De karikaturist Patrick Chappatte


Foto: Musée des Beaux-Arts, Le Locle © Chappatte, NYT website 08.01.2015, www.chappatte.com

De kranten beleefden goede tijden vanaf het begin van de negentiende eeuw. Weekbladen en andere tijdschriften maakten daarna in de 20e eeuw een gouden eeuw door. De opkomst van radio en televisie waren een uitdaging voor deze media. Tegenwoordig is het internet een serieuze concurrent. Politieke cartoons zijn altijd een integraal onderdeel geweest van deze pers. De karikatuur speelt vanaf het begin van de gedrukte media een prominente en belangrijke rol en is altijd een populair politiek instrument geweest. Ook de karikatuur staat echter onder druk en de Zwitserse karikaturist Patrick Chappatte (1967) uit zijn zorgen hierover ook publiekelijk. De tentoonstelling gaat in op deze discussie en plaatst werken van Chappatte in het middelpunt.

Paul Éluard en Joan Miró


Foto: Fondation Jan Michalski, Montricher. À toute épreuve, maquette. Fundació Joan Miró, Barcelone © Successió Miró / 2020, Pro Litteris, Zurich / Editions Gallimard. Graphisme : Karen Ichters.

De dichter Paul Éluard (1895-1952), de uitgever Gérald Cramer (1916-1991) en de kunstenaar Joan Miró (1893-1983) produceerden in 1958 een van de mooiste kunstenaarsboeken van de 20e eeuw. Éluard schreef de gedichten tussen 1929 en 1930. Deze teksten werden in 1930 door Éditions surréalistes in Parijs gepubliceerd, maar pas in 1947 werd het project geboren om de gedichten als kunstenaarsboek met illustraties van Joan Miró uit te geven.

Miró kwam op het idee om van de publicatie een polychrome sculptuur als boek te maken. Hij maakte 233 houtsneden, die werden gesneden, “gebeeldhouwd” en in kleur gedrukt. Met de gedichten vormen ze een reeks panorama’s van woorden en beelden. Het boek verscheen in 1958 in een oplage van slechts 130 exemplaren en werd voor het eerst getoond bij Galerie Berggruen in Parijs. In samenwerking met de Fundació Joan Miró vertelt de Fondation het verhaal van en achter deze bijzondere publicatie aan de hand van correspondentie, foto’s, houtsneden en de zes bewaarde mock-ups van het boek. In vier exemplaren van de originele uitgave kunnen de pagina’s worden bekeken.

Made in Meissen


Foto: Musée Ariana, Genève.

Duizend jaar na China wordt aan het begin van de achttiende eeuw in Meissen (Duitsland) het eerste voorwerp van porselein gemaakt. Het Chinese porselein werd meteen een prestige object voor de heersers en de aristocratie. De Duitse vorst van Saksen en Koning van Polen August de Sterke (1670-1733), de alchemist Johann Friedrich Böttger (1682-1719), de decorateur Johann Gregorius Höroldt (1696-1775) en de modelbouwer Johann Joachim Kändler (1706-1775) zijn de hoofdrolspelers in het onmiddellijke succes van de Meissenfabriek. De acht Zwitserse privé en museumcollecties van de tentoonstelling tonen de geschiedenis van het Meissner porselein vanaf het begin en in al haar verscheidenheid. De meeste verzamelaars hebben zich gericht op specifieke thema’s die in Meissen de afgelopen driehonderd jaar zijn ontstaan.

Drie eeuwen horloge industrie


Foto: Musée des Mascarons, Môtiers

De permanente tentoonstelling van het museum presenteert het rijke verleden van de horloge-industrie in Val-de-Travers, een Juradal in het kanton Neuchâtel. De vele tentoongestelde voorwerpen getuigen van het agrarische leven van voor 1730. Vanaf 1730 lieten de inwoners hun landbouwactiviteiten geleidelijk aan varen om zich te richten op de horloge-industrie, een industriële roeping die drie eeuwen zou duren. De export, reizen en ondernemingen van de horlogemakers naar en in Amerika, Frankrijk, Engeland en China en van de mechanisering van de horloge-industrie in de vallei komen ook uitvoerig aan de orde.

 

Felix Maria Diogg


Felix Maria Diogg, Felix Columban Diogg, zoon van de schilder, 1815, Foto en collectie Stadtmuseum Rapperswil.

