, vlag, taal/dialect, wetgeving, parlement, regering, buitenlands beleid (inclusief vrede, oorlog en verdragen) en ambassadeurs zonder inmenging van een nationale autoriteit of een (buitenlandse) vorst.

In 1648 (Verdrag van Westfalen) is de Confederatie (feitelijk) erkend als onafhankelijke natie, hoewel van een land of een nationale identiteit volgens de kantons zelf geen sprake was.

In de perceptie van de grootmachten van destijds (met name Spaans- en Oostenrijks Habsburg, Zweden, De Republiek van de Verenigde Nederlanden of Zeven Provincies, Frankrijk, Engeland) was deze Confederatie echter een soevereine eenheid. De kantons hadden dit vanwege hun succes op het slagveld en hun politieke, economische en buitenlandse beleid vanaf 1315 bereikt.

Tagsatzung, Nationales Landesmuseum Zürich. Foto: TES.

Tagsatzung

Afgezien van de Tagsatzung, zeg maar de Staten Generaal, was er echter geen nationaal orgaan. De Tagsatzung van vertegenwoordigers van de kantons ontstond 1417 na de verovering van Aargau in 1415  en vervolgens Thurgau in 1460, Italiaanse gebieden rond 1500 en Waadt in 1536.

Haar belangrijkste bezigheid was het gemeenschappelijke bestuur van de veroverde gebieden, Untertanengebiete/territoirs sujets). Het was een complex mozaïek van bestuur die verder buiten beschouwing blijft.

Zoals de waterbeheersing en de gemeenschappelijke Spaanse, (later de Engelse en/of Franse vijand) de zeven Nederlandse provincies noodzaakte tot samenwerking en feitelijke onafhankelijkheid in de Unie van Utrecht (1579) en de Akte van Verlatinghe (1581), zo bracht dit gemeenschappelijke bestuur de soevereine kantons samen.

De dertien kantons waren het op andere beleidsterreinen echter meestal oneens. Na de reformatie en het ontstaan van protestante kantons werd de samenwerking en het buitenlandse beleid nog gecompliceerder.

Afgezien van zes militaire conflicten (de twee kappelerkriege  van 1529 en 1531, de Bündner Wirren van 1618-1639, de boerenoorlog van 1653 en de twee Villmergerkriege van 1656 en 1712) losten de kantons hun religieuze en economische conflicten op door overleg, altijd op zoek naar het haalbare en aanvaardbare.

De Confederatie was niet katholiek of protestant, maar was een verbond van katholieke en protestante kantons, inclusief alle (politieke) problemen.

Foto:Franzoseneinfall in Nidwalden, www.franzoseneinfall.ch.

De Franse tijd 1798-1813

De Franse tijd en haar staatskundige concepten (de Helvetische Republiek (1798-1803) en de Confederatie (1803-1813) hebben belangrijke wijzigingen in het staatkundige bestel doorgevoerd.

Na de nederlaag van Napoleon bestond de nieuwe Confederatie van 1815 weliswaar weer, als vanouds, uit soevereine kantons (vijfentwintig, inclusief zes halfkantons) zonder effectieve nationale organen. Maar de klok was niet meer terug te draaien.

De grondwet van 1848

De grondwet van 1848 effende het pad voor het moderne Zwitserland. Een combinatie van federalisme, algemeen kiesrecht voor (mannelijke) burgers, een uitgebalanceerd systeem van machtendeling tussen regering (de Bundesrat/ Conseil fédéral) en het parlement (Nationalrat/Conseil national en de Ständerat/Conseil d’ Etats) en een prominente rol van kantons en burgers. De (mannelijke) burgers en kantons hadden al in 1848 het laatste woord bij de vaststelling van de Grondwet.

De kantons waren na de nieuwe Confederatie van 1848 de proeftuin voor de invoering van de nationale directe democratie van het referendum (1874) en het volksinitiatief (1891).

De invoering was een politieke keuze van burgers en kantons. Ze baseerden zich onder andere op de Landsgemeinde, de Amerikaanse Grondwet van 1776, de verworvenheden van de Franse tijd (1798-1813) en op de ervaringen in de kantons.

De directe democratie was vanaf het begin de smeerolie van de federatie van zulke verschillende republieken en belangen. De kantons en de burgers vertrouwden de nationale overheid en de nationale overheid vertrouwde de kantons en de burgers.

Willensnation

Zwitserland is dan ook een ‘Willensnation’ met een politiek systeem dat van onderaf in een proces van eeuwen is ontstaan door en voor de burgers en hun kantons.  Zwitserland kende tot 1798 geen nationale dominante persoonlijkheid of dynastie en geen dominant kanton (wel grote en kleine kantons). Er bestond tot 1848 geen nationale identiteit, wel verbondenheid. Deze verbondenheid was echter vooral pragmatisch en diende het belang van de kantons.

Eenheid in verscheidenheid, 1935. Nationales Landesmuseum Zürich. Foto: TES.

Democratie

Het Zwitserse model is geen van God gegeven voorbestemming. Het is een menselijk proces van vallen en opstaan. Een belangrijk aspect van het Zwitserse model is het vermogen tot aanpassen aan veranderde maatschappelijke, internationale en economische ontwikkelingen.

Het compromismodel en het zogenaamde Konkordanzsystem van de nationale regering zijn ontstaan door de permanente noodzaak met alle betrokkenen te overleggen. Hieruit is in 1959 ook de Zauberformel bij de regeringsvorming ontstaan. De federale opzet van het politieke systeem en de grote macht van de kantons in de Ständerat en de directe democratie voor de burgers en hun organisaties liggen hieraan ten grondslag.

De nationale regering, parlement, kantons, werkgevers, werknemers en andere maatschappelijke organisaties zijn bovendien (grondwettelijk verplicht) in de voorparlementaire fase betrokken in het wetgevingsproces.

Bern, Bundeshaus. Foto: TES

Conclusie

Het Zwitserse politieke systeem is een subtiel en uitgebalanceerd product van eeuwen ervaring en samenwerking tussen en met kantons en burgers. Het is geen exportproduct, wel kan het interessante aanknopingspunten bieden van het haalbare en het onhaalbare in het veel grotere en oneindig veel gecompliceerdere project van wat sinds 1991 de Europese Unie heet.

De integratie is Zwitserland is niet perfect. Er bestaat een Röstigraben en een Stadt-Landgraben, er was sprake van een late (nationale) invoering van het vrouwenkiesrecht (wat overigens niet per se wat zegt over de Zwitserse man) en het verkrijgen van het burgerschap voor buitenlanders, inclusief stemrecht, is geen sinecure. Dit is een competentie van gemeenten en kantons en deze zijn al eeuwen zuinig op het burgerschap voor nieuwkomers. Het burgerschap is een voorrecht, geen verworven recht, al zou wat flexibiliteit in de moderne tijd geen kwaad kunnen.

