Caspar Friedrich en de voorbode van de romantiek


Caspar Friedrich, Mondaufgang am Meer, 1822. Staatliche Museen zu Berlin, Nationalgalerie

De schilderijen van Caspar Friedrich (1774-1840) geven uitdrukking aan een nieuwe, romantische relatie tussen mens en natuur. Met zijn sfeervolle landschappen en zijn picturale uitvindingen herdefinieerde hij het genre van de landschapsschilderkunst op de drempel van het modernisme en gaf hij het nieuwe inhoudelijke dimensies.

Zijn uitmuntende artistieke positie, zijn vernieuwende kracht en zijn baanbrekende bijdrage aan de kunstgeschiedenis zijn onbetwist, maar over zijn werk wordt vandaag de dag nog steeds controversieel gediscussieerd.

Sommigen interpreteren het als religieuze symboliek, anderen als politieke boodschappen. Tegelijkertijd zijn het uitingen van emotionele gevoeligheden en sobere weergaven met een bijna wetenschappelijke precisie.

Tot heden is er relatief weinig aandacht besteed aan de vraag waar Friedrich inspiratie vond voor zijn werk, welke kunstenaars hij bewonderde en hoe zij zijn werk beïnvloedden.

In de tentoonstelling (Caspar David  Friedrich und die Vorboten der Romantik) worden de vroege vertegenwoordigers van het romantische landschap in relatie gebracht met de werken van Friedrich. Daartoe behoren Nederlandse landschapsschilders uit de Gouden Eeuw, maar ook meesters als Claude Lorrain (1600-1682) en kunstenaars uit de 18e eeuw.

In de precieze confrontatie met deze belangrijke artistieke voorlopers kan het werk van Friedrich opnieuw worden besproken en ontdekt.

Het Kunst Museum Winterthur bezit de belangrijkste groep werken over de Duitse romantiek buiten Duitsland en is de juiste instantie een dergelijke show te organiseren aan de vooravond van het 240e geboortejaar van deze kunstenaar.

Renoir en Monet aan de Grenouillère


(English) Pierre-Auguste Renoir, La Grenouillère, 1869 Öl auf Leinwand, 65 x 92 cm © Sammlung Oskar Reinhart «Am Römerholz» / P. Schälchli, Zürich

De tentoonstelling ‘ Im Bad der Farben – Renoir und Monet an der Grenouillère’ brengt voor het eerst twee iconische werken van het vroege impressionisme samen.

Twee jonge schilders – Pierre-Auguste Renoir en Claude Monet – brachten de zomer van 1869 naast elkaar door, net buiten Parijs. Ze waren allebei  ambitieus en wilden tableaus maken met levensechte taferelen.

Ze vonden deze taferelen in hun frequente bezoeken aan een plaatselijke badplaats genaamd La Grenouillère op het Île de Croissy aan een zijtak van de Seine. De twee kunstenaars maakten zes schilderijen van deze droomachtige zomerscène die een revolutie in de Europese kunstgeschiedenis teweeg zou brengen.

Renoirs Grenouillère uit de Oskar Reinhart Collectie ‘Am Römerholz’ en zijn zusterschilderij van Claude Monet uit de National Gallery in Londen zijn nu voor het eerst naast elkaar te zien.

Monets kleine individuele studie van twee boten uit de Kunsthalle Bremen maakt het ensemble compleet. De tentoonstelling bevat ook andere bruiklenen met bewegend water, geïnspireerd op de Grenouillère-schilderijen.

Reproducties van andere werken die in de Grenouillère zijn geschilderd en historische documenten worden aangevuld met hedendaagse opnames van de beroemde locatie.

De nacht op vijf continenten


Juan S. Hernandez, ontwerp voor vuurwerk Castillo, Octolán de Morelos, Oaxaca. Mexico, 1960. Sammlung Valetin Jaquet, ME 95

De nacht als onderwerp van een tentoonstelling, het Museum van Kulturen in Bazel heeft het aangedurfd en er een, hoe kan het ook anders, multicultureel verhaal van gemaakt. Aan de hand van kunst- en alledaagse voorwerpen uit vijf continenten leidt de tentoonstelling de bezoeker door de nacht.

De nacht van tegenwoordig is niet dezelfde als de nacht van twee eeuwen of nog langer geleden. Licht- of lawaaioverlast in de nacht zijn begrippen van de laatste eeuw.

