Kanton Basel-Landschaft

Het kanton Basel-Landschaft (Baselbiet) is in 1833 ontstaan als een afsplitsing van het kanton Bazel, dat vanaf 1501 lid was van de Confederatie.

1501-1833

De stad Bazel was in 1501 de dominante politieke macht in het kanton. Het gebied daarbuiten was een Untertanengebiet dat door een landvoogd werd bestuurd.

De Franse inval in 1798 en de ontbinding van het prinsbisdom betekenden voor korte tijd het einde van de dominantie van de stad. De Helvetische Republiek (1798-1803) schafte alle kantons en hun privileges en Untertanengebiete af.

Door de Mediationsakte (1803) eindigde deze republiek en kreeg het kanton Bazel in de nieuwe Confederatie (1803-1813) zijn macht over Baselbiet weer terug.

Dit werd bevestigd in het Wiener Kongress (1814-1815). Bovendien werd het district Birseck aan Bazel toegevoegd. Dit district hoorde tot 1798 bij het prinsbisdom Bazel.

De klok was echter niet meer terug te draaien en het verzet tegen de dominantie en het ancien régime van Bazel groeide in de periode 1815-1830. Belastingen waren ook in dit geval de aanleiding voor het verzet tegen het bestuur van de stad en het kanton.

Dit leidde in 1831 tot een voorlopige regering van dorpen en gemeentes. Op 17 maart 1832 werd door 46 gemeenten het nieuwe kanton-Basel-Landschaft gesticht.

De stad intervenieerde met troepen, maar deze werden in augustus 1833 verslagen. Op 26 augustus 1833 stemde de Tagsatzung (de vertegenwoordiging van de kantons) in met de splitsing en het ontstaan van twee half-kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft met elk een zetel in de Ständerat in plaats van twee per kanton.

Diverse referenda en pogingen om tot een hereniging te komen hebben plaats gevonden. Tevergeefs, de laatste poging was in 2014.

Vlag

De heraldiek is de rode bisschopsstaf, maar dan in spiegelbeeld, naar rechts gedraaid.

(Bron: Die Geschichte der Schweiz, Basel, 2014).

St. Leonhardskirche in Bazel

In het centrum van Bazel toornt de van oorsprong Romaanse kerk St. Leonhard hoog boven de Barfüsserplatz uit.

De eerste bouw van de parochiekerk dateert van rond 1080. Daarnaast boden nabijgelegen gebouwen vanaf de twaalfde eeuw onderdak aan Augustijner monniken, zodat sprake was van een abdij (Stift).

In de daaropvolgende eeuwen zouden haar kerkklokken en die van de nabijgelegen parochiekerken St. Peter en St. Martin en natuurlijk de kathedraal (Münster) de stad vanaf het ochtendgloren tot  de avond het levensritme van de inwoners bepalen.

Van de oorspronkelijke Romaanse bouw is tegenwoordig alleen de crypte bewaard gebleven. De aardbeving van 18 oktober 1356 heeft de Romaanse kerk met de grond gelijk gemaakt (behalve de crypte) en de herbouw vond plaats in de Gotische stijl van dat moment.

Kort voor de reformatie vond in de jaren 1481-1521 de laatste grote renovatie plaats in de hoog gotische stijl. Al in 1525 vonden in de kerk protestante diensten plaats en werd de abdij aan de stad overgedragen, vier jaar voordat alle kloosters en abdijen door de protestante stad werden overgenomen.

Deze vroege overdracht is de reden, dat de kerk de beeldenstorm van 1529 bespaard is gebleven. De (heiligen) beelden en altaren waren al verwijderd en deels opgeslagen, waaronder een altaar van  Konrad Witz (1400-1446).

Opmerkelijk zijn ook de vensters uit het begin van de zestiende eeuw, die niet alleen de reformatie, maar ook de tand des tijds hebben doorstaan. De kerk is tegenwoordig in gebruik als de Franse gereformeerde kerk van Bazel (Église française réformée de Bâle).

(Bron: P. Habicht, Chr. Ph. Matt, St. Leonhard. Ein Rundgang durch Kirche und Geschichte, Bazel 2008).

Kanton en stad Luzern

Na en voor de Romeinse tijd (15 v. Chr-410 n. Chr.) was de omgeving van Luzern al bewoond door Keltische stammen. Deze romaniseerden in enkele generaties tot wat tegenwoordig de Gallo-Romeinse cultuur heet.

