Zwitserse Grondwet 175 jaar


Zwitserland heeft sinds 1848 een democratische grondwet, destijds de enige natie in Europa met een liberale grondwet. Tussen februari en april 1848 werd in slechts 51 dagen onderhandeld over de eerste federale grondwet van het land.

Na de stemmingen in de Tagsatzung (nationale vertegenwoordiging van de kantons) en de referenda in de kantons trad de Grondwet op 12 september 1848 in werking. De Nationale Raad (Nationalrat) en de Raad van Staten (Ständerat), samen de Volksvertegenwoordiging, en de eerste regering (Bundesrat) werden gekozen.

De statenbond van soevereine kantons werd een bondsstaat van soevereine kantons. Zwitserland werd een democratisch republikeins eiland te midden van aristocratische heerschappijen en monarchieën.

Federale grondwet van de Zwitserse Confederatie, Bern, 12.9.1848. Facsimile in de tentoonstelling, het origineel bevindt zich in het Federaal Archief in Bern.

In de herfst van 1847 was Zwitserland nog een losse republiek met een korte  burgeroorlog. Wat volgde was geen wonder, maar het resultaat van pragmatisme, realisme, compromisbereidheid en eeuwen van democratische ontwikkeling en federale samenwerking en conflictoplossing.

Bettina Eichin.  De menschenrechten, 1998 – 2000. In brons gegoten de  Amerikaanse Virginia Bill of Rights van 1776, de Franse Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen van 1789 en de door Olympe de Gouges (1748-1793) geschreven Déclaration des Droits de la Femme et de la Citoyenne van 1791, die vrouwen en mannen gelijkstelt. © Schweizerisches Landesmuseum. Schweizerische Eidgenossenschaft, Bundesamt für Kultur.  Schweizerische Eidgenossenschaft, Bundesamt für Kultur

Ook de internationale oriëntatie was belangrijk: de Verklaring van de Rechten van de Mens van de Franse Revolutie (1789) en de Amerikaanse Grondwet (1786). Bovendien was heel Europa in 1848 in beroering en waren de interventionistische monarchieën van Pruisen en Oostenrijk met zichzelf bezig.

Tegelijkertijd was de federale grondwet voortdurend in ontwikkeling bij de burgers en de kantons, de soevereine oprichters van het land en de Grondwet. Maatschappelijke veranderingen en politieke conflicten leidden tot verschillende grondwetsherzieningen. Was de federale staat in 1848 nog een representatieve democratie, met de invoering van het facultatief referendum in 1874 en het initiatiefrecht in 1891 werd het een directe democratie. In 1971 kregen vrouwen ook volledige burgerrechten.

Sinds 1974 heeft ook de ratificatie van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens een aanzienlijke invloed gehad op de Zwitserse rechtspraak. Meer recente grondrechten, zoals de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of het recht op een eerlijk proces, zijn met de totale herziening van 1999 in de federale grondwet opgenomen.

De tentoonstelling “Zum Geburtstag viel Recht. 175 Jahre Bundesverfassung” neemt de bezoeker in het Frans, Duits, Engels, Italiaans en Romaans mee op een reis door 175 jaar federale grondwet, met de nadruk op grondrechten en burgerrechten.

In vier interactieve delen kunnen bezoekers de weg naar het burgerschap, de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of het recht op een eerlijk proces verkennen. De federale grondwet is meer dan een document: ze maakt deel uit van het dagelijkse leven.

De tentoonstelling begint met de bronzen sculptuur “Menschenrechte” van Bettina Eichin en de animatiefilm “Constituzia” over de tijd vóór 1848, gevolgd door de oprichtingsperiode 1848-1891, de grondrechten in het heden en de hedendaagse geschiedenis 1971-1999.

Bron(Landesmuseum Zürich en de Publikatie 175 Jahre Bundesverfassung. Zum Geburtstag viel Recht, ook beschikbaar in het Italiaans, Romaans en Frans (Landesmuseum Zürich, Sandstein Verlag, 2023).

PS: zie ook de Landsgemeinde en de recente tentoontstelling in het Nidwalder Museum: Ja, Nein, Weiss nicht. Musterdemokratie Schweiz ?