Vroeger waren nachten vooral pikdonkere periodes tussen de avondschemering en het eerste ochtendgloren. Voor de opkomst van gas- en elektriciteit, moderne media en door fossiele grondstoffen voortbewogen vervoermiddelen bestonden een ander levensritme en een andere beleving van de nacht. De belangrijkste onderwerpen van de nacht in verschillende continenten worden in beeld gebracht.

In Nederland heeft de vleermuis vanwege  spouwmuren tegenwoordig een prominente plaats in de media.

Vleermuismasker, Burkina Faso, voor 1973. III 19733

Papoea Nieuw-Guinea, Windvaan met vleermuizen, Awar, 1930. Vb 9304

De tentoonstelling associeert de vleermuis echter in de eerste plaats met de nacht en zijn (negatieve) betekenis in vijf continenten. Er bestaan ongeveer 1 000 soorten in de wereld.  De kunst wijdde vele objecten aan de vleermuis, van Batman als verdediger van het goede tot de vleermuis als onheilsbrenger en ondier.

Vergrote gipsafdruk van een vleermuiskop. Naturhistorisches Museum Basel. 2023

De nacht had dan ook altijd iets onheilspellends. Heksen, demonen, spoken, duivels en andere fabelwezens kwamen in de nacht tot leven. Amuletten, avondgebeden en andere voorwerpen brachten bescherming.

De nacht is er niet alleen voor slaapliedjes, dromen en slapen, een natuurlijke noodzaak, maar ook voor slaapwandelen, piekeren, nachtmerries en slapeloosheid. Afgezien van moderne medicijnen, heeft ook dit onderwerp de mens vanouds beziggehouden.

De nacht is ook de tijd van nachtkleding en het bed in alle soorten en maten met speciale aandacht voor baby’s en kinderen. Het interieur van de slaapkamer, gordijnen, grondbedekkingen en verwarming is ook zeer gevarieerd. De menselijke creativiteit en aanpassing zijn ook hier bijna onuitputtelijk op alle continenten.

Selectie van bedden, hangmatten, matrassen, wiegen en amuletten

De steden en dorpen waren ’s nachts vroeger pikkedonker en vrijwel muisstil. Alleen vagebonden, koetsen, kerkklokken en nachtwachters deden van zich horen. Lantaarns en fakkels waren bij uitstek de verlichting. De nachtwachters en lantaarnaanstekers deden tot ver in de negentiende eeuw in alle Europese steden hun ronde en hadden hun vaste rituelen.

Een selectie uit de diversiteit aan lantaarns

De nacht was ook de tijd van (religieuze) feesten en gebeurtenissen. Fasnacht, volle maan,  Sinterklaas, vuurwerk of (spirituele) bijeenkomsten hadden vaak plaats of begonnen in het donker.

Steckenlaterne en twee hoofdlaternen Basler Mittwoch-Gesellschaft 1907. Kunstenaars Domo Löw en Freddy Prack/2007 en 2017. Private leen;  Twee Steckenlaternen en twee hoofdlaternen Fasnachtsgesellschaft Gundeli. Kunstenaar Matthias Weber, 1967, 2005 en 2020. Private leen; Laterne ’the Nightwatch’, kunstenaar Josef Koblic, Praag, 2021/ VI 72382.01-05

De ondergaande- en opkomende zon, de sterrenhemel, de maan en nachtelijke landschappen zijn ook op alle continenten op de meest onderscheiden wijze in de kunst verbeeld.

Het nachtleven was twee eeuwen terug vooral iets voor vagebonden of diners, soirees en andere feestelijke gebeurtenissen voor het welgestelde deel van de maatschappij. Tegenwoordig biedt een stad ’s nachts een ander (licht- en geluid) spektakel. Ook dit facet komt met moderne mediatechnieken op een originele wijze aan de orde.

De kijkdoos was in de negentiende eeuw een soort dia voor de komst van het bewegende beeld. Een bijzonder effect was het verduisteren van de licht, waardoor de kijkdoos de afbeelding in schemerlicht aangaf. Het was ook de periode van de panorama’s.