Na het vertrek van de Romeinen vestigden zich steeds meer Duitstalige Alemannen in dit gebied.  De stichting van het klooster monasterium luciara was het begin van de stad.

Monasterium luciara

Dit klooster speelde ten tijde van Koning Pepijn (714-768) een belangrijke economische rol. Rond 1200 was de kloosterplaats uitgegroeid tot een ommuurde middelgrote stad die met Bern, Freiburg, Bazel, Solothurn en Zürich kon wedijveren.

Als deel van het Heilige Roomse Rijk verwierf de stad onder de Habsburgse Koning Rudolf I (1218-1291) vergaande autonomie en privileges.

Habsburg

Het ging Luzern onder de Habsburgse heersers economisch voor de wind en de opening van de Gotthardpas rond 1230 speelde hierin een belangrijke rol.

Er ontstond een directe verbinding tussen de steden in de Italiaanse Povlakte en Lombardije en de Rijndelta. Luzern werd een knooppunt in de noord-zuid handel, bijvoorbeeld haring uit Holland, zout uit Tirol, zijde uit het Verre-Oosten, wijn uit Italië en vlees en kaas uit Luzern.

Eidgenossenschaft

In politiek opzicht werd Luzern geconfronteerd met de nabijgelegen tegen de Habsburgse heerschappij rebellerende kantons Uri, Unterwalden en Schwyz.

Luzern was aanvankelijk loyaal aan Habsburg, maar in 1332 sloot de stad zich aan bij de Eidgenossenschaft, zonder overigens formeel te breken met Habsburg.

Bovendien vormde de statenbond Konstanz een permanente militaire dreiging. Deze statenbond bestond uit enkele Zwitserse steden, waaronder Zürich, en 51 Swabische en Bovenrijnse steden en was gericht tegen de Habsburgse expansie.

Luzern profiteerde van de nederlaag van Habsburg in 1386 bij Sempach en kreeg steeds meer territorium. In 1415 was de stad feitelijk zelfstandig toen de Duits-Roomse Koning Sigismund (1368-1437)  “Reichsunmittelbarkeit”, verleende.

Op deze wijze kreeg de Duitse Koning de steun van Luzern tegen de Habsburger Frederik IV (1382-1439). Dit betekende tevens het einde van de relaties met Habsburg.

Hertog van Bourgondië

Het Verdrag tussen Habsburg en de Eidgenossenschaft in 1474, de zogenaamde ‘Ewige Richtung’ formaliseerde en normaliseerde deze betrekking weer.

De Hertog van Bourgondië vormde op dat moment de acute bedreiging voor de Eidgenossenschaft. Luzern vocht mee aan de kant van de Eidgenossen in de Bourgondische oorlogen (1474-1477).

 Katholiek

Luzern maakte in alle hevigheid de reformatie van de eerste helft en de Contrareformatie vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw mee.

Luzern bleef katholiek. De Jezuïeten, de Contrareformatie en de Barok traden na het Concilie van Trente (1545-1563) op de voorgrond. Luzern werd een conservatief katholiek bolwerk.

De stad was een republiek die werd bestuurd door een oligarchie van regenten. Van directe democratie was nog geen sprake. In de zeventiende en achttiende eeuw waren er vergeefse boeren opstanden en hervormingsbewegingen van (liberale) burgers.

1798-1848

Op 31 januari 1798 moesten de regenten echter buigen voor de Franse militaire dreiging en de door de Franse revolutie  geïnspireerde burgers. Een soort Bataafse revolutie, zoals Nederland die in 1795 had meegemaakt.

De Franse inval en centralisatie leidden van 1798 tot 1803 tot de eenheidsstaat Helvetische Republiek.

De kantons, ook Luzern, werden opgeheven, en in departementen en gemeentes opgedeeld, volgens het Franse model. De Franse centralisatiepolitiek stuitte echter op hevig verzet van kantons, steden en Orte die al eeuwenlang zelfbestuur en verkiezingen op lokaal niveau kenden.

Deze republiek werd in 1803 opgeheven en maakte plaats voor het model van de confederatie (1803-1813) met gelijkberechtigde kantons (de Mediationsakte). Na de Franse bezetting ontstond de Confederatie van 22 kantons in 1815.

De Sarnerbund en Sonderbundskrieg

De toetreding in 1815 van de Franstalige en protestantse kantons Neuchâtel en Genève ging niet van harte voor Luzern. Het nieuwe (tweetalige) kanton Wallis was grotendeels katholiek.