De Covid-19 pandemie en de relatie met de Europese Unie zijn ook aanleiding de machtsverdeling tussen regering en kantons nader te bezien. Het systeem is echter hervormbaar. Aanpassing en verbetering vinden plaats, uiteraard na (langdurige) discussie en raadpleging van kantons en burgers.

Het Zwitserse model is uniek en is een politieke keuze van en voor de burgers en hun kantons. Zwitserland is niet alleen de onbetwiste wereldkampioen van referenda. Deze directe democratie is geen doel op zich. Ze is ingebed in een eeuwenoud bottom-up systeem en organen op gemeentelijk, kantonaal en vanaf de negentiende eeuw nationaal niveau.

Het heeft het land goed gediend, ook in tijden van grote crises, bijvoorbeeld de burgeroorlog van 1847, de polarisatie in 1914-1918 en de decennia voorafgaand aan het ontstaan van het nieuwe kanton Jura in 1979.

De directe democratie maakt het politieke leven van de federale (en kantonale en gemeentelijke) uitvoerende en wetgevende macht niet eenvoudiger en ook in Zwitserland is zij onderwerp van discussie over hervormingen.

De burgers en de kantons zijn echter het bewijs van het succes. Wetgeving of een volksinitiatief om de directe democratie af te schaffen is nog nooit gerealiseerd (in tegenstelling tot Nederland, waar het referendum per decreet is afgeschaft omdat ‘ze’ het niet eens waren met de uitslag. Democratie à la néerlandaise, top down en voor de happy few).

Literatuur: W. Lindner/Sean Mueller, Schweizerische Demokratie. Institutionen, Prozesse, Perspektiven, vierde druk, Bern 2017; A. Vatter, Das politische System der Schweiz, Baden-Baden, 2020; O. Meuwly, Une histoire de la démocratie directe en Suisse, Neuchâtel, 2020).

Wilhelm Tell in Lausanne

De kapel van Tell in Lausanne is geen kapel. Het herbergt geen relikwieën van de nationale held Wilhelm Tell, die (voor zover hij heeft bestaan), nooit in Lausanne is geweest. Bovendien dankt de kapel haar bestaan niet aan een Zwitser, maar aan de Fransman Osiris.

Hoewel het geen kapel is en er in de kantons Uri en Schwyz drie echte kapellen – kapellen in religieuze zin – aan Wilhelm Tell zijn gewijd (in Sisikon, Bürglen en Küssnacht), is die in Lausanne in meerdere opzichten uniek.

Dit soort vierkante kiosk dankt zijn bestaan aan Daniel Iffla (1825-1907), een rijke Parijse bankier die in 1861 bij keizerlijk decreet het recht verkreeg om “Osiris” aan zijn naam toe te voegen.

Daniel Iffla-Osiris. Foto: Wikipedia

De Franse auteur Pierre Assouline beschrijft hem in diens boek Le dernier des Camondo (Parijs, 1999) als

“het prototype van de moderne mecenas en een man van projecten (…). Zijn filantropische obsessie kwam voort uit de Joodse traditie van tzedaka (liefdadigheid), republikeinse waarden en het verlangen zijn fortuin onder de aandacht te brengen“. (le prototype du mécène moderne doublé d’un homme d’œuvres (…). Son obsession philanthropique procédait à la fois de la tradition juive de la tsedaka (charité), des valeurs républicaines et de l’irrépressible désir d’étaler sa fortune).

In 1902 had Osiris Lausanne al het standbeeld van Wilhelm Tell aangeboden, voor de trappen van het Palais de Justice in Montbenon, als dankbetuiging voor de gastvrije ontvangst van Bourbaki’s leger in 1871.

Bij zijn dood liet hij de stad een grote som na voor de bouw van een synagoge en een kapel ter nagedachtenis aan de nationale held.

Er werd gekozen voor het project van de architect Georges Epiteaux (1873-1957), ook verantwoordelijk voor de Galeries Saint-François in Lausanne, en de schilder Ernest Biéler (1863-1948).

Lausanne, Wilhelm Tell. Foto: Ville de Lausanne

Palais de Justice. Foto: Notrehistoire.ch

De kapel is in 1917 in gebruik genomen, terwijl de oorlog in Europa woedde. De fresco’s in de kapel zijn uit voorzorg verplaatst naar de hal van het Paleis van Justitie.

Daarom staan er een standbeeld en een kapel, die geen echte kapel is, ter ere van Wilhelm Tell in Lausanne en heeft het Paleis van Justitie, zetel van het Tribunal fédéral/Bundesgericht, aan deze held gewijde fresco’s in opdracht van een Franse burger.

Lars Kophal, redacteur en journalist (vertaling redactie)

De Tellkapel bij Bürglen

De Tellkapel bij Sisikon (kanton Uri)

De Tellkapel en Hohle Gasse bij Küssnacht

Friedrich Schiller, Wilhelm Tell (1804), “zum Neujahrsgeschenk auf 1805”. Informationsstelle Küssnacht

De Gesslerburcht

Aesch en zijn bewogen historie

Aesch (kanton Basel-Landschaft) werd bewoond door een Keltische stam, de Rauraken. In 58 v. Chr. trokken de Rauraken en andere Keltische stammen naar Gallië, waarschijnlijk vanwege de aanvallen van Germanen. Ze werden dat jaar bij Bibracte verslagen door Julius Caesar.

Rome veroverde het gebied van het huidige Zwitserland in 13-15 v. Chr. De Gallo-Romeinse beschaving ontwikkelde zich in de loop van vier eeuwen. De Alemannen koloniseerden het gebied na 500.

Bisdom en stad Bazel

In de Karolingische periode heersten de Franken. De Hunnen verwoestten de regio en Aesch in 917. Rudolf III (970-1032), de laatste koning van Bourgondië, vergrootte in 999 de wereldlijke macht van de bisschop van Bazel door de abdij van Münster Grandval te schenken.

Keizer Hendrik II (973-1024), Rooms-Duits keizer, bouwer van de kloosterkerk van Bazel, schonk in de elfde eeuw de baljuwschappen Pfeffingen, Zwingen, Laufen en andere landgoederen en landerijen aan de bisschop van Bazel.

De kerk St. Joseph komt al in de 12e eeuw in documenten voor

Samen met Duggingen en Grellingen hoorde Aesch bij het baljuwschap Pfeffingen in het bisdom Basel. De prins-bisschop had de geestelijke en de wereldlijke macht.

Kasteel Pfeffingen is rond 1100 gebouwd. De oudste bewoners waren de vrijheren van Pfeffingen. Daarna was Aesch 300 jaar lang eigendom de familie Thierstein. Zij bewoonden kasteel Pfeffingen.