Felix Maria Diogg (1762-1834) was de belangrijkste portrettist  in het classicisme in Zwitserland. De kunstenaar portretteerde de burgerlijke elite van een land dat een radicale verandering ondergaat. De tentoonstelling gaat dieper in op de biografie van de kunstenaar en belicht zijn werk aan de hand van portretten uit de collectie van het Stadsmuseum en een aantal bruiklenen.

 

 

7 000 jaar Heelkunde


Romeinse Glazen fles voor badolie (Zug-Loreto), oorschelp en zalf spatel (Cham-Hagendorn), 2-3e eeuw n.Chr.Foto: Museum für Urgeschichte(n) Zug, Res Eichenberger.

De tentoonstelling toont ziekten en hun genezing in de prehistorie. Medicijnen en behandelingsmethoden van tegenwoordig waren onbekend, maar de mensen wisten zich te behelpen. Dankzij nauwgezette observatie kenden ze de genezende eigenschappen van planten en gaven ze hun kennis door van generatie op generatie. Ze waren zelfs in staat om succesvol operaties uit te voeren. Aan de hand van geselecteerde archeologische objecten uit Centraal-Zwitserland, volkswijsheden en antieke schriftelijke bronnen toont de tentoonstelling ziektes en hun remedies. Het gebruik van medicinale planten van het neolithicum tot aan de moderne tijd wordt ook belicht. De tentoonstelling is tweetalig (Duits en Engels).

Teruko Yokoi


De tentoonstelling volgt Teruko Yokoi (1924) van Tokio naar New York en via Parijs naar Bern en toont een vijftigtal werken uit de periode tussen haar reis naar de VS in 1954 en het einde van de jaren zestig. In 1962 vestigde ze zich in Bern en in 1964 vond de veelgeprezen tentoonstelling van haar werk plaats in de Kunsthalle Basel.  De werken van deze jaren weerspiegelen de debatten over de moderne naoorlogse schilderkunst en de scheiding tussen het oosten en het westen.

Het toerisme


Het toerisme biedt een goed inzicht in de menselijke emoties, mobiliteit en sociaal gedrag. De tentoonstelling gaat in op deze aspecten van het toerisme in de periode 2000-2025. De volgende thema’s komen aan de orde:  moralisme en esthetiek,  strand, de mentale en fysieke gezondheid, het eten, de reactie van autochtone inwoners op het  aantal (grote) toeristen  in steden, de beleving van de natuur, backpackers, de fascinatie voor het onbekende, om vervolgens weer nieuwe plannen te maken.

De Lichtstad


Affiche tentoonstelling Paris en Fête. Photo: Musée d’art, Pully

De tentoonstelling (Paris en Fête) toont kunstwerken die verschillende aspecten van het (nacht)leven presenteren die de Franse hoofdstad tussen de jaren 1890 en 1950 wereldberoemd maakten. De werken illustreren verschillende thema’s: de wereld van de cabarets, de mode, de vrije tijd en de literatuur. Er worden onder andere werken getoond van Henri de Toulouse-Lautrec, Félix Vallotton, Marc Chagall, Henri Matisse, Raoul Dufy en Kees van Dongen. Kees van Dongen is zelfs vertegenwoordigd met zijn serie illustraties voor de herdruk van A la Recherche du temps perdu van Marcel Proust (Gallimard 1947). Raoul Dufy (vertegenwoordigd door veertig van zijn werken) is de kunstenaar van het meest indrukwekkende kunstwerk op de tentoonstelling door een lithografische reproductie van de Elektriciteitsfee (la Fée Electricité). Hij maakte deze muurschildering (nu ondergebracht in het Musée d’art moderne de la Ville de Paris) om het elektriciteits- en lichtpaviljoen op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1937 te decoreren. Dit monumentale werk toont de grootste wetenschappers uit de geschiedenis, verzameld aan weerszijden van de Goden van de Olympus en het Pantheon van de Grieks-Romeinse Oudheid, wiens boodschapper de Elektriciteitsfee is.

Water


Water is een essentieel element voor de planeet en haar flora en fauna, ook voor de mensheid. Maar wat weten we eigenlijk over water? De tentoonstelling (Eau. L’expo). is onderverdeeld in drie thema’s: water en leven, water en mensen en water en de maatschappij. Daarnaast is er een apart onderdeel over water in de Jura en Zwitserland. De tentoonstelling presenteert water vanaf zijn kosmische oorsprong, zijn ontwikkeling op aarde, zijn alomtegenwoordigheid, zijn vele verschijningsvormen, zijn onmisbare rol in de evolutie van het leven en de noodzaak om deze levensbron duurzaam in stand te houden