In de jaren 1832 verbonden de katholieke kantons zich in de Sarnerbond. De situatie escaleerde in 1845 toen Luzern, Uri, Schwyz Nidwalden, Obwalden, Freiburg, Wallis en Zug de zogenaamde Sonderbund sloten tegen de andere (protestante) kantons van de confederatie.

Het leidde tot de Sonderbundskrieg van 1847. Na enkele militaire schermutselingen delfde deze Bond echter het onderspit.

Ook de staatkundige opzet van het land speelde een rol: soevereine kantons of een federatie met bevoegdheden voor de centrale overheid. Het is de kiem voor de discussie die Zwitserland ook nu nog bezighoudt: de relatie federale overheid (Bund), kantons en gemeentes.

De grondwet van 1848 was het directe resultaat van deze laatste militaire confrontatie op Zwitsers grondgebied. Deze Grondwet is nog steeds de grondslag van het huidige Zwitserland.

(Bron: B. Schumacher, Kleine Geschichte der Stadt Luzern, Baden, 2015).

Kanton Solothurn

Solothurn (Soleure) kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de Kelten en de Romeinse tijd. De Keltische naam van de nederzetting was Salodurum (waterpoort), een naam de door de Romeinen is overgenomen.

1281-1798

Na de verkrijging van de status van vrije Rijksstad (freie Reichsstadt) in het Heilige Roomse Rijk in 1281 (na de laatste Hertog van Zähringen) verwierf de stad tot 1532 het grondgebied van het huidige kanton Solothurn.

Solothurn werd een volwaardig lid van de Confederatie in 1481 na een periode van allianties.

De grillige grenzen van het kanton wijzen op een ingewikkeld proces van vele eeuwen. Grondgebied werd betwist door (adellijke) families, (machtige) abdijen, andere steden (kantons) en andere mededingers.

De vele monumenten en gebouwen tonen de religieuze, militaire, politieke en commerciële ontwikkeling van de stad.

Solothurn is katholiek gebleven, waarvan onder andere de Jezuïetenkerk (1680-1689) en de zetel (sinds 1828) van het bisdom Bazel getuigen.

Een van de vele bijzondere historische gebouwen is de Zeitglockenturm uit 1545. De astronomische klok op de toren uit 1152 heeft drie functies. Het uurwerk geeft de dag- en nachturen aan, de stand van de zon en de maan en de ligging van de hemellichamen.

De toren, gebouwd door Hertog Konrad van Zähringen (1090-1152) was een onderdeel van de stadsmuur en de burcht.

De strategische functie van de stad, gelegen aan de rivier Aare, kwam ook tot uiting door de bouw van een nieuwe stadswal met elf bastions in de zeventiende eeuw. Tussen 1835 en 1860 is dit imposante bouwwerk echter bijna geheel afgebroken op de Riedholzturm en de Krummturm na.

De vele mooie straatjes en goed onderhouden (barokke) publieke en private gebouwen en monumenten geven een goed beeld van de grandeur en (handels) rijkdom van deze stad, die gedurende ruim tweehonderdenvijftig jaar (1530-1792) de Franse ambassade bij de Eidgenossenschaft herbergde.

1798-1848

Het kanton maakte achtereenvolgens deel uit van de Helvetische Republiek (1798-1803, en de Confederaties van 1803-1813, 1815-1848 en de de huidige confederatie. De stad wordt met reden de Barokstad van het land genoemd.

De vlag

De oorsprong van de vlag van het kanton is wellicht terug te voeren op de kleuren rood en wit die de martelaren Ursus ( de naamgever van de kathedraal) en Victor op hun kleding van het Romeinse legioen droegen.

Het kanton Graubünden

Het territorium van het huidige kanton Graubünden werd in de tijd voor en tijdens de Romeinse overheersing (15. V.Chr. – 410 n. Chr.) bewoond door de Raetiërs. De Reto-Romaanse taal en cultuur is voortgekomen uit deze geromaniseerde stammen.Raetiërs is een verzamelnaam voor vele stammen en afkomstig van Romeinse en Griekse auteurs.

Het kanton Graubünden is ontstaan uit het bondgenootschap van de drie bonden in de veertiende en vijftiende eeuw. Het gebied maakte toen formeel deel uit van het Heilige Roomse Rijk, maar handelde steeds onafhankelijker.

De taal in deze periode was in Graubünden hoofdzakelijk Reto-Romaans en door latere gebiedsuitbreidingen in het zuiden ook Italiaans. Gaandeweg werden de invloed van het Duits (Alemannisch) door Duitstalige immigranten uit het noorden en westen (de Walser) steeds groter.