Het baljuwschap Pfeffingen wordt in 1519 weer eigendom van de bisschop van Bazel. In 1525 krijgen de bewoners van de dorpen van Birseck het burgerschap van Bazel, onder voorbehoud van de rechten en aanspraken van de bisschop.

In 1528 verplaatste de bisschop zijn zetel vanwege de reformatie naar Pruntrut (Porrentruy). De Reformatie wordt ook ingevoerd in de Birseck en het Laufental. Kasteel Pfeffingen en de parochies Aesch, Grellingen en Duggingen worden in 1530 door de bisschop aan de stad Basel verpand. Aesch blijft echter katholiek.

De overdracht van alle oude aanspraken en rechten van de bisschop van de eerder aan Bazel verpande gebieden (Oberbaselbiet) worden vastgelegd in een verdrag in 1585. Ook de oude rechten van het domkapittel worden aan Bazel afgestaan.

Het oude kasteel Aesch wordt in 1606 gesloopt. In de plaats daarvan begint de bouw van het slot Von Blarer.

Slot Von Blarer

De Franse periode

Op 18 december 1792 werd de Republiek Raurach uitgeroepen. Tot 1793 maakte Aesch deel uit van deze Republiek Raurach. Op 7 maart 1793 werd de Republiek Raurach verenigd met het departement Mont Terrible.

In 1800, na de verovering van de oude Confederatie en de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) werd het departement Mont Terrible opgeheven en samengevoegd met departement Haut-Rhin. Aesch werd daarmee onderdeel van het arrondissement Laufen. Colmar was de hoofdstad.

1813-heden

De Birseck viel na de Franse tijd van december 1813 tot 20 maart 1815 onder de heerschappij van de geallieerde mogendheden. Arlesheim was het administratieve centrum.

Op 20 maart 1815 werd Aesch op het Congres van Wenen (1814-1815) bij het kanton Basel (district Birseck) ingedeeld. Het district Birseck omvatte: Aesch, Allschweiler, Schönbuch, Oberweiler, Therwiler, Ettingen, Pfeffingen, Reinach en Arlesheim (9 katholieke parochies).

Aesch was het centrum van de revolutie tegen Bazel in het Birsdal in de jaren 1830-1833. Op 26 augustus 1833 verklaarde de Tagsatzung van de Confederatie de volledige scheiding van de stad (kanton Basel-Stadt) en Basel-Landschaft, maar met het recht op vrijwillige hereniging! Tegenwoordig is Aesch een gemeente met ongeveer 10.000 inwoners en ondanks en dankzij diverse referenda nog (steeds) niet verenigd met kanton Basel-Stadt.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Aesch)

De Rigi-Regio

Een van de beroemdste bergen van Zwitserland is de Rigi. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de St. Gotthard, Zermatt of de Jungfrau is het niet de hoogte (1 798 m boven zeeniveau), maar de ligging, het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee) en geschiedenis die haar de naam “Koningin van de bergen” (Königin der Berge) hebben opgeleverd.

Albrecht von Bonstetten (1443-1504), de eerste afbeelding van de Eidgenossenschaft, 1479. De Eidgenossenschaft als middelpunt van de aarde en de Rigi als koningin der bergen, regina montium. Collectie: Bibliothèque nationale de France. Latijn 5656, p. 8r. Afbeelding: Museum Vitznau-Rigi

Tot de 18e eeuw was Centraal-Zwitserland vooral een doorgangsgebied op weg van of naar Italië voor de “Beau Monde” en de “Grand Tour” van de Engelse adel. Slechts weinigen toonden of hadden interesse in het deels onherbergzame land. Diplomaten, prelaten, pelgrims, kooplieden en andere reizigers met zakelijke bedoelingen kwamen niet verder dan de grotere steden of kloosters. Toerisme, alpinisme, natuurliefhebbers of wandelaars bestonden nog niet.

Detail van de “Wäggemann-Karte, 1630. In het midden de drie dorpen Weggis, Vitznau en Greppen. Beeld: Museum Vitznau-Rigi

De drie belangrijkste dorpen in de Rigi-regio zijn Weggis, Vitznau en Greppen. Weggis is voor het eerst genoemd in documenten in 1116 als “Guategisso”. Greppen wordt in 1259 “Crepon” genoemd en Vitznau in 1342 “Vitzenouwa”.

Weggis en Vitznau waren oorspronkelijk eigendom van het klooster Pfäfers. Luzern verwierf Vitznau en Weggis in 1380. Greppen was tot 1406 eigendom van de Habsburgers. In dat jaar verwierf Luzern het dorp.

Greppen tegenwoordig

2009, 750 jaar Greppen

De Heilige Wendelin

Weggis tegenwoordig

Weggis daarentegen had korte tijd de status van een soevereine “dorpsrepubliek”, van 1359 tot 1380 (tot de overname door Luzern), en was zelfs aangesloten bij de Confederatie als een bondgenoot. Het nabijgelegen Gersau behield deze status zelfs tot 1798!

Tot 1798 en de oprichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) veranderde er politiek, economisch en sociaal niet veel in de Rigi-regio, afgezien van een aantal opstanden van ontevreden inwoners vanwege het bestuur van Luzern en de zijdefabriek in Vitznau en Weggis.

Vitznau tegenwoordig

Het einde van de 18e eeuw luidde echter de veranderingen van de 19e eeuw in. De opkomst van journalistiek en kranten en de aandacht voor Zwitserland van schrijvers en intellectuelen zorgden binnen een generatie voor een ware Zwitserland rage.

Jean-Jacques Rousseau, Lord Byron, Madame de Stäel, Johann Wolfgang von Goethe en Edward Gibbon zijn slechts enkele voorbeelden. De eerste Amerikanen Thomas Jefferson, James Madison en John Adams beriepen zich in hun Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 ook op deze bijzonder republikeinse confederatie in Midden-Europa te midden van monarchieën.

De industrialisatie van het land, met inbegrip van de horloge- en textielindustrie, begon ook op te vallen.  De Napoleontische oorlogen zorgden echter voor stagnatie tot 1815.

De Luzern bij Weggis

Na 1815 vonden er echter grote economische, sociale en politieke veranderingen plaats. De Rigi-regio was een van de eerste die hiervan profiteerde. Vanaf 1820 maakte een nieuw aangelegde weg een directe postkoetsverbinding mogelijk van de scheepvaartsteigers naar onder andere Rigi-Scheidegg, Rigi-Kulm en Rigi-Kaltbad. Het is geen toeval dat op deze plaatsen de eerste Grand Hotelsvan het land werden gebouwd. Het vervoer verliep in die tijd voornamelijk via het Vierwoudstedenmeer en niet over land.