Kijkdoos Polyorama Panoptique, 1850, Frankrijk, met reproducties beelden (2023). Geschenk van Sophie Zahn-Sarasin 1950. VI 19090.00,01-03, 05-07,09-11

De Champs d ‘Élysées bij nacht en dag volgens de kijkdoos

De originele tentoonstelling geeft een indrukwekkend en vooral levendig beeld van de (artistieke) beleving van de nacht op de verschillende continenten. Het is geen makkelijk onderwerp om te presenteren, maar de veelzijdige benadering en de grote verscheidenheid aan (kunst) voorwerpen en het gebruik van moderne technieken geven een goede indruk van de beleving van een bij uitstek internationaal en multicultureel fenomeen: de nacht.

Chur had tot 31 december 1887 nog 12 Nachtwachters die bij het slaan van de klok de avondwacht (Abendwache, vanaf 19.00, sibni) en later de Morgenwacht in de stad aankondigden door gezongen versen. Er bestonden immers nog geen wekkers! Foto: TES

De Abendwache:

I träta jezz uf d’Abedwacht,

Gott geb üs allna a guati Nacht.

Und löschan all Füür und Liacht,

Dass üs dar liabi Gott whol b’hüat.

Sibni hätts g’schlaga, das tuan ieu kund,

Gott gäb üs allna a guati Stund

De Morgenwache:

Stönd uuf im Nama Jesu Christ,

Dar helli Tag vorhanda isch

Dar helli Tag üs nia verlaat,’

Gott gäb üs allna guata Tag.

A guatta Tag, a a glückseeligi Stund:

Das bitt’i Gott vo Herzansgrund

De Rijn in de loop der tijd


Poster Tentoonstelling 'Lebensader: Rhein im Wandel'

Gedurende drie jaar hebben 38 musea uit Frankrijk, Duitsland en Zwitserland in het Museum Netwerk Bovenrijn tentoonstellingen over de Rijn ontwikkeld.

Dit is het grootste Rijnproject sinds Johann Gottfried Tulla (1770-1828) en zijn Rijnregulering en -correcties. Het Museum am Lindenplatz toont de tentoonstelling “Lebensader. Rhein im Wandel” (Levensader. De Rijn in transitie), die het lokale en regionale belang van de Rijn onder de aandacht brengt.

Peter Birmann (1758-1844), Rijnlandschap bij de Isteiner Klotz, ongedateerd (19e eeuw). Kunstmuseum Basel

De Rijn bij Neuenburg (D), 2023

Ooit was de Rijn een  wijd vertakte rivier met zandbanken en rietbegroeiing. Industrialisatie, Rijnhavens en de ontwikkeling tot centrale verkeersweg hebben de rivier sinds de 19e eeuw ingrijpend veranderd.

Voor velen blijft de Rijn echter een romantische plek, zoals Rijnmotieven uit kunstcollecties laten zien. De Rijn is altijd een ambivalente habitat geweest: hij wordt bedreigd door de mens en wordt zelf als een bedreiging beschouwd.

Bescherming tegen overstromingen, bescherming van diersoorten, microplastics, vervuiling en klimaatverandering zijn de belangrijkste kwesties van de 21e eeuw. De tentoonstelling richt zich specifiek op problemen, uitdagingen en milieubeschermingsprojecten in Weil am Rhein en de regio.

Édouard Vuillard en de Japanse kunst


Utagawa Kunisada (Toyokuni III), Vrouw kapt zich voor de spiegel, 1800-1865. Museum Jenisch Vevey – Cabinet cantonal des estampes, Verzameling van de stad Vevey © Foto Musée Jenisch Vevey / Julien Gremaud

De Fondation laat het werk van Nabi-meester Édouard Vuillard (1868-1940) opnieuw zien, gezien door de lens van de Japanse kunst. Centraal staat het delicate landschap dat in de Hermitage wordt bewaard, La Maison de Roussel à La Montagne (1900). De tentoonstelling toont de invloed van Japanse kunst op het werk van Vuillard.

De kunstenaar was een groot verzamelaar van ukiyo-e prenten, waarin hij formaten vond die tot dan toe onbekend waren in Europa. Een honderdtal schilderijen en gravures van het dagelijkse leven en natuurscènes, gemaakt door Vuillard tussen de jaren 1890 en de Eerste Wereldoorlog, worden hier getoond in dialoog met een vijftigtal Japanse meesterwerken.

De grote tentoonstelling van Japanse kunst in 1890 in de École des Beaux-Arts in Parijs stimuleerde zijn interesse in Japanse esthetiek. Terwijl alle Nabi-schilders de Japanse kunst waardeerden, verzamelde Vuillard het grootste aantal prenten: hij verwierf er 180.