In politiek opzicht was het gebied verdeeld in diverse soevereine staatjes, abdijen, kloosters, graafschappen en deels bezit van de graven van (Tirol) en later de Habsburgers.

De Landsgemeinde speelde een belangrijke rol in het steeds verder loskomen van de landsheer. Dit was in hoogste instantie de Duitse keizer en koning (meestal een Habsburger) met lokale heersers als zijn voogd. De bisschop van Chur was zo´n belangrijke voogd en tevens Rijksvorst.

In 1367 werd de Gotteshausbund opgericht. In 1395 volgde de Graue of Obere Bund en in 1426 de Zehngerichtebund.

Deze drie bonden gingen steeds nauwer samenwerken op het gebied van buitenlands-, justitieel- en economisch beleid. De bonden hadden onderling verdragen gesloten en in 1450 waren ze feitelijk een politieke eenheid.

Collectie: Rätisches Museum 

1524-1848

In 1524 besloten de drie bonden ook formeel staatkundig samen te gaan in de republiek Freistaat der drei Bünde.

Deze republiek had in deze tijd al nauwe contacten met de Eidgenossenschaft van dertien leden en de status van zugewandter Ort. Deze republiek bestond tot 1798.

In de eeuwen na 1524 waren de Reformatie, buitenlandse inmenging (onder andere gedurende de Bündner Wirren 1618-1639) en de staatkundige hervormingen van Napoleon (1798-1813) van beslissende invloed in de ontstaansgeschiedenis van het drietalige kanton Graubünden in 1803.

In 1803 wordt het nieuwe kanton lid van de Confederatie (1803-1813). Deze Confederatie was de opvolger van de Helvetische Republiek (1798-1803). Graubünden werd in 1815 lid van de nieuwe Confederatie.

Chur, RBB hoofdkantoor

De vlag

De naamgever is de Graue Bund van 1395, het vaandel van het kanton toont echter de heraldiek van de drie bonden.

(Bron: Historisches Lexikon der Schweiz, Kanton Graubünden, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007391/2018-01-11).

Het tweetalige kanton en de stad Freiburg

Freiburg (Fribourg) is in 1157 gesticht door hertog Berthold IV van Zähringen (1125-1186). De Hertog was Duitstalig, maar de stad vanaf het begin tweetalig.

1157-1536

Na de verovering van Franstalige gebieden in de vijftiende en zestiende eeuw werd Freiburg echter steeds meer Fribourg.

Freiburg associeerde zich 1481 met de 8 andere kantons van de Confederatie of Eidgenossenschaft als direct gevolg van de Bourgondische oorlogen in 1474-1477.

Ook  speelde de gespannen relatie tussen het Heilige Roomse Rijk onder leiding van de Habsburger Frederik III (1415-1493) en de Eidgenossen een rol. Aanleiding voor deze (nieuwe) onenigheid was de oprichting van de Swabische Liga van steden in het zuiden van Duitsland onder leiding van Habsburg.

Maximiliaan (1459-1519), de opvolger van Frederik, voerde een extra belasting in (formeel vielen de Zwitserse steden nog altijd onder het Heilige Roomse Rijk).

Pas in 1648 bij de Vrede van Westfalen zou de Eidgenossenschaft formeel vrijgesteld worden van belastingen en jurisdictie van de keizer. Daarnaast was Habsburg in conflict met de drie bonden in Graubünden (de Zehngerichtebund, Gotteshausbund, Obere of Graue Bund). Deze werden weer gesteund door de Eidgenossenschaft.

De Schwabenkrieg, Schweizerkrieg of Engadiner Krieg (afhankelijk van de nationaliteit van de geschiedschrijver) van 1499 was een nederlaag voor de keizer.

Freiburg, Bazel, Schaffhausen en Solothurn traden in 1501 tot de Eidgenossenschaft toe. Het aantal leden kwam daarmee op twaalf. In 1513 werd Appenzell het dertiende lid.

De grote gebiedsuitbreiding en prestige van Freiburg (en Bern) kwam echter decennia later. Na de nederlaag van de Eidgenossen tegen de Franse Koning in Italië (in 1515 bij Marignano, bij Milaan) werd in het Rathaus/Hotel de Ville van Freiburg op 29 november 1516 een vredesverdrag met Frankrijk gesloten.