De eerste stoomschepen op het Vierwoudstedenmeer werden in 1837 in gebruik genomen. Het bedrijf Escher Wyss werd zelfs Europees leider in de bouw van deze schepen voor de binnenvaart! Met de aanleg van spoorwegen werd het vervoer naar het Vierwoudstedenmeer steeds comfortabeler.

Grand hotels schoten als paddenstoelen uit de grond.  Weggis, Vitznau en Greppen profiteerden van de toeristische boom. Adembenemende uitzichten op de Alpen, goede wandelmogelijkheden, gemakkelijke toegang, hotels en kuuroorden en boottochten op het meer lagen aan deze ontwikkeling ten grondslag.

21 mei 1871 was een gedenkwaardige dag. De Vitznau-Rigi-spoorweg, het eerste tandradspoorwegsysteem, werd in gebruik genomen. Een van de eerste Zwitserse kuuroordverenigingen (Kurverein) ter bevordering van het toerisme werd in 1888 in Vitznau opgericht, gevolgd door  die van Weggis in 1893.

De Rigi-Bahn. Beeld: Museum Vitznau-Rigi

De infrastructuur, wegen, openbare toiletten, openbaar vermaak (theater, concerten), bankjes om te zitten en te rusten, boulevards met bomen, elektrische straatverlichting, een betere watervoorziening, havens en de dagelijkse schoonmaakdienst waren (tot op de dag van vandaag) goed georganiseerd.

De buitenlandse toeristen brachten ook de protestantse religie naar het katholieke kanton. In 1904 was de hervormde St. Markuskerk in Vitznau de eerste niet-katholieke kerk in een dorp in het kanton.

St. Markuskerk in Vitznau

De Rigi was ook het toneel van de eerste skipogingen in Centraal-Zwitserland. Josef Dahinden-Pfyl (1863-1931), eigenaar van Hotel Bellevue in Kaltbad, en de Pilatus-afdeling van de Zwitserse Alpenclub (SAC), opgericht in 1863, ondernamen 1906 de eerste skitochten op de Rigi.

Vanaf 1907 vervoerde de Rigi-baan ook ’s winters gasten naar Scheidegg, Kulm en Kaltbad. In 1908 werd de Rigi Skiclub opgericht. De Rigi was nu het hele jaar door een bestemming geworden voor winter- en zomersport en toerisme.

Dit was niet het einde van de innovaties in de Rigi-regio. In Hertenstein werd een van de eerste openluchttheaters van het land gebouwd en in Weggis is in 1919 het eerste gemengde openluchtzwembad (voor mannen en vrouwen) in het meer geopend. Het was een groot succes en bestaat nog steeds.

Poster rond 1930 Beeld: Museum Vitznau-Rigi

Weggis, Lido strandbad, tegenwoordig

Naast de vele toeristische attracties is er nog iets dat aandacht verdient in deze ecologische tijden. Greppen is (weer) een kastanjeparadijs met als hoogtepunt de jaarlijkse Chestene-Chilbi in oktober. Eeuwenlang waren kastanjes het belangrijkste voedsel in de regio.

Greppen, Kastanjeweg (Rigi-Chestene-Weg)

In het midden van de 20e eeuw raakte de kastanje echter in de vergetelheid. Er waren veel alternatieven en de kastanjecultuur was bijna geschiedenis. Rond 2 000 beleefde de tamme kastanje echter een opleving. Dankzij het milde klimaat gedijt de tamme kastanje uitstekend op de zonnige hellingen van de Rigi.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Greppen; Ferienregion Weggis-Vitznau; Museum Vitznau-Rigi)

Informatiepaviljoen Hohle Gasse

Küssnacht, Tellskapelle

Ruïne Gesslerburcht

De Hohle Gasse

Immensee, Mission Bethlehem

Vierwoudstedenmeer, cultuur, historie en natuur

Zwitserland is een land van honderden grotere en kleinere meren, bergmeren en stuwmeren. Een van de opmerkelijkste wat betreft vorm, historie, natuur en ligging is het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).

Dit meer is ontstaan uit het smeltwater van de Reussgletsjer. Deze gletsjer had in de laatste ijstijd een hoogte van 1 400 meter en een breedte van diverse kilometers. Deze gigantische ijsmassa begon 20 000-15 000 v. Chr. te smelten. Diverse andere meren in Centraal-Zwitserland zijn ook de kinderen van deze gletsjer. Ook het landschap is hierdoor gevormd. De Gletsjergarten in Luzern biedt een goed gedocumenteerd overzicht van deze ontwikkelingen.

Het Vierwoudstedenmeer heeft een grillige vorm en doorkruist vier kantons: Nidwalden, Luzern, Schwyz en Uri, vandaar de duidelijke Franse naam: Lac des Quatre Cantons. Met een beetje goede wil kunnen ook kanton Obwalden en de Alpachersee meegerekend worden.

Luzern

De Engelse naam luidt Lake Lucerne, wat ook niet helemaal misplaatst is, want het is het grootste aangrenzende kanton en stad.

Het meer is voor Zwitserland van groot historisch belang. De drie ‘oerkantons’ Uri, Schwyz en Unterwalden (later opgedeeld in Obwalden en Nidwalden) creëerden aan de oevers van het meer (ook wel de Urnersee genoemd) bij Brunnen de Eidgenossenschaft.

In de Morgartenbrief van 1315 gebruiken deze drie Orte voor het eerst de term Eidgenossen. Het verdere verloop is bekend. Dat het ook anders had kunnen gaan is niet relevant. Langs de oevers van het meer ligt ook het dorp Gersau, eeuwenlang een soevereine Republiek!

Richting Stansstad (Kanton Nidwalden)

De Pilatus (rechts)

De Bürgenstock

De Rigi

Richting Vitznau

Richting Vitznau met de grootste Zwitserse vlag

Vitznau

Het Vierwoudstedenmeer is ook een centrum van Europese (kunst) historie. De oevers bij de stad Luzern, de Rigi, de Pilatus of de Bürgenstock (een enclave van Luzern in kanton Nidwalden) waren vaste agendapunten of zelfs woonplaatsen van politieke, literaire en muzikale grootheden en andere kunstenaars. Richard Wagner, Sergej Rachmaninoff, Wolfgang von Goethe, Audrey Hepburn, Jimmy Carter, Sophia Loren of Konrad Adenauer zijn maar enkele  namen van een lange lijst.

De Astridkapel

Knokke 

Het meer heeft ook een zwart randje. In 1935 verongelukte Koningin Astrid (1905-1935) van België aan de oevers bij Küssnacht. Een kapel herinnert aan deze tragedie.