Nationaal feest na 1848. Collectie Landesmuseum Zürich

De tuiniers Napoleon III en Nicolaas II Esterházy


Park Arenenberg. Napoleon Museum. Foto: Museum Thurgau

Het Napoleon Museum Arenenberg en het (museum) eiland Mainau GmbH organiseren met andere partners in 2023 het tentoonstellingsproject Grüne Fürsten am Bodensee (Groene vorsten aan het meer van Konstanz (Bodensee).

Centraal staan persoonlijkheden die de geschiedenis van tuinen in Europa mede vorm hebben gegeven door de door hen aangelegde parken en landbouwinnovaties: prins Nicolaas II Esterházy (1765-1833) op het eiland Mainau in het meer van Konstanz en keizer Napoleon III (1808-1873) op de Arenenberg (kanton Thurgau) aan het meer van Konstanz en in Parijs.

Tentoonstellingen in het Natuurmuseum Thurgau, het Archeologiemuseum Thurgau en het Museum Ittingen tonen nog meer aspecten van de vormgeving en het gebruik van het landschap in deze periode van de 19e eeuw.

De aanleiding voor de tentoonstelling is de 150e sterfdag de Franse keizer Napoleon III, die opgroeide aan het Bodenmeer, en de 190e sterfdag van vorst Nicolaas Esterházy.

De tentoonstellingen op de Arenenberg en het eiland Mainau zijn gewijd aan deze  “groene” vorsten en hun botanische belangstelling en creaties en het (vroege) besef van het belang van deze groene oases als openbare recreatiegebieden en de functie van tuinen als plaatsen van agrarische innovatie.

Franz Xavier Winterhalter (1805-1873), Keizer Napoleon III, 1855. Collectie: Arenenberg, Napoleon Museum.

Napoleon III

Op de Arenenberg staan de door Louis Napoleon en later door keizer Napoleon III in Parijs aangelegde parken centraal. Als  de kleine prins Louis Napoleon kreeg hij de passie voor alles wat groen was met de paplepel ingegoten.

Zijn grootmoeder keizerin Josephine de Beauharnais (1763-1814) had met de aanleg van haar park rond het kasteel Malmaison bij Parijs, met zijn beroemde kassen, plantencollecties en kweeksuccessen, in heel Europa normen gesteld en het tuinieren salonfahig gemaakt.

In zijn ballingschap aan het meer van Konstanz in de Arenenberg was de prins ook geïnspireerd door de interesse van zijn moeder Hortense de Beauharnais (1783-1837). Samen ontwikkelden zij een landschapspark rond het kasteel Arenenberg.

Martin Knoller (1725-1804), Nikolaus II. Esterházy, 1793. Collectie: Fürst Esterházy Privatstiftung Eistenstadt.

Nicolaas II Esterházy

Het is weinig bekend dat Nicolaas II Esterházy in 1827 het eiland Mainau van de deelstaat Baden kocht en het park, dat voordien symmetrisch in barokstijl was aangelegd, omvormde tot een moderne Engelse landschapstuin met een netwerk van paden.

Tussen de aristocratische tuiniers aan het meer van Konstanz ontstond al snel een levendige uitwisseling. Ze bezochten elkaar en presenteerden de voortgang van hun projecten, ze wisselden botanische ervaringen en planten uit. Ook een bloeiende scene van schrijvers, kunstenaars, onderzoekers en sociale vernieuwers werd aangetrokken door de levenshouding van de groene prinsen.

Afbeelding: Napoleon Museum Arenenberg.

Katharina Grosse. Studio Paintings 1988-2022


Katharina Grosse Ohne Titel, 2001 Acryl auf Leinwand 250 x 170 cm Foto: Olaf Bergmann © 2023, ProLitteris, Zurich

Het Kunstmuseum Bern toont een tentoonstelling over Katharina Grosse. De groot formaat en kleurrijke schilderijen van eind jaren tachtig tot heden maken duidelijk welke belangrijke rol werken op doek spelen in het oeuvre van de kunstenares.