Deze vrede (la Paix éternelle), de eeuwige vrede, der ewige Friede) zou tot de Franse invasie van 1798 standhouden.

1536-1798

De grote storm was echter de reformatie die na 1517 de Eidgenossenschaft en ook Freiburg en Bern verdeelde. Freiburg en Bern veroverden in 1536 het gebied van het huidige kanton Vaud op de Hertog van Savoie.

Freiburg bleef katholiek en daarmee ook de door haar bezette gebieden in Vaud. Bern werd Protestants en daarmee ook de door Bern bestuurde gebieden in Vaud.

De merkwaardige indeling van elkaar overlappende kantons, tweetaligheid en religieuze lappendeken vinden met name in deze eeuw hun oorsprong.

De verovering van Vaud was een gevolg van de steun van Bern voor het protestante Genève, dat door (katholieke) Savoie en Frankrijk werd bedreigd.

Freiburg, hoewel katholiek, sloot zich aan bij Bern, met name omdat een rijke buit in voor het oprapen lag. Het heeft Freiburg geen windeieren gelegd.

Freiburg zou een katholiek bastion worden, inclusief de aanwezigheid van Jezuïeten, maar het zou Bern blijven steunen.

1798-1848

Tot 1798 was Freiburg een (oligarchische) Republiek met katholiek geloof. Na de Franse tijd (1798-1813) zou de geschiedenis van het kanton in de Zwitserse Confederatie haar loop nemen.

(Source: H. Walter, Histoire de Fribourg, Une Ville-État pour l’éternité (XVIe-XVIIIe siècle), Tome 2, Neuchâtel 2002).

Enkele impressies van Stad en kanton

 

Romaans: de vierde ambtelijke taal

Studieboeken over de (Reto-) Romaanse taal zijn in een van de grootste boekhandels van Bazel te vinden onder “vreemde talen”.

Een groot bord tussen de perrons van het station van Chur verbiedt het oversteken van de sporen in vier talen: Duits, Frans, Italiaans en Engels.

Het Romaans ontbreekt in de voormalige hoofdstad van de Romaanse cultuur en taal en de huidige hoofdstad van het enige drietalige kanton (zie ook Swiss Spectator 12 oktober 2020, De Romaanse taal).

Het initiatief van de Lia Rumantscha ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Romansh als vierde officiële taal is dan ook geenszins overbodig.

Het Romaans is sinds 1938 een van de vier nationale talen van Zwitserland. Artikel 4 van de federale grondwet noemt de vier landstalen: Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans.

Op 10 maart 1996 stemde 76% van de bevolking voor een herziening van het artikel over talen in de federale grondwet. Door dit besluit kreeg het Romaans de status van ambtelijke  officiële taal van de Confederatie.

Het artikel over talen in artikel 70 van de federale grondwet bepaalt het volgende:

1. De officiële talen van de Confederatie zijn het Duits, het Frans en het Italiaans. In de omgang met personen die Romaanse spreken, is het Romaans ook een officiële taal van de Confederatie.

2. De kantons bepalen hun officiële talen. Teneinde de harmonie tussen de taalgemeenschappen te bewaren, eerbiedigen zij de traditionele taalkundige samenstelling van de gebieden en houden zij rekening met de traditionele taalminderheden.

3. De Confederatie en de kantons bevorderen het begrip en de uitwisseling tussen de taalgemeenschappen.

4. De Confederatie steunt de meertalige kantons bij de vervulling van hun taken op het gebied van talen.

5. De Confederatie steunt de maatregelen die de kantons Graubünden en Tessin nemen om het Romaans en het Italiaans te behouden en te bevorderen.

Sindsdien heeft de Confederatie inderdaad documenten van bijzonder belang in het Romaans vertaald. Als een burger zich in het Romaans tot de federale overheid richt, antwoordt de overheid in het Romaans.

Ter gelegenheid van dit 25-jarig jubileum dringt de Lia Rumantscha echter aan op een consequenter gebruik van het Romaans als ambtelijke taal op federaal niveau.

Meer in het bijzonder wil zij dat het Romaans in heel Zwitserland wordt gebruikt voor alle soorten bewegwijzering. Dit is het geval overal waar de andere (drie) officiële talen van Zwitserland ook worden gebruikt. In het Romaanse taalgebied moet het Romaans bij voorrang worden gebruikt voor informatie aan de bevolking, en dit op alle communicatiekanalen.