Kasteel Meggenhorn

Küssnacht

Villa Senar

Opname uit 1930. (beeld: Museum Vitznau-Rigi). Het schiereiland Hertenstein, op de achtergrond Küssnacht. Links in het midden de Villa Senar van Sergej Rachmaninoff, de Stella Matutina,en het slot-hotel Hertenstein.

Hertenstein tegenwoordig

Wie het meer rondvaart, met een roeiboot of met een van de vele (monumentale) schepen, ziet deze (kunst) historie en natuur aan zich voorbij trekken met op de achtergrond de Alpen.

De Luzern bij Weggis

De Uri op de Urnersee bij Brunnen

De hermitage van Luzern met aan de overkant het Richard Wagner Museum, het kasteel van Meggenhorn, de Astridkapel, het plaatsje Küssnacht en zijn Wilhelm Tell verhaal en kapel, Greppen en zijn kastanjecultuur, Hertenstein en zijn wonderbaarlijke historie, Weggis en zijn visionaire zwemplek in het meer, Vitznau en de eerste niet katholieke kerk in deze van oorsprong katholieke omgeving, de voormalige Republiek Gersau, Brunnen en zijn grandeur, de Axenstein en de Morschach (uitzichtspunten), de Tellkapel, Flüelen en de nabijgelegen Reussdelta en natuurpark, het dorp Bauen, langs kloven en steile rotsen, de legendarische Rütli en de Seelisberg, het dorp Beckenried, Buochs, Ennetbürgen, Stansstad (de hoofdstad van Nidwalden), langs de voet van de Pilatus bij Hergiswil en via het Richard Wagner Museum weer naar Luzern.

Brunnen, Urnsersee en de Kleine en Grosse Mythen. SBB Bahnhof Basel

De Seelisberg, Rütli en de Schiller-rots (Dem Saenger Tells. F. Schiller. Die Urkantone 1859)

Bauen

Tellkapel bij Sisikon

Een treffend contrast: de stedelijke omgeving van de stad Luzern en de prachtige  Reussdelta aan de andere kant van het meer in een ander kanton (Uri) met daartussen de dorpen en de natuur van de kantons Schwyz en Nidwalden. Deze omgeving is niet alleen te water de moeite waard: ook te voet met de vele goed aangegeven en onderhouden wandelpaden en in de lucht voor liefhebbers van  paragliden.

De Reussdelta 

(Bron en verdere informatie: Museum Vitznau-Rigi; www.myswitzerland.com; B. Schumacher, Kleine Geschichte der Stadt Luzern, Baden, 2015).

Küssnacht, Tellskapelle

Friedrich Schiller, Wilhelm Tell (1804).

Immensee, Missionsgesellschaft Bethlehem

Brunnen, Bundesbrief, Bundeskapelle, Weg der Schweiz en Auslandschweizer

Het Bundesbriefmuseum in Schwyz bewaart de ‘Morgartenbrief’ uit 1315. Dit document is onbetwistbaar authentiek en is een indirect bewijs voor de eerste overeenkomsten van de Eidgenossenschaft aan het einde van de dertiende eeuw.

Het is niet relevant of de eed (Eid) op de Rütli, de weide op de Seelisberg aan de  oevers van de Urnersee, 1291 heeft plaatsgevonden of dat Wilhelm Tell heeft bestaan, net zomin als Rome Romulus en Remus of Athene het bestaan van haar naamgeefster de godin Athena ter discussie stellen.

Bepaalde academische kringen in Zwitserland hebben echter kennelijk niets beters te doen dan jarenlang overheidsgeld te besteden aan het ridiculiseren van deze legende.

De Seelisberg en de Rütli en de Weg der Schweiz

Het verhaal van de legendarische Wilhelm Tell en de Rütlieed (Rütlischwur) passen in de context van verzet van Orte in Unterwalden (de huidige kantons Nidwalden en Obwalden), Uri en Schwyz tegen de landsheer Habsburg. De slag van Morgarten is ook een feit, evenals andere nederlagen van Habsburg in 1386-1388, 1415, 1460 en uiteindelijk 1499.

Brunnen aan de Urnersee (een zijarm van de Vierwaldstättersee) met de Kleine en Grosse Mythen. SBB Bahnhof Basel

Afbeelding: Hotel Weisses Rössli, de Kleine en de Grosse Mythen

Brunnen, de Kleine en de Grosse Mythen

Bovendien zijn de Kleine en de Grosse Mythen net zo’n granieten werkelijkheid als de Morgartenbrief en de Eidgenossenschaft van 1315. Dit document, opgesteld in de Duitse taal, spreekt voor het eerst van ‘Eidgenossen’.

De Morgartenbrief is ook een onbetwist document dat een eerder verbond van Unterwalden, Uri en Schwyz bevestigt en aan de nieuwe omstandigheden aanpast.  De ondertekening vond plaats in Brunnen (gemeente Ingenbohl, kanton Schwyz), dat is ook een feit.

Deze drie Orte (kantons is een term uit de zestiende eeuw) bestonden uit dorpen. Kennelijk waren het (militaire) prestige en de economische belangen van omringende steden zo groot, dat Luzern, Zürich, Bern, Freiburg en Zug zich aansloten bij deze ‘boerenpummels’.

De Urnersee vanaf Brunnen

Dit is uniek in Europa: Steden die zich bij dorpen aansloten! Er waren destijds veel verbonden van steden, bijvoorbeeld de Hanzebond in Noord-Europa, de Dekapolis in Elzas of de Schwabische Bond in Zuid-Duitsland. Geen van alle was een lang leven beschoren.

De Zwitserse Eidgenossenschaft was in de vijftiende eeuw echter een militaire supermacht, zoals ook het oppermachtige Hertogdom Bourgondië moest ervaren in 1476 en 1477 en de Franse Koning tot 1515. Het was echter geen politieke eenheid, maar een los verband van soevereine kantons.

De Eidgenossenschaft van acht kantons werd de Confederatie van dertien kantons in 1513, de Confederatie van negentien kantons in 1803, de Confederatie van tweeëntwintig kantons in 1815, de Confoederatio Helvetica van 25 kantons (inclusief zes half-kantons, deze term is per 1 januari 2000 vervallen) in 1848 en uiteindelijk de huidige Confederatie van zesentwintig soevereine kantons en republieken met het nieuwe kanton Jura in 1979.

Het dorp Brunnen, met de allure van een kleine stad, evenals veel andere dorpen in Zwitserland, vat deze historie samen. De Bundeskapelle symboliseert het (langzame) proces van statenbond tot bondsstaat Zwitserland.

Andere (religieuze) bezienswaardigheden in Brunnen-Ingenbohl zijn de Wendelinskapel (1633), de 14-Nothelfer-Kapelle (1576), de parochie kerk St. Leonard (1387), de Sust (1631), Klooster Ingenbohl (1856), de kapel van St. Laurentius en Theodul (1595) in Wylen, de houten brug (1555) over de Muota en de Alte Hafenanlagen (onder water goed te zien).