Kleur staat centraal. Ze experimenteert met de fysieke aanwezigheid ervan, de zintuiglijke en politieke mogelijkheden en het vermogen om beweging te verbeelden. De selectie van 42 schilderijen op doek varieert van haar vroegste werken van eind jaren tachtig tot haar meer recente werken.

De tentoonstelling is georganiseerd door het Mildred Lane Kemper Art Museum (Washington University in St. Louis, VS) in samenwerking met het Kunstmuseum Bern.

Biel en de Röstigraben


Biel/Bienne (kanton Bern) is de enige stad in Zwitserland die in de ware zin des woords tweetalig is. De weg naar tweetaligheid is lang: van de romanisering en het Gallo-Romeins van de van oorsprong Keltische streek en de wisselende overheersing van de Duitse of Franse taal.

Auteur: Marco Zanoli, Wikipedia

Franstalige en Duitse culturen vermengen zich hier. Het wordt beschouwd als de tweetalige stad bij uitstek van Zwitserland. Maar de weg naar tweetaligheid was lang: van de romanisering en de Gallo-Romeinse cultuur van het oorspronkelijk Keltische gebied en de overheersing van de Duitse taal tot 1950.

De Kelten, Romeinen en Alemannen en Seeland

Het taallandschap van de regio Seeland en Biel (kanton Bern) is gevormd door de inlijving van het huidige Mittelland in het Romeinse Rijk rond 15-13 v. Chr. Als onderdeel van de nieuwe Gallo-Romeinse cultuur sprak de plaatselijke bevolking al snel ook (vulgair) Latijn. In de loop der tijd ontwikkelden zich Romaanse dialecten, waaruit verschillende dialecten van het huidige Franstalige deel van Zwitserland ontstonden, het patois.

De verspreiding van de Duitse taal door de Alemannen, die zich vanaf het einde van de 6e eeuw in het Mittelland vestigden, was bepalend. De Romaanse dialecten werden teruggedrongen en het Alemannisch bereikte de Aare aan het einde van de 8e eeuw.

Tussen de 9e en de 13e eeuw werd eerst de regio ten zuiden van het Bielersee en later ook die aan de noordelijke oever overwegend Duitstalig. Er was geen duidelijke taalgrens. De huidige Frans-Duitse taalgrens in het Drie Merengebied is uiteindelijk in de 18e eeuw geconsolideerd.

Johann Rudolf Weiss (1846-1939), Biel, 1919. Collectie: Neues Museum Biel

Biel

Meer dan 700 jaar lang was Duits de enige officiële taal in Biel, maar de elite van Biel onderhield nauwe banden met Franstalige gebieden en al in de middeleeuwen was Frans te horen in huizen, ambachtswerkplaatsen en het stadhuis. Biel werd al vroeg een laboratorium van tweetaligheid.

Neues Museum Biel

De Horlogeindustrie

In de 19e eeuw leidde de bloei van de horloge-industrie tot een enorme immigratie uit de Franstalige Jura. Dit verandert het taallandschap van Biel fundamenteel. Arbeidsimmigratie is altijd een van de belangrijkste redenen voor taalverandering. Wat Biel uniek maakt, is de politieke wil om het Frans op te waarderen, en in 1950 wordt het Frans een gelijkwaardige tweede officiële taal en wordt Biel officieel tweetalig.

Pas in 1950 heeft Biel gekozen voor de formele status van tweetaligheid. Duits en Frans zijn echter niet de enige talen die in Biel worden gesproken. Naast meer dan 50 andere talen schept ook leefruimte identiteit. Gebouwen, parken, pleinen en ontmoetingsplaatsen creëren vertrouwdheid en een thuisgevoel voor de inwoners van de stad.

De tentoonstelling “Biel en de Röstigraben” onderzoekt de vraag hoe de verschillende culturen in de stad samenleven, waar ze elkaar ontmoeten en hoe ze communiceren. Het laat zien dat de eeuwenoude meertaligheid altijd aandacht eist om wederzijds begrip te vinden.

(Bron en verdere informatie: Neues Museum Biel/Nouveau Musée Bienne).