In 1890-1914 waren Vuillards schilderijen, tekeningen en litho’s doordrongen van verwijzingen naar Japanse kunst. Hij verrijkte zijn kunst door vrijelijk Japanse codes over te nemen, die hem geheel nieuwe formaten, gezichtspunten en asymmetrische composities boden.

De tentoonstelling wordt georganiseerd rond de verschillende genres waarin Vuillard werkte, gezien vanuit de Japanse esthetiek. Er is ook een groep schilderijen te zien van Vuillards Nabi-vrienden, waaronder Pierre Bonnard, Maurice Denis, Paul Élie Ranson en Félix Vallotton, die ook door de Japanse kunst werden beïnvloed.

Hedendaagse Mythen van de Arabische Golf


Zwitserland heeft niet alleen het grootste aantal musea per inwoner, maar had al in de zeventiende eeuw al een voor de bevolking toegankelijke collectie. Toen heette het overigens nog geen museum, een begrip dat stamt uit de negentiende eeuw.

Behalve meer dan duizend musea, veelal opgezet en (deels) gefinancierd door particulieren, en talloze galeries, bestaat er nog een tussenvorm. Een tentoonstellingsruimte die niet tot doel heeft kunst te verkopen (een galerie) en ook geen museum is, want er is geen vaste collectie en tentoongestelde stukken gaan weer naar de kunstenaars/eigenaars.

Een goed voorbeeld, maar lang niet de enige, is de Kulturstiftung Basel H. Geiger I KBH.G. Twee tot drie keer per jaar organiseert ze gratis toegankelijke tentoonstellingen in het Duits, Engels, Frans of een andere taal. Bovendien is de catalogus ook ‘zum mitnehmen’.  Daarnaast organiseert ze diverse bijeenkomsten in het kader van een tentoonstelling.

De tentoonstellingen zijn gericht op actuele vraagstukken op basis van kunst die de Kulturstiftung veelal zelf voor dit doel in opdracht heeft gegeven. Op de website van de Kulturstiftung is een overzicht te vinden.

Alaa Edris (1986), Al Kursi (de Stoel). In opdracht van de Kulturstiftung Basel H. Geiger I KBH.G.

Ook deze tentoonstelling (Evaporating Suns. Contemporary Myths from the Arabian Gulf) is weer een artistiek, logistiek en sociaal succes. De show is het resultaat van jarenlange voorbereiding en samenwerking van curatoren en kunstenaars uit het Arabisch Schiereiland en Bazel.

De titel is gebaseerd op een tegenstelling: ‘evaporating’ wil zeggen het proces van verdampen van een liquide vloeistof naar gas. Het is een verandering. De ‘Sun’ is een constante en het meest belangrijke element, zelfs de bron van het leven.

De tentoonstelling Evaporating Suns gaat over hedendaagse mythen uit de regio van het Arabische Schiereiland (Saoedie-Arabië, Jemen, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten, Oman en Koeweit) die worden gepresenteerd aan de hand van diverse kunstvoorwerpen. De relatie tussen mythes en werkelijkheid staat hierbij centraal.

Mythen weerspiegelen sociale functies en onthullen tijd en plaats. Ze spelen ook een belangrijke rol in het begrip van en voor sociale verandering. Mythen hebben een emotionele kracht in plaats van  objectieve informatie of feiten en spelen een grote rol in de samenleving.

De kunstenaars hebben de folklore en mythen van deze regio onderzocht. Ze openen nieuwe dimensies van de thema’s milieu, gender en machtsstructuren van de samenleving en confronteren het feitelijke met het mythische – als twee zijden van dezelfde medaille.

Het feitelijke wordt hier herkenbaar als de verharding van de mythe, een proces dat het mythische ontdoet van zijn magie en heiligheid: De werkelijkheid wordt zo een frame, het lost op en demystificeert.

Abdullah AlOthman, (1985), Legende des Zahwa. In opdracht van Kulturstiftung Basel H. Geiger I KBH.G.

Deze tentoonstelling presenteert het werk van kunstenaars die hun eigen universums creëren en de geschiedenis van hun samenlevingen herschrijven. Cynisme, satire, fictie en literatuur dienen om de (schijnbare) feiten, de (vermeende) waarheid en de daaruit te trekken consequenties onder ogen te zien.