De Bundeskapelle (1635)

Bovendien betekent Brunnen niet alleen bron in het Duits, de bron van diverse beken en van de Confederatie. Brunnen is ook de locatie voor de Auslandschweizer. De Auslandschweizerplatz, aan de oevers van de Urnersee vlakbij de Rütli, is in 1991 ingewijd. Deze plaats verbeeldt de verbondenheid van de ongeveer 800 000 ‘Auslandschweizer met hun ‘Heimat’. Het is niet voor niets dat het woord en begrip ‘Heimwee’ afkomstig is uit Zwitserland!

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Ingenbohl)

 

Impressies van Brunnen

Brunnen doet eer aan zijn naam. Diverse waterbronnen doorkruisen het dorp. Hier de Dorfbach.

Seehotel Waldststätterhof (1870) ontving tot 1971 onder andere Koningin Wilhelmina, Winston Churchill, Koning Alfons XII van Spanje, Duitse keizers en leden van de familie Thurn und Taxis. Richard Wagner (1813-1883) noemde Brunnen zelfs zijn ‘Lieblingsort’.

Hotel Weisses Rössli. De beroemdste gast was Koning Ludwig II (1845-1886) van Beieren in 1865. Directe aanleiding was Friedrich Schiller (1759-1805) en diens werk Wilhelm Tell (1804). De koning wilde de Urschweiz en de Rüstli bezoeken, zo groot was het prestige van de jonge Confederatie (1848) met eeuwenwoude wortels.

Seekliniek Brunnen (1857), gebouwd op de fundamenten van het kasteel Löwenstein (12e eeuw).

De boulevard, rechts het Grand Palais, tegenwoordig appartementen

De Föhnhafen uit 1872, aangelegd om schepen onder te brengen bij een harde Föhn uit het Gotthardmassief. In de middeleeuwen was al een haven (Alte Hafen) bij de monding van de rivier Muota (Ruosaplerbach in kanton Uri). Ongeveer 575 palen zijn nog steeds te zien, de meerderheid stamt uit de 14e en 15e eeuw)

Roeien op de Vierwaldstättersee (BRC uit Bazel, 24 en 25 juni)

Vierwaldstättersee, de Pilatus en Hertenstein, 24 juni

Vertrek uit Brunnen 25 juni 

De delta van de Reuss en natuurpark aan de oevers van de Urnersee (Vierwaldstättersee) bij Flüelen

De Tellkapelle

Bruggenbouwer Regio Basiliensis

In de tweede eeuw n. Chr. bouwden de Romeinen en de Keltische inwoners van Augusta Raurica (het huidige Augst, kanton Basel-Landschaft) de eerste brug over de Rijn. Augusta Raurica was een in 44 v. Chr. door de Romeinen gestichte stad (Colonia).

Augusta Raurica en de eerste Rijnbrug, c. 240 n. Chr. Afbeelding: Museum Augusta Raurica

Duizend jaar later bouwden de inwoners van Bazel in 1226  hun eerste (houten) brug over de Rijn. Deze brug, de Mittlere Brücke, is in 1905 vervangen door de huidige brug.

Bazel, de Mittlere Brücke

De stad Rheinfelden (kanton Aargau) was tot 1802 een Habsburgse stad. Vanaf 1803 hoort het Zwitserse deel van de stad aan de linkeroever van de Rijn bij kanton Aargau. De brug over de Rijn verbindt al eeuwenlang het Duitse deel van Rheinfelden aan de rechterrijnoever (Baden-Württemberg) met het Zwitserse Rheinfelden.

Rheinfelden

De Dreiländerbrücke/ la Passerelle des Trois Pays verbindt sinds 2007 Frankrijk (Huninque) met Duitsland (Weil am Rhein), maar draagt de symbolische naam Drielandenbrug om de verbondenheid met Zwitserland te bevestigen.

De Dreiländerbrücke/ la Passerelle des Trois Pays

Zwitserland heeft al eeuwen andere (internationale en Europese) bruggen gebouwd.

Diverse monumenten en gebeurtenissen getuigen hiervan, bij voorbeeld in Neuchâtel, Trogen, Genève, Bazel, Brunnen (kanton Schwyz), Hertenstein (kanton Luzern) of de Universiteit van Zürich. De Zwitser Hector Hodler (1887-1920) richtte in 1908 in Genève zelfs de Wereldbond voor Esperanto op, de Universala Esperanto-Asocio (UEA), Édouard Desor (1811-1882) was in Neuchâtel de grondlegger van de internationale Organisatie voor Prehistorie, Antropologie en Archeologie in 1865, de huidige UISPP in Bern.

Bazel, SBB Bahnhof, het Straatsburg monument, geschenk van de burgers van Straatsburg vanwege steun van Bazel in de Pruisische-Franse oorlog 1870-1871

Bern, monument ter herdenking van de Wereldpostunie (1874)

Neuchâtel, (Hôtel des Postes) het oude mondiale hoofdkantoor van de Wereldpostunie

Brunnen, Seehotel Waldstätterhof

Genève, Verenigde Naties. Plakaat op de Auslandschweizerplatz Brunnen

Vierwoudstedenmeer. De “Europa”, naar aanleiding van de Hertensteinverklaring 1946

Regio Basiliensis

Een andere bruggenbouwer is de Zwitserse Vereniging (Verein) Regio Basiliensis. Deze organisatie is niet alleen een pionier en visionair op het gebied van Europese regionale samenwerking, maar heeft bovendien sinds de jaren zeventig vele projecten in de Bovenrijnregio gerealiseerd.

Regio Basiliensis telt bijna 400 leden (245 individuele leden, waaronder een afdeling voor de jeugd (Jugendforum) en 141 organisaties uit onderwijs, bedrijfsleven en overheid). Het regionale werkgebied omvat de vijf kantons Aargau, Solothurn, Jura, Basel-Stadt en Basel-Landschaft, de Südpfalz (Rheinlandpfalz) en Baden (Baden-Württemberg) in Duitsland en Elzas in Frankrijk).

De organisatie is opgericht in 1963 door vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, onderwijs, de politiek en civiele organisaties in de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft. Op 25 februari 1963 is de eerste werkgroep opgericht. Het eerste project was het creëren van een structuur voor regionale samenwerking. In 1970 volgde de oprichting van de Internationale Koordinationsstelle der Regio (IKS), de voorloper van de huidige Interkantonale Koordinationsstelle bei der Regio Basiliensis (IKRB).