Als het Romaans niet in de nationale context wordt gebruikt, zal het uiteindelijk steeds meer in de vergetelheid raken, zo betoogt ze, niet geheel ten onrechte. Zwitserland is immers vier- of meertalig, maar niet drietalig.

In september 2020 heeft het Parlement het federale cultuurbudget voor de jaren 2021-2024 goedgekeurd. Voor het eerst wordt hiermee voorzien in de bevordering van het Romaans buiten zijn taalgebied in Graubünden, dat wil zeggen in heel Zwitserland.

Het Romaans maakt het echter ook niet makkelijk met zijn vijf idiomen. De officiële eenheidstaal Rumantsch Grischun is een goed initiatief, maar de invoering in de Romaanse regio’s zelf is deels mislukt (Swiss Spectator op 2 januari 2021, Het Zwitserse Esperanto Rumantsch Grischun en op 5 januari 2021, Rumantsch Grischun in het onderwijs).

Op federaal niveau is deze taal nog moeilijker in te voeren als ambtelijke werktaal.

(Bron en nadere informatie: www.liarumantscha.ch).

Kanton St. Gallen

St. Gallen en haar abdij danken hun naam aan de Ierse Monnik Gallus (550 c. 640). Op de plaats van zijn graf werd een kapelletje gebouwd, de voorloper van de beroemde abdij.

Grenzen

Het kanton heeft vele buren. Het omringt de kantons Appenzell Innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden, grenst in het oosten aan Voralberg (Oostenrijk) en Liechtenstein. De (oude) Rijn (Alte Rhein) is de grensrivier.

De Duitse bondsstaat Baden-Württemberg grenst in het noorden, waarbij de Rijn en de Bodensee de grens vormen. In het westen en zuiden grenzen de kantons Thurgau, Zürich, Schwyz, Glarus en Graubünden.

Deze grenzen wijzen al op een gecompliceerde onstaansgeschiedenis van dit kanton dat is ontstaan in de Confederatie van 1803 (Mediationsakte).

Rhaetiers, Romeinen, Franken, Alemannen, Viktoriden

Het gebied kende al een verschillende ontwikkeling na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw. Rhaetia was na vier eeuwen Romeins bestuur een Gallo-Romeinse samenleving geworden.

De Franken en Alemannen introduceerden hun Germaanse cultuur en taal (Alemannisch). In het zuidelijke deel bleef echter het (Gallo-)Romaans tot ver in de middeleeuwen de belangrijkste taal.

Het noordelijke deel viel onder het bisdom Konstanz (aartsbisdom Mainz vanaf 843). De Ostgothen (tot 536), de Alemannen en Franken heersten in deze streek. Het zuidelijke deel maakte deel uit van het bisdom Chur (tot 843 bisdom Milaan, vanaf 843 Mainz). De Viktoriden oefenden als bisschop van Chur en wereldlijke leiders de macht uit.

Abdij St. Gallen en abdij Pfäfers

De machtigste grondbezitters waren de abdij van St. Gallen en de abdij van Pfäfers.

De overval van de Hongaren (926) en de Saracenen (935) waren zwarte dagen in de historie van deze abdijen.

De Hertog van Swaben speelde tot het uitsterven van de dynastie (1268) een vooraanstaande rol naast de twee abdijen. De graven van Kyburg, Habsburg, Toggenburg, Montfort en Werdenberg, Rapperswil, Vaz en de Heren van Sax namen hun plaats in.

De abdij was nauw gelieerd aan Habsburg. De vele partijen en onafhankelijke staatjes in dit gebied en hun gecompliceerde relaties zijn mede de oorzaak van het ontbreken van een aaneengesloten gebied tot 1803.

De Rijksabdij was een van de grootste grondbezitters (onder controle van Habsburg). De burgers van St. Gallen organiseerden zich steeds meer en beter in de vijftiende eeuw. Rond 1415 was ook St. Gallen een vrije imperiale stad, los van de Rijksabdij.

Het stadsbestuur sloot daarna een verbond met Zürich, Bern, Luzern, Schwyz, Zug und Glarus.

De rol van de abdij was echter nog niet uitgespeeld en aan het einde van de vijftiende eeuw was ze nog steeds een van de grootste grondbezitters. In 1451 werden de Rijksabdij en de stad St. Gallen zugewandter Orte of geallieerden van de Eidgenossenschaft.