De keuze voor het Arabische schiereiland vloeit voort uit de eeuwenlange contacten met Europa en toch zijn het werelden van verschil. Ook de snelle ontwikkeling in deze regio speelt een rol. Welke rol spelen feiten en mythen in deze regio en zijn er parallellen met Europa?

Beroemde bewoners van nationale museum Château de Prangins


(English) Affiche de l'exposition 'Galeries des portraits'', Foto/Photo: Musée national suisse Château de Prangins

François Marie Arouet, beter bekend als Voltaire (1694-1778), Jacques Necker (1732-1804), Charles-Jules Guiguer (1780-1840), William Beckford (1760-1844), Joseph Bonaparte (1768-1844), Katharine McCormick (1875-1967) en Bernie Cornfeld (1927-1995) behoren tot de bekende figuren die in Château de Prangins (kanton Vaud), een van de drie nationale musea van het land, hebben gewoond.

Andere bewoners van het kasteel waren de leden van de Moravische Broeders, een van de oudste protestantse organisaties, opgericht in 1457, lang voor Maarten Luther in 1517! Zij woonden tussen 1873 en 1920 in het kasteel. Ze waren een christelijke gemeenschap die oorspronkelijk uit Bohemen en Moravië (het huidige Tsjechië) kwam. Vanaf 1739 vestigden ze zich in Duitstalig Zwitserland om te ontsnappen aan de katholieke Habsburgse overheersing. In 1873 verhuisden ze naar Château de Prangins, waar ze tot 1920 bleven wonen. Hun geschiedenis is een van de fascinerende verhalen van de expositie.

In de grote hal op de eerste verdieping verschijnen deze voormalige bewoners opnieuw om bezoekers te verrassen en anekdotes te vertellen. Historisch gezien verbindt de galerij van een statig huis verschillende vleugels met elkaar en fungeert het als een overgang tussen verschillende ruimtes.

De tentoonstelling ‘Galérie des portraits’. Copyright: ©Musée national suisse

De galerij was vaak groot en werd een plek om de benen te strekken of rond te lopen als het slecht weer was. Omdat het een ruimte was waar iedereen doorheen moest, werd het vaak gebruikt om familieportretten op te hangen zodat iedereen ze kon bekijken. Deze voormalige functies worden gerespecteerd, maar op een hedendaagse manier gepresenteerd.

Deze permanente tentoonstelling (Galerie des portraits), die de bovengenoemde personen uit het verleden samenbrengt, heeft ook tot doel de ziel van het kasteel weer tot leven te brengen, gevormd door al diegenen die er leefden, schreven, droomden, weenden, studeerden of lief- of verdriet hadden.

In een interactieve presentatie leren bezoekers de levens en verhalen van deze persoonlijkheden in hun historische context kennen.

De tentoonstelling ‘Galérie des portraits’. Copyright: ©Musée national suisse

Keramiek uit Schaffhausen


Werbeteller "Ziegler'sche Thonwarenfabrik Schaffhausen", Steingut mit Schablonendekor, um 1900, Foto: Jürg Fausch

195 jaar geleden, in 1828, begon in Schaffhausen de (internationale) triomf van het keramiekbedrijf Ziegler. Decennialang waren huishoudens in Zwitserland en ver daarbuiten niet denkbaar zonder de hoogwaardige keramiek van deze aardewerkfabriek.

De tentoonstelling is gewijd aan de bedrijfs- en productgeschiedenis van de Ziegler aardewerkfabriek. Met een representatieve selectie van keramiek uit de eigen collectie en bruiklenen uit openbare en particuliere collecties, traceert de tentoonstelling het succesverhaal van Ziegler keramiek en vertelt een hoofdstuk uit de Zwitserse industriële geschiedenis. Filmdocumenten, foto’s en interviews met hedendaagse getuigen vullen de tentoonstelling aan.

Schaffhausen, Ziegler-Huis La Collina. De laatste eigenaar en directeur van de fabriek Werner Ziegler was van in Tessin vlakbij Locarno

Het verhaal

De geschiedenis van de keramiekproductie begon in 1828, toen Jakob Ziegler (1775-1863), een industrieel uit Winterthur, de steenfabriek van de stad aan de westkant van de wijk Mühlenen huurde.