Eric Jakob / Regio Basiliensis (Hg.), Martin Weber, Die Regio-Idee.
Grenzüberschreitende Zusammenarbeit in der Region Basel, (Basel, Merian Verlag 2013). 15 december 1989, Bondskanselier Helmuth Kohl, de Zwitserse Bondspresident Jean-Pascal Delamuraz en President François Mitterand.

Vanwege de competentie, inzet en visie van Regio Basiliensis volgde in 1970 de trinationale politieke structuur, de huidige Oberrheinkonferenz. De politieke erkenning op het hoogste nationale niveau volgde op 15 december 1989. Bondskanselier Helmuth Kohl, President François Mitterand en de Zwitserse Bondspresident Jean-Pascal Delamuraz bevestigden deze interregionale samenwerking. Daarna volgde in 1990 de erkenning in het kader van het Interreg Oberrhein programma van de Europese Unie.

Sindsdien zijn honderden kleine en grote regionale projecten gerealiseerd op het gebied van mobiliteit, industrie, handel, ruimtelijke planning, ‘s werelds grootste museum, toerisme, energie, verkeer, gezondheid, klimaat, milieu en natuur, arbeid, wetenschap, onderzoek en onderwijs, culturele en taalkundige projecten, informatiecentra, communicatie, kortom te veel om stuk voor stuk op te noemen.

Op 20 oktober aanstaande organiseert Regio Basiliensis de conferentie van de grensregionen in Zwitserland (Konferenz der Schweizer Grenzregionen). 

Doel en projecten

Wat ze gemeen hebben is het scheppen van een gemeenschappelijke leef-, werk-  en woonomgeving voor de ongeveer zes miljoen inwoners van de Bovenrijnregio. Deze trinationale samenwerking raakt ook steeds meer geïnstitutionaliseerd. De Trinationale Metropolregio Oberrhein (TMO)/ la Région Métropolitaine Trinationale (RMT) en de informatiecentra INFOBEST zijn enkele voorbeelden.

Projecten kunnen in deze regio worden ingediend bij de daartoe bevoegde instanties. De financiering is deels nationaal, kantonaal, regionaal, lokaal of EU. In het bijzonder Interreg is vermeldenswaard. Verdere details staan vermeld op de website van Regio Basilienis (IKRB) of het informatiecentrum van Interreg Oberrhein in Straatsburg.

De trinationale samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschap is in de huidige situatie van speciaal belang en zelfs een maning. Te noemen zijn onder andere de samenwerking van tientallen instituten op het gebied van het beroepsonderwijs, de Europese Campus Eucor (drie landen en vijf universiteiten in Bazel, Freiburg, Mühlhouse, Straatsburg en het Instituut  voor  Technologie in Karsruhe (KIT) en concrete projecten, bijvoorbeeld QUSTEC (Quantum Science and Technologies).

Europese Samenwerking

Des te betreurenswaardiger is de uitsluiting van Zwitserland van het EU-programma Horizon. ’s Werelds beste universiteiten, beste onderzoekers,  beste wetenschappelijke managers, beste fundamentele projecten (onder andere in St. Ursanne, Davos, Zürich, Lausanne, Genève, Neuchàtel en tal van andere plaatsen) worden door de EU om politieke redenen buitengesloten (de Börsenäquivalenz is een ander voorbeeld, nota bene een uitsluiting van ’s werelds meest innovatieve en competitieve industrie). Met andere woorden, de EU erkent de soevereiniteit van Zwitserland niet. Het uitsluiten van Horizon en de Börsenäquivalenz zijn strafmaatregelen.

Het open, Europese en internationale karakter zit Zwitserland echter in de genen, al eeuwenlang, maar met behoud van haar unieke directe democratie, federale, decentrale en op subsidiariteit gebaseerde politieke en administratieve (militie) systeem. Dat is geen nationalisme, maar gebaseerd op eeuwenlange Europese ervaring, goed vaderschap en democratisch en verantwoord beheer en bestuur.

Neutraliteit 

Enkele woorden van teleurstelling over de opstelling van de Zwitserse regering met betrekking tot de huidige oorlog in Europa mogen na deze lofzang echter niet ontbreken, hoewel Nederland en diens premier in het bijzonder wel de laatsten zijn met recht van spreken gezien de systematische sabotage van defensie en het negeren van NAVO-verplichtingen door de premier, het wanbeleid op de Balkan 1991-1999 en Nordstream na 2014 (ondanks MH 17 en annexaties).

Het neutrale Zwitserland heeft daarentegen een van de modernste legers van Europa en voldoet ook nog eens als niet NAVO-lid aan de NAVO-normen. Hoewel betreurenswaardig in dit geval, worden in Zwitserland politieke discussies nu eenmaal grondig, op een hoog niveau, principieel en met alle betrokkenen gevoerd.

Het feitelijke achterhaalde neutraliteitsstandpunt van de regering zijn ook in Zwitserland zeer omstreden. Het schaadt het land bovendien in economisch opzicht en in aanzien, het benadeelt haar ‘EU’ dossier en het is moralistisch niet te verdedigen.

Dr. Kathrin Amacker, voorzitter van Vereniging Regio Basiliensis, openingstoespraak 60 jaar Vereniging Regio Basiliensis, Muttenz, 19 juni 2023.

Conclusie  

Zwitserland heeft altijd klaargestaan om andere landen of regio’s te steunen. Zwitserland en een grote meerderheid van haar burgers zijn niet tegen de Europese Unie. Integendeel, de noodzaak en nut van deze organisatie zijn evident. Wat anders is kritische (zelf) reflectie. ‘Alternatiefloos’ bestaat niet in de Zwitserse politiek omdat de burgers en de ‘civil society’ uiteindelijk de besluiten nemen.

De onzekerheid van veel burgers in lidstaten van de EU verschilt niet wezenlijk, alleen ontbreekt de democratie à la Suisse. Misschien moet niet alleen Zwitserland over haar schaduw springen, maar moet de EU ook eens in de spiegel kijken en eindelijk hervormen, wat de belofte in 2004 al was (“geen uitbreiding van de EU met tien landen zonder fundamentele hervormingen”).

De Vereniging Regio Basiliensis heeft al 60 jaar geleden het initiatief genomen voor een op de praktijkgerichte benadering van Europese regionale samenwerking. Ook haar huidige ‘Trinationale Pendenzenliste’ , een uniek document met de belangrijkste wensen en zorgen van burgers, bedrijfsleven en wetenschap en onderwijs, getuigt van haar bottom-up benadering.

Mede door de goede samenwerking met de regio’s in Duitsland en Frankrijk vaart de Oberrheinregio er wel bij. Dagelijks reizen en werken bijvoorbeeld ongeveer 80 000 Franse en Duitse burgers alleen al naar deze vijf Zwitserse kantons. Tessin, Thurgau, Vaud, Genève en andere grensregio’s  blijven dan nog buiten beschouwing (maar liefst 350 000 EU-burgers reizen naar en werken dagelijks in het kleine Zwitserland!). Honderdduizenden expats vinden er werk en woningen.