Twaalf autonome staatjes

In deze tijd bestond het gebied van het huidige kanton uit twaalf autonome staatjes: de Rijksabdijen St. Gallen en Pfäfers, de steden Rapperwil en St. Gallen, de Heerlijkheid Sax-Forsteg, en de Untertanengebiete Sargans, Werdenberg, het Rijndal, het graafschap Uznach, Gaster und Weesen en Gams.

In de reformatie bleven sommige gebieden katholiek, andere waaronder de stad St. Gallen, werden protestant.

1798-1848

De Helvetische Republiek (1798-1803) maakte een einde aan de politieke versnippering en voerde de Zwitserse eenheidsstaat in met een centraal bestuur. De Mediationsakte van 1803 introduceerde de nieuwe Confederatie met St. Gallen als nieuw kanton met acht districten. Dit kanton werd ook lid van de Confederaties van 1815 en 1848. De abdij werd in 1805 opgeheven.

Het bisdom St. Gallen is in 1847 opgericht. De abdij werd weer aan de Orde van Benedictijnen teruggegeven en is tegenwoordig Unesco-werelderfgoed. De bibliotheek herbergt een van de grootste en kostbaarste collecties (middeleeuwse) manuscripten.

De Vlag

De heraldiek stamt uit 1803. Ze toont een bijl omgeven en acht staven (waarvan er maar vijf te zien zijn) die door een lint bijeen worden gehouden.

Deze staven symboliseren de acht districten van het kanton. De bijl staat voor kracht. Het lint toont de verbondenheid van deze districten. De kleur groen gold als kleur van de vrijheid (was ook de kleur van de Franse revolutionairen in 1789).

Bron: Historisches Lexicon der Schweiz, Kanton St. Gallen, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007390/2017-05-11/

Kanton Thurgau

Het kanton Thurgau dankt zijn naam de rivier de Thur. Het kanton had in 1460 zijn huidige grondgebied bereikt.

Frauenfeld was toen ook al het bestuurlijke centrum (en bedevaartsoord in de Frauenkirche voor de in 1308 vermoorde Albrecht I van Habsburg).

De Romeinen, Merowinger en Karolinger

Het gebied viel na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw achtereenvolgens onder het Bourgondische koninkrijk, de Ostgoten en de Merowinger en Karolinger Franken. De Alemannische Hertogen hadden tot hun nederlaag tegen de Franken in 746 de feitelijke macht als vertegenwoordigers van de Frankische koningen.

De abdij St. Gallen verwierf in de negende eeuw veel grond in dit gebied. Na de Karolingers maakte Thurgau deel uit van het Heilige Roomse Rijk.

Kyburg en Habsburg

De graven van Dillingen-Kyburg en Kyburg waren tot 1264 de machthebbers. Door het uitsterven van deze dynastie verwierf Habsburg in 1264 het gebied. In de veertiende eeuw was Habsburg de onbetwiste machthebber.

Dit veranderde door de nederlagen van Habsburg tegen de Eidgenossen in 1315 (Morgarten), 1386 (Sempach) en 1388 (Näfels). De Eidgenossen kregen steeds meer invloed en beheersten in 1460 de hele Thurgau.

1460-1798

De Thurgau was een Untertanengebiet dat door de leden van de Eidgenossenschaft werd bestuurd. De Landvoogd was hun hoogste vertegenwoordiger. Dit was de situatie tot 1798.

De reformatie verliep in Thurgau langs de religieuze scheidslijnen van de kantons. Het katholicisme en het protestantisme waren toegestaan en het gemeenschappelijke gebruik van kerken in 27 gemeentes werd zelfs overeengekomen.

Er waren uiteraard wel spanningen en conflicten en kleine religieuze (burger) oorlogen in de zestiende (Kappeler oorlogen van 1529 en 1531) en de zeventiende en achtiende eeuw (Villmergen oorlogen van 1656 en 1712), maar ook in Thurgau wonnen de rede en het compromis het van de dogmatici. In 1712 werd dit formeel bekrachtigd door de Landsvrede en de godsdienstvrijheid (de Landsfrieden).

1798-1848

Van 1798 tot 1803 was Thurgau een district in de Helvetische Republiek (1798-1803). Het kanton Thurgau is ontstaan door de Mediationsakte van 1803 en daarna bevestigd in de nieuwe confederaties van 1815 en 1848.

De vlag

De heraldiek van het nieuwe kanton is in 1803 ontworpen. De twee leeuwen zijn geïnspireerd door de middeleeuwse heraldiek van de graven van Kyburg.