De Fabriek bij Flurlingen

De Fabriek in Schaffhausen met de brug naar Flurlingen. Emanuel Labhardt (1810-1874) “Tonwarenfabrik Ziegler Pellis”, Aquarel, 1861, Depositum der Schweizerischen Eidgenossenschaft, Bundesamt für Kultur, Gottfried Keller-Stiftung, Bern

Maar de zakenman, industrieel, onderzoeker en pionier beperkte zich niet tot de productie van richtartikelen. Al snel introduceerde hij een breed scala aan keramische artikelen: Chemische vaten, bouwkeramiek, sanitair keramiek evenals kookgerei en gebruiksvoorwerpen. Zijn imitaties van het zwarte Engelse Wedgwood aardewerk (ook wel “black basalt ware” of “black earthenware” genoemd) zijn bijzonder indrukwekkend en waren beroemd tot in het Verenigd Koninkrijk.

Vormen en kleuren

Naast de verschillende aspecten van de geschiedenis van het bedrijf staat de keramiek centraal in de tentoonstelling. Het tentoongestelde aardewerk is een waardevolle getuige van artistieke en modieuze veranderingen. Ze weerspiegelen ook de tijdgeest en getuigen van de sociale, economische en esthetische tendensen van hun tijd.

In de tentoonstelling bieden verschillende thematische onderdelen een diepgaand inzicht in de ontwikkeling van de meest uiteenlopende keramische producten van de begintijd tot de jaren 1970 en tonen de veranderingen in het spectrum van motieven, vormen en kleuren.

Een uiterst zeldzame catalogus uit de periode tussen 1915 en 1926 documenteert op indrukwekkende wijze hoe groot het aanbod aan vormen en decoraties van vazen, schalen, wandborden en cachepots toen was.

De tentoonstelling is ook gewijd aan de ontwikkeling van innovatieve producten en aan fabricagetechnieken en arbeidsprocessen. Om haar producten te promoten nam de Ziegler aardewerkfabriek deel aan nationale en internationale beurzen en verkoopbeurzen, waar zij ook verschillende prijzen won.

Londen, 1851. De eerste wereldtentoonstelling in deze stad: “The general arrangement of the architectural ornament is in the best taste of the later Gothic style”.  

Wenen, 1873

Samenwerking met kunstenaars

De Ziegler aardewerkfabriek had al vroeg eigen fabrieksontwerpers in dienst, maar cultiveerde ook een uitwisseling met kunstenaars. De artistieke samenwerking met de beeldhouwer Johann Jakob Oechslin (1802-1873), die in 1838 begon en meer dan 25 jaar duurde, en het tijdperk van de “Kunstafdeling” onder Gustav Spörri (1902-1976) tussen 1949 en 1964 staan hierbij centraal.

Johann Jakob Oechslin, Medaillon met Portretbuste van Ziegler, 1846, Museum zu Allerheiligen, Foto: Jürg Fausch

Fries van het natuurhistorisch museum

Oechslin creëerde werken in terracotta. Hij ontwierp medaillons, portretbustes en beelden van beroemde persoonlijkheden. Ook de oprichter van de fabriek, Jakob Ziegler, liet zich door hem in klei vereeuwigen. Zijn belangrijkste terracottawerk maakte Oechslin waarschijnlijk in 1846 met de figuurfries voor het natuurhistorisch museum aan de Augustinergasse in Bazel.

Spörri-Keramiek in het Ziegler-Haus

Spörri-Keramiek in het Ziegler-Haus


Gustav Spörri (1902-1976), vaas, 1959, Museum zu Allerheiligen, Foto: Ruedi Habegger

In 1949 nam de bedrijfsleiding de keramist Gustav Spörri in dienst als hoofd van een nieuwe kunstafdeling. Hij ontwierp vormen en decoraties die naar zijn modellen werden gereproduceerd, maar ook talloze individuele en boetiekstukken die tegenwoordig nog gretig aftrek vinden en begeerde verzamelobjecten zijn. Spörri was een van de belangrijkste Zwitserse keramisten van de tweede helft van de 20e eeuw.

Hoewel de productie in 1973 werd stopgezet, zijn de fabriek en haar aardewerk nog alom aanwezig. Dit blijkt ook uit verschillende interviews met hedendaagse getuigen die hun herinneringen doorgeven. Audiovisuele media en historische foto’s documenteren verder het dagelijks leven in de fabriek.