Dit verhaal mag ook wel eens aan de orde komen in de relatie met de Europese Unie, nog afgezien van de lage inflatie, geen hoge schulden, geen noemenswaardige corruptie, een ijzersterke munt (de Zwitserse frank is sinds 2002 meer dan 60% in waarde gestegen ten opzichte van de euro, de eens keiharde Nederlandse gulden is dus net zo hard gedaald), het goede (beroeps) onderwijs, het uitmuntende openbaar vervoer en de ruimhartige en relatief goed georganiseerde opvang van immigranten/asielzoekers en de relatief goede integratie in de samenleving.

Misschien kan de EU overwegen met haar 27 lidstaten toe te treden tot de Confoederatio Helvetica met haar 26 soevereine kantons en republieken.

Muttenz, 19 juni 2023, 60 Jaar Vereniging Regio Basiliensis

De abdij van Saint-Maurice en de laus perennis

Saint-Maurice (kanton Valais) ligt in een vallei langs de oevers van de Rhône en wordt omringd door bergen. De Kelten hadden op deze plaats in de tweede en eerste eeuw v. Chr. een oppidum, een versterkte nederzetting.

De Romeinen vestigen er in eerste eeuw n. Chr. een militaire post en een administratief centrum (Agaunum). Vanwege deze aanwezigheid bouwden ze ook tempels, woonhuizen en andere gebouwen.

De soldaten van het Thebetaanse legioen en hun leider Maurits (Maurice) stierven aan het eind van de 3e eeuw, volgens de legende, op deze plek de marteldood. Zoals de naam al doet vermoeden, kwamen deze Romeinse soldaten uit het door Rome bezette Egypte. Deze Romeinse provincie kende in de eerste eeuw n. Chr. al veel volgers van dit nieuwe geloof. De Kopten zijn de getuigen van deze tweeduizend jaar oude religie.

Het Thebetaanse legioen bestond uit soldaten uit de omgeving van Thebe. Ze waren Christenen in de laatste periode van vervolging van deze nieuwe godsdienst. Keizer Diocletanus (244-311), keizer vanaf 284, was de laatste Romeinse heerser die Christenen actief vervolgde. De legionairs uit Thebe weigerden te offeren aan de keizer, omdat ze alleen God erkenden als heerser. Ze bekochten het, volgens de overlevering, met de dood.

De kerken die vanaf het einde van de 4e eeuw ter hunner ere zijn gebouwd, maakte deze stad tot een belangrijk religieus centrum.  Omstreeks 420 is de eerste kerk gebouwd, rond 480 een tweede kapel.

In 515 stichtte koning Sigismund van het (eerste) Koninkrijk van Bourgondië (443-534) de abdij, die nog steeds functioneert en een van de oudste nog bestaande abdijen van Europa is. Hij bouwde een basiliek waar het laus perennis, de eeuwige lofzang, voor het eerst in het Westen te horen was.

Deze basiliek is in 575 door de Longobarden geplunderd en aan het eind van de 6e eeuw uitgebreid. In de 7e eeuw werd het complex onder de Merovingers opnieuw vergroot. Een begraafplaats, nu zichtbaar in de catacomben, loopt langs de zuidelijke muur van de kerk.

Aan het einde van de 8e eeuw is onder het bewind van de Karolingers een nieuwe basiliek gebouwd. De zuilen uit de oudere kerken zijn deels hergebruikt. In de loop van haar vijftienhonderdjarige geschiedenis heeft de abdij van Saint-Maurice grote schenkingen ontvangen van andere abdijen, pausen, bisschoppen, vorsten, koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders.

De heilige Eucher, bisschop van Lyon, vermeldde, bijvoorbeeld, aan het begin van de zesde eeuw, gouden en zilveren geschenken “ter ere en ten dienste van de heiligen”.

Drie werken van uitzonderlijke kwaliteit herinneren aan de invloed van de Thebetaanse martelaren in de Merovingische en Karolingische periode: de vaas van sardonyx, bekend als de “vaas van St. Maurice “, de kist van Teudéric en de l’aiguière, de waterkruik, van “Karel de Grote” .

(Bron en verdere informatie: www.abbaye-stmaurice.ch)

De sprookjeswereld van Vallorbe

Ongeveer 150 miljoen jaar geleden bedekte een ondiepe zee de hele Jura-regio op de plaats waar zich momenteel de grotten van Vallorbe bevinden in het kanton Vaud.

De complexe geologische geschiedenis van de vorming van de grotten zou nog 120 miljoen jaar in beslag nemen.

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden trok de zee zich voorgoed terug uit de regio, toen Het Afrikaanse continent en het Europese continent op elkaar botsten en de bergketens van de Alpen en de Jura ontstonden. De rivier de Orbe heeft twee bronnen.

De Orbe supérieure ontstaat in Frankrijk in het meer van Les Rousses (lac des Rousses) en mondt uit in het meer van Joux (lac de Joux) en gaat vervolgens ondergronds bij Vallorbe. Daarnaast is er de parallelle ondergrondse Orbe, de Orbe inférieure, die op ongeveer tweehonderd meter diepte regenwater en gesmolten sneeuw als bron heeft.

De beide Orbes komen samen in de Grotten van Vallorbe en naar schatting bestaat daar twee-derde van het water uit de Orbe inférieure. De Orbe is echter niet de enige rivier die ondergronds stroomt.

In de grote en kleine Grotte aux Fées bevinden zich twee ondergrondse waterstromen, die een eigen bron hebben. Het grote onderwatermeer in de Grotten van Vallorbe is in feite het netwerk van de Orbe en andere bronnen. Onderwaterverlichting toont aan dat dit onderwatermeer bijzonder rustig en vrijwel stilstaand is.

Een enorme galerij strekt zich uit over meer dan 600 meter. Deze enorme ondergrondse kathedraal (La cathédrale souterraine) en haar Grote Zaal (la Grande Salle), met zijn imposante stalactieten en fistuleuses, kalksteen, en talrijke stalagmieten, is het middelpunt van de grotten.

De ondergrondse Orbe stroomt tussen enorme rotsblokken en heeft in miljoenen jaren de meest fraaie kunstwerken gecreëerd, galerijen met stalactieten, stalagmieten, pilaren, draperieën, colonnes en fistuleuses.

Een magische ondergrondse sprookjeswereld. De Trésor des Fées huisvest de mineralencollectie en toont de ondergrondse minerale rijkdom.

(Bron: G. Favre, Les Grottes de Vallorbe, Vallorbe; Les Grottes de Vallorbe).

En daar is ze weer!