De kleur groen is gekozen als associatie met de vrijheid van en door de Franse revolutie en wit is de kleur van de onschuld. Dit komt overeen met de kleuren en motivatie van de heraldiek uit 1803 van het kanton Waadt.

Bron: Historisches lexikon der Schweiz, Kanton Thurgau, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007393/2017-05-22).

Kanton Aargau

Het kanton Aargau en diens hoofdstad Aarau ontlenen hun naam aan de rivier de Aare. Het gebied is sinds de Romeinse tijd een belangrijke verkeersader geweest vanwege drie grote rivieren: de Aare, de Reuss en de Limmat.

In de vlag van het kanton komt dit ook tot uitdrukking. Deze heraldiek is voor het nieuwe soevereine kanton in 1803 ontworpen. Voordat het zover was, heeft het gebied vele andere machthebbers gekend.

De Romeinse tijd

De wegen in Aargau leidden in de Romeinse tijd via Augst (Augusta Raurica) naar het noorden (Gallia, Belgica, Germania),  naar het oosten Zürich (Turicum) en  de passen in Graubünden (Raetia), naar het westen het driemeren gebied rond de provinciale Romeinse hoofdstad Avenches (Aventicum) en naar het zuiden de Grote St. Bernardpas (Summus Poeninus).

Nadat Julius Caesar de Keltische stammen van de Helveten en Rauracen had verslagen in 58 v. Chr. bij Bibracte (vlakbij Autun, departement Saône-et-Loire) stichtte hij de Romeinse stad (colonia) Augusta Raurica (Augst).

Aan het begin van de eerste eeuw vestigden de Romeinen de grote legerplaats Vindonissa (Windisch) voor zesduizend soldaten (een legioen). De Rijn was de grens (limes) met de Germanen.

De voorzieningen voor duizenden soldaten en de strategische ligging leidden tot het ontstaan van anders plaatsen, onder andere Baden (Aquae Helveticae), Lenzburg (Lentia ?, met de restanten van een Romeinse theater) en Bad Zurzach (Tenedo).

Vroege middeleeuwen

Windisch is in de zesde eeuw zelfs een bisschopsstad geweest. Waarschijnlijk vanwege de invallen van de Alemannen is de zetel naar Avenches en vervolgens in dezelfde eeuw naar Lausanne verplaatst.

Na de Frankische heerschappij (534-843) en een periode van het Bourgondische koninkrijk (888-919) was de Hertog van Swaben de machtigste speler. In deze tijd is ook de abdij Beromünster gesticht.

De graven van Lenzburg heersten in de elfde en de twaalfde eeuw. De dynastie van Habsburg, afkomstig uit de Elzas, bouwde rond 1030-1040 de Haviksburcht (Habichsburg) vlak bij Brugg. Het plaatsje Habsburg is vervolgens ontstaan.

Habsburg

Habsburg stichtte de abdij Muri in 1020-1030 (na de stichting van de kloosters Murbach en Ottmarsheim in de Elzas).

Nat het uitsterven van de geslachten van Lenzburg (1173) en hun opvolgens Kyburg (1264) was Habsburg de belangrijkste macht. De eeuw van Habsburg in Aarau begon, maar eindigde in 1415.

De Eidgenossen veroverden in 1415 Aarau (maar niet het Fricktal) op Habsburg met toestemming van de keizer van het Heilige Roomse Rijk en Duitse koning Sigismund I (1368-1437).

De aanleiding was de onenigheid over de benoeming van de Paus voor en tijdens het Concilie van Konstanz (1414-1418).

Aarau zou tot 1798 door de Eidgenossen als bezet gebied (Untertanengebiet) worden bestuurd.

De Reformatie van 1520-1530 projecteerde de religieuze tegenstellingen binnen de Eidgenossenchaft ook op Aarau.

De door protestante kantons bestuurde gebieden werden protestants, de door de katholieke kantons bestuurde gebieden bleven katholiek. In Aarau werkte het Zwitserse compromis ook en beide religies bestonden naast elkaar.

Het kanton Aarau is ontstaan door de Mediationsakte van 1803 en de nieuwe confederaties van 1815 en 1848.

De Vlag  

De heraldiek beeldt in het linker deel de drie rivieren uit op een zwarte ondergrond als symbool van vruchtbare landbouwgrond. De drie sterren aan de rechterland geven de drie grootste regio’s van het kanton aan: het Fricktal, Aargau en Baden. De kleur blauw symboliseert water.

Bron: Historisches Lexion der Schweiz, Kanton Aargau, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007392/2018-02-06.