Schilderatelier van de keramiekfabriek Ziegler, ca. 1928, Stadsarchief Schaffhausen

Koffieservice, 1870-1910, Museum zu Allerheiligen, Foto: Jürg Fausch


Vaas met motief uit Delft. 1919-1928, Museum zu Allerheiligen, Foto Jürg Fausch

Produktiecatalogus “Zielger’sche Thonwarenfabrik A.G. Schaffhausen”, Drukwerk, aquarellen, tussen 1915 en 1926, Museum zu Allerheiligen, Foto: Jürg Fausch

Ziegler-Keramiek. Private collectie

Hans Conrad Hitz (1798-1866), Jakob Ziegler-Pellis, 1837. Museum zu Allerheiligen Schaffhausen, Depositum van de Sturzenegger-Stiftung

Nederlandse portretten uit de Gouden Eeuw


Jacob Backer, Jongen met bijl. Kunst Museum Winterthur, Reinhart am Stadtgarten.

De Nederlandse kunsttheoreticus en schilder Samuel van Hoogstraten (1627-1687) beschreef het menselijk gezicht in zijn boek  ‘Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst’ (1678) als een “spiegel van de geest”.

Ook in de schilderkunst spelen gezichten een belangrijke rol. Zo weerspiegelen de gezichten die in de 17e eeuw in de Nederlanden in individuele portretten werden geschilderd op indrukwekkende wijze vele facetten van de menselijke fysionomie.

Net zoals ze de realiteit van het leven van een afgebeelde persoonlijkheid individueel proberen weer te geven, kunnen ze in combinatie de geschiedenis van een samenleving weergeven.

Het menselijk gelaat werd een thema in de Nederlandse barokschilderkunst, los van de representatieve taak van de portretkunst. Als kenmerkende karakterkoppen met uitgesproken gelaatstrekken werd een nieuw type figuurschildering gevestigd: de tronie, wat hoofd, gezicht of mien betekende.

Oude en jonge mensen in gewone kleren of extravagante kostuums tot aan de zelfrepresentatie van een kunstenaar waren de favoriete onderwerpen, zonder dat de geportretteerden vastzaten aan een bepaalde rol en identiteit.

Tronies dienden kunstenaars als studiehoofden, maar werden ook gemaakt als zelfstandige picturale creaties voor de kunstmarkt. In tegenstelling tot de statusportretten, die als opdrachtwerken de status en rang van de modellen ensceneerden, tonen tronies het spectrum van de menselijke expressie.

Hun nabijheid tot de werkelijkheid en directheid hebben een bijna tijdloze geldigheid, waardoor de deugdzaam geschilderde gezichten ook nu nog aansprekend en actueel zijn.

In de tentoonstelling (Geschichten in Geschichtern. Porträt und Tronie in der niederländischen Kunst)) wordt voor het eerst het onlangs verworven portret van Jacob Backer (1608-1651) van een jongen met een bijl (1645) getoond.

Daaromheen zijn schilderijen gegroepeerd van kunstenaars als Ferdinand Bol, Samuel van Hoogstraten en Jan Lievens, die in complexe samenhang worden gepresenteerd met een uitgelezen selectie historische, genre- en zelfportretten van Rembrandt.

Geïllumineerde handschriften van Zwitserland


Affiche van de tentoonstelling: Trésors enluminés de Suisse

Het werk van middeleeuwse kalligrafen en verluchters, die teksten uit de oudheid of uit hun eigen tijd kopieerden, illustreerden en bewaarden, of het nu ging om wetenschap, kerkelijk recht, muziek of geschiedenis, maakte de overdracht mogelijk van kennis, wijsheid en informatie die ons anders zou zijn ontgaan.

Maar de vruchten van het werk van deze ambachtslieden gaan veel verder dan alleen de inhoud van de documenten waaraan zij werkten. Deze nauwgezette en precieze illustraties, gemaakt met pen of penseel, met kleuren op basis van natuurlijke pigmenten of bladgoud, zijn ware schatten en kunst van onuitsprekelijke schoonheid.

De Martin Bodmer Stichting (Fondation Martin Bodmer) brengt, in samenwerking met de Abdijbibliotheek van St. Gallen, hulde aan deze kunstenaars, beeldvirtuozen en bewaarders van een onvervangbaar klassiek erfgoed waarvan de digitalisering in zekere zin de opvolger is.

De prachtige expositie ‘Geïllumineerde handschriften van Zwitserland’ (Trésors enluminés de Suisse) toont een selectie van de indrukwekkendste verluchte handschriften uit de collectie van de Fondation en van vijftien Zwitserse bibliotheken.