Het meer van Neuchâtel en de Areuse-kloof


Noé Cotter, 2020. Foto: TES

De tentoonstelling Errances dans les méandres du temps (Zwerftochten in de meanders van de tijd) neemt ons mee naar plaatsen die fotograaf Noé Cotter (geboren in 1993) al sinds zijn jeugd kent. Zijn ontdekkingstocht voert ons van de diepten van het meer van Neuchâtel tot de grotten van de Areuse-kloof  (Areuse-Gorge) in het kanton Neuchâtel.

De 28 tentoongestelde foto’s zijn gemaakt in 2020. Ze nodigen uit om vertrouwde en toch onbekende landschappen te ontdekken. Natuurlijke elementen – water, rotsen en vegetatie – spelen een centrale rol, terwijl de plaats van de mens dubbelzinnig is.

Dat laatste wordt gesuggereerd door materiële resten, de restanten van paaldorpwoningen, schepen en hedendaagse voorwerpen die door een lang verblijf op de bodem van het meer zijn omgevormd tot archeologische resten.

De toekomst van de tuin


Piet Oudolf, Oudolf Garten Vitra Campus, Weil am Rhein, 2020 © Vitra, Foto: Dejan Jovanovic

Tuinen zijn spiegels van identiteiten, dromen en visies, ze hebben diepe culturele wortels en zijn een uitdrukking van onze relatie met de natuur. Tegenwoordig is de tuin veel meer dan een romantische idylle.

Tuinen zijn tegenwoordig plekken van de avant-garde en dienen als experimenteerterrein voor sociale rechtvaardigheid, biodiversiteit en een duurzame toekomst.

Met “Garden Futures” presenteert het Vitra Design Museum een grote tentoonstelling over de geschiedenis en de toekomst van de tuin. Welke ideeën en opvattingen vormen het huidige tuinideaal? Welke bijdrage leveren tuinen aan een leefbare toekomst?

De tentoonstelling onderzoekt deze vragen aan de hand van een groot aantal voorbeelden uit de designwereld, de alledaagse cultuur en de landschapsarchitectuur – van ligstoelen tot verticale stadsboerderijen, van hedendaagse gemeenschapstuinen tot vergroende gebouwen en de tuinen van ontwerpers en kunstenaars.

De tentoonstelling is ontworpen door het bekende Italiaanse bureau Formafantasma.

Johann Heinrich Füssli


Johann Heinrich Füssli, La Débutante, 1807. Tate, presented by Lady Holroyd in accordance with the wishes of the late Sir Charles Holroyd, 1919, Foto © Tate

Van 24 februari tot 21 mei 2023 toont het Kunsthaus Zürich de Zwitserse kunstenaar Johann Heinrich Füssli (1741-1825) als tekenaar. Füssli was een van de meest eigenzinnige, originele en controversiële Europese kunstenaars van de achttiende eeuw.

Het nadrukkelijk individualistische karakter van zijn kunst verdeelde gedurende zijn hele carrière de publieke opinie.

Waar men geïdealiseerde lichamen zou verwachten in de gracieuze poses en verhoudingen van antieke standbeelden, treffen we in plaats daarvan vrouwen aan wier lichaam wordt bepaald door stijve lijfjes, taillebanden, gerimpelde mouwen en puntschoenen, en wier hoofd wordt bekroond door kapsels van de meest complexe en bizarre soort.

Zijn vrouwenfiguren nemen een nadrukkelijk uitdagende houding aan. Zelfverzekerd keren de vrouwen de blikken van de toeschouwers terug of negeren ze die. In de regel presenteert Füssli zijn vrouwen als alleenstaande figuren die bijna afstandelijk overkomen. In groepsverband kunnen hun activiteiten mysterieus overkomen.

De tentoonstelling (Füssli. Fashion – Fetish – Fantasie) en de catalogus onderzoeken de diversiteit van vrouwelijke kapsels en het nieuwe beeld van de krachtige vrouwelijke figuur, evenals de invloed van het libertaire milieu op de creatieve verbeelding van de kunstenaar.

De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met The Courtauld, Londen.

Picasso Célébration 1973–2023


Pablo Picasso, Tetê d’homme, 1972. Anthax Collectie Marx. Permanente leen Fondation Beyeler © Succession Picasso/2022, ProLitteris, Zurich

In het kader van de internationale evenementen rond de vijftigste sterfdag van Pablo Picasso (1881-1973) presenteert de Fondation Beyeler een selectie van late schilderijen van Picasso die handelen over het beeld van de kunstenaar en zijn model.

Een vijftigtal tentoonstellingen en evenementen in culturele instellingen in Europa en Noord-Amerika maakt de balans op van de kennis over en begrip van het werk van Picasso.

Deze werken, gemaakt in het laatste decennium van Picasso’s carrière, onthullen de productiviteit van de kunstenaar aan het einde van zijn leven. Picasso hield zich in deze periode bezig met het (zelf)beeld van de kunstenaar en zijn creativiteit, maar ook met het beeld van het vrouwelijk lichaam. Dit roept ook vragen op over de representatie van vrouwen in de kunst in de context van vandaag.

Picasso Célébration 1973-2023 is een initiatief van het Musée national Picasso-Paris en Bernard Picasso, kleinzoon van de kunstenaar en voorzitter van de FABA en het Picasso-museum in Málaga.

Joan Miró, Paul Klee en een nieuw begin


Femme devant le soleil I, 1974, der Fundació Joan Miró, Barcelona. Foto: Jaume Blassi ©Successió Miró, 2022. ProLitteris 2022, Zürich

Joan Miró (1893-1983) staat bekend om zijn kleurrijke surrealistische droomwerelden. De Catalaanse kunstenaar breidde zijn concept van schilderen na 1956 echter uit in een tot dan toe onbekende richting. Dit nieuwe begin vormt het uitgangspunt voor de tentoonstelling (Joan Miró: Neue Horizonte).

De kunstenaar zag de conventionele schildersezel en kwast als een beperking en probeerde nieuwe expressieve vormen te vinden. Hij ‘schilderde’ bijvoorbeeld met vuur en een schaar in plaats van een penseel en breidde zijn techniek uit naar textiel of overschilderde klassieke schilderijen. Zo produceerde hij grote ruwe schilderijen en sculpturen.

De tentoonstelling omvat 74 werken, voornamelijk uit de late jaren zestig, de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig. De meeste zijn afkomstig uit het bezit van de Fundació Joan Miró in Barcelona en de Fundació Pilar i Joan Miró op Mallorca.

De kunstenaar Paul Klee (1879-1940) en Joan Miró waardeerden elkaars werk en artistieke concepten zeer. De ontmoeting met het werk van Paul Klee maakte een blijvende indruk op Joan Miró en vice versa. Dankzij de studie van Klee’s werk slaagde Miró er ook in een evenwicht te vinden tussen figuratief surrealisme en abstractie.

De tentoonstelling kwam tot stand in nauwe samenwerking met de Fundació Joan Miró in Barcelona.

Léon Spilliaert en de Noordzee


Nature morte aux coquillages, 1927, Aquarelle en gouache op papier Canson Montgolfier, Parcticuliere Collectie. Foto Renaud Schrobiltgen, Brussel

In de eerste helft van 2023 wijdt de Fondation de l’Hermitage een retrospectieve aan een van de belangrijkste Belgische kunstenaars aan het begin van de 20e eeuw: Léon Spilliaert (1881-1946).

Hij combineerde tekentechnieken en sloot aan bij het symbolisme en expressionisme. In zijn meest radicale, extreem vereenvoudigde landschappen lijkt hij een voorbode te zijn van geometrische abstractie en minimalisme.

Tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werkte hij voornamelijk met gewassen inkt, aquarel, pastel en kleurpotlood en creëerde hij sobere landschappen die aan abstractie grenzen. De weinige figuren die deze kuststroken bevolken zijn meestal vrouwen.

Na 1920 gebruikte hij aquarel en gouache om zeegezichten te creëren, waarvan sommige neigen naar abstractie. In de jaren dertig en veertig keerde hij terug naar een thema uit zijn jeugd: de